Kino ‘Capitol’ in Leipzig (1958)

Peter Heinz Junge en Horst Sturm, ‘Leipzig, Petersstraße, Messehaus Petershof, Kino “Capitol”, Nacht‘, 1958. Collectie: Bundesarchiv.

Deze foto is zo interessant omdat hij volgens onze nostalgische blik wel eens filmischer zou kunnen zijn dan de beelden uit de film die in de bioscoop vertoond wordt. Uit deze foto van bioscoop ‘Capitol’ in Leipzig in de toenmalig DDR valt niet aan te leiden welke film dat was.

Een andere foto van deze plek en datum maakt duidelijk voor welke film de mensen in de rij staan: ‘Tikhiy Don‘, (Duitse titel ‘Der Stille Don‘) van Sovjet-regisseur Sergei Gerasimov naar een boek van Mikhail Sholokhov. De film is een drieluik van in totaal 336 minuten. Deze epische film over kozakken en bolsjewisme dateert uit 1957 en wordt beschouwd als het meesterwerk van deze regisseur. Het eerste deel werd in 1959 in de Bondsrepubliek uitgebracht.

Dit is het soort film dat onderdeel uitmaakt van de filmgeschiedenis en grote verdiensten heeft, maar een hedendaags publiek niet meer kan zien. Of dat een kwestie van ontbrekende vraag of aanbod is valt te bezien. Ook recycling van steeds weer dezelfde Amerikaanse films zit dat in de weg.

Het is oneerlijk om de foto groter te maken dan de film. Want film en foto zijn onvergelijkbaar. Maar de foto lijkt zo sterk deel uit te maken van de beeldtaal van de Amerikaanse film noir of een Duitse Krimi uit de jaren 1950 die zich afspeelt op de Hamburgse Reeperbahn dat de verleiding voor zo’n vergelijking op de loer ligt.

In de verbeelding staat daar voor de kassa een Oost-Duitse Humphrey Bogart met trenchcoat en hoed die de kozakken in de zaal wel eens mores zal leren of gaat helpen. Zoals Tom in The Purple Rose of Cairo die de vierde wand doorbreekt en de overstap maakt van fictie naar non-fictie. Dat is de droom die cinema heet en elke filmbezoeker die zich identificeert met de voorstelling in zich draagt.

Foto’s van een bezoek van Oekraïense scholieren aan een museum in Dresden (1965)

Erich Höhne en Erich Pohl, ‘Ukrainische Schüler mit dem Jugendklub Kupferstichkabinett in der Gemäldegalerie Alte Meister‘. Dresden, 1965. Collectie: Deutsche Fotothek.

Zonder dat men weet wat dit precies is zijn er aanwijzingen om deze foto’s te duiden. Ze zijn uit een reeks van 81. Het schilderijenkabinet Oude Meesters staat in the picture.

Het gaat om een museum in Dresden in 1965. Dus in de toenmalige DDR. Een groep Oekraïense scholieren is op bezoek en wordt rondgeleid. Als dat het gepaste woord is om hun rondgang te omschrijven. Duitse leeftijdsgenoten van een jeugdclub van het prentenkabinet van het museum zijn ook aanwezig. Maar de jongere generaties hebben niks te vertellen en dienen zo te zien als zetstuk. Als achtergrond. Het bezoek toont meer dan prenten alleen.

Erich Höhne en Erich Pohl, ‘Ukrainische Schüler mit dem Jugendklub Kupferstichkabinett in der Gemäldegalerie Alte Meister‘. Dresden, 1965. Collectie: Deutsche Fotothek.

De sfeer van een geleid bezoek schemert door de fotoreeks heen. Iedereen zit gevangen in de eigen rol. De Oekraïense scholieren worden als vee door het museum geleid. De Duitse museummensen geven naar wat men mag aannemen een ideologisch correcte uitleg bij de kunstwerken. Onder toezicht van de Duitse beambten van de communistische partij. Er lopen zelfs twee Russische militairen rond.

Het bezoek is een mediaspektakel dat draait om propaganda. Het is een middel om de hechte band tussen de communistische broedervolkeren te benadrukken. Dat gaat echter op zo’n zichtbaar gedwongen wijze dat het averechts werkt. Of misschien werkte dat in 1965 goed in een gesloten samenleving. Maar ook toen al waren de verveling en saaiheid ervan af te lezen.

Hoe dan ook, het toont van bovenaf geënsceneerd. Militaristisch. Bloedserieus. Hiërarchisch. Generatieconflict. Kondigt zich hier in 1965 al het einde van de val van het ijzeren gordijn in 1990 aan? Het zou kunnen, deze dwang toont verre van duurzaam.

Erich Höhne en Erich Pohl, ‘Ukrainische Schüler mit dem Jugendklub Kupferstichkabinett in der Gemäldegalerie Alte Meister‘. Dresden, 1965. Collectie: Deutsche Fotothek.

Foto ‘Sichtwerbungspyramide für den Monat der Deutsch-Sowjetischen Freundschaft in der Papiermühlstraße, 1951’

Roger en Renate Rössing,’Sichtwerbungspyramide für den Monat der Deutsch-Sowjetischen Freundschaft in der Papiermühlstraße, 1951. Collectie: Deutsche Fotothek.

Leipzig, Oost-Duitsland, 1951. Een visuele reclamepiramide voor de maand van de Duits-Sovjet-vriendschap in de Papiermühlstraße, 1951. Dat is het verleden van een deel van Duitsland. Waarin onvrijheid vrijheid wordt genoemd, oorlog vrede en een vijand ineens een vriend is. Dat is even schakelen voor iemand die doordenkt.

Is sinds 1951 de mentaliteit van Duitsland fundamenteel veranderd? Daar twijfelen vele buitenstaanders aan. Zeker wat de oudere generaties betreft. Jongeren staan per definitie losser tegenover het verleden. Indoctrinatie is aan hen voorbijgegaan. Zijn zij de redding van Duitsland?

Loskomen van het verleden met alle schuld en misverstand die daar bij hoort is niet typisch Duits. Hoewel de projectie vanuit een belast verleden in Duitsland groter lijkt dan in andere landen en nog steeds een open blik naar het heden verhindert. Dat is grotere tragiek dan dat verleden zelf. We zullen zien wat het wordt.

Een piramide is een grafmonument. Passen daar ronkende teksten op die niemand serieus hoeft te nemen? Ach, niet iedereen heeft stante pede door dat woorden je bij de neus kunnen nemen.

Oekraïne krijgt internationale steun voor territoriale claim op de Krim. Maar Zelensky schetst een scheef beeld

Mijn reactie bij een video van AFP News Agency van 23 augustus 2021 waarvan The Rutendo News hierboven een kopie geeft die wel ingevoegd kan worden in andere sociale media. Voor AFP vertaald in het Engels.

De opmerking van de Oekraïense president Zelensky dat voor het eerst op internationaal niveau de bezetting van de Krim door de Russische Federatie wordt erkend, is onjuist. Op 9 december 2019 riep Resolutie 12223 van de Algemene Vergadering van de VN bijvoorbeeld de Russische Federatie op om haar tijdelijke bezetting van het grondgebied van Oekraïne onverwijld te beëindigen. Resolutie 68/262 van 27 maart 2014 benadrukte hetzelfde in algemene termen, benadrukte dat de bezetting “geen waarde” had en riep de Russische Federatie op om de territoriale integriteit en internationale grenzen van Oekraïne te respecteren.

Waarom president Zelensky het opzettelijk verkeerd voorstelt, is een raadsel. Misschien wil hij het feit verbergen dat de internationale gemeenschap en Oekraïne in zeven jaar niet in staat zijn geweest om iets tegen de Russische bezetting te doen of een politieke oplossing voor de bezetting dichterbij te brengen door overleg met het Kremlin. Wellicht wil hij geen krediet geven aan de succesvolle diplomatieke inspanningen van zijn voorganger president Porosjenko.

Het einde van de Russische bezetting is nog niet nabij, maar het is onvermijdelijk. Wellicht is daarvoor op termijn een regimewisseling nodig, waardoor de Russische Federatie, net als de Sovjet-Unie in 1990, door economische en mentale stagnatie in de richting van de democratische rechtsstaat zal opschuiven, omdat de samenleving verlamd is.

Fossiele brandstoffen zoals olie en gas zijn financieel de steunpilaar van de staat. Volgens de klimaatafspraken moet de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 95-100% zijn verminderd. Deze Russische energiemix past niet in de energietransitie. Afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is de bom onder de Russische Federatie, omdat het nog steeds de broodnodige valuta biedt om te blijven functioneren die binnen 30 jaar verloren zal gaan. Zonder dat hangt het af van het Westen en China. Het is dan ook niet vergezocht om aan te nemen dat de terugkeer van de Krim naar Oekraïne in de toekomst een van de voorwaarden zal zijn waarop het Westen de Russische Federatie wil ontmoeten.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel verwees enkele jaren geleden naar de bezetting van de DDR door Russische troepen die pas na 45 jaar eindigde. Het vergt geduld om dat af te wachten. De bezetting van de Krim door de Russische Federatie wordt niet erkend door de internationale gemeenschap en is dus per definitie tijdelijk als dit land in de toekomst goede betrekkingen wil opbouwen met de internationale gemeenschap.

Het is wachten op externe gebeurtenissen totdat de Krim automatisch terugkeert naar Oekraïne, zoals een appel van de boom valt.

Gedachte bij foto ‘Wildenbruchstr. Ecke Heidelberger Str., 15.8.1961’

Foto Berlijn, ‘Wildenbruchstr. Elke Heidelberger Str., 15.8.1961‘:

Op vele manieren fascineert deze foto me. Het is het begin van de bouw van de Berlijnse muur. Dat begon provisorisch met prikkeldraad op 13 augustus 1961 en eindigde met een optimaal opgetuigd, dodelijk niemandsland dat moest verhinderen dat burgers van Oost- naar West-Berlijn zouden vluchten. Hoewel het leiderschap van de DDR het anders voorstelde, namelijk als een muur om de fascisten buiten te houden. Een Antifaschistischer Schutzwall. Tja, hoe kan anders de waarheid gelogen worden? Het is 60 jaar geleden.

Op de foto is het twee dagen later, 15 augustus 1961. De titel zegt dat het op de hoek van de Wildenbruchstrasse met de Heidelberger Strasse is. Rechts is de Amerikaanse sector en links achter de muur in opbouw begint de sector van de Sovjet-Unie. De grens wordt gesloten.

De foto roept de vraag op of de toeschouwers goed doorhebben wat er gebeurt. De vrouw met de handtas met het kind aan haar rechterhand ziet het aan. Het zou mijn moeder kunnen zijn. Wat gebeurt hier?

Het is te simpel gedacht om de toeschouwers ramptoeristen te noemen, maar ze zien dat het onheil zich voor hun ogen voltrekt. Maar de vorm is nog ongewis. Mogelijk worden ze voor jaren afgesneden van hun familie, vrienden en hun eigen verleden. Mogelijk valt het mee, hopen ze.

Gaat dat door hun hoofd? Ze gissen hoe die vreemde entiteit, dat Fremdkörper in hun stad past. Die Alien van de vroege jaren 1960 die uit de communistische hemel is neergedaald.

Ach, het is mooi zomerweer, de zon staat hoog aan de hemel en er is geen wolkje aan de lucht. Het zal wel meevallen. Maar zoals zo vaak zegt de werkelijkheid wat anders en liegt er niet om. Kunnen kleine gebeurtenissen geen grote gevolgen hebben? Wat je noemt een dooddoener die telt.

Daar sta je dan op de hoek van een straat in West-Berlijn in augustus 1961. Als de volwassen het al niet snappen, hoe moeten de kinderen met hun step of fietsjes het opvatten? Het is vooralsnog betoverend en spannend en binnen enkele jaren bloedstollend. Zullen we het daar maar op houden?

Michel Onfray spreekt over Simon Leys

De Franse schrijver en activist Michel Onfray besteedt in zijn rubriek Autodafés (‘Boekverbranding’) voor het gematigd rechtse Le Point aandacht aan Simon Leys die hij als een groot auteur en vrije en onafhankelijke geest beschouwt.

Van de Belgische diplomaat, sinoloog en auteur Simon Leys (pseudoniem van Pierre Ryckmans) hoorde ik lang geleden voor het eerst. In NRC besteedde Rudy Kousbroek er aandacht aan. Hij schreef het voorwoord bij de Nederlandse vertaling van Leys’ boek Ombres Chinoises. Dat verscheen in 1976 als Chinese Schimmen.

Leys prikte niet alleen met opsomming van feiten de fabeltjes over het succes van het maoïsme door, wat in zijn ogen een mislukking was, maar viel ook de meelopers in het Westen aan die Mao bewierookten. Dat was in de tijd van de Vietnamoorlog toen in linkse kringen de VS niet populair waren. Leys’ verdienste was dat hij Mao’s Culturele revolutie (1966-1976) ontmaskerde.

Van de weeromstuit sloeg dat door in het verheerlijken van de Volksrepubliek China of de Sovjet-Unie. Het idee toen was dat het fascisme verwerpelijk was, maar het communisme niet. Dat werd juist als tegenwicht tegen het fascisme gezien en was daarom ondanks de aantoonbare fouten noodzakelijk. Achteraf bleek dat een onjuiste redenering, maar toentertijd waren het maar weinigen die het publiekelijk tegen de geharnaste linkse intellectuelen op durfden nemen. Hun macht in wetenschap, media en politiek was groot.

In 1975 vergoelijkte de toenmalige voorzitter van de PvdA Ien van den Heuvel na een bezoek aan de DDR het bewind ervan. De eeuwige oprichter van partijen Jan Nagel verklaarde bij terugkomst de Berlijnse Muur als historisch juist. Van den Heuvel en Nagel kwamen daardoor in conflict met partijleider Joop den Uyl en de Duitse SPD. Dat was de sfeer van die jaren in linkse kringen die nu nog nauwelijks valt voor te stellen.

Er waren in de eerste helft van de jaren 1970 twee polemieken die in Nederlandse kranten werden uitgevochten en waar vele gezaghebbende wetenschappers, schrijvers en journalisten bij betrokken waren en hun volle gewicht in legden: de affaire Weinreb en het China-debat met Leys. Vriendschappen en carrières gingen eraan kapot. Die debatten werden tamelijk centraal gevoerd omdat sociale media ontbraken en de televisie nog in de kinderschoenen stond.

De felheid kon worden verklaard door de verwerking van de Tweede Wereldoorlog die 25 jaar na het einde ervan pas goed op gang kwam en de Koude Oorlog waardoor de wereld grofweg in twee blokken was verdeeld die elkaar op leven en dood bestreden. Door de op scherp staande kernbommen kon elke ontsporing grote gevolgen hebben. De claim op slachtofferschap was de overeenkomst die de twee affaires verbond.

Onfray memoreert dat geprobeerd werd Leys onschadelijk te maken door hem een vriend van het kapitaal te noemen die door de CIA werd gesteund. Voor nuancering tussen links en rechts was tijdens de Koude Oorlog weinig plaats. De Franse liberale socioloog en journalist Raymond Aron was ook zo iemand die niet in een links of rechts hokje paste. Net als Leys moest hij niks van het communisme hebben. Twee denkers die met realisme en verstand niet de mode volgden en zich vastklonken aan een ideologie, maar in vrijheid hun eigen weg zochten.

Onvermijdelijk in zo’n Franse rubriek is dat er openstaande rekeningen vereffend moeten worden met levende en niet-levende auteurs. De verwijzing naar namen als Sollers, Barthes, Kristeva of André Glucksmann geeft aan dat wat in Nederland voor velen verre geschiedenis is in Frankrijk nog deel van de hedendaagse realiteit is. Al is het tussen intellectuelen onderling. In het Nederlandse publieke debat worden namen als Wertheim, Kousbroek, Renate Rubinstein of Martin van Amerongen op z’n best nog vaag herkend. Dat is jammer, want er valt veel af te leiden uit het denken van grote voorgangers. Zeker als het om een grote geest als Simon Leys gaat.

AfD-sympathisant brengt bestuur van tentoonstelling tot conclusie dat politieke neutraliteit onmogelijk blijkt. De zaak Axel Krause

De zaak Axel Krause, ofwel Der Fall Axel Krause houdt de Duitse kunstwereld bezig. En dan vooral in de nieuwe deelstaten van de voormalige DDR en in het bijzonder in Leipzig. Het gaat om de vrijheid in en van de kunst. Moet de kunst- of museumsector een moraalvrije zone zijn of niet? Of liever gezegd, kan het dat zijn in deze tijden van identiteitspolitiek en polarisatie en de reactie daarop waarbij demagogie niet gespaard wordt?

Axel Krause (1958) is een schilder uit Leipzig die met de Neue Leipziger Schule met onder andere Neo Rauch geassocieerd wordt. Krause sympathiseert met de rechts-radicale AfD en dat wordt hem door velen in de kunstwereld niet in dank afgenomen. De in zijn ogen massa immigratie in 2012 onder kanselier Merkel acht hij een grote fout en de reactie daarop van de AfD als een correctie. Voor de politiek heeft hij weinig goede woorden over. Zijn galerie Kleindienst in Leipzig heeft de samenwerking met Krause na 14 jaar opgezegd.

Afgelopen week heeft de zaak Krause ook de jaarlijkse Leipziger Jahresausstellung getroffen. Op de site staat onderstaande verklaring te lezen. Erin valt de worsteling te lezen om de juiste houding te vinden. Op 31 mei wordt verkondigd dat het bestuur besloten heeft om Krause uit te sluiten omdat ‘De publieke verklaringen van Axel Krause in tegenspraak zijn met de ethische principes van onze vereniging’. Het bestuur zegt ‘de kunst niet meer van de kunstenaar te kunnen scheiden’ en daarom per 1 juni 2019 af te treden omdat ‘politieke neutraliteit in deze tijd onmogelijk blijkt’. Op 1 juni wordt er een verstrekkende mededeling aan toegevoegd, namelijk dat de tentoonstelling wordt geannuleerd. Als reden wordt gegeven dat de sfeer gepolitiseerd en behoorlijk verhit is en er in die situatie geen tentoonstelling gegarandeerd kan worden zoals in de afgelopen 25 jaar. De zaak wordt doorgeschoven naar een nieuw bestuur dat beslist over een nieuwe procedure. Men kan zich een voorstelling maken van verhitte debatten met schreeuwende discussianten die allen het gelijk aan hun zijde claimden. Het bestuur voelt zich ongelukkig omdat het daartussen niet kan en wil kiezen.

In een commentaar toont cultuurjournalist Jörg Schieke van omroep MDR weinig begrip voor de afgelasting. Hij meent dat het bestuur van de Leipziger Jahresausstellung in de val trapt die de AfD heeft gezet en eraan meehelpt om de openheid in te perken: ‘Irgendwer sagt AfD, und schon wird im Lager der Kunstwächter eingeteilt und zensiert, zurechtgewiesen und ausgeschlossen. Mit einem zudringlichen, beängstigenden Eifer werden  ideologische Knöllchen verteilt, und der Kampf wird damit genau in jenen Käfig getragen, den die AfD ja gerade dafür eingerichtet hat’. Waarom mag het publiek niet zelf oordelen over de twee schilderijen van Axel Krause die getoond werden, aldus Schieke? Wordt het te stom geacht? Vooral in de voormalig DDR zijn de wonden nog vers, het is nog geen 30 jaar geleden dat de muur viel en burgers rechteloos waren. Ze moesten hun onschuld bewijzen tegenover de zittende macht. Schieke meent dat het bestuur onder druk is gezet en bakzeil heeft gehaald. Het cynisme druipt van het commentaar af als hij meent dat degene die aan de deur afgewezen wordt de winnaar is omdat iedereen uitsluitend over hem praat. Over Axel Krause dus.

Foto 1: Schermafbeelding van persverklaring van het bestuur van de Leipziger Jahresausstellung over de afgelasting van de tentoonstelling 2019, 1 juni 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarAbsage in Raten: Wenn Kunst und Politik durcheinander gehen’ van Jörg Schieke voor MDR KULTUR, 3 juni 2019. Met links naar artikelen over de zaak Axel Krause en de vrijheid van de kunst.

Tim Murck, Bertolt Brecht en kunst met een hamer en sikkel

Mijn reactie bij deze video:
Mooi verhaal waar ik het graag eens ben. Op een aspect na. Namelijk Bertolt Brecht. Hij is in dit verband een ongelukkig voorbeeld. Om niet te zeggen een voorbeeld dat het hele betoog onderuithaalt.

Ja, we kennen zijn theorie over montage en vervreemding. Het getuigde van inzicht en binnen de traditionele Duitse toneelwereld van lef om de realiteit van de vierde wand te doorbreken.

Maar nee, in zijn politieke stellingname in de toenmalige DDR was Brecht niet oprecht en een opportunist. Zoals ten aanzien van Stalin wiens misdaden na diens dood aan Brecht bekend waren geworden en de opstand van arbeiders in 1953. Over beide durfde hij in zijn laatste jaren geen stelling te nemen omdat hem dat in conflict met de machthebbers had gebracht. En hem niet het bespelen van het Berlijnse Theater am Schiffbauerdamm had opgeleverd.

Brecht bleef wellicht nadenken, maar hij slikte veel van wat hij dacht in zijn latere jaren in. Dat was in de toenmalige DDR geen kunst met een hamer, maar kunst met een hamer en sikkel.

Thierry Baudet praat Russische annexatie van Krim goed. Vanwege gebrekkig inzicht, onervarenheid of aanschurken tegen Kremlin?

In een commentaar voor DDS laat Tim Engelbart weinig heel van Baudets argumentatie om de band met de Russische Federatie te herstellen die door de annexatie van de Krim door dat land verstoord is. Engelbart verwijst naar Baudets optreden voor BNR Nieuwsradio en concludeert onder verwijzing naar de betrokkenheid van het Kremlin bij het neerschieten van de MH17: ‘Kortom: door nu met getuite lippen onder de Moskouse mistletoe te gaan staan, laat je zien dat je als land niet over karakter beschikt. Het zal het beoogde effect trouwens niet bewerkstelligen, trouwens: je wordt met zo’n daad van onderdanigheid namelijk nooit een bondgenoot van Rusland. Hooguit een vazalstaat.’ Engelbart oppert dat Baudet niet over karakter beschikt.

Baudets argumentatie geeft aan dat hij geen strategische politicus met een brede horizon, een lange adem, voldoende historisch besef en inzicht is. De Duitse kanselier Angela Merkel maakte in 2017 in een interview met de Frankfurter Allgemeine een vergelijking van de bezetting van de voormalige DDR door de Sovjet-Unie met de huidige bezetting van de Krim door de Russische Federatie: “Als ik bijvoorbeeld nu hoor dat de Russische annexatie van de Krim moet worden aanvaard, dan denk ik: wat zou er gebeurd zijn, als men ons destijds in de DDR had behandeld volgens het motto, ‘het is duidelijk dat Duitsland gedeeld is, niets zal dat veranderen’?” Zo is het ook met de Krim, het kan wellicht 40 of 50 jaar duren voordat de Russische Federatie gedwongen zal zijn de bezetting op te geven, maar voor politiek die gaat voor stabiliteit en de internationale rechtsorde kan alleen dat het einddoel zijn. Mijn reactie bij het artikel:

Eens met het commentaar. Het is een slecht plan van Baudet om door de vingers te zien dat de Russische Federatie in 2014 de Krim onrechtmatig heeft geannexeerd en het Kremlin daar niet voor verantwoordelijk te stellen. Het referendum waarmee die overdracht werd opgetuigd werd in een VN-resolutie door een grote meerderheid van landen eveneens als onrechtmatig gekenmerkt.

Moskou heeft in 1994 het Boedapester Memorandum getekend dat de territoriale integriteit en soevereiniteit van Oekraïne erkende. Dat was een ruil voor Kiev dat haar verouderde kernwapens opgaf. In 2014 schond de Russische Federatie dit verdrag en een reeks andere verdragen dat het of haar rechtsvoorganger de Sovjet-Unie had getekend. Baudet legt de internationale rechtsorde naast zich neer en keurt met andere woorden de schending ervan onvoorwaardelijk goed. Dat is onverstandig voor de stabiliteit in Oost-Europa. Het verlaagt de drempel voor landen om andere landen binnen te vallen of te ondermijnen.

Dat het gewenst is dat de verhouding tussen de Russische Federatie en het Westen verbetert is een andere zaak. Maar de vraag is dan onder welke voorwaarden dat moet gebeuren. De liefde tussen landen of machtsblokken moet van beide kanten komen. De weg die Baudet kiest is eenzijdig en bevat geen tijdpad en een pakket maatregelen dat de spanning uit de lucht neemt. Integendeel, Baudet beloont de agressor en laat het daar bij.

Men kan alleen maar gissen waarom Baudet tot deze gedachten komt die ook nog eens in strijd zijn met andere standpunten van hem over de Russische Federatie. Is het zijn simplisme dat zegt ‘de vijand (Russische Federatie) van mijn vijand (EU) is mijn vriend’, zijn onervarenheid als beginnend politicus of is er meer aan de hand?

Het is een publiek geheim dat talloze Europese radicaal- en extreem-rechtse partijen door het Kremlin financieel, politiek of publicitair worden gesteund. Of Forum voor Democratie zich die Russische steun laat aanleunen of er door dit standpunt van Baudet naar hengelt valt vooralsnog niet uit te maken. Maar dat Baudet met deze uitspraken de schijn tegen heeft dat hij materiële of immateriële Russische steun zoekt en zich keert tegen de Nederlandse consensus inzake de Russische Federatie en de EU is een teken aan de wand.

Baudet is een politieke spookrijder die met zijn uitspraken de positie van Nederland verzwakt. Dat is uitzonderlijk voor een politicus die zegt voor de Nederlandse natiestaat te gaan. Het lijkt er sterk op dat Baudet aarzelend en halfslachtig de weg inslaat die Steve Bannon voor president Trump heeft uitgetekend. Namelijk het vernietigen van de Nederlandse staat en het omverwerpen van de gevestigde orde. Terwijl Baudet notabene prominent onderdeel van dat establishment is. Baudet als Marxist-Leninist die toenadering tot het Kremlin zoekt. Het valt te bezien of de Nederlandse kiezers het pikken als Baudet in het openbaar verklaart dat dat zijn streven is.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThierry Baudet wil band met Rusland weer aanhalen: ‘De Krim gaat nooit meer naar Oekraïne, aanvaard dat!’’ van Tim Engelbart op DDS, 28 juni 2018.

In gesprek met Jan Verheul, LibertyFlea en Hugo Jansen over de Russische Federatie en het voorbijgaan van oude wereldbeelden

NRC-journalist Wilmer Heck publiceerde op 24 april een artikelPro-Russische krant blijkt betaald door Brabantse bioboer die strijdt tegen ‘joodse elite’’. Het ging om Hugo Jansen die de pro-Putin publicatie De Andere Krant financieel steunt en onder meer als ‘Jan Verheul’ op zijn blog in een mission statement zegt:

Ik probeer te begrijpen wat Hugo Jansen bezielt en waarom hij redeneert zoals hij redeneert. Hoe komt hij tot zijn standpunten en waar komen ze vandaan? In een eerdere reactie op zijn blog merkte ik op: ‘Wat een vreemd commentaar op het artikel van NRC. U zegt onder meer: ‘Toch niet zo vreemd dat ik Putin steun, lijkt mij. Putin wordt al jaren zwart gemaakt, omdat Amerika alléén baas in de wereld wil zijn. Dat blijkt helder uit hun documenten.’ Daar kwam een reactie van LibertyFlea op van wie ik aanneem dat het een alias van Hugo Jansen is. Die reactie was niet onvriendelijk en begon zo: ‘Met respect voor uw wel zeer balancerend, onpartijdig commentaar moet ik toch kwijt dat hier niet alleen op Putin vs het Westen gaat.’ Daarna wordt veel overhoop gehaald. Daar reageer ik weer op en die reactie plaats ik hieronder. Nogmaals, ik probeer niet te veroordelen, maar te begrijpen. En in het voorbijgaan enkele misverstanden uit de weg te ruimen:

Laten we ons aan de feiten houden. Het is nooit aangetoond dat toenmalig secretaris-generaal Gorbatsjov en de toenmalige Westerse leiders rond 1990 hebben afgesproken dat de NATO zich niet naar het Oosten richting grens van de Sovjet-Unie zou uitbreiden. Gorbatjsov heeft later juist gezegd dat hij dit onderwerp op het hoogste niveau nooit naar voren heeft gebracht, laat staan dat afspraken over die uitbreiding  in een officieel document zou zijn geformaliseerd. Alleen over de stationering van Westerse troepen in de toenmalige DDR zijn afspraken gemaakt.

Het is om meerdere redenen ook niet logisch dat die afspraken gemaakt zouden zijn. Ten eerste lag de Soviet-Unie rond 1990 economisch en politiek op de rug en was het niet in de positie om concessies af te dwingen bij Westerse leiders. Ten tweede had de Sovjet-Unie internationale verdragen zoals de Helsinki Akkoorden 1975 actief gesteund en was er zelfs een initiator van. Erin werden de soevereiniteit en het zelfbeschikkingsrecht van staten gegarandeerd (‘Soevereine gelijkheid, respect voor de rechten die inherent zijn aan soevereiniteit’). Gezien hun 20ste eeuwse geschiedenis waren het de Centraal-Europesee landen zelf die aansluiting zochten bij de NATO om daar bescherming te vinden.

Ik ben het met u eens dat er in het Westen een vijandige beeldvorming over het bewind van president Putin bestaat. Zoals er overigens vanuit het Kremlin een vijandig beeld van het Westen wordt opgebouwd. Maar ik ben het met u oneens dat er in het Westen een vijandig beeld over de Russische Federatie en het Russische volk bestaat, of moeite wordt gedaan om dat beeld te vestigen. Laten we daarom beseffen tegen wie dat vijandbeeld gericht is. Ja, tegen de leiders in het Kremlin en de kring van zakenvrienden, oligarchen en functionarissen van Putin, maar nee, tegen de Russische Federatie en de volkeren en nationaliteiten van die federatie.

Het is me niet ontgaan dat president Putin in verband wordt gebracht met de gifgasaanval op Sergei Skripal en diens dochter in het Britse Salisbury. Het onderzoek is bij mijn weten nog niet afgerond, maar het meest waarschijnlijke scenario is dat het zenuwgas novichok, het motief en de omstandigheden erop wijzen dat het een Russische operatie was die in opdracht van de politieke leiding van de Russische Federatie is uitgevoerd.

Putin wordt in het Westen niet als een monster afgeschilderd, maar als een berekenend leider die met relatief goedkope middelen (cyberwarfare, omkoping van Europese radicaal-rechtse en radicaal-linkse politici, inperking van de persvrijheid en gelijkschakeling van de Russische media, op het westen gerichte propaganda) verdeeldheid probeert te zaaien in het Westen en zich vastklemt aan de macht. Hoewel dat laatste ook uitgelegd kan worden als het ontbreken van een voor alle partijen in het Kremlin aanvaardbare exit-strategie van Putin. Putin gijzelt met zijn vertrouwelingen de Russische Federatie, maar tegelijk wordt hijzelf ook gegijzeld en kan niet opstappen. Dat is overigens een fundamenteel verschil met Westerse democratieën waar machtsoverdracht in wetten geregeld is en niet zoals in de Russische Federatie een sprong in het duister.

Syrië en ISIS is weer een ander onderwerp. Laat ik volstaan met de constatering dat het om een gemengd beeld gaat met allerlei claims en beschuldigingen over en weer. Wat er in een oorlog gebeurt is niet per definitie identiek met wat de nieuwsconsument erover verteld wordt. Zowel in het Westen als in de Russische Federatie. Maar er bestaat wel overeenstemming over het feit dat het regime van Assad afgelopen jaren ISIS relatief met rust heeft gelaten.

Tekenend voor dat verwarrende beeld was de aanval van een door de VS geleide coalitie op 7 februari bij Deir al-Zour waar naar verluidt 200 Russische door het Russische leger  ondersteunde huurlingen van de Wagner Groep werden gedood. Het Kremlin houdt dat stil, zoals het ook sinds 2014 zwijgt over de in de Russisch-Oekraïense oorlog in Oost-Oekraïne gevallen Russische militairen, ‘toeristen’ en huurlingen. Warlords die voor de eigen portemonnee gaan en vaak haaks opereren op het officiële beleid van hun land vertroebelen verder het beeld van een oorlog met een duidelijk einddoel. Hoewel het verlengen van een oorlog ook een doel kan zijn en kan dienen om andere landen in de wielen te rijden en te verzwakken.

Ik ben het niet oneens met sommige van uw observaties over de VS en NATO, maar nogmaals, dat poetst de daden van Putin niet schoon. Dat gaat dan niet eens zozeer over de tegen het Westen gerichte acties omdat het Westen genoeg politieke en militaire macht heeft om zich teweer te stellen. Hoewel die macht overigens tot nu toe nauwelijks ingezet wordt. Dat gaat over het Russische volk dat weliswaar zweert bij een tsaar, maar in dat stilzwijgend afgesloten sociale contract tegelijk ook verlangt naar stabiliteit, welzijn, ontwikkeling van hun land, toepassing van de rechtsstaat en bestrijding van de corruptie. Dat alles levert Putin op dit moment onvoldoende en sociale onvrede is een risico voor hem. Ofschoon hij de urgentie goed beseft en nu zegt in te gaan zetten op de vergroting van de budgetten voor onderwijs, gezondheid en infrastructuur. Het Russische volk vraagt de urgentie die het verlangt en het is de vraag of het Kremlin daarin tijdig kan voorzien.

De paradox is dat de expansie van de Russische Federatie in het Westen die verder gaat dan de ‘normale’ verdediging van de eigen soevereiniteit en territoriale integriteit samen met het opbouwen van een binnenlandse nationale identiteit, wellicht het zelfbeeld van inwoners van de Russische Federatie versterkt en zo op dit moment de macht van Putin versterkt, maar voor de lange termijn ondermijnt dat juist de positie van machtscentrum en staat omdat het zich ermee internationaal isoleert en dit wegens gebrek aan macht en capaciteit economisch niet vol kan houden.

Een wereldbeeld dat uit de schuld van de een de onschuld van de ander laat volgen is onhoudbaar. Des te meer omdat de wereld sinds het eind van de koude oorlog is gefragmenteerd. Nieuwe landen als China zijn in opkomst, niet-statelijke actoren als Al Qaida die over grenzen opereren hebben aan belang gewonnen en Westerse en niet-Westerse multinationals Facebook, Alibaba, Google of Goldman Sachs  onttrekken zich door de economisering van de politiek hoe dan ook grotendeels aan de macht van staten (hoewel de bandbreedte per land verschillend is). De Russische Federatie en het Westen zijn niet langer communicerende vaten, waarbij een actie van de een direct 1 op 1 gevolg heeft bij de ander. En het een direct uit het ander af te leiden is, en omgekeerd.

Zo’n redenering is achterhaald en verklaart de huidige wereld niet meer. Of in elk geval onvoldoende. Het past bij een vorige fase van onze geschiedenis tot 1991 die wel verregaand dualistisch was. Maar nu leven we in een multipolaire wereld. Waarschijnlijk heeft de inzet van zo’n vroegere focus te maken met de achtergrond en de generatie van de beschouwer die opgegroeid is tijdens de koude oorlog. Daarom is het verleidelijk daarin te blijven hangen. Het is via een omweg niet zozeer een bevestiging van het eigen gelijk, maar van het eigen levensverhaal.

Met als complicatie dat hardliners in Moskou en Washington er belang bij hebben (hun nationale veiligheidsindustrie, hun legitimatie van de macht) om dat oude vijandbeeld in stand te houden, of zelfs opnieuw uit de kast te halen en weer glanzend op te poetsen. Maar als wij in onze eigen tijd willen leven en daar zinvol op willen reflecteren, moeten we juist voorbijgaan aan oude vijandbeelden. Niet omdat nostalgie niet mag, maar omdat het het zicht ontneemt op de uitdagingen en problemen van nu. Die willen we toch begrijpen om ze vervolgens in een debat met elkaar te bespreken?

Foto 1: Militair van de 2e Infanteriedivisie van de VS en Duitse krijgsgevangenen in de stad Leipzig, 19 april 1945.

Foto 2: Schermafbeelding van ‘mission statement’ op het blogxevolutie.blogspot.nl’ van Jan Verheul (= Hugo Jansen).