George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Ben van Meerendonk

Tempo, stilte en leegte in twee foto’s van Ben van Meerendonk (1950-1954)

leave a comment »

Hoe geloofwaardig is deze foto uit 1954? Geeft het een beeld van hoe het echt is? Of wordt er (met een knipoog) een idylle aangedikt? Wie zal het zeggen. Dat zijn veel vragen over de fotoPostbezorging in de Slotermeerpolder door twee PTT-brievenbestellers per roeiboot, 4 augustus 1954’ van de onvolprezen Amsterdamse stadsfotograaf Ben van Meerendonk. Waar de tweede brievenbesteller is gebleven is een bijkomende vraag. Het gaat om het tempo en de leegte die opvallen en stilte en rust suggereren. De fotoDrie dames wachten tevergeefs op een taxi tijdens taxistaking, Keizersgracht bij de Westermarkt, 12 augustus 1950’ van dezelfde Van Meerendonk toont een lege stad. De pracht van soberheid, van een uitgebeend straatbeeld is voor liefhebbers van harmonie kostbaarder dan de herderlijkheid van een landelijk tafereel.

Foto 1: Ben van Meerendonk, ‘Postbode. Postbezorging in de Slotermeerpolder door twee PTT-brievenbestellers per roeiboot, 4 augustus 1954‘. Collectie: AHF, collectie IISG, Amsterdam.

Foto 2: Ben van Meerdendonk, ‘Taxi staakt. Drie dames wachten tevergeefs op een taxi tijdens taxistaking, Keizersgracht bij de Westermarkt, 12 augustus 1950’. Collectie: AHF, collectie IISG, Amsterdam.

Written by George Knight

16 juni 2020 at 16:45

Coronacrisis biedt kansen om na te denken over de keuzes in de publieke sector. Opwaardering van vitale beroepen is een optie

with one comment

We moeten nu verder denken. Er is veel onzeker, maar over 3 of 12 maanden is de crisis met het coronavirus voorbij. Blijft dan alles bij hetzelfde? Als we dat niet willen, moeten we daar nu op voorsorteren. We kunnen nu stappen zetten om de conclusies die nu velen met de mond belijden vast te houden en in beleid om te zetten. Wat vitale beroepen zijn maakt de crisis duidelijk. En wat niet-vitale beroepen zijn eveneens. De overtuiging wordt breed gedragen dat vitale beroepen worden onderbetaald en niet-vitale beroepen worden overbetaald.

Dat moet en kan anders. In 2013 schreef ik in een commentaar naar aanleiding van het artikelDe elite werd een kongsi die voor zichzelf zorgt’ van Paul Frentrop het volgende: ‘Hoe dan ook toont Frentrop overtuigend aan dat ‘de semipublieke mismanagers op een vulkaan vol borrelend ongenoegen leven’. Die overbodige laag van managers in de semipublieke sector die ondernemer spelen zonder eigen risico te lopen. Ingedekt en ingelikt als lid van een politieke partij.’ Frentrop is lid van de Eerste Kamer namens FvD met politieke macht.

Machtigen staan nooit vrijwillig macht af. Dat geldt ook voor de waterdragers van de macht die met elkaar een geheim genootschap vormen. Partijen kunnen een beweging in gang zetten om dat een steuntje in de rug te geven. Het gaat om functies in de publieke en semi-publieke sector. Op een incidentele wethouder of hoge ambtenaar na is iedere Nederlander ervan overtuigd dat vitale beroepen financieel en maatschappelijk worden ondergewaardeerd. Dan hebben we het over de verpleegster, de onderwijzeres, de politieagent, de leraar, de vuilnisman, de brandweerman, de buschauffeur, de monteur en dat soort essentiële beroepen die nodig zijn om een samenleving te laten draaien. Waarom zouden ze niet een fikse loonsverhoging kunnen krijgen, zodat ook de aantrekkelijkheid van het beroep toeneemt en door een nieuwe instroom de werkdruk afneemt?

Het zal simpel gedacht zijn, maar het geld dat daarvoor nodig is kan weggehaald worden bij de niet-vitale beroepen in de publieke sector. Zoals voorlichters, marketeers, beleidsmedewerkers, projectleiders en managers. Ze zijn in grote mate misbaar. De wildgroei van dit type vage en bij nader inzien overbodige beroepen is afgelopen jaren ongekend geweest. De crisis met het coronavirus biedt de kans om bij de vanzelfsprekendheid daarvan stil te staan. Deze beroepen kunnen zinvol zijn en niet alle individuen hoeven ontslagen of gekort te worden in hun salaris, maar het moment is nu aangebroken om te concluderen dat een meerderheid van dit soort medewerkers in niet-vitale beroepen overbodig is. Dat vraagt om ander beleid.

Het is interessant dat mensen elkaar nu spreken en vooruitlopen op de gewenste verandering na deze crisis. Het lijkt de grootste omkeer in ons leven sinds de Tweede Wereldoorlog te worden. Maar na die oorlog waren de verwachtingen over een andere samenleving groot, maar veranderde er uiteindelijk niets. Dat gebeurde pas aan het einde van de jaren 1960. De reconstructie van 1945 was de situatie van 1939. Hoe kunnen we de kans verkleinen dat de reconstructie van 2021 de situatie van 2019 is? Hoe kunnen de wildgroei van de doldraaiende consumptiemaatschappij, het massatoerisme, de horeca, de vervuilende industrie, de bio-industrie en de macht van de financiële instellingen en de ambtelijke managers in de publieke sector ingeperkt worden? Gesteld dat we dat in meerderheid willen, hoe kunnen we dat realiseren? Om hoe dan ook een beweging van onderop in gang zetten om dat te ondersteunen. Daar moeten we nu al over nadenken, het ruimte geven in het publieke debat en onze politieke partijen ervan overtuigen. Nu is het moment daar.

Foto: Ben van Meerendonk / AHF, ‘Controle van fietslicht, 1946‘. Collectie IISG, Amsterdam.

Hoe onbekend is de Utrechtse burgemeester op het ‘Portret van een onbekende man achter een bureau’ (1934-1939)?

leave a comment »

Het verschil tussen beide foto’s is miniem. Op de eerste foto leunt de man naar achteren, op de tweede foto naar voren. Het zijn foto’s van de Utrechtse fotograaf F.F. van der Werf die zich bevinden in de collectie van Het Utrechts Archief. De beschrijving zegt: ‘Portret van een onbekende man achter een bureau’ en de datering geeft 1935-1960. De foto geeft aan wie geportretteerd wordt. Op de onderste foto is bovenaan de rugleuning van de stoel het Wapen van Utrecht (stad)te zien. Leunt daarom de man naar voren? Men mag aannemen dat dit een burgemeester is. Dat klopt, het is Gerhard Abraham Willem ter Pelkwijk (1882-1964). Hij was van 1934 tot 1942 en van 1945 tot 1948 burgemeester van Utrecht. In 1942 werd hij afgezet en vervangen door NSB’er Cornelis van Ravenswaay. Die zowel als voorganger en opvolger Ter Pelkwijk had. Waarom de foto niet kan dateren van voor 1935 is onduidelijk. Ter Pelkwijk trad op 15 januari 1934 in functie. Hij was toen 51 jaar oud. Op een portret dat gedateerd is 1939 -1941 en ook is gemaakt door Van der Werf ziet hij er ouder en grijzer uit dan op deze foto’s. Men mag dus aannemen dat deze foto’s zijn gemaakt tussen 1934 en 1939.

Een portret van een onbekende man achter een bureau wordt uiteindelijk een portret van de maker. Ook de ‘goede’ burgemeester wordt zo een onbekende man die fungeert als beeldmateriaal in de collectie van een stadsfotograaf die herontdekt wordt en hernieuwde aandacht krijgt. Het verleden wordt afgestoft en dichtbij gehaald via de fotograaf. Die postuum wordt opgewaardeerd tot ‘fotojournalist’ van wie gezegd wordt dat ze hun tijd weergaloos vastlegden. In Amsterdam was dat Ben van Meerendonk, in Utrecht F.F. van de Werf. Het geeft ook de stadsarchieven een focus en marketinginstrument via de op het schild gehesen fotograaf.

De aanleiding voor de selectie van deze beide foto’s was de vraag hoe het gezag afgebeeld wordt. In onze tijd laat de burger zich weinig meer gezeggen door autoriteiten en is zo’n foto van een burgemeester achter een bureau al gedateerd voordat de foto correct gedateerd kan worden. Dit voelt nu potsierlijk, maar we beseffen dat deze foto’s in de eigen tijd beter gewaardeerd en begrepen werden. Op onderstaande foto toont op 7 mei 1945 de opnieuw geïnstalleerde burgemeester Ter Pelkwijk emotie als hij op het bordes van het stadhuis de geallieerde troepen opwacht die Utrecht hebben bevrijd. Leden van de Binnenlandse Strijdkrachten begeleiden hem. Rechts is een Britse sten gun zichtbaar. Zijn beschermende overschoenen of galoches worden zichtbaar doordat vanwege de in de lucht gestoken handen zijn schoenen zichtbaar worden onder zijn broek. Dit detail verraadt het vuil van de stad dat de burgemeester in mei 1945 verwacht. Hij had zich erop voorbereid. Lopend door de stad in triomf tussen de Utrechtse bevolking. Een rol die de dan 63-jarige Ter Pelkwijk verbeeld(t).

Foto 1: F.F. van der Werf, ‘Portret van een onbekende man achter een bureau.’. Datering 1935-1960. Collectie: Het Utrechts Archief.

Foto 2: F.F. van der Werf, ‘Portret van een onbekende man achter een bureau.’. Datering 1935-1960. Collectie: Het Utrechts Archief.

Foto 3: Schipper, ‘Afbeelding van de bevrijding van Utrecht. Burgemeester mr.dr. G.A.W. ter Pelkwijk en zijn vrouw keren, begeleid door leden van Binnenlandse Strijdkrachten, terug op het Stadhuis en juichen op het bordes de menigte toe.’ 7 mei 1945. Collectie: Het Utrechts Archief.

Ben van Meerendonk legt de kolenboer en de ijsboer vast. De zomer komt er aan (1947)

leave a comment »

Dit zijn allegorische personen die iets verpersoonlijken. De kolenboer verzinnebeeldt de winter en de ijsboer de zomer. De titel van deze foto uit 1947 van de Amsterdamse persfotograaf Ben van Meerendonk luidt: ‘De zomer komt er aan’. De foto werd gepubliceerd in de communistische De Waarheid op 2 juni 1947.

Dit zijn verdwenen beroepen. Kolen worden niet meer bij gezinnen afgeleverd en als men de term ijsboer kent, dan roept dat de associatie met ijsjes en sorbets op. Niet van blokken ijs uit de ijskelder. We zouden de kolenboer en de ijsboer nu rekenen tot de eerlijke beroepen. Arbeid, loopwerk met de voeten in de modder. Geen overbodig beroep op een kantoor dat niets toevoegt dan het instandhouden van de eigen functie alleen.

Kan deze foto wel omdat die in scène is gezet? Want de kans is klein dat Van Meerendonk op 31 mei 1947 de kolenboer en ijsboer toevallig op straat tegenkwam. Het levert een sterk beeld op waarin wit en zwart met elkaar contrasteren. Goed en kwaad komen tegen elkaar uit in een proces waarin ze elkaar jaarlijks afwisselen.

Wordt er met de foto een didactische boodschap verteld? Is het bedoeld om iets uit te leren? Dat is lastig te zeggen, 72 jaar nadat de foto gemaakt is. De oorlog was nog maar twee jaar voorbij. De wederopbouw was hoofdzaak. Het kwaad was verslagen. In zo’n positieve aanpak konden eerlijke beroepen gevierd worden.

Foto: Ben van Meerendonk, ‘De zomer komt er aan’, 31 mei 1947. Gepubliceerd in De Waarheid van 2 juni 1947 en het linkerdeel (de kolenboer) op 12 oktober 1949. Collectie IISG.

Written by George Knight

2 juni 2019 at 12:56

Dodenherdenking 1954-2018

with 3 comments

Dodenherdenking, maar wie zijn de doden die herdacht worden? En op welke manier gebeurt dat? Verzoenend of niet? Het antwoord op zulke vragen is geen vanzelfsprekendheid. Stadsfotograaf Ben van Meerendonk legde op 3 mei 1954 in een foto het beeld van een bordje in een Amsterdams hotel vast. ‘Deutsche nicht erwünscht’, stond erop. Duitsers niet welkom. Dat is een echo van een oorlog die naklinkt. Een teken dat ‘we niet vergeten’. Want laat duidelijk zijn, wie er welkom of niet welkom zijn op de dodenherdenking zegt iets over ons. Over Nederland.’Een beeld zegt meer dan duizend woorden’ luidt het spreekwoord. Maar in dit geval zeggen drie woorden meer zeggen dan het beeld. Het beeld lost ook nog eens op aan de linkerkant. Warrig.

Foto: Ben van Meerendonk, ‘2 fotos van bordje op hotel aan de vooravond van Dodenherdenking. Tekst ‘Deutsche nicht erwünscht’.’

Written by George Knight

4 mei 2018 at 16:38

Zaalwachter Stedelijk Museum (1948). Mensen in hun beroep

leave a comment »

0_1418bf_d7c8b6f9_XL

Zaalwachter Stedelijk Museum’ van Ben van Meerendonk van 21 februari 1948 is op Flickr terug te vinden in de collectie ‘Beroepen‘ van het AHF (Algemeen Hollands Fotopersbureau) in de beeldcollectie van het IISG. Op 9 maart 1948 verscheen de foto fors afgesneden in de rubriek ‘Mensen in hun beroep‘ in het communistische dagblad De Waarheid. Niet toevallig is de foto onderdeel van een in blogposting uit 2014 met Russische titels die zegt ‘Nederlands op het werk (in de stad) 1930-1960, 50 beelden’. Dat Nederland lijkt op de Sovjet-Unie.

Wat opvalt uit de serie Beroepen is hoe geüniformeerd Nederland zo’n 65 jaar geleden nog oogde. Uniformen of beroepskleding gaven de plaats in de maatschappij aan en bevestigden de rol van de overheid, hielden mensen op hun plek, hadden vaak praktisch nut vanwege fysiek werk en maakten beroepen herkenbaar: de serveerster, kapper, postbode, garderobejuffrouw of ijscoventer. Een zaalwachter in het Stedelijk met uniform en pet valt nu nauwelijks meer voor te stellen. Hij lijkt op de ex-militair die in Bronbeek zijn dagen slijt.

De tekst in De Waarheid kleedt de zaalwachter verder aan: ‘Men moet niet zo min denken over het beroep van zaalwachter in een museum! Hij bewaakt immers Rembrandt’s en Picasso’s omdat er onder u zijn, die met potloden en mesjes deze kunstschatten nader willen bekijken of erger nog, die desnoods met de Nachtwacht er vandoor zouden willen gaan.’ Dat de zaalwachter met plumeau werken van Jan Steen en Vincent van Gogh afstoft was vermoedelijk ook al in 1948 de schrik van het hoofd Collecties en geen staande praktijk meer.

Dat de zaalwachter college geeft aan het publiek is pas echt de schrik van een hedendaagse museumdirecteur omdat het strijdig is met de fors aangeklede marketing- en publiciteitsmachine die de publiciteit wil sturen en controleren. Daarin past geen zelfstandige zaalwachter die uit verveling zijn versie geeft van impressionisme of naturalisme. ‘Een beroep van standing, dat zaalwachter. Tijden veranderen, en beroepen veranderen mee.

zaal

Foto 1: Ben van Meerendonk, Zaalwachter van het Stedelijk Museum, Amsterdam, 21 februari 1948. Collectie AHF/ IISG, Amsterdam

Foto 2: Schermafbeelding uit De Waarheid van 9 maart 1948 met rubriek ‘Mensen in hun beroep’. Via Delpher.nl.

Bij twee foto’s van het zomerstrand aan de Prins Hendrikkade

leave a comment »

IISG02_30051000398401_W

Donderdag 2 augustus 1951, Prins Hendrikkade Amsterdam. Veel kinderen. Zo te zien is het warm. Maar niet te warm. De daggegevens van Schiphol komen niet boven de 23.6 graden uit. Wat op het eerste gezicht een foto van tropisch Nederland lijkt is het niet. Middenin staat een man van middelbare leeftijd in een zwart pak met een herdershond. Hij kijkt zelfbewust terug naar fotograaf Ben van Meerendonk en vangt onze blik.

ph

De tweede foto toont 1 juni 1947. Het Nationaal Archief geeft als maker W.P.W. v.d. Hoef, IISG houdt het op Ben van Meerendonk wat gezien de overeenkomst met de foto uit 1951 waarschijnlijk lijkt. Het is die dag in De Bilt maximaal 32.2 graden. Deze keer wel een tropische dag? De zon staat hoog, kinderen zoeken in het water verkoeling. Volwassen bezoekers van het zomerstrand rusten nog. Weten ze niet wat anders te doen dan ijdel voor zich uitkijken? Of houden ze hun rust omdat het zondag is? Kinderen krioelen wat of graven in het zand. Dat wordt van ze verwacht. Honden en transistors ontbreken. Zie, ze komen er onherroepelijk aan.

Foto 1: Ben van Meerendonk, Zomerstrand aan de Prins Hendrikkade, 2 augustus 1951. Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam.

Foto 2: Ben van Meerendonk of W.P.W. v.d. Hoef, Zomerstrand aan de Prins Hendrikkade, Amsterdam, 1 juni 1947. Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam.

Shepherd/VN: Nederland moet stoppen met Sinterklaasfeest. Heus?

with 19 comments

bvm

Verene Shepherd vindt dat Nederland moet stoppen met het Sinterklaasfeest. Volgens haar is Zwarte Piet een terugkeer naar de slavernij. Dat zegt de uit Jamaica afkomstige sociaal-historicus en voorzitter van een VN-werkgroep tegen EenVandaag. Shepherd geeft toe zich niet als wetenschapper of politicus, maar als zwarte persoon op te stellen. Zij is bereid haar mening bij te stellen, maar gaat er vanuit dat haar informatie juist is. Shepherd geeft toe dat dit een persoonlijke mening is. Vraag is dan ook of ze echt namens de VN spreekt.

Haar opmerking waarom er ‘twee Santa Clauses’ moeten zijn, want ‘wat is er mis met 1 Santa Claus’ doet sterk vermoeden dat ze zich onvoldoende in het onderwerp verdiept heeft. Dat ze zelfs met een Afro-Amerikaanse bril naar Nederland kijkt. Alsof Santa Claus gelijk is aan Sinterklaas, of er zelfs superieur aan zou zijn. Als Verene Shepherd Nederland oproept om een Angelsaksische traditie over te nemen dan is de vraag gerechtvaardigd of dat iets is waar de VN zich bezig mee moet houden, laat staan zich over moet uitspreken.

Verene Shepherd doet de redelijke kritiek tegen Zwarte Piet geen goed. Haar opstelling maakt haar tot een provocateur die de weerstand tegen het veranderen van het Sinterklaasfeest munitie geeft. Afgelopen zondag schreef ik: ‘Verwijzingen naar slavernij of kolonialisme zijn niet nodig om de stereotypering af te wijzen. Ze verwarren juist het debat omdat het een nieuwe politieke agenda van anti-(neo)kolonialisme optuigt.’ Precies dat doet Shepherd. Vanuit haar persoonlijke geschiedenis compliceert ze het vinden van een oplossing.

Het gaat erom dat het Sinterklaasfeest bij de tijd gebracht wordt. Er zijn geen bezwaren om de rol van Zwarte Piet te wijzigen. Dat kan door ‘m te emanciperen, geen knecht meer te laten zijn en een nieuwe eigen rol te geven. Prima als externe partijen druk zetten, maar ze moeten niet dreigen dat Nederland moet stoppen met het Sinterklaasfeest. Want dat werkt averechts. De Nederlandse samenleving moet nu zelf hard aan de slag. Daar heeft het geen ‘Working Group of Experts on People of African Descent‘ van de VN of Verene Shepherd voor nodig die zelf doet wat het Nederland verwijt. Namelijk anderen een eigen wereldbeeld opleggen.

Foto: Ben van Meerendonk, Sinterklaas en zwarte pieten omringd door kinderen op de armbrug over de Oudezijds Voorburgwal bij de Oudezijds Kolk, 1 december 1956. Credits: Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG, Amsterdam.

%d bloggers liken dit: