George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Manager

De Elvis Code in Breda’s Museum. Met lokale held Colonel Parker

leave a comment »

Tentoonstellingen over populaire cultuurfenomenen moeten op hun eigen verdiensten beoordeeld worden. Bij de harde kern van kunstliefhebber zat dit type tentoonstellingen nooit in de smaak omdat ze in de reuk van gemakzucht en behaagzucht staan. Gaat het om meer dan de kassa te laten rinkelen, de bezoekcijfers op te krikken en de publiciteit te halen? Steeds weer James Dean, Marilyn Monroe, Jean Paul Gaultier, David Bowie, James Bond, Marlene Dietrich, de jaren ’50 of Elvis Presley gaan ook ooit vervelen. Zelfs als ze tot fenomeen worden gemaakt. Zodat tentoonstellingsmakers in hun vermetele dubbelheid het accent verschuiven en de bezoeker niet meer frontaal confronteren met het icoon zelf, maar met de verwondering van de bezoeker voor het icoon. Een slimme manier om ons naar onszelf te laten kijken en het icoon via een omweg diepte te geven.

Ouderwetse nostalgie als publiekstrekker komt nog steeds in veel presentaties in musea en kunsthallen in de plaats van het stellen van vragen die de bezoeker aan het denken zet over het waarom. Nu is er in het Breda’s Museum de tentoonstelling ‘De Elvis Code’. Meer dan icoon zo beweert het museum over de tentoonstelling: ‘Breda’s Museum neemt bezoekers mee in de complexe relatie tussen de Man, de Musicus en het Merk.’

Kan Elvis’ manager Dries van Kuijk (1909-1997), ofwel Colonel Tom Parker wel een lichtend voorbeeld voor een tentoonstelling zijn? Zijn reputatie is verre van positief. Zo zegt NPO Geschiedenis over een biografie van hem: ‘Elvis & de Colonel’ is een vermakelijke biografie over een keiharde handelaar, die slechts in geld was geïnteresseerd. Hij was van mening dat hij het recht had om sukkels van hun geld te ontdoen, en Elvis was daar één van.’ Heeft Van Kuijk Elvis gemaakt of kapotgemaakt? In het Breda’s Museum weten ze het antwoord. Op de vraag op welke verdiensten ‘De Elvis Code‘ beoordeeld moet worden is het antwoord minder eenduidig.

Denkadviseur GrasFabriek vertelt hoe het zit … met verwondering

leave a comment »

Aldus Jorrit Stevens van de GrasFabriek. Gelijkgestemd is het steekwoord van dit ‘samenwerkings-verband tussen geestverwante collega’s‘. Ze zijn een professionele LAT-relatie aangegaan ‘als elkaar stimulerende, zelfstandige professionals’ met een ‘een meer wijsgerige dan bedrijfskundige belangstelling voor (veranderingen in) opvattingen over organisaties en management.’ Deze adviseurs zijn zichzelf ontgroeid.

Jorrit Stevens is ‘Denkadviseur’. GrasFabriek omschrijft het zo: ‘Denkadviesgesprekken stimuleren gedachten, gevoelens en manieren van doen, die uitdrukking zijn van menselijke waardigheid en innerlijke beschaving. Daardoor wordt denkadviseren ervaren als een ‘waardig’ en respectvol interactieproces, waarvan de inhoud (dat is het eigenlijke ‘advies’) verder en dieper reikt dan vooral als ‘nuttig’ bedoelde adviezen, die het resultaat kunnen zijn van gesprekken die worden gevoerd vanuit een strikt zakelijke of managerial optiek.

Lastig te volgen wat er staat. Is vaagheid een kwaliteit die GrasFabriek bewust opzoekt? Als de waarzegger die spiegelt wat de ander zegt en het verkoopt als denkadvies. Is dat de wijsgerige belangstelling die leidt naar kennis of wijsheid? Wat vooral opvalt is de verwondering over de inbeelding van deze ‘managerial optiek’. 

René ten Bos over marktdenken, managers en gestisch handelen. Stop Resultatitis

leave a comment »

Filosoof en organisatiedeskundige René ten Bos houdt een voordracht over resultaat gericht werken dat het procesmatig werken heeft verdrongen. Met als gevolg dat de managers die zouden moeten sturen geen idee meer hebben hoe het proces in elkaar zit. Ze zijn ervan vervreemd. Deze ontwikkeling begon volgens Bos in 1989 toen Margaret Thatcher de ideologie dood verklaarde. De politiek ging onder het mom van no nonsense de burger als klant zien die bediend moest worden met resultaten. Op het proces had de burger geen invloed meer. Tegenover resultaatgericht werken staat het gestisch handelen waarvan Ten Bos vele voorbeelden geeft.

In gesprek met Yvonne Jansen voor Binnenlands Bestuur vindt Ten Bos dat alle ambtenaren weigerambtenaar moeten worden om ‘af te rekenen met een teveel aan regels en bureaucratie’. Dat kan alleen door ermee te breken: ‘Dat begint met ze ter discussie te stellen. Rapporteer niet meer, stop met controleren, doe zoals een weigerambtenaar.’ Hij ziet managers als een tragische kaste: ‘Ze dromen ervan dat ze uit het moeras van het bureaucratische ontsnappen. Daar spreekt een zekere wanhoop uit, omdat het altijd aanmodderen is en nooit perfect. Maar perfectie kan helemaal niet in overheidsorganisaties. Je hebt altijd te maken hebt met countervailing powers, tegenmacht van mensen die het niet met je eens zijn.’ Ten Bos heeft het gehad met een bureaucratie die zichzelf opklopt met ‘al die schreeuwerige goeroetoestanden’ terwijl ambtenaren gewoon dienstbaar en neutraal moeten zijn. Aanbevolen voor leidinggevenden die zweren bij resultaatgericht werken.

MT500 2014: Genoeg redenen om niet te komen. Over lui denken

leave a comment »

C630x400_853cd318b99c5a7f93244fee3ce0dc7a-1393594157

Moeilijk om niet cynisch te worden als iemand hoog opgeeft van managers. Volgens Management Team (MT) zijn Karin van Gilst en Daan Roosegaarde bijzonder. Ze ‘leren je daadwerkelijk anders te denken‘. Een forse claim die om forse bewijsvoering vraagt. Niet niks als iemand je zomaar daadwerkelijk anders leert denken. Hoe vaak in een mensenleven komt dat voor? Hoe maakt MT daarom de claim waar? MT: ‘Niet alleen zijn het zeer inspirerende mensen, ze weten ook precies waar en hoe ondernemingen anders naar hun business kunnen kijken. Aha-erlebnissen en Eurekagevoelens gegarandeerd.’ Maar ‘anders naar een business kijken‘ is iets anders dan iemand ‘daadwerkelijk anders leren denken‘. MT lijkt verstrikt geraakt in eigen luchtfietserij.

De eerste -ironisch bedoelde- zin is  al hilarisch: ‘Kunstenaars en andersdenkenden leiden alleen maar af van je core business.‘ Het moet niet gekker worden: ‘kunstenaars’ en ‘andersdenkenden’ als outcasts voor de moderne manager. Als schrikbeeld of voorbeeld. In een vlot geschreven aankondiging zegt Rob Roelofs dat men niet om MT’s jaarlijkse ‘event’ MT500 heen kan. Alweer een forse claim. Blijkbaar het handelsmerk van MT. Het suggereert dat de bedrijfskunde -of managementwetenschap- toch niet aan bewijsvoering toekomt. Dus MT kan beweren wat het wil. Ongestraft, want alleen managers onder elkaar nemen hun beroep serieus. Critici ervan laten na om met repliek te komen. Want een gelovige die heilig gelooft spreek je evenmin tegen.

Roelofs kabbelt onder omkering van waarden verder zonder iets aan te tonen of te verklaren. Over innovatie (‘een uitgeholde term die door iedere beperkte middlemanager gebezigd wordt‘) of netwerken (‘Handjes schudden, kaartjes uitwisselen, Linkedin-contacten toevoegen‘). Maar wees gerust lezer: ‘Bij MT500 komt de crème de la crème van managend Nederland.‘  Wow, ‘de crème de la crème’. Jammergenoeg ontbreken namen zodat niet duidelijk wordt wie dat dan wel mogen zijn. Concreet wil het maar niet worden. Tja, managers, hè?

Voor elke sukkel die nog niet doorheeft hoe essentieel MT500 is omdat het de bezoeker daadwerkelijk anders leert denken volgt het ultieme argument: ‘MT500 is een live experience waaruit je een jaar later nog kennis en energie put.‘ Tsjonge, hoe is het mogelijk? Alweer een forse claim. Na de les om daadwerkelijk anders te gaan denken en het feit dat men niet om MT500 heen kan, put men een jaar later nog kennis en energie uit MT500.

Ofwel, MT500 als het eeuwigdurende draaiende vliegwiel van de managementwetenschap. Wie intelligent is zou wel gek zijn om niet te komen. Maar wacht even … wat heeft iemand die daadwerkelijk anders heeft leren denken nog te zoeken bij MT500? Want waarom zou zo iemand zich in de kudde begeven om te leren dat kuddedenken gedateerd is? MT500 is de ultieme leugen van onwaarachtigheid voor onnadenkende managers.

Foto: MT500.

Occupy en middenklasse vinden elkaar in kleinere publieke sector

leave a comment »

wl-11occupy-mw81650

In VPRO’s Tegenlicht zegt ondernemer en miljonair John Fentener van Vlissingen dat de Occupy-beweging voor een groot deel gelijk heeft. Hij zou er bijna zelf een tentje bijzetten. Raken de machtigen en machtelozen elkaar? Wie maken feitelijk het tussengebied uit? Occupy symboliseert een nieuwe opvatting van burgerschap. Deels uit idealisme, deels gedwongen omdat de  herverdeling van macht en productiemiddelen stagneert. Een jonge generatie wordt buiten de deur gehouden. Maar ook anderen. Da’s het gevolg van een bewust proces.

Wie is de vijand van Occupy en van de anderen met gelijklopende belangen? Da’s iedereen die met een greep naar de macht de zeggenschap in de publieke sector naar zich toe heeft getrokken. En niet meer afstaat. Overheidsgeld houdt die motor draaiende. Hoe meer volume, hoe onoverzichtelijker de geldstromen en de controle erop worden. Verspilling loont. Niet stroomlijnen, maar compliceren is het instrument van deze belanghebbenden. Omdat de middenklasse met belastinggeld in meerderheid de motor van de publieke sector smeert is het de natuurlijke bondgenoot van Occupy. Door een cultuurverschil beseft het dat nog niet. Geholpen door de gevestigde media die de gevestigde belangen verdedigen en Occupy meestal verketteren.

Hoogleraar corporate governance bij Nijenrode Paul Fentrop schreef afgelopen zaterdag een NRC-artikel ‘De elite werd een kongsi die voor zichzelf zorgt‘. Trouwens een bijzondere plek omdat Paul Frentrop ooit de journalistiek van de NRC laakte en NRC-redacteur Menno Tamminga op zijn beurt vragen zette bij de integriteit van Frentrop. Hoe dan ook toont Frentrop overtuigend aan dat ‘de semipublieke mismanagers op een vulkaan vol borrelend ongenoegen leven’. Die overbodige laag van managers in de semipublieke sector die ondernemer spelen zonder eigen risico te lopen. Ingedekt en ingelikt als lid van een politieke partij.

Wat is de oplossing? De publieke sector moet minder zwaar worden. Deze dreigt onder druk van de crisis en de veelverdieners te bezwijken. Ze teren op de beurs van de belastingbetaler. Bijstandsgerechtigden en werklozen worden gekort. De Occupy-generatie komt niet aan de bak. De veelverdieners blijven door hun politieke dekking buiten schot terwijl ze een groter beroep op de schatkist doen. Een en ander kan bereikt worden door overbodige managers te ontslaan en bestuurslagen te schrappen. Een kleine compacte overheid kan dan belastingen verlagen, de economie stimuleren en zorgen dat het geld terechtkomt waar het nodig is.

Is zo’n oplossing binnen handbereik? Nee. De gevestigde belangen in politieke partijen, semipublieke sector en media houden dat uit alle macht tegen. Als een geheim genootschap dat immer indirect reageert. Zo praat de VVD over een terughoudende overheid en lagere belastingen, maar zadelt het de burger op met een BTW-verhoging van 2% en andere lastenverzwaringen. De overeenkomst tussen een echte ondernemer als Fentener van Vlissingen en Occupy is duidelijk. Ze vinden elkaar in de afkeer van de publieke sector en de wens voor transparantie, eerlijkheid, doelmatigheid en overzichtelijkheid. Het eerste doel is de bewustwording van de middenklasse. Het heeft alles te winnen bij wat Occupy voorstaat. Het wordt ze alleen door niemand verteld.

Foto: Tekstbord Occupy Amsterdam, 2011.