Kamperen in Angola: zes mannen op zoek naar een ansichtkaart

Acampamento; In Camp’. Angola, 19–. Collectie: National Museum of African Art, Eliot Elisofon Photographic Archives.

Dit is een ansichtkaart uit de toenmalige Portugese kolonie Angola die zes mannen op kamp toont. Of liever gezegd, een witte man met tropenhelm op kamp met vijf bedienden. Dat is blijkbaar toenmalig kamperen. We zien hier de camping van zo’n 100 jaar geleden. Met alles erop en eraan.

Het tafereel doet denken aan een titel van een toneelstuk van de Italiaanse toneelschrijver Luigi Pirandello: ‘Zes personages op zoek naar een auteur‘ (1921). Op deze ansichtkaart dient zich ongemerkt en indirect het echte leven aan. Via de marge, via de zijkant. Dat echte leven is niet het dagelijks leven van het kamp, maar de hiërarchie in het kamp. Het is zichtbaar, en ligt er zelfs dik bovenop, maar wordt niet genoemd.

Het verslag van Martin Schouten bevat een onheuse bewering.Hij zegt: ‘Pirandello was fascist‘. Dat is te simpel. Pirandello was geen Erza Pound of Robert Brasillach. Eerder een Pyke Koch. Met zo’n typering 70 jaar na dato doet een journalist een Italiaanse schrijver uit de jaren 1920 tekort en begrijpt hij de geschiedenis van dat tijdperk onvoldoende. Pirandello verscheurde in 1927 zijn lidmaatschapskaart van de fascistische partij en stond de rest van zijn leven onder controle van de macht.

Is dit een apolitieke ansichtkaart van een onschuldige camping of is het lachwekkend om dat te beweren? Zijn toenmalige ansichtkaarten die de gevestigde orde met markten, havens en poserende mensen beschrijven per definitie politiek? Maar wacht even, wordt dan alles met terugwerkende kracht politiek gemaakt? Dat is niet houdbaar en juist dat vertekent het verleden.

Pirandello meende dat hij apolitiek was als schrijver. Laten we het er maar op houden dat deze ansichtkaart ook apolitiek is. Die constatering spoelt de bijsmaak van onderwerping, onvrijheid en een niet naar gelijkheid strevende machtsstructuur weliswaar niet weg, maar laat deze vertoning uit het verleden zo goed mogelijk intact. Maar we denken er zoveel jaar later wel het onze van.

Gedachten bij ansichtkaart van een gotisch gemaskerd bal in Zutphen (1910-1919)

Johan Wilhelm Jr. Brincker, Three musicians, one in drag, in bizarre masks for an “Olympia” masked ball. Photographic postcard by Brincker, 191-. Collectie: James Gardiner Collection.

Bij de toelichting van deze ansichtkaart staat: ‘An unusual example of Gothic drag. The central character in drag holds a tambourine and looks deathly, like a zombie.The man on the left plays a violin, while the man on the right plays a barrel-organ and has a wooden leg. An extraordinarily gothic trio, photographed on a studio set in the Netherlands. The three characters, dressed for a masked ball , all wear sinister ‘Phantom of the opera’ style masks which cover portions of their faces. The masks are by J. Dirkmaat‘.

Het spook van de opera‘ (Frans: Le Fantôme de l’Opéra) is een Franse roman van Gaston Leroux. Het verscheen van 23 september 1909 tot 8 januari 1910 als feuilleton in de Parijse krant Le Gaulois, aldus Wikipedia. Het werd daarna in maart 1910 uitgegeven als boek en werd populair. Onderzoek heeft uitgewezen dat het een misverstand is dat de roman bij aanvang geen succes was. En dat pas werd na verfilming uit 1925 met Lon Chaney als Erik.

De rest is geschiedenis, met talloze bewerkingen en musicals van Le Fantôme de l’Opéra van Gaston Leroux. Het verhaal over het operaspook Erik, Christine en Raoul heeft in het populaire, lichte amusement veel succes gekregen.

Een en ander is van belang om de ansichtkaart te dateren en begrijpen. Want als het boek van Leroux geen succes zou zijn geweest, is het niet logisch om te veronderstellen dat het redelijk kort na verschijnen in Nederland als inspiratie voor een gemaskerd bal zou dienen. De datering van de James Garner Collection geeft 1910 tot 1919.

Of de in november 1918 beëindigde Eerste Wereldoorlog met zoveel verschrikkingen en verminkte militairen tevens een inspiratie vormde voor deze gotische vermomming weten we niet zeker. Het houten been van de orgelman en de zombie-achtige kijk van de middelste figuur die bijna een symbool van de dood zelf is wijzen in die richting. Dat zou dus kunnen wijzen op een datering aan het eind van de jaren 1910.

Het lijkt aannemelijk om te veronderstellen dat we van links naar rechts losse verbeeldingen zien van de hoofdpersonages uit Le Fantôme de l’Opéra, te weten met viool Erik, zangers Christine en de aristocratische Raoul.

Het gemaskerd bal was een initiatief van ‘Olympia’. Het verkocht de ansichtkaart waarschijnlijk aan de leden om uit de kosten te komen. Over de naam ‘Olympia’ worden geen verdere bijzonderheden gegeven. Dat maakt het lastig omdat het een veel voorkomende naam van verenigingen was.

De vermelding van fotograaf Brincker, leidt bijna zeker naar de Zutphense fotograaf Johan Wilhelm Jr. Brincker (1876-1950). Op de fotoPortret van Annie Koch (…)’ van Atelier Brincker uit 1908-1920 is met enige moeite dezelfde studioachtergrond te herkennen (met rechts een boom of struik en links een afscheiding met gordijn) als op de ansichtkaart van Olympia. De Zutphense gymnastiekvereniging Olympia die in 1875 werd opgericht is waarschijnlijk het Olympia dat op de ansichtkaart wordt genoemd en het bal masqué organiseerde.

Gedachte bij foto ‘Coaling a ship, Nagasaki’ (1918 – 1930)

Bestaat het woord ‘bekolen’? Ik betwijfel het, maar als dat niet zo is wordt bij deze voorgesteld om het te gebruiken. Zolang het nog mag.

Een beschrijving van deze ansichtkaart van een schip dat in het Japanse Nagasaki wordt gebunkerd of bevoorraad met kolen zegt (vertaald): “Ze zijn aan het bekolen in Nagasaki en dit wordt gedaan door een menselijke ketting van vrouwen, die manden met kolen van de een naar de ander doorgeven totdat de vrouw op de bovenste trede de kolen in de stortkoker leegt en de mand terug in de grote platte boot gooit die met kolen is gevuld – deze boten strekken zich aan weerszijden over de gehele lengte van het schip uit. Het is een raar en vreemd gezicht–LMB”.

Het is een opmerkelijke compositie van linksonder naar rechtsboven. Het lijkt op het gefriemel van termieten die zich strikt aan de aan hen opgelegde orde houden en daar perfect hun plaats in weten te vinden. De diagonaal snijdt schuin door het beeld. We zien de stellage op de platbodem die tegen het vrachtschip ligt met daarop vrouwen en mannen die als een lopende band aan het ‘bekolen’ zijn.

De toelichting zegt dat er aan weerszijden over de hele lengte van het vrachtschip dit soort stellages zijn opgetrokken. Er zijn honderden mensen aan het werk. Dat is een indrukwekkend beeld dat deze foto slechts gedeeltelijk weet te vangen.

Dit was tussen 1918 en 1930 in Japan. Nog niet eens zo heel lang geleden. De jaren dat de moderniteit in Japan aanbelandde, maar zo te zien nog niet overal was doorgedrongen. Er is iets zonneklaar op deze foto. Het is om te stikken zo warm. Dat maakt het werk des te harder.

Gedachten bij een foto van de Visbrug in Dordrecht (1937)

309_107437 (Vischbrug, Dordrecht, circa 1937). Collectie: Regionaal Archief Dordrecht.

Deze keer een verhaal met een persoonlijke tint. Via internet is veel te achterhalen van de eigen familiegeschiedenis. De site Kenteken Zeeland dat oude kentekens van auto’s achterhaalt en beschrijft constateert aan de hand van de foto in het Regionaal Archief Dordrecht dat hier K-4564 op de Vischbrug (nu: Visbrug) in Dordrecht staat. Het jaar is circa 1937.

Als reactie bij het item op het Regionaal Archief geeft Erica de volgende toevoeging: ‘hoek Voorstraat (Overwijn) – Visbrug, Groenmarkt (bibliotheek; Carel Netto heerenhoeden, W.B.A. Gunther, auto K-4564, standbeeld Gebroeders de Witt) — bordje; ‘rechts loopen’‘. ‘K’ was het toenmalige kenteken van Zeeland.

Kenteken Zeeland redeneert vanuit de eigenaar van de auto en het Regionaal Archief Dordrecht vanuit de plek. Ik redeneer vanuit beide.

Want de eigenaar van de Chevrolet Master fordor sedan ’37/’38 is mijn grootvader Willem Muller. Hoewel het kan dat officieel de registratie op naam van zijn bedrijf stond: Sleepdienst Willem Muller, Reederij En Avant dat sinds 1912 in Terneuzen was gevestigd.

De auto staat niet op de Vischbrug geparkeerd, maar rijdt er toevallig langs en stopt voor het verkeerslicht boven de weg. Of trekt juist op, want het licht lijkt op groen te staan. Aan de Merwedekade woonden twee zussen van mijn grootvader en daar was ook het bedrijf van zijn broer Teun gevestigd: Rederij T. Muller, ofwel Sleepdienst “En Avant”. Vooruit was de ingebakken naam voor die familie. En er woonde nog meer familie. Familiebezoek met een mogelijk zakelijk gesprek over samenwerking op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse wateren zal de aanleiding zijn geweest.

Zo blijkt maar weer dat we niet alleen nu betrapt worden op sociale media en het steeds lastiger wordt om anoniem te zijn. Deze foto toont dat men in 1937 ook al opgemerkt kon worden zonder dat men daar om vroeg. De plek was namelijk een favoriete plek voor het maken van ansichtkaarten, zoals ook deze ansichtkaart uit 1932 verduidelijkt. Een vergelijking tekent trouwens de vooruitgang. De verkeersagent midden op straat in 1932 is vervangen door een verkeerslicht in 1937.

Ansichtkaart van uitgeverij J. van de Weg ‘Dordrecht, Vischbrug‘ aan de hand van de geretoucheerde foto 309_107437. Fotograaf: Joost van de Weg.

We weten trouwens niet zeker wie er aan het stuur van de Chevrolet met kenteken K-4564 zat. Het is wel aannemelijk wie het was. Dat is de onzekerheid die altijd in de geschiedenis sluipt.

Sneeuw valt en mensen vallen voor de sneeuw. Gedachte bij een sneeuwploeg in Morez (1904)

Een sneeuwploeg (chasse-neige) wordt door 11 paarden door de Hoofdstraat van het Franse dorp Morez in de Jura getrokken. Het is een beeld uit 1904, nog zonder auto’s. De gang van de sneeuwploeg is een belevenis. Of dat lijkt het in elk geval voor de kinderen én volwassenen die erachter lopen. En voor de uitgever die er een ansichtkaart van maakt. Maar ook voor andere uitgevers die deze foto gebruiken voor hun ansichtkaart (met spelfout: chase-neige) of hun ansichtkaart.

Aardig aan dit soort oude foto’s is dat er wel altijd enkele toeschouwers naar de fotograaf kijken. Hier zijn dat er best veel, toeschouwers op de stoep van de kledingwinkel van Ostas Chevassu en kinderen in de optocht. Want wees nou eerlijk was zo’n fotograaf in 1904 niet een even grote belevenis dan de magnifieke sneeuwploeg met 11 paarden?

Wat is ervoor nodig om kinderen en volwassenen tot verrukking te brengen over sneeuw en wat daar mee samenhangt? Dat is de mate van geestvervoering die het normale te buiten gaat en de sleur doorbreekt. Mits men het zichzelf toestaat om de dagelijkse beslommeringen die zo zwaar kunnen drukken even aan de kant te zetten. Hoewel in regio’s waar doorgaans weinig sneeuw valt de exaltatie groter en de beslommeringen geringer zullen zijn dan in regio’s waar veel sneeuw valt.

Sneeuw is als een circus, een kermis, een jaarmarkt of de visite van een koning of president aan dorp of stad. Het eenmalige bezoek geeft een feestelijke sfeer die gewillig wordt omarmd. De sneeuwploeg is de voorstelling van een schaar die zowel de sneeuw als de inwoners trimt, omwoelt en loswerkt. Meer hebben mensen niet nodig om uit de cirkelgang van het dagelijkse leven te ontsnappen. Ze zijn erop getraind en maken er daarom een treffen van. Voor het ogenblik.

Foto: ‘CPA 39 Jura Morez Le Chasse-Neige dans la Grande Rue animé’ (‘Jura Morez De sneeuwploeg in de levendige Hoofdstraat), 1904.

Gedachte bij de foto ‘Christmas street peddlers’

Wie in digitale fotocollecties zoekt aan de hand van het steekwoord ‘Kerstmis’, of de vertaling ervan, wordt getroffen door de sentimentaliteit en de zoetsappigheid van de afbeeldingen. Er wordt iets verheerlijkt waarvan men van een afstand ziet dat het een niet oprecht beeld is. De façade van een harmonieuze familie is populair. Evenals het idee van geluk, voorspoed en ongebreidelde consumptie. Het kan niet op. De werkelijkheid wordt voor de gelegenheid verhuld. Tegelijk weten we dat we daar eenmaal per jaar niet te zwaar aan moeten tillen.

Op deze foto zien we wat het echte leven lijkt. Hun armoedig bestaan benadrukt ongelijkheid. Marskramers slijten op straat rond kerstmis hun waar. Poppen, vogeltjes en een kleed. De teddyberen geven een datering aan de foto. Door president Theodore ’Teddy’ Roosevelt ontstond in 1902 in de VS een teddybeer-rage. Dus het is aannemelijk om te veronderstellen dat het december 1903 of later is voordat de teddybeer is afgedaald naar de straathandel.

Bevinden we ons in Chicago voor Bromann & Bros in het vleesdistrict? Het is een winkel voor slagerij benodigdheden voor de tussenhandel. Onderstaande afbeelding van een ansichtkaart uit 1920 lijkt dezelfde plek te tonen aan de bovengrondse metro. Met een enorme toeloop van het publiek voor iets dat niet duidelijk is. De bovenste foto toont dan de winkel schuin van voren. Er staan extra pilaren om de toegang naar de metro boven te stutten. Maar de details kloppen niet, ofschoon het mogelijk is dat de winkel tussen 1903 of enkele jaren later en 1920 is verbouwd en uitgebreid. Het spoor loopt dood. Wellicht is dat nog de beste samenvatting van wat kerstmis werkelijk is.

Foto 1: Bain News Service, Christmas street peddlers. Geen jaartal. Collectie: Library of Congress.

Foto 2: [Item Bromann Bros. Elevator subway Real photo circa 1920s real photo postcard]

Gedachten bij een ansichtkaart van de Loodsenwacht in Terneuzen (omstreeks 1925)

De ansichtkaart Terneuzen 2500 ofwel ‘Terneuzen. Loodsenwacht.’ is op Verzamelaarsmarkt.nl voor 10 euro te bestellen. De informatie zegt: ‘De kaart is van uitgave l.Smits,Terneuzen.Ansichtenkaartenbeurs.nl toont dezelfde afbeelding met een datering: ‘Periode : 1920 – 1940 beschr.in 1928’. Maar er zijn verschillen tussen de twee kaarten. Zo zijn op de onderste kaart meer wolken en is in de linkerhoek de punt van de westpier van de ingang naar het Kanaal van Gent naar Terneuzen te zien en is de steiger langer. Ook de vlaggenstok is er langer. Tot boven het kader, zo lijkt het. Zelfs de titel is anders met een komma en geen punt na ‘Terneuzen’. Dat roept de vraag op wat een authentieke ansichtkaart (waard) is, waar de verkoper 10 euro voor vraagt.

Waarom kwam ik dit tegen? Ik zat op de lagere school in de klas met Addie of Addy de Vries. Zijn vader was commandant van de Loodsenwacht. Ik speelde soms in het woonhuis ernaast. Lang geleden. De gebouwen zijn bij uitbreiding van het kanaal en de aanleg van nieuwe sluizen voor 1965 gesloopt. Het verleden is een apart continent waar we gaandeweg van vervreemd raken, maar dat tegelijk vertrouwd aandoet. Nostalgie?

Foto 1: ‘Terneuzen 2500’ op Verzamelaarsmarkt.nl.

Foto 2: ‘Terneuzen Loodsenwacht ansichtkaart’ op Ansichtenkaartenbeurs.nl. 

Met de Duitse muziek mee. Naar het wapengekletter van de Eerste Wereldoorlog

Mijn oog blijft haken aan deze foto uit de Eerste Wereldoorlog bij het artikel ‘Musikalisches Säbelrasseln’ op DW. Omdat Nederland buiten de oorlog bleef kende het niet hetzelfde soort muzikaal wapengekletter voor de nationale zaak als de strijdende partijen. Wij moeten het doen met Tollens’ ‘Wien Neêrlands bloed’ (1816) dat begint met ‘Wien Neerlands bloed in d’ aders vloeitVan vreemde smetten vrij/ Wiens hart voor land en koning gloeit’. Dat 19de-eeuws nationalisme dat in de 20ste eeuw opgang maakte en in de 21ste eeuw in die vorm voorgoed verouderd is. Wat niet in dezelfde mate voor het gedachtengoed geldt. Helaas. Heldengezang eindigt doorgaans in klaagzang. Daarom is het beter er niet warm voor te draaien. Het brengt altijd ellende.

De foto geeft de alledaagse invulling waar nationalistische liederen en leiders toe oproepen. De muzikanten van het voorste gelederen staan er onscherp op. Ze leiden met hun muziek de oorlog in. De scherpte zit ‘m in de geweren in het midden. De helmen zijn niet de Pickelhauben uit het begin van de oorlog, maar de Stahlhelm die pas in 1916 in massaproductie werd genomen. Het lijkt een straatbeeld in Midden-Europa, zoals in ons historisch besef veel oude straatbeelden Midden-Europees lijken, maar het is waarschijnlijk Midden-Frankrijk. Achter het front bij Verdun? Omdat Elzas-Lotharingen vanaf 1871 Duits gebied was in het niet logisch om te veronderstellen dat daar 43 jaar later nog Franstalige opschriften op winkels staan.

Het doet er niet toe waar het is. Of waar in de vroege oorlogsjaren een andere Duitse militaire Musikkapelle marcheert. Inclusief een christelijk kruis. Onder pittige marsmuziek of hymnen marcheren troepen door een vijandelijk stadje. Opvallend is overigens wel dat op beide foto’s de beweging van rechts naar links gaat, terwijl het in de latere 20ste eeuw code werd om winnaars van links naar rechts te laten bewegen. Waarom blijft ongewis. Ook de cavalerie in de Westerns van John Ford trok op naar rechts en terug naar links. Enfin, Duitsers die vanaf 1914 naar Frankrijk gingen kwamen van rechts en in 1941 naar de Sovjet-Unie van links.

In die eerste oorlogsjaren (1914-16) was de beeldtaal blijkbaar nog niet gecanoniseerd. Dat maakt deze foto’s er eerder boeiender op omdat ze een idee geven dat er iets authentieks en ongepolijst in te ontdekken valt.

Foto 1: Ongedateerde en onbeschreven foto: 1.Weltkrieg Musikparade. Vermoedelijk 1916-1918.

Foto 2: Ongedateerde en onbeschreven foto: ‘A German Band’. Vermoedelijk 1914-1916.

Bij een foto in de Nieuwstraat te Terneuzen (1900-1910)

Dit is niet een oude foto van een stadje in Oostenrijk-Hongarije voor de Eerste Wereldoorlog. In de stilte voor de storm nog ongewis over het geweld dat spoedig zal losbreken. Dit is een afbeelding van de Nieuwstraat in het Zeeuws-Vlaamse Terneuzen in het eerste decennium van de 20ste eeuw. De straat ziet er inderdaad nieuw uit. Mogelijk is deze later ingekleurde zwart-wit foto genomen door een ver familielid van me. Rechts het estaminet ofwel de drankgelegenheid ‘Het Wapen van Zeeland’ van B. Heijens dat ook hier wordt genoemd.

Wat opvalt zijn de vlaggenstokken. Het kan niets anders of dat moet met de inhuldiging in 1898 van Koningin Wilhelmina te maken hebben. Door het koninkrijk werd het feest gevierd. Met de nationale driekleur en drank in het plaatselijke estaminet. Welke willekeurige straat in een klein stadje kent nou zoveel vlaggenstokken? Dit is een straat waar iets te vieren valt en men dat graag laat weten ook. In de verte loopt de straat uit op de binnenhaven, met rechts de toegang naar de Westerschelde en links naar het Kanaal van Gent naar Terneuzen. Buiten beeld ligt rechts onder de bomen de bomvrije kazerne waar het plaatselijke detachement is gehuisvest.

Twee fietsers staan in een onhandige pose midden op straat. Met hun gezicht in de richting van de fotograaf. Is hun rit over de kasseien onderbroken door de fotograaf die met zijn glasplaten in de weer is gegaan en de aandacht trekt? Of zijn ze door hem besteld om dynamiek aan de straat te geven? Om de doodse stilte die uit de gesloten huizenrijen opklinkt te doorbreken met hun levendigheid. Ogenschijnlijk heeft het niet geholpen.

Foto: Nieuwstraat, Terneuzen.

Niet zomaar een ansichtkaart van Terneuzen, 1915

Zomaar een oude ansichtkaart van de haven van van Terneuzen. Het is 1915, zo zegt een beschrijving. Is het echt? Op de achtergrond is de Westerschelde te zien, links richting Vlissingen, rechts richting Antwerpen. Het vrachtschip ligt met de kop in de richting van het Kanaal van Gent naar Terneuzen. Voor de sluis. Naar België dat in een oorlog is gewikkeld? Dit is een grensgebied, hoewel daar niets van valt te merken. Is het niet 1913?

Nou, niet zomaar een oude ansichtkaart, want ik woonde vanaf mijn 9de jaar rechts om de hoek. Aan de Scheldekade. Nu hangt in mijn woonkamer een foto van een oud-familielid uit dezelfde periode (1900? 1910?) met bijna hetzelfde perspectief. Eveneens met een stoomboot, maar ook met twee grote zeilschepen erachter.

Die oude foto’s zijn meren van herinnering, zoals Rudy Kousbroek het noemde, maar niet voor mij. Want in 1915 was ik nog niet geboren. Het zijn eerder herinneringen van de zee waaruit ik pak wat ik kan gebruiken. Zo’n foto verbergt  archeologische lagen die er door de jaren heen op worden geplakt. Wie weet dat waar de man met de emmer loopt 50 jaar later een wit friteskraam stond? En dat de veerboot -‘de provinciale boot’- jarenlang in de haven aanmeerde? Vaart de voorloper van de veerboot die ik kende niet juist de haven in?

Foto: ‘Vergane glorie – Stoomschepen bij de sluis van Terneuzen, 1915.