George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Sociaal-democratie

Framing op TPO over sociaal-democratie en God. Sociaal-culturele onderwerpen dienen als afleiding voor vragen over macht en bezit

leave a comment »

Het moet niet veel gekker worden, een student die zich op sociale media (TPO) presenteert met een ‘essay’. Een literair genre dat door Michel de Montaigne in 1580 is gemunt en hoge eisen stelt aan originaliteit, stijl en intellectuele diepte. De inzet is brutaal. De sociaal-democratie wordt voor het beklaagdenbankje van God gesleept. Ziet u het zich voor u? Maar uiteindelijk gaat het betoog uit als een nachtkaars. Door de stapeling die eruitziet als een omgevallen boekenkast zonder structuur. Het is bij nader inzien rechttoe-rechtaan rechts-conservatisme dat past binnen de politieke richting van TPO, maar zich vermomt als neutrale waarnemer. Simpele haat tegen ‘links’ wordt via een omweg verpakt. De sociaal-democratie verdient kritiek, maar wel eerlijke en directe kritiek. Niet de propagandapraat die Max van Duijn ervan maakt. Mijn reactie:

Een onevenwichtig betoog dat van alles met alles verbindt en daardoor scherpte mist. Het zij de auteur vergeven omdat hij zijn studie nog moet afronden, maar de lezer schiet niks op met zo’n stapeling van aannames en ongelijksoortige argumenten. Waarom TPO dit onvoldragen stuk plaatst verdient nadere uitleg.

‘Alle spreken over boven komt van beneden, ook het spreken dat beweert van boven te komen’ is de zin die Harry Kuiterts denken perfect en snedig samenvat. Het is geen uitgemaakte zaak dat de moderne mens ontkent dat God bestaat. Daarbinnen zijn weer allerlei varianten mogelijk die het debat levend houden. Als God wordt gezien als creatie en uitdrukking van mensen hoeft God helemaal niet dood verklaard te worden. God wordt dichtbij gehaald en vermenselijkt, maar ontdaan van traditionele waarden.

Daarnaast is het nogal een slag in de lucht om te stellen dat het gemis van een culturele constructie -wat God is- leegte op zou leveren. Dat was wellicht ooit zo in de overgang van een diepchristelijke naar een meer pluriforme samenleving, maar in een pluriforme en open samenleving als de Nederlandse zijn de alternatieven voor de constructie God volop aanwezig: kunst, ietsisme, techniek, wetenschap, gezin, gemeenschap. Het leven hoeft niet vanuit godsdienst beredeneerd te worden om zinvol te zijn. Integendeel, te veel godsdienst kan het leven zinloos maken.

Er is iets anders aan de hand. De mens heeft zich geëmancipeerd en heeft God als allesoverheersende kracht niet meer nodig. God is herverkaveld over vele sectoren. En is door die fragmentatie minder krachtig geworden. Zelfs religieuze organisaties koppelen God als een vormende kracht los van een allesomvattend leven, zien het niet meer als verklaring voor alles en reduceren het tot doelstelling in hun statuten. Natuur wordt op afstand gehouden door de techniek, wetenschap verklaart de verschijnselen, kunst en cultuur geven zin, en media en amusement bieden afleiding en verstrooiing. Kortom, ‘God’ is gefragementeerd en de leegte is opgevuld.

Waarom de zogenaamde dood van God speciaal de sociaal-democratie zou beschadigen is niet duidelijk. Het is overigens zo dat binnen de sociaal-democratie altijd een sterke religieuze stroming heeft bestaan: het christensocialisme. In Nederland vertegenwoordigd door Willem Banning. Als er door de sociaal-democratische politiek fouten zijn gemaakt op het gebied van immigratie, het publieke ethos van overheid en publieke sector en de financëele crisis dan zijn die in commissie met de christen-democraten en de liberalen gemaakt.

De aap komt uit de mouw als de auteur verwijst naar het thuisgevoel (oikofobie). Dat is een vage politieke constructie van de Britse conservatief Roger Scruton die enkele jaren geleden door Thierry Baudet in Nederland werd nagevolgd. Het is een even vaag containerbegrip als ‘cultureel marxisme’ waarin allerlei aannames en veronderstellingen gedeponeerd kunnen worden zonder dat het ook maar iets verklaart. Behalve de onmacht van de betoger die niet scherp kan worden en er omheen kletst.

Het is aantoonbare onzin om het specifiek de sociaal-democratie aan te rekenen dat ze met linkse partijen een afkeer van het thuis zouden hebben. Het omgekeerde is waar. De sociaal-democratie is altijd een stroming geweest die zich zowel nationaal als internationaal manifesteerde. Daar zat spanning tussen. Maar zoals internationale conflicten uitwezen moest de internationale solidariteit altijd wijken voor de keuze van de sociaal-democraten voor hun politieke en nationale basis. Liberalen via het internationale bedrijfsleven en christen-democraten via hun katholieke netwerk kozen even makkelijk of zelfs makkelijker dan de sociaal-democraten voor internationalisering. Lang voordat de term globalisme in de mode kwam. Wat de sociaal-democraten in elk geval niet verweten kan worden is dat ze het voortouw namen bij de globalisering en de uitverkoop van nationale belangen.

Het beste antwoord op dit warrig betoog van Max van Duijn is de nieuwe positionering van Jesse Klaver en GroenLinks. Klaver zegt te kiezen voor de ouderwetse sociaal-economische waarden als macht, inspraak en verdeling van de welvaart. Het zijn deze waarden die de laatste jaren zijn weggedrukt door het sociaal-culturele debat over natie, thuisgevoel en nationale identiteit. Dat laatste wordt voor malcontenten als uitlaatklep ingebouwd en is voor de bezittende klasse en het internationale bedrijfsleven een afleidingsmiddel om dat sociaal-economisch debat niet te hoeven voeren en niets in te hoeven leveren van eigen macht en bezit.

Iedereen in een sociale achterstandpositie die zich door dit soort stukken van Max van Duijn over sociaal-culturele onderwerpen aangesproken voelt, zou moeten beseffen dat de echte betekenis ervan afleiding is en de verdediging van de gevestigde orde. Niet God, de sociaal-democratie of het thuisgevoel is dood, maar het nationaal-conservatisme dat daaraan alles ophangt is dodelijk voorspelbaar, saai en ontwijkend.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe politiek in crisis: God is dood’ van Max van Duijn op TPO, 21 november 2017.

Advertenties

Opponenten vormen het beeld dat Macron pseudo-socialistisch is. Begrijpen ze echt niet wat centrumpolitiek inhoudt?

with 3 comments

Er is niet tegen herschikking van politieke partijen. Dus tegen partijvorming. In Nederland waren er afgelopen jaren initiatieven met onder andere Eddy Terstall, Teun Gautier, Thijs Kleinpaste. Dus wat in Frankrijk gebeurt met ‘En Marche!’ is niet zo uitzonderlijk. Wel opvallend is dat zo’n nieuwe partij zo succesvol is en de nieuwe president levert. Hoe men daar politiek ook over denkt, dat is een bijzondere prestatie.

Bezwaren tegen een partij kunnen divers zijn. Zo waren vele PvdA’ers uitgekeken op hun partij omdat het zich in de praktijk pseudo-religieus opstelde (‘compenserende neutraliteit’) en niet meer gedroeg als een seculiere partij zoals het in 1946 ooit bedoeld was. Logisch is dan dat dat soort critici over partijgrenzen heen contact zoeken met medestanders in andere partijen en een vrijzinnige partij op willen richten.

En zo zijn er vele indelingen en samenklonteringen mogelijk. Denk aan CDA’ers die vinden dat hun partij te weinig christelijk is of aan VVD’ers die vinden dat hun partij te nationalistisch of juist te weinig nationalistisch is. De PVV is vanuit de VVD ontstaan vanwege het standpunt van Geert Wilders over Turkije.

Het is te vroeg om conclusies te trekken over het profiel van ‘En Marche!’. Dat zal pas duidelijk worden bij de samenstelling van de kandidatenlijst voor de parlementsverkiezingen. Het is logisch dat rechtse sociaal-democraten zoals ex-premier Manuel Valls er onderdak vinden. Er zijn echter meer stromingen die in ‘En Marche!’ samenkomen, zoals de centrumalliantie van Jean Arthuis, de blauwe Groenen, gematigde christen-democraten of de Democratische beweging van François Bayrou. Kandidaat-premier in de regering Macron.

Het is dus te vroeg om te concluderen dat ‘En Marche!’ de nieuwe socialistische partij van Frankrijk wordt. Maar het is ook om meerdere redenen onlogisch. Ten eerste omdat er van allerlei kanten vanuit de centrumpolitiek politici overstappen en ‘En Marche!’ naar verwachting geen sociaal-democratisch profiel krijgt. En ten tweede omdat de Europese sociaal-democratie vanwege de spanning tussen globalisme en nationalisme geen antwoord heeft op de uitdagingen van nu. Zie hoe het Britse Labour met Jeremy Corbyn zich onmachtig maakt en goede politici die in een andere partijomgeving goed zouden kunnen functioneren als het ware worden gegijzeld door de gek-linkse Corbyn.

Juist dat -het gevangen zitten tussen tradities en hardliners van een politieke partij- wil Macron vermijden en daarom stapte hij uit de PS. De partij twijfelde onder president Hollande tussen een linkse en rechtse koers, bleef zwalken en kreeg geen smoel. Het zou gek zijn als Macron na een klinkende overwinning vrijwillig in de gevangenis stapt waar hij met berekening en een langetermijnvisie een jaar geleden uit ontsnapte.

Kiezen tussen D66 en GroenLinks. Hoe de stemkeuze beredeneren?

with 6 comments

look_outs_aboard_hms_ashanti_whilst_escorting_a_russian_convoy_march_1942-_a8202

Gisteren vroeg iemand me op FB wie goed en wie slecht is. Dat naar aanleiding van m’n commentaar op de brief van Mark Rutte en de selectieve hufterigheid die ik met velen daarin las. De laatste 24 uur wordt die hufterigheid van de VVD nog eens extra benadrukt door de nieuwste ontwikkelingen over de Teevendeal (‘de bonnetjesaffaire’) als gevolg van de onderzoeksjournalistiek van Bas Haan van Nieuwsuur. Het verschil tussen mooie verkiezingspraatjes en de werkelijkheid, tussen schijn en wezen, kan bijna niet groter zijn. De timing zit de VVD tegen. De mooie woorden van Rutte tonen nog potsierlijker en meer misplaatst dan ze al waren.

Iemand schreef op FB: ‘Iedereen moet maar zijn eigen keuze maken, de politiek is toch niet te vertrouwen.’ Daar antwoordde ik op: ‘Nou, dat is weer te veel van het goede. Het gaat om het verschil tussen goede en slechte politiek.’ Waarop dus de vraag aan me gesteld werd wat dan goede en slechte politiek was. Ik kwam niet weg met het antwoord dat iedereen dat maar voor zichzelf moet uitmaken. Uiteindelijk antwoordde ik: ‘Ik kan hooguit zeggen welke partijen op dit moment op m’n shortlist staan. Dat zijn D66 en GroenLinks. Maar ik zou daarmee niet willen suggereren dat dat goede partijen zijn.’ Met de belofte om dat nader toe te lichten. 

Partijen in het politieke landschap van Nederland lijken nog meer dan anders in te delen in tegenstellingen die niet exclusief zijn. Anders gezegd, partijen kunnen op de ene tegenstelling niets gemeenschappelijk hebben, maar op een andere tegenstelling raakvlakken of overeenkomsten vertonen. Dat maakt het vergelijken van partijen lastig. De volgende tegenstellingen zijn aan te wijzen als de belangrijkste kenmerken: 1) links-rechts (sociaal-economie); 2) progressief-conservatief (sociaal-cultureel; identiteit); 3) pro- en anti-EU; 4) religieus-vrijzinnig; 5) democratisch-anti-democratisch; 6) kwaliteit en doelmatigheid van leider en partijorganisatie.

Niet iedere kiezer vindt voor de eigen afweging hetzelfde kenmerk even belangrijk. Waar de één de relatie tot de EU vooropzet, zet de ander de economische situatie centraal. Of het religieuze karakter van de partij of het idee over identiteit en nationalisme. En op een bepaald kenmerk kan men natuurlijk ook verschillend denken.

Op mijn huidige shortlist fungeren de twee als links-liberaal te omschrijven partijen D66 en GroenLinks (GL). Ze hebben veel gemeen, maar verschillen ook sterk. Ze zijn de twee meest uitgesproken pro-EU partijen (3). Sociaal-economisch is D66 rechts en GL links (1). Sociaal-cultureel zijn ze allebei progressief (2). Ook zijn ze vrijzinnig (4). D66 is een door en door democratische partij, GL kent anti-democratische elementen. Of liever gezegd D66 steunt het idee van democratie onvoorwaardelijk, terwijl daar bij GL met een oude kern van anti-democratische kaderleden twijfel over bestaat (5). D66 is een coherente partij met een niet al te aansprekende leider, terwijl GL een onsamenhangende partij met gefragmenteerd gedachtengoed en een sterke leider is (6).

Deze opsomming geeft aan hoe lastig kiezen het al is tussen twee partijen die programmatisch dicht bij elkaar liggen. Het is niet makkelijk te beantwoorden wat een kiezer het zwaarste moet laten wegen. Tegen het einde van een campagne wordt de inschatting van de kwaliteit van partij en leider steeds belangrijker. Hoe opereren ze strategisch en sorteren ze verstandig voor op de onderhandelingen na de verkiezingen? De PVV kan de grootste of op een na grootste partij worden, maar heeft zich buitenspel gemanoeuvreerd door een harde politieke en persoonlijke toon naar de andere partijen. Fouten worden afgestraft en kiezers haken graag aan bij een leider of partij die het beeld van een winnaar vertoont en perspectief heeft voor na de verkiezingen.

Als Jesse Klaver (GL) zich in m’n ogen niet waarmaakt of de beslissing neemt om de toenadering van de PvdA en SP te gedogen en goed te praten zal ik in gedachten GL van mijn shortlist schrappen. Als Alexander Pechtold (D66) teleurstelt in debatten of interviews dan maakt dat nog geen verschil omdat zijn kwaliteit niet de reden is dat D66 op mijn shortlist staat. Maar als D66 als partij beslissingen neemt over vrijzinnigheid, de EU of directe democratie die afwijken van wat ik van die partij op z’n minst verwacht, dan schrap ik D66. Nieuwe partijen kunnen op m’n shortlist komen als ze de kenmerken vertonen die ik van een partij verwacht. Rechts-populistische of christen-democratische partijen zullen dat niet zijn omdat die voor mij de verkeerde kenmerken vertonen. Als op 15 maart 2017 geen enkele partij meer op mijn shortlist blijkt te staan, dan ga ik niet stemmen. Niet door een tekort aan politieke interesse, maar vermoedelijk door een teveel eraan.

Foto: Uitkijkposten aan boord van HMS Ashanti dat een Sovjet-convooi escorteert, maart 1942.

Ruud Koopmans: Westen moet zich weerbaarder opstellen tegenover intolerante islam. Kansen voor de sociaal-democratie?

leave a comment »

ad

Als zoiets in naam van jouw religie gebeurt, heb je de verantwoordelijkheid om te handelen. Maar ook nu wordt weer gezegd dat dit niets met de islam te maken heeft’. Aldus de in Duitsland werkzame Nederlandse hoogleraar sociologie en migratie-onderzoek Ruud Koopmans in een interview met Wierd Duk in het AD naar aanleiding van de recente aanslag op een kerstmarkt in Berlijn in naam van de islam.

Het stoort Koopmans dat moslims, linkse media, linkse wetenschappers en politici zeggen dat zo’n aanslag niets met de islam te maken heeft. Dat kan uitgebreid worden met christelijke opiniemakers. Zo framede Trouw in 2015 in een kop in een indirect witwassen van het christendom dat de verwoesting van Palmyra niets met religie te maken had. President Obama en toenmalig premier Cameron meenden in 2014 zelfs te moeten zeggen dat ISIS niet met de islam te maken had, terwijl ze dat als niet-moslims helemaal niet te bepalen hadden. Het is menselijk om verdiensten te claimen en geen verantwoordelijkheid te nemen voor negatieve ontwikkelingen. Maar het wordt een politieke chaos als allerlei belanghebbenden vanwege de eigen politieke agenda de islam voor hun eigen karretje spannen. Dat ontneemt het zicht op de werkelijkheid en blokkeert een open debat over de islam. Het ontkennen van de kwalijke kanten van de islam is een politieke ramp.

Koopmans voelt zich een roepende in de woestijn. Hij neemt zowel afstand van de rechts-populisten van de PVV en AfD waar hij niets mee te maken wil hebben, als van de intolerante islam die naar zijn schatting zo’n 500 miljoen moslims omvat waarvan er 50 miljoen geweld zouden accepteren om de islam te verdedigen, als van de linkse kosmopolieten die hun kop in het zand steken en zich neerbuigend gedragen tegenover de critici van de multiculturele samenleving die al te makkelijk als achterlijk en racistisch worden benoemd.

Koopmans zegt zich een ouderwetse sociaal-democraat te voelen, maar geeft aan dat het lastig is om je met het onderwerp van integratie en islam politiek in het midden op te houden. Des te meer omdat het gezag van de sociaal-democratie is weggevaagd. Tussen ‘gewone’ religiekritiek op de islam en de islamofobie van rechts-populisten in. Koopmans gaat uit van een rechtsstatelijke opstelling en vraagt om wat gezond verstand: ‘We moeten veel duidelijker definiëren wat de kern van de rechtsstaat is. Nu is het enorm moeilijk om migranten, die zonder papieren of met valse identiteitsbewijzen zijn binnengekomen, uit te zetten. (..) Dit soort verwrongen gedrag ondermijnt juist de rechtsstaat. Het is een gevolg van verkeerde politieke beslissingen als hier zoveel kwaadwillenden kunnen rondlopen, die niet uitgezet kunnen worden. Dat zijn misstanden die doden kunnen kosten. Het is ook niet rechtsstatelijk om iedereen maar binnen te laten en daarmee gewetenloze mensensmokkelaars in de kaart te spelen. Hoe kan dat een ‘Europese waarde’ zijn?

Koopmans sluit aan bij sociaal-democratische denkers als Paul Scheffer die voorstander zijn van de EU, en het als noodzaak zien dat de buitengrenzen goed bewaakt worden en staten weer controle over het eigen territorium krijgen. Zie hier zijn artikel ‘Groot Europa is zwak Europa’. Niet de derde, maar de vierde weg. Tussen de 1) intolerante islam, 2) multiculturele denkers en goedwillende  kosmopolieten die vanuit hun eigen reservaat neerkijken op burgers die zich uit arren moede wenden tot het tegengeluid van rechts-populisten en 3) rechts-populisten die de EU en de democratie willen breken en de islam daarvoor als middel gebruiken.

Koopmans meent dat de westerse democratieën zich veel weerbaarder dan nu op moeten stellen om de eigen waarden overeind te houden. Feitelijk biedt deze klare rechtsstatelijke lijn de sociaal-democratie enorme kansen tussen het elitaire kosmopolitisme (GroenLinks, D66), het rechts-populisme (PVV, VNL, GeenPeil, FvD) en het goedpraten van de kwalijke kanten van de islam en religie in het algemeen in (DENK, CDA). PvdA-leider Lodewijk Asscher kan zo met gematigd nationalisme en anti-globalisme nieuwe kansen creëren voor zijn partij als hij bovengenoemde uitgangspunten duidelijk en overtuigend verwoordt. Luistert hij naar Koopmans?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet Westen moet zich veel weerbaarder opstellen’’ in het AD, 4 januari 2017.

Westen moet in 2017 Russische agressie beantwoorden met een nieuwe doctrine. Geen herbewapening maar resocialisering

with 6 comments

ff49f1cdebf7ba064dee66554571833d

Wat brengt 2017? Hoofdzaak is om de bedreiging van de Europese democratieën door het Kremlin een halt toe te roepen. Hoe dat moet leert de geschiedenis. Op 12 maart 1947 kondigde de Amerikaanse president Harry Truman in een toespraak tot het congres zijn Truman-doctrine aan. Het wordt gezien als het begin van de Koude Oorlog. Zonder dat Truman de Sovjet-Unie noemde was dat gericht tegen het Sovjet-communisme dat Europa dreigde te overrompelen. Nu is de focus het nationalisme van de Russische Federatie. Deze staat is minder machtig dan de toenmalige Sovjet-Unie, maar gewiekster in het gebruik van de macht.

De agressie van het Kremlin dient beantwoord te worden door inzet van alle middelen. Wat er tot nu toe aan schort is niet dat de Westerse democratieën geen voldoende middelen hebben om te reageren, maar weifelen en weigeren om die in te zetten. Dat moet in 2017 veranderen. Belangrijk is daarom dat de VS de westerse landen als Canada, Australië, Japan en de EU-lidstaten op één lijn te brengt en laat opereren onder dezelfde noemer. Dat is geen oproep tot een nieuwe Koude Oorlog of een excuus voor herbewapening, maar een oproep om de schadelijke effecten van de Russische agressie in te perken. Kortom, een nieuwe containment.

In 1947 waren het Griekenland en Turkije die via inmenging van het Kremlin in communistische handen dreigden te vallen, nu zijn het Frankrijk en Italië. Zoals in 1947 kunnen de sociaal-democratie en het links-liberalisme met een programma van gematigd anti-globalisme en inkomensgelijkheid een sleutelrol spelen in het neutraliseren van extreem-links. Daartoe moet in de westerse hoofdsteden beter dan nu beseft worden dat het cowboy-kapitalisme dat de bankensector en het bedrijfsleven onverklaarbare voordelen biedt het Kremlin in de kaart speelt. En daarom snel moet veranderen. Centrum-rechts kan hetzelfde doen om rechts-extremisten en -populisten de wind uit de zeilen te nemen. De bijvangst is een politiek van resocialisering.

Er lijken voor zo’n nieuwe beleidsprogramma twee problemen te bestaan. De eerste is het aantreden van de Amerikaanse president Trump en het tweede is de macht van het grote geld in de Amerikaanse politiek en de macht die het uitoefent over Europa. Dat laatste lijkt onoverkomelijker dan het eerste. Men mag hopen dat als Trump eenmaal in de bestuurderstoel zit hij de Russische bedreiging beter op waarde schat dan nu en uit de campagne stand komt en ernaar handelt. Los van zijn zakelijke belangenbehartiging via de politiek. Maar als hij zich niet kan onttrekken aan de macht van zijn sponsors met hun belangen in bedrijfsleven en banken, dan heeft het Westen geen politieke manoeuvreerruimte om in Europa sociaal-democraten, liberalen, christen-democraten en gematigde anti-globalisten geloofwaardig de Russische schaduwen te laten bestrijden.

Foto: The Red Iceberg, 1947.

Luuk van Middelaar erkent deconstructie van status quo door Sanders niet als constructief. En neemt Clinton in bescherming

with 3 comments

lm

Het valt me tegen van commentatoren in Nederlandse gevestigde media dat ze Bernie Sanders op een hoop gooien met Donald Trump en afficheren als een kandidaat die de partij kaapt of bestormt. Zoals Luuk van Middelaar in zijn column in NRC. Van Middelaar ziet dat verkeerd. Het is exact andersom. Hillary Clinton heeft de Democratische partij bestormd. Op zo’n manier dat elke kans van een ‘redelijke’ kandidaat bij voorbaat smoorde in haar almacht. Die bestond eruit dat ze haar pionnen op centraal en lokaal niveau parachuteerde. In het landelijk partijbestuur waren dat types als Debbie Wasserman Schultz of Donna Brazile die hadden gewerkt voor de Clinton-machine. Op lokaal niveau gebeurde dat door de benoeming van aan Clinton loyale partijmensen. Dat werd zichtbaar door de rol van de supergelegeerden bij de Democratische voorverkiezingen die al maanden voordat Sanders zich kandideerde in overgrote meerderheid hun steun uitspraken voor Hillary Clinton. Het is tekenend dat Van Middelaar niet over zijn lippen krijgt dat Clinton de partij heeft gekaapt.

Hillary Clinton is een in de ogen van velen verwerpelijke kandidaat van Wall Street, de veiligheidsindustrie en de neoconservatieven die de belangen van het establishment vertegenwoordigt. Dat houdt niet in dat Sanders een anti-establishment kandidaat is die buiten het politieke bestel en de grondwet treedt. Dat is een te simpel idee van dualisme. Sanders valt eerder te omschrijven als een anti-uitwassen kandidaat. Wat hij beoogt is het grote geld uit de politiek bannen om het politieke bestel te democratiseren en de samenleving rechtvaardiger en minder ongelijk te maken. Dat is een in Europa tamelijk gangbare positie die in de Amerikaanse politiek als exotisch wordt bestempeld. Zelfs door politieke opponenten het etiket ‘communistisch’ of ‘socialistisch’ krijgt opgeplakt. Dat zegt vooral iets over een Amerikaanse perspectief van wereldvreemdheid. Het is absurd als Nederlandse commentatoren dat etiket overnemen of stilzwijgend meegaan in redeneringen die de beleidsplannen van Sanders afdoen als radicaal. Hij is een sociaal-democraat van het Scandinavische type. Met nog een extra pluspunt. In tegenstelling tot de overgebleven kandidaten van de grotere partijen (Trump, Clinton, Johnson, Stein) heeft hij geen enkele relatie met de Kremlin die hem in diskrediet kan brengen.

Sanders is niet meer een ontwrichtende kracht of tegenkracht dan Clinton. Zolang opinieleiders in de media door framing blijven beweren dat de gedeeltelijke deconstructie van de status quo door types als Sanders niet constructief kan zijn en de constructie van Clinton niet deconstructief is, dan blijven ze een vooringenomen voorstelling van zaken geven. Van Middelaar en zijn collega’s moeten dan niet gek opkijken als ze door steeds meer burgers ook als een ontwrichtende kracht worden gezien die het allemaal niet echt helder voorstelt.

Foto: Schermafbeelding van slotalinea columnHet Waalse verzet is een Brexit van links’ van Luuk van Middelaar in NRC, 27 oktober 2016.

Schuller en Röpcke: Ruslandpolitiek van Duitsland is niet in goede handen bij Steinmeier (SPD)

leave a comment »

Duitse linkse buitenlandpolitiek hallucineert in de opstelling jegens Oekraïne volgens journalist Konrad Schuller van de ‘burgerlijk-conservatieve’ Frankfurter Allgemeine. Door het opgeschoven politieke spectrum met nieuwkomers als de rechts-populistische AfD betekent dat feitelijk een liberale positie. Schuller vermoedt dat buitenlandminister Frank-Walter Steinmeier (SPD) om electorale redenen rekening houdt met die delen van zijn achterban met een anti-Amerikaanse houding. Dat vertaalt zich in welwillendheid jegens het Kremlin.

Ongenoemd blijft nog een niet goed verwerkt schuldcomplex over de Tweede Wereldoorlog van de Duitsers tegenover de Sovjets dat om twee redenen verkeerd wordt vertaald in welwillendheid tegenover de Russen. Wit-Russen en Oekraïeners hebben relatief en absoluut meer geleden onder de nazi-terreur dan de etnische Russen. Sommige linkse Duitsers belonen daarvoor de Russen en niet de Oekraïeners. De 40-jarige bezetting van Oost-Duitsland door de Sovjet-Unie die een generatie heeft getekend kan hierbij ook een rol hebben gespeeld. Dat schuldcomplex wordt om economische redenen ook bewust verkeerd geïnterpreteerd.

Steinmeier krijgt ook weinig waardering van de Duitse journalist Julian Röpcke (BILD). Op Twitter voert hij een ware twitterstorm tegen hem. Hij beticht Steinmeier niet alleen van de uitverkoop van Oekraïne, maar ook van Duitsland. Zoals hier: ‘Frank-Walter Steinmeier hat entweder keine Ahnung oder er lügt wissentlich über den Urheber der Massaker in Aleppo’, hier: ‘Herr Steinmeier handelt nicht mehr im Interesse Deutschlands. Er sollte sein Amt freiwillig abgeben oder dessen enthoben werden’, hier: ‘F.-W Steinmeier chose to lie about the Russian war crimes, knowing better. German FM employees must chose who they support now. GER or RUS’.

De kritiek van Schuller en Röpcke is niet ongegrond. SPD’ers als Sigmar Gabriel en Steinmeier nemen geen positie in, maar zien hun rol als faciliterend. Vice-premier en minister voor Economische Zaken Gabriel reisde afgelopen week naar Moskou met een handelsdelegatie en werd volgens een verslag in Der Spiegel te verstaan gegeven dat het Duitse bedrijfsleven geen tegenwind uit Berlijn verwacht. Gabriel werd door president Putin ontvangen, Zo vinden de kortzichtigheid en intellectuele armoede van het Duitse bedrijfsleven een voedingsbodem bij de faciliterende SPD die hiermee tevens denkt een slimme electorale slag te slaan.

Samen met Steinmeier en onder druk van het Duitse bedrijfsleven en zonder het Kremlin harde eisen te stellen pleit Gabriel voor het verlichten van de sancties die werden ingesteld na de bezetting van de Krim door de Russische Federatie. Steinmeier gaat het noemen van de waarheid over de Russische bombardementen op Syrische steden uit de weg. Het is uitsluitend aan kanselier Angela Merkel (CDU) te danken dat Duitsland nog iets van principes overeind houdt in de Ruslandpolitiek. Zij groeide in de DDR onder de Sovjet-bezetting op en weet de politiek van het Kremlin te lezen. Op Duitse sociaal-democraten kan het Kremlin rekenen. Of het de Europese veiligheidssituatie dient is niet hun zorg. Ze hopen dat politiek opportunisme zich uitbetaalt.