Debat over Stedelijk moet breder en niet blijven hangen in geïsoleerde aspecten

Schermafbeelding van deel opinie-artikel ‘Het is juist dapper dat het Stedelijk Museum eindelijk kunstenaars van kleur een platform wil bieden‘ van Robbert Roos in NRC, 8 maart 2023.

Robbert Roos heeft een ingezonden stuk in NRC geplaatst over de kwestie Stedelijk Museum. Hij meent dat het dapper is van het Stedelijk Museum dat het eindelijk kunstenaars van kleur een platform wil bieden.

Roos verwijt deelnemers aan de discussie, zoals Jan Christiaan Braun, Hans den Hartog Jager en Anna Tilroe dat ze met dedain over elkaar praten. Daarmee pretendeert hij boven de discussie te staan. Deze personen zullen overigens verbaasd zijn om elkaar hier samen te vinden. 

Roos’ suggestie is dat hij aan het gekissebis ontstijgt, een evenwichtiger standpunt inneemt en zich onthoudt van persoonlijke aanvallen. Maakt hij dat waar?

Hoe aardig klinkt Roos’ opmerking over Tilroe dat zij Marcel Pinas ‘achteloos’ wegzet als slechts een vriendje van Charl Landvreugd? Is dat dedain jegens Tilroe? Roos expliciteert trouwens wat Tilroe niet zegt. Dus wie maakt hier de aanval op personen zichtbaar?

Roos heeft het over de kleurenblindheid van musea. Het onderwerp van representatie waar heel Nederland over lijkt te praten. Dat wat in eeuwen in de samenleving scheefgegroeid is wordt nu gecorrigeerd. De vraag is niet of de noodzaak daartoe bestaat, maar hoe dat moet gebeuren. Dat is een geleidelijk proces, dan nog maar kortelings begonnen is. Dat heeft tijd nodig, maar de richting ervan is duidelijk: betere representatie.

Tegen een andere representatie keren Tilroe en Christiaan Braun zich niet. Integendeel, Hans den Hartog Jager geeft dat over de laatste in zijn stuk toe. Dus wie denkt Roos aan te spreken?

Roos bestrijdt een stropop. Dus een manier van redeneren die een karikatuur maakt van de standpunten van degenen wiens argumenten hij zegt te weerleggen. Wat Roos doet is vrij worstelen in de ruimte. Of schaduwboksen. In dit geval met Christiaan Braun en Tilroe. Roos lijkt zich tot hen te richten, maar antwoordt nauwelijks op hun argumenten.

Roos geeft een uitweiding over de Wakaman Groep alsof hij voor een groep schoolkinderen staat. Roos mist de kern van de lopende discussie en stelt die verkeerd voor. 

Kern is niet uitsluitend de kleurenblindheid, de ondermaatse representatie in musea en de reparatie daarvan, maar de grip van de directie van het Stedelijk op het eigen beleid en de politieke sturing van het Amsterdamse gemeentebestuur daarop. Die inmenging van de gemeente Amsterdam betreft het inhoudelijke beleid van het museum door voorwaarden over inclusie en diversiteit aan de subsidie te stellen. Wolfs is door Amsterdam een groot deel van zijn lef ontnomen.

De consensus is dat dat ongewenst is en een museumdirectie vrijheid van handelen moet hebben. Want de inmenging van de gemeente Amsterdam geeft Wolfs en zijn team te weinig vrijheid en dwingt ze tot handelen waarvan het de vraag is of het in lijn met het DNA van het Stedelijk is. Hier zou een uitweiding passen over Willem Sandberg, Edy de Wilde en Wim Beeren die handelden vanuit hun autonomie. Roos negeert dat aspect van politieke beïnvloeding van het Stedelijk.

Roos krijgt het in zijn opinie trouwens voor elkaar om dat kluster van representatie, inclusie en diversiteit te smal voor te stellen. Hij versimpelt dat tot de zwart-wit as alsof dat verschil alleen ter discussie staat. Daar is Roos niet uniek in. Het signaleren van een te smalle opvatting van inclusie is de bijvangst van de discussie over het Stedelijk.

Die smalle opvatting is een misvatting en een versimpeling. Het is de blinde vlek van musea, omdat er naast kleur verschillen bestaan over gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd. Die verschillen staan op dit moment nauwelijks ter discussie als het om betere representatie in musea gaat. Het debat over een betere representatie in musea is gepolitiseerd en afhankelijk van actuele trends. Dat is in meerdere opzichten ongewenst zwart-wit denken.

De Code Diversiteit & Inclusie in de culturele sector hamert erop dat verschillen gerepareerd moeten worden. Een te smalle kijk op kleur alleen gaat ten koste van andere achterstandsgroepen die ondervertegenwoordigd zijn. En blijven. Dat moet integraal gecorrigeerd worden. Dat kan niet eenzijdig vanuit een specifiek criterium.

Het is zeker zo zoals Roos zegt dat het moedig was van Rein Wolfs om een camera toe te laten. Of dat slim was zal de toekomst leren. Niet altijd werkt openbaarheid positief. Denk aan Oeke Hoogendijk en haar verhelderende documentaires over het Rijksmuseum. Maar ongevaarlijk is openbaarheid evenmin, zoals De Keuken van Kok van Niek Koppen bewijst die de PvdA niet hielp. Daarna gaan de luiken vaak krampachtig dicht.

De Nederlandse museumsector moet op allerlei manieren breder gaan denken. Dat betreft de reparatie van alle verschillen die in de Code Diversiteit & Inclusie in de culturele sector worden genoemd. Dat betreft ook de autonomie van musea die afhankelijk zijn geworden van politiek, commercie of eigen bedrijfsvoering. Ook dat moet gerepareerd worden. In de kwestie Stedelijk Museum komen deze twee aspecten samen. Om tot een oplossing te komen moeten ze niet geïsoleerd, maar in samenhang bekeken worden.

Het is goed dat er aan de hand van de kwestie Stedelijk Museum zoveel deelnemers aan het debat zijn met hun eigen invalshoek. Hoewel het wel de usual suspects zijn. Ook dat kan breder. Het woelt wat los aan achterstanden, kansen, ideeën en openstaande rekeningen. Meningen spreken elkaar tegen, overlappen elkaar of zitten volledig op dezelfde lijn. Het is goed dat ze naast elkaar bestaan. Nu de reparatie van het Stedelijk Museum nog.

Kunsthal De Zon is perfect voor een verdieping in Magazijn De Zon aan de Utrechtse stadhuisbrug

Magazijn De Zon in Utrecht. Credits: A.G. den Boer

Het gaat niet goed met de Nederlandse vastgoedmarkt. Investeringen in vastgoed blijven dalen. De sterkste prijsdaling vindt plaats bij kantoren, logistiek en – zij het in mindere mate – woningen, aldus CBRE Nederland in een analyse van 19 januari 2023. 

De haperende vastgoedmarkt opent perspectieven voor kunstinitiatieven. Wat voorheen onbetaalbaar was komt geleidelijk binnen bereik van kunstinstellingen.  De stokkende investeringen verklaren wellicht de oproep van de gemeente Utrecht en CBRE Nederland om een maatschappelijke functie aan Magazijn De Zon te geven. Ofwel, dat geeft (vastgoed)wethouder Dennis de Vries de ruimte om dit initiatief te nemen. 

Het is een prima initiatief van het gemeentebestuur om iconische gebouwen voor de bewoners te behouden en ze niet te verkopen aan particuliere partijen. Het voormalige postkantoor aan de Neude waar nu de gemeentebibliotheek is gevestigd is zo’n bestemming om als inwoner van Utrecht trots op te zijn. Dat kan met Magazijn De Zon herhaald worden. Ik vermoed dat dat ook de opzet van het gemeentebestuur is. 

Het pleidooi van Jeroen Wielaert in de NUK voor een museum UMAK is lovenswaardig, maar ook verwarrend. Een museum heeft functies (collectievorming, registratie, documentatie, wetenschappelijk onderzoek) die hier niet aan de orde zijn. Daarom is het beter om te spreken over een Kunsthal. Dat is een gebouw of ruimte waarin een niet-commerciële instelling kunstexposities organiseert. Laten we het Kunsthal De Zon noemen. 

Een Kunsthal geeft meer flexibiliteit dan een museum. Het is ook gezien de kosten beter om geen zware organisatie op te tuigen. Te denken valt aan een Stichting die bij toerbeurt kunstinstellingen de ruimte geeft om exposities te organiseren. Kunstliefde met de projectorganisatie Utrecht Down Under kan daar dan ook aan deelnemen. Ook de Salon van Utrechtse kunstenaars waarvan vier edities door het Centraal Museum en in 2008 een 5e editie door Robbert Roos werden georganiseerd zou weer nieuw leven ingeblazen kunnen worden in Kunsthal De Zon. 

Kunstinstellingen die exposities tonen in Kunsthal De Zon hoeven niet per se uit Utrecht te komen. Utrecht is in Nederland een gewilde, centrale plaats waar exposities ondergebracht kunnen worden die bezoekers uit het hele land kunnen trekken.

Een verdieping van Magazijn De Zon is 2.500 m2 vloeroppervlak. Of 1.350 m2 verhuurbaar vloeroppervlakte. Dat lijkt een gepaste grootte voor een Kunsthal. De huurprijs voor zo’n verdieping komt op zo’n 300.000 euro per jaar. De begane grond is fiks duurder met 585.000 euro per jaar.

Het is gewenst dat de Stichting een profiel voor Kunsthal De Zon ontwerpt waar exposities aan hebben te voldoen. Te denken valt aan een accent op experimentele kunst. Dat heeft als voordeel dat het minder concurreert met galeries, een ruimte biedt op een centrale plek in het land die redelijk uniek is en commerciële tentoonstellingsbedrijven met de wereld rondreizende tentoonstellingen buiten de deur houdt.

Waarom zou de jaarlijks door het Mondriaan Fonds in de marge van Art Rotterdam georganiseerde presentatie ‘Prospects’ die zich richt op beginnende kunstenaars niet naar Utrecht kunnen verhuizen? Of een versie ervan. Laat die ambitie het streven zijn. 

Volgens het nieuwsbericht van de gemeente Utrecht is vastgoedadviseur CBRE namens de gemeente op zoek naar een financieel dragende of kapitaalkrachtige huurder. Ontbrekende financiën zijn doorgaans de flessenhals van kunstprojecten. Kunst- en vermogensfondsen zouden structurele ondersteuning kunnen geven zodat de Stichting financiële zekerheid heeft.

Zoals het Centraal Museum steun van de Hartwig Art Foundation heeft om jaarlijks twee tentoonstellingen in Landhuis Oud Amelisweerd te tonen. Zo’n partnerproject tussen kunstfondsen en kunstinstellingen zou een prima model voor Kunsthal De Zon kunnen zijn. Waarbij het voordeel kan zijn dat de Stichting bij meerdere ondersteuners niet geassocieerd kan worden met een fonds en flexibel is.

Het is kort dag want huurders moeten zich voor 13 februari 2023 melden bij de gemeente Utrecht. Dat is te snel om een Stichting op te richten, maar waarschijnlijk voldoende om het initiatief voor Kunsthal De Zon dat een verdieping van 1.350 m2 wil huren in Magazijn De Zon kenbaar te maken bij gemeente en CBRE. Dit initiatief past immers goed binnen de opzet van het gemeentebestuur. Het geeft Utrecht een prestigieuze Kunsthal die het Utrechtse kunstklimaat kan verdiepen en verbreden. 

Het is belangrijk dat dit initiatief gedragen wordt door Utrechtse en landelijke kunstinstellingen, en Utrechtse en landelijke kunst- en vermogensfondsen. Als enkelen daarvan, zoals het K.F. Hein Fonds, het Fentener van Vlissingen Fonds, het Carel Nengerman Fonds, het Elise Mathilde Fonds, het Prins Bernhard Cultuurfonds Utrecht en het VSBfonds de komende maanden publiekelijk verklaren om Kunsthal De Zon te steunen, dan kan een projectcommissie de details uitwerken, een Stichting oprichten en aan de slag gaan.

Opmerking: de alinea over de huurprijs per etage is op 27 januari 2023 toegevoegd.

NB: Dit stuk is een reactie op het verdienstelijke pleidooi van Jeroen Wielaert in De Nuk van 22 januari 2023.

Small Art. Bedenkingen bij de tentoonstelling ‘Salon ’18 Utrecht – Amersfoort’ in Rietveldpaviljoen de Zonnehof in Amersfoort

Groot en klein in de beeldende kunst, doet dat ertoe? Dus het formaat van de werken. Anne van der Zwaag (initiator van designbeurs OBJECT) organiseert voor de derde keer de tentoonstelling ‘Big Art‘. Na edities in de oude Amsterdamse diamantbeurs en het monumentale grachtenpand De Zonnewyser op Herengracht 82 opent op 11 oktober de derde editie in de Bijlmerbajes. Met meer dan ’50 oversized works’. Kunstenaar en kunstblogger Niek Hendrix schreef in 2017 over de tweede editie op zijn blog Lost Painters: ‘het criterium van het formaat blijft knagen. Na een paar verdiepingen is iets dat normaal in een huiskamer gigantisch moet zijn, tamelijk lullig. Voordeel is dan dat de werken op hun eigen merits bekeken kunnen worden als die sensatie van het formaat is weggevallen. Nadeel is dus dat er dan soms weinig van het werk overblijft.

Soms moeten kunstwerken de concurrentie aangaan met een imponerend gebouw – vaak tijdelijk leegstaand industrieel erfgoed dat de organisatie voor een prikje mag gebruiken – waarin ze gepresenteerd worden en pakt dat gebrek aan een neutrale plek slecht uit voor de kunst die meer bescherming nodig heeft. Anderzijds kan kunst die de concurrentie aankan voor een prachtige wisselwerking met de ruimte zorgen. Een kwestie van hoog reiken of diep vallen. Dat maakt het spannend en doorbreekt het verwachtingspatroon van een groep schilderijen dat waterpas hangt of spreekwoordelijke lege conceptuele kunst die de spreekwoordelijke witte kubus vult. Of niet dus. Uitdaging voor curatoren is om de fysieke aanwezigheid van het formaat te gebruiken door er wel en niet aan voorbij te gaan, maar het formaat niet te zichtbaar een format te laten zijn dat alles bepaalt. Dan verkeert het in een kunstgreep en wordt het een maniertje die de verrassing inperkt.

In Amersfoort opent op 12 oktober in het Rietveldpaviljoen de Zonnehof een ‘Salon ’18 / Amersfoort – Utrecht’. Het is een initiatief van de Amersfoortse kunstinstellingen Museum Flehite en kunsthal KAdE. Opzet is om deze Salon van Utrechtse hedendaagse kunst om de drie jaar te houden. Dit initiatief valt te zien als een voortzetting van de Salon van Utrechtse kunstenaars en vormgevers die door het Centraal Museum en partners werd georganiseerd onder het directoraat van Sjarel Ex. Ook in leegstaande, ruwe omgevingen zoals het leegstaande stadhuis of Hal 5 van de Utrechtse Jaarbeurs. De laatste vierde editie in de Jaarbeurs (2003) omvatte ‘een ruimte van 7.000 m² waarin circa 300 werken geëxposeerd werden van 63 geselecteerde Utrechtse kunstenaars’. In lijn met de Salon van het Centraal Museum is de tweejaarlijkse kunstroute ‘Utrecht Down Under’ die edities had in de leegstaande gevangenis aan het Wolvenplein (2015) en werfkelders aan de Oudegracht (2013-17) en wordt georganiseerd door het Utrechtse Genootschap Kunstliefde.

Een Utrechtse Salon van Hedendaagse Kunst is dus niet echt een gat in de markt, maar een moderne traditie. Hoewel het opvallend is dat het Centraal Museum het initiatief sinds 2003 heeft losgelaten en het blijkbaar niet meer als hoofdtaak ziet om aan de bevolking periodiek de stand van zaken van de Utrechtse hedendaagse kunst en vormgeving te tonen en de Utrechtse kunstenaars aan zich te binden. Mee kan spelen dat het Centraal Museum door haar maat van te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken worstelt met de vraag wat voor museum het is en of haar focus lokaal, provinciaal, nationaal of internationaal moet zijn, of een combinatie daarvan. In Amersfoort is die focus duidelijk: provinciaal. Maar Amersfoort dat het Armando Museum de stad uitjoeg heeft wellicht wel de ambitie die het Centraal Museum mist, maar niet de middelen om zo’n groepstentoonstelling te organiseren. De een kan wel en wil niet, de ander kan niet, maar wil wel.

Dat wreekt zich in de voorwaarden voor deze Salon in Amersfoort. Een email van de organisatie van 1 augustus 2018 zegt onder meer het volgende: ‘De groep deelnemers is groot (50) en de ruimte in de Zonnehof is beperkt. Daarom is er per deelnemer maar 2 x 2 meter wand- of vloeroppervlak beschikbaar. Die ruimte kunnen jullie benutten voor één of meer werken, afhankelijk van de grootte.’ Dat is een opvallende beperking die op voorhand veel kunstwerken uitsluit. En dus kunstenaars. Maar het is vooral een manier van redeneren die niet uitlegt, maar vragen oproept over de keuze van de organisatie voor zoveel kunstenaars op deze gekozen plek. Is het toeval dat beeldhouwer Ruud Kuijer die bekend is om zijn grote beelden langs het Amsterdam-Rijnkanaal niet is uitgenodigd? En wat te denken van de soms immens groot werkende tekenaar Robbie Cornelissen, de doormeanderende Tanja Smeets of de niet te stoppen originele Couzijn van Leeuwen?

Met de beperking van het formaat draait de organisatie het om. Niet de kunst en de kunstenaars staan centraal, maar de beperking en doelstelling van de organisatie. Dit lijkt te gaan om een beschikbaar gebouw, onvoldoende middelen en profilering van de Zonnehof om politieke redenen. Maar zelfs dat is de halve waarheid, want waarom 50 kunstenaars in de Zonnehof tentoongesteld, en niet 5 of 10? Moet de afgestofte traditie van de Salon de publiciteit een kontje geven en museaal Amersfoort op de kaart zetten? Daarbij is de Zonnehof door de architectuur minder geschikt voor de presentatie van niet-ruimtelijk werk. Het wordt een bazar van kunst waarbij het formaat van de werken een te opzichtige beperking is. Kunstenaars zijn financieel en procedureel vaak sluitpost van tentoonstellingen en schikken zich tandenknarsend in hun lot. Maar zo ongegeneerd en grof de organisatie van deze ‘Salon ’18 / Amersfoort – Utrecht’ voorbijgaat aan het belang van kunstenaars om hun werk goed te kunnen presenteren en positioneren wordt nog zelden vertoond.

Foto: Werk van Carel Blotkamp op ‘De Salon van Utrechtse kunstenaars en vormgevers, Stadhuis (org. Centraal Museum)/
Utrecht Salon of artists and designers, City Hall (organized by the Centraal Museum), Utrecht’, 1998.

Eemhuis Amersfoort opgeleverd. Zijn problemen voorbij of niet?

In Amersfoort is een ‘hoofdpijndossier’ opgeleverd. Cultuurhuis Eemhuis werd in opdracht van de gemeente Amersfoort ontworpen door Neutelings Riedijk Architecten en gebouwd door Dura Vermeer. De vier gebruikers zijn Scholen in de Kunst, bibliotheek Eemland, Archief Eemland en kunsthal KAdE en krijgen in totaal bijna 15.000 vierkante meter tot hun beschikking. KAdE-‘directeur’ Robbert Roos loopt zich al warm.

Wethouder Pim van den Berg (D66) spreekt uit dat de kostenoverschrijding van 10,5 miljoen euro en de andere problemen die samenhingen met de bouw snel vergeten worden. Maar of hij dat echt gelooft valt te betwijfelen. Hij zet er in elk geval grote ogen bij op. Het Eemhuis kostte in september 2011 wethouder Mirjam Barendregt de kop. Behalve de investering is er namelijk de exploitatie. Kan die sluitend worden gemaakt in dat nieuw opgeleverde gebouw? Dat is namelijk niet altijd een vanzelfsprekendheid als in gemeenten het vastgoedbeleid het cultuurbeleid verdringt. En de culturele instellingen in een gouden kooi terechtkomen.

De Stadspartij ‘Burger Partij Amersfoort‘ heeft op 2 december 2013 opnieuw vragen aan burgemeester Bolsius gesteld over de exploitatie van het Eemhuis. De partij stelt dat ‘de gemeenteraad van Amersfoort tot op heden niet, nooit is geïnformeerd over een fatsoenlijke exploitatiebegroting van het Eemhuis voor de jaren 2014, 2015, 2016 en 2017.‘ Het laatste woord lijkt nog niet gezegd over het Eemhuis. De hoofdpijn zeurt nog door.

15864

Foto: Archief Eemland, Geschiedenis Eemplein.

Elleboogkerk mogelijk weer museum. Amersfoortse logica

interieur 22 mei 2012-1

Amersfoort worstelt met de Elleboogkerk die op 22 oktober 2007 door brand zwaar beschadigd werd. En nu zo goed als herbouwd is. Het Armando Museum was er gevestigd. In 2010 verbreekt het college eenzijdig de in 1998 met Armando en zijn ex-vrouw Tony de Meijere afgesloten prestatieovereenkomst. Zie RIB 2010-136. Voorzitter van Amersfoort-in-C Gerard de Kleijn is not amused. Hij beschouwt het handelen van het college als onbehoorlijk bestuur. Om er vanaf te zijn en het leed af te kopen besluit de raad onder veel protest het Armando Museum een bruidsschat van 1 miljoen euro mee te geven voor een doorstart buiten Amersfoort. Van een leien dakje gaat de besluitvorming niet. Zo beticht de Amersfoortse PvdA het college van misleiding.

Het Armando Museum moest op zoek naar een andere locatie en liet het oog vallen op rijksmonument Oud-Amelisweerd. Bezit van de gemeente Utrecht in Bunnik. Volgens critici een ongeschikte en te dure locatie die een gezonde exploitatie zo goed als onmogelijk maakt. Cultuurkoepel Amersfoort-in-C en de organisatie van het Armando Museum gingen vanaf 2010 met verkenningen en haalbaarheidsonderzoeken aan de slag. Dat resulteerde in een door alle partijen minimaal gesteunde variant voor een museum onder de naam ‘Museum Oud-Amelisweerd‘ met een bredere doelstelling dan het tonen van de Armando Collectie. Ook toen was al voorzienbaar dat dit moest gebeuren in een teruggaande economie en bij krimpend sponsoraanbod. Het museum is nog steeds niet regulier geopend. De keuze voor het Armando Museum is niet onbetwist. Zelfs bestuurlijk onzuiver omdat de Utrechtse politiek met kennis van belangenverstrengeling tussen de directeur van beheerder Centraal Museum en de beoogde directeur met de keuze voor het Armando Museum instemde.

Amersfoort heeft een museumbeleid dat wispelturig oogt. De bestuurlijke lijn van de colleges sinds 2010 is moeilijk te herkennen. Het kan samengevat worden als ‘van incident naar incident’. Amersfoort betaalde een miljoen voor een museum dat het de gemeentegrenzen over joeg met als gevolg dat het Armando Museum in een te ruim en luxe jasje zit. Amersfoort gaat nu mogelijk opnieuw geld besteden aan een museum in de Elleboogkerk. In elk geval als het aan Amersfoort-in-C ligt. Dat gaat het komende half jaar een plan voor een museum uitwerken. Het college kijkt de kat uit de boom. Het zegt voor een culturele bestemming te voelen.

Foto: Herbouw Elleboogkerk. Credits: Wil Groenhuisen.

Cultuurwethouder Barendregt van Amersfoort stapt op

Het ANP zegt: De Amersfoortse wethouder Mirjam Barendregt (D66, cultureel klimaat en stadshart) heeft besloten om haar functie neer te leggen. Ze stapt op omdat de bouw van cultureel centrum het Eemhuis miljoenen duurder uitvalt dan de geplande 45 miljoen euro.
Dat heeft ze vandaag bekendgemaakt. De realisatie van het Eemhuis zat in de portefeuille van Barendregt.

Dit is een interessante ontwikkeling die opnieuw tot vertraging kan leiden van de huisvesting van het Armando Museum buiten Amersfoort. Het is evenmin onmogelijk dat een nieuwe wethouder een andere visie ontwikkelt en andere voorwaarden stelt aan het Armando Museum Bureau en Amersfoort-in-C. Hoewel niet gezegd is dat de beleidslijnen in de gemeente Amersfoort van boven naar beneden lopen. Maar enige vertraging in de besluitvorming lijkt voorzienbaar. Mevrouw Barendregt presenteerde vandaag de volgende afscheidsbrief:

Geachte leden van de raad, inwoners, organisaties en instellingen van Amersfoort, relaties, medewerkers van de Gemeente Amersfoort en anderen, Vandaag heb ik het besluit genomen om mijn functie als wethouder in de gemeente Amersfoort neer te leggen. Een besluit dat ik niet licht heb genomen en ook een besluit dat mij zeer zwaar valt.

In deze brief zal ik ingaan op de aanleiding en mijn overwegingen die mij tot dit besluit hebben gebracht.

De aanleiding zijn de recent aan het college gepresenteerde overschrijdingen op het bouwbudget voor het Eemhuis. Overschrijdingen die, naar de inschatting van nu, in de miljoenen lopen op een bouwbudget van € 45 miljoen euro. Deze te verwachten overschrijding, die nog met veel onzekerheid is omkleed, is voor een belangrijk deel het gevolg van het besluit van 15 februari 2011 om KAdE in het Eemhuis te vestigen in plaats van Poppodium De Kelder en een uitvoeringszaal voor Scholen in de Kunst. Hoewel het college en de Raad op basis van het voorstel gebaseerd op gemaakte inschattingen en advies, ervan uit gingen en mochten gaan dat KAdE binnen budget en planning ingepast zou kunnen worden, blijkt dit niet haalbaar te zijn. Een ander deel van de overschrijding komt voort uit besluitvorming van voor die tijd.
Hoewel veel nog uitgezocht moet worden, er veel vragen te stellen zijn over zowel het proces, de sturing, gemaakte inschattingen, controle, advisering en informatievoorziening, vind ik dat ik naar mijn eigen maatstaven op dit dossier onvoldoende scherp heb geacteerd en onvoldoende kritische vragen heb gesteld. Ik neem dat mijzelf kwalijk en neem daarvoor mijn politieke verantwoordelijkheid. Ik vertrouw erop dat nader onderzoek nog zal plaatsvinden en dat ook lessen voor de toekomst kunnen worden getrokken.
Ik zie mijzelf als een verantwoordelijk en integer bestuurder met een doelgerichte en oplossingsgerichte manier van werken, maar ook een die kritisch op het eigen handelen van het politiek bestuur is. Dat nu maakt dat ik, met pijn in het hart, dit besluit voor mezelf heb moeten nemen. Ten tijde van de besluitvorming over de inpassing van KAdE in het Eemhuis, was het college geen enkel signaal bekend dat het niet binnen planning en budget zou kunnen en was er geen reden om aan het advies te twijfelen. De afgelopen maanden is beetje bij beetje de informatie boven tafel gekomen. Met een korte notitie van 6 juli, die met mij besproken is op 7 juli, kwamen de inschattingen van de mogelijke overschrijdingen boven tafel. Er was toen allerminst sprake van duidelijkheid of ook maar enige zekerheid over feiten en ontstaansgeschiedenis. Ik heb toen gevraagd om meer informatie en nader onderzoek. De eerste resultaten daarvan zijn met mij, direct na mijn vakantie, op 22 augustus gedeeld. Ik vind dat ik een inschattingsfout heb gemaakt door niet al direct na 7 juli de mij bekende informatie inclusief de opdracht tot nader onderzoek te delen binnen het college. Ondanks het reces, het feit dat velen op vakantie waren en het feit dat de informatie beperkt was en met veel onduidelijkheid was omgeven, had ik toen een andere inschatting moeten maken. Voor deze fout bied ik mijn excuses aan en deze maakt dat ik mijn politieke verantwoordelijkheid nu neem. Ik realiseer me dat ik hiermee de Raad de mogelijkheid ontneem om in een raadsvergadering hierover met mij het debat te voeren.

Ik heb de afgelopen bijna 1,5 jaar als wethouder met hart en ziel voor en in de stad gewerkt. Een stad die het waard is om met passie voor te werken. Een stad met een geweldig creatieve en energieke bevolking. Mensen die niet bij de pakken neer gaat zitten als er wordt bezuinigd, maar vooruitkijken en zoeken naar nieuwe mogelijkheden en kansen. Een stad waarin ik met zovelen heb mogen werken en waarin ik “De kracht van de stad” iedere dag mocht ervaren. Het enthousiasme dat ik in de stad ontmoette, in de wijken, bij organisaties en bedrijven, bij vrijwilligers, bij festivals en evenementen. Ik heb genoten van alle ontmoetingen en de vele uitnodigingen die ik kreeg om als wethouder aanwezig te zijn. Ik zal al die contacten en mensen ontzettend gaan missen.

Eigenlijk ben ik nog lang niet klaar. Ik had en heb nog zoveel wensen en ambities – samen met anderen – waar te maken. Veel van wat ik tot vandaag tot mijn portefeuille mocht rekenen staat in de steigers, is recent door de Raad vastgesteld of is opgepakt met partners in de stad. Ik denk aan het Beheer- en Inrichtingsplan voor Park Randenbroek inclusief het Bestemmingsplan, de Nieuwe Erfgoednota, de herijking van de Cultuurnota, het Programma en de Agenda Stadshart, de nieuwe Structuurvisie Amersfoort 2030, de herhuisvesting van De Kelder, de samenwerking tussen de podia, de noodzakelijke herziening van de verouderde bestemmingsplannen, de toekomstgerichte Media-agenda, GRID/Amersfoort Fotostad 2012 en de mogelijke titel “Hoofdstad van de Smaak”. Ongetwijfeld zouden er ook nog vele moeilijke besluiten voor mij en u gelegen hebben. Ik dank iedereen voor de samenwerking, ieders inbreng in vergaderingen en uw betrokkenheid, die ik steeds voelde, bij de belangrijke thema’s voor onze stad en inwoners.

Ik wil niet nalaten te vermelden dat ik tot op de dag van vandaag deel heb uitgemaakt van een fantastisch college met goede bestuurders. Collega’s met wie ik het uitstekend heb kunnen vinden en met wie ik uiterst plezierig heb samengewerkt. Ik zal die samenwerking en collegialiteit missen. Ik zal me ook in de toekomst op enigerlei wijze voor mijn stad in blijven inzetten. Dat zal niet veranderen.

Mirjam Barendregt
Amersfoort,
2 september 2011
mirjambarendregt@gmail.com

Foto: Open brief wethouder Mirjam Barendregt bij aftreden voorgelezen

Armando Museum en het bestuurlijk onvermogen

Op 13 december 2010 passeerden hier de plannen rond het Armando Museum in Onderzoek Armando Museum roept vragen op. Enkele dagen later werd op 15 december de door het secretariaat van gedeputeerde Anneke Raven toegestuurde en bijna integrale publieksversie van de rapportage haalbaarheidsonderzoek van de stichting Amersfoort in C in Rapport Armando Museum geplaatst. Opvallend is dat Raven op haar weblog niet ingaat op de verhuisplannen rond het Armando Museum. Deze geslotenheid is tekenend.

Feiten maken duidelijk dat het ooit in de Amersfoortse Elleboogkerk gevestigde Armando Museum na een brand niet opnieuw in de kerk gehuisvest wordt. Afspraken van het vorige college worden met een beroep op bezuinigingen door het huidige college gebroken. Een vorige directeur van Amersfoort in C betitelt dat als onbehoorlijk bestuur.

Vanuit  zes besturen, te weten de gemeenten Amersfoort en Utrecht, provincie Utrecht en de culturele instellingen Amersfoort in C, Armando Museum en het Utrechtse Centraal Museum wordt vervolgens geopperd om het Armando Museum te verplaatsen naar Oud-Amelisweerd. Een zomerverblijf uit 1770 met uniek antiek Chinees behang en een kwetsbaar klimaat in het natuurgebied Amelisweerd aan de rand van Utrecht. Oud-Amelisweerd is eigendom van de gemeente Utrecht en wordt gehuurd en beheerd door het Centraal Museum. De restauratie van landhuis en antiek behang is in volle gang.

Opvallend is dat een kleine kern aan onzichtbaar blijvende bestuurders een intentie uitspreekt, die weg in de media als voldongen feit presenteert en bewust voorbijgaat aan de consultatie van zowel cultureel erfgoed-museale specialisten als politieke betrokkenen.

Vraag is of het inhuren van managers als Hein Reedijk en Peter Berns daarin verandering brengt of het bestuurlijk accent alleen nog maar versterkt. De tweet van Reedijk: Ik ga het Armandomuseum helpen in om een bedrijfsplan de consequenties van een eventuele verhuizing naar Oud Amelisweerd in kaart te brengen stemt niet hoopvol voor een open discussie zonder tunnelvisie. De uitkomst staat met deze opdracht al vast. Onbegrijpelijk is waarom Reedijk en Berns niet gevraagd wordt om ruimer dan Oud-Amelisweerd te kijken, bijvoorbeeld naar Kamp Amersfoort of welke locatie dan ook in de provincie Utrecht.

In de media spreken twee betrokkenen uit de Amersfoortse politiek zich kritisch uit over de verhuizing van het Armando Museum uit Amersfoort en de procedure die de raad buitenspel zet: Hiske Land van GroenLinks en Simone Kennedy van de ChristenUnie. Deze laatste stelt dat er buiten de gemeenteraad om onomkeerbare stappen gezet [leken] te worden zonder vooroverleg met de gemeenteraad.

Simone Kennedy verbaast zich ook over de lauwe reacties: Hoe kun je eerst zoveel investeren in dit museum en daarna zo passief toezien als dit museum aan de bezuinigingen ten onder gaat? Zij pleit voor verhuizing van het Armando Museum naar Kamp Amersfoort, maar haar blijkt in november 2010 dat er door Amersfoort in C niet eens met de directeur van Kamp Amersfoort gesproken is. Wethouder Barendregt doet de plannen af als niet reëel.

Lid adviescommissie erfgoed bij het Fonds Cultuurparticipatie en raadslid GroenLinks Hiske Land concludeert dat de gemeenteraad nog weinig te vertellen heeft over de op afstand gezette culturele instellingen: De ontwikkeling van afgelopen jaren naar cultureel ondernemerschap bij de instellingen betekent in de praktijk dat je als gemeente amper meer zeggenschap hebt over je culturele profiel als stad. Dat realiseert lang niet iedereen zich. Prestatieafspraken tussen gemeente en instellingen bieden weinig houvast – ze volgen eerder de lijn van de instelling dan dat ze sturen. 

Uit de notitie van Hiske Land, het weblog van Simone Kennedy en een NRC-artikel van Lucette ter Borg van 28 december 2010 wordt nog iets anders duidelijk, namelijk dat de positie van het Armando Museum nauw samenhangt met de positie van Kunsthal KAdE. Artistiek verantwoordelijke Robbert Roos zegt: Voor ons presentatie-instellingen is meteen duidelijk geweest dat de kaasschaaf niet bruikbaar is, gezien de omvang van deze bezuinigingen. Daarom hebben we besloten één van ons te offeren. Het historisch stadsmuseum Flehite is in Amersfoort onaantastbaar; het Mondriaanhuis is te klein. Blijven over ‘mijn eigen’ Kunsthal KAdE of het Armando Museum. Roos reageert op afstand op Hiske Land. Hij bevestigt het beeld dat de culturele instellingen zelf de beslissingen nemen en niet de Amersfoortse politiekWe hebben besloten één van ons te offeren.

Omdat KAdE lijkt vast te zitten aan een huisvestingscontract van 30 jaar en er blijkbaar over de huisvesting van het Armando Museum geen juridische verplichtingen met derden waren aangegaan is de som snel gemaakt. In kleine kring ontstaat het plan om KAdE te sparen en het Armando Museum elders onder te brengen. Onaardig gezegd, om de Amersfoortse problemen bij anderen op de stoep te leggen. Vraag is wie er intrapt, of aardiger gezegd, wie er instapt.

In Amersfoort regeert het toeval. Zoals Hiske Land zegt: Ik pleit voor een brede blik op het museale aanbod, in plaats van te focussen op één instelling zoals nu gebeurt. De bezuinigingen zijn wat mij betreft alleen de aanleiding om ernaar te kijken. Wat willen we voor de stad? Welke betekenis heeft iedere instelling daarin? Amersfoortse raad en openbaar bestuur die zichzelf serieus nemen pakken deze vraag op om integraal beleid te ontwikkelen dat voortaan niet langer achter de feiten aanloopt.

Na de presentatie begin december 2010 van het haalbaarheidsrapport om het Armando Museum in Oud-Amelisweeerd te vestigen is het niet meer stil in de media. Koppen variëren van Armando Museum naar Bunnik tot Onderzoek Armando Museum dubieus op Kunstbeeld.nl. Dat laatste zegt: Volgens Volkskrant-blogger George Knight is dit echter een dubieus rapport ‘dat vragen oproept’. Het rapport zou te optimistisch zijn over de mogelijke huisvesting in Oud Amelisweerd en bovendien zou er sprake zijn van belangenverstrengeling. Bovendien is onduidelijk door wie het ‘haalbaarheidsonderzoek’ precies is uitgevoerd.

Wat resteert in deze kwestie is het beeld van onzorgvuldig bestuur en een passieve gemeenteraad in Amersfoort, op afstand gezette culturele instellingen en culturele ondernemers die in naam van de politiek besluiten nemen, belangenverstrengeling en hechte persoonlijke relaties tussen hoofdrolspelers, het uit de wind houden van KAdE, bovengemiddelde korting op cultuur, een kleine kern van bestuurders die het ene noodverband aan het andere koppelt, een tunnelvisie van deze bestuurders die slechts focussen op een specifieke locatie en een beperkte onderzoeksopdracht verlenen, en een kwetsbaar en cultureel waardevol zomerverblijf Oud-Amelisweerd dat opgeofferd dreigt te worden met voorbijgaan aan normale museale en politieke toetsing.

Hopelijk komt het zover niet en overwinnen uiteindelijk het verstand en de zorgvuldigheid. Dat moet onder redelijke mensen mogelijk zijn. Dan kan deze episode van het Armando Museum dienen als lesmateriaal voor de Bestuursacademie. In het hoofdstuk hoe het niet moet. Om Pirandello te parafraseren: Zes bestuurders op zoek naar zorgvuldigheid.

Foto: Museum De Zonnehof, Amersfoort, circa 1958; architect Gerrit Rietveld