Heldere stem van Sanders én enthousiasme van zijn achterban zijn onvoldoende om het in een vuile strijd van Trump te winnen


Update 8 april 2020: Bernie Sanders heeft aangekondigd zijn campagne op te schorten en dus uit de race te stappen om Democratische uitdager van president Donald Trump te worden. Aldus een bericht in Politico. 

Mijn reactie op de FB-pagina van NRC op het artikelSanders geeft verlangen naar verandering de helderste stem’ van 24 februari 2020 van Merijn Oudenampsen, Sinan Çankaya en Paul Mepschen:

Het is een wetmatigheid dat in een nominatiestrijd de koploper met de meeste gedelegeerden door de concurrenten aangevallen wordt. Daarom moet er onderscheiden worden tussen de normale, te verwachten aanvallen op Sanders die direct uit het verloop van de nominatiestrijd volgen en de meer ideologische aanvallen. De auteurs laten het maken van dat onderscheid na.

Het is trouwens nog maar helemaal de vraag of Sanders voorverkiezing op voorverkiezing wint. De suggestie van de auteurs is dat hij buiten zijn natuurlijke achterban veel enthousiasme oproept en kan bogen op veel steun. Werkelijk? In Iowa was het Pete Buttigieg die de meeste gedelegeerden (niet de meeste stemmen) achter zich kreeg. In New Hampshire en Nevada won Sanders wel. Maar de omvang van die winst is betrekkelijk. In Nevada gingen van de 691.922 geregistreerde Democraten (stand januari 2020) er in de slotronde van de caucus 101.543 stemmen. Dat is bijna 15%. Daarvan stemde iets meer dan de helft niet op Sanders. Zodat zo’n 93% van de geregistreerde Democraten in Nevada niet op Sanders stemde. In 2016 haalde Sanders onder andere omstandigheden en in een ander deelnemersveld een hoger percentage dan in 2020. Ofwel, Sanders’ resultaten tot nu toe wijzen niet ondubbelzinnig op veel steun, maar vooral op een positieve spin. Waarbij de paradox is dat zowel de conservatieve als de progressieve media om verschillende redenen het belang van Sanders overschatten.

Dus laten we voorzichtig zijn met de interpretatie van de resultaten tot nu toe en daar geen hosanna-verhaal pro-Sanders op bouwen. We weten op dit moment gewoonweg nog niet of Sanders een goede kandidaat is die voldoende aantrekkingskracht heeft om president Trump in de zogenaamde purple states (Pennsylvania, Michigan, Wisconsin, Florida) te verslaan. Dat Sanders het goed doet in blauwe staten als Vermont, Massachusetts, Oregon, New York of California is voor het Electoral College van geen belang omdat daar het verschil met de Republikeinen niet wordt gemaakt.

Laten we kijken wat we wel weten. Sanders’ zwakte is zijn radicalisme. Hij profileert zich nog steeds als ‘socialist’, terwijl hij zich in interviews en toespraken soms, maar niet altijd verklaart als ‘democratisch socialist’. Volstond hij maar door te verwijzen naar de Deense verzorgingsstaat. Maar zo rechtlijnig en gedisciplineerd is hij niet. Dat geeft op z’n minst een gemengd beeld af wat hem kwetsbaar maakt voor aanvallen van Trump en de rechtse pro-Trump media.

Bevat de Sanders Campagne wel voldoende wereldwijsheid? Want hoe slim is het voor een kandidaat om in de VS dat sinds Emma Goldman in de jaren 1910 geen socialistische traditie heeft gekend als personal branding het etiket ‘socialist’ te blijven gebruiken? Want dat doet Sanders tot nou toe. Dat gaat dus niet om Sanders’ beleid, maar om de marketing van zijn beleid. Dat kent tot nu toe onnodige zwakheden. Wellicht dat de stroomlijning daarin nog tijdig verandering brengt. Maar zeker is dat niet. De auteurs wijzen terecht op de inhoud van Sanders’ beleid en de ongelijkheid in de VS, maar laten de presentatie ervan buiten beschouwing. En in de beeldvorming wordt de strijd om de twijfelende kiezers beslist.

Sanders recente uitglijer om de bestrijding van het analfabetisme in het Cuba van Fidel Castro als verworvenheid te presenteren is opnieuw van een ongelukkige wereldvreemdheid. Het is van een zelfde domheid als te verwijzen naar de treinen die Mussolini op tijd liet rijden en de Autobahnen die Hitler liet aanleggen. Het is een historisch feit, maar het getuigt van een gemankeerd politiek gevoel om dat in een campagne naar voren te brengen. Terwijl Sanders notabene weet dat hem dat kwetsbaar maakt. Het roept vragen op over Sanders politieke handigheid en gogme. Zo’n opmerking over Castro is ook electoraal onhandig omdat het de Democratische Latino-kiezers in Zuid-Florida tegen het hoofd stoot. De Democraten moeten hoogstwaarschijnlijk Florida winnen om Trump te kunnen verslaan.

De verwijzing van de drie auteurs naar Hillary Clinton als centrumkandidaat is ongelukkig. Want de suggestie is dat zij in 2016 verloor omdat zij een centrumkandidaat was. Maar dat is nog maar helemaal de vraag. Het gaat voorbij aan andere factoren in de campagne van 2016. Zoals de interventie die zonder precedent was van toenmalig FBI-directeur James Comey die op een persconferentie naar buiten bracht dat Clinton onderzocht werd. Terwijl het onderzoek tegen Trump door de FBI niet naar buiten werd gebracht. Daarnaast was Hillary Clinton een arrogante politicus die een slechte campagne voerde met een uitstraling dat zij recht had op het presidentschap. Dat werkte niet. Verder waren er de ontelbare onregelmatigheden die nog niet eens volledig in kaart zijn gebracht. Zoals honderden miljoenen dollars aan Saoedisch en Golfstaten-geld dat illegaal naar de campagnekas van Trump stroomde en de inmenging van de Russische Federatie via hacks en sociale media die eveneens onrechtmatig was. De Republikeinse partij blokkeerde in de herfst van 2016 bij monde van de meerderheidsleider in de Senaat Mitch McConnell een onderzoek naar de buitenlandse inmenging door de federale overheid. Zodat de toenmalige regering Obama geblokkeerd werd om te handelen. Desondanks kreeg Clinton zo’n drie miljoen meer stemmen dan Trump. Maar dat zijn overbodige stemmen waar nu ook deels het enthousiasme voor Sanders op wordt gebaseerd.

Mogelijk wint Bernie Sanders de Democratische nominatie en kan hij Trump verslaan, de meerderheid in het Huis vasthouden en die in de Senaat veroveren. Want zonder dat laatste zal hij hoe dan ook vleugellam zijn. De drie auteurs hebben het grooste gelijk van de wereld dat de ongelijkheid in de VS te groot is geworden en dat de rijken en vermogenden via hun greep op de politiek hun eigenbelang veiligstellen. Dat is onaanvaardbaar en onhoudbaar. Daarom moet de Amerikaanse politiek hervormd waren. Voor het belang van de burgers, het land en de sociale vrede. Trouwens te beginnen met het herroepen van de Citizens United-uitspraak van het Hooggerechtshof die het grote geld in de politiek introduceerde.

Maar de drie auteurs maken een vreemde sprong als ze uit het gelijk dat Sanders heeft concluderen dat hij ook gelijk zal krijgen. Want daar zijn heel andere kwaliteiten voor nodig in een campagne die naar verwachting vuiler en gemener zal zijn dan in 2016. En nog meer buitenlandse inmenging zal kennen dan vier jaar geleden. Enthousiasme en een heldere, rechtvaardige stem zijn onvoldoende om het te winnen van een opgehitste achterban en een liegende, bedriegende, valse stem die met de modernste technische analyse en middelen onder de aandacht wordt gebracht. Je zou bijna denken dat de wereldvreemdheid die Sanders tot nu toe vertoont is overgeslagen naar drie auteurs in Nederland. Wat je noemt multiculturalisme.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSanders geeft verlangen naar verandering de helderste stem’ van Merijn Oudenampsen, Sinan Çankaya en Paul Mepschen in NRC, 24 februari 2020.

Rusland speelde de match Snowden slimmer dan de VS

HavanaEnsembleFischerCastro

Veel is onwaarschijnlijk aan het verhaal in de Russische krant Kommersant dat Edward Snowden vanuit Moskou naar Cuba wilde reizen, maar de VS dat door politieke druk verhinderden. Voordat-ie naar Moskou reisde zou Snowden in Hong Kong twee dagen verbleven hebben in het Russische consulaat.  De lezingen verschillen of Snowden daar door de Russen uitgenodigd was of-ie zichzelf uitnodigde.

Er tekent zich een scenario af dat de Russen Snowden uitgenodigd hadden en voor zichzelf binnen hun eigen grenzen wilden houden. Met welk precies doel is onzeker. Dan is het bericht in de Kommersant een afleiding. Want dat de Cubaanse regering zou zwichten voor Amerikaanse druk is nog het meest onwaarschijnlijk. Zeker niet als het samenwerking en diplomatieke steun had gezocht bij China, Rusland, Iran en andere Latijns-Amerikaanse landen. Hoe dan ook viel Snowden ‘in Russische handen’ omdat de VS z’n paspoort introkken. Dat besluit leverde hem feitelijk over aan de vijand. Russen zijn nog steeds betere schakers dan Amerikanen.

Foto: Havana Olympiade 1966, Bobby Fischer speelt ‘informeel’ tegen Fidel Castro.

Aartsbisschop Chaput stelt secularisme verkeerd voor

Is aartsbisschop Charles Chaput van Philadelphia dom, of doet-ie voor de katholieke zaak alleen maar zo? Lastig uit te maken of-ie het secularisme met opzet verkeerd voorstelt. Ik denk het wel. Chaput staat bekend als conservatief, uitgekozen door paus Benedictus XVI. Hij probeert zijn kudde te motiveren, maar schiet door.

Chaput komt met claims die geen basis in de werkelijkheid vinden. Katholieken mogen in Europa en de VS net als anderen hun mening in het publieke debat geven. Niemand die dat verhindert of hun mening minder zwaar laat tellen. Charles Chaput denkt retorisch handig te opereren door met een vergelijking katholieken en secularisten in dezelfde categorie te plaatsen. Maar da’s te simpel. Secularisten zijn niet per definitie atheïstisch of anti-religieus, ze willen ruimte voor iedereen en geen vermenging van politiek en religie.

Chaput klinkt kwaadwillend als-ie stelt dat secularisten katholieken hun visie op willen leggen. Waar haalt-ie het in hemelsnaam vandaan? Hij heeft gelijk dat katholieke gelovigen zich in het publieke debat moeten uiten om gehoord te worden. Dat vele secularisten bang zouden zijn voor religie, en gelovigen gevaarlijk zijn is een twijfelachtige observatie van Chaput. Die weergave definieert het secularisme niet. Dat gaat niet uit van angst voor religie of gelovigen, maar juist om de acceptatie ervan. Het idee dat individuen niet zonder een God kunnen leven is opnieuw een claim van Chaput die hij uit zijn duim zuigt. Het is een ordinair katholiek dogma. Chaput zet hiermee het humanisme bij het oud vuil, zoals geen secularist met het katholicisme zou doen.

Chaput reduceert de geschiedenis en kleurt deze selectief in. Hij kan weten dat Adolf Hitler gegrond was in het Oostenrijkse en Zuid-Duitse katholicisme en weinig met secularisme en atheïsme had. Niet voor niets werd Pius XII Hitlers paus genoemd. Hoewel dat minder eenduidig ligt dan het soms lijkt. Overduidelijk is dat het verdrag van Lateranen uit 1929 de samenwerking tussen Mussolini en het Vaticaan bezegelde. In ruil voor steun van de fascisten werd het katholicisme staatsgodsdienst. Da’s precies de vermenging van religie en politiek die het secularisme bestrijdt. Laat mensen zelf kiezen. Op dezelfde manier bouwden Castro en Mao voort op de religieuze structuren en organisaties in de maatschappij die ze probeerden te veranderen.

Chaput schept tegenstellingen die er niet zijn. Hij maakt zijn gelovigen bang voor de buitenwereld. Hij valt uit zijn vaderlijke rol door te spreken over secularistisch links. Waar haalt-ie nou ineens vandaan dat secularisme links is? Chaput schudt het allemaal uit zijn mouw. En door elkaar zonder enig historisch en maatschappelijk besef. Geniaal van dommigheid. Hij is nog lang niet klaar voor het secularisme. In de tussentijd misleidt een gestudeerd man bewust de gelovigen die aan hem toevertrouwd zijn en hij spiritueel zou moeten inspireren.

Johanna en George over religie en islam 2

Deel 2 van een discussie tussen Johanna Nouri en George Knight.

George: Je gaat voorbij aan wat ik zeg. Onderzoek leert zeker dat leidende vrijheidsstrijders of terroristen -kwestie van perspectief- doorgaans hoogopgeleid zijn. Zoals Lenin, Castro en Che Guevara. Het vraagt nu eenmaal een zekere intellectuele ontwikkeling om zich een mening te vormen, onafhankelijk te gaan denken, anderen te overtuigen en tegen een stroom in te gaan.

Waarbij het weer kenmerkend is dat een groot deel van de terroristen technisch hoogopgeleid is en weliswaar in een academische omgeving verkeerde, maar toch vaak aan de universiteit in een Westers land buitenstaander bleef en uiteindelijk politiek-filosofisch toch makkelijk beinvloedbaar bleek en per groep opereerde. De ideale voedingsbodem: hoogopgeleid zonder een degelijk ontwikkeld autonoom bewustzijn.

Met de sleutel in goed onderwijs bedoel ik dan ook ook niet voor niets goed onderwijs. Daar verstaat ieder weer wat anders onder. Is dat vooral memoriseren, accommoderen of -wat ik stelde- het vormen van jonge mensen tot een autonoom denkend individu? Onder dat laatste valt tevens het aankweken van weerbaarheid, zelfwerkzaamheid, verantwoordelijk en gematigdheid.

Het is dus zeker zo dat sommigen zonder onderwijs nooit terrorist worden en anderen met onderwijs wel. De eersten missen de lef en de mogelijkheid, de laatsten bezitten de goede voedingsbodem in de -technische of specialistische- kennis om als hoogopgeleide ziellozen gerecruteerd te worden. Als lege hulzen die gevuld worden met religieuze retoriek en dogmatiek.

Het is tussen een gelovige en een niet-gelovige een heilloze weg om de grens aan de claim van religie te bepalen. Daarom oordeelde ik niet. De eerste zegt bij een uitwas in de naam van een religie al snel dat religie wordt misbruikt. Wat in sommige gevallen zeker zo is. De laatste vat dat ruimer op en ziet in de passiviteit van religie om niet actief te ageren tegen de claim die door anderen tot misbruik van de religie leidt een breed en diffuus scala van cooperatie. Zeg een conglomeraat van religie en pseudo-religie als een vorm van commensalisme.

Ik vermoed dat de waarheid in het midden ligt. Religie -met name de islam- zou actiever kunnen optreden om uitwassen die in haar naam worden gedaan actief te bestrijden, maar is niet altijd iets verwijtbaar als er in haar naam een enormiteit gebeurt. Laten we proberen daar eerlijk over te zijn en te onderscheiden. Waar valt de islam haar terughoudenheid of passiviteit jegens geweld dat in haar naam plaatsvindt wel en waar niet te verwijten?

Mij gaat het ook om het willen doorgronden waarom het ene individu wel en het andere niet actief wordt als gebruiker van geweld. Maar het lijkt me te reductief om elke verklaring in de vrije wil van het individu te leggen en voorbij te gaan aan structuren die miljoenen raakt en hun leven ingrijpend beinvloedt.

Johanna: Dank voor je uitgebreide reactie. Ik heb het gevoel dat we deels langs elkaar heen praten. Ook ik kijk niet alleen naar individuele factoren. Ik zie, met jou, dat onderwijs een rol kan spelen. Evenals armoede, de structuren waarin je leeft, gebrek aan werk, gebrek aan perspectief. Ik zie echter ook dat velen, ik zou zeggen de meesten, die met diezelfde factoren te maken hebben, niet overgaan tot geweld (als algemenere term). Wat we dus delen is dat het een combinatie is van individuele en groepsfactoren. De visie die jij verwoordt over onderwijs deel ik volledig.

Als we dan toch spreken over religie, want indirect komt het wel degelijk aan de orde, dan vind ik het op mijn beurt nogal reductionistisch om – zoals nogal eens gebeurt, en ik zeg niet dat jij dat ook doet – dan feitelijk te spreken over slechts één religie. Religie zien als bron van alle kwaad doet de waarheid in mijn ogen geweld aan. Om een aantal redenen.

De eerste is dat het gebruik van geweld onder alle religies voorkomt en evenzeer onder niet religieuzen, atheïsten, agnosten etc. Ik schreef daar al eens een blog over hoe het zit met terrorisme in het westen. Ik ben nu een essaybundel van Arundhathi Roy aan het lezen waar dit een thema is, maar dan specifieke voor India en wat opvalt is de enorme samenloop van factoren.

Ten tweede is het nogal reductionistisch om te spreken over ‘de religie‘ waar in werkelijkheid de meeste religies een veelvoud aan stromingen kennen die soms hemelsbreed van elkaar verschillen.

En ten derde zijn de meeste religieuzen, de meeste mensen in het algemeen, ongeacht hun opleidingsniveau, niet gewelddadig, terwijl ze wellicht wel hetzelfde gedachtegoed delen.

De laatste en wellicht belangrijkste zij het meer pragmatische reden: als we iets aan geweld willen doen, dan helpt het niet om het allemaal in de schoenen van religie te schuiven. Het geweld verdwijnt er niet door, veeleer wordt het sterker.

Waarmee ik dan tegelijk op een nieuwe factor kom: mensen die zich vernederd voelen, in de hoek gezet, die vervreemd zijn en dan vervolgens de verkeerde mensen tegenkomen, mensen die zich ogenschijnlijk wel hun lot aantrekken. Dat kun je die verkeerde mensen kwalijk nemen, en terecht. Maar wellicht moeten we ons vaker de vraag stellen die Jaka zichzelf ook stelt. Want juist die factoren, in combinatie met corruptie en schrijnende armoede, is een uitstekende voedingsbodem voor extremisme.

Foto: Onderwijs in Bolivia

Kunst zonder oren 2

Is kunst het kind van de rekening? Het lijkt erop. Met name hedendaagse kunst wordt slecht begrepen. Dat betreur ik als liefhebber van beeldende kunst, film, literatuur en muziek. Het is een proces van jaren dat het zover is gekomen. Het raakt me recht in het hart. Kunst heeft geen reputatie, heeft geen oren zoals men zegt. Deel 2 uit een serie van drie.

Het is opvallend hoeveel minder de interesse voor kunst dan voor sport is. Dat door de politiek wordt gezien als middel om volksgunst te winnen. Topsport heeft zich ontwikkeld tot een bezigheid die geen fundamentele vraag stelt over het menselijk bestaan. Maar veel ruimte krijgt. De omarming van sport door de politiek toont het gebrek aan inhoud van hedendaagse politici.

Kunst is de lakmoesproef. Niet voor goede smaak, maar voor ambitie. Zurig kleurt rood. De minachting van kunst en de hype-achtige omarming van sport tekent politiek denken dat tegen de volksgunst in geen leidende rol op zich durft te nemen.

Historisch beschouwd nemen beter opgeleiden op alle gebieden het voortouw. Zelfs revolutionairen als Lenin, Che Guevara, Castro zijn ooit opgeleid onder de voorwaarden van het oude regime dat deze revolutionairen later ging bestrijden. Zonder dat voortraject waren ze nooit in staat geweest om op de schouder van het bestaande verder te kijken en te domineren. Ook kunstenaars worden doorgaans gerecruteerd uit de betere klassen. Kunst zou geen luxe moeten zijn, maar een kunstopleiding is dat voor lagere sociale klassen wel.

Onvermijdelijk brengt op al deze terreinen de eigen achtergrond een vastgebakken manier van denken met zich mee. Zelfs als men zich als kunstenaar afzet tegen de klasse van oude conservatieven of nieuwe vrijgestelden, is men nog niet volledig verlost van oude gewoonten. Kunstenaars gebruiken instrumenten die ze in hun eigen bestaan gescherpt hebben en tot in de perfectie zijn gaan beheersen. Dat gaat verder dan  vormgeving alleen en zit ook in de manier van denken en culturele eigenaardigheden. Het eigen bestaan draait erin rond. Dat kan nooit losgekoppeld worden.

Daarmee kan kunst nog niet als luxe van bepaalde klassen beschouwd worden. Maar toch ontbreekt het evenwicht. Zonder in politiek of sociologisch vaarwater te verzeilen zou kunst in de werving en selectie breder en representatiever moeten putten uit de bevolking.

Kunst die als een beschermende jas om een maatschappelijke elite hangt is onvermijdelijk. En van alle tijden. Hoe oneigenlijk en potsierlijk het in sommige gevallen ook oogt. Het gaat samen met hedendaagse observaties die zeggen dat er nu een leidende culturele klasse ontbreekt die een standpunt inneemt, en dat de referentie ontbreekt. Wellicht is een pseudo-klasse die nog niet helemaal goed in haar jas weet te zitten in dat gat gesprongen. Elites wisselen elkaar af.

Bovenstaande heeft ook met de democratisering van het onderwijs te maken dat het minst in de kunstvakken doorgedrongen is. Als dat anders was, zouden bezwaren weggenomen worden. Zo’n doorbraak zou kunst bevrijden. Een deel van de scheefgroei valt de kunstwereld te verwijten. Maar het past van de andere kant de politiek niet om kunst als sociologisch of politiek speeltje te beschouwen. Dat versmalt kunst tot iets wat het niet is. Het ontkent de waarde van kunst.

Niemand kan de kunstwereld claimen. Behalve kunstenaars in hun eigen werkgebied, hebben beoordelaars en bestuurders van kunstinstituties een bovengemiddelde vinger in de pap. Da’s verklaarbaar, maar ongelukkig. Het lijkt vanuit de PVV beredeneerd verstandig om te proberen deze scheefgroei door nieuw cultuurbeleid en cultuurpolitiek recht te zetten. Beter dan kunst en cultuur zelf, of de financiering ervan, af te wijzen.

Kunst ontspoort waar het pamflettisme, of nog erger partijpolitiek wordt. Of een economische investering. Kunst heeft een andere opdracht. Een politiek correcte mening heeft niet per definitie iets met kunst te maken en wordt er vaak mee verward. Zelfs met een officieel stempel van een festival of instituut. Van de hedendaagse beeldende kunst is 85% waardeloos, maar niemand weet welk deel. De meest platte installaties of films vinden publiek. Kunst die niet naar alle kanten en naar alle machtshebbers of geldschieters kritisch is, houdt op kunst te zijn. Kunst kruipt niet in het hol van de zittende macht.

De noodzaak dat kunst ergens over gaat behoeft weinig onderbouwing. De esthetische functie van uitingen die taalwetenschapper Roman Jakobson ooit omschreef schiet tekort als het blijft steken in een vorm. Het moet urgentie kennen. Maar zonder vorm gaat het evenmin.

Waarom ligt kunst in de politiek zo onder vuur? Grotere steden besteden miljoenen per jaar aan betaald voetbal waarvan men weet dat het bedrijfseconomisch niet te verantwoorden is. Maar er wordt nauwelijks een fundamentele discussie over gevoerd. Lokale bestuurders zijn bang voor de macht van de straat. Voor de stenen door de eigen ruit. Dan is weerloze kunst die actieve publieke steun mist makkelijker te plukken.

Het gebrek aan weerbaarheid valt kunst te verwijten. Kunst moet niet inbinden, maar zich juist versterken en frontaal opstellen tegenover alle maatschappelijke lafheid en gemakzucht. Kunst is de slijpsteen die de geesten scherpt en motiveert. Da’s tevens haar doodvonnis omdat kunst door de macht ingekapseld wordt om onschadelijk te worden gemaakt.

Troost is dat door eigen veerkracht kunst zich er nooit onder laat krijgen. Het heeft meer waarde dan de gemakkelijke mening van de politiek veronderstelt. Wachten is op betere tijden. Weg van de aandacht voor religie en politiek cliëntelisme. Als het dan toch niet ander kan, dan maar terug naar het burgerinitiatief. Op weg naar een nieuwe 19de eeuw.

Foto: Jan-Peter Balkenende tussen de medaillewinnaars van de Olympische Winterspelen 2010