George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Anna Tilroe

Brechtiaans leerstuk over kunstproject ’11 Friese Fonteinen’

leave a comment »

Een project over kunst in de openbare ruimte is een ding, maar een film erover is iets anders. Het gaat om de film ‘11 Friese Fonteinen’ die ook als 3-delige documentaireserie ‘11 Friese Fonteinen’ door de NTR vanaf zondag 20 mei wordt uitgezonden op NPO2. Regisseur is Roel van Dalen en producent is Pieter van Huystee.

Bij het zien van het eerste deel kreeg bij mij het gevoel de overhand dat ik dit niet wilde zien, maar het toch wilde zien om te weten te komen waarom ik het ook al weer niet wilde zien. Deze film is de spreekwoordelijke worst van de slager van wie ook niemand wil weten hoe die gemaakt wordt omdat het te smerig is om te zien. Dat lag niet alleen aan de epische vorm met de cabaretier Jan Jaap van der Wal die in deze film verdwaald leek te zijn en als een zelfverklaarde stijlbreuk fietsend en onstage commentaar gaf zoals een dominee de wereld en het opperwezen uitlegt, maar ook aan de werking van de kunstsector. En daar wordt het toch interessant.

Centrale figuur is beroepscurator Anna Tilroe die niet anders dan een gemengd gevoel van medelijden, consideratie en boosheid kan oproepen. Waar eindigt haar verwaandheid en begint de dwarse miskenning van de Friezen die zich zo schromelijk tekort gedaan voelen? Tilroe’s rol is ook een onmogelijke en ondankbare. Iemand moet het doen. In de bijrollen treden onder meer autoriteiten op onder wie een burgemeester van Harlingen die zich bemoeit met de plaatsing van de fontein in zijn gemeente, kunstenaars die een plek voor hun fontein moeten zoeken en met bewoners in debat gaan en lokale kunstcommissies vol kritische en mondige burgers die niet altijd het idee geven dat hun oordeel bezonnen en onderbouwd tot stand komt.

In NRC noemt media-commentator Arjen Fortuin de film in een recensie een tragikomedie. Hij zegt: ‘een film die tegelijk een tragedie, een komedie, een bestuurskundig traktaat en absurdistisch meesterstuk is.’ Dat is wellicht iets te modieus vertaald en kan specifieker geformuleerd worden zonder aan de essentie van de film voorbij te gaan. De film kan opgevat worden als een Brechtiaans leerstuk dat bedoeld is als voorbeeld voor een toekomstig kunstbeleid. Niet serieus, maar luchthartig bedoeld. Van der Wals interventies wijzen daarop en hebben als functie om de illusie van realiteit te doorbreken. Zowel de realiteit van een klassieke registratie van gebeurtenissen als die van een weerbarstig, stijfkoppig kunstproject. Roel van Dalen thematiseert zo de inhoud door de vorm. Vervreemding van een in Friesland door buitenstaanders geparachuteerd kunstproject.

Zie hier voor informatie over het project ’11 fountains/ 11 fonteinen

Advertenties

Gesprekken voor bij de centrale verwarming: Kunst moet irriteren

with 2 comments

NieuweGrond-AnnavanKooij-7303-450x302

Luc Groen heeft voor de Theaterkrant een mooi verslag gemaakt van de tweede bijeenkomst in de vierdelige serie ‘Onvermijdelijke gesprekken over theater en de wereld’ van initiatiefnemers Frascati, NRC Handelsblad, de Brakke Grond en de Boekmanstichting over de relatie tussen kunst en de wereld. Met Willem Schinkel (socioloog verbonden aan de Erasmus universiteit), Anna Tilroe (kunstcriticus een publicist), Dries Verhoeven (theatermaker en performancekunstenaar) en gesprekleider Ann Demeester (directeur Frans Hals Museum).

De vraag die centraal stond was of de kunstenaar nog de rol van ontregelaar op zich kan nemen, wat dat dan inhoudt en of dat ontregelen niet ingekapseld wordt. Kunst houdt de democratie scherp, laat ons naast de werkelijkheid kijken en toont het andere. Kunst irriteert, zo noemt Willem Schinkel het. Want kunst zet vragen bij de heersende normen. Maar ook: ‘Schinkel: ‘Het grote gevaar is dat de heersende norm de kunstenaar als ontregelaar meteen incorporeert. Dat ze tegen je zeggen: Bedankt dat je ons scherp houdt.’’

Kunst is in dat geval niet zozeer weerloos, maar waardeloos. Want de macht gebruikt kunst maar al te graag als halfproduct bij en zelfs ter legitimatie van het eigen vertoon. Is zo beredeneerd een samenleving die aan wil scherpen niet beter af zonder kunst? Een Molotov-coctail maakt meer verschil, zo lijkt het. Zo’n discussie met moeilijke vragen naar het waarom en hoe van kunst is een zoektocht naar het verschil tussen harde en zachte krachten. Kunst behoort tot de zachte krachten en dat tekent kunst. Wat je er verder ook over zegt.

Foto: Debat ‘‘Kunst moet tot irritatie leiden’. Met v.l.n.r.: Anna Tilroe, Willem Schinkel, Dries Verhoeven, Ann Demeester

Redt Stedelijk uit handen RvT en geef het terug aan publiek

with one comment

5063454336_19e1e01f13_b

 

Update 13 oktober 2017: Eindelijk komt er beweging in de vastgeroeste machine die het Stedelijk Museum is waar amateurs bestuurlijk jarenlang de dienst hebben uitgemaakt. Met onrealistische ambities. NRC meldt in een bericht dat de nieuwe (sinds 1 oktober) voorzitter van de Raad van Toezicht Ferdinand Grapperhaus de nevenactiviteiten van artistiek directeur Beatrix Ruf gaat onderzoeken. Haar dagen bij het Stedelijk lijken geteld. De feiten die onherroepelijk wijzen op belangenverstrengeling staan te haaks op de ethische code om ze nog te kunnen verhullen of weg te praten. Een onderzoek naar de nevenactiviteiten van Ruf komt neer op een onderzoek naar het reilen en zeilen van de vorige Raad van Toezicht onder voorzitter Alexander Ribbink. Die gaf haar dekking. Het is het scenario van dief en diefjesmaat. De kwestie Ruf staat niet op zichzelf en past in een patroon van mismanagement, stuurloosheid en zelfoverschatting. Door de kunstwereld werd de Eerste Turing Toekenning, 2009 aan het Stedelijk met Ribbink -via TomTom- in een dubbelrol als ontoelaatbaar en gênant ervaren. De geur van handjeklap en bestuurlijk onzuiver handelen was van een afstand te ruiken. In de jaren daarna bleek kritiek klinken op de Raad van Toezicht, die dat hautain afwimpelde. Het Amsterdamse gemeentebestuur had nog weinig grip of visie op het in 2006 verzelfstandigde Stedelijk. Dit zag ik in 2013: 

Het valt te hopen dat de Raad van Toezicht bij het vinden van een nieuwe directeur loskomt van zowel het bestuurlijk-ambtelijk denken zoals dat vertegenwoordigd wordt door de PvdA-politicus Guusje ter Horst als het sponsordenken van RibbinkCees de Bruin en Rob Defares die elk goed zijn voor vele tientallen of honderden miljoenen. Ingefluisterd door oude getrouwen die deze (ex-)ondernemers op sleeptouw nemen om ze van een museale waarheid te voorzien. Het Stedelijk hoeft niet ver van huis te gaan. Het kan zoeken in Den Haag, Rotterdam of Amsterdam voor een goede directeur. Zodat het drama Ann Goldstein niet herhaald wordt.‘ Zo schreef ik op 28 augustus in een posting die pijlen op de Raad van Toezicht (RvT) van het Stedelijk Museum (SM) richt. Hoe kun je in het misnoegen over functioneren en mentaliteit nog afwijzender zijn?

In november 2011 waagde verzamelaar Christiaan Braun een poging. Zijn kritiek was dat de RvT te weinig afstand tot de gemeente Amsterdam nam, niet tot een constructieve rol wist te komen, geen passie voor en notie van beeldende kunst had en niet had voorkomen dat het SM zelfs op nationaal was voorbijgestreefd door Museum Boijmans, het Van Abbemuseum en het Haags Gemeentemuseum. Kunstcriticus Anna Tilroe deed afgelopen vrijdag in de NRC een nieuwe poging. Ze neemt de ruimte om haar ongenoegen over de RvT te verwoorden. Dat doet ze schitterend afgemeten in haar afwijzing van een foute mentaliteit bij de RvT met de foute mensen aan het roer van wat ooit het belangrijkste museum van hedendaagse kunst van Nederland was.

Tilroe ziet in de keuze voor Goldstein een mismatch waarmee de RvT het paard achter de wagen spande: ‘Die droom leverde een directeur op die niet begreep dat een op Amerika en het Westen georiënteerd aankoop- en tentoonstellingsbeleid niet de manier is om het Stedelijk Museum naar de eententwintigste eeuw te tillen‘. Met een aforistische sneer die de deur van welwillende kritiek dichtgooit: ‘De Raad heeft vast gedacht dat ontkennen van het heden de manier was om de toekomst veilig te stellen‘. Volgens Anna Tilroe blijkt uit de profielschets voor de nieuwe directeur dat de RvT geen idee heeft waar het SM precies staat. Ze wijt dat aan de samenstelling: ‘Van de zeven leden komt er één uit de politiek, vijf -waaronder een prins- uit de financiële sector en het bedrijfsleven en welgeteld één uit de kunstwereld zelf, een kunstenaar die in het buitenland woont.‘ Toegevoegd kan worden dat een vacature voor een lid van de RvT vraagt om ‘een breed en relevant netwerk in zowel het bedrijfsleven als in het politiek maatschappelijke veld’, maar er geen enkele expertise of vaardigheid op het gebied van de cultuursector, de beeldende kunst of de museale sector verlangd wordt.

Tilroe heeft gelijk dat het huidige SM een bedrijf is waar CEO’s het voor het zeggen hebben en vervolgens niet weten wat ze moeten doen. Dat staat haaks op de traditie van Sandberg, De Wilde en Beeren. Daarom is er een nieuwe, krachtige en door de wol geverfde directeur nodig die met politiek inzicht, een goed zakelijk beleid, een open blik naar Azië, Afrika en Zuid-Amerika en ruime museale en kunsthistorische kennis zowel de gemeente Amsterdam als de RvT overbodig maakt. Dat gaat niet om een strijd van directeur en museumstaf tegen de rest. Ook de RvT is immers gebaat bij succes van het museum. De amateurs op het gebied van beeldende kunst en de museumsector in de RvT zullen diep in hun hart beseffen dat een museum meer dan een bedrijf is. Het SM moet teruggegeven worden aan het publiek en de kunstenaars, en uit handen genomen van deze miljonairs uit het bedrijfsleven die museumpje spelen, maar akelig blijven steken in uiterlijkheden.

imageproxyboijmans.asp

Foto 1: Ben van Meerendonk, Henry Moore (links) en directeur Willem Sandberg in het Stedelijk Museum, Amsterdam 1950. Credits: Collectie IISG.

Foto 2: Yayoi Kusama’s installatie ‘Aggregation: One Thousand Boats Show‘ in de tentoonstelling ‘Nul 1965‘, Stedelijk Museum Amsterdam. Credits: Collectie Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam.

Cultuur en het smalle pad van het juiste protest

with 67 comments

Anna Tilroe is bijzonder hoogleraar Kunst en cultuur aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze bezet voor een periode van 1 jaar de Anton van Duinkerken-wisselleerstoel die is ingesteld door de Stichting Nijmeegs Universiteitsfonds. Afgelopen zondagmiddag 26 juni was ze een van de sprekers op de protestdag Boijmans Bezet op het binnenplein van museum Boijmans. Ze trok fel van leer.

Haar ongenoegen nam zulke nuances aan dat ze de uitspraak Als ik het woord Cultuur hoor, dan trek ik mijn pistool die ze aan Joseph Goebbels toeschreef door haar lange toespraak vlocht. Mogelijk om ons wakker te schudden. Een klassiek geval van de Wet van Godwin. Een populaire analyse in rechtse kringen.

Na haar kwam Job Cohen die meteen het citaat van Tilroe pareerde. Hij distantieerde er zich fijnzinnig van door er een citaat van Winston Churchill naast te zetten. Met de strekking Waar vechten we nog voor als we korten op Cultuur. Cohen vond de goede toon.

Tilroe en Cohen markeren uiterste posities in het cultuurprotest. De eerste schamperend, de laatste diplomatiek. Waarschijnlijk helpt het een noch het ander om een bres te slaan in de verdediging van de regering. Maar Boris van der Ham (D66) en Job Cohen proberen een kloof te overbruggen en eigen initiatieven te nemen.

Acties als Nederland schreeuwt om Cultuur en de Mars der Beschaving vliegen uit de bocht als ze komen met verwijten, claimen van eigen rechten en groteske overdrijvingen. De juiste weg is een smal pad. Gelukkig wordt er veel verstandigs gezegd, met passie en maatschappelijke betrokkenheid. Maar iemand die voor zichzelf werkgelegenheid eist is ongeloofwaardig. Of Goebbels van stal haalt.

In november 2010 schreef ik: Bij vakbondsacties kan ik me doorgaans verenigen met het doel. Maar actiemiddel en pamfletten bekoren me minder. Bij malle petjes, oranje hesjes en gescandeer van leuzen kijk ik liever opzij. Ik begrijp echter dat versimpeling nodig is om de publiciteit te halen.

De bezuiniging op het cultuurbudget met 200 miljoen en de lastenverzwaring van 13% BTW-verhoging op theaterkaartjes vind ik een verkeerde doelstelling. Zelfs van een grote onnozelheid waarmee VVD en CDA voor mij door de mand vallen.

De actie Nederland schreeuwt om Cultuur roept mijn scepsis op. De site stapelt argumenten zonder dat het een overtuigend betoog wordt. De verantwoording doet denken aan een haastklus en gelegenheidsargumenten. Kunst die slecht in vorm is. Kortom, aan een sector die nog niet toe is aan nadenken over de eigen toekomst.

Juist daarom steun ik de actie. Dus op voorwaarde dat de cultuursector de komende tijd benut om een omslag naar de toekomst te maken. Want da’s onvermijdelijk. De sector moet even de tijd kunnen nemen. Schreeuw daarom allen mee om cultuur. 

Ruim een half jaar later heeft de cultuursector nog steeds geen omslag naar de toekomst gemaakt. Maar analyses zijn gemaakt en alternatieven gezocht. Sectoren steunen elkaar tot aan de hoek van het Malieveld. Topinstellingen die gespaard blijven gaan hun eigen gang. Talentontwikkeling en postacademisch onderwijs zijn op zichzelf aangewezen. Regio’s stellen het eigen orkest boven kwaliteit.

De sector is nog steeds intern verdeeld. Maar eensgezindheid en denken over de eigen positie is ook lastig. Cultuur is een sector met uiteenlopende vertegenwoordigers en belangen. Nederland kent veel betrokken en ambitieuze kunstenaars, kunstliefhebbers en denkers over kunst. Overschreeuwen helpt niet om die verschillen te overbruggen. In kunst gaat het om het vinden van de goede vorm. In cultuurpolitiek ook.

Over de uitspraak van Goebbels valt het nodige te zeggen. Bijvoorbeeld dat-ie helemaal niet van Goebbels is. Noch van Hermann Göring. Het komt uit het toneelstuk Schlageter uit 1933 van Hanns Johst: Wenn ich Kultur höre … entsichere ich meinen Browning. 

Foto 1: Le Son du Tonnerre (Het geluid van de donder), Sarkis 
Foto 2: Na het protest tegen de cultuurbezuinigingen, Den Haag, 27 juni 2011