Dominic Cummings valt Boris Johnson aan op aanpak pandemie. Was op 16 maart 2020 het idee van immuniteit achterhaald toen Mark Rutte zijn TV-toespraak hield?

Deel uit TV-toespraak van minister-president Mark Rutte op 16 maart 2020. Op site Rijksoverheid.

Het bovenstaande citaat is een nu wat weggemoffelde episode uit de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Premier Mark Rutte sprak op 16 maart 2020 vanuit het Torentje het land toe in een TV-toespraak. Het werd vergeleken met premier Den Uyl die in 1973 het land via de televisie toesprak over de oliecrisis. Omdat er een olieboycot ingesteld was tegen Nederland volgden de autoloze zondagen. Dat geeft de ernst aan van zo’n toespraak. In uitzonderlijke gevallen houdt een premier zo’n toespraak op de publieke omroep om het land te informeren en voor te bereiden op overheidsmaatregelen.

Premier Rutte had het in maart 2020 over immuniteit. In het Engels wordt het ‘herd immunity’ genoemd. Het idee was toen dat als de kudde, een groot deel van de bevolking immuun was voor het virus de bevolking beschermd was. Later werd dit idee van het opbouwen van groepsimmuniteit verlaten omdat het te ongericht was en tot vele duizenden extra doden zou leiden. Het bleek in de praktijk niet maatschappelijk haalbaar en werkbaar te zijn.

Het noemen van dat streven naar immuniteit door premier Rutte tekende in het begin van de pandemie dat de volle ernst ervan nog niet duidelijk was en experts en bestuurders nog niet goed wisten wat de beste bestrijding was. Door vallen en opstaan zochten ze hun weg. De immuniteit bleek een doodlopende weg die daarna snel verlaten werd. Over grenzen heen keken landen naar elkaar om proefondervindelijk de beste bestrijding te vinden. In maart 2020 was er nog geen zicht op een vaccin dat pas aan het eind van dat jaar uit de testfase kwam en in productie kon worden genomen.

Deze fase van de bestrijding van COVID-19 is inmiddels een verstopte archeologische laag die 14 maanden later ondergeslipt is door nieuwe ontwikkelingen. We herinneren het ons nog half zonder er nog aandacht aan te besteden. Maar in het Verenigd Koninkrijk is het een explosief politiek middel.

Dat zit zo. Dominic Cummings was de belangrijkste strategische adviseur van premier Boris Johnson. Hij is briljant en controversieel. Hij was essentieel in de campagne voor het Brexit-referendum toen in 2016 tegen alle verwachtingen in het Verenigd Koninkrijk met een kleine meerderheid voor uittreding uit de EU koos. De Brexit. De slogan ‘Take Back Control’ die aan Cummings wordt toegeschreven speelde hierbij een grote rol. Maar hij was geen teamspeler en had voortdurend conflicten met andere functionarissen. In november 2020 stapte Cummings na druk van Johnson op als adviseur. De verwachting was dat zijn wraak later koud zou worden opgediend.

Die wraak kwam vanaf 17 mei 2021 in de vorm van een twitterstorm. Inmiddels heeft Dominic Cummings 42 tweets geplaatst over de aanpak van de pandemie door de regering Johnson. Hij noemt in tweet 17 die aanpak deels een ramp, deels niet bestaand. Hij claimt dat als competente mensen de leiding hadden gehad in de bestrijding, het misschien mogelijk was geweest om de eerste lockdown te vermijden en er “zeker” geen noodzaak zou zijn geweest voor lockdowns twee en drie. Politico vat het samen in een artikel.

De toon is gezet. Cummings zoekt de aanval. In de tweets 40-42 van 22 mei 2021 noemt hij het streven naar immuniteit in maart 2020 dat toen als kern van de bestrijding werd gezien. Dat is de eerste helft van maart toen premier Rutte (iets later) zijn toespraak hield waarin hij het over immuniteit had. Cummings valt premier Johnson trouwens niet zozeer aan over het foute plan om te streven naar immuniteit, maar over het feit dat hij achteraf niet wilde toegeven dat het een fout plan was of zelfs deel van de strategie was geweest om de pandemie te bestrijden.

Tweets van Dominic Cummings, 22 mei 2021

Dit geeft inzicht in de hectiek van maart 2020 toen verkeerd werd ingezet op de bestrijding door het streven naar immuniteit. Opvallend is dat Cummings zegt dat in de week van maandag 9 maart 2020 premier Johnson door deskundigen duidelijk werd gemaakt dat dit immuniteitsplan tot rampen zou leiden, terwijl in de week daarna premier Rutte op maandag 16 maart 2020 zijn TV-toespraak hield.

Dat roept de vraag op of premier Rutte en zijn liaison met het toenmalige EU-lid Verenigd Koninkrijk én de RIVM de signalen uit Downing Street of van de Britse evenknie van het RIVM niet tijdig hadden opgepakt. Het is interessant om die week van 9 tot 16 maart 2020 te reconstrueren en te beredeneren waarom Mark Rutte een toen al in het Verenigd Koninkrijk achterhaalde strategie, althans volgens Dominic Cummings, aan het Nederlandse volk als succesvol of kansrijk presenteerde.

In het Verenigd Koninkrijk wordt uitgezien naar het verschijnen komende woensdag 26 mei van Dominic Cummings voor de gezamenlijke onderzoekscommissie van de Health and Social Care Committee van het Lagerhuis. Centraal staat de besluitvorming over de bestrijding van COVID-19 in de eerste maanden van de pandemie. Cummings heeft zijn aanval op premier Johnson en Volksgezondheidsminister Matt Hancock in de twitterstorm voorbereid.

Ook voor Nederland kan het van belang zijn wat Cummings zegt. Als hij overtuigend kan maken dat in de tweede week van maart 2020 dat idee van immuniteit al achterhaald was, dan roept dat de vraag op waarom premier Rutte daarvan niet op de hoogte was en hij op 16 maart 2020 dat idee van immuniteit aan het Nederlandse volk presenteerde. Dat gaat dus niet zoals bij premier Johnson om de beschuldiging van het achteraf goedpraten of wegmoffelen van beleid, maar om informatievoorziening over de pandemie die met de kennis van 16 maart 2020 niet actueel en nauwkeurig was.

Leg uitvoering van vaccinatieprogramma bij landelijke organisatie en zet kabinet op afstand

Schermafbeelding van artikelTientallen ouderen met afspraak toch zonder prik weggestuurd; GGD maakt excuses’. BD, 7 april 2021.

Nog maar eens over het mislukte vaccinatieprogramma van Nederland. Hoewel ze het omgekeerde suggereren ontbreekt het gevoel van urgentie bij zowel minister Hugo de Jonge en premier Mark Rutte als de uitvoerende instanties zoals de GGD. Huisartsen lijken praktischer en minder ambtelijk te handelen.

Het kabinet Rutte III legt nu al ruim een jaar strenge maatregelen ter bestrijding van de pandemie op omdat de situatie ernstig is, maar handelt daar vervolgens zelf niet naar. Dat verschil tussen schijn en wezen wordt steeds opvallender. Het ondermijnt het vaccinatieprogramma en geeft de critici ervan onnodig wind in de zeilen.

De uitleg die gegeven wordt voor het gebrek aan voortgang is tweeledig. Er zijn te weinig vaccins en de zorgsector is nodeloos verdeeld en verkaveld zodat er niet eensgezind en krachtig opgetreden kan worden. Dat is allebei waar, maar is toch niet een sluitende verklaring.

Er had met speciale bestuurlijke regelgeving een landelijke organisatie opgetuigd kunnen worden die met een ruim mandaat alle versnippering had kunnen bestrijden. Voor het geval de vaccins in ruime mate voorhanden zijn. Nu blijven trouwens al nodeloos veel vaccins op de plank liggen. Nu werkt de regelgeving juist de andere kant op. Het haalt het tempo uit het programma.

Schermafbeelding van artikelTientallen ouderen met afspraak toch zonder prik weggestuurd; GGD maakt excuses’. BD, 7 april 2021.

Iedereen die liever slim dan dom is, begrijpt waarom het kabinet Rutte III het zo ingewikkeld maakt en zichzelf zo belangrijk acht in een kwestie die om een doelmatige uitvoering draait. Oudere echtparen die iets in leeftijd verschillen kunnen niet gezamenlijk gevaccineerd worden omdat de jongste partner nog niet in aanmerking komt. Wat door onduidelijke communicatie niet eens duidelijk is. Dat is onpraktisch, voor zowel het programma als de mensen die gevaccineerd moeten worden. Van de andere kant worden gezonde, jongere partners (in de leeftijd van 60 tot 65 jaar) van echtparen eerder gevaccineerd dan hun oudere partners. De logica is volledig zoek.

Onbegrijpelijk is dat door de regelgeving van de rijksoverheid van bovenaf alles is dichtgetimmerd. Maar nog onbegrijpelijker is dat dit al maanden duurt en minister De Jonge, premier Rutte en de uitvoerende instanties van hun fouten niets hebben geleerd. Ze beloven elke keer beterschap, maar dat zijn lege woorden. Rutte en De Jonge lijken de persconferenties waarin ze mededelingen doen over de maatregelen vooral te gebruiken om zichzelf te profileren. Waarbij het trouwens de vraag is of de langdradige en wollige De Jonge daar veel mee opschiet.

Uiteraard is het voor elke leider waar ook ter wereld improviseren. Het is niet erg dat er fouten worden gemaakt, want dat is onvermijdelijk in een pandemie van deze grootte en uniciteit, het is erg dat de top van de Nederlandse politiek niet van haar fouten leert.

De oplossing is simpel. Zet het ministerie van Volksgezondheid op afstand omdat de politisering van het vaccinatieprogramma alleen maar verwarring zaait. Dat schaadt de vaccinatiebereidheid. Over AstraZeneca en de prioriteit wie als eerste aan de beurt is. Minister De Jonge heeft om politieke redenen adviezen van de Gezondheidsraad naast zich neergelegd en heeft zich tot een sta in de weg gemaakt. De Jonge is ruis en zorgt voor onnodige verwarring. Zijn vermeende onmisbaarheid is geen excuus om hem niet te vervangen en zijn taken die verband houden met de bestrijding van de pandemie rechtstreeks naar de chef van een landelijke uitvoeringsorganisatie over te hevelen.

Tuig een landelijke, militaire operatie op die op een flexibele manier in snel tempo alle Nederlanders oproept om zich te laten vaccineren. Besef de urgentie. Vaccineer met mobiele teams mensen die niet mobiel zijn aan huis. Hanteer als belangrijkste criterium de leeftijd en vaccineer eerst de ouderen en daarna jongere leeftijdsgroepen die per 10 jaar zijn ingedeeld. De trieste constatering is dat Nederland de capaciteit, de infrastructuur en de kennis heeft om dat te doen, maar dat die niet wordt benut. Wat op dit moment ontbreekt zijn de commandostructuur en voldoende vaccins. Maar dat laatste komt eind april beschikbaar. Dan dient er tempo gemaakt te worden. Tot die tijd kunnen de vaccins die nu op de plank liggen verspreid worden.

De huidige stagnatie van het vaccinatieprogramma die leidt tot een daling van de vaccinatiebereidheid onder de bevolking is in tegenspraak met de claim van de coalitiepartijen dat het kabinet Rutte III demissionair is, behalve op het gebied van de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Premier Rutte claimde in januari 2021 dat de bestrijding onverminderd door zou gaan. Maar voor de bestrijding van de pandemie was het kabinet helemaal niet nodig geweest als er tijdig een onafhankelijke organisatie was opgetuigd. Premier Rutte en minister De Jonge zitten een doelmatig vaccinatieprogramma alleen maar in de weg. Nu al een jaar lang.

Sionkerk op Urk houdt zich niet aan coronaregels, maar kan dat doen door de uitzonderingspositie die het van het kabinet kreeg

De gereformeerde Sionkerk in Urk is volgens een bericht in Trouw ontevreden met het overheidsbeleid inzake de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Zo laat de kerkenraad de afstandsregels los, omdat het tegemoet wil komen aan ‘de nood en het geestelijk welzijn’ van de gemeente. Ouderling en voorlichter H. Snoek zegt daarover het volgende: ‘We willen gehoorzaam zijn aan de overheid, maar wel in samenhang met Gods geboden. We doen dit vanwege het zielenheil van de mens.

Kerken worden naar het oordeel van het kerkbestuur achtergesteld, zo zegt het bericht van Trouw. In werkelijkheid is het omgekeerde waar. Volgens de maatregelen van de Rijksoverheid geldt er voor ‘het belijden van godsdienst of levensovertuiging’ een uitzondering voor bijenkomsten in een binnenruimte van maximaal 30 personen. Om dat te legitimeren wordt er verwezen naar de vrijheid van godsdienst. Dat is merkwaardig omdat allerlei grondrechten tijdelijk zijn ingetrokken in de bestrijding van COVID-19. Daarom is het bizar dat religieuze organisaties een uitzonderingspositie in mogen nemen van het kabinet. Het is nog absurder dat kerkbesturen in die bevoordeling een achterstelling zien. Zij zijn ermee de kijk op de realiteit kwijt. Zo geldt voor culturele instellingen, zoals schouwburgen, archieven en musea de uitzondering niet. Dit zijn doorgaans professionele instellingen met een goede organisatie die veel hebben geïnvesteerd in de ontvangst van gasten. Maar toch mogen ze niet opengaan.

Opvallend is dat in de recente publiciteit over de aanpak en maatregelen de Rijksoverheid de uitzondering die voor kerken geldt niet meer expliciet noemt. Het is onduidelijk waarom dat zo is. Maar de brede kritiek op de voorrechten van kerken die mogen wat culturele of commerciële instellingen niet mogen heeft er mogelijk mee te maken. Dit voorrecht voor kerken is slecht te beredeneren. Het is niet alleen slecht te verdedigen, maar wordt er onhoudbaar en potsierlijk op als kerken in de slachtofferrol kruipen en menen dat ze achtergesteld worden.

Het kabinet Rutte III heeft deze rechtsongelijkheid en bedreiging voor de volksgezondheid over zichzelf afgeroepen. Het kan niet ingrijpen omdat het de kerken een uitzonderingspositie heeft gegeven. Daar is de fout gemaakt. De Sionkerk in Urk of andere orthodoxe kerken in de biblebelt nemen de ruimte die het kabinet hun heeft gegeven. Deze kerken treft weinig verwijt. Dat ze niet maatschappelijk handelen, het algemeen belang van de volksgezondheid niet zwaar laten wegen en vooral op zichzelf gericht zijn was vooraf te voorzien geweest.

Dat kerken en andere religieuze organisaties voorrechten genieten is een maatschappelijk onrechtvaardigheid. Onlogisch is dat religieuze organisaties als meer gelijk worden gezien dan niet-religieuze organisaties. Ze hebben voorrechten die anderen niet hebben. Dit is des te merkwaardiger omdat artikel 6 van de Grondwet over de vrijheid van godsdienst het kabinet een wettelijke grond geeft om in te grijpen: ‘De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid’. Waarom heeft het kabinet daar geen gebruik van gemaakt?

Voor de uitzonderingssituatie van religieuze organisaties in de bestrijding van de pandemie is geen rechtvaardiging te vinden. We mogen de kerkenraad van de Sionkerk in Urk dankbaar zijn dat het de absurditeit van het kabinetsbesluit om kerken een uitzonderingspositie te geven via een omweg onder de aandacht brengt. Het raakt aan een maatschappelijk probleem van een land waarvan de bevolking zich in meerderheid niet-godsdienstig verklaart, maar waar de godsdiensten nog proportioneel veel invloed hebben. Alsof het verleden nog voortkabbelt.

Om pseudo-wetenschap in de media te bestrijden moet er een Vereniging tegen de Kwakzalverij in de Media worden opgericht

Het is opvallend dat zowel economen als filosofen de huidige COVID-19 pandemie gebruiken om zich als individu te profileren en hun zaak te bepleiten. Ook en zelfs juist als die slechts zijdelings iets met de pandemie te maken heeft. Het wordt er potsierlijk op als deze deskundigen net doen alsof hun vakgebied een wetenschap is, laat staan een exacte wetenschap. Maar het wordt er idioot op als deze deskundigen net doen alsof ze ook verstand hebben van een ander vakgebied. Dat hebben ze niet. Dat is bewuste misleiding en zelfoverschatting waar overigens de media ook een rol in te spelen hebben. Ze moeten zo’n opinieleider die buiten zijn of haar vakgebied gaat stoppen onder het mom: ‘tot hier en niet verder’. Media moeten de desinformatie niet aanwakkeren.

Denk aan de economen Coen Teulings en Barbara Baarsma die de afgelopen maanden voorlopig hun plek in de geschiedenis hebben verspeeld met slecht onderbouwde, onzinnige uitspraken. Ze hadden moeten zwijgen over gezondheidskwesties waar ze niet echt verstand van hebben en hadden niet de schijn moeten wekken dat de deskundigheid op hun economisch terrein niet zonder meer uitgebreid kan worden naar andere terreinen. Want daarop zijn ze net zo onwetend en ondeskundig als elke willekeurige, nadenkende burger. Voor Ad Verbrugge geldt hetzelfde.

Verbrugge neemt een loopje met de waarheid. Is het angst of realisme dat er in de VS nu al meer dan een half miljoen geregistreerde doden zijn als gevolg van COVID-19? Overheden handelen aarzelend en nemen soms de verkeerde beslissingen omdat ze dit (sinds 1919) niet meer bij de hand hebben gehad. De macht van overheden en techbedrijven moet ingeperkt worden en de privacy en vrijheid van burgers moet beschermd worden. Dat is zinvolle kritiek, maar het is grotesk en gevaarlijk voor de volksgezondheid om dit direct te koppelen aan de bestrijding van de huidige pandemie.

Afgelopen maand was er op de Vlaamse publieke omroep VRT de 3-delige serie BDW met de rechtse politicus Bart De Wever. Voorzitter van de rechts-nationalistische N-VA en burgemeester van Antwerpen. Hij gaf een inkijkje in zijn handelen en de strategie van de (partij)politiek. Of men het nou met zijn politieke overtuiging eens is of niet. Hij zei dat politici moeten zwijgen als ze niks te zeggen hebben. Daarmee doelde hij vooral op PS-voorzitter Paul Magnette die volgens hem telkens de onderhandelingen over een regeringscoalitie bemoeilijkte en zelfs onmogelijk maakte door er in de media bijna dagelijks zijn commentaar op te geven. Interessant is dat de kritiek van De Wever deels bestaat uit fundamentele mediakritiek en deels uit eigen politieke profilering. Hij is zo door de wol geverfd dat moeilijk valt te zien waar het een in het ander overgaat.

Wat zou het helpen als we weten dat als een politicus of opinieleider publiekelijk spreekt en daar in de media verslag van gedaan wordt we er vanuit konden gaan dat zo iemand dan ook echt iets zinvols te melden heeft. De talkshows en krantenkolommen zouden er opgeruimd door worden (‘Less is more’) en de kwantiteit van de loze beweringen zou ingewisseld worden voor de kwaliteit van de inhoud. En we weten nu toch al dat er eerder een te groot dan een te gering beroep wordt gedaan op de tijd, het geduld en de goede smaak van de nieuwsconsument? Het is zoals gezegd niet in de laatste plaats aan omroep of krant om de oprispingen en losse flodders van ‘wetenschappelijke’ opinieleiders die zich buiten hun vakgebied begeven en zich manifesteren als pseudo-deskundigen geen plek te geven.

Sommigen noemen het hoogmoed, publiciteitsgeilheid of een verdienmodel van al die (pseudo)-wetenschappers die met hun praatjes als een plaag de media teisteren. Het is de hoogste tijd dat de loze beweringen, schijnwaarheden en filosofietjes in het publieke debat fundamenteel worden bestreden. Nu gebeurt dat goedbedoeld, maar halfslachtig vanuit het idee om desinformatie te bestrijden. Het valt te bezien of dat de juiste invalshoek is. Verboden of blokkades zijn niet het juiste antwoord, maar een aanschouwelijke weerlegging met argumenten als boter bij de vis is dat wel.

Er is in Nederland een vrije pers, maar de interne correctiemechanismen van de journalistiek zoals Ombudsmannen zijn verregaand uitgekleed. Het mechanisme van zelfregulering heeft weinig tanden. Op sociale media is de tegenspraak en correctie zo goed als uitgeschakeld door het eilandenrijk van de bubbels.

Waar de publieke uitspraken van politici en opinieleiders raken aan of gaan over wetenschappelijk onderwerpen is in de media een evenknie van de Vereniging tegen de Kwakzalverij nodig die per omgaande en wijd verspreid corrigeert, in de goede context zet en deskundigen die onder de pretentie van alwetendheid buiten hun vakgebied gaan terechtwijst. Dan kunnen in elk geval de misverstanden die opgeroepen worden snel opgeruimd worden. Als het vuil van het land dat uit de studio’s en krantenredacties wordt verwijderd. En ook van de universiteiten.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOnze angst voor het virus geeft de staat te veel ruimte’ van Kees Versteegh in NRC, 28 februari 2921.

Foto 2: Schermafbeelding van deel aankondigingWebinar 2020 On demand: Sociale media, slecht voor de gezondheid?’ van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, 19 augustus en 21 oktober 2020.

Heeft Nederland ruggengraat om te strijden tegen alcoholisme?

Dit journaal-item van de Franse publieke omroep ORTF uit 1972 stemt tot nadenken over hoeveel ruimte de Nederlandse lokale politiek nu aan de horeca geeft. Het gaat erover dat er te veel bistro’s zijn. Dat zou de strijd tegen het alcoholisme bemoeilijken. Een nieuw prefectureel decreet beoogt, zo stelt de reportage, om de afstand tussen cafés in Parijs te beperken met een minimale afstand van 75 meter. Wie Paris kent weet dat dat nooit doorgevoerd is. Sinds 1955 kent Frankrijk wel de wet Débré die zegt dat er geen bistro’s kunnen worden gevestigd in de buurt van scholen, stadions, ziekenhuizen, kerken, begraafplaatsen en gevangenissen.

Wie in Nederland afgelopen maanden de plannen langs heeft zien komen van gemeenteraden die over elkaar heen buitelden in hun onderhorige bereidheid om de horeca die door COVID-19 in economische problemen is gekomen tegemoet te komen met grote terrassen, beseft hoe economische argumenten het hebben gewonnen van argumenten over volksgezondheid. Dat op zich is nog niet eens zo verwonderlijk in een samenleving die steeds sterker is gericht op behoeftenbevrediging en genotzucht. Dit journaal-item uit 1972 doet beseffen dat in het recente debat over horeca en de uitbreiding van terrassen in binnensteden dat aspect van alcoholisme en volksgezondheid volledig ontbrak. Dat is verwonderlijk. Vooral omdat Nederland met COVID-19 een stevige gezondheidscrisis voor de kiezen kreeg en blijkbaar de economisch gevolgen ervan wegberedeneert door een ander aspect dat de volksgezondheid bedreigt ongeclausuleerd alle ruimte te geven: alcoholisme.

Open brief van ‘Vele Amsterdammers uit de creatieve sector’ neemt Halsema in bescherming en gaat voorbij aan de feiten

Open brieven bestaan. Ze horen erbij als regendruppels in een stortbui of vallende bladeren in de herfst. Het zijn er te veel om te onderscheiden. Soms valt een open brief op door onnozelheid. Dan wordt het interessant. Zo’n brief komt van wat geframed wordt als ‘Amsterdammers uit de creatieve sector’. Het Parool plaatste de brief op 3 juni 2020 als opiniestuk. Ze nemen het op voor burgemeester Femke Halsema die onder verdenking staat slecht leiding te hebben gegeven op de voorbereiding van een anti-racisme demonstratie op de Dam.

De details ervan zijn nog niet in kaart gebracht, zodat een definitief oordeel opgeschort moet worden tot een debat erover in de Amsterdamse gemeenteraad. Halsema geeft weliswaar toe inschattingsfouten te hebben gemaakt, maar houdt tegelijkertijd vol dat er geen sprake is van operationele fouten. Maar dat kan niet allebei waar zijn. Halsema en korpschef Frank Paauw hebben een eigen verantwoordelijkheid. Er zijn fouten in de inschatting gemaakt. Door wie is nog niet helder. Maar het lijkt ook mis te zijn gegaan in de uitleg achteraf door Halsema. Ze beweert dat zij 1,5 dag dicht op de sociale media zat om te zien hoe de verwachtingen over de opkomst en de sfeer van het protest zich ontwikkelden. Die weergave van de feiten door Halsema lijkt echter in strijd met hoe het werkelijk is gegaan in die 1,5 dag. Politieagenten hebben gisteren naar buiten gebracht dat hun leiding niets met hun waarschuwing over de verwachte drukte deed. Het beeld dat blijft hangen is een slecht georganiseerd gemeenteapparaat waar onvoldoende of slecht leiding aan wordt gegeven.

De briefschrijvers gebruiken het doel van de demonstratie als rechtvaardiging voor de misslagen die door Halsema en gemeentelijke diensten zijn gemaakt in de voorbereiding op de demonstratie en de effectuering ter plekke van de corona-maatregelen. Het is een niet valide manier van argumenteren om twee losstaande feiten zo met en door elkaar te verbinden en een doelstelling met de uitvoering te verwarren. Want in de bestrijding van een pandemie met een zwaar belaste gezondheidszorg heiligt niet elk doel de middelen.

Het lijkt er in de kwestie van de demonstratie op de Dam op dat Halsema steken heeft laten vallen en dat de kritiek op haar eveneens faalt. De kwestie moet echter niet gepolitiseerd, maar gedepolitiseerd worden. Van welke politieke partij Halsema is en waar de demonstratie over ging zijn van ondergeschikt belang. Vraag is evenmin of Halsema geliefd of gehaat is. Dat is een te simpele tweeledigheid en een geval van individueel perspectief. De essentiële vraag die beantwoord dient te worden is of zij en de overheidsdiensten volgens de eigen normen en procedures hebben gehandeld in de aanloop naar en de begeleiding van de demonstratie en of burgemeester Halsema voldoende leiding heeft gegeven zoals van een burgemeester verwacht kan worden.

Zonder de feiten te kennen springen de briefschrijvers in de bres voor Halsema. Ze mogen spreken, maar spreken voor hun beurt. Vraag is of ze zich afgevraagd hebben of ze ermee de kunstsector dienen en namens wie ze spreken. Wie zo opvallend de publiciteit zoekt weet dat een groep als mening van een groter geheel geframed kan worden. Zo ontstaat het levensgrote risico dat het beeld bevestigd wordt dat de Amsterdamse kunstsector onnozel is. Ze buigen een motie van vertrouwen om in een motie van wantrouwen tegen de kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel open briefCreatieve sector: ‘Beste mevrouw Halsema, dit is onze motie van vertrouwen’’ in Het Parool, 3 juni 2020.

Op sociale media spelen beunhazen in op angst voor coronavirus

Angst is een aparte subcategorie in de berichtgeving over het coronavirus, ofwel COVID-19. Individuen met bedenkelijke overwegingen zien hun kans schoon om zich te betitelen als deskundige op het gebied van angstbestrijding. Tijdens de zich nog steeds ontwikkelende crisis waarvan het ergste nog moet komen. Ze spelen in op angstbeelden. Dat doen ze met hun godsdienst, hun therapie, hun ‘mindtuning’ of hun politieke complottheorie. Op YouTube plaatsen religieuze organisaties, yoga-studio’s, rechts-radicale complotdenkers en vage types als Pieter Frijters die zich profilereert als ‘mindreset deskundige’ hun adviezen waarin ze eerst de angst voor COVID-19 oproepen om vervolgens met hun vermeende oplossing of zalvende woorden de eigen onmisbaarheid te kunnen benadrukken. Of van het gedachtengoed dat ze promoten. Crisis geeft deze pseudo-deskundigen de kans op nieuwe inhoud. Het zou lachwekkend zijn als de situatie niet zo ernstig was.

Deze charlatans van de massa-psychologie richten zich niet met feiten, maar met schijnoplossingen tot de zwakkeren van geest in wie ze een makkelijk slachtoffer vinden. De Surinaamse minister van Volksgezondheid Antoine Elias behoort trouwens niet tot de categorie van de beunhazen. Hij probeert het nepnieuws en de schijnoplossingen te ontzenuwen. Als zijn conclusie klopt dat 40% van de sociale media positief gebruikt wordt, dan geeft de coronacrisis 60% van de gebruikers op sociale media de gelegenheid om te stoken, te verwarren, valse hoop te geven, te misleiden en angst aan te jagen. Ze wekken angst op met hun suggesties, tips, raadgevingen, vingerwijzingen en waarschuwingen. De echte angst-experts hebben het nakijken.

Barneveld en de kiem van de eiercrisis (1964-2017)

In deze foto uit 1964 komt veel samen dat ook de huidige eier/fipronil-crisis kenmerkt: Barneveld, het geloof van de Protestants Christelijke Organisatie van Pluimveehouders, Boer Koekoek die het protest ondermijnt en lak heeft aan de overheid, onder druk staande eierprijzen en een overheid op afstand. In Nederland regelland ziet het ernaar uit dat het toezicht op de voedselveiligheid van eieren onvoldoende was en verantwoordelijk staatssecretaris Martijn van Dam (PvdA) niet passend optrad. Eieren, het symbool van potentie en het zaad van voortplanting. Ook van conflicten. Het is volgens een volkswijsheid ongelukkig om van eieren te dromen.

Foto: ‘In de Eierveiling van Barneveld is donderdagmiddag een protestvergadering gehouden tegen de bijzonder lage eierprijzen. De vergadering, belegd door de Protestants Christelijke Organisatie van Pluimveehouders en bedoeld als een grote demonstratie, werd een volledig fiasco. In de eerste plaats was de opkomst bijzonder slecht en ten tweede trok de voorzitter van de Boerenpartij, boer Koekoek, meer belangstelling dan de secretaris van de PCOP. Boer Koekoek in gesprek met een pluimveehouder over de eierprijzen’, 16 juli 1964. Collectie: Nationaal Archief.

Kunst leeft! In Haarlem. Pleegt Jur Botter politieke zelfmoord?

Een dorpsrel in Haarlem haalt het landelijk nieuws. De gemeente ‘verhuurt’ een ruimte, de ‘Stadskunstkamer’ aan de Kunstlijn. Die wijst het op haar beurt weer ‘op toerbuurt’ toe aan kunstenaars. Aldus een bericht van RTVNH. Piet Zwaanswijk heeft nu in de Stadskamer een ‘Kerst-etalage’ ingericht. Met een zelfdodingsscène die in keurigheid verbleekt bij veel wat nieuwsconsumenten dagelijks op internet of televisie kunnen zien.

Toch doet het stof opwaaien. Niet alleen bij passanten, maar vreemd genoeg ook bij cultuurwethouder Jur Botter (D66). De gemeente verzocht Zwaanswijk om de kerst-etalage te ontmantelen, maar hij weigerde dit. De gemeente Haarlem laat het er nu bij, maar zegt wel voor de toekomst in gesprek te gaan met de Kunstlijn over de toekenning van ruimtes aan kunstenaars. Want kunst die voor iedereen vanaf de straat zichtbaar is zou aan strengere voorwaarden moeten voldoen. Botter: ‘Ik ben ook wethouder voor volksgezondheid en we willen ook het aantal zelfdoding terugdringen.’ Dat demagogie bij D66 in goede handen is blijkt wel uit deze uitspraak van Botter. Kunst mag van deze D66’er als het maar niet schuurt of pijn doet. Botter temt de kunst.

SGP’er Van der Staaij met kamervragen over Planned Parenthood door fractie het bos ingestuurd

De in de VS gevestigde non-profit organisatie Planned Parenthood voorziet in reproductieve gezondheidszorg. Ook internationaal. Wikipedia omschrijft het alsvolgt: ‘Reproductieve gezondheid impliceert dat mensen in staat zijn om een verantwoorde, bevredigend en veilig seksleven te hebben met kennis van zaken om zich voort te planten en de vrijheid om te beslissen of, wanneer en hoe vaak ze dit te doen.’ Dat is tegen het zere been van degenen die mensen niet de keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid willen geven. Dit zijn vooral conservatieven die met verwijzing naar religie anderen hun normen op willen leggen. The Young Turks schetsen deze cultuurstrijd in de VS. Het is trouwens een raadsel waarom nou juist Planned Parenthood onder vuur ligt van de conservatieven. Door goede voorlichting en preventie wil het abortussen juist voorkomen.

Fractievoorzitter Kees van der Staaij van de SGP heeft vandaag kamervragen gesteld aan de minister Koenders en Schippers over onder meer de bijdrage van Nederland aan de Europese subsidiëring van de internationale poot van Planned Parenthood. De vragen beschadigen vooral de degelijkheid van de SGP en roepen vooral de vraag op of de informatievoorziening binnen de fractie van de SGP wel op orde is en of de medewerkers zich wel breed genoeg informeren door ook objectieve bronnen te raadplegen. Want Van der Staaij wordt met zijn vragen zo grandioos het bos ingestuurd dat het pijnlijk is om te moeten zien. De suggesties over commerciële handel met weefsel van foetussen zijn allang weerlegd. Doorgaans komt de fractievoorzitter over als iemand die met kennis van zaken spreekt over staatsrecht en bestuurskunde en een goede politieke intuïtie heeft.

Als het om familiewaarden gaat verliest de partij blijkbaar controle over zichzelf in de drang zich krachtig te profileren. Van der Staaij wordt door zijn fractiemedewerkers te kijk gezet als iemand die zich baseert op suggestieve en allang weerlegde bronnen. De SGP schiet met deze kamervragen goddelijk in eigen voet.