Madam Lillian en de ‘girlie show’. Foto’s van de Rutland Fair, Vermont (1941)

Uit deze foto uit 1941 blijkt niet dat het storm liep bij Madam Lillian in Rutland, Vermont die het verleden, het heden en de toekomst vertelt. Zo staat het op het bord: ‘She tells the past, present & future’. Dat is niet niks. Het sluit mooi aan bij een zinsnede als ‘om je de waarheid te vertellen’. Het betekent eerder zoiets als ‘uitleggen’ dan ‘voorspellen’. Hiermee lijkt Madam Lillian veilig aan de kant van de redelijkheid te blijven. De titel van de foto ‘Fortune teller’, dus ‘waarzegster’ stelt Madam Lillian anders voor dan ze zelf doet. Hoewel het een ingewikkeld spel is omdat ze natuurlijk wel suggereert dat ze de toekomst kan voorspellen. Maar zeggen doet ze het niet met zoveel worden.

Over mensen die Madam Lillian bezoeken moet niet laatdunkend worden gedaan. Ze hebben behoefte aan een verhaal. Daar is niks mis mee. Madam Lillian en haar klanten weten dat het nep is. Het is amusement zoals dat hoort op een kermis.

Bij de attractie Dames, ofwel ‘a “girlie” show’ op dezelfde kermis is het stukken drukker. De meisjes staan op een verhoging en de voornamelijk mannen en jongens kijken tegen de meisjes op. Als het woord mannelijke ‘blik’ (gaze) in 1941 nog niet bestond, dam had het hier uitgevonden kunnen worden. Men kan zich alleen maar afvragen wat er te zien is in de ‘girlie show’. Waar Madam Lillian voor het innerlijk gaat, gaat deze ‘girlie show‘ voor het uiterlijk.

Deze attractie was onderdeel van de ‘World of Mirth Show’ die langs de Oostkust van de VS en Canada heen en weer reisde. Ooit werden de attracties met meer dan 50 treinwagons verplaatst. De Rutland Fair was dan ook meer dan een gewone kermis. Het was freak show, paardenrace, circus, kermisattractie en jaarmarkt ineen.

Fotograaf van deze intrigerende foto’s van de Rutland Fair is Jack Delano. De serie kwam tot stand in het kader van de Farm Security Administration dat het leven op het platteland en steden in de jaren 1935 tot 1944 documenteerde. Dat is niet toevallig de regeerperiode van president Roosevelt die met zijn New Deal project de recessie bestreed en de economie weer op gang probeerde te krijgen. Fotografen legden hierbij vast hoe boeren op gang geholpen werden met overheidsgeld. Later werd de onderwerpkeuze verbreed. Omdat de New Deal mede de opzet had om kunstenaars aan het werk te helpen sneed met deze fotoreportages het mes aan twee kanten.

Over necromantie. Foto van een kermisattractie op de Brusselse Zuidmarkt (1900)

Dood is dood. Of is dat te simpel gedacht? Zo zijn er gelovigen die een godsdienst belijden die zegt dat er een leven na de dood is. Geloven ze dat echt of maar half? In de populaire cultuur is er het aparte genre van de horror met directe lijnen tussen onze wereld en het hiernamaals. Spoken, geesten, demonen, monsters, verschijningen of manifestaties zouden communiceren vanuit de dood. Magiërs, sjamanen, priesters en kunstenaars zijn de bemiddelaars met gene zijde. De stijl van de dood is die van duisternis en schaduw waardoor met minimale effecten maximale effecten kunnen worden bereikt. Er kan maar beter niet te veel gezegd worden zodat er veel te suggereren blijft. De dood is een invuloefening.

De foto toont een attractie op een Brusselse kermis in 1900. Het is een foto uit het archief van de Belgische krant Le Soir die in 2012 werd geplaatst ter gelegenheid van de jaarlijkse kermis bij het Zuidstation. Het wordt gepresenteerd als erfgoed, een getuigenis uit het verleden. Dat heeft bij deze foto een dubbele betekenis.

De attractie waar het om gaat is die van de necromantie. Volgens Wikipediaeen methode van voorspelling waarbij getracht wordt te communiceren met de doden’. Dat ‘trachten’ geeft aan dat het geen gelopen race is dat de communicatie ook werkelijk tot stand komt. Dat is afwachten.

Het artikel in Le Soir zegt het volgende: ‘In 1900 kon op de Brusselse kermis de toekomst worden voorspeld door deze knappe dame die necromantie beoefende, zoals we konden lezen door in te zoomen op de panelen die achter haar hingen: “Het HOOFD laat mensen weten dat de men wenst te weten in ware vriendschap als in interesse.”’

Verder valt in dit artikel een opmerkelijk nostalgisch citaat van de Franse toneelschrijver Ernest Blum uit 1903 te lezen. Hij betreurt dat de oude kermis is verdwenen. De eenvoud is volgens hem verdrongen door luxe en vooruitgang. Maar dit kraam komt voor de ogen van 2020 tamelijk ouderwets over. Daarom lijkt Blums conclusie over de kermis voorbarig: ‘Verdwenen, verzonken in de duisternis van het verleden, gewist onder de ripolinlaag van vergetelheid!’. (Deze vindplaats van ripolin, een vernis die in 1887 door de Nederlander Carl Julius Ferdinand Riep werd ontwikkeld loopt vooruit op de opname ervan in het Franse woordenboek van 1907).

De necromantie is springlevend als daaronder de poging wordt verstaan om met de doden te communiceren. Want wie kent niet de wens om met een overleden vriend of familielid te communiceren? Maar het is een onmogelijke opgave. De meest zekere voorspelling is dat de voorspelling om te communiceren met de doden ten dode is opgeschreven. Als troost hebben we in het niemandsland van de kermis de waarzeggers die half-serieus onze wensen inlossen terwijl we weten dat het niet kan. Dat is het geloof dat mensen parten speelt, maar ook hoop geeft om door grenzen te gaan.

Foto: Verschenen in artikel1900 : baraque foraine à la foire du Midi’ in Le Soir, 13 juli 2012.

Gedachten bij foto ‘Foire du Trône : la fête est finie’ (1933). Kermis als cultuur

Wie herinnert zich als kind niet de opwinding als wagens de stad inrijden voor de jaarlijkse kermis? Ze doken onverwachts op en stonden ineens ’s ochtends vroeg als ingepakte cadeautjes op de markt. Wie voelt nog de droefenis als ze na een week of tien dagen ineens de stad weer hadden verlaten? Even leek het of het feest eeuwig zou zijn. Zoals voor de eendagsvlieg elke dag eeuwig is. Dat was de misrekening. Kermis is cultuur, zo wordt beweerd. Dat wat ons verbindt. Niet alleen met elkaar, maar ook het kind met de volwassene binnen één individu. Dat is geen economische basis voor het bestaan ervan, maar wel een culturele basis. Daar gaat het mank. Kermis is een plaats van geheugen waar de worsteltent waar de plaatselijke gewichtheffer furore mocht vieren, de friemelende muizenstad en de onbegrepen schittering van de attractie met Boheems kristal samenkomen. Onlosmakelijk verbonden met de populaire muziek van de generatie waartoe men behoort. Dat is onbetaalbaar en onschatbaar, maar betaalt niet uit. Kermis is goeddeels herinnering en verlangen naar het verleden. Op die vroegste archeologische herinneringslaag komen later weer andere lagen te liggen. Deze foto van Roger Schall uit 1933 loopt weer vooruit op een van de beginshots van de film Jour de fête uit 1949 van Jacques Tati. Als het feest nog moet beginnen. Vooral de viering van jeugd en onbezorgde horizonloosheid.

Foto 1: Roger Schall, ‘Foire du Trône : la fête est finie’ (Kermisterrein du Trône: het feest is voorbij). Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

Foto 2: Still uit Jour de Fête (1949) van Jacques Tati.

Attractie op Haagse kermis: Sun-Devils, vermoedelijk 1955-1962

Twee foto’s uit een post van 8 oktober 2019 op de FB-pagina Stichting Kermis-Cultuur. De attractie met de naam ‘Sun-Devils’ verwijst naar exotisme en Afrikaanse maskers en stond op de Haagse kermis. In de kunst lieten de Vijftigers zich inspireren door Afrikaanse volkskunst. Datering ontbreekt, maar het zal waarschijnlijk tweede helft jaren 1950, mogelijk begin jaren 1960 zijn. Dat was de periode dat op de wereldtentoonstelling Expo 1958 in Brussel in het Congolese paviljoen een dorp met ‘inboorlingen’ werd tentoongesteld. Maar de tijdsgeest kantelde en halverwege de Expo liepen ze weg uit de menselijke dierentuin. Maatschappelijk kon het niet meer door de beugel. In 1960 werden 17 voormalige Afrikaanse kolonies zelfstandig. Toen waren op kermissen volop kramen met pseudo-educatief vertier te vinden. In de tijd dat televisie nog aan een opmars moest beginnen. Iedereen kon weten dat het onzin was, zodat de kunst van het bedrog er getetst kon worden.

Moeten we hier achteraf over oordelen? Het cliché van de zwarte man in luipaardvel die op de trommels slaat en de zwarte vrouwen met rieten rok en sambaballen (notabene een Zuid-Amerikaans instrument) brengt nu zichzelf om zeep zonder dat er diepgaand commentaar voor nodig is. Het is nepnieuws voordat het woord in de huidige betekenis werd gebruikt. Of deze attractie een wederzijds complot was tussen kijker en bekekene weten we niet zeker. Dat geeft er de spanning aan. De exploitatie was zichtbaar en was zelfs een belangrijk onderdeel van de bezienswaardigheid. Curiositeit, trekpleister en schaamteloosheid in één. Dat lijkt het grote verschil met nu. Uitbuiting wordt door uitbaters zoveel mogelijk aan het oog onttrokken. Wat is meer oprecht?

Foto’s: Foto’s op de FB-post van 8 oktober 2019 op Stichting Kermis-Cultuur geplaatst door Piet Winkelmolen.

Gedachten bij de foto ‘Manège à chevaux, foire des Invalides, esplanade des Invalides, 7ème arrondissement, Paris, 1904’

Een draaimolen met paarden. De favoriete bestemming op de kermis van kinderen en vooral volwassenen. Het is 1904, Parijs. Een jongetje loopt langs de draaimolen met zijn moeder, oh, wat lijkt ze op mijn gestorven moeder. De volwassenen beklimmen de paarden. Veel meer valt er over dit kermisterrein niet te zeggen. Het kiekje is een kijkje in het dagelijks leven van toen. De fotograaf is onbekend, een amateur-fotograaf van de Photo Club de Paris heeft dit Parijse leven vastgelegd. Meer is het niet. Maar genoeg om bij weg te mijmeren.

Foto: FotoManège à chevaux, foire des Invalides, esplanade des Invalides, 7ème arrondissement, Paris, 1904’. Collectie: Musée Carnavalet, Parijs.

Herinneren: Den Haag – Kunst – Buks – 1965 – Paul van Solingen

Wat we hier zien is niet op voorhand duidelijk. De omschrijving bij deze foto lost (na een lichte bewerking) een deel van het raadsel op: ‘DE POLITIE HEEFT DE JONGE HAAGSE MOZAIEKLEGGER PAUL VAN SOLINGEN MAANDAG OP DE HOFWEG IN DEN HAAG AANGEHOUDEN, OMDAT HIJ OP HET TROTTOIR ALS JAMES BOND EEN VAN ZIJN WERKSTUKKEN, GENAAMD NAAR DE ROLPRENT GOLDFINGER, VOLTOOIDE DOOR ER MET EEN BUKS LOOD IN TE JAGEN, TOT ALLE DERTIG KOGELTJES OP WAREN. HET WERKSTUK, EEN TABLEAU VAN 2.50 METER BIJ 1.50 METER, HAD EEN PLAATSJE GEKREGEN IN DE HAL VAN HET PASSAGE-THEATER.’ De datum is 26 april 1965. Op 15 april was de populaire Bond-film Goldfinger met Sean Connery in Nederland in première gegaan.

Paul van Solingen is een in 1944 geboren Haagse kunstenaar. Onduidelijk is of hij overleden is. Volgens opgave van de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri wel, want dat zet een kruisje bij zijn naam. Ook staat zijn naam niet (meer) op de lijst van werkende leden van de Haagse Kunstkring in de Denneweg. Maar elders wordt dat niet bevestigd, zoals in de tot 14 februari 2019 bijgewerkte Scheen die stelt: ‘Paul van Solingen geb. Den Haag 14 september. 1944. Woont en werkt aldaar’. Van Solingen zou dan inmiddels 75 jaar oud zijn.

Op de tweede foto zien we waar op 26 april 1965 de kunstenaar op mikt: het mozaïek. De portier van het Passage-theater ziet het welwillend, maar ook wel wat gelaten aan. Anno 2019 zouden we dit evenement een photo op(portunity) noemen. Op de eerste foto neemt een fotograaf Van Solingen op de korrel die op zijn beurt weer wordt gefotografeerd door een professionele fotograaf van het ANP. Als in de schiettent op de kermis schiet Paul van Solingen met z’n buks op de roos die bij een succesvol schot de camera activeert. Dat is echter andere koek dan wat Sean Connery in Goldfinger liet zien. Het idee van de kermisbuks en de loden kogeltjes moet dat benaderen. Of dat overtuigend gebeurt is de vraag. Toen wellicht wel, maar nu na bijna 55 jaar nauwelijks nog. De vraag blijft bestaan wie hier in opdracht van wie met welk doel op wat schiet. Waar de politie is te zien die Van Solingen zou hebben aangehouden is ook een raadsel dat vooralsnog blijft bestaan.

Foto 1: DEN HAAG-KUNST-BUKS, met als onderschrift: ‘DE POLITIE HEEFT DE JONGE HAAGSE MOZAIEKLEGGER PAUL VAN SOLINGEN MAANDAG OP DE HOFWEG IN DEN HAAG AANGEHOUDEN, OMDAT HIP OP HET TROTTOIR ALS JAMES BOND EEN VAN ZIJN WERK STUKKEN, GENAAMD NAAR DE ROLPRENT GOLDFINGER, VOLTOOIDE DOOR ER MET EEN BUKS LOOD IN TE JAGEN, TOT ALLE DERTIG KOGELTJES OP WAREN. HET WERKSTUK, EEN TABLEAU VAN 2.50 METER BIJ 1.50 METER, HAD EEN PLAATSJE GEKREGEN IN DE HAL VAN HET PASSAGE-THEATER.’ ANP, 26 april 1965. Collectie:

Foto 2: DEN HAAG-KUNST-BUKS, met identieke gegevens als foto 1.

Vertrutting in België. Burgemeester laat onder druk kermisattractie met schaars geklede vrouwen afplakken. Religieuze motieven?

In Brussel zijn in de tweetalige deelgemeente Sint-Agatha-Berchem onder druk van de Franstalige sociaal-christelijke burgemeester Joël Riguelle die lid is van de partij cdH beschilderde afbeeldingen van vrouwen in bikini op kermisattracties afgeplakt. Hoewel het openbaar bestuur dat wettelijk helemaal niet kan afdwingen. Op FB besteedt volksvertegenwoordiger Karl Vanlouwe die lid is van de Vlaamse, rechts-nationalistische N-VA er in een post aandacht aan. Hij schrijft over de vermoedelijke reden voor het afplakken: ‘Waarschijnlijk om niemand voor het hoofd te stoten… De wereld draait door. Weg met onze vrijheden… Weg met ons..‘.

Uit berichtgeving van onder meer HLN blijkt dat de uitbater van de attractie onder druk werd gezet af te plakken ‘omdat de tekeningen op de attractie niet geschikt waren voor jonge kinderen’. Als bijkomende reden gaf de gemeente dat het naast een kindermolen staat opgesteld, maar dat het elders getolereerd zou worden.

De actie van Riguelle wijst op betutteling door de overheid en machtsmisbruik. Het duidt op een geestelijk niveau van vertrutting vanwege angst voor seksualiteit. Waarschijnlijk ingegeven  doot religieuze motieven. Het duidt ook op wereldvreemdheid omdat kinderen dagelijks op televisie of sociale media geconfronteerd worden met beelden van geweld of seksualiteit die vele malen heftiger zijn dan de afgeplakte afbeeldingen.

Kermisattracties met beschilderde afbeeldingen van schaars gekleden vrouwen zijn een oud fenomeen en behoren bij de moderne kermistraditie. Wat het nieuwe feit is dat een burgemeester vindt dat hij tot deze onwettige actie kan overgaan is vooralsnog onduidelijk. Burgemeester Joël Riguelle laat zich kennen als een zedenmeester en angsthaas. Hij zwicht voor zijn eigen geweten en bewijst Brussel een slechte dienst. Ook in Nederland rukt de vertrutting op. Dj Gerard Ekdom richtte in reactie in 2016 ‘De Bond Tegen Vertrutting’ op.

Foto: Afbeelding van deels afgeplakte beschilderingen op kermisattractie in Sint-Agatha-Berchem. Foto van Karl Vanlouwere.

SGP/CU maakt bezwaar tegen komst Bobbi Eden naar kermis Woerden

SGP-CU Fractievoorzitter Simon Brouwer in Woerden heeft problemen met de komst van Bobbi Eden naar de kermis in Woerden. Zij presenteert zich als  #1 Dutch PornStar. De kermis vindt van 22 t/m 27 april 2016 plaats en zal door Bobbi Eden geopend worden. De toelichting zegt: ‘Daarna kan iedereen met haar een meet en greet hebben en zullen er foto’s gemaakt worden. Iedereen kent Bobbi natuurlijk wel. Zij is bekend van het fameuze Rtl-4 programma.’ Brouwer wijst erop dat de gemeente Woerden de kermis subsidieert.

Een bericht in AD citeert Mark Laurenz, man en manager van Bobbi Eden: ‘Bobbi heeft ook een bestseller geschreven en doet een theatertoerAls ze in Woerden een strip-act zou opvoeren, dan heeft meneer Brouwer recht van spreken. Het etiket pornoster raakt ze niet meer kwijt, maar in het contract met de mensen in Woerden staat zelfs dat zij in hun promotie van de kermis op geen enkele wijze mogen verwijzen naar seks. Eerlijk gezegd zijn we ook wel weer blij met de ophef, want betere reclame kunnen wij niet kopen.’ Dit oogt op z’n minst dubbelzinnig. Want Eden komt naar de kermis van Woerden omdat ze #1 Dutch PornStar is, en niet omdat ze een boek geschreven heeft. Komt daar maar gewoon voor uit. Respect komt vanzelf. Of niet.

De parallelle wereld van Daan Samson

daan

‘Ik ben nog nooit een politicus tegengekomen met belangstelling voor cultuur. Ze zijn er bang voor, dat is het enige.’ Aldus de Spaanse schrijver Juan Marsé in een interview met Arjen Fortuin dat op 18 januari 2013 in NRC verscheen. Hoe anders lijkt beeldend kunstenaar Daan Samson zich te verhouden tegenover politici. Vooral die van rechts-liberale snit, zoals Halbe Zijlstra of Frits Bolkestein. Hij omarmt ze en drukt ze aan z’n borst. Ze lijken niet bang of onwennig voor zijn kunst en Samson toont geen wantrouwen tegenover hen. Maar schijn bedriegt. Uit angst kunnen politici ook het podium opvluchten. Als een stotteraar die gaat zingen of toneelspelen om het praten te ontlopen. En wat beoogt Samsom met zijn artistieke mimicry?

Samsons project ‘Holiday Trouvé’ laat zien hoe de kunstenaar met Corendon naar een resort vliegt, het ‘Corendon Premier Solto Hotel‘ in Alaçatı, Turkije. Samen met een 52-jarige kunsttoeschouwer. Dat werd op 17 juni weer gepresenteerd in het Rotterdamse TENT: ‘TENT presenteert de videoregistratie van kunstenaar Daan Samson’s experiment voor een nieuwe manier van kunstbeleving: op vakantie gaan met een bezoeker van TENT naar de ‘Caraïben van Turkije’, Alaçati en dat volledig gesponsord door Correndon Vliegvakanties.’ Is een beschouwer van het consumentisme of het ‘moderne levensgevoel’ nou eerder een pleitbezorger of een criticus ervan? Die vraag blijft hangen bij alles wat Samson doet. Het antwoord hangt af van de toeschouwer.

Samson zoekt het ultieme Droste-effect als een spitse Orson Welles die verdwaalt in het spiegelpaleis op de kermis. Samson spiegelt en spiegelt. Om zich niet te laten vangen en zijn blik te verruimen. Zonder zich in z’n kaarten te laten kijken. Hij biedt ons een lege plek in het gras. De Daan Samson van vlees en bloed wil niet in de weg staan en maakt zich tot de constructie ‘Daan Samson’. Het nauwgezet vormgeven van de extreme relativering van waarden met inzet van zichzelf is zijn kunst. Zo wordt op twee manieren het idee van een parallelle wereld opgeroepen die naast de bestaande bestaat. Onhoudbaar, maar voldoende voor kunst die een podium zoekt. De kunstenaar verdwijnt in het kunstwerk en het kunstwerk verdwijnt in de kunstenaar.

orsonmirror123

Foto 1: Still uit Holiday Trouvé’  van Daan Samson, 2014.

Foto 2: Still uit het slot van The Lady from Shanghai (1947) van regisseur Orson Welles.