George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Vrouwenrechten

Wierd Duk zit klem tussen activisme en journalistiek. Hij ontkent wat hij nuanceert: ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’

with 2 comments

We horen het van een ander, namelijk Wierd Duk van De Telegraaf. Hij maakt een artikel over ‘Marokkanen en Turken die zich als ’seculiere Nederlander’ identificeren’. Wat Duk met ‘seculiere Nederlander‘ bedoelt is onduidelijk en waarom hij de term tussen enkele aanhalingstekens zet is evenmin duidelijk. Het vermoeden bestaat dat hij doet omdat het afwijkt van het normale gebruik, zoals de Taalunie in een omschrijving uitlegt. Het is echter weinig zinvol om ex-moslims ‘seculier’ te noemen omdat ze dat niet meer of minder zijn dan moslims. Het secularisme biedt leden van alle religies en levensovertuigingen in gelijke mate dezelfde plek onder de bescherming van de rechtsstaat. Hoewel Duk het ongetwijfeld goed bedoelt en hij het opneemt voor ex-moslims, pakt zijn inaccurate apartheid negatief uit voor de acceptatie van en de bewustwording over het secularisme. In zijn duiding stelt hij ‘seculier’ gelijk aan atheïstisch. Dat is een misvatting. Het secularisme is pro-atheïstisch noch anti-religieus. Het is volkomen neutraal tegenover alle religies en levensovertuigingen.

Deze kanttekening is van belang omdat Duk een terecht punt over afsplitsing en scheuring maakt dat hem op andere wijze zelf verweten kan worden als hij een valse tegenstelling tussen religie en niet-religie binnen het secularisme introduceert. Als rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat Duk miskleunt in commissie omdat sociale wetenschappers vaak evenmin lijken te doorgronden wat het secularisme in de kern inhoudt.

Duk constateert dat ex-moslims en niet-belijdende moslims van wie het de vraag is in hoeverre ze zijn te vereenzelvigen met de islam in de Nederlandse samenleving op een hoop worden geveegd met moslims. Een onderzoek van Advokaat en De Graaf (2001) houdt een percentage van 15% van moslims die de islam verlaten. Actualisatie van de oude cijfers is nodig om te kijken of dat percentage nog juist is en niet verder opgelopen is. ‘Vernederlandsing’, emancipatie en integratie van een deel van de moslims is hoe dan ook een feit.

Het aantal moslims wordt door het CBS sinds 2005 op 850.000 geschat. Dit aantal is vermoedelijk licht aan het dalen door de secularisatie van de tweede generatie, zoals alle religies in Nederland teruglopen in aanhang. In de schatting van het aantal belijdende moslims komt een Gronings onderzoek van Leemhuis en Blank uit 2007 tot 200.000 praktiserende moslims. Het leert dat uit dit type statistieken alles kan blijken.

Zo wordt niet alleen het aantal belijdende moslims dat Nederland telt veel te hoog ingeschat, maar worden de ex-moslims zowel door de eigen sociale omgeving als door de Nederlandse samenleving gevangen gehouden in een beeldvorming waaraan ze slechts met moeite kunnen ontsnappen. Hun identiteit als ex-moslim wordt niet ten volle geaccepteerd. Vraag is welk mechanisme die foutieve beeldvorming stuurt. Te denken valt aan betrokkenen die er belang bij hebben om het aantal moslims te hoog in te schatten en de diversiteit ervan te miskennen, zoals radicaal-rechtse partijen (PVV, FvD) en de directe opposanten ervan (D66, GroenLinks), de welzijnsindustrie die betaald wordt voor ondersteuning, conservatieve/ fundamentalistische islamorganisaties die de achterban graag groter voorstellen dan die werkelijk is. Vijandbeeld en zelfpromotie ontmoeten elkaar.

Illustratief is het citaat van de Marokkaanse-Nederlandse student Massin Ayoub Essaguiar dat Duk invoegt: ‘Ik vind dat ik vanuit mijn positie moet belichten wat ex-moslims doormaken, ook degenen die zijn gevlucht uit het Midden-Oosten. Nederland zou, net als de Verenigde Staten, Canada en Australië, een instelling moeten hebben die zich om ex-moslims bekommert.’ Volgens Essaguiar bekommert Nederland zich niet om ex-moslims, maar laat ze die in de steek. Essaguiars verklaring of Duks toevoeging is dat in Nederland ‘mensen met een islamitische achtergrond’ niet benaderd worden als individu, maar als een collectief. De eveneens Marrokaans-Nederlandse Samirrha Tarrass spitst het toe: ‘Vooral linkse politici en media hebben er een handje van om ons als collectief neer te zetten: Marokkanen zijn allemaal moslim én slachtoffer en vormen één grote familie.’ Dat komt echter niet overeen met de retoriek van de PVV die al jarenlang hamert op het vijandbeeld van ‘de Marokkanen’, waarmee moslims worden bedoeld. Het is niet constructief van Duk om dit complexe en gevoelige onderwerp te politiseren en eenzijdig te framen omdat hij hiermee een foutieve beeldvorming hoogstens vervangt door zijn eigen foutieve beeldvorming. Daar schat Nederland niks mee op in het tackelen van dit probleem van ex-moslims die maatschappelijk en politiek onvoldoende worden erkend.

De PVV en FvD zouden zich hard kunnen maken voor programma’s die de vernederlandsing van moslims of migranten in het algemeen bevordert. Maar dat doen ze niet. Dit roept de vraag op of deze partijen het belangrijker vinden om een vijandbeeld in stand te houden of om waar mogelijk met beleidsmaatregelen de islamisering terug te dringen. Al is het maar in de beeldvorming. De radicaal-rechtse activistische journalist Duk onttrekt zich niet aan deze wetmatigheid en framing van identiteit als een maatschappelijk probleem.

Hoe kan dat terugdringen gebeuren? Te denken valt aan programma’s die de Nederlandse taal en cultuur bevorderen. Daartoe kunnen de budgetten voor onderwijs en kunst verhoogd worden. Ook valt te denken aan onderwijsprogramma’s en mediacampagne’s die voorlichting geven over de voordelen van de open samenleving, de Europese beschaving, de universele mensenrechten en het belang van de politieke filosofie van het secularisme dat onder garantie van de overheid religies en levensovertuigingen gelijk behandelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘De islam wordt Nederland door de strot geduwd’ van Wierd Duk in De Telegraaf, 23 mei 2019.

Foto 2: Ehsan Jami met T-shirt, 2007.

Foto 3: Campagnemateriaal van de Duitse Raad van ex-moslims. Opgenomen in het commentaarMoslims moeten leren dat er volgens de wet ex-moslims bestaan’ van 3 december 2012.

Advertenties

Links-radicale feministes en conservatieve christelijke vrouwen vinden elkaar in aanval op Equality Act en op LGBTQ-gemeenschap

with 3 comments

Dat conservatieve christenen onder het mom van religieuze vrijheid tegen gelijkheid van LGBTQ-ers zijn valt te verwachten. Het is begrijpelijk omdat dit uit de aard van godsdienst volgt, namelijk verbondenheid in eigen kring via de eigen dogmatiek en verwerping van wat daarbuiten valt. Conservatieve christenen zijn daarin minder verdraagzaam dan gematigde christenen. De afgelopen maanden heeft in de VS de parlementaire behandeling en modernisering van de ‘Equality Act’ uit 1974 de verhoudingen in de samenleving op scherp gezet. Dat gaat over de toevoeging van federale LGBTQ non-discriminatie bescherming aan de burgerrechtenwetgeving. De wet is op 1 mei 2019 in de Judiciary Committee van het door de Democraten gedomineerde Huis aangenomen, maar nog niet in de door de Republikeinen gedomineerde Senaat. De behandeling ervan wordt voor januari 2021 verwacht als de zittingsperiode van het huidige Congres afloopt.

Bovenstaand citaat uit het artikelStop the Ill-Named ‘Equality Act’: Your Religious Freedom at Stake’ van twee christelijke opiniemakers op Christian Headlines verduidelijkt dat de uitersten elkaar hebben gevonden in de bestrijding van de Equality Act: links-radicale feministes en conservatieve christelijke vrouwen. Normaal is dat niet en dat monsterverbond zorgt voor spanningen bij de radicale feministes. Hoe de discussie enkele maanden geleden verliep maakt een FB-posting van Radical Feminism By the Sea inzichtelijk. Daar neemt ook Natasha Chart (voorzitter WoLF) aan deel die een van de auteurs is van het artikelFeminists, Conservatives Join Forces to Oppose ‘Equality Act’ van 6 mei 2019 op Real Clear Politics dat in bovenstaand citaat genoemd wordt. Complicatie is dat WoLF in zee is gegaan met de conservatieve Heritage Foundation zoals blijkt uit dit bericht van die stichting onder de ijzingwekkende titel ‘The Inequality of the Equality Act: Concerns from the Left’. Wordt WoLF hier gebruikt door radicaal-rechts? Dat is in elk geval wel wat een andere feministe Cathy Brennan denkt die zich niet alleen in genoemd FB-debatje ‘indirect’ bedreigd voelt door Chart, maar in een YouTube-video de samenwerking van de radicale feministes met de Heritage Foundation sterk bekritiseert.

Dat links-radicale feministes zich verbinden met radicaal-rechts terwijl die godbetert op staatsniveau via het terugdraaien van het arrest Roe vs Wade en onder dekking van de mannelijke, witte evangelical-achterban van president Trump al sinds 2017 bezig is om de wetgeving op het gebied van abortus terug te draaien is een lastig te begrijpen politiek-strategische inschatting. Een verklaring van geen vertrouwen in het leiderschap van de LGB beweging van 30 januari 2019 op de site van WoLF geeft uitleg. De verhouding tussen de links-radicale feministes en de LGBTQ-beweging lijkt zwaar beschadigd en blijvend verziekt als de verklaring op een agressieve en niet verhullende wijze als onderwerp geeft: ‘Je politieke wanpraktijken, aanvallen op de rechten van vrouwen en meisjes, bedreiging van risicojongeren, goedkeuring van commerciële seksuele uitbuiting, aanvallen op publiek fatsoen en privacyrechten, onjuiste voorstelling van medische en biologische wetenschap en inspanningen om buitengewone privileges voor roofzuchtige individuen (‘predatory individuals’) veilig te stellen op het risico van de reputatie van elke persoon voor wie u beweert te spreken’.

Dit gaat verder dan politieke verschillen, dit is een strijd tussen bondgenoten die door maatschappelijke ontwikkelingen en een verschuivend machtsevenwicht binnen de beweging die zich bezighoudt met seksuele diversiteit tegenover elkaar zijn komen te staan. Oud wordt deels vervangen door nieuw, en dat doet pijn bij oud. De centrum-rechtse Democratische senator Joe Manchin (W.Va) zegt dat hij de Equality Act in de huidige vorm niet kan steunen, aldus een artikel van het door de Heritage Foundation uitgegeven The Daily Signal. Met het opgeroepen schrikbeeld over de Equality Act: ‘die werknemers zou dwingen om zich aan nieuwe seksuele normen te conformeren of anders hun bedrijven en banen te verliezen’. Logisch trouwens dat de Heritage Foundation dit zo probeert te framen en suggereert dat de Democraten in de Senaat verdeeld zijn. Maar Manchin richt zijn pijlen niet op de LGBTQ-gemeenschap zoals WoLF doet, maar op de kwaliteit van het wetsvoorstel. Verandering is lastig. Dat geldt ook voor radicale feministes. Dat zou via politieke standpunten besproken moeten kunnen worden zonder in de armen van de rechtse vijand te vluchten. Ook is mogelijk dat links-radicale feministes makkelijk de Heritage Foundation vinden omdat ze in de kern ook conservatief zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelStop the Ill-Named ‘Equality Act’: Your Religious Freedom at Stake’ van John Stonestreet en Roberto Rivera op Christian Headlines, 10 mei 2109.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikel ‘Feminists, Conservatives Join Forces to Oppose ‘Equality Act’’ van Natasha Chart en Penny Nance op Real Clear Politics, 6 mei 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel verklaringDECLARATION OF NO CONFIDENCE IN LGB MOVEMENT LEADERSHIP’ op WoLF, 30 januari 2019.

Opinie van DDS over Brett Kavanaugh en witte suprematie dient hoger doel: verwarring zaaien, basis plezieren en ‘links’ aanvallen

with 5 comments

In het opinie-artikelBelachelijke analyse door Volkskrant over Ford-Kavanaugh hoorzitting: ‘hoorzitting bewijst vrouwen moeten ten dienste staan mannelijk succesverhaal’ van Wout Willemsen in DDS meen ik dat de auteur een belachelijke en gammele analyse geeft van zowel Mees’ mening in een Volkskrant-column van 2 oktober als van de omstandigheden rond de benoeming van rechter Brett Kavanaugh en de beschuldigingen van zijn seksueel grensoverschrijdend gedrag begin jaren 1980 door verschillende vrouwen. Mijn reactie:

Het kan goed dat de analyse van Heleen Mees niet klopt. Maar de analyse van de analyse door WW klopt in elk geval niet. WW voegt weinig toe aan ons begrip. Hij streeft niet naar verduidelijking, maar naar verwarring.

Het is juist dat in een rechtsstaat aantijgingen moeten worden onderbouwd. Anders betekenen ze weinig. Dat kan door onderzoek. In de VS is het de FBI die goed en snel een onderzoek kan uitvoeren.

Maar ondanks de twitter-beloften van president Trump gaf hij via zijn juridische adviseur Don McGahn een beperkte opdracht aan de FBI voor het onderzoek. Slechts enkele getuigen mochten verhoord worden. De hoofdverdachten Dr. Ford en rechter Kavanaugh vielen daar niet onder. Dat is merkwaardig en tamelijk afwijkend van een serieus en gedegen onderzoek. Intussen is onder politieke en maatschappelijke druk de opdracht aan de FBI verruimd, maar is ook de deadline voor het onderzoek gepasseerd.

De actuele analyse zegt dat president Trump niet wil dat Kavanaugh benoemd wordt als rechter van het Supreme Court. Juist daarom maakte hij in zijn toespraak in Mississippi Dr. Ford belachelijk, zodat ook Republikeinse senatoren (Collins, Murkovski, Flake, Sasse) negatief reageerden en afstand namen van deze tirade. Trump wil vooral het mislukken van de benoeming uitventen om de Trumpiaanse basis in de tussentijdse verkiezingen van november te motiveren. Om de schade te minimaliseren. Uit de peilingen in enkele races blijkt dat Trumps strategie werkt.

Dit klinkt geloofwaardig omdat Trump zich tot nu toe niet ondubbelzinnig achter Kavanaugh heeft opgesteld en de rechter na zijn emotionele en politieke getuigenis van vorige week donderdag voor de Juridische Commissie van de Senaat volgens velen het temperament en de eerlijkheid (‘candor’) mist om een rechter van het Supreme Court te zijn.

Het is trouwens totaal niet verdacht dat vrouwen juist nu met kritische verhalen over rechter Kavanaught naar buiten komen. De logica is dat hij benoemd dreigt te worden in het hoogste rechtscollege van het land. Daarom komen deze vrouwen in actie. Directe aanleiding is het sterke vermoeden dat Kavanaugh de doorslaggevende stem in het Supreme Court is om de abortuswetgeving (Roe vs. Wade) terug te draaien. Zodat vrouwenrechten worden teruggedraaid. Daar komen deze vrouwen tegen in het geweer. In de hoorzittingen in de Senaat weigerde Kavanaugh antwoord te geven over zijn standpunten over deze kwestie.

Er speelt nog iets anders. Hoewel het door de opkomst van alt-right anders lijkt, wijzen demografische onderzoeken uit dat de bevolking van de VS steeds progressiever wordt. Ondersteunend bewijs daarvoor is dat de laatste Democratische kandidaten bij de presidentsverkiezingen aanzienlijk meer stemmen behaalden dan Republikeinse kandidaten. Ook Trump kreeg bijna drie miljoen stemmen minder dan Hillary Clinton.

Juist daarom is het merkwaardig dat een land dat zich in de ene richting ontwikkelt een Supreme Court heeft waar de andere, slinkende richting sterker vertegenwoordigd wordt. Naast onderwerpen als abortus gaat dit Supreme Court ook over partijpolitieke zaken als het onderdrukken van de opkomst (‘voter suppression’), de indeling van kiesdistricten die geen eerlijke afspiegeling van de krachtsverhoudingen is (Gerrymandering) en zelfs de uitslag van een presidentsverkiezing. Want het was Al Gore die de verkiezingen van 2000 won, maar toch in het stof moest bijten tegen George ‘W’ Bush omdat het Supreme Court de hertellingen in Florida stopzette die Gore zou hebben gewonnen. Door deze politieke middelen kan een conservatieve minderheid als het ware de eigen houdbaarheidsdatum oprekken en over het eigen graf heen aan de macht blijven.

De column van Heleen Mees in De Volkskrant bevat bij nader inzien niets opzienbarends. Ze relativeert de #MeToo-beweging en zegt ‘dat ons brein getraind is om mannen te geloven in plaats van vrouwen, en om de sociale status van mannen belangrijker te vinden dan de fysieke veiligheid van vrouwen’. Mees vervangt hiermee de filosofie van Dick Swaab door haar eigen sociologische analyse. Men kan het hiermee wel of niet eens zijn, maar het is een goed verdedigbaar standpunt dat witte mannen uit een bevoorrechte sociale klasse een streepje voor hebben, meer uit mogen vreten, uit de wind gehouden worden en minder streng worden beoordeeld, en het publieke debat cultureel domineren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBelachelijke analyse door Volkskrant over Ford-Kavanaugh hoorzitting: ‘hoorzitting bewijst vrouwen moeten ten dienste staan mannelijk succesverhaal’’ door Wout Willemsen op DDS, 3 oktober 2018.

Rijksmuseum Twenthe is boos op Facebook vanwege naaktverbod. Waarom heeft het zich voor de publiciteit zo afhankelijk gemaakt?

with 7 comments

Tubantia meldt in een bericht dat het Rijksmuseum Twenthe in Enschede problemen heeft met de publiciteit vanwege een naaktverbod van Facebook. Gevolg is dat het beeldmateriaal afgelopen maanden herhaaldelijk werd geweigerd omdat er teveel bloot op te zien was en het museum zich zo niet met publiciteitscampagnes kan profileren op sociale media. Woordvoerder Karin Jongenelen zegt: ‘De censuur van Facebook heeft absurde vormen aangenomen. Het is nu eenmaal een gegeven dat op veel historische schilderijen bloot te zien is. Juist de mooiste werken uit onze collecties kunnen we nu niet meer gebruiken in onze promotie.’

Eerder dit jaar ageerde Toerisme Vlaanderen in een ludieke actie tegen Facebook (FB) omdat oude kunst in Vlaamse musea te naakt werd gevonden en werd gecensureerd. Ik concludeerde in een commentaar dat de macht van de Amerikaanse techbedrijven erg groot is geworden, dat de censuur duidt op het opkomen van een nieuwe preutsheid en dat ‘kunstmusea zich als ‘tentoonstellingsfabrieken’ afhankelijk hebben gemaakt voor hun publieksbereik’. Aan de eerste twee redenen kunnen de kunstmusea weinig veranderen. De macht van Facebook is iets wat de politiek bij voorkeur in grensoverschrijdend overleg (bijvoorbeeld EU of UNICEF) moet aanpakken en het terugdringen van de nieuwe preutsheid is een maatschappelijk proces. Maar die afhankelijkheid van sociale media valt de kunstmusea of overheden te verwijten. Daar kunnen ze zelf iets aan veranderen. Ze hadden het nooit zover moeten laten komen. Nu worden ze verschrikt wakker en beseffen ze ineens hoe afhankelijk ze zich voor hun publiciteit van Facebook en soortgelijke bedrijven hebben gemaakt.

Welke signalen hebben ze afgelopen jaren gemist? Hoe merkwaardig is het dat een woordvoerder van een Nederlands rijksmuseum zegt geen kant meer op te kunnen? Dat is een brevet van eigen onvermogen. Het gepaste antwoord erop is ‘eigen schuld, dikke bult’. De preutsheid is niets nieuws. De voorbeelden zijn talrijk.

In 2014 censureerde FB weliswaar niet de naaktfoto’s van de Australische kankerpatiënte Beth Whaanga die op haar FB-pagina verslag deed van haar ziekte, maar zeiden meer dan 100 ‘vrienden’ hun vriendschap met haar op omdat haar verslagen te onthullend zouden zijn. Dat is de werkelijkheid waarin Facebook opereert. Een commercieel bedrijf dat het om winstgevendheid te doen is en goed oplet hoe die winst geoptimaliseerd kan worden. Als daar censuur bij past en af en toe een slappe, ontwijkende schuldbekentenis in een hoorzitting om de politiek te pacificeren, dan moet dat maar. In 2013 sloot FB de pagina’s van de topless opererende activistes van het vrouwencollectief FEMEN. In 2015 zei FB nee tegen het naakte realisme van kunstenaar Jans Muskee. In 2016 verwijderde FB de iconische foto van het ‘napalmmeisje’ in Vietnam vanwege naaktheid.

Overheden en semi-overheidsinstellingen als Rijksmuseum Twenthe zijn jarenlang de fuik ingezwommen en deden alsof dat zonder gevolgen zou blijven en straffeloos kon. Hoe naïef men na talloze waarschuwingen kan zijn maakt de woordvoerder van Rijksmuseum Twenthe inzichtelijk. Zij kan dan wel zeggen dat ze boos is op FB, maar eigenlijk zou ze vooral boos op het eigen mediabeleid moeten zijn. Ze heeft gelijk ‘hoezeer we zijn doorgeslagen’. Maar ze heeft anders gelijk dan ze denkt. Overheden en semi-overheidsinstellingen hebben zich jarenlang afhankelijk gemaakt van techbedrijven en dachten op kosten van FB gratis publiciteit te kunnen maken. Op de commerciële markt bestaat zoiets echter niet. Rijksmuseum Twenthe en soortgelijke instellingen zouden er verstandig aan doen om zich los te maken van FB en op internet hun eigen media op te bouwen waarover ze volledige zeggenschap hebben. Gezien alle signalen en incidenten hadden ze daar vijf jaar geleden al mee kunnen beginnen. Volgzaamheid, onderworpenheid en afhankelijkheid lonen niet.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelRijksmuseum Twenthe boos op Facebook: kunst met blote borsten verwijderd’ van Herman Haverkate op Tubantia, 28 september 2018.

Waarom ontspringt Trump de dans in het #MeToo-debat?

with 3 comments

De wetmatigheid is dat wie zich ooit fout heeft gedragen, zich koest houdt en wel oppast als tegenstanders eenzelfde soort verwijt krijgen. Want voor je het weet trek je met je reactie op de beschuldiging van de ander aandacht voor de eigen overtreding. En komen de slachtoffers van toen alsnog met hun beschuldigingen naar buiten. Bijvoorbeeld over seksuele intimidatie of verkrachting. Wie zich opvallend stilhoudt -maar zich anders te pas en te onpas uitspreekt over van alles en nog wat- trekt trouwens indirect ook de aandacht. Waarbij het trouwens een taboe binnen een taboe is om onderscheid te maken in het soort overtreding. Het verwijt van goedpraten ligt op de loer. Is het onvrijwillig kussen of betasten van een volwassen vrouw in het openbaar, hoe verkeerd en verwerpelijk ook, echter niet van een andere orde dan het aanranden van een minderjarige? Het raadsel van het recente #MeToo-debat is waarom president Trump niet voor de bijl gaat. Hij heeft heel wat op zijn kerfstok wat onsmakelijk en grensoverschrijdend gedrag tegenover meer dan 12 vrouwen betreft.

Written by George Knight

18 november 2017 at 00:47

Charlie Hebdo en Mediapart botsen over Tariq Ramadan. Over religiekritiek, islamofobie en linkse journalistiek

with 4 comments

Het debat tussen Charlie Hebdo en Mediapart is wereldnieuws in Frankrijk, maar haalt nauwelijks het internationale nieuws. Binnen  de Franse grenzen bemoeit iedereen zich ermee. Mario Stasi, voorzitter van de anti-racisme organisatie Licra heeft zelfs premier Emmanuel Macron gevraagd zich erover uit te spreken. Ex-premier Manuel Valls heeft dat al gedaan. Als lachende derde geeft de rechtse Eric Zemmour commentaar.

Waar gaat het over? Het is de nasleep, of liever gezegd een nieuw zijpad in de al een maand lopende affaire Tariq Ramadan. Hij wordt door meerdere vrouwen beschuldigd van seksuele intimidatie of verkrachting. Het satirische weekblad Charlie Hebdo -waarvan in januari 2015 een deel van de redactie werd vermoord door moslimterroristen- nam stelling tegen deze moslimprediker, islamoloog en kleinzoon van de oprichter van de Moslimbroederschap. Met een scherpe karikatuur op pagina 1, de cover. Daarop nam Edwy Plenel van de linkse nieuwswebsite Mediapart het voor Ramadan op. Of liever gezegd tegen Charlie Hebdo. Maar hij ging verder en beschuldigde Charlie Hebdo ervan deel te nemen aan de oorlog tegen de moslims. En Plenel zei ook dat het islamisme een feit is en geaccepteerd moet worden. Hoofdredacteur van Charlie Hebdo Riss reageerde op zijn beurt op Plenels aantijging die hij ontkende en voegde eraan toe dat Mediapart Charlie Hebdo voor de tweede keer vermoordt. De uitspraak van Plenel zou een oproep tot moord zijn (‘un appel au meurtre’).

Daar antwoordde Plenel weer op dat Charlie Hebdo deel is van een bredere campagne, de weg kwijt is en een rechtse identiteit aanneemt. Die campagne zou gegrond zijn in een obsessie die zich vertaalt in de oorlog tegen moslims en de demonisering van alles wat met de islam en moslims te maken heeft. ‘The front page of Charlie Hebdo is part of a general campaign of war against the Muslims’ zo vat Charlie Hebdo Plenels beschuldiging in een Engelstalige toelichting van Riss samen. In de media voelden vertegenwoordigers van Charlie Hebdo zich genoodzaakt uit te leggen dat ze uitsluitend tegen het moslim-extremisme zijn.

In deze kwestie lijken de uitersten elkaar te ontmoeten en twee linkse media elkaar genadeloos aan te pakken. Het is Charlie Hebdo dat een middenpositie inneemt. Tussen radicaal-rechts en radicaal-links, zoals dat door Mediapart wordt vertegenwoordigd. Tekenend hiervoor is dat de rechtse socialistische oud-premier Manuel Valls en Mario Stasi van Licra het voor Charlie Hebdo opnemen en de aantijging van Planel over de islamofobie van Charlie Hebdo als onaanvaardbaar zien. Het is enigszins begrijpelijk waarom Mediapart het opneemt tegen ‘concurrent’ Charlie Hebdo, maar waarom Mediapart het opneemt voor Ramadan die door twee vrouwen wordt beschuldigd van seksuele intimidatie of verkrachting is lastig verklaarbaar. Of Mediapart moet de affaire Ramadan uitsluitend aangrijpen om de vermeende islamofobie van Charlie Hebdo te agenderen. Mediapart en Edwy Planel lopen de kans om in hun eigen zwaard te lopen. Zij lijken de tijdgeest het slechtst aan te voelen.

De scheidslijn tussen islamofobie en religiekritiek -of kritiek op beeldbepalende moslims- is niet altijd even makkelijk te trekken. Of media en politici doen net alsof opponenten die scheidslijn overgaan zonder dat dat feitelijk zo is. Religiekritiek hoort echter onafscheidelijk bij de vrije meningsuiting en is zinvol en functioneel.

Foto: Karikatuur door coco van Edwy Planel in Charlie Hebdo. Horen, zien en zwijgen. Zie: La défense honteuse d’Edwy Plenel (et de Mediapart) van Caroline Fourest, de aloude opposant van Tariq Ramadan.

Kauffmann verklaart de affaire Ramadan voor een Angelsaksisch publiek. Kunnen vrouwen de islam helpen emanciperen?

with 2 comments

In een opinie-artikel in The New York Times gaat de Franse journaliste Sylvie Kauffmann in op de affaire Tariq Ramadan. Deze 55-jarige Zwitsers-Franse islamoloog zou twee vrouwen verkracht hebben, van wie alleen Henda Ayari zich bekend heeft gemaakt. Kauffmann merkt op dat het voor vrouwen al lastig is om hun recht te halen in een kwestie van seksuele intimidatie of verkrachting, maar dat dat binnen islamitische kringen extra moeilijk is. Waarom hebben ze als moslimvrouwen aanleiding gegeven? Ramadan wordt in bescherming genomen door moslims, maar ook door linkse, academische kringen die in de bres springen als er ergens islamkritiek klinkt. Bijvoorbeeld bij het uitkomen van de film Beauty and The Dogs (‘Aala Kaf Ifrit’) van de vrouwelijke regisseur Kaouther Ben Hania over de 20-jarige studente Mariam die verkracht wordt door twee politieagenten en veel moeite moet doen om een aanklacht in te dienen. Of als kritiek op de aanrandingen van vrouwen in Keulen in de Nieuwjaarsnacht 2016. De Algerijnse publicist Kamel Daoud verklaarde dat als ‘de seksuele ellende van de Arabische wereld’. Hij werd vervolgens beschuldigd van ‘Oriëntalistische clichés’.

Kauffmann constateert dat de seksuele revolutie die in de 20ste eeuw westerse vrouwen bevrijdde in de moslimwereld nog moet plaatsvinden.  Behalve in Tunesië waar een soort islam-democratie wordt opgebouwd is de Arabische Lente overal tot stilstand gekomen. Of zelfs gerestaureerd met nieuw conservatisme.

Kauffmann citeert een voormalige islamdeskundige van het Ministerie van Binnenlandse Zaken Bernard Godard die in het weekblad L’Obs over het gedrag van Ramadan verklaarde dat hij ‘maîtresses had, sites raadpleegde, dat aan het einde van zijn lezingen meisjes naar het hotel werden gebracht, dat hij sommigen uitnodigde om zich uit te kleden, dat sommigen zich verzetten en dat hij gewelddadig en agressief kon worden.’ Godard voegt toe (zie ook hier) verbijsterd te zijn over de beschuldiging van verkrachting waar hij nooit over had gehoord. Maar het lijkt een voorstelbare stap van Ramadans omgang met vrouwen die Godard schetst naar de verkrachtingen. L’Obs brengt het verhaal groot en noemt het een onderzoek naar de val van een goeroe. 

Kauffmann eindigt positief met een verwijzing naar de noodzaak van veranderingen in de moslimwereld waarbij vrouwen een hoofdrol kunnen spelen. Ook om de hypocrisie en de gemankeerde omgang met seksualiteit van een schizofrene samenleving te veranderen. Vrouwen hebben door hun ondergeschikte positie het meest te winnen bij zo’n verandering en het ontmaskeren van de ‘obscuranten’ die de islam misbruiken vanwege de macht die het oplevert. Tariq Ramadan is niet het laatste voorbeeld van een valse profeet. Er is wellicht tegen beter weten in de hoop dat het goedkomt met de moslimwereld. Kauffmann: ‘Ironisch genoeg was deze wereld van religieuze dogma’s over seksualiteit eens een heel andere wereld. Tien eeuwen geleden, schrokken de Arabische erotica geschreven door religieuze hoogwaardigheidsbekleders en verfijnde woordenboeken van seks het Westen. Zes decennia geleden droegen vrouwen minirokjes in Kabul en in Tunis.’

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelA Toxic Mix: Sex, Religion and Hypocrisy’ van Sylvie Kauffmann in The New York Times, 13 november 2017.

Foto 2: L’Obs,’Tariq Ramadan, la chute d’un gourou’, 8 november 2017.