George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Sociaal-democratie

Trilemma van Rodrik wijst voor de EU op de keuze voor nationale soevereiniteit en democratie ten koste van de interne markt

leave a comment »

Omdat er nog een economische rechtvaardiging ontbrak aan de politieke analyse verwijs ik in aanvulling op mijn commentaar over het Marshallplan 2.0 naar bovenstaande video van hoogleraar internationale politieke economie Dani Rodrik uit 2011. Rodrik is bekend geworden door de formulering in 2007 van zijn trilemma: ‘It says that democracy, national sovereignty and global economic integration are mutually incompatible: we can combine any two of the three, but never have all three simultaneously and in full. Dit trillemma komt erop neer dat de hyperglobalisering waarin banken en multinationals eenzijdig de macht hebben gegrepen wordt teruggedraaid ten gunste van de opwaardering van de nationale (en zelfs lokale) soevereiniteit en democratie.

In de EU is als gevolg van de globalisering en het opdringen van machtige spelers spanning ontstaan tussen de dominantie van de interne markt én het concurrentievermogen en de evenwichtigheid van de economieën van de afzonderlijke EU-lidstaten. Zoals de ‘linkse’ Britse hoogleraar economie Philip Whyman aan de hand van Rodriks gedachtegoed in een aflevering van VPRO’s Tegenlicht benadrukt is de Britse economie ‘zwaar uit balans’ (na 25’) met een te grote financiële industrie en een te kleine maakindustrie. Binnen de interne markt wordt die tendens eerder versterkt dan afgezwakt. Brexit lijkt voor het VK de enige manier om dat proces te stoppen omdat de EU de nationale staten niet de ruimte biedt om dat principe van de interne markt af te zwakken door ruimte te scheppen voor het versterken van de concurrentiekracht van de nationale staten.

Simpelweg gezegd zorgt de interne markt van de EU voor diversificatie en specialisatie ten koste van spreiding en binnenlandse harmonisatie. Dit aspect van economische politiek van de Brexit blijft in de discussies erover grotendeels onderbelicht, hoewel linkse economen en politici het wel noemen als pro-Brexit argument.

De driedeling is de volgende: 1) In aanvulling op een Marshallplan 2.0 voor de EU dat opteert voor het herstel van de verzorgingsstaat en een strenger migratiebeleid moet 2) de economische politiek van de EU aangepast worden door de dominantie van de interne markt -die een vorm van globalisering is- af te zwakken zodat in het trilemma van Rodrik ruimte ontstaat voor nationale soevereiniteit en democratie en 3) de supranationale krachten die op dit moment de interne markt ‘in bezit’ hebben genomen teruggedrongen worden en de zeggenschap over de economie weer verschuift naar de nationale politiek. Er dient streng voor gewaakt te worden dat de globale machten niet in de vermomming van nationale krachten terugkeren. Lokale initiatieven vanuit de basis kunnen dit bemoeilijken door het model van onderop te voeden. Een belangrijk neveneffect is dat deze aanpak van de hyperglobalisering die de (neo)-liberalisering tackelt motivatie, programma en nieuwe zin geeft aan het sociaal-democratisch gedachtegoed waarbij de factor arbeid wordt opgewaardeerd.

De reset van de economische politiek van de EU die het oppergezag van de interne markt terugschroeft heeft als doel om a) de hyperglobalisering van de Europese economie terug te dringen, b) de economie weer in handen van de nationale politiek te leggen, c) de verstorende, ontregelende invloed van de globalisering en de over grenzen heen opererende multinationals en financiële instellingen die daar verantwoordelijk voor zijn terug te dringen ten gunste van nationale (en lokale) producenten en dienstverleners, e) de levensvatbaarheid en flexibiliteit van de EU te verhogen en f) de centrumkrachten die in een strijd gewikkeld zijn met de links-populisten en rechts-populisten instrumenten in handen te geven om het politieke initiatief terug te nemen.

Advertenties

Ideeën voor een Marshallplan 2.0 dat verzorgingsstaat herstelt en een nieuw migratiebeleid ontwerpt. Kern is het besef van urgentie

with 3 comments

De Groene biedt een interessant interview van Lex Rietman met de Portugese socioloog Boaventura de Sousa Santos over Europa. Het gaat me er niet om of wat hij zegt klopt, maar vooral tot welke ideeën de gedachten van De Souza Santos leiden. In bovenstaande passage heeft hij het over het Marshallplan dat in 1948 in werking trad en achteraf als een succes wordt gezien. Tegelijk was het ook een middel van de VS om West-Europa binnen de eigen invloedssfeer te houden. Vraag is of dat in een andere vorm herhaald kan worden in een Marshallplan 2.0 en onder welke voorwaarden dat dan moet. Dat is een vraag naar de noodzaak voor zo’n integraal plan. Want als het er eenmaal is dan kan het mits goed uitgevoerd succesvol zijn. Maar hoe, door wie, waarom en onder welke randvoorwaarden en met welke afgrenzing moet het opgetuigd worden?

Sinds 1948 is er veel veranderd. Het belang van Europa en het Europees-Amerikaans bontgenootschap neemt af en los van het huidige bewind van president Trump zijn de VS politiek, economisch en cultureel niet meer zo dominant als 70 jaar geleden. Landen als China en India zijn aan een opmars bezig. Maar toch, nog steeds zijn de VS en de EU de machtigste economische blokken ter wereld. Ze hebben elkaar ook in cultureel opzicht nog steeds veel gemeenschappelijks te bieden. Is er nu geen ‘onderprestatie’ en ‘onderwaardering’ van een in potentie goede samenwerking? Complicatie is dat er in zowel de VS als de EU economische krachten over grenzen heen zijn, zoals multinationals en financiële instellingen die hun eigenbelang stellen voor het algemeen belang van de VS en de EU. Die krachten moeten in een Marshallplan 2.0 teruggedrongen worden.

Ik heb het Marshallplan altijd begrepen als een project dat opgetuigd werd door de Amerikaanse regering om West-Europa van het communisme te redden én van Europa een afzetmarkt voor de Amerikaanse economie te maken. Maar ook om Europa cultureel te binden aan de VS. Het lamgeslagen Europa van 1948 zit in 2019 in een betere positie, hoewel dat anders lijkt door een sfeer van defaitisme die het oude continent teistert.

Het is nu een wat ideeën-arme periode in Washington, Londen en Brussel, maar als over enkele jaren de waan van de dag wat is uitgewoed en daar weer capabele leiders aan de macht zijn dringt wellicht het besef door dat door de opkomst van het rechts-populisme in landen als Italië, Polen, Hongarije, Zweden, Duitsland, het VK en Frankrijk een nieuw overkoepelend plan nodig is om dat te counteren. Een extra zet kan de afnemende populariteit van de Russische president Putin en het einde van zijn termijn als president in 2024 geven.

De optie is een Marshallplan 2.0 dat niet uitgaat van het communisme dat Europa bedreigt, maar van de middelpuntvliedende krachten van het rechts-populisme dat de EU wil ontmantelen. Zonder dat populisten een masterplan hebben voor hoe het dan wel moet. Terwijl in 1948 de kern van het toenmalige Marshallplan de wederopbouw van Europa was, kan de kern van Marshallplan 2.0 de reconstructie van de verzorgingsstaat en het verbeteren van sociaal-economische factoren zijn. Zoals de aanpak van belastingontwijking, inkomensongelijkheid en de herwaardering van arbeid boven kapitaal. Dat neemt het rechts-populisme de wind uit de zeilen. Een aanwijzing hiervoor is de motivatie van de Britten om voor de Brexit te stemmen. Hoofdoorzaak was de afbraak van de verzorgingsstaat door de regering Cameron. Als ijkpunt kan worden teruggegaan naar de verworvenheden die bestonden aan het einde van de 1970s voordat het neoliberalisme van Thatcher en Reagan leidend werd en het sociale contract tussen overheid en burgers verbroken werd.

Het gaat om het besef van urgentie. Daar draait alles aan. Dat is de inschatting van wat we hebben, wat we kunnen verliezen en hoe we dat verlies kunnen voorkomen. De analyse wordt al vele jaren gemaakt dat de afbraak van de verzorgingsstaat en het opdringen van het casino-kapitalisme van multinationals en financiële instellingen voor samenlevingen schadelijk is. De ongelijkheid neemt toe en de sociale cohesie neemt af. Maar vervolgens gebeurt er niks. Omdat het bedrijfsleven sinds 1980 de macht heeft gegrepen en de politiek in de zak heeft zal het die macht nooit vrijwillig afstaan. Er zijn echter ook stemmen binnen het bedrijfsleven die van mening zijn dat de privatisering en afbraak van de verzorgingsstaat te ver is doorgeschoten. Zij moeten aan boord worden genomen om de urgentie voor het Marshallplan 2.0 in eigen kring te bepleiten.

Opzet is een fors, integraal plan van aanpak dat grensoverschrijdend is, de economie politiseert en de politiek de-ëconomiseert en de centrum-linkse en centrum-rechtse partijpolitiek weer instrumenten geeft om de kiezers te binden aan de hand van een redelijk egalitair programma dat de verzorgingsstaat restaureert en de immigratiepolitiek tijdelijk stabiliseert. De aanpak hoeft niet gericht te zijn tegen rechts-radicale en links-radicale partijen die vijandig staan tegenover de EU en de universele waarden. De aanpak moet het positieve benadrukken en ook de hoop en verwachting van de wederopbouw reconstrueren. Onderdeel daarvan is ook een culturele opleving, ambitie en zelfvertrouwen waarbij de Europese kunst en cultuur weer centraal komen te staan en een hoofdrol is weggelegd voor kunst, taal en geschiedenis van de afzonderlijke landen. Als er frictie bestaat met de cultuur en economie van de VS of tussen de afzonderlijke Europese landen onderling hoeft dat binnen het plan niet opgelost te worden omdat er genoeg gemeenschappelijke grond overblijft.

De migratie van buiten de EU moet tijdelijk opgeschort worden om te komen tot een beleid dat past bij emigratielanden die per land zelf voorwaarden stellen aan wie ze wel of niet binnenlaten. De instroom moet beter gecontroleerd worden en afgestemd worden op de behoeften van de ontvangende landen. Toegang tot sociale voorzieningen of toegang tot rechten kan hierbij een rol spelen als fysieke afbakening onmogelijk lijkt. Daarna moet een nieuw overkoepelend immigratiebeleid binnen de EU in werking treden dat is gemodelleerd naar de Amerikaanse, Canadese en Australische voorbeelden waarbij het ontvangende land eenzijdig de voorwaarden stelt. Stabilisatie is een voorwaarde voor integratie. Maar de EU-lidstaten spreken wel af om uitgaande van een beleid vol compassie met elkaar verantwoordelijk te zijn voor de ontvangst van migranten.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel‘We moeten de kapitalistische overheersing ter discussie stellen’’ in De Groene, 5 juni 2019.

Foto 2: Affiche van het Marshallplan, Collectie NIOD.

Oudenampsen bespreekt boeken over neoliberalisme en geeft stof tot nadenken hoe de politiek macht over de economie kan krijgen

leave a comment »

Een interessante boekbespreking van socioloog Merijn Oudenampsen in NRC over het neoliberalisme en de invloed ervan op de samenleving. Overigens ontbreekt in de webversie zijn naam en is de titel ‘De maakbare markt’ van de papieren versie gewijzigd in ‘Waar komt toch dat hardnekkige geloof in de vrije markt vandaan?’. In april 2018 had ik per e-mail een uitwisseling van gedachten met Ombudsman NRC Sjoerd de Jong en wees ik hem erop dat de papieren versie niet meer op te roepen viel en vervangen was door de webversie, zoadat de archieffunctie van de krant verloren ging. Tot mijn genoegen zie ik dat dat gewijzigd is en dat online de optie ‘Oude digitale editie’ toegevoegd is waarmee men de papieren editie kan oproepen.

Oudenampsen bespreekt vier boeken over het neoliberalisme en kiest daarbij zijn woorden behoedzaam en zorgvuldig. Hij constateert dat het neoliberalisme diverser is dan vaak gedacht wordt, en meer is dan ‘het Amerikaans wildwestkapitalisme’. Tussen de regels door klinkt zijn politieke stellingname als hij constateert: ‘Het neveneffect van de depolitisering van economische vraagstukken is een sterke politisering van het culturele domein. Het paradoxale gevolg van de ontkoppeling van cultuur en economie is dat een cultureel nationalisme is opgekomen, dat zich eveneens keert tegen de internationale instituties van de markt.’ In de praktijk betekent dat kort door de bocht dat de sociaal-economie weggehaald is bij de politiek en vervangen is door sociaal-cultuur. Politieke partijen hebben geen zeggenschap meer over de eigendomsverhoudingen, inkomensverschillen en belastingheffing, en moeten zich tevreden stellen met debatten over identiteit, nationalisme of sociale cohesie van een volk. Deze ontkoppeling van cultuur en economie verklaart in welke fase van het politieke debat we verzeild zijn geraakt. Zijn slotnoot dat Trump en Brexit ertoe kunnen leiden dat de politiek opnieuw opgetuigd wordt klinkt merkwaardig omdat Trump en de Britse Tories niet tornen aan de depolitisering van de economie of de economisering van de politiek en zich bovenal cultureel uiten.

De vraag die dat weer oproept en waar Oudenampsen binnen het kader van zijn boekbespreking niet aan toekomt is of er een masterplan ten grondslag ligt aan die ontkoppeling van economie en cultuur. Het staat buiten kijf dat sinds het tijdperk Reagan-Thatcher de besluiten over de economie de politiek ontnomen zijn, maar het is onduidelijk of die ook bewust zijn vervangen door debatten over cultuur. Want de politiek moet ergens over gaan, en als dat niet de economie is dan blijft cultuur als surrogaat over om de leegte op te vangen en de politiek een idee van urgentie te geven. Een en ander verklaart trouwens ook waarom de sociaal-democratie geen missie meer kan hebben nadat de arbeiders cultureel geëmancipeerd waren.

Oudenampsen wijst op Oostenrijkse denkers als Ludwig von Mises en Friedrich Hayek: ‘Naar het evenbeeld van het verdwenen Oostenrijks-Hongaarse Rijk ontwierpen zij een visie van een federale organisatievorm, waar natiestaten de controle zouden houden over culturele aangelegenheden, maar de vrije markt en vrije kapitaalstromen door een federale instantie gewaarborgd zouden worden.’ Die federale instantie is in de praktijk het internationale bedrijfsleven van multinationals en financiële instellingen geworden. Door deregulering en privatisering ontstonden ‘enorme bedrijven, die zoveel marktmacht hadden dat ze de concurrentie grotendeels konden negeren of uitschakelen.’ Door hun marktmacht konden ze niet alleen de concurrentie uitschakelen, maar ook de politiek opkopen. In combinatie met de afgenomen macht van vakbonden en overheid vertaalt zich dat in stabiliserende lonen die niet stijgen bij een florerende economie omdat de ‘enorme bedrijven’ dat eenzijdig blokkeren. De ideeëngeschiedenis die Oudenampsen aan de hand van deze boekbespreking schetst en voor een breed publiek bereikbaar maakt biedt stof tot nader nadenken.

Foto: Schermafbeelding van de ‘oude digitale editie’ (achter betaalmuur) van het artikelDe maakbare markt’ van Merijn Oudenampsen in NRC Boeken, 14 september 2018.

PvdA belichaamt race naar de bodem door uitnodiging Corbyn

with 3 comments

Op 5 juli 2018 was de Britse Labour-leider Jeremy Corbyn op bezoek bij de PvdA in Den Haag. Aanleiding was het Fair Tax Event dat de PvdA had georganiseerd. Kritisch, rechts Nederland greep het bezoek aan om het antisemitisme van Corbyn centraal te stellen zoals uit dit interview van Lissauer.com met Lodewijk Asscher is op te maken. Zinvolle kritiek, maar niet de essentie van waar Corbyn voor staat.  De centrum-linkse Asscher en de radicaal-linkse Corbyn passen slecht bij elkaar, zoals ook het geradicaliseerde Labour en de gematigde bestuurderspartij PvdA weinig gemeenschappelijks hebben. Behalve dat ze officieel zusterpartijen zijn.

James Kirchick zet voor Politico de gedachten van de radicale Corbyn op een rijtje en plaats dat in de context van de sociaal-democratie. De titel van het artikel geeft aan waar het om gaat: ‘Britain’s most dangerous export: Corbynism’. De essentie is dat een partij als de PvdA helemaal niets met Corbyn te maken zou moeten willen hebben: ‘Maar zo oppervlakkig aantrekkelijk de prestaties van Corbyn kunnen lijken, de neerslachtige sociaal-democraten van Europa moeten vermijden te proberen zijn ogenschijnlijke politieke succes na te bootsen. Elke progressieve persoon met een sociaal geweten en kennis van geschiedenis – laat staan een verlangen om daadwerkelijk verkiezingen te winnen – moet het Corbynisme massaal verwerpen’.

Corbyn is alles wat Asscher en de PvdA niet zijn. Corbyn is NAVO-scepticus en euroscepticus die niet tegen de Brexit is en zich in de buitenlandse politiek opstelt als Putin-verdediger. Over hem werd eerder dit jaar beweerd dat hij zo’n 30 jaar geleden een communistische spion was. Of dat waar is of niet, hoe dan ook hangt rond Corbyn een zweem van antidemocratie en verraad van de EU en het Westen. Corbyn is exact de politicus waartegen anticommunistische PvdA’ers Jacques de Kadt of Joop den Uyl zich zouden verzetten omdat hij slechts in naam (sociaal)-democraat is. Dit maakt het des te raadselachtiger waarom de gematigde Asscher die het in het kabinet Rutte II goed kon vinden met VVD’er Rutte Corbyn uitnodigde voor het Fair Tax Event.

Er is maar één verklaring voor wat gerust een noodgreep genoemd kan worden. Namelijk dat de paniek en de uitzichtloosheid in de PvdA zo groot zijn dat er het idee heeft postgevat dat wat het ook doet dat niet echt uitmaakt. Dus een gokje met Corbyn moet kunnen. In de publiciteit werd vorige maand het bezoek negatief noch positief verslagen, het werd zo goed als genegeerd. Herbronning en terug naar de basis door links af te slaan zouden nog enigszins een uitleg voor Corbyns uitnodiging kunnen zijn geweest als hij aansloot bij de traditie van de PvdA en een volbloed democraat en Europeaan was. Maar dat doet hij niet. De paradox is dat als Asscher een Britse Labour-politicus was hij net als de gematigde Stephen Kinnock, Chuka Umunna of Chris Leslie door de links-radicale Momentum-beweging van Corbyn op een zijspoor gemanoeuvreerd zou zijn.

Wat Lodewijk Asscher bezielde om te denken dat samen op een podium staan met Jeremy Corbyn gunstig voor hem en de PvdA zou uitpakken geeft vooral te denken over de radeloze vertwijfeling binnen de PvdA. Zelfs een doodskus van een antidemocraat wordt binnen deze sociaal-democratische partij als lichtpuntje gezien. Deze PvdA heeft geen vijanden meer nodig, het is immers in stuurloosheid een vijand van zichzelf.

Jeanine Pirro stelt protesten tegen Trumps immigratiepolitiek voor als ‘de opkomst van het socialisme’

with one comment

Er bestaat geen groter genoegen dan rechtse of christelijke commentaren van repliek te dienen. Vooral die categorie die verstrikt is geraakt in de eigen gedachtenwereld, het eigen gelijk overschat en zich niet eens meer de moeite getroost om uit te gaan van de feiten en die in een solide betoog te gieten. ‘Judge’ Jeanine Pirro die verbonden is aan Fox News en daar het programma Justice w/ Judge Jeanine presenteert is daar een geweldig voorbeeld van. Ze mist zelfs de nuancering die die andere bij Fox News werkzame commentator of juridische analist ‘judge’ Andrew Napolitano af en toe wel weet te bieden. MediaIte besteedt in een bericht aandacht aan de uitzending van afgelopen zaterdagavond 30 juni waarbij Jeanine Pirro de protesten tegen de immigratiepolitiek van de regering-Trump (en de scheiding van kinderen van moeders) afdoet als ‘opkomst van het socialisme’. Is het gespeelde onwetendheid van Pirro of gewoon domheid? Mijn reactie bij het artikel:

If there is a rise of a new movement in the fringes of the Democratic party, it is social democracy, not socialism. Americans have a limited view on the development of political movements worldwide. And therefore do not know how to take it or to interpret it.

In addition, a commentator like Jeanine Pirro lacks oversight and historical awareness due to her short-sightedness. She chats in her 24-hour echo chamber without understanding what she really is talking about.

Social democracy is an ideology that supports economic and social interventions to promote social justice within the framework of a liberal democratic polity and capitalist economy. Socialism rejects liberal democracy and wants to replace it with a political system in which the role of the state is decisive. Both systems differ day and night.

Bernie Sanders, even good old Emma Goldman, or liberal Democrats all respect the framework of the liberal democracy and capitalist economy. So calling them socialists is wrong. They want to reform the current political system. For example, by removing big money from politics and by restricting the power of wealthy sponsors and companies that ‘buy’ politicians and by giving politics back to ordinary citizens and ending the devastating tribalism of party politics.

In this sense, social democracy fits perfectly within American democracy and is a badge of honor to be proud of. The paradox of this phase difference between the US and the rest of the world is that European social democracy is dying.

But American party politics and society still has overdue maintenance that has come to a standstill since 1920 and still has to catch up. If it dares to look itself in the eye to see what it is deep inside.

Foto: Schermafbeelding van artikelJudge Jeanine Pirro Warns of the Rise of Socialism: ‘Socialists Want What You Have’’ op MediaIte, 30 juni 2018.

Omroep West: ‘Wethouder Baldewsingh: ‘Den Haag is niet meer alleen van Nederlanders’’. Een lesje in communicatie van de PvdA

with 3 comments

De vertrekkende PvdA-wethouder in Den Haag Rabin Baldewsingh wordt door PvdA-bashers met leedvermaak de laatste PvdA-wethouder in een van de vier grote steden genoemd. De PvdA is haar oude positie in de grote steden verloren en de verwachting is niet dat de PvdA bij de komende gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart het verloren terrein terugwint. Verder verlies voor de sociaal-democraten ligt eerder in het verschiet.

Op het YouTube-kanaal geeft Omroep West deze video de volgende titel mee: ‘Wethouder Baldewsingh: ‘Den Haag is niet meer alleen van Nederlanders’. Dat zegt hij niet letterlijk in het gesprek, maar wel iets wat er op lijkt: ‘De Nederlanders moeten nou eindelijk eens een keer wennen dat die stad ook inmiddels van hun is’. Hiermee doelt hij op mensen met een hoofddoek of met een lange jurk waar de interviewster naar verwijst.

Baldewsingh bedoelt het ongetwijfeld goed, maar weet niet de juiste woorden te vinden om dat uit te drukken. Hij mist de nuancering. Want onbedoeld is zijn uitspraak ‘Den Haag is niet meer alleen van Nederlanders’ niet verbindend, maar het omgekeerde daarvan. Hoewel hij waarschijnlijk het tegendeel tracht te beweren, zegt hij dat mensen met een hoofddoek of een lange jurk geen Nederlanders zijn. Dat komt precies op hetzelfde neer als wat Geert Wilders beweert. Baldewsingh had uiteraard moeten zeggen dat hij mensen met een hoofddoek of een lange jurk als volbloed Nederlanders beschouwt. Wat ze meestal volgens hun paspoort zijn.

Dat de vermoedelijk laatste PvdA-wethouder van een van de vier grote steden deze nuancering mist is een teken aan de wand. Voor de PvdA, voor Nederland en voor het wij/zij-denken in het hoofd van Baldewsingh.

Vaak wordt door bestuurders die in problemen komen het containerbegrip ‘communicatie’ van stal gehaald en als pleister op misverstanden en verkeerd beleid geplakt. De strekking is dan als ze het nog een keer uitleggen de mensen het vanzelf gaan begrijpen. Dit is een hooghartige houding waarmee bestuurders de burgers de mogelijkheid ontzeggen het er op inhoudelijke gronden mee oneens te zijn. Bij Baldewsingh is het omgekeerde aan de hand. Burgers moeten hem uitleggen wat goede communicatie is. De wethouder roept misverstanden in het leven die er niet zijn. Hoewel hij mogelijk ook inhoudelijk de boel niet op orde heeft.

Als Jeremy Corbyn een communistische spion was, dan nog is het onduidelijk hoe die onthulling de Britse politiek beïnvloedt

with 8 comments

Voormalig NSA-medewerker en deskundige op het gebied van inlichtingendiensten en contraspionage John Schindler weet het zeker. De leider van het Britse Labour Jeremy Corbyn was een communistische spion. Dat schrijft hij in zijn column voor Observer. Schindler baseert zich op een rapport van The Sun waarvan hij toegeeft dat het een tabloid is die niet altijd zorgvuldig met details omgaat. Maar het rapport is waardevol omdat het gebaseerd is op gegevens van de Tsjechische geheime politiemacht StB. Die bestond tot 1990 en hield zich bezig met activiteiten die tegen de staat gericht worden of als westers werden beschouwd. Corbyn werd door de StB-spion Jan Dymic in 1986 geworven, zoals blijkt uit diens rapport dat in de StB-archieven is terug te vinden. Het artikel van The Sun wordt op Wikipedia al als bron opgevoerd bij het lemma StB en zegt over Corbyn ‘dat hij een agent voor de StB was onder de codenaam COB’. Labour ontkent de aantijgingen.

Er zijn uiteenlopende redenen te bedenken voor het feit dat het bericht in The Sun wordt geplaatst. Het kan te maken hebben bij de interne strijd binnen Labour waarbij Corbyn met steun van de basisbeweging en het Corbyn-vehikel Momentum een radicaal-linkse koers is ingeslagen en gematigde sociaal-democraten binnen de partij zijn gemarginaliseerd. Ze denken na over hergroepering buiten de partij, maar hebben evenmin de hoop opgegeven om Corbyn als partijleider te wippen. Daarnaast is Corbyn onduidelijk over de gevolgen van de Brexit of de wenselijkheid van een tweede referendum en laat hij de achterban in het ongewisse over Labours positie over de interne markt en de douane-unie. Het lek in The Sun kan ook te maken hebben met de strijd met de Conservatieven die net als Labour in een richtingenstrijd tussen radicaal (Jacob Rees-Mogg) en gematigd zijn gewikkeld. Het effect van de onthulling is lastig in te schatten in een geradicaliseerd Labour.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelJeremy Corbyn Was a Communist Spy’ van John Schindler in Observer, 15 februari 2018.