Keti Koti kan geen nationale feestdag zijn

Deel van columnGeen Keti Koti voor ons‘ van Ellen Deckwitz in NRC, 30 juni 2022.

De column ‘Geen Keti Koti voor ons‘ van Ellen Deckwitz benoemt vanuit familieniveau de achterstelling in Nederland van de nabestaanden van Oost-Indische slaven ten opzichte van de nabestaanden van West-Indische slaven. Dat is een structurele weeffout.

De lobby van Caraïbische Nederlanders in media, musea, universiteiten, instituten en politiek is vele malen sterker dan de lobby van de Ind(ones)ische Nederlanders. Met de Black Lives Matter beweging als rugwind hebben zwarte Nederlanders uit de Caraïben in dit debat over slavernij afgelopen jaren definitief het initiatief naar zich toegetrokken ten koste van andere groeperingen.

Vele voormalige Surinamers en Antillianen hebben belangrijke functies in de overheid. Zoals de in Suriname geboren Rabin Baldewsingh. Ze lijden aan kortzichtigheid en maken de fout de stemming van hun moederland een-op-een naar Nederland te willen vertalen.

Schermafbeelding van deel interviewBelangrijke adviseur regering: maak van Keti Koti een nationale feestdag, met de koning erbij‘ met Rabin Baldewsingh in de Volkskrant, 30 juni 2022.

In een video van het Caribisch Netwerk zegt een medewerker van het Tropenmuseum dat het Nederlands kolonialisme een ‘wereldwijd verhaal’ is. Maar in de achtergrond van de medewerkers en de inrichting van tentoonstellingen van het Tropenmuseum is dat niet terug te vinden. Het blijft bij mooie woorden die niet worden waargemaakt. Caraïbische medewerkers en thema’s domineren het debat en de beeldvorming. Is het toeval dat de artistiek directeur van de NMVW, waar het Tropenmuseum onderdeel van is, afkomstig is uit Jamaica?

Caraïbische Nederlanders haken handig aan bij een beweging die veel politieke steun krijgt, hebben een tamelijk eenduidig profiel en claimen eenzijdig het antwoord op de schuldvraag over het kolonialisme te hebben en stellen dat hun voorouders de grootste slachtoffer van het kolonialisme waren. Dat laatste is historisch onjuist, maar dat dringt in het publieke debat niet door. In musea en universiteiten komt dat geluid niet goed tot uiting. De tegenstem ontbreekt.

De opwaardering van de West en afwaardering van de Oost in de aandacht voor kolonialisme en slavernij is een structureel probleem. Vraag is of dat typisch Nederlands is of ook in voormalige koloniale machten voorkomt die zowel in de Oost en de West koloniën hadden. In februari 2021 schreef ik het onderstaande bij een bespreking van de documentaire ‘Nieuw Licht – Het Rijksmuseum en de slavernij’:

1) Het is onbegrijpelijk dat terwijl expliciet in de documentaire gezegd wordt dat de slavernij in de Oost omvangrijker was dan die in de West, daar in de documentaire nauwelijks iets van terug te vinden is. Was het reisbudget onvoldoende, had de producent geen Indonesische of Nederlands-Indische contacten of was deze reductie een bewuste, politieke keuze? Dat heeft als gevolg dat nu alles in een zwart-wit perspectief geplaatst wordt. Dat is echter een te grove tegenstelling. Wat resteert is een eenzijdig Caraïbisch perspectief. Maar zo was de realiteit van toen niet, en zo is de realiteit van nu niet. De grijs- en bruintinten ontbreken en zijn weggemoffeld. Ook op een andere manier ontstaat vertekening. De tragiek van de historische slavernij is ook dat de zwarte mensen geen homogene groep vormden en naast slachtoffer ook dader konden zijn. Ook die nuancering ontbreekt in de documentaire.

Het initiatief om Keti Koti als pars pro toto van de slavernij en het kolonialisme te beschouwen is onevenwichtig. Dat is neo-slavernij die nabestaanden van andere slaven achterstelt en een tweede maal koloniseert. Deze vorm van nieuwe onderschikking kan niet de opzet van een nationale feest- en herdenkingsdag van de slavernij zijn.

Het voorstel om van Keti Koti eens in de vijf jaar een nationale feestdag met een vrije dag te maken moet afgewezen worden. Het is ongepast. Het verbindt niet, maar verdeelt. Zoals de column van Ellen Deckwitz illustreert. De herdenking van de slavernij kan niet exclusief aan een doelgroep verbonden worden die zich het onderwerp toe-eigent door de voorwaarden ervan te bepalen.

Elementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum

NRC heeft geprobeerd om in een artikel over het Afrika Museum nuances aan te brengen en suggestieve opmerkingen achterwege te laten. Het geschil tussen het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) en de Congregatie van de Heilige Geest over het Afrika Museum in Berg en Dal ligt gevoelig. De Congregatie heeft de huurovereenkomst met het NMVW per 1 januari 2025 opgezegd. Tegen welke achtergrond speelt de controverse? Deze reactie probeert de basis voor een onderzoeksartikel te leggen dat oordeelt op basis van feiten en cruciale omstandigheden.

Schermafbeelding van deel artikelOnenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ van Marit Willemsen in NRC, 23 april 2022.

Moralisme

Het NMVW moraliseert. Dat is een prima verdedigingslinie om politiek en media op afstand te houden. Ze breken er niet doorheen of missen het besef dat dit een kwestie is. Gemoraliseer is een gevaar als het afleidt van het passende antwoord. Of liever gezegd van het stellen van de goede vragen. Daar gaat het artikel mank aan.

NRC-correspondent Oost-Nederland Marit Willemsen laat in haar artikelOnenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ van 23 april 2022 de woordvoerder van het NMVW praten en citeert geen antwoorden op scherpe vragen die ze hem stelt. Zodat men hieruit mag afleiden dat ze die vragen niet heeft gesteld.

Moralisme is niet waar het geschil over het Afrika Museum tussen het NMVW en de Congregatie over gaat. Het gaat over geld en macht.

Tussen de abstractie van mooie woorden die niet te verifiëren zijn en de macht van het geld dat zich grotendeels achter de ambtelijke en politieke schermen afspeelt kan een museum getoetst worden aan professionaliteit. Opvallend is dat beide partijen vinden dat het daar bij de ander aan schort. Kan het allebei waar zijn?

Gebrek aan professionalisme en strijd om geld

Het gebrek aan professionalisme van het NMVW dat in 2020 17,5 miljoen euro via regelingen van OCW ontving om een professionele museale organisatie op te bouwen zou door twee vragen die in het artikel onvoldoende aandacht krijgen bevraagd kunnen worden.

De eerste vraag is waarom het NMVW in het beleid mensen centraal stelt en objecten afwaardeert. Of attributen zoals toenmalig directeur Stijn Schoonderwoerd in 2019 zegt. Wat is de rol van de kunstobjecten in de collectie? Ze lopen het lot om tot een plaatje bij een praatje dat het NMVW wil verkondigen te verworden. Dat roept de vraag op waar de drie musea voor staan die samenwerken in de koepel NMVW en wat voor zelfbeeld degenen hebben die het beleid bepalen.

Zijn het kunstmusea die uitgaan van de objecten of eerder historiserende musea die aan de hand van de objecten een verhaal vertellen? Vanzelfsprekend is de keuze voor het laatste niet. Integendeel. Buitenlandse etnografische musea als het Duitse Hombuld Forum zetten de objecten centraal in hun presentatie. Dat hoeft per definitie ook weer niet, maar aanvaardt het evenmin als vanzelfsprekendheid dat objecten niet centraal worden gesteld.

De andere vraag die niet gesteld wordt is of het NMVW standaard volgens de geldende museale normen werkt. Dat zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn voor musea die zijn aangesloten bij het Museumregister en de Museumvereniging. Daarbij komt dat het NMVW een budget van 24 miljoen euro heeft (2020). Zo’n bedrag brengt verplichtingen over de verantwoording van de werkwijze en de besteding met zich mee. Aanleiding voor twijfel voor de juiste besteding van het budget zijn herhaaldelijk optredende onregelmatigheden met klimatisering, brandveiligheid en slordige behandeling van objecten. Dat moet in kaart gebracht worden.

Identiteit

Willemsen praat direct met de Engelssprekende Jamaicaan Wayne Modest over Afrika en vertegenwoordiger Carel Verdonschot van de Congregatie mag daar op reageren. Het is de vraag of dat een evenwichtige journalistieke opstelling is. Daarbij komt dat het lijkt alsof van Modest vanwege zijn persoonlijke achtergrond wordt gedacht dat hij meer recht van spreken heeft. Maar heeft hij daarover meer te vertellen dan de paters van de Congregatie die betrokken zijn bij het Afrika Museum? Terwijl de laatsten daar gewoond en gewerkt hebben en het nog maar de vraag is of Modest ooit in Afrika is geweest.

Dat is het mechanisme van identiteit waardoor het artikel uit het lood komt te staan. Door die oppervlakkige laag vernis over identiteit weten tot nu toe alle artikelen over het NMVW niet tot de kern door te dringen. Ze graven niet dieper, maar blijven aan de oppervlakte van de vernislaag hangen. Dat proberen te bewerkstelligen is een defensieve strategie van het NMVW.

Identiteit die ons reduceert tot een enkel hokje is een belediging voor ons denken. ‘We zijn méér dan man, vrouw, wit, zwart, lesbisch of hetero‘, zegt Kwame Anthony Appiah. Journalisten die er stilzwijgend van uitgaan dat een enkel hokje veel, zo niet alles verklaart bezondigen zich aan lui denken.

Huidskleur is precair om te benoemen en behoort in positief noch in negatief opzicht een verschil te maken over de inhoud. Het NMVW zet het via het optreden van Modest bewust in als joker en verbindt het direct met uitspraken over kolonialisme of slavernij die daarmee geabsolveerd worden en niet meer open ter discussie kunnen worden gesteld.

Journalisten zijn terecht huiverig om daar verdere vragen over te stellen omdat ze dan raken aan de identiteit van de woordvoerder. Hun kompas wordt stuk gemaakt. De roze olifant in de kamer is in dit geval zwart. Wat niet wordt gezegd over het NMVW wordt zo interessanter dan wat wel wordt gezegd.

Pure overtuiging

Het artikel is interessant vanwege de impliciete claim van het NMVW op de meest pure overtuiging. Dat is als vanouds het voorrecht van religieuze organisaties als de paters van de Congregatie. Dat voorrecht betwist het NMVW door er haar eigen ietsistisch moralisme tegenover te zetten.

Zo ontstaat een onuitgesproken ideeënstrijd tussen de spiritualiteit van het NMVW die een combinatie is van marketing, zingeving, linksige politiek en claims op eigentijdsheid en moderniteit, en de traditionele godsdienst van de Congregatie die in eeuwen binnen marges is vastgelegd.

Deze claims en verschillen voeden het onbegrip tussen beide partijen. De vaagheid van het NMVW geeft deze organisatie manoeuvreerruimte en onduidelijkheid, terwijl de fixatie van de Congregatie traditie en voorspelbaarheid geeft.

Het is verre van verwonderlijk dat het NMVW beter bij de tijdgeest aansluit en vertegenwoordigers van de media zich daar beter mee kunnen identificeren. Zonder het volledig te hoeven begrijpen. Dit wordt versterkt doordat het NMVW door de gezochte vaagheid van overtuiging die brede marges opzoekt en zo bijna iedereen een mentale plaats biedt, terwijl het katholicisme van de paters strikter bepaald is en die manoeuvreerruimte mist.

Door sluimerende misbruikschandalen binnen de katholieke kerken hebben katholieke organisaties ook nog eens een slechte pers gekregen. Wat uiteraard niets met deze kwestie te maken heeft. Maar het bepaalt de beeldvorming. Van publiek en journalistiek.

Schermafbeelding van deel paragraaf ‘Missiepartners‘ van het NMVW op site Afrika Museum. Met tekst: ‘Mission first. Wij zijn een missiegedreven organisatie. Ons doel is te inspireren tot een open blik op de wereld en bij te dragen aan wereldburgerschap. In Nederland en ook elders in de wereld. Wij vertalen die missie door in al onze activiteiten, ook zakelijk. Onze partners delen die visie. Ook voor hen geldt: mission first. Dat betekent dat samenwerking meer zal opleveren dan geld alleen.

Slag in de media

Het NMVW profileert zich in de media met linksig identitair denken en ietsistisch moralisme waarvan journalisten in hun achterhoofd denken dat ze het met goed fatsoen niet tegen kunnen spreken. Omdat dat ongepast is en omdat de overtuiging van het NMVW zo vaag is dat het weinig om het lijf heeft. Daarmee heeft het NMVW de slag in de media al gewonnen.

Die slag houdt in dat het niet meer over de inhoud gaat. Dat het niet concreet en verifieerbaar wordt. Dat het museale professionalisme van het NMVW niet ter discussie wordt gesteld. Dat de rol van de kunstobjecten niet centraal staat. Wat het NMVW beweert blijft vaag en abstract. Wereldburgerschap, eigentijdsheid. diversiteit, dekolonisatie. Vul maar in, het claimt van alles en zegt niks. Geen journalist die voldoende doorvraagt.

Achter die vaagheid zit een bewuste strategie van het NMVW dat jaarlijks dus 17,5 miljoen euro overheidssubsidie ontvangt en dat veilig wil stellen. Binnen het ministerie van OCW heeft het NMVW niet onpartijdige medestanders die de openbaarheid en verantwoording uit de weg gaan, maar zich wel vanachter de schermen in de kwestie blijven mengen. Is het een wonder dat de Congregatie door OCW niet wordt aanvaard als serieuze gesprekspartner?

Vervolg: een duurzaam artikel

Het Afrika Museum van voor de fusie van 2014 werd in de jaren daarvoor positief beoordeeld door de Raad voor Cultuur en visitatierapporten. Is het omgekeerde waar dat de huidige bedrijfsvoering van het Afrika Museum door het NMVW aan kwaliteit heeft ingeboet? Dat zou nader onderzocht moeten worden. Waarom begrijpt Modest niet dat hij met de verwijzing naar de in 2007 ingerichte ‘duistere’ eerste verdieping feitelijk zijn eigen NMVW een brevet van onvermogen geeft?

Het artikel vraagt óf om een antwoord met detaillering door een deskundige met kennis van zaken over het reilen en zeilen van het NMVW én het Afrika Museum óf om een vervolg dat het perspectief van de Congregatie beter doet uitkomen dan deze poging van Marit Willemsen. Ook de rol van OCW kan in zo’n artikel nader uitgewerkt worden.

Wellicht kan de onderzoeksredactie van NRC helpen om door factcheck de feiten en claims op moraliteit van NMVW en Congregatie op een rijtje te zetten voor de basis van een duurzaam artikel dat zich niet laat leiden door oppervlakkigheden die afleiden van de zaak. Niet in het minst over geld en macht. Hard geld gaat voor slappe praatjes. De lezer verdient beter dan een impressie.

Geschil tussen paters en het NMVW over Afrika Museum komt naar buiten. In de publiciteitsslag heeft het NMVW kortere lijnen naar politiek en media

Schermafbeelding van deel artikel ‘Sluiting dreigt voor Afrika Museum‘ van 9 april 2022 in De Gelderlander (achter betaalmuur).

De Gelderlander pakte afgelopen zaterdag 9 april uit met een artikel over de problemen bij het Afrika Museum in Berg en Dal. De journalisten spreken zelfs over een vechtscheiding tussen de eigenaren van gebouw en collectie, de paters en broeders van de Congregatie van de Heilige Geest en de huidige beheerder, het Nationaal Museum voor Wereldculturen (NMVW).

De paters hebben de huurovereenkomst met het NMVW opgezegd zodat het Afrika Museum per 1 januari 2025 uit dat samenwerkingsverband van drie musea stapt. Dat is een fikse financiële en publicitaire aderlating voor het NMVW. Het krijgt jaarlijks meer dan 10 miljoen euro overheidssubsidie die mede is berekend op basis van de deelname van het Afrika Museum. Dat valt na 2025 weg zodat de overhead die op het Afrika museum wordt verhaald ook wegvalt. Reden voor de scheiding is dat de paters het niet eens waren met de inhoudelijke koers van het Afrika Museum.

Maar op hun beurt dreigen de paters ook in financiële problemen te komen. Want het ministerie van OCW zou het nieuwe Afrika Museum geen subsidie mee willen geven. Als het door het ministerie al aanvaard wordt als serieuze gesprekspartner. Dat kan ook anders dan via de culturele basisinfrastructuur, de BIS.

Hierover schreef ik op 2 maart 2022 in een commentaar: ‘Zo goed heeft het NMvW het Afrika Museum afgelopen jaren niet beheerd. Wellicht wel in de papieren werkelijkheid die het NMvW het ministerie van OCW voorspiegelt, maar niet in de museale werkelijkheid. Het is de beurt aan Berg en Dalse, Nijmeegse en Gelderse raadsleden en bestuurders om hier bij het ministerie vragen over te stellen.’

Een en ander wijst op een slecht huwelijk tussen beide partners. Dat de onmin nu publiekelijk naar buiten komt is een verder teken van de slechte verhouding. Publicitair zijn de paters kansloos tegen het randstedelijke NMVW dat dicht zit op de macht van Raad voor Cultuur, ministerie van OCW, Haagse politiek en randstedelijke media.

Te vrezen valt dat landelijke media de komende tijd deze kwestie te eenzijdig zullen benadrukken en het een pro-NMVW perspectief geven dat het management van het NMVW in hun oor fluistert. Journalisten die breed inzetbaar en niet specialistisch zijn dreigen te vallen voor de mooie verhalen van het NMVW over Black Lives Matter, zwarte piet en slavernij die in de kern niets met dit geschil te maken hebben. Laat staan dat het direct te verbinden valt met de geschiedenis van de collectie.

Door afleiding wint het NMVW naar verwachting de slag om de publiciteit en weet het de populistische koers en het eigen gebrek aan museaal professionalisme weg te poetsen door dit te verbergen achter een façade van mooie woorden over wereldburgerschap en kolonisatie.

Katholieke paters hebben in Nederland de mentale wind tegen en worden weggezet in de hoek van ouderwets en selectief. Dat is niet altijd terecht. Hun lijnen naar de politiek zijn sinds de ontkerkelijking sterk afgeslankt. Pikant is dat Afrikaanse politieke activisten juist het NMVW van hetzelfde beschuldigen waar het NMVW de Congregatie van beschuldigt. Namelijk ouderwets en selectief te zijn. Als dat in de media genoemd zou worden, dan zal dat de beschuldigingen van het NMVW tegen de paters neutraliseren. Dit aspect ontbreekt in het artikel van De Gelderlander.

Wie rekent op een eerlijk verhaal over deze kwestie van journalisten die zich nieuw inlezen en de details niet kennen leeft in een fantasie. De ongelijke machtsverhouding tussen de paters en het NMVW dat bovenmatig inzet op marketing en publiciteit en daarvoor ruimschoots budget en medewerkers heeft zorgt ervoor dat de paters geen eerlijke kans hebben om hun zaak in de publiciteit en politiek te bepleiten.

Tekenend voor de machtsongelijkheid tussen paters en NMVW is het feit dat oud-directeur Irene Hübner van het Afrika Museum door het NMVW wordt verboden om met de paters mee te denken over een doorstart. Dat zou volgens het NMVW uit haar overeenkomt blijken die ze bij haar vertrek in 2014 tekende. Zo’n verbod is buiten proportie. Het lijkt er sterk op dat het NMVW iets wil verhullen dat te maken heeft met de beheersovereenkomst uit 2014. Een passage uit het artikel van De Gelderlander doet vermoeden dat dit gaat over de collectie die volgens het NMVW niet en volgens de Congregatie wel buiten de beheersovereenkomst valt:

Passage over het spreekverbod van Irene Hübner door het NMVW in het artikel artikel ‘Sluiting dreigt voor Afrika Museum‘ van 9 april 2022 in De Gelderlander (achter betaalmuur).

Dat machtsspel van het NMVW is tekenend. Het ziet het Afrika Museum van de Congregatie niet als partner of rivaal, maar als een concurrent die uitgeschakeld moet worden. Hiermee kiest het NMVW een offensieve houding die niet past binnen de collegiale Nederlandse museumsector. Dat zou zowel de media als het ministerie van OCW tot nadenken moeten stemmen.

De vraag die gesteld moet worden om tot begrip van dit geschil tussen musea te komen is niet zozeer wat de Congregatie is, maar wat het NMVW eigenlijk is.

Zie voor verder lezen over deze kwestie:

commentaar Nogmaals het Afrika Museum en het disfunctioneren van het NMvW van 18 maart 2022

commentaar Afrika Museum stapt per januari 2025 uit het NMvW en zou geen rijkssubsidie meer ontvangen. Hoe logisch is dat? van 2 maart 2022

persbericht van de Congregatie van 1 maart 2022

commentaar Akwasi is zo vaag, politiek en algemeen in zijn kritiek op het Afrika Museum (NMVW), dat hij feitelijk aan het falen ervan niet toekomt van 25 oktober 2020

commentaar Bobiso Media Monde antiracisme activisten stelen Congolees grafbeeld uit Afrika Museum. En worden buiten gearresteerd van 11 september 2020

commentaar Afrika Museum staakt marketingcampagne na kritiek. Het toont de beperkte houdbaarheid van het management van het NMVW van 30 juli 2020

Nogmaals het Afrika Museum en het disfunctioneren van het NMvW

Huize Ooster Meerwijk (uit 1932): een tehuis voor alleenstaande heren, gerund door de fam. Mulder; vanaf begin jaren 50 Huis van de Paters van de Congregatie van de Heilige Geest , waar vanaf 1954 Afrikaanse voorwerpen werden tentoongesteld (het begin van het Afrika Museum), 1925. Reproductie van een ansichtkaart. Collectie: Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen.

Gisteren 17 maart 2022 vroeg een journalist van de regionale pers in Gelderland wat mijn relatie was met het Afrika Museum. Hij zocht contact met me naar aanleiding van mijn commentaarAfrika Museum stapt per januari 2025 uit het NMvW en zou geen rijkssubsidie meer ontvangen. Hoe logisch is dat?‘ van 2 maart 2022 over het Afrika museum waarin ik kritisch was op het NMvW (Nationaal Museum van Wereldculturen). Ik antwoordde hem per e-mail het volgende:

Met het Afrika Museum heb ik geen relatie. Ik heb nooit met een huidig of voormalig betrokkene of medewerker direct contact gehad. 

Het Afrika Museum is tot 1 januari 2025 fusiepartner van het NMvW. Op deze koepel van volkenkundige musea heb ik kritiek. 

Dat ontstond toen ik me vanaf 2012 inzette voor het Wereldmuseum in Rotterdam toen directeur Stanley Bremer daar de scepter zwaaide. Ik had toen contact met medewerkers, museummensen en politici over de in mijn ogen ongewenste koers van dit museum. Ik werkte met andere burgers samen in enkele publieksacties om dit onderwerp hoog op de agenda te plaatsen. Dat was uiteindelijk succesvol. Die stukken over het Wereldmuseum zijn op mijn blog na te lezen. 

In 2017 werd het Wereldmuseum een ’samenwerkingspartner’ van het NMvW. Dat was een politiek haalbare oplossing die voor dit museum om allerlei redenen niet ideaal bleek te zijn. Stuitend was in mijn ogen het gebrek aan professionalisme van het NMvW en het niet werken volgens de geldende museale normen op het gebied van beheer en brandveiligheid. De stukken met kritiek op het NMvW zijn op mijn blog na te lezen. 

Het verbazingwekkende was naar mijn idee dat binnen de museumsector dat gebrek aan professionalisme van het NMvW bekend was en breed gedeeld werd, maar toch niet doordrong tot de publieke opinie. Integendeel, het management van het NMvW bleef mooie sier maken in de media en de politiek. Ook de media beten niet door, begrepen niet waar het NMvW voor stond of lieten zich misleiden door het politieke sausje dat het management naar buiten bracht. Ik kon er niet anders in zien dan een Potemkin-façade van een slecht geleid museum dat politiek de wind mee had, maar achter de schermen slecht presteerde.

Dat uitte zich in het Wereldmuseum in een afhankelijkheid van het NMvW zoals niet was afgesproken. Dat ging in tegen de beloften van Rotterdamse raad en college om het Wereldmuseum een Rotterdamse signatuur te laten behouden. Maar op de fractievoorzitter van de plaatselijke PvdD na was er geen enkele Rotterdamse bestuurder die het NMvW en het Rotterdamse college aan deze afspraak wilde houden. 

Een waterscheiding was ‘POWERMASK’ (2017-18) dat voorlopig de laatste tentoonstelling oude stijl in het Wereldmuseum was waarin de kunstobjecten centraal stonden voordat het NMvW met populisme, behaagzucht en politiek gewenste geluiden dit museum overnam. Dus tegen de afspraken over de Rotterdamse signatuur in. Zie: 

Deze uitweiding verklaart hoe ik uiteindelijk bij het Afrika Museum uitkwam. Eerder vanuit het directief opereren van het NMvW, dan vanuit het Afrika Museum zelf. Ik herkende in het persbericht van de Spiritijnen en Carel Verdonschot wat ik wist over het Wereldmuseum en over de populistische weg die naar mijn idee het NMvW was ingeslagen. 

Het gaat in deze e-mail te ver om te specificeren waarom ik zo kritisch ben op het vorige en huidige management van het NMvW. Maar ik neem aan dat ik u in een  rode lijn heb duidelijk gemaakt wat mijn grieven zijn tegen het management van het NMvW. Het valt in de blogposts daarover na te lezen. 

Afrika Museum stapt per januari 2025 uit het NMvW en zou geen rijkssubsidie meer ontvangen. Hoe logisch is dat?

Schermafbeelding van deel artikelPaters nemen Afrika Museum weer in eigen hand na ruzie over de naam en over Afrikaans dorp‘ in de Gelderlander, 1 maart 2022.

Eigenaar van de grond, de panden en de collectie van het Afrika Museum in Berg en Dal zijn de rooms-katholieke paters en broeders van de Congregatie van de Heilige Geest, een internationale missiecongregatie. De Spiritijnen waren overal ter wereld actief en ook in Afrika. De Nederlandse tak richtte zich in het bijzonder op Tanganyika, het huidige Tanzania. Dat verklaart het ontstaan van de collectie van kunstobjecten uit Afrika. Dat namen de broeders en paters mee terug naar Nederland als ze op vakantie kwamen.

De Congregatie zegt volgens het bericht in de Gelderlander per 31 december 2024 het huurcontract op met het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). Reden die de paters daarvoor aangeven is dat ze hun Afrika Museum weer zelf willen gaan runnen. Een verschil van inzicht over de koers van het museum ligt aan de breuk ten grondslag. Maar er zijn veel meer redenen voor de breuk die in het artikel ongenoemd blijven. Daarover meer.

De Gelderlander heeft gesproken met lekenadviseur Carel Verdonschot die beseft dat de Congregatie ‘een fikse prijs’ voor de breuk moet betalen. Hij zegt dat ‘het ministerie’ heeft laten weten dat ‘er van hen geen subsidie meer komt‘. Dat het Afrika Museum van de Spiritijnen in 2014 werd gedwongen om te schuilen onder de koepel van het NMvW had een financiële reden. Dat was volgens Verdonschot toen een eis van het ministerie om voor rijkssubsidie in aanmerking te komen. Liefde tussen de Spiritijnen en de NMvW was er nooit.

De adviezen van de Raad voor Cultuur die afgelopen jaren zijn verschenen over het Afrika Museum zijn onevenwichtig en lijken naar een gewenste conclusie toe te werken die afhankelijk is van de politieke wind die er waait in de top van het ministerie van OCW. Zo is het Advies Afrika Museum (2013-2016) van 1 mei 2012, toen het museum nog niet toegetreden was tot het NMvW, positief over de collectie en ‘de heldere positionering’:

Schermafbeelding van deel advies Afrika Museum van 1 mei 2012 van de Raad voor Cultuur.

In een advies van de Raad voor Cultuur in een volgende subsidieronde van 1 mei 2016 nadat het Afrika Museum is opgenomen in het NMvW klinkt een ander geluid over het Afrika Museum.

Schermafbeelding van deel advies Nationaal Museum van Wereldculturen van 1 mie 2016 van de Raad voor Cultuur.

De eis dat het Afrika Museum een afspiegeling van het huidige Afrika moet zijn is oneigenlijk. Want geen enkel Nederlands museum is in de verste verte een afspiegeling van het verzamelgebied waar het zich op richt. Dit klinkt als een gelegenheidsargument dat er aan de haren bijgesleept wordt om het Afrika Museum in een politiek gewenste richting te sturen.

Marktdenken is dominant op het ministerie en het NMvW krijgt een subsidie van 10,145 miljoen euro omdat het universalisme en inspiratie tot wereldburgerschap in haar beleid centraal stelt. Daarbij wenst de politiek één loket om verschillende volkenkundige museum beleidsmatig aan te kunnen sturen. Verschil is dat door een andere politieke wind de waardering voor de collectie van het Afrika Museum in vier jaar tijd veranderd is in waardering voor een ideologisch gekleurd verhaal van het NMvW. De waardering voor het Afrika Museum is grotendeels afhankelijk van de politieke wind en is nauwelijks inhoudelijk of kunsthistorisch bepaald.

Waardering voor (de kunstobjecten in) de collectie van het Afrika Museum was in vier jaar tijd ineens veranderd in het tegendeel. Namelijk van het accent op kunstobjecten en hun verzamelgeschiedenis in een abstract politiek verhaal over universalisme, wereldburgerschap en allerlei vage begrippen waarvoor het management van het NMvW na influistering een willig oor vond bij de Raad voor Cultuur en het ministerie van OCW. En een subsidie van meer dan 10 miljoen euro.

De paradox is trouwens dat door protest van Afrikaans-Franse activisten van Bobiso Media Monde die in 2020 een beeld ontvoerden uit de collectie van het Afrika Museum en een Nederlandse opinieleider als de Ghanees-Nederlandse Akwasi de afgelopen jaren juist die beeldvorming van universalisme en wereldburgerschap van het NMvW vanuit de Afrikaanse gemeenschap werd bekritiseerd als ongeloofwaardig, onheus en vals. Ze haalden het NMvW dat zo graag een linksig imago uitstraalt links in. Zo zei Akwasi op het Erfgoedfestival in oktober 2020 dat het Afrika Museum niet inspireert en op de schop moet.

Het advies van de Raad voor Cultuur uit 2016 is niet zo afhankelijk als het lijkt als het zegt: ‘De kracht van het NMVW zit in het behoud van de drie merknamen. Het is van het belang de authenticiteit van de drie locaties te waarborgen‘. Precies daar is het NMvW de afgelopen jaren de mist ingegaan. Het pompt tentoonstellingen rond tussen de locaties waardoor de authenticiteit en de signatuur van de afzonderlijke musea niet worden behouden. Ze worden door inzet van het management van het NMvW op populisme en marketing inwisselbaar gemaakt. Een directeur of locatiehoofd is er niet en kan niet opkomen voor eigen authenticiteit. In het Afrika Museum was de afgelopen jaren onder meer de superkitsch van fotograaf Jimmy Nelson tot een tentoonstelling over carnaval in onder meer Venetië, Rio de Janeiro en Oost-Europa te zien. Organisatorisch en programmatisch heeft het NMvW het Afrika Museum laten verkommeren. Dat verklaart mede het besluit van de Spiritijnen.

Een en ander roept de vraag op waarom het Afrika Museum van de Spiritijnen als het per 1 januari 2025 weer zelfstandig wordt na de loskoppeling van het NMvW geen subsidie van het ministerie van OCW kan ontvangen. Dat kan ook anders dan via de BIS. Zo goed heeft het NMvW het Afrika Museum afgelopen jaren niet beheerd. Wellicht wel in de papieren werkelijkheid die het NMvW het ministerie van OCW voorspiegelt, maar niet in de museale werkelijkheid. Het is de beurt aan Berg en Dalse, Nijmeegse en Gelderse raadsleden en bestuurders om hier bij het ministerie vragen over te stellen.

Dat wil overigens evenmin zeggen dat het nieuwe Afrika Museum niet zal moeten veranderen om hetzelfde te blijven en het de oude koers van voor de fusie in het NMVW kan voortzetten. De Spiritijnen hebben nog ruim 2,5 jaar om zich te beraden op een nieuwe koers en het zoeken van samenwerking met partners. Een hernieuwde focus op kunstobjecten, de collectie, de verzamelgeschiedenis en authenticiteit biedt de kansen die het NMvW liet liggen. De randvoorwaarden blijven lastig, zoals ook het Missiemuseum in Steyl aantoont dat door de gemeente Venlo op het nippertje van sluiting werd gered.

Merkwaardig is dat een woordvoerder van het NMvW zegt om in de regio Nijmegen op zoek te gaan naar een alternatieve locatie. Als dat is bedoeld om het Afrika Museum publicitair, politiek en wat subsidie betreft de pas af te snijden, dan voelt dat als kinnesinne. Het lijkt vooral iets te zeggen over de echte opvatting van universalisme en wereldburgerschap van het NMvW. Waarom wil het NMvW het nieuwe Afrika Museum beconcurreren en zoekt het geen collegeale samenwerking?

NB: Zie hier het persbericht ‘Beëindiging huurcontract van de Congregatie van de Heilige Geest met het Museum voor Wereldculturen’ van de Congregatie van de Heilige Geest van 1 maart 2022.

Raad van Toezicht van het NMVW moet zich alsnog bezinnen op de toekomst. Het oude beleid is mislukt, gedateerd en dood als een pier

Positief nieuws voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW): algemeen directeur Stijn Schoonderwoerd vertrekt naar Nationale Opera & Ballet waar hij per 1 februari 2021 algemeen directeur wordt. Dat geeft zicht op een nieuwe koers, op een herformulering weg van het populisme en de politieke correctheid die tijdens Schoonderwoerds directoraat (2012-2021) werden doorgevoerd. Met als gevolg dat het NMVW afgelopen jaren in coma is geraakt.

De musea van het NMVW moeten weer echte musea worden waar met plezier professioneel gewerkt worden en het om de kunst gaat. Nu zijn het locaties waar het amateuristisch handelen van goedwillenden de boventoon voert. Bij een herstart moeten op belangrijke functies weer kundige museumprofessionals benoemd worden.

Schoonderwoerds vertrek geeft dus ruimte aan museumprofessionals en professioneel handelen bij het NMVW waar het de afgelopen jaren zo aan heeft ontbroken. Het NMVW moet uit de ivoren toeren afdalen en weer met de voeten in de museale modder gaan staan. Dat dit de afgelopen jaren zo slecht is doorgedrongen tot de publieke opinie is grotendeels de Nederlandse kunstjournalistiek te verwijten. Ze kunnen geweten hebben wat er aan schortte, maar hebben er geen verslag van gedaan. Of de Raad van Toezicht het inzicht, de daadkracht, de geesteshouding en de ambitie heeft om zich fundamenteel te bezinnen op een nieuwe koers is de hamvraag.

Het is onduidelijk welke constructie de Raad van Toezicht voor de toekomst als gewenst ziet. De koepelformule van vier musea, te weten Tropemmuseum, Afrika Museum, Museum Volkenkunde en Wereldmuseum (dat er losjes aan is verbonden) is topzwaar en leeghoofdig en lijkt uitgewerkt. Gewenst is een formule waarbij de vier musea autonomie hebben en vanuit hun eigen collectie autonoom tentoonstellingen kunnen maken. Dat kan dan aangestuurd worden door een locatiedirecteur of hoofdconservator.

Een teken aan de wand dat de huidige koers wordt voortgezet is de benoeming van Wayne Modest tot inhoudelijk directeur, aldus een bericht van het Tropenmuseum. Volgens Schoonderwoerd is door de benoeming van Modest de ‘continuïteit in de directie na mijn vertrek verzekerd. Ik vertrek dan ook met een gerust hart, in de wetenschap dat met Wayne als inhoudelijk directeur ons beleid wordt voortgezet.’ Hiermee verklaart Schoonderwoerd Modest tot bijwagen van zichzelf. Het is nog maar de vraag of Modest dat echt is. Schoonderwoerd heeft echter gelijk als hij beweert dat het huidige beleid eruit bestaat dat Modest en hij weinig tot niks van kunst weten. Het is bedenkelijk genoeg dat iemand met zo’n profiel inhoudelijk directeur van een kunstmuseum kan worden. Zijn profiel sluit eerder aan bij de functie van een leidinggevende  van een theoretisch-wetenschappelijk bureau als toeleverancier voor een museum.

Het is ronduit potsierlijk als Schoonderwoerd in het interview met Trouw zegt dat kunstmusea de agenda van het NMVW overnemen: ‘Met tevredenheid stel ik vast dat nu andere musea ook de thema’s overnemen die hoog op onze agenda stonden. Ook kunstmusea wijden nu volop aandacht aan ons koloniale verleden.’ Dit schouderklopje dat Schoonderwoerd zichzelf geeft is niet alleen protserig en pocherig, maar ook naast de waarheid. Als andere musea dezelfde agenda volgen wil dat niet zeggen dat dit door het NMVW is geïnitieerd. Het valt eerder te verwachten dat het op enig moment ‘in de lucht hing’ of dat er een gemeenschappelijk bron is waar het NMVW ook van heeft ‘geleend’.

Indien de voortzetting van het oude beleid uitgerekend dat is wat niet moet gebeuren en een nieuwe algemeen directeur ook niet wil dat dat gebeurt, loopt Schoonderwoerd met de tegelijk late en voortijdige benoeming van Modest zijn opvolger voor de voeten. Dat is van Schoonderwoerd niet netjes en van de Raad van Toezicht niet verstandig. De Raad van Toezicht had hier op z’n minst een bredere visie op moeten ontwikkelen en daar naar moeten handelen. Dat doet het niet. Dat baart zorgen. De Raad van Toezicht had een rustperiode moeten inlassen na Schoonderwoerds vertrek om zich te bezinnen op de toekomst. Onder meer over het optimale beleid dat niet meer bij 2012 maar bij 2021 past. Het heeft vooralsnog die kans voorbij laten gaan, maar kan dat alsnog corrigeren.

Voorstelbaar is een constructie met een algemeen/zakelijk directeur (belangenbehartiging, marketing, fondsenwerving en financiën); een directeur van het wetenschappelijk bureau en de nevenprogrammering met lezingen en publicaties ed. (Modest) en locatiehoofden voor de vier musea die in volle autonomie en met een eigen budget de kunst en de museale onderdelen (presentatie, collectie, registratie) voor hun rekening nemen.

Een bijzondere positie neemt het Wereldmuseum in. De laatste spectaculaire tentoonstelling was Powermask van conservator Alexandra van Dongen en gastconservator Walter Van Beirendonck. Zie hier voor mijn commentaar uit 2017 over deze tentoonstelling. De twee ‘Rotterdamse’ leden in de Raad van Toezicht (Patricia de Weichs de Wenne en Liane van der Linden) kunnen hun kans grijpen om te eisen dat de onder Schoonderwoerd verwaarloosde Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum dat in een motie in de Rotterdamse gemeenteraad als voorwaarde voor financiële steun aan de koepel is gesteld serieus wordt genomen. Het herstel van de Rotterdamse signatuur kunnen ze als eis aan de nieuwe algemeen directeur stellen. De vergroting van de autonomie van de vier afzonderlijke musea met elk een locatiedirecteur of hoofdconservator als hoofd zou dat bezwaar wegnemen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet Museum van Wereldculturen voelt zich weer springlevend. ‘Anderen nemen onze agenda over’ in Trouw, 5 januari 2021.

Akwasi is zo vaag, politiek en algemeen in zijn kritiek op het Afrika Museum (NMVW), dat hij feitelijk aan het falen ervan niet toekomt

Akwasi Owusu Ansah, artiestennaam Akwasi, is een Nederlandse rapper en acteur van Ghanese afkomst. Hij heeft geen specifieke deskundigheid op het gebied van Erfgoed, (Etnografische) beeldende kunst en kunstgeschiedenis of Museologie. Toch doet hij op het Erfgoedfestival Gelderland verregaande uitspraken over het reilen en zeilen van het Afrika Museum in Berg en Dal. Dat is onderdeel van het Nationaal Museum voor Wereldculturen (NMVW) waar ook het Tropenmuseum (Amsterdam) en het Museum Volkenkunde (Leiden) onderdeel van uitmaken. Het Wereldmuseum Rotterdam is formeel zijdelings verbonden aan het NMVW.

Het Erfgoedfestival noemt bij deze video op YouTube Akwasi’s betoog ‘oprecht en kritisch’. Akwasi meent dat het Afrika Museum niet inspireert en op de schop moet, maar volop kansen heeft om in de toekomst iets te bieden. Dat is een verwijt aan het management van het NMVW. Via onderzoeker en vice-directeur van het NMVW Wayne Modest reageert dit museum met een kort commentaar in een andere video van het Erfgoedfestival. Modest neemt de houding aan om Akwasi’s betoog te omarmen zonder inhoudelijk op de kritiek in te gaan. De paradox is dat het politiek correcte denken van Akwasi en het NMVW op één lijn zitten en ze hierin weinig van elkaar verschillen, maar eerstgenoemde toch fundamentele kritiek op het Afrika Museum heeft. Dat wringt. Hoe kan Modest Akwasi’s kritiek omarmen die haaks staat op het beleid van het NMVW? Modest buigt met de kritiek mee zonder die op zijn eigen organisatie te willen of durven betrekken.

Het raadsel is waarom Akwasi is uitgenodigd om hierover te praten omdat dat meer vanwege zijn identiteit, dan vanwege zijn vakinhoudelijke kennis over het Afrika Museum beredeneerd lijkt. Hoewel het prima is en iedereen hierover een mening kan uiten, blijft het onduidelijk waarom het Erfgoedfestival vindt dat Akwasi hierover een platform moet worden geboden. In zijn verhaal leidt Akwasi uit enkele voorbeelden van bevooroordeeld, wit denken over Afrika en Afrikanen een algemene regel af. Hij schuwt hierbij de karikatuur niet. Zijn regel is dat het Afrika Museum gedekoloniseerd moet worden. Door verwijzingen naar God, de heilige geest en ‘de Congregatie’ refereert hij aan de ontstaansgeschiedenis van dit museum dat vanaf 1954 uit de verzamelingen van de paters en broeders van de Congregatie van de Heilige Geest is ontstaan.

Akwasi heeft geen ongelijk als hij het management van het NMVW verwijt dat er in het Afrika Museum geen Afrikaanse stemmen en gezichten uit de Afrikaanse diaspora zijn. Dat is inderdaad ongeloofwaardig, maar heeft een andere oorzaak dan Akwasi vermoedt. Hij kijkt door de bril van het identiteitsdenken, kolonialisme en racisme en kijkt daarom niet verder naar andere oorzaken. Zo zal hij het antwoord op zijn vraag niet vinden. Dit geeft opnieuw aan dat Akwasi door zijn beperkte, activistische blik niet de meest voor de hand liggende persoon is om te reflecteren op het Afrika Museum. Zijn mening gaat voor de analyse uit. Wayne Modest is als betrokkene en degene die de kritiek ontvangt evenmin bereid om in dat antwoord te voorzien. Het antwoord is anders dan Akwasi suggereert. Het heeft slechts zijdelings met identiteit te maken.

Het NMVW is een directieve, verambtelijke organisatie waar de wetenschappelijke staf en de kunstobjecten naar de marge zijn verdreven door een usurperend management dat het vooral te doen is om de eigen functie te beschermen. In museaal Nederland staat het NMVW bekend als een in zichzelf gekeerde organisatie die niet volgens de geldende museale normen geleid wordt. Het middel dat het hiervoor gebruikt is politiek correct denken en het voorzichtig omarmen van de mode van de dag: identiteitspolitiek. Daarmee probeert het de landelijke en lokale politiek te behagen als afleiding voor het eigen functioneren. De tragische figuur in dit verhaal is niet Akwasi die voor zijn politieke mening uitkomt en zijn kans grijpt of de witte personen waar hij een karikaturale schets van geeft, maar Wayne Modest. En met hem het NMVW. Ze hebben het geluk dat Akwasi nergens concreet wordt over een organisatie die hij zogenaamd kritisch bejegent, maar weg laat komen doordat hij in algemeenheden blijft hangen. Feitelijk dekt hij de onvolkomenheden van het NMVW toe.

Afrika Museum staakt marketingcampagne na kritiek. Het toont de beperkte houdbaarheid van het management van het NMVW

Update 4 januari 2021: Positief nieuws voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW): directeur Stijn Schoonderwoerd vertrekt naar Nationale Opera & Ballet waar hij per 1 februari 2021 algemeen directeur wordt. Dat geeft zicht op een nieuwe koers, weg van het populisme en de politieke correctheid die tijdens Schoonderwoerds directoraat werden doorgevoerd. Met als gevolg dat het NMVW afgelopen jaren in coma is geraakt.

Zijn vertrek geeft ruimte aan museumprofessionals en professioneel handelen bij het NMVW waar het afgelopen jaren zo aan heeft ontbroken. Voorwaarde is wel dat Schoonderwoerd niet opgevolgd wordt door een meeloper die nu al in dienst is, maar door een krachtige buitenstaander die schoon schip maakt. Niet een softe wereldverbeteraar als Schoonderwoerd die het niet om de kunst gaat, maar een (kunst)historicus met ruime museale ervaring. Maar of de Raad van Toezicht  schoon schip durft maken is zeer de vraag. 

Een teken aan de wand dat de huidige koers wordt voortgezet is de benoeming van Wayne Modest tot inhoudelijk directeur, aldus een bericht van het Tropenmuseum. Volgens Schoonderwoerd is door de benoeming van Modest de ‘continuïteit in de directie na mijn vertrek verzekerd. Ik vertrek dan ook met een gerust hart, in de wetenschap dat met Wayne als inhoudelijk directeur ons beleid wordt voortgezet.’ Maar dat is juist wat niet moet gebeuren. Vraag is hoe Modest er zelf over denkt. Dat is de onzekere factor, naast het feit wie er tot algemeen directeur wordt benoemd en hoe de Raad van Toezicht denkt. De twee ‘Rotterdamse’ leden in de Raad van Toezicht kunnen hun kans grijpen om te eisen dat de onder Schoonderwoerd verwaarloosde Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum serieus wordt genomen. Dat kunnen ze als eis aan de nieuwe algemeen directeur stellen. 

Het Afrika Museum in Berg en Dal betuigt spijt over bovenstaande video die onderdeel is van een marketingcampagne. Na een ‘storm van kritiek’ uit de zwarte gemeenschap is de campagne ingetrokken, aldus een bericht van Omroep Gelderland. Het museum is onderdeel van het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) dat centralistisch geleid wordt. Als er fouten zijn gemaakt dan moeten die toegerekend worden aan de directie van de NMVW. In dit geval directeur Stijn Schoonderwoerd, adjunct-directeur John Sijmonsbergen en hoofd marketing Nienke Bloemers. De drie musea van het NMVW hebben geen locatiehoofd en kunnen niet autonoom programmeren of een eigen marketingbeleid voeren. Deze museum zijn naast het Afrika Museum, Museum Volkenkunde in Leiden en het Tropenmuseum in Amsterdam. Het Rotterdamse Wereldmuseum is sinds 2017 formeel een samenwerkingspartner van de NMVW, maar is in de praktijk net zo gelijkgeschakeld als de andere drie musea onder het straffe management van de koepel NMVW.

De ontspoorde marketingcampagne van het Afrika Museum is des te opmerkelijker omdat het NMVW een politiek correcte koers vaart. Het combineert een linksig-humanistisch wereldbeeld met een populistische programmering en marketing. Dat leidt tot thema’s die het bij de politiek goed doen en waaraan het NMVW zich geen buil kan vallen. Dat het met de marketingcampagne voor Dagje Ghana is misgegaan wekt dan ook verbazing. De voormalige tentoonstellingsmaker Richard Kofi heeft het volgens Omroep Gelderland over een ‘ridiculicerende’ campagne. De sleutel van wat er bij het NMVW aan de hand is zit in zijn volgende opmerking: ‘Een klap in het gezicht van iedereen die tijd, geld en energie heeft gestoken in dat museum.’ Door de afstand tussen de werkvloer inclusief de museale en inhoudelijke deskundigen én het management van het NMVW dat fysiek en mentaal in een ivoren toren op afstand staat kunnen dit soort bedrijfsongelukjes blijkbaar gebeuren.

Het management van het NMVW is een overwegend witte organisatie met een zwarte (Wayne Modest) en negen witte stafleden waar de theorie de praktijk bepaalt. Dat spoort met de kritiek van ‘de zwarte gemeenschap’ op de campagne volgens Omroep Gelderland: ‘Uit de reacties op de campagne blijkt dat het om meer dan de campagne alleen gaat. Het museum wordt algeheel als ‘te wit’ ervaren. Afrika wordt nog te veel bezien vanuit een wit perspectief en bij het museum werken volgens de critici te weinig mensen met een Afrikaanse achtergrond. Juist een museum over een continent als Afrika zou veel bewuster bezig moeten zijn om zaken als diversiteit en inclusie te verankeren in het dna van de organisatie, luidt de kritiek.’ Dat is terechte kritiek die in het bericht van Omroep Gelderland verkeerd geadresseerd wordt. Organisatorisch bestaat er geen Afrika Museum. Het is directeur Stijn Schoonderwoerd die eigenmachtig vanuit de koepel NMVW de lijnen uitzet en bepaalt. Nu het mis gaat houdt hij zich om begrijpelijke redenen onzichtbaar.