George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Gender

Journalisten van christelijke media wringen zich onnodig, ontstemd en tekortgedaan in bochten om het eigen bestaansrecht te claimen

leave a comment »

Het is vanwege de pluriformiteit goed dat er christelijke media zijn. Zoals het op dezelfde manier goed is dat er media zijn die zich door andere religies of levensovertuigingen laten inspireren. Waarom zou er trouwens in het veelvormige Nederland geen ruimte zijn voor christelijke media? Dat ter discussie stellen getuigt niet van ambitie en zelfvertrouwen. Dat is precies wat Anton de Wit in het opinie-artikelEr is ruimte voor christelijke media‘ in het Katholiek Nieuwsblad doet. Behalve hij stelt praktisch niemand het bestaansrecht van christelijke media ter discussie. De Wit doet net alsof hij in de bres moet springen voor bedreigde, christelijke media.

Het artikel van De Wit bewijst het omgekeerde van wat het claimt, namelijk het bedrijven van journalistiek die uitgaat van de feiten, als het de Nederlands Dagblad-journaliste Rinke Verkerk citeert die zegt: ‘dat juist de christelijke media vandaag de dag de feitelijkheid hooghouden, waar seculiere collega’s de waarheid voegen naar hun eigen overtuigingen.’ Dat is een uitspraak die niet hard te maken valt en niet van zorgvuldigheid en oprechtheid getuigt. De Wit buigt de waarheid bij en breekt daarmee zijn eigen geloofwaardigheid af.

Wat bedoelt De Wit trouwens precies met ‘seculiere collega’s’? Als hij dat plaatst tegenover ‘christelijke media’ dan creëert hij een valse tegenstelling. Niet alleen kunnen christenen werkzaam zijn voor niet-christelijke media, en omgekeerd, maar ook bestaat er geen tegenstelling tussen christelijke religies en het secularisme omdat het christendom samen met diverse religies en levensovertuigingen een plek vindt onder de paraplu van het secularisme. Het secularisme staat niet vijandig tegenover de christelijke religie.

De Wit maakt het nog bonter als hij opnieuw naar Rinke Verkerk verwijst en weer door selectief kijken een valse tegenstelling creëert: ‘Als voorbeeld noemde zij de discussie over ‘gender’, waarbij het wetenschappelijke gegeven dat er twee geslachten bestaan, glashard wordt ontkend om maar geen individuele gevoelens te kwetsen.’ Zonder concreet te maken wie dat precies ontkent probeert De Wit aan de hand van het activisme van een kleine minderheid tot een algemene uitspraak te komen.

De Wit generaliseert met zijn suggestie is dat alle niet-christelijke media ontkennen dat er twee geslachten bestaan. Dat is aantoonbaar onjuist voor wie de debatten op rechts-populistische en conservatief-liberale nieuwsmedia volgt. De identiteitspolitiek waar Verkerk en De Wit naar verwijzen houdt zich voornamelijk op in de links-radicale marge en die vergroten ze onterecht uit naar alle niet-christelijke media. Dat is een stropopredenering waarbij het standpunt van de andersoortige media bewust verkeerd wordt voorgesteld en vervolgens niet het werkelijke standpunt van die media wordt bestreden, maar een karikatuur ervan. Op hun beurt maken De Wit en Verkerk zich tot een karikatuur van een journalist.

Maar nog is het in het wilde weg schieten van De Wit niet ten einde als hij weer aanhaakt bij de opinie van Verkerk: ‘Zo zie ik een interessante ontknoping ontstaan. De journalistiek die het geloof van christelijke journalisten eerst afdeed als gevoel, en God opzij schoof voor feiten, schuift nu zelf feiten opzij voor geloof en maakt van gevoel een God.’ Dat is een vergaande conclusie van Verkerk die De Wit instemmend citeert over de hele Nederlandse pers inclusief NRC, de Volkskrant, Nieuwsuur, RTL Nieuws en NOS Journaal. De journalisten van deze media zouden de feiten opzij schuiven voor een geloof en een God die Verkerk en De Wit niet verder definiëren. Gelooft De Wit nou werkelijk zijn eigen opinie die het karakter van een persiflage op goede journalistiek aanneemt door anderen van slechte journalistiek te beschuldigen?

Wat Verkerk en De Wit beogen is bombastisch. Ze creëren een harde tegenstelling tussen christelijke en andersoortige media die in werkelijkheid niet duidelijk en vastomlijnd is. Want goede christelijke en andersoortige media gaan beide uit van de feiten en kwalitatief minder christelijke en andersoortige media gaan beide uit van een opinie of overtuiging met voorbijgaan aan de feiten. De Wit lijkt niet te beseffen dat hij met zijn opinie met niet bewijsbare en slecht onderbouwde aannames over het gebrek aan feitelijkheid van andersoortige media zichzelf in het domein van de media begeeft die hij zegt te bestrijden omdat ze hun gevoel vooropzetten. De Wit laat zich sturen door zijn gevoel minder waard te zijn dan andersoortige media.

Daarnaast proberen Verkerk en De Wit ook de strekking van hun christelijke geloof te verbreden door het te exporteren naar, en mentaal op te leggen aan andersoortige media. Want ze beweren dat journalisten van wat ze seculiere media noemen ‘van gevoel een God’ maken. Verkerk en De Wit claimen hiermee dat ‘seculiere journalisten’ zich onbewust laten inspireren door God. Waarbij ze vermoedelijk de God van het Nederlandse christendom die ze zo goed kennen als referentie hebben. Dat insluiten van niet-christenen tegen hun wil in de God van het Nederlandse christendom is echter een lastige missie. Het kan vooral opgevat worden als een achterhoedegevecht van een afkalvende christelijke bevolkingsgroep die grip verliest op de eigen omgeving, aan invloed verliest en krampachtig andersdenkenden het eigen gedachtengoed probeert op te leggen.

Verkerk en De Wit hebben alle recht om voor hun eigen achterban en de christelijke media op te komen. Dat recht wordt hun door niemand ontzegd. Dat doen ze echter niet door zelfvertrouwen uit te stralen, maar door valse tegenstellingen en verdachtmakingen te creëren. Dat heeft in eigen kring wellicht nut omdat het construeren van een gemeenschappelijke vijand (= seculiere journalistiek) voor even de eigen gelederen versterkt, maar voor de lange termijn beschadigt het de geloofwaardigheid van de christelijke journalistiek. Laten ze gewoon goede journalistiek bedrijven en zich niet bedienen van projecties, hersenschimmen en fictie. Als ze journalistieke kwaliteit in zich hebben dan dienen ze daarmee hun media beter dan met leugens en uitvergrotingen. Het is onnodig dat ze zich afzetten tegen de in hun ogen seculiere media die ze blijkbaar in zulke hoge mate als bedreigend spookbeeld ervaren dat ze er niet meer objectief over kunnen spreken.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikelEr is ruimte voor christelijke media’ van Anton de Wit in het Katholiek Nieuwsblad, 3 oktober 2019.

Opmerkingen bij een onderzoek over identiteit. Mama Cash: ‘Vrouwen in kunst en cultuur zwaar ondervertegenwoordigd’

leave a comment »

Mama Cash is een internationaal fonds dat feministisch activisme financiert. Het bracht op 3 februari 2019 het onderzoekThe Position of Women Artists in Four Art Disciplines in The Netherlands’ naar buiten. Zoals het onderzoek zelf zegt is er vervolgonderzoek nodig. Want methodologisch is het mager onderbouwd. Het is moedig van de samenstellers om te denken dat dit meta-onderzoek dat enkele onderzoeken samenvoegt in deze basale fase al naar buiten kan worden gebracht. Welk doel deze vroegtijdige publicatie dient is gissen.

Identiteit is een onderwerp dat media, politiek en burgers harder laat lopen. Vraagstukken over identiteit kunnen in het huidige politieke klimaat steevast op aandacht rekenen. Men hoeft niet diep in te gaan op sociaal-economische aspecten om toch in de nieuwscyclus gehoord te worden. Men kan volstaan met het aanstippen van sociaal-culturele aspecten. Zoals aanhangers van Jordan Peterson hun mannelijkheid verdedigen vanuit hun onderbuikgevoelens. In die zin is de beschrijving van een geconstateerd onrecht politiek ongevaarlijk. Een afleiding voor wezenlijke verandering. Het is de vraag of serieuze wetenschap hieraan mee moet doen. Maar toch is het goed dat het onderzoek plaatsvindt omdat de dominante, mannelijke blik vrouwen nu eenmaal discrimineert. Alleen, wat is de goede vorm om dat aan te kaarten?

Methodologisch is het opmerkelijk dat absolute en relatieve cijfers door elkaar lopen. Wat wordt er gemeten? Stel dat een kunstdiscipline 30% vrouwen telt en in de belangrijkste presentatie-instellingen van die discipline 35% worden gepresenteerd. Zegt dat dan dat de vrouwelijke kunstenaars over- of ondervertegenwoordigd zijn? Het lijkt allebei waar. Vrouwelijke kunstenaars zijn ondervertegenwoordigd in de discipline, maar oververtegenwoordigd in de presentatie-instellingen binnen die discipline. Nogmaals, wat zegt dat dan?

Uiteraard moet voor de toekomst het streven binnen de kunstsector gelijkwaardigheid en evenredigheid van vrouwelijke en mannelijke kunstenaars zijn. Naast alle andere subcategorieën die evenredig vertegenwoordigd moeten zijn (homoseksualiteit, ras, religie, etniciteit, opleiding, sociale klasse, stad/platteland). Het valt niet in te zien waarom de ene of de andere gender minder goed vertegenwoordigd zou zijn in kunstinstellingen. Maar niet in elke kunstdiscipline is hetzelfde percentage vrouwen werkzaam. In de hardrock-muziek zal dat lager zijn dan in de keramiek- of textielkunst. Het gaat dus om relatieve getallen. Wat is de nulmeting? De samenstelling van de totale bevolking in Nederland en daarbuiten, de achtergrond van de studenten aan kunstopleidingen, het lidmaatschap van een beroepsvereniging of ranglijstjes en toegekende prijzen?

De sterke aandacht voor de identiteit van de kunstenaar die alle nuances weg dreigt te bulldozeren kan tot vergissingen en misverstanden leiden. De representatie van de diverse subcategorieën die tot achter de komma moet kloppen wordt zo ingewikkeld dat het in de praktijk niet realiseerbaar is en verlammend werkt. Daarnaast moet het begrip identiteit niet heilig worden verklaard. Het is wat het woord zegt dat het is: eigenheid, individualiteit. Dat onttrekt zich deels aan een tweedeling in exclusieve categorieën die te grof is.

Een voorbeeld over musea. Het onderzoek gaat uitsluitend uit van de presentatie van vrouwelijke, mannelijke of transgender kunstenaars in de vaste opstelling of in tijdelijke tentoonstellingen. Hiermee blijven andere ‘machtsposities’ binnen het museum buiten beeld. Stel dat een vrouwelijke directeur en conservator het werk van een mannelijke kunstenaar in hun museum tonen of andersom een mannelijke staf het werk van een vrouwelijke kunstenaar toont, wat zegt dat over de mannelijke of vrouwelijke focus van betreffend museum?

Dit staat nog los van het politieke streven en de maatschappelijke opstelling van betreffende kunstenaars. Want een vrouwelijke kunstenaar kan zich vrouwonvriendelijk opstellen, en een mannelijke kunstenaar kan zich vrouwvriendelijk opstellen. Niet alle vrouwen zijn immers feministes, en niet alle feministes zijn vrouw.

Complicatie is de context waarin het werk getoond wordt. Het werk van een vrouwelijke kunstenaar kan als ’tegenvoorbeeld’ vertoond worden dat dient om een vrouwonvriendelijk betoog te onderstrepen. Op de wijze van de tentoonstelling van Entartete Kunst in München in 1937. Getuigenissen maken duidelijk dat het voor vele bezoekers een positieve kennismaking met de toenmalige hedendaagse kunst was. Ze vonden er niet de verkettering in die door het Nazi-bewind werd bedoeld, maar het omgekeerde. Zo kan omgekeerd ook het werk van een mannelijke kunstenaar getoond worden om een feministische overtuiging te onderbouwen. Hoe moet het een dan tegen het ander afgewogen worden als de subcategorieën man en vrouw tekortschieten?

Een ander bezwaar van het onderzoek is dat de focus op de maker te eenzijdig is. Door die te verbreden worden de cijfers minder plat en geïsoleerd en kunnen ze veelzeggender gemaakt worden. Er valt te denken aan een onderzoek dat veel meer data weegt en betrekt in de vergelijking. Een voorbeeld hoe dat zou kunnen werken geeft de methode om te bepalen hoe Nederlands een Nederlandse film is en wanneer die voldoet aan de voorwaarden voor financiering door de Nederlandse overheid. Dat is een weging van vele data: de achtergrond van de scenarist, de hoofdrolspelers, de producent, de financierder, de regisseur, technische functies als montage, muziek, camera en de laboratorium/postproductie. Dat blijft een methode die kritiek ondervindt, maar in elk geval minder grof is dan uitsluitend uit te gaan van de gender van de kunstenaar.

Foto: Schermafbeelding van berichtVrouwen in kunst en cultuur zwaar ondervertegenwoordigd’ van Mama Cash, 3 februari 2019.

Joan Scott mag scoren op France 24 English: ‘Hardline secularism is as bad as hardline Islam’. Is haar betoog bespottelijk of geniaal?

leave a comment »

Ik ben verbaasd over de uitspraken van de Amerikaanse historica Joan Wallach Scott over het secularisme in bovenstaande video. Ik begrijp het niet waarom ze deze uitspraken doet omdat zij bekend staat als een gelauwerde wetenschapper die niet te betrappen valt op modieuze uitspraken. Maar het lijkt alsof Scott niet weet wat secularisme is en dat als een valse sluitsteen van haar betoog over vrouwongelijkheid gebruikt. Het is goed dat ze dat zegt en ter sprake stelt, maar waarom ze dat betrekt op het secularisme is de vraag die blijft hangen. Des te meer omdat het helemaal niet nodig is om haar punt over gendergelijkheid te maken.

De presentator van France 24 English probeert nauwelijks te nuanceren, intellectueel tegenwicht te bieden of Scotts uitspraken af te bakenen, maar voedt haar. De online redactie scherpt het aan door het volgende citaat bij de video op YouTube te zetten: ‘Historian Joan Scott: ‘Hardline secularism is as bad as hardline Islam’’. Waarbij Scott het overigens heeft over ‘fundamentalist Islam’. Zo is de toon gezet en verandert journalistiek in activisme. Populisme heeft de newsroom van France 24 English blijkbaar bereikt en overweldigd.

Het raadsel van het interview is dat het tot op het eind onduidelijk is waar het over gaat en waarom Scott het secularisme er aan de haren bijsleept. In plaats van het secularisme te helpen hervormen, zet Scott het bij het grof vuil. Ze  bewijst zichzelf hiermee naar mijn mening geen dienst. Ze begint met algemene, niet te toetsen uitspraken vanwaaruit ze terugschakelt naar het specifieke om vervolgens daar van alles over het secularisme uit af te leiden. Dat is geen wetenschap, maar een occulte mening die samenvalt met voodoo. Mijn reactie:

Highly controversial what Joan Scott is saying. She seems to be able to derive the general from the specific, but that is not a valid argument. A politicized French situation is in itself insufficient to disqualify secularism. That must be seen separately from each other.

It is about how secularism is described. If that is a political philosophy that means that all religions and beliefs are equal and this is guaranteed by the state under the laws (including fundamental rights for individuals, including minorities and women) and institutions of the state of law, then this already indicates that Joan Scott’s labels and definitions are not linked together.

It may well be that in certain countries secularism is ‘misinterpreted’ or even hijacked by the ruling power and is the subject of political debate, as in France or India, but that still does not justify the proposition to disqualify secularism as philosophy and put it on a par with Islam. The abstraction level of Islam and secularism is completely different.

The trick to add the adjective ‘hardline’ is a slight excuse and does not make Joan Scott’s observations any more credible. She does not reason validly and allows conclusions to be drawn from arguments that are not the essence but secondary phenomena..

Een tragisch verhaal van Finn Winn Bousquet. Over depressies, adolescentie, zelfmoord en transgender

with 6 comments

Een tragisch verhaal uit Fairfield, Ohio over de 14-jarige Finn Winn Bousquet die afgelopen juni zelfmoord pleegde door zich voor de trein te werpen. De voorgeschiedenis is complex en heeft te maken met geslachtsverandering. Maar misschien ook niet. Eerst was Finn een meisje en had zelfmoordneigingen vanwege depressies. Toen kwam ze tot het inzicht dat ze zich vanbinnen een jongen voelde en voortaan als jongen door het leven wilde gaan. Zo werd Finn van een jongensachtig meisje een meisjesachtige jongen. De ouders werkten mee, de school werkte mee en alles leek goed te gaan. Finn stortte zich als vlucht op zijn schoolwerk, en werd een voorbeeldige leerling. Maar de depressies bleven. Finn voelde zich vervreemd en verwondde zichzelf. Daarbij kwam dat de ouders in hun laatste gesprek met Finn uitlegden dat de medische behandeling om de vrouwelijke hormonen te onderdrukken duurder werd. Finn voelde dat als een last die op het gezin drukte. Op hun beurt beseften zijn ouders dat onvoldoende. Toen pleegde Finn zelfmoord.

Wat oorzaak en gevolg zijn in deze opeenvolging van gebeurtenissen valt niet makkelijk uit te maken. Het is een verhaal van een liefdevolle omgeving die het beste voor een kind wil. Maar andere krachten kunnen sterker blijken. Welke dat zijn valt niet simpelweg uit te maken. Of de depressies van Finn direct voortkwamen uit het feit of hij jongen of meisje was of dat dat er slechts zijdeling mee te maken heeft is de vraag.

Hoe breed dit onderwerp kan uitwaaieren blijkt uit een artikel in The Guardian van 25 september 2017 over onderzoek naar transgender. Het gaat over politieke correctheid en onafhankelijkheid van universitair onderzoek. De Bath Spa University is een intern onderzoek gestart omdat een onderzoeksvoorstel van psychotherapeut James Caspian dat eerst was toegekend zou zijn afgewezen omdat het kritiek op sociale media zou opleveren, aldus Caspian. Dat onderzoek ging over ‘detransitie’, het terugveranderen van een geslachtsverandering, vooral van vrouwen naar mannen. Vrouwen zouden die verandering achteraf betreuren.

De Amerikaanse transgender activist en directeur van TrueChild Riki Wilchins ziet een politieke onderstroom in de Amerikaanse samenleving die de toegang tot transgender operaties wil beperken. Zij erkent het probleem van detransitie, maar ziet er niet het hoofdprobleem in: ‘Ik probeer niet te zeggen dat het voor hen geen beladen ervaring (‘fraught experience’) is of dat het niet moet worden bestudeerd. Maar het is niet de prioriteit (‘the first place I would put my money’) als ik de problemen van transgenders wilde aanpakken’.

Witchins’ gelijk blijkt uit rechtse media als The Blaze van de conservatieve Glenn Beck die een artikel plaatst dat suggereert dat er een toename is van transgenders die hun geslachtsverandering betreuren. Daarbij wordt verwezen naar de Servische transgender chirurg Miroslav Djordjevic die echter genuanceerder is dan het wordt voorgesteld. Hij wil het transgender-toerisme naar Belgrado reguleren en dringt daarom aan op begrijpelijke garanties van bezinning en een zorgvuldige toets vooraf. Transgender is een onderwerp dat niet gepolitiseerd moet worden. Noch door een universiteit die vreest voor negatieve reacties, noch door rechtse en christelijke media die het belang van transgender en hun omgeving ondergeschikt maken aan hun politieke agenda.

Foto: Afbeelding van Finn Winn Bousquet in artikelFairfield parents cope with transgender teen’s suicide’ op KTVO.com, 4 oktober 2017.

Grayson Perry: een vent in een jurk. Kwetsende kunst?

leave a comment »

Beeldend kunstenaar Grayson Perry (1960) vindt het belangrijker om er interessant uit te zien dan vrouwelijk. Een vent in een jurk roept voor velen hoon en vraagtekens op. Maar Perry vindt het vooral grappig. Smile. Die luchtige houding hoort bij het onderzoek om uit te vinden wie je bent. Wat bij je past. Het maakt verteerbaar. Zijn vrouwelijke alter ego Claire figureert in zijn werk. De verkleedpartij mag afstoten, maar trekt ons ondanks dat toch het werk in. Dat is het knappe van Perry’s werk die zijn leven en werk verbindt door zijn marketing.

593f648a94d396a08fb69c5b330a20d7

Foto: Grayson Perry, The Mother of All Battles, 2011.

Als de man alleen is met een vrouw. Volgens de conservatieve islam

leave a comment »

Deze video ‘Als je alleen bent met een vrouw’ op het kanaalIslam Ondertitel’ problematiseert de omgang tussen man en vrouw. Die wordt ontmenselijkt en gedesexualiseerd. De suggestie is dat een man en een vrouw die samen alleen zijn niet in staat zijn zich tegenover elkaar te gedragen omdat de duivel de man het kwade influistert. De verleiding ligt zogezegd op de loer. De titel duidt op een perspectief dat bij de man ligt. Ook de vrouw is alleen in de lift, dus de titel had evenzeer kunnen luiden ‘Als je alleen bent met een man’.

Nog meer dan uitgebreide analyses duidt deze video erop dat de versie van de islam die hier gepresenteerd wordt zowel man-centrisch als vrouwonvriendelijk is. En daarom in de kern niet aansluit bij de emancipatie van de vrouw. Deze verschijningsvorm van de islam is achterhaald en achterlijk. ‘Jij …. en zij. En waar ging ik naartoe’ zegt de duivel tegen de man. Alleen hij wordt aangesproken. ‘Wanneer een man een vrouw ontmoet (privé zonder andere aanwezigen), dan is Satan de derde (aanwezige)’. Dat betekent in de visie van deze Shaytaan-serie dat een man en vrouw nooit alleen kunnen zijn omdat Satan altijd de aanwezige derde is.

Het maakt man en vrouw afhankelijk van een hogere macht, scheept de man op met een schuldcomplex en de vrouw met onvrijheid en afhankelijkheid. Man en vrouw worden gedeindividualiseerd en gedesexualiseerd in een islamitisch-conservatieve horrorshow die mensen bindt aan hogere machten. Alsof het een Middeleeuwse allegorie betreft die 500 jaar later nog serieus wordt genomen. De video toont religie van haar slechte kant. Het geeft aan dat de islam hoognodig hervormd moet worden omdat het gebrekkig in de 21ste eeuw past.

Petitie: Geen zwarte mannetjes op wegwerkzaamhedenbordjes. En waarom zien we er geen vrouwen op? Beeldvorming in verwarring

with 3 comments

zm

Een petitie roept om om de ‘zwarte mannetjes’ op verkeersborden een andere kleur te geven: ‘Daar waar aan de weg wordt gewerkt staan geregeld bordjes wat aangeeft dat er wegwerkzaamheden worden uitgevoerd. De mannetjes op deze borden zijn zwart wat ons doet denken aan het slavernij verleden. Stop discriminatie en laten we kiezen voor een andere kleur!’ Een ontregelende petitie die tot humor leidt, zoals uit de reacties op Facebook blijkt. Bedoelt petitionaris Robert Spekman dit nou serieus of niet? Trouwens, waarom zijn het mannetjes en geen vrouwtjes die op deze verkeersborden staan afgebeeld? Worden vrouwen niet geacht dit zware werk te kunnen verrichten? Is dit geen andere vorm van discriminatie? Hoe dan ook, er is veel mis met de zwarte mannetjes op wegwerkzaamhedenbordjes. Ze lopen achter op de maatschappelijke ontwikkelingen.

weg-klein

Foto 1: Schermafbeelding van FB-pagina, 8 juni 2016. 

Foto 2: Maurice Meewisse ’30 ton zand en 14 uur’ op het Utrechtse Domplein, 2015.