George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘PvdD

RTV Rijnmond stelt kunst en sport, Museum Boymans en Feyenoord City tegenover elkaar in een kader. Is dat zinvol en verhelderend?

leave a comment »

De toelichting bij de video op het YouTube-kanaal van RTV Rijnmond luidt: ‘De gemeenteraad van Rotterdam trekt veel makkelijker de portemonnee voor Museum Boijmans Van Beuningen dan voor een nieuw Feyenoordstadion. Het museum krijgt 168,5 miljoen voor een grote renovatie, terwijl over een veel lager bedrag voor een nieuw stadion veel langer gesteggeld wordt. In het programma De Zoekmachine van RTV Rijnmond wordt de vraag gesteld waarom dat zo is.’ Op toelichting en reportage valt nogal wat aan te merken.

Een bezwarend aspect komt aan het eind aan de orde als raadslid Gerben Vreugdenhil van Leefbaar Rotterdam (portefeuille ‘Majeure Projecten’) uitlegt dat Stadion Feyenoord/  Feyenoord City en Museum Boijmans verschillende soort ondernemingen zijn. Vreugdenhil: ‘Publiek geld naar publiek bezit geldt hier [= Boymans]. Voor Feyenoord City geldt: Publiek geld gaat naar een privaat initiatief’. Maar dat ligt genuanceerder, want Museum Boymans is in 2006 geprivatiseerd. Weliswaar zijn een deel van de collectie en het gebouw eigendom van de gemeente Rotterdam gebleven, maar is het geen gemeentelijk museum zoals het commentaar zegt. Het museum kan op de markt als ‘creatieve ondernemer’ opereren en heeft dat sinds 2006 succesvol gedaan. De gemeente staat echter meer op afstand dan deze vermeende tweedeling suggereert, hoewel het een feit is dat de gemeente verantwoordelijk is voor het onderhoud van het gebouw. Zoals sommige geïnterviewden opmerken hebben de kosten zich opgestapeld doordat de gemeente Rotterdam renovatie heeft uitgesteld.

Raadslid Ruud van der Velden van de Partij voor de Dieren merkt op dat het hem niet duidelijk is waarom bij Museum Boijmans voor de zogenaamde ‘ambitievariant’ is gekozen. Maar die terechte kritiek lijkt niet zozeer met Museum Boijmans te maken te hebben, maar meer met het opereren van de Rotterdamse coalitie en de tekortschietende voorlichting en transparantie. Zoals VVD’er Jan-Willem Verheij opmerkt en Van der Velden overigens ook al suggereert is het bij Boijmans net als bij Stadion Feyenoord evenmin snel gegaan. In beide gevallen gaat het om langlopende processen. Wat uiteindelijk de zin van de kritiek op de ‘ambitievariant’ is als het verschil van 55 miljoen euro niet door de gemeente Rotterdam, maar door andere private of publieke partijen wordt opgebracht is de vraag. Overigens trok de Stichting Droom en Daad afgelopen week haar aanbod voor de schenking van ‘een substantieel deel’ van die 55 miljoen euro in omdat het blijkbaar geen ’stoel aan tafel’ kreeg die het had opgeëist. Het overleg erover kan echter weer vlotgetrokken worden.

Een gemeente trekt de portemonnee voor van alles: stadspromotie en -marketing, burgerzaken en bestuur, voorlichting en communicatie, grondexploitatie, bouwen, onderwijs, zorg, transport, sociale uitkeringen, veiligheid en inderdaad ook sport en cultuur. Het grootste punt van kritiek op de reportage is het tegenover elkaar in hetzelfde kader plaatsen van sport en kunst. Kunnen die op zo’n simpele wijze vergeleken worden?

Dat begint al met de vraag van sportpresentator Peter van Drunen die werkzaam is voor RTV Rijnmond. Zijn vraag wordt als volgt verwoord: ‘Waarom trekt Rotterdam veel makkelijker de portemonnee voor museum Boijmans dan voor een nieuw stadion?’ Dat is een veelgelaagde vraag waarin allerlei elementen samenkomen. Ze worden in de reportage  beantwoord (privaat/publiek, slimmer lobbyen door Boymans dan door Feyenoord City, steeds weer veranderende projectplannen van Feyenoord City op verschillende plekken terwijl die van Boymans redelijk continu zijn), op het aspect na wat het verschil is van de functie van kunst en een museum (Museum Boymans) en de functie van professionele sport en een evenementenlocatie (City Feyenoord).

De reportage van RTV Rijnmond is journalistiek niet onzorgvuldig, maar doet door het niet logisch achter elkaar zetten van de feiten en het niet benadrukken van de verschillen tussen sport en kunst toch aan het creëren van een tegenstelling die extra wordt uitvergroot. Dat is ongelukkig en ongewenst. Het weerlegt misverstanden over deze ‘Majeure Projecten’ niet, maar houdt ze in de lucht zonder ze afdoende te duiden. Duiden is de functie van goede journalistiek. RTV Rijnmond kiest halfslachtig voor een debat dat als open wordt gepresenteerd, maar laat te veel essentiële elementen ongenoemd om het debat af te kunnen sluiten.

Advertenties

Met controversiële verkoop van werken uit collectie heeft Berkshire Museum zich geïsoleerd. Is dat de les die hieruit te leren valt?

with 3 comments

Ontzamelen van collectie-onderdelen van musea is aan voorwaarden verbonden. De opbrengst mag niet gebruikt worden voor een reparatie en renovatie van het gebouw vanwege achterstallig onderhoud. Het is in Nederland vastgelegd in de zogenaamde ‘Leidraad Afstoten Museale Objecten‘ (LAMO) dat een instrument voor zelfregulering en een praktisch verlengstuk van de afstotingsparagraaf in de Ethische Code is. Nationale museumverenigingen volgen de Ethische Code van de internationale Musemvereniging ICOM. In de VS is dat de Ethische Code van de AAM. De gedragsregels en ethische codes dienen om de museumsector te reguleren en er onder meer voor te zorgen dat individuele musea niet handelen tegen het belang van de sector in.

Dit blog gaf in een commentaar van 29 oktober 2017 aandacht aan het Berkshire Museum in Pittsfield, Massachusetts. Het is een cause célèbre geworden omdat bestuur en directeur Van Shields aangaven uit economische redenen delen van de collectie te willen verkopen en dat voornemen veel verzet ondervond. Na juridische uitspraken waarmee de museumsector niet tevreden was leverde onderhandse verkoop uit de museumcollectie  in april en mei 2018 47 miljoen dollar op. Op 25 juni kondigde het museum aan dat het van plan is om nog eens negen werken voor in totaal 8 miljoen dollar te verkopen. Het billboard verwijst naar die nieuwe verkoop. Bij de reacties zijn juridische, museale en publicitaire ontwikkelingen rond de verkoop na te lezen. Het deed veel stof opwaaien vanwege het precedent. Want als het ontzamelen om economische redenen bij dit lokale museum werd goedgekeurd, dan zouden andere besturen en museumdirecteuren het voorbeeld kunnen volgen. Zodat de uitverkoop van het openbaar kunstbezit hiermee werd aangekondigd.

In een videocommentaar gaat Michael Daly in op het feit dat het Berkshire Museum zich met de controversiële verkoop geïsoleerd heeft en in het bruikleenverkeer door de AAM wordt uitgesloten. Een andere ontwikkeling is het met pensioen gaan van museumdirecteur Van Shields. In een bericht van The Berkshire Eagle zegt een woordvoerder van het museum dat hij niet onder druk van het bestuur is opgestapt. De twijfel blijft echter bestaan of de positie van het museum wel zo precair was als Shields beweerde en moest leiden tot de verkoop van werken uit de collectie. Het is merkwaardig dat Shields opstapt nu hij zijn zin over de verkoop heeft doorgezet, de museumsector tegen zich in het harnas heeft gejaagd en zijn plannen niet meer kan uitvoeren.

Deze kwestie doet denken aan het voornemen van toenmalig directeur Stanley Bremer van het Rotterdamse Wereldmuseum om delen van de collectie (de deelcollectie Afrika) op de commerciële markt te verkopen en zo een fonds van 60 miljoen euro op te bouwen. Bremer werd na veel tegenstand uit de museumsector en een publieksbeweging in 2015 de laan uitgestuurd en liet het Wereldmuseum verweesd achter, als makkelijke prooi voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). Net als Shields stelde Bremer het ontzamelen voor als een noodzakelijke verkoop die diende om het museum het hoofd boven water te laten houden. Maar eerder lijkt het grote gebaar en de wil om met onorthodoxe maatregelen initiatief te nemen directeuren als Bremer of Shields te hebben gestuurd. In Rotterdam liep het goed af en werd de Afrikacollectie niet verkocht, in Pittsfield liep het slecht af en werden onder meer twee schilderijen van Norman Rockwell verkocht.

NB: Zie voor actueel nieuws via Twitter actiegroep Save the Art—Save Berkshire Museum

Foto: ‘This billboard along South Street in Pittsfield is visible near Guido’s as motorists drive north.’ In: The Berkshire Eagle, 2 juli 2018.

Nogmaals Nord Stream II: waarom is er geen open debat over een pijplijn die de EU afhankelijker maakt van de Russische Federatie?

with 8 comments

De Belgische oud-ambassadeur Theo Lansloot zet de ontwikkelingen over de aanleg van de gaspijplijn Nord Stream II in een artikel voor Doorbraak op een rijtje. De actuele situatie is dat landen aan de Oostzee waarvan de pijplijn door hun territoriale wateren loopt voor de beslissing staan wat ze ermee aan moeten. Als ze dat politiek al zelf mogen beslissen en ze volgens internationaal recht juridisch iets te zeggen hebben over het onderzeese deel van Nord Stream II tussen de Russische Federatie en Duitsland. Finland en Duitsland hebben het groene licht gegeven. Denemarken houdt de kaarten nog tegen de borst en wordt onder druk gezet door voor- en tegenstanders. De vraag is of Nord Stream II Europa over-afhankelijk van Russisch gas maakt.

Rondom Nord Stream II tekenen zich twee kampen af. Tegenstanders lijken de overhand te hebben met de VS, het Verenigd Koninkrijk, landen als Polen, Oekraïne en de Baltische landen die de Russische chantage met energie vrezen, maar ook milieuactivisten die een einde aan fossiele brandstof willen. Zo stelden kamerleden van de PvdD en de SP die doorgaans welwillend staan tegenover de Russische Federatie in 2017 kritische kamervragen over Nord Stream II. Omdat de energieafhankelijkheid van de EU-lidstaten van Russisch gas door import vergroot wordt en dit in strijd is met het energiebeleid van de EU (Third Energy Package) zijn degenen die pleiten voor correcte uitvoering van dit beleid ook tegen. Ze wijzen op diversificatie en onafhankelijkheid. Overigens wordt in een rapport van de juridische dienst Raad van de Europese Unie dit formeel ontkend, zodat de ministers kunnen handelen in strijd met hun eigen beleid. Verder zijn Zuid-Europese landen ook kritisch over Nord Stream nadat de EU South Stream afschoot door harde voorwaarden aan het Kremlin te stellen. De Italiaanse oud-premier Renzi definieerde het opleggen van sancties aan de Russische Federatie plus het afketsen van South Stream door het stellen van harde voorwaarden aan het Kremlin, maar tegelijk het doorgaan van Nord Stream zonder die voorwaarden en het als economisch project te betitelen als hypocrisie.

Voorstanders zijn vooral te vinden in de landen waarvan bedrijven betrokken zijn: Duitsland, Nederland en Frankrijk. En omdat Duitsland een beslissende vinger in de pap van de EU heeft en de tandem Duitsland-Frankrijk de as van de EU vormt, volgt de Raad van ministers. De tactiek van de voorstanders is niet om een open debat te voeren, maar dat uit de weg te gaan. De dooddoener van het Duitse politieke en economische establishment is dat Nord Stream geen politiek, maar een economisch project is. Uit alles blijkt dat Nord Stream een politiek project is. Gazprom koopt Europese politici om door ze in te huren als ‘consultant’, zoals de Oostenrijkse ex-minister Hans Jörg Schelling die lid is van de ÖVP, de partij van kanselier Sebastian Kurz. Zoals Lansloot opmerkt staat de Duitse oud-kanselier Gerhard Schröder op de loonlijst van Gazprom. Zijn opportunisme is berucht en bezoedelt de Duitse politiek en de SPD. Maar het lijkt te eenvoudig om het Duitse belang te reduceren tot het omkopen van SPD’ers als Schröder of president Frank-Walter Steinmeier. Een argument van de voorstanders is dat het een wederzijdse afhankelijkheid betreft en de aanleg het Kremlin ook afhankelijker van Europa maakt. Maar dat gaat opnieuw voorbij aan de onafhankelijkheid van Europa.

De tegenstrijdigheden zijn groot en het is onbegrijpelijk dat ze niet genoemd worden in het publieke en politieke debat. Sancties die in 2014 ingesteld werden vanwege de annexatie van de Krim door de Russische Federatie en de militaire inmenging in Oost-Oekraïne worden verlengd, maar tegelijk worden de economische banden met het Kremlin via Nord Stream aangehaald en wordt Oekraïne dat Russisch gas via pijpleidingen aan de EU levert in de steek gelaten. Dat is dubbelzinnig en hypocriet, maar vooral kortzichtig. De EU weet dat het zich door de aanleg van Nord Stream II afhankelijker maakt van het Kremlin, maar ontkent dat dat zo is. De leiding van de Russische Federatie heeft er immers een handje van om gas als geopolitiek wapen in te zetten. Door de verslechterende situatie tussen het Westen en de Russische Federatie dat zich ook nog eens steeds meer opstelt als kat in het nauw, wordt de kans dat dat wapen ingezet wordt er eerder groter dan kleiner op. Levering van Russisch gas aan de EU-lidstaten is de olifant in de kamer waarover West-Europese politici en bedrijven al jaren doen alsof ze die niet zien. Zo gaat kortzichtigheid over in bijziendheid omdat Duitsland en Nederland verslaafd zijn aan goedkoop Russisch gas. De geloofwaardigheid van de EU wordt ondermijnd.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelRusland en de EU: energie-onafhankelijk of Nord Stream 2 pijplijn?; Regering Merkel verkiest Russische gaspijplijn boven EU –Energie Unie’ van Theo Lansloot in Doorbraak, 4 april 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelEuropese Raad geeft groen licht Nord Stream 2’ in Geotrendlines van 2 oktober 2017 onder verwijzing naar Euobserver.

Alliantie in Rotterdam tussen links en het islamitisch geïnspireerde NIDA. Waar laat dat de progressief-vrijzinnige kiezer?

with 10 comments

In Rotterdam hebben de drie linkse partijen GroenLinks, PvdA en SP voor de gemeenteraadsverkiezingen een alliantie gesloten met de islamitisch geïnspireerde lokale partij NIDA. NRC meldt het in een bericht. De vier partijen presenteren zich als ‘Links Verbond’ en niet als ‘Links-islamitisch Verbond’. De opzet is tegenwind te bieden aan het rechtse Leefbaar Rotterdam dat een alliantie met Forum voor Democratie (FvD) is aangegaan. Omdat de leider van Leefbaar Joost Eerdmans geen afstand neemt van de uitspraken over afkomst, ras en IQ van FvD heeft Said Kasmi van D66 samenwerking met Leefbaar uitgesloten. Zo kondigt zich in Rotterdam een rechts (Leefbaar/FvD, VVD, CDA, SGP), links (GL, PvdA, SP, NIDA, PvdD) en centrumblok (D66, CU) aan. Met NIDA’s concurrent, het eveneens islamitisch geïnspireerde DENK als links-conservatief buitenbeentje.

Voor vrijzinnige kiezers die zich niet willen laten inspireren door religie en religieus geïnspireerde partijen of partijen met extreem-rechtse denkbeelden wordt de spoeling dun. Ze kunnen alleen terecht bij D66 en de PvdD. Zo wordt het duidelijk kiezen in Rotterdam. Allianties, blokvorming en uitsluitingen maken het een interessante proeftuin voor politiek Nederland. Partijen rekenen zich nu electoraal rijk. Tegen beter weten in.

Foto: Tweet van NIDA, 14 februari 2018.

Written by George Knight

14 februari 2018 at 14:56

Waarheen leidt samenwerking van het Wereldmuseum met het NMvW?

with 4 comments

Sinds kort klonk ineens overal kritiek op het Stedelijk Museum. Directe aanleiding waren publicaties in de NRC over de belangenverstrengeling van directeur Beatrix Ruf en haar korte lijnen naar de kunsthandel, de onzorgvuldige en onvolledige verantwoording van haar nevenactiviteiten in het jaarverslag, de overtreding van de ethische code en het onvoldoende toezicht op haar functioneren. Alsof ze een vrijgeleide had gekregen van de Raad van Toezicht om haar eigen handeltje binnen de muren van het Stedelijk Museum op te zetten. Met gebruikmaking van het prestige van het museum om de waarde van kunstwerken op te krikken. Het had de titel van een stripverhaal van Marten Toonder kunnen zijn: ‘Beatrix Ruf en de museale waardevermeerderaar‘.

Het schieten op directeur Ruf als aangeschoten wild wordt gemakzuchtig. Dat het vinden van een -aan de oppervlakte liggende- waarheid zolang moest duren getuigt van gebrek aan alertheid van kunstkritiek, politiek en Museumvereniging. Waar was de vinger aan de pols van de museumsector? Zo werkt publiciteit. Roependen in de woestijn die een onrechtmatigheid aankaarten krijgen jarenlang geen gehoor en worden buiten de orde gesteld. Met het etiket querulant, kommaneuker of zeurpiet zogezegd op hun voorhoofd geplakt. Als dan de dam van ongenoegen doorbreekt, dan gaat ineens de publieke opinie door de bocht en doet iedereen alsof men al altijd kritisch was. Men buitelt over elkaar heen in verontwaardiging om de felste afwijzing te geven. Daarom is het interessanter om niet naar de lopende zaak Ruf te kijken, maar naar een zaak die nog ontdekt moet worden. En in de publieke opinie nog niet de aandacht krijgt die het verdient.

Het gaat ook om een museumorganisatie die er aanspraak op maakt en zelfs prat op gaat om maatschappelijk te zijn en zich te bekommeren om het lot van wereldburgers en te gaan voor een rechtvaardige wereld. Omdat het dat beredeneert vanuit een eigen gesloten wereldbeeld dat niet of nauwelijks gevoed wordt door de ‘gewone’ lokale bevolking -die over het hoofd wordt gezien- is het de vraag wat de samenleving eraan heeft.

Die andere zaak is het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). Het wordt gepresenteerd als een fusie van het Afrika Museum uit Berg en Dal, Museum Volkenkunde uit Leiden en Tropenmuseum uit Amsterdam. Het is uit nood geboren door bezuinigingen op de volkenkundige musea, maar een fusie van gelijke partners met eenheid in verscheidenheid is het nog niet geworden. De fusie valt achteraf op te vatten als een vijandige overname door het Leidse Museum Volkenkunde waarvan de directie zich opstelt als een Rupsje Nooitgenoeg.

In mei 2017 kwam het Wereldmuseum uit Rotterdam erbij als ‘samenwerkingspartner’, zoals een bericht  verduidelijkt. Dat gebeurde na een voorgeschiedenis waarbij de toenmalige directeur het Wereldmuseum aan de rand van de afgrond bracht. Net als bij het Stedelijk nu waren er opeenvolgende acties voor nodig voordat de publieke opinie omging. De ongerijmdheden zijn groot. In een commentaar van mei 2017 schreef ik: ‘Het NMvW staat bekend als hiërarchisch en behoudend en vaart een populistische koers. Dat past niet bij het meer avontuurlijke profiel van het Wereldmuseum zoals zich dat na de redding aftekende. Het Wereldmuseum is kwetsbaar omdat het door de vorige directeur Stanley Bremer is uitgekleed en verzwakt. (…) Het valt dus af te wachten of het Wereldmuseum een min of meer een autonome positie binnen een samenwerkingsverband krijgt om een eigen(zinnige) koers te varen of dat het meegesleept wordt in het populisme van het NMvW.

Voorbeeld van het populisme van het NMvW is het project Museum Van. Bekende Nederlanders worden zogenaamd curator van hun eigen museum. Ze maken onder begeleiding een selectie uit het depot. Het NMvW gaat met BN’ers als Yvette van Boven, Kenny B of Floortje Dessing in zee. Filemon Wesselink opent gedurende drie weken een minimuseum op station Zwolle, aldus een bericht in De Telegraaf. Presentatie van objecten uit het depot buiten de museummuren oogt als publiciteitsstunt. Met als voornaamste doel om door marketing de naamsbekendheid van de eigen organisatie te vergroten. Er wordt geen relatie met de samenleving gelegd.

Een persbericht van het Wereldmuseum suggereert richting die aansluit bij de lijn van het NMvW: ‘Vanaf 2018 wordt de inhoudelijke koers van het nieuwe Wereldmuseum verlegd naar een meer maatschappelijke programmering die past bij de missie van het nieuwe museum: inspireren tot wereldburgerschap.’ Maar wat ‘maatschappelijke programmering’ en ‘inspireren tot wereldburgerschap’ in de praktijk betekenen valt af te wachten. Het risico bestaat dat het politieke kletspraatjes blijken waar een museum in de praktijk niets aan heeft. Het gevaar bestaat zelfs dat ze in hun vaagheid dienen om het management van het NMvW een verdere greep naar de macht te laten doen. Door de in november 2016 aangenomen motieBehoud Rotterdamse signatuur Wereldmuseum’ van de Partij voor de Dieren heeft de raad zich gecommitteerd aan ‘een Rotterdams karakter’ en ‘Het Rotterdamse profiel van het Wereldmuseum als onderdeel van de samenwerkende musea’.

Aan het tentoonstellingsbeleid van het Wereldmuseum is het populisme van het NMvW nog niet af te lezen. Schrikbeeld is beleid dat kunstobjecten niet alleen ondergeschikt maakt aan het ‘maatschappelijke’ verhaal over kolonialisme of wereldburgerschap, maar kunst niet in de eigen waarde laat en invoegt als illustratie voor dat ‘maatschappelijke‘ verhaal. De tot en met 7 januari 2018 lopende tentoonstelling ‘POWERMASK’ van de Antwerpse modeontwerper en gastconservator Walter Van Beirendonck en conservator Alexandra van Dongen is het voorbeeld van een vitale, verrassende, inhoudelijk sterke tentoonstelling voor elk wat wils met de verbeelding aan de macht. Een voorbeeldige publiekstentoonstelling waarin kunstobjecten spreken zonder dat het een saaie en voorspelbare kunsthistorische uiteenzetting wordt. Of ze dienen als plaatje bij een praatje.

Op een tekstbord is een citaat van de Haïtiaans-Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat te lezen dat zegt: ‘Ik ben geen zwarte kunstenaar, ik ben een kunstenaar.’ Van hem is een schilderij uit de collectie Hans Sonnenberg te zien dat aan Museum Boijmans geschonken is. Dit citaat is een sleutelzin en valt ook te lezen als commentaar op het NMvW. Want er bestaat geen zwarte of niet-witte kunst, maar alleen kunst. In dit geval: goede kunst. De kwaliteit van de bruiklenen die Walter Van Beirendonck overal vandaan heeft weten te halen is indrukwekkend. De tentoonstellingsmakers lijken zich vrij te voelen en niet te bekommeren om het standpunt dat een tentoonstelling pas wordt gelegitimeerd door de persoonlijke achtergrond van de maker.

Bij ‘POWERMASK’ gaat het om de intentie van de makers die de tentoonstelling, noch de kunstobjecten in de mal van een ‘maatschappelijk‘ verhaal laten dwingen. Door het elan ontstijgt ‘POWERMASK’ eraan en krijgt een surplus. Terwijl dat ‘maatschappelijke‘ verhaal gewoon ondersteund wordt. Maar het gebeurt indirect en via dwarsverbanden. Gewild of ongewild is ‘POWERMASK’ op te vatten als subtiel antwoord op dit interne debat.

Het gaat niet om de beschuldiging van inlijving of populisme. Als het NMvW zweert bij de etnokitsch van Jimmy Nelson of verhalen over kolonialisme of slavernij, dan moet het dat tonen. Het gaat om de identiteit van het Wereldmuseum. Een persbericht van het NMvW uit 2016: ‘De constructie van deze krachtenbundeling is uniek te noemen. Het Wereldmuseum blijft een zelfstandig Rotterdams museum, maar gaat zeer nauw samenwerken met het NMVW, (..). Door deze samenwerking kan het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit, gebruik maken van de expertise en het netwerk van het Nationaal Museum van Wereldculturen.’

Essentieel is dat de door het NMvW aan het Wereldmuseum gegeven afspraak nageleefd wordt. Daarnaast is er de verantwoordelijkheid van het Rotterdamse gemeentebestuur om daar bij het NMvW op aan te dringen en dat via de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur te monitoren. Dat volgt uit de motie die zich sterk maakt voor het behoud van de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum. Omdat die eigenheid en identiteit zich vooral laten kennen uit het tentoonstellingsbeleid zal dat blijken uit de volgende grote tentoonstelling na ‘POWERMASK’. En overigens ook uit de vaste opstelling. Daarbij staan de vragen centraal wat de planning en inhoud van het komende tentoonstellingsprogramma zijn en hoe dat vervolgens spoort met de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum en het inhoudelijke masterplan van het NMvW voor het Wereldmuseum. Het valt daarnaast makkelijk in te zien dat de beoogde rol van het Wereldmuseum in een wereldstad als Rotterdam een heel andere is die onvergelijkbaar is met die van de musea in Berg en Dal of Leiden.

Overigens wordt het Wereldmuseum vanaf 2018 verbouwd om het gebouw bij de tijd te brengen. Hoe komt daarna het nieuwe gezicht van het museum naar buiten? Hoe blijft het Wereldmuseum tijdens de verbouwing zichtbaar? Directeur Stijn Schoonderwoerd van het NMvW meent dat pas in 2020 het bezoekersaantal weer op het oude peil is. Hoe dan ook hebben alle betrokkenen zich verplicht aan de Rotterdamse signatuur.

Daarbij komt nog wat anders. De Nederlandse museumsector en -bezoeker en ook de NMvW hebben er weinig belang bij om alle musea onder het samenwerkingsverband gelijk te schakelen en dezelfde identiteit te geven. Op voet van gelijkheid en met het oog op inbedding in de lokale situatie kan met elkaar beredeneerd worden om het Wereldmuseum een identiteit te geven die een meerwaarde voor allen oplevert. Te denken valt aan de voortzetting van de lijn van ‘POWERMASK’. Waarbij etnografische en autonome (kunst)objecten verrassende dwarsverbanden aangaan en tot vragen oproepen die afwijken van wat de directie van het NMvW in de andere musea beoogt. De naam Wereldmuseum geeft ook aan dat dit museum over nationale grenzen kijkt en voor de productie van tentoonstellingen samenwerkingsverbanden aan kan gaan met buitenlandse partners.

Foto’s: Eigen foto’s van de tentoonstelling ‘Powermask’ in het Wereldmuseum te Rotterdam, oktober 2017.

Utrechtse raad kent debat over de eigen hapjes. Hoofdzaak is het gebrek aan principe

with 3 comments

Soms kan de politiek tot grote hoogten stijgen, maar soms ook tot grote diepten dalen. Neem nou een kwestie over het serveren van hapjes tijdens overleg in de Utrechtse raad. Vorige week diende de PvdD een motie in die werd aangenomen en het college oproept om ‘minimaal 50 procent vega(n) hapjes te serveren’. De VVD diende met verwijzing naar de eigen keuzevrijheid een tegenmotie in die het college opriep om af te zien van het instellen van een aandeel van minimaal 50 procent voor vegetarische hapjes. Behalve de VVD stemde geen enkele partij voor deze motie. In de publiciteit werd het afgedaan als een zeperd voor de Utrechtse VVD.

Wie verder nadenkt beseft dat beide moties en het debat schadelijk zijn voor de totale Utrechtse politiek en de mores in de raad. Het geldt ongetwijfeld voor meerdere gemeenten. De eerste vraag die zich aandient is waarom er tijdens werkzaamheden (gefrituurde) hapjes geserveerd moeten worden. Is dat normaal? Moet het openbaar bestuur niet het goede voorbeeld geven? De symboliek van de Utrechtse ‘bitterballenkwestie’ is veelzeggend. Niet omdat het een futiel onderwerp betreft, maar omdat het een opeenvolging van gemiste kansen is. De PvdD had zich principieel op kunnen stellen met een motie die vanwege de gezondheid en dierenwelzijn oproept af te zien van alle (borrel)hapjes. De VVD had zich principieel op kunnen stellen door af te zien van alle borrelhapjes omdat het voorzien erin geen basisvoorziening is en strijdig is met een kleinere overheid. Zo gaan partijen voorbij aan hun eigen principes en zijn zo gefocust op dat wat ze bij de ander als verkeerd menen te zien dat ze niet meer beseffen hoe ver ze afgedwaald zijn van wat ze zeggen zelf te zijn.

Een voorbeeld uit het nabije verleden ter verduidelijking. Tijdens de receptie ter gelegenheid van de installatie van burgemeester Henk Vonhoff  in 1974 was ik als dienstplichtig militair gelegerd in het toenmalige Militaire Hospitaal Dr. A. Mathijsen in Oog en Al. Met wat kameraden krijgen we het idee om de receptie te bezoeken. We waren immers ook inwoners van Utrecht. Maar de rode wijn proefde als druivensap. En was dat ook. Dat viel ons behoorlijk tegen. Dat was toen staand beleid. Het was de sfeer van de zestiger jaren die in 1974 een Utrechtse receptie bereikte. Het is nog steeds goed verdedigbaar het standpunt in te nemen dat het niet de taak van het openbaar bestuur is om in een niet besloten bijeenkomst voor het eigen personeel of bezoekers alcohol te schenken of borrelhapjes te serveren. Het is de vanzelfsprekendheid van een nabij verleden die nu onvoldoende beseft wordt. In elk geval niet in de Utrechtse raad. De denkwijze gaat voorbij aan het principe.

Written by George Knight

7 juli 2017 at 15:16

Kieskompas kent bizarre stellingen, maar heeft enig praktisch nut

with 3 comments

kk

Wat te doen met de uitslag van het Kieskompas? De uitslag in de onderste helft komt overeen met hoe ik tegen politieke partijen aankijk. Het populistische DENK, VNL, PVV, SP en PvdD, de theocratische SGP en de richting populisme wegglijdende VVD staan het verst van mijn bed. Voorzover kan ik de uitslag volgen. Op partijen waar ik het beste op scoor zoals 50Plus of PvdA zie ik mezelf echter niet snel stemmen. En hoe is het mogelijk dat 50Plus en GroenLinks die zo’n verschillende politiek voorstaan en redeneren vanuit zulke volstrekt andere wereldbeelden even hoog in mijn uitslag scoren? Wat wordt hier werkelijk gemeten?

Zijn de stellingen te simpel om voorkeur te meten, maar geven ze wel een redelijk beeld van iemands afkeer? Neem nou een stelling over Werk en Inkomen: ‘Het belastingtarief voor de hoogste inkomens moet omhoog’. Hoe moet men dit beantwoorden als men weet dat onderzoeken uitwijzen dat dat de inkomensongelijkheid in Nederland relatief klein is, dat een hoger tarief voor de hoogste inkomens op de totale belastingopbrengsten weinig uitmaakt, maar dat een harde aanpak van de belastingontwijking van rijken en bedrijven tot veel meer inkomsten leidt? Maar er wordt niet gevraagd naar de aanpak van belastingontwijking. Gaat men in het antwoord dan mee in de symboliek zoals men denkt dat die bedoeld wordt of zet men het realisme voorop?

Een hilarische stelling gaat over Verkeer: ‘Vanaf 2015 mogen in Nederland alleen nog maar elektrische auto’s verkocht worden.’ Dat wordt lastig voor iemand die een brood, fiets, boot, driewieler of boek wil kopen en naar de winkel stapt. Als de vraag letterlijk wordt opgevat dreigt het volgende antwoord: ‘Nee, dat zal niet gaan, het is nu 2025, en in Nederland mogen alleen nog maar elektrische auto’s verkocht worden’. De vragen moeten dus niet letterlijk genomen worden. Ze moeten geïnterpreteerd worden. Maar in welke mate?

Neem de stelling over Immigratie: ‘Zwarte piet moet roetveegpiet worden’. Best dat Zwarte Piet voortaan het uiterlijk van een roetveegpiet heeft. Laat het zich in die richting ontwikkelen. Maar staat dat ‘moet’ met een notie van dwang en machtsuitoefening niet haaks op een geleidelijke maatschappelijke ontwikkeling naar de roetveegpiet die ik de beste optie vind? Ook om maatschappelijke verschillen te overbruggen. Wat te antwoorden als men voor de roetveegpiet is, maar tegen dwang die ‘moeten‘ oproept? Zonder buitentextuele interpretatie kan de keuze zonder van mening te veranderen evengoed naar ‘eens‘ of ’oneens‘ leiden.

Het ziet er dus naar uit dat men de uitslag van het Kieskompas met een korrel zout dient te nemen. Het is onduidelijk wat het meet. Het instrument lijkt te grof om meer dan een ruwe indicatie van iemands politieke voorkeur te geven. Interessant is wel dat het in mijn geval de partijen eruit filtert waar ik het minst mee heb of die het verst van mijn politieke opvattingen afstaan. Dat is knap van het Kieskompas. Nu nog kalibreren.

Foto: Schermafbeelding van de overeenkomst met politieke partijen, na invullen Kieskompas,

Written by George Knight

15 februari 2017 at 13:41