Gedachte bij foto ‘Coaling a ship, Nagasaki’ (1918 – 1930)

Bestaat het woord ‘bekolen’? Ik betwijfel het, maar als dat niet zo is wordt bij deze voorgesteld om het te gebruiken. Zolang het nog mag.

Een beschrijving van deze ansichtkaart van een schip dat in het Japanse Nagasaki wordt gebunkerd of bevoorraad met kolen zegt (vertaald): “Ze zijn aan het bekolen in Nagasaki en dit wordt gedaan door een menselijke ketting van vrouwen, die manden met kolen van de een naar de ander doorgeven totdat de vrouw op de bovenste trede de kolen in de stortkoker leegt en de mand terug in de grote platte boot gooit die met kolen is gevuld – deze boten strekken zich aan weerszijden over de gehele lengte van het schip uit. Het is een raar en vreemd gezicht–LMB”.

Het is een opmerkelijke compositie van linksonder naar rechtsboven. Het lijkt op het gefriemel van termieten die zich strikt aan de aan hen opgelegde orde houden en daar perfect hun plaats in weten te vinden. De diagonaal snijdt schuin door het beeld. We zien de stellage op de platbodem die tegen het vrachtschip ligt met daarop vrouwen en mannen die als een lopende band aan het ‘bekolen’ zijn.

De toelichting zegt dat er aan weerszijden over de hele lengte van het vrachtschip dit soort stellages zijn opgetrokken. Er zijn honderden mensen aan het werk. Dat is een indrukwekkend beeld dat deze foto slechts gedeeltelijk weet te vangen.

Dit was tussen 1918 en 1930 in Japan. Nog niet eens zo heel lang geleden. De jaren dat de moderniteit in Japan aanbelandde, maar zo te zien nog niet overal was doorgedrongen. Er is iets zonneklaar op deze foto. Het is om te stikken zo warm. Dat maakt het werk des te harder.

De waarheid achter het masker: godsdienst, antikolonialisme, consumentisme en de Vailala Gekte in Nieuw-Guinea (1918-1921)

Drie mannelijke leden van de Eleman-stam of taalfamilie in de Purari Delta in Australisch Nieuw-Guinea dragen maskers. De beschrijving van het British Museum heeft het over eharo maskers, gemaakt van barkdoek. Ze zijn niet heilig. De figuur in het midden moet een oudere man voorstellen en de anderen jonge jongens. De periode is 1900-1930 en men kan nu nog aanvoelen waarom Europese kunstenaars zich in de eerste helft van de 20ste eeuw door deze ‘primitieve’ kunst aangesproken voelden. Maar onschuldig is het niet. Er is onderhuidse spanning tegenover de Britse kolonisator.

In hetzelfde gebied ontstond in 1918-1921 de Vailala Gekte of Waan. Dat was een religieuze beweging. De beschrijving is te interessant om niet te vertalen: ‘De Vailala Madness was een religieuze beweging. Het was actief tussen 1919 en 1922. Veel mensen denken dat het een van de eerste goederen sekte  (cargo cult) was, ook al werd die term voor het eerst gebruikt in de jaren veertig. De Vailala Madness was actief in de Golf van Papoea, destijds een territorium van Australië, maar behoort nu tot Papoea-Nieuw-Guinea. De Vailala Madness dankt zijn naam aan het gedrag van mensen die eraan deelnamen. Dit gedrag omvatte glossolalie (of ‘spreken in tongen’), beven en tekenen van mentale of emotionele stoornissen. In de inheemse taal noemden mensen die deelnamen aan de Vailala Madness het iki haveve, of ‘buik-weet niet’, wat een andere manier was om ‘duizeligheid’ te zeggen. De mensen in de beweging dachten dat er een ‘ Spookboot’ zou komen. Dit schip zou worden bestuurd door dode mensen die terug zouden komen. De doden brachten vracht met ingeblikt voedsel en gereedschap mee. In één versie van het verhaal zouden de doden wapens meebrengen om de blanke kolonisten eruit te schoppen, maar niet iedereen is het erover eens dat dit was wat mensen in de Vailala Madness echt geloofden’.

Uit een beschrijving van de Encyclopaedia Britannica blijkt dat deze religie van de cargo sekte zowel raakt aan de eigen tradities, het christendom, het moderne consumentisme als het antikolonialisme. Het lijkt wel op de Boston Tea Party in 1773, het protest van Amerikaanse kolonialisten eveneens tegen de Britse overheerser. Tradities worden aangepast aan de nieuwe tijd en in een nieuwe vorm gegoten die het beste inspeelt op de actualiteit. Tradities worden opnieuw uitgevonden.

Zo bekeken is de foto van de drie mannen met maskers van Gibson Studio uit Port Moresby al aan verbrokkeling onderhevig toen die genomen werd. Wat vermoedelijk vaker het geval is. Wordt het er zo niet eerder een plaatje voor het archief, voor het museum op van een realiteit die al was losgekomen van de omgeving? Het antwoord is niet op voorhand duidelijk en lijkt trouwens minder interessant dan de vraag hoe traditie en moderniteit zich tot elkaar verhouden. Zoals vaak kan de kloof van belofte en behoefte overbrugd worden door godsdienst die zich buiten de paden kan bewegen omdat het zich onttrekt aan alle logica en een kader scheept waarin alles mogelijk is omdat het toch niet geverifieerd kan worden.

Foto 1: Gibson Photo, Port Moresby, [Postcard printed with a photograph (black and white); photograph of three young Elema men outdoors wearing eharo masks; the two masks on either end represent young boys, while the mask in the middle represents and old man; they also wear plant fibre shoulder coverings and cloth wraps, as well as having body painting; grass and hills behind them; Purari Delta; Papua New Guinea], 1900-1930. Collectie: British Museum.

Foto 2: Henry Moore Dauncey, [Young boy, called Vailala, wearing tradecloth wrap, probably a student at the Mission School, holding a slate with a drawing of the London Missionary Society boat “John Williams”], 1900. Collectie: Dauncey Collection, of Royal Anthropological Institute.

Gedachte bij de foto ‘Three men throwing ballots, tally sheets and poll books of the Newberry election of 1918 (..)’

Dit is echte fraude of een gevolg ervan. Drie mannen gooien stembiljetten, turflijsten en opiniepeilingen van de Newberry-verkiezing van 1918 in de oven. Dat doen ze in opdracht van de federale rechter Tuttle uit Detroit. Het ging om de Senaatsverkiezing in Michigan tussen de Republikein Truman Newberry en de Democraat Henry Ford die beslissend was voor de meerderheid. De eerste was investeerder in de Packard Motor Company en de laatste de eigenaar van de Ford Fabrieken. Newberry won nipt van Ford, maar werd vervolgens aangeklaagd omdat hij meer aan zijn campagne had besteed dan wettelijk toegestaan was. Zelfs twintigmaal zoveel. Newberry werd in een rechtszaak veroordeeld. Hij behield zijn senaatszetel, maar trad later vervroegd af. Kingmaker van Newberry was Paul King waarover in deze studie meer te lezen valt. Redde hij zijn hachje door Newberry te beschuldigen die zei van niks over de bestedingen in de campagne te weten?

Foto: ‘Three men throwing ballots, tally sheets and poll books of the Newberry election of 1918 into furnace at the U.S. Capitol Power House – they were ordered to be burned by Federal Judge Tuttle of Detroit’, 1923. Collectie: Library of Congress.