Ted Brownings ‘West of Zanzibar’ (1928) leert ons iets over onze eigen tijd

West of Zanzibar is een zogenaamde pre-code film van Ted Browning uit 1928. Nu is deze regisseur vooral bekend om zijn film Freaks (1932). De Hays Code werd in de Amerikaanse filmindustrie als zelfregulering in 1930 ingevoerd en de logica ervan was het voorkomen van overheidsmaatregelen. Zelfcensuur kan een smal pad richting vermeende redelijkheid zijn, maar kan ook doorslaan als het los komt te staan van de filmpraktijk die het meent te beschermen, maar feitelijk inperkt.

Wikipedia noemt de Hays Code: ‘een verzameling regels waaraan Amerikaanse films moesten voldoen op het gebied van zedelijk gedrag. Amerikaanse films mochten alleen worden uitgebracht in Amerikaanse bioscopen als er geen verwijzingen waren naar seksualiteit, homoseksualiteit, rassenvermenging,  abortus en drugs. Extreem geweld mocht niet worden uitgebeeld en misdaad moest altijd worden gestraft‘.

De steun voor zelfregulering kwam vooral van christelijke en conservatieve zijde en had naast een economisch motief om de overheid op afstand te houden ook een ideologisch motief om zedelijke en politieke uitingen uit films te bannen. Deze Amerikaanse code is in de werking vergelijkbaar met de Nederlandse filmkeuring die rond dezelfde tijd in 1928 werd ingevoerd.

Censuur is er waarschijnlijk een te groot woord voor omdat dit in vele landen grondwettelijk verboden is. Maar indirect kan een lokale overheid flankerende maatregelen door beperkingen en controles opleggen over bijvoorbeeld brandveiligheid, vermakelijkheidsbelasting en een horecavergunning die praktisch op censuur neerkomen als exploitatie van een bioscooptheater erdoor verregaand wordt bemoeilijkt.

Daniël Biltereyst heeft het effect van de filmkeuring voor België in zijn boek Verboden Beelden (2020) op een rijtje gezet. Volgens hem beoordeelde de Belgische commissie in het interbellum bijna zes op de tien films die ze bekeek als min of meer problematisch. Met veel geknipte scènes en geamputeerde films als resultaat.

Film als nieuwe verschijningsvorm moest zich invechten tussen andere kunstvormen als toneeldrama en beeldende kunst. Dat had twee redenen. Het publiek moest geleerd worden hoe een film ‘gelezen’ moest worden en daarom was het begrijpelijk dat de film aanhaakte bij wat het publiek al kende. Daarnaast gaf dat aanleunen tegen gevestigde kunstvormen prestige aan film die in de beginjaren in de hoek van kermisvermaak werd gezet. Geleidelijk werd die band losser en vond film mede door technische ontwikkelingen een eigen vorm.

Begin jaren 1930 brak de geluidsfilm wereldwijd door. Sommige traditionele filmwetenschappers als Rudolf Arnheim zagen die ontwikkeling als een gemis omdat de visuele, fotografische kwaliteiten van film daardoor naar de achtergrond verdwenen. Men zou kunnen beweren dat toen een nieuwe cinematografische esthetiek van de grond af aan moest worden opgebouwd.

Daarnaast speelde als vanouds binnen de film de strijd tussen realisten die de voorstelling van de realiteit als uitgangspunt namen en daardoor een verteltechniek ontwikkelden die zo ‘onzichtbaar’ mogelijk was en de formalisten die de constructie en esthetiek juist benadrukten. Met overigens veel tussenvormen. Het gebruik van geluid en kleur dat vanaf de jaren 1930 de standaard werd zette de formalisten voor de publieksfilm definitief op afstand. De verteltechniek van Hollywood werd dominant en verbande de formalisten naar de marge.

Still van Lon Chaney in West of Zanzibar (1928). Credits: Dr. Macro.

West of Zanzibar is een film die werd gemaakt voordat beide ontwikkelingen, te weten zelfregulering van de filmindustrie en opkomst van de geluidsfilm gingen domineren. De pre-code films kennen een politieke en zedelijke vrijheid die door de invoering van de Hays Code verdween en pas weer door opkomst van een nieuwe generatie filmmakers in de jaren 1960 heroverd werd. Ze surfden mee op de golf van maatschappelijke ontwikkelingen. Niet toevallig werd de Hays Code in 1968 afgeschaft omdat zelfregulering haaks kwam te staan op de sfeer van opstandigheid van de jaren 1960.

Nog om een andere manier is West of Zanzibar interessant en wijkt niet alleen af van de films uit het tijdperk van de Hays Code, maar ook van de hedendaagse politisering door identiteitspolitiek die zich manifesteert in stilzwijgende of indirect opgelegde zelfregulering. West of Zanzibar loopt vooruit op de zuiveringen van toen en nu, en kent voor een hedendaags publiek daarom een verfrissende spontaniteit en niet gezochte anarchie die ondanks de soms barokke esthetiek nog steeds een onvervalste kern aanboort die nauwelijks door externe factoren wordt gesmoord of afgeremd.

Still uit West of Zanzibar (1928)

De film is grotendeels gelokaliseerd in Afrika en de door fotograaf William Mortensen ontworpen papier-mâché Voodoo maskers geven indirect commentaar op de nieuwe apartheid 90 jaar later die culturele toe-eigening over grenzen heen als verbod wil instellen. (Zie het commentaar over kunstenaar Paul Bogaers en zijn ‘Afrikaanse’ objecten). Ted Browning trok zich zo weinig mogelijk aan van politieke, zedelijke en maatschappelijke grenzen en had het geluk te kunnen werken in een periode waarin de omstandigheden die relatieve vrijheid voor filmmakers mogelijk maakten.

Voorlopig verslag: Rooms-Katholieke kerk van Illinois stopte 500 gevallen van kindermisbruik door priesters in de doofpot. Dus?

Er is een verband tussen godsdienst en bedrog, zoals een nieuw doofpotschandaal in Illinois aantoont. Volgens een voorlopig verslag van minister van Justitie Lisa Madigan hield de leiding van de katholieke kerk meer dan 500 gevallen van seksueel misbruik van minderjarigen door priesters van de Rooms-Katholieke kerk jarenlang geheim. Dat is obstructie van het recht. Een artikel van de New York Times geeft de details.

Dit ontwijken van verantwoordelijkheid maakt duidelijk dat de Rooms-Katholieke kerk niet bij machte is om de eigen organisatie door te lichten en ‘de crisis van geestelijken en seksueel misbruik alleen op te lossen’. Dit geval staat niet op zichzelf. Er zijn wereldwijd meer van dit soort gevallen van misbruik van minderjarigen door priesters die door de kerkleiding geheel of gedeeltelijk in de doofpot zijn gestopt. Slachtoffers worden geïntimideerd om te zwijgen. Dit is onaanvaardbaar. Het zelfregulerend vermogen van de katholieke kerk schiet tekort om zelf orde op zaken te stellen. De autonomie van religieuze organisaties maakt ingrijpen door de overheid lastig. Van de andere kant kan dit ontlopen van verantwoordelijkheid door een kerk niet worden getolereerd. Mede vanwege de vele jeugdige slachtoffers die geen genoegdoening krijgen. Dit betreft een religieuze organisatie die notabene claimt om gelovigen geestelijke leiding en richting te geven. Maar die in eigen huis het verkeerde voorbeeld geeft. Hoe hol klinkt zo’n claim van de katholiek kerk die niet alleen een dekmantel biedt voor misbruikplegers, maar dat misbruik vervolgens op een georganiseerde wijze toedekt?

Vraag is hoe religieuze instellingen als de Rooms-Katholieke kerk vanuit zowel de inhoudelijke dogmatiek als de machtspolitieke opstelling beoordeeld moeten worden. Het is onderhand duidelijk door vele gevallen die in de doofpot gestopt werden en daar door juridische autoriteiten of klokkenluiders weer uit zijn gehaald dat religieuze instellingen niet op hun mooie woorden geloofd kunnen worden. Ze kunnen vanwege de rechten die de rechtsstaat biedt evenmin generiek verboden worden. Er zijn steekhoudende overwegingen om een religieuze organisatie als de Rooms-Katholieke kerk aan te merken als criminele organisatie, maar uiteindelijk is dat een te grof middel dat juridisch niet standhoudt. Duidelijk evenwel is dat zelfregulering door de Rooms-Katholieke kerk of een ‘onafhankelijke’ klachtencommissie die door de kerk zelf is ingesteld niet werkt en het probleem van kindermisbruik door priesters niet goed in kaart brengt en evenmin oplost voor de toekomst.

Waarom is er geen kwaliteitsbewaking in de politiek? Pleidooi voor een tuchtcollege om bij herhaling liegende politici te corrigeren

De vraag of er in de politiek ‘flink gelogen’ wordt is niet zo interessant. Het is een kwestie van maatvoering. Dat er in de politiek gelogen wordt staat buiten kijf. Ja, in de politiek wordt door politici gelogen.

De relevante vraag is wat eraan gedaan wordt als een politicus bij herhaling op een leugen wordt betrapt. Wat zijn de instrumenten om de leugenaar tot de orde te roepen en herhaling te voorkomen? Wat is de sanctie voor een systeemmatig liegende politicus? Die bestaat niet. Schorsing of levenslange uitsluiting van het beroep? Kennen politici een ethische code over gewenst gedrag en is voor deze beroepsgroep wettelijk tuchtrecht van toepassing? Zoals bij andere beroepsgroepen als notarissen, advocaten, medici of journalisten? Wellicht is een tuchtcollege geen ideaal instrument vanwege de zelfregulering, maar het heeft wel een preventief effect. Waarom is er geen college of toezichtsraad die actief de kwaliteit van de politiek bewaakt?

Het is gewenst dat hierover een breed maatschappelijk debat wordt gevoerd. Waarbij ook aan de orde komt wat de redenen zouden kunnen zijn om politici hiervan vrij te stellen. Verdienen ze een aparte status? De urgentie om in te grijpen is groot omdat politici als beroepsgroep weinig maatschappelijke waardering hebben. Ze worden niet vertrouwd, niet begrepen en niet geloofd. De kloof tussen burger en politiek wordt eerder groter dan kleiner. Het is de hoogste tijd om middelen in te zetten om die kloof te slechten zodat het vertrouwen in de politiek weer toeneemt. Het liegen door politici kan wellicht niet definitief gestopt worden, maar door kwaliteitsbewaking van de beroepsgroep kan het liegen wel aanzienlijk teruggebracht worden.

Waarom politici geen initiatieven nemen om het wettelijk tuchtrecht in de politiek in te voeren is begrijpelijk omdat het hun vrijheid inperkt. Om die reden moet het initiatief hiertoe niet van de wetgevers komen, maar van elders. Uit de samenleving die kritisch is op medici of journalisten, maar politici om onbegrijpelijke redenen buiten schot laat waar het de kwaliteitsbewaking betreft. Dat is ongewenst. De huidige generatie politici blinkt in de beeldvorming toch al niet uit door kwaliteit, originaliteit en bezieling. De politici kunnen een deel van de gunst terugwinnen door zich positief uit te spreken over kwaliteitsbewaking van de eigen beroepsgroep door onder meer de verplichte invoering van een wettelijk tuchtcollege voor politici.

Trump kiest voor Goldman Sachs en laat zijn achterban in de steek

Het kan niet genoeg herhaald worden, leden van het establishment die zeggen op te komen voor de werkende klasse en beloven het establishment aan te pakken als ze de macht hebben zijn ongeloofwaardig. En breken hun beloften. Zoals Donald Trump die in een campagnefilmpje verwees naar geld dat verdwijnt ‘in de zakken van grote bedrijven’. Onder wie de CEO van Goldman Sachs Lloyd Blankfein (na 1’ 14’’). De investeringsbank  representeert alles wat verkeerd is aan de macht van grote banken. En is daarin nog een factor tien erger. Goldman Sachs is de firma list & bedrog die landen in gevaar brengt, economieën kapotmaakt, de belangen van klanten niet dient en politici koopt met miljoenen dollars. En zich daarmee onkwetsbaar maakt. Oud-bankier Greg Smith laakte in 2012 de bedrijfscultuur van Goldman en noemde het ‘een giftige cultuur’.

Vandaag heeft Trump Steven Mnuchin tot minister van Financiën benoemd. Hij werkte 17 jaar als bankier bij Goldman Sachs. En dan zijn er ook nog de huidige nummer 2 van Goldman Sachs Gary Cohn die naar verluidt minister wordt op het Bureau voor Management en Budget en oud-bankier van Goldman Sachs Steve Bannon (nu: Breitbart en Alt-right) die meesterstrateeg van Trump in het Witte Huis wordt. Onder Trump is Goldman Sachs weer helemaal terug in het centrum van de macht. Sinds de kredietcrisis van 2008 vond de politiek het uit cosmetische redenen gepast om enige afstand te bewaren tot de graaicultuur van Goldman Sachs. Nu krijgen de bedriegers en bedreigers van de wereldeconomie het voor het zeggen in de regering-Trump.

Trump bedriegt de werkende klasse en de middenklasse door niet alleen zijn belofte te breken afstand te nemen van de grote bedrijven die geld van gewone mensen in hun zakken laten verdwijnen, hij promoveert die bankiers die de Goldman Sachs bedrijfscultuur in hun genen hebben tot het centrum van de macht. Zodat hun diefstal extra wordt gelegitimeerd. Trump trapt tegen het establishment door het te omhelzen, te knuffelen en er zich onderhorig aan te verklaren. Trump dient het eigenbelang van zijn eigen klasse.

Het was te verwachten voor wie Trump kent als iemand die niets heeft met feiten en liegt om bestwil. Hoelang het duurt voordat deze waarheid is doorgedrongen tot de sociaal achtergestelden en de helft goedwillende ‘deplorables’ uit zijn achterban die op Trump stemden is de vraag. Of moet een opgeklopte culturele strijd over moslims, Black Matters of abortus deze economische diefstal verhullen? Dat zal het plan wel zijn.

George van Houts is kritisch op Het Financieele Dagblad. Over geldschepping

Theatermaker, politiek activist en initiatiefnemer van het burgerinitiatief Ons Geld George van Houts wil een publiek debat over de geldschepping door banken. Hij vraagt zich af of dit nog wel bij deze tijd past. Waarom zou de overheid of een door de overheid de geldschapping niet coördineren? In een hoorzitting op 14 oktober in de Tweede Kamer was hij een van de insprekers. Waarom wordt geldschepping uitbesteed aan commerciële banken die ook nog eens het verwijt treft dat ze door hun hoogmoedigheid en risicovol gedrag de economie in gevaar brengen en sinds de kredietcrisis van 2007 hun gedrag niet fundamenteel hebben veranderd?

George van Houts is kritisch op de opstelling van gevestigde kranten zoals NRC en Het Parool, maar richt zijn pijlen vooral op het Het Financieele Dagblad (FD) dat gericht is op economie en bedrijfsleven. De winst van FD Mediagroep dat zichzelf afficheert als ‘Partner van ondernemend Nederland’ waarvan het FD onderdeel is bedroeg in 2014 64 miljoen euro. Eigenaar is HAL Investments met 98,25% van de aandelen. Een Nederlandse investeringsmaatschappij van de Rotterdamse familie Van der Vorm. Van Houts meent dat gevestigde media de belangen van de banken dienen en daarom een open debat over de geldschepping uit de weg gaan of zelfs torpederen. Een logische conclusie voor wie ziet hoe eigenaren van deze media zijn verbonden met banken.

Burgerinitiatief over geldschepping ontvankelijk verklaard

geld

In een Nieuwsbrief laat Luuk de Waal Malefijt namens Ad Broere, De Verleiders en Stichting Ons Geld weten dat het burgerinitiatief op 2 juli 2015 door de Tweede Kamer ontvankelijk is verklaard. Het wordt nu in behandeling genomen door de Vaste commissie voor Financiën. De initiatiefnemers hebben kritiek op de geldschepping door commerciële partijen zoals banken, waarvan ze vinden dat het de democratie en de samenleving niet dient. Wie het initiatief wil steunen, kan hier een donatie geven. Om op de hoogte te worden gehouden kan men zich hier inschrijven voor het ontvangen van de nieuwsbrief. De eerste horde is genomen.

Foto: Schermafbeelding van Nieuwsbrief Burgerinitiatief Ons Geld.

Tweede Kamer houdt hoorzitting over het ‘bankenbeleid breed’

De SP heeft een hoorzitting aangevraagd over het bankenbeleid breed zoals de journalist opmerkt. Da’s toegekend. De Tweede Kamer heeft nu de kans om over het bankenbeleid breed te praten. Dat gaat verder dan 100.000 euro salarisverhoging van bestuurders van ABN AMRO of het ogenschijnlijk onvoldoende toezicht van de commissarissen van ABN op hun bank. Inclusief het door de vingers zien van corruptie. Of over het opereren van minister Jeroen Dijsselbloem. Politiek allemaal heel belangrijk, maar volstrekt niet belangrijk om de banken op een ander spoor te brengen. Een hoorzitting over het bankenbeleid breed geeft de Tweede Kamer de kans om over de verziekte cultuur van de financiële sector te praten en over de geldschepping door banken. Het is te hopen dat de Tweede Kamer deze kans grijpt en zich goed informeert om de structurele vragen te stolen die verder gaan dan de incidenten over arrogante bankbestuurders. Hoe irritant ze ook zijn.

Burgerinitiatief Ons Geld: hoe kan het vervolg succesvol zijn?

Een burgerinitiatief met 105.000 handtekeningen over geldschepping kan succesvol genoemd worden. Maar ook zorgwekkend omdat het nodig is. Het is bedoeld is om een debat te starten over de vraag waar ons geld vandaan komt. Achter die vraag gaat de wens schuil om de macht van de banken aan banden te leggen. Of preciezer gezegd, de politiek ervan te overtuigen dat het harder moet en kan optreden tegen de financiële sector die zich tot nu toe succesvol onttrekt aan striktere regelgeving die werkelijk iets om het lijf heeft.

Burgers voelden zich verplicht om dit initiatief te nemen omdat de politiek het af laat weten en er sinds de kredietcrisis van 2007 niets fundamenteel veranderd is in de machtsverhouding tussen overheid en banken. Die nog steeds uit het lood staat omdat banken teveel macht hebben. En zo met hun onvoorspelbaar gedrag een gevaar voor de economie vormen. Dus voor de burgers. Kortom, hoognodige hervormingen gevraagd.

Het burgerinitiatief is bedoeld om de bewustwording over geldschepping te vergroten. Niet in de laatste plaats voor de politici die volgens initiatiefnemer Luuk de Waal Malefijt van toeten noch blazen weten. Maar nu wel net doen alsof ze overzicht en controle hebben. Da’s levensgevaarlijk. Het debat is er uiteindelijk op gericht om de scheefgegroeide macht van banken recht te trekken door concrete voorstellen die uit het debat komen.

Het op 9 januari 2015 gelanceerde burgerinitiatief kwam tot stand door samenwerking van Ons Geld  (onderdeel van de International Movement for Monetary Reform), De Verleiders en Ad Broere. Luuk de Waal Malefijt en theatermaker George van Houts spreken met Maria van Boekelen van We Are Change Rotterdam.

Zie hier voor het Burgerinitiatief Ons Geld.

Joris Luyendijk voor Tegenlicht over aanpak van de bankensector

Joris Luyendijk laat voor de VPRO zijn licht schijnen over de financiële sector. Of liever gezegd over wat er mis is bij de banken en waarom de politiek niet bij machte is om in te grijpen. Hij eindigt positief. Tegen beter weten in? Ook de emancipatie van homoseksuelen en vrouwen of het afschaffen van de slavernij kwam er uiteindelijk doorheen. Maar hoe de banken hervormd gaan worden is vooralsnog volstrekt niet duidelijk. Er is nog geen beweging. Maar Luyendijk is duidelijk dat ze onvermijdelijk hervormd moeten worden. Op straffe van veel ellende voor velen. Inclusief zakenbankiers die ook slachtoffer zijn geworden van een doorgedraaid financieel systeem. Niemand heeft het bankenmonster meer in de hand. Het moet getemd. Maar hoe?

Ondraaglijke hypocrisie van Holder door banken niet aan te pakken

Heeft de regering-Obama met minister van Justitie Eric Holder de afgelopen zes jaar banken de hand boven het hoofd gehouden? Ja. ‘Beroof een bank en ga naar de gevangenis, bestuur een bank en beroof de wereld’ is het gezegde dat Holder bevestigd heeft. Zelfs overtuigend bewijs tegen banken was niet genoeg om in te grijpen. Da’s de schande. Niet alleen in de VS trouwens, maar ook in Europa en Nederland kwamen de bankiers weg met hun boevenstreken op kosten van de belastingbetaler. Ze eisten zelfregulering, kregen die en deden vervolgens niets. Politici die de macht van banken wilden terugdringen hadden munitie in handen om hun kritiek naar voren te brengen. Maar ze deden niets. De nauwe vermenging van banken als Goldman Sachs met de regering Obama blokkeerde een echte aanpak. Het is extra hypocriet van Holder om tegen zijn afscheid en na de verjaringstermijn net te doen alsof hij het nu echt serieus neemt. Want da’s niet zo.