Mode van het Zwitserse Hanro. Tussen modern feminisme en conventionele mannelijkheid in de jaren 1930

Stehendes Männer-Model in Herrenoberbekleidung mit Fernglas. Australië, jaren 1930. Collectie: Museum Baselland.

Wat we hier zien is duidelijk, maar de aanleiding voor de foto is dat niet. Gaat het om de verrekijker, de man of wat anders? Is dit het beeld van mannelijkheid uit de jaren 1930?

Wie de vraag stelt stuit op een interessante geschiedenis van het Zwitserse bedrijf Hanro (Handschin und Ronus) dat vanwege tariefmuren noodgedwongen internationaliseerde, zich specialiseerde in tricot en achteraf door anderen wordt geprofileerd als feministisch. Hanro is in 1991 overgenomen door het Oostenrijkse bedrijf Huber Holding.

De beschrijving van de foto die is opgenomen in de collectie van Museum Baselland door een schenking van 20.000 documenten en objecten van de Firma Hanro aan het kanton Basel-Landschaft zegt (vertaald): ‘Staande mannelijk model in herenbovenkleding met verrekijker. Het model draagt ​​een gebreide trui met geometrisch patroon en een geplooide broek. Waarschijnlijk een product van de Australische Hanro-tak aangezien de foto gemaakt is door een fotograaf in Melbourne.’

Geschiedenis van Hanro volgens Huber. ‘DISCOVERY OF MODERN FEMININITY. Madeleine Handschin, granddaughter of the company founder, creates a world first: ultralight bra tops as invisible underwear. Sporty leisurewear also finds a place in the HANRO collection with her beach and swimwear‘.

Was dat feminisme een tweede golf van Reform-kleding na 1900-1920 of een doorstart die in de jaren 1930 door nieuw textiel de vrouw bevrijdde?

Of zo’n bewering klopt is niet zozeer van belang, maar het is een interessante claim die achteraf culturele betekenis wil toevoegen aan een firma die het tijdens haar moeizaam bestaan uitsluitend om overleven te doen was. Daartoe zelfs uitweek van Zwitserland naar Australië.

Hoe het moderne feminisme van Hanro van de jaren 1930 zich verhoudt tot de man met verrekijker in gebreide trui met geometrisch patroon is niet op voorhand duidelijk. Marketing wijst soms vele kanten op. Daar is geen verrekijker voor nodig om te zien.

Madeleine Handschin was ontwerpster van Hanro en dochter van toenmalig directeur Carl Handschin. Na het Australische avontuur in Bendigo van 1926 tot 1933 kreeg zij samen met haar broer Eric die ingenieur in het bedrijf was opdracht van het tweede hoofd van het bedrijf Charles A. Ronus: productie van gebreide bovenkleding. Dat leidde tot technische innovatie en nieuwe vormgeving.

Het bijschrift bij onderstaande foto zegt onder meer over het vormvast breiwerk Wevenit (vertaald): ‘Madeleine gebruikt het ook om strandmode te ontwerpen: lange, knielange en zeer korte broeken, gecombineerd met zogenaamde pull-pyjama’s (korte, backless tops). De strandmode met een perfecte snit en fashionable chic verkoopt onder andere zeer goed aan de trendy Franse Rivièra.’ Maar toen gooide oorlog vanaf 1939 roet in het eten. Opnieuw.

Madeleine Kriesemer-Handschin an der Arbeit im Designatelier von Hanro, 1934. Collectie: Museum Baselland.
Advertentie

Seksueel grensoverschrijdend gedrag van Brian Houston van Hillsong Church dat jarenlang werd getolereerd toont zwakheid van godsdienst

Het is altijd weer bevreemdend als kerkleiders het een zeggen en het ander doen. In deze houding benaderen ze politici. Het opmerkelijke van deze kerkleiders is dat ze worstelen met seks en relaties. Wat door de leerstellingen van hun kerk verboden is en wat ze notabene zelf prediken wordt er blijkbaar aantrekkelijk op om als een verboden vrucht te plukken. In het geheim uiteraard. De kloof tussen wat ze zijn en wat ze doen wordt zo levensgroot.

Vaak gaat het om mannen van middelbare leeftijd die zich seksueel niet weten in te houden en zichzelf, gezin en kerk beschamen. Of de religieuze omgeving waarin ze opereren onevenwichtige mannen aantrekt of dat ze binnen hun godsdienst onevenwichtig en stiekem gedrag ontwikkelen is de vraag. Het kan ook een combinatie zijn. Namelijk dat onevenwichtige, onvolwassen mannen een religieuze omgeving zoeken om hun gedrag te botvieren en makkelijk onschuldige slachtoffers te vinden. Zo kan het kindermisbruik door priesters binnen katholieke kerken verklaard worden.

Een spreuk die me in mijn jeugdjaren over christenen is bijgebracht luidt: ‘In de ene hand de bijbel en in de andere de drankfles‘. Hypocrisie dus. Niet dat anderen dat niet doorhebben. Want iedereen met een beetje mensenkennis en realiteitsbesef weet waar de grootste schijnheiligen te vinden zijn. Namelijk binnen in religieuze instellingen. De praktijk bestaat eruit door naar buiten toe anderen voorbeeldig gedrag op te leggen of geld uit de zak te kloppen, maar daar zelf in de praktijk niet naar te leven. Geactualiseerd zou de spreuk nu luiden: ‘In de ene hand de bijbel en in de andere vreemd vrouwenvlees‘.

In het Australisch Sydney is pastoor Brian Houston van Hillsong Church moeten terugtreden wegens grensoverschrijdend seksueel gedrag. In de verklaring van het bestuur van 23 maart 2022 wordt de reden waarom Houston is teruggetreden niet genoemd. Wat resteert om zijn scheve schaats te verhullen zijn verwijzingen naar Jezus Christus en God. Dat zijn abstracte woorden die in hun eigen werkelijkheid bestaan en op een ander niveau spelen dan het platvloerse gedrag van Brian Houston. Hij heeft niet gehandeld volgens de christelijke leer die hij anderen probeerde op te leggen. Het bestuur overigens evenmin, want het heeft jarenlang Houstons laakbare gedrag waar het kennis van had toegedekt.

Hoe ethisch geloofwaardig zijn Brian Houston, bestuur en Hillsong Church nog? Want moraal is hun uniek verkooppunt waarmee ze concurrenten op de religiemarkt proberen af te troeven. Normbesef en vaststaande ideeën over goed en kwaad zijn de kern van hun christelijke leerstelling. Daar hebben ze zelf jarenlang tegen gezondigd.

Houston was toegewijd aan zijn eigen driften en emoties. Dat is geen schande en alleen maar menselijk, maar anderen richtlijnen voor gedrag opleggen die men zelf overtreedt leidt tot schijnheiligheid. Dat is de schande.

Gedachte bij foto ‘Female students and a nun pose in a classroom at Cross Lake Indian Residential School in Cross Lake, Manitoba’, 1940

Female students and a nun pose in a classroom at Cross Lake Indian Residential School in Cross Lake, Manitoba in a February 1940 archive photo. (Indian and Northern Affairs/Library and Archives Canada/Reuters)

Het misbruik van kinderen in de katholieke kerk heeft die religieuze organisatie beschadigd. De pogingen om de beschuldigingen af te zwakken of zelfs in de doofpot te stoppen heeft het vertrouwen in de geloofwaardigheid van het instituut katholieke kerk tot op het bot aangetast. Van die geloofwaardigheid, laat staan aanzien is weinig meer over.

Als de katholieke kerk een persoon was, dan zou die zich uit schaamte niet meer met goed fatsoen op straat durven begeven.

Bovenop dat decennialange misbruik van kinderen door priesters, bisschoppen en andere leiders van de katholieke kerk dat door de hiërarchie gedoogd werd komt het onheilspellende nieuws uit Canada. Kinderen van Aboriginals or First Peoples hebben hun religieus onderwijs in internaten niet overleefd. Ze zijn begraven en worden nu opgegraven. Dat betreft niet alleen katholieke, maar ook protestante instellingen.

Overigens is Canada daarin niet uniek, want ook in een katholiek land als Ierland stierven onder de hoede van katholieke instellingen meer dan 9000 kinderen. Een mortaliteit van 15%. In een land als Australië werden kinderen van inheemse oorsprong gekleineerd, beschadigd en in het gareel gedwongen. Allen die door afkomst of sociale achtergrond niet pasten binnen de toenmalige maatschappelijke consensus liepen een verhoogde kans om hun cultuur of leven te verliezen.

Als de katholieke kerk een bedrijf was, dan zou het zich failliet laten verklaren, onder een andere naam een doorstart maken en afstand nemen van het eigen verleden.

Wat resteert zijn herinneringen van degenen die hebben geleden, maar overleefden en foto’s die het onrecht aantonen. Kinderen van inheemse afkomst in schoollokalen of op schoolpleinen die van hun moeder gescheiden zijn voegen zich gedwee in de bestaande orde en zijn doorgaans zichtbaar ongelukkig.

In de naam van de Vader is de dubbel onnatuurlijke constructie waaraan deze kinderen werden blootgesteld, Dubbel omdat religie in zichzelf een constructie is met een eigen mythologie en door de bewuste politiek van overheid en de religieuze instelling als uitvoerder om de continuïteit van de bloedlijn van het kind te doorbreken en met dwang en geweld te vervangen door een nieuw opgelegde orde.

Zo maakte religie zich tot collaborateur. Dat is een schande die de kerken nooit meer uit kunnen wissen. Hun eer is voorgoed verloren. Daar helpt geen marketing meer aan om in de beeldvorming te willen redden wat er te redden valt.

Gedachte bij de foto ‘Miss Hera Roberts posing on the deck of HNLMS JAVA’ (1930)

Hera Roberts poseert in 1930 op het dek van het Hare Majesteit Java. In de haven van Sydney tijdens een vlootbezoek van de Koninklijke Marine aan Australië. Schilder en socialite Roberts is een van de gasten die op 10 oktober de Java bezoekt. Op de achtergrond wappert de Nederlandse driekleur in zwart-wit.

Zijn een lichte kruiser en mode een onlogische combinatie, of raken ze elkaar juist sterk? Is het de opzet dat levenslust en doodsdrift, Eros en Thanatos, elkaar raken? Enfin, het ging toen waarschijnlijk vooral om de goede indruk die Nederland in Australië wilde maken. Blijkbaar was 90 jaar geleden een oorlogsschip geen ‘schuldige’ omgeving.

Uit de toelichting op Flickr bij deze foto uit de Samuel J. Hood Studio collectie die wordt beheerd door het Australian National Maritime Museum blijkt dat dit museum veel onderzoek doet naar de details van de foto’s in haar collectie. Iedereen met waardevolle informatie is welkom.

Na vlootbezoeken aan talloze landen wordt de Java in 1942 tijdens de Slag om de Javazee door de Japanse Keizerlijke Marine door een torpedo tot zaken gebracht. Er zouden 491 van de 512 opvarenden om het leven zijn gekomen. De dood had het gewonnen.

Foto: Sam Hood, ‘Miss Hera Roberts posing on the deck of HNLMS JAVA’. 1930.

De waarheid achter het masker: godsdienst, antikolonialisme, consumentisme en de Vailala Gekte in Nieuw-Guinea (1918-1921)

Drie mannelijke leden van de Eleman-stam of taalfamilie in de Purari Delta in Australisch Nieuw-Guinea dragen maskers. De beschrijving van het British Museum heeft het over eharo maskers, gemaakt van barkdoek. Ze zijn niet heilig. De figuur in het midden moet een oudere man voorstellen en de anderen jonge jongens. De periode is 1900-1930 en men kan nu nog aanvoelen waarom Europese kunstenaars zich in de eerste helft van de 20ste eeuw door deze ‘primitieve’ kunst aangesproken voelden. Maar onschuldig is het niet. Er is onderhuidse spanning tegenover de Britse kolonisator.

In hetzelfde gebied ontstond in 1918-1921 de Vailala Gekte of Waan. Dat was een religieuze beweging. De beschrijving is te interessant om niet te vertalen: ‘De Vailala Madness was een religieuze beweging. Het was actief tussen 1919 en 1922. Veel mensen denken dat het een van de eerste goederen sekte  (cargo cult) was, ook al werd die term voor het eerst gebruikt in de jaren veertig. De Vailala Madness was actief in de Golf van Papoea, destijds een territorium van Australië, maar behoort nu tot Papoea-Nieuw-Guinea. De Vailala Madness dankt zijn naam aan het gedrag van mensen die eraan deelnamen. Dit gedrag omvatte glossolalie (of ‘spreken in tongen’), beven en tekenen van mentale of emotionele stoornissen. In de inheemse taal noemden mensen die deelnamen aan de Vailala Madness het iki haveve, of ‘buik-weet niet’, wat een andere manier was om ‘duizeligheid’ te zeggen. De mensen in de beweging dachten dat er een ‘ Spookboot’ zou komen. Dit schip zou worden bestuurd door dode mensen die terug zouden komen. De doden brachten vracht met ingeblikt voedsel en gereedschap mee. In één versie van het verhaal zouden de doden wapens meebrengen om de blanke kolonisten eruit te schoppen, maar niet iedereen is het erover eens dat dit was wat mensen in de Vailala Madness echt geloofden’.

Uit een beschrijving van de Encyclopaedia Britannica blijkt dat deze religie van de cargo sekte zowel raakt aan de eigen tradities, het christendom, het moderne consumentisme als het antikolonialisme. Het lijkt wel op de Boston Tea Party in 1773, het protest van Amerikaanse kolonialisten eveneens tegen de Britse overheerser. Tradities worden aangepast aan de nieuwe tijd en in een nieuwe vorm gegoten die het beste inspeelt op de actualiteit. Tradities worden opnieuw uitgevonden.

Zo bekeken is de foto van de drie mannen met maskers van Gibson Studio uit Port Moresby al aan verbrokkeling onderhevig toen die genomen werd. Wat vermoedelijk vaker het geval is. Wordt het er zo niet eerder een plaatje voor het archief, voor het museum op van een realiteit die al was losgekomen van de omgeving? Het antwoord is niet op voorhand duidelijk en lijkt trouwens minder interessant dan de vraag hoe traditie en moderniteit zich tot elkaar verhouden. Zoals vaak kan de kloof van belofte en behoefte overbrugd worden door godsdienst die zich buiten de paden kan bewegen omdat het zich onttrekt aan alle logica en een kader scheept waarin alles mogelijk is omdat het toch niet geverifieerd kan worden.

Foto 1: Gibson Photo, Port Moresby, [Postcard printed with a photograph (black and white); photograph of three young Elema men outdoors wearing eharo masks; the two masks on either end represent young boys, while the mask in the middle represents and old man; they also wear plant fibre shoulder coverings and cloth wraps, as well as having body painting; grass and hills behind them; Purari Delta; Papua New Guinea], 1900-1930. Collectie: British Museum.

Foto 2: Henry Moore Dauncey, [Young boy, called Vailala, wearing tradecloth wrap, probably a student at the Mission School, holding a slate with a drawing of the London Missionary Society boat “John Williams”], 1900. Collectie: Dauncey Collection, of Royal Anthropological Institute.

India heroverweegt de relatie met China. Andere landen beginnen dezelfde heroverweging te maken

FT geeft een analyse van de toegenomen spanningen tussen India en China. Behalve de militaire opbouw van beide landen in hun grensgebied is er de economische relatie tussen beide landen. Net als Europese landen is India steeds afhankelijker geworden van China. De afweging die India nu maakt om de afhankelijkheid van China te verminderen is dezelfde afweging die in Brussel en andere Europese hoofdsteden de komende tijd gemaakt wordt. China dat de afgelopen decennia sinds de opening naar het Westen werd geholpen door andere landen en zich nu publiekelijk laat kennen om niet te willen integreren binnen Azië, maar te willen domineren wordt met terugwerkende kracht door die andere landen als valsspeler gezien. Dat wordt versterkt door de machtsverhoudingen binnen China. Niet langer staat de economische expansie centraal, maar is het zwaartepunt verschoven naar militaire expansie en de nationale veiligheid. In de analyse blijft de rol van president Trump onderbelicht. Dat China nu toeslaat in de Zuid-Chinese Zee en in het Chinees-Indiase grensgebied kan niet los worden gezien van het geopolitieke vacuüm dat door het gebrek aan leiderschap van Trump is ontstaan. Hij heeft de relatie met de traditionele bondgenoten van de VS veronachtzaamd. Op India na. Tegelijkertijd loopt China het risico dat het allerlei landen in de regio, van India, Australië, Vietnam, Japan, Zuid-Korea, Maleisië, de Filippijnen, Indonesië en daarnaast de VS en het VK tegen zich in het harnas jaagt.

Peking zet met diplomatieke druk en propaganda EU onder druk. Het wil geen onderzoek naar ontstaan van coronavirus in China

Het is opvallend hoe zwaar China propaganda en diplomatieke druk gebruikt om een zakelijk onderzoek naar het in China ontstane coronavirus te onderdrukken. Niet om China als schuldige aan te wijzen, maar om te leren voor de toekomst. Politico verwoordt de opstelling van China in een overzichtsartikel zo: ‘Beijing doubles down in EU propaganda battle’ ofwel Peking doet er een schepje bovenop in de propagandastrijd met de EU. De vrees bestaat dat de EU niet opgewassen is tegen de Chinese druk. Dat komt doordat de EU geen politieke eenheid is en voor beschermingsmiddelen tegen het coronavirus afhankelijk is van China. Het citaat dat in dit artikel blijft hangen is van Antoine Bondaz die werkt voor een in Parijs gevestigde denktank: ‘China considers Europe the soft belly of the West’ ofwel China beschouwt de EU als de zachte onderbuik van het Westen die niet terug kan slaan. Dat geeft vooral iets te denken over de positie van de EU in de wereld.

De les uit deze verharding van China dat propaganda inzet tegen de EU is dat de EU zelfvoorzienend moet worden. Dat kan door de afhankelijkheid van China te verkleinen of China op specifieke gebieden afhankelijk te houden van de EU of het Westen in het algemeen. Dat biedt de EU wisselgeld om China te weerstaan. Vooralsnog ontbreekt het de EU aan de wil en ambitie om zich te wapenen tegen indringers als China. Nog overheerst defaitisme. Opmerkelijk is de open zenuw van de Chinese regering. Het beseft dat het gefaald heeft in de aanpak van het coronavirus die volgens onderzoekers van onder meer de Universiteit van Cambridge al in september 2019 in Zuid-China ontstond. Pas na vier maanden kwam de regering in Peking in actie. Het laat zich als schuldig kennen door wild om zich heen te slaan. Maar het overspeelt de eigen hand.

Kanttekening bij ‘Make America Hate Again’ van deathcore band Thy Art Is Murder. Is het satire die zijn doel voorbijschiet?

De Australische deathcore band Thy Art Is Murder spreekt zich in het nummer ‘Make America Hate Again’ van het op 26 juli 2019 te verschijnen album ‘Human Target’ uit over de VS. Deathcore wordt door de meeste fans als een verguisde term gezien. Een commentaar op nuclearblast.com zegt over dit nummer: ”’Make America Hate Again‘ is niet bedoeld om de meer naar rechts leunende toehoorders van de linkse band te vervreemden; het is een aanval op het hele politieke systeem, de verwachting hekelend dat elke regering dingen “geweldig” voor de massa’s zal maken.’ Klopt dit commentaar en hoe pakt deze satire echt uit bij de supporters?

Er dreigt het Jacobse en Van Es-effect, namelijk dat de satire andersom wordt opgevat dan bedoeld wordt. Een commentaar bij de video van ene Zachary Scott wijst in die richting: ‘I am very conflicted. I love the band but find myself disagreeing with these calls to violence. I understand that they may be/are hyperbolic, but in an era where calls to violence are growing, this is unnerving.’ Ofwel, beangstigend. Hebben de aangesprokenen door dat het chargerend is bedoeld? Dus een poging om iets door overdrijving belachelijk te maken. Zelfs dan, ook als ze doorhebben dat het satirisch is bedoeld, dan kunnen ze de dramatische overdrijving opvatten als een realistisch politiek programma. Hoe verantwoordelijk is het dan van een Australische band om oproepen tot geweld die binnen de Amerikaanse samenleving al zo sterk leven verder aan te wakkeren? Hoewel het onduidelijk is hoever de invloed van deze band doordringt tot de haarvaten van de Amerikaanse samenleving.

Wie profiteert het meest van ‘een aanval op het hele politieke systeem?’ Is dat de linkse beweging van de VS waar de band blijkbaar mee sympathiseert of zijn dat de tegenstanders? Beide kampen kunnen niet in gelijke mate profiteren. Is het niet vooral de alt-right, voormalig Breitbart ideoloog en adviseur van Trump Steve Bannon die een duistere kijk op de VS verspreidt en de ondergangsfantasie die Thy Art Is Murder persifleert serieus meent? Het risico bestaat dat een achterban van radicaal-rechts en extreem-rechtse activisten, witte racisten en neo-nazi’s door de teksten van Thy Art Is Murder bevestigd wordt in een Powelliaanse Rivers of Blood ondergangsfantasie of positiever gezegd, waarschuwing. Zo kunnen de aanhangers van Bannon of andere rechtse activisten aan dit nummer ondersteuning voor hun overtuiging ontlenen. Dat sterkt ze in hun motivatie. Als dat vanuit de subcultuur van de deathmetal of deathcore aangevuld en verdubbeld wordt met ‘een cultuur van de dood’ waar deze keer niet de kritiek op abortus of euthanasie mee bedoeld wordt, maar op de verharding van de politieke strijd met grof geweld, dan schiet dit nummer definitief zijn doel voorbij.

Australische politici verkondigen dat ze geloven in de hel. Hiermee introduceren ze onjuist christelijke retoriek in de politieke ruimte

Het is bizar dat in Australië politieke leiders zich tijdens een campagne in het openbaar uitspreken over de vraag of homoseksuelen naar de hel gaan. Dat deed de conservatieve premier Scott Morrison met tegenzin en oppositieleider Bill Shorten van de Labor Party uit politieke berekening. Shorten is katholiek opgegroeid en bekeerd tot de Anglicaanse kerk. Opmerkelijk is dat Australische politici ‘geloven’ in de hel en menen daar publieke uitspraken over te moeten doen. Shorten zei dat hij het onbegrijpelijk vindt dat hier over gesproken moet worden. Daarin heeft hij gelijk, maar anders dan hij het bedoelt. Hij vindt het vanzelfsprekend dat homoseksuelen niet naar de hel gaan en wil dat verkondigen, maar introduceert daarmee christelijke dogmatiek in een publiek debat dat daar niet thuishoort. Dit is een onderwerp uitsluitend voor in de kerk. Wat moeten de Australiërs die het idee van de hel onzinnig en geoormerkt voor een bepaalde godsdienst vinden en opteren voor de seculiere staat met dit christelijke gehakketak tussen Morrison en Shorten? Morrison werd tegen zijn zin door Shorten tot een uitspraak gedwongen en baalde ervan. Daar heeft Morrison groot gelijk in.

Weer een aanslag door een moslim. Deze keer in Melbourne. Wat moet het antwoord zijn?

Een aanslag door een moslims op onschuldige mensen in een westers land roept bij velen irritatie op. Zoals in Melbourne waar de 32-jarige uit Afghanistan afkomstige dader met een auto inreed op een groep mensen met 19 gewonden tot gevolg. Of het motief nou direct te maken heeft met de islam of er indirect uit volgt. De dader claimt dat hij tot zijn daad kwam omdat moslims in Australië gediscrimineerd worden. Of de aanklacht serieus is valt te betwijfelen. De dader heeft een geschiedenis van drugsgebruik en psychische problemen. De aanslag roept een reactie op in westerse landen en bevordert het groepsdenken in wij en zij. Moslims zouden misbruik maken van de aan hun geboden gastvrijheid. Het echte probleem lijkt dat veel verwarde of instabiele mensen hun identiteit menen te moeten ontlenen aan de islam waar ze toevlucht toe zoeken. Daar ontspoort het. Als ze geen alternatief krijgen, dan zullen de aanslagen doorgaan. Kortom, de islam moet niet bestreden worden, maar er moet iets naast gezet worden dat beter en kansrijker is, en meer toekomstperspectief biedt.