Toenemende druk in Duitse politiek om als sanctie te stoppen met de aanleg van het Russisch gaspijplijn project Nord Stream II

Het prominente CDU-parlementslid Norbert Röttgen die minister van Milieu was in de regering Merkel II pleit voor een hard antwoord aan de Russische politiek voor de vergiftiging met zenuwgas van de belangrijkste Russische oppositieleider Alexei Navalny. Röttgen behoort tot de liberale vleugel van de CDU. De Russische bemoeienis met de situatie in Wit-Rusland ziet hij ook als reden voor een stevig antwoord aan het Kremlin.

De ultieme reactie die de Russische president Putin volgens Röttgen begrijpt is stoppen met de aanleg van Nord Stream II. Deze gaspijplijn maakt Europa nog sterker afhankelijk van Russisch gas dan nu al het geval is en is in strijd met het energiebeleid van de EU inzake onafhankelijkheid en diversiteit. De FDP stelt Nord Stream II ook ter discussie en de Groenen die vanwege het milieu en geopolitiek altijd al tegen Nord Stream II waren herhalen hun standpunt dat dit project gestopt moet worden. De SPD en het CDU van kanselier Merkel handhaven tot nu toe hun standpunt dat Nord Stream II afgerond moet worden. Merkel heeft altijd beweerd dat het om een economisch project gaat, hoewel ze later toegaf dat het een belangrijke politieke component heeft. Duitsland heeft afgelopen jaren het verwijt gekregen Nord Stream II er vanwege eigenbelang door te willen drukken. Hoe dan ook neemt in de Duitse politiek de oppositie tegen Nord Stream II toe. Het is de vraag waar dat eindigt en hoe de verwachte ‘overname’ van Wit-Rusland door het Kremlin hierin een rol zal spelen.

Ook in de journalistiek klinken stemmen dat de Duitse regering er niet aan kan ontkomen te stoppen met Nord Stream II. Als het samen met de EU wil reageren op Navalny’s vergiftiging. Stefan Kornelius beweert dat in het artikelWer von Sanktionen spricht, kommt an Nord Stream 2 nicht vorbei’ in de Süddeutsche Zeitung:

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWer von Sanktionen spricht, kommt an Nord Stream 2 nicht vorbei’ van Stefan Cornelius in de Süddeutsche Zeitung, 3 september 2020.

Antwoord aan Tommy Wieringa: Duitse kunst wordt tot courtisane van de politiek gemaakt. Dat is geen voorbeeld voor Nederland

Mijn reactie op de FB-pagina van NRC bij de columnDe wereld van gisteren’ van Tommy Wieringa in NRC, 28 augustus 2020:

Wieringa laat zich misleiden door zich blind te staren op de Duitse cultuurpolitiek. Het is een verkeerd begrepen onderwerp dat Nederlandse opinieleiders telkens weer als tegenvoorbeeld hanteren. Wieringa kijkt selectief, hoewel hij uiteraard gelijk heeft dat het misnoegen van de complete Nederlandse politiek én de samenleving voor de kunst immens is. Dat verdient kritiek. Maar laat hem dat zeggen en het daar bij laten. Het is ongelukkig om dat reliëf te willen geven door de vergelijking met de Duitse cultuurpolitiek. Die wordt door het Nederlandse voorbeeld dat afkeuring verdient nog niet witgewassen.

Het kunstbeleid van zowel kanselier Merkel als de regionale Duitse politiek is behoudend en vooral gericht op het ondersteunen van gevestigde culturele instellingen. Merkel pleit uitsluitend voor steun die in lijn is met het overheidsbeleid. Zo maakt ze kunst ondergeschikt aan haar politieke doelen. Hoe royaal ze dat ook doet, het staat haaks op het ondersteunen van het experiment of de tegendraadsheid van de kunst. Merkel zet met haar steun in op het verder Salonfähig maken van de kunst.

Men zou zelfs de stelling kunnen verdedigen dat het beleid van Merkel de kunst meer beschadigt dan wat premier Rutte nalaat. Het is als een pianoleerling die zich door zelfstudie een verkeerde vingerzetting heeft aangeleerd. Dat is een slechtere uitgangspositie om een succesvolle pianist te worden dan iemand die nieuw moet beginnen. In Duitsland heeft zich een establishmentkunst gevestigd die slechts in enclaves in grote steden concurrentie krijgt van initiatieven van de kunstenaars zelf. Getalsmatig vertaald gaat dat om de establishment cultuurpolitiek van SPD en CDU/CSU tegenover de Groenen die uitgaan van de kunst en de kunstenaars.

Het gaat dus om de vrijheid van de kunst, of nog liever gezegd om de vraag wat de functie van kunst is. Of nog anders geformuleerd, kan kunst die getemd, gepamperd en ondergeschikt is gemaakt aan doelen van politieke partijen nog kunst genoemd worden? Of is die ‘kunst’ verworden tot een circusact van een paard dat eindeloos door de piste mag draven onder applaus van de politiek die zich ervoor zelfgenoegzaam op de borst klopt?

Wieringa doet er verstandig om een doorstart in zijn denken te maken over de Duitse cultuurpolitiek. Hij heeft uiteraard gelijk wat de aftandse stand van de Nederlandse cultuurpolitiek betreft. Hoofdfiguren als premier Mark Rutte, minister Eric ‘kunst is een hobby’ Wiebes en minister Ingrid van Engelshoven kunnen hun weerzin tegen de kunstsector niet verbergen. Op lokaal niveau tonen cultuurwethouders juist ongegeneerd hun weerzin door zich af te zetten tegen de kunst. In 2017 zei de Alphense cultuurwethouder Kees van Velzen (CDA) over een kunstwerk in de publieke ruimte dat hij het ‘foeilelijk’ vond en wilde vervangen door een werk dat ‘meer uitstraling en betekenis heeft voor de identiteit van de gemeente’. Dat is de kern waar het om gaat. Merkel wil de kunst inzetten voor de identiteit van Duitsland. Maar zijn we het er niet over eens dat kunst zich niet tot een lover boy of in het Duitse geval tot een deftige courtisane van de politiek moet laten maken?

Foto: Schermafbeelding van deel columnDe wereld van gisteren’ van Tommy Wieringa in NRC, 28 augustus 2020

Kunst en cultuur volgens SPD Lünen

Zomaar een videoverslag van SPD-partijlid Werner Tischer over cultuurpolitiek. Het betreft de gemeente Lünen in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. De video lijkt op een tijdscapsule waar voorwerpen en gewoonten in combinatie met elkaar worden bewaard. Wat dhr. Tischer zegt benadert het oude wethouderssocialisme van de PvdA zoals we dat in Nederland tot 1990 kenden. Dat draaide om het ideaal van verheffing van arbeiders door permanente bij- en herscholing. De tijd heeft ook weer niet compleet stilgestaan. Anders is dat in de visie van SPD Lünen cultuurpolitiek opgevat moet worden als het vestigen en steunen van instituties. In dit geval een museum, bibliotheek en gemeenschapszaal. Het zijn niet de kunstenaars of de kunstconsumenten, laat staan de functies van kunst zoals aanscherping of tegendraadsheid waar deze afdeling op inzet. Het vertaalt het belang van cultuurpolitiek rechtstreeks in het versterken van culturele instellingen. Zonder dat uitgelegd wordt hoe dat werkt. Versterking van instellingen moet blijkbaar opgevat worden als voorwaarde voor verheffing. De rest volgt daar dan blijkbaar vanzelf uit. Of dat in 2020 nog net zo werkt als vóór 1990 is echter de vraag. De roep om transparantie maakt het ontroerend in deze sociaal-democratische stijlkamer.

Oostenrijkse coalitie met Groenen biedt de conservatieve ÖVP de mogelijkheid om te vechten voor het goede gevecht

Zoals verwacht komt er in Oostenrijk een coalitieregering van rechts met links. Van de conservatieve Oostenrijkse Volkspartij ÖVP met de progressieve Die Grünen. Deze partijen hebben samen 97 van de 183 zetels in het lagerhuis, de Nationalrat. Bondspresident Alexander Van der Bellen is lid van De Groenen.

De ideologie van de ÖVP wordt afwisselend omschreven als christen-democratisch, liberaal, conservatief of zelfs als een soort sociaal-democratie vanwege de economische interventie van de regering. Deze ‘zwart-groene’ coalitie wordt als voorbeeld gesteld voor regeringen in andere landen. Zoals Duitsland waar de CDU/CSU en Die Grünen op elkaar aangewezen lijken te worden door de implosie en radicalisering van de SPD en in Nederland waar GroenLinks al enkele jaren naar het centrum beweegt en aansluiting zoekt bij Rutte III. Hoewel de in de tijd en mentaliteit terugtrekkende bewegingen van het CDA en de VVD op het stikstofdossier het erg lastig maakt om een realistische politiek te voeren. De paradox is dat het op dit moment niet de linkse partijen, maar gematigd rechtse partijen zijn die zich op het klimaatdossier onrealistisch opstellen. Hoe dan ook geeft het Oostenrijkse voorbeeld focus en inspiratie voor politieke partijen in andere Europese landen.

Er bestaat zowel bij links als bij rechts misverstand over wat conservatisme is. Trumpisme, Forum voor Democratie of alt-right met ondergangsfantasieën, racisme en een stop op migratie passen niet binnen de hoofdstroom van het conservatisme en staan er in politiek-filosofisch oogpunt mijlenver vanaf. Daarom is de coalitie van ÖVP en Die Grünen in Oostenrijks een belangrijke ontwikkeling omdat het eraan mee kan helpen dit hardnekkige misverstand uit de weg te ruimen. Want het combineert behoudende met vooruitstrevende politiek binnen de lijnen van de democratie en de rechtsstaat. De intellectuele acrobatiek van opinieleiders op radicaal-links én radicaal-rechts die verkondigen dat het conservatisme in de kern een belangrijke revolutionaire component heeft is onwaarachtig, leugenachtig en zelfs bewust misleidend omdat het het conservatisme tot buiten de eigen bedding oprekt. Dat is conservatisme dat geen conservatisme meer is.

Columnist Tim Carney brak in september 2019 in een belangrijke column in de rechtse Washington Examiner een lans voor herwaardering van het conservatisme. De titel ‘It’s time to create a conservative ecosystem that doesn’t welcome racists’ gaf de opzet en de afbakening goed aan. Carney: ‘Conservatieven zouden er een prioriteit van moeten maken om te vechten voor de fundamentele waardigheid en gelijkheid van raciale minderheden aan wie die waardigheid en gelijkheid is ontzegd. Het zal decennia van onrechtvaardigheid vereisen om dat te overwinnen en zal dus niet snel gebeuren. We zullen links niet ontnuchteren met betrekking tot hun zelfvoldane laster en verwaandheid, maar daar gaat het niet om. Conservatieven zullen troost kunnen vinden in het feit dat we vechten voor het goede gevecht en de racisten opjagen.’ De samenwerking met realistische Groene politiek kan vanwege de veilige politiek omgeving die het biedt eraan helpen meewerken om de conservatieven naar zichzelf te laten terugkeren. Weg van het racisme, weg van een harde migratiepolitiek en weg van het oprekken van rechtsstaat en democratie. Zoals Trump in de VS, Johnson in het VK en Centraal-Europese regeringsleiders in Hongarije en Polen afgelopen jaren deden.

Hopelijk is de samenwerking van traditionele conservatisme met progressief links een wekroep voor Nederlandse opinieleiders om conservatisme en alt-right niet langer gelijk te stellen en het begin van de ontmaskering van radicaal-rechtse columnisten van het type Wierd Duk of Leon de Winter die zich losjes met het conservatisme associeren om zo aan legitimiteit te winnen. Als ze niet begrijpen dat conservatisme het racisme niet oogluikend toestaat of kritiek op migratie billijkt, dan begrijpen ze niet alleen niet wat conservatisme is, maar begrijpen ze evenmin waar ze zelf voor staan. Hopelijk geeft het Nederlandse conservatieven zelfvertrouwen en ambitie om afstand te nemen van Baudet, Wilders en radicaal-rechtse organisaties en opinieleiders die het conservatisme de laatste jaren zo’n slechte naam hebben bezorgd.

Want types als Baudet gebruiken de term conservatisme of leunen daar stilzwijgend tegenaan om hun eigen racisme en witte hegemonie-denken te verhullen. Maar ze vallen eerder te omschrijven als anti-conservatief. Conservatieve principes als behoud van democratische normen, waarden en instellingen en voorlichting van het publiek over conservatieve principes zoals rechtsstaat, vrijhandel en uitbreiding van legale immigratie delen ze niet. Laten we ze daarom geen conservatieven noemen. Overigens hebben universele waarden in wisselende combinaties verschillende kinderen. Iedereen die beweert dat ze exclusief aan één politieke stroming toebehoren zit ernaast. Juist dat geeft conservatieven en Groenen een basis voor samenwerking.

Het conservatisme als ideologie bevat samenhang met min of meer vaste, gemeenschappelijke posities en denkwijzen over de natie, de familie, grondrechten, politieke besluitvorming, verandering en continuïteit. Het politieke verschil met progressieve Groenen is daarom groot, maar overbrugbaar in tegenstelling tot de kloof met partijen als PVV of FvD. In Oostenrijk wordt dat opgelost door uitruil van thema’s. Partijen mogen hun stokpaardjes berijden, zodat de ÖVP op kan komen voor de familie en traditionele verhoudingen, een fiscaal behoudende politiek of een strenge, maar rechtvaardige migratiepolitiek en de Groenen voor natuur, klimaat en sociale rechtvaardigheid. Het is een interessant experiment dat het sentiment van radicaal-rechts buiten de deur houdt en tegelijk het meest prangende probleem van dit tijdperk aanpakt: de klimaatverandering.

Annegret Kramp-Karrenbauer waarschuwt de sociaal-democraten voor een ‘constitutionele crisis’ als ze Von der Leyen niet steunen

De intellectuele eerlijkheid en inhoud van Merkel beoogde opvolger Annegret Kramp-Karrenbauer werden op de proef gesteld door haar uitspraak op een persconferentie die ze op het CDU-hoofdkwartier gaf samen met de Oostenrijkse kanselier Sebastian Kurz. Ze zei dat de afwijzing door de Sociaal-democraten van de beoogde voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen ‘mogelijk’ leidt tot een ‘constitutionele crisis’ (‘Verfassungskrise’). Dat is onzinnig. Ook in politiek opzicht omdat ze regeringspartner SPD provoceert. Wat tevens meespeelt is dat Kramp-Karrenbauer de beoogde opvolger van Von der Leyen als Defensieminister is.

Kramp-Karrenbauer verwart een constitutionele crisis uit onkunde of bewuste misleiding met een politieke crisis. Dat laatste is echter van een andere orde. Het niet steunen van Von der Leyen is een normaal politiek meningsverschil dat valt binnen de perken van de praktische politiek. Een politieke crisis kan opgelost worden door overleg. Een constitutionele crisis speelt niet op het niveau van praktische politiek, maar op dat van de grondwet. Dat kan ontstaan als de uitvoerende macht, een president, geen gehoor geeft aan de wetgevende macht, een parlement, en er een patstelling ontstaat en een debat over de grenzen aan en de werking van de grondwet. Daar is in dit geval geen sprake van. Kramp-Karrenbauers waarschuwing voor een constitutionele crisis is gekunsteld, onhandig en onterecht. Niet de SPD, maar zij stelt zich op als een destructieve kracht.

RT Deutsch doet verslag van oproep van Duitse buitenlandminister Heiko Maas om op te komen tegen de rechts-extremisten

Een a-typisch bericht van RT (voorheen: Russia Today) Deutsch. RT doet verslag van het bezoek van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas (SPD) aan het voormalige concentratiekamp Dachau. Hierbij veroordeelt hij de rechts-extremistische betogingen in Chemnitz waarbij de Hitler-groet werd gebracht. RT benadrukt doorgaans de verdeeldheid in westerse landen en probeert de radicalen aan beide zijden van het politieke spectrum wind in de zeilen te geven. Reden dat RT dit bericht brengt is dat Maas benadrukt dat de Duitse politiek het niet alleen afkan en de burgers hun mond open moeten doen. Indirect geeft Maas hiermee aan dat de Duitse politiek dit niet alleen aankan en de regie dreigt te verliezen. Dat benadrukt RT Deutsch.

Naar schatting 8000 tegenstanders van migratie betoogden in Chemnitz. Maas roept burgers op om van de bank te komen, niet langer weg te kijken, in actie te komen en de rechts-extremisten van repliek te dienen. Hij vreest naast maatschappelijke onrust ook voor Duitslands reputatie in het buitenland. Democraten en goedwillenden vormen de meerderheid van de bevolking, maar ze moeten zich wel laten horen en de publieke opinie niet laten kapen door een kleine rechts-extremistische minderheid. Het is een les die voor alle liberale democratieën geldt. De boodschap van Maas is dat de democratie elke dag weer verdedigd moet worden.

Nogmaals Nord Stream II: waarom is er geen open debat over een pijplijn die de EU afhankelijker maakt van de Russische Federatie?

De Belgische oud-ambassadeur Theo Lansloot zet de ontwikkelingen over de aanleg van de gaspijplijn Nord Stream II in een artikel voor Doorbraak op een rijtje. De actuele situatie is dat landen aan de Oostzee waarvan de pijplijn door hun territoriale wateren loopt voor de beslissing staan wat ze ermee aan moeten. Als ze dat politiek al zelf mogen beslissen en ze volgens internationaal recht juridisch iets te zeggen hebben over het onderzeese deel van Nord Stream II tussen de Russische Federatie en Duitsland. Finland en Duitsland hebben het groene licht gegeven. Denemarken houdt de kaarten nog tegen de borst en wordt onder druk gezet door voor- en tegenstanders. De vraag is of Nord Stream II Europa over-afhankelijk van Russisch gas maakt.

Rondom Nord Stream II tekenen zich twee kampen af. Tegenstanders lijken de overhand te hebben met de VS, het Verenigd Koninkrijk, landen als Polen, Oekraïne en de Baltische landen die de Russische chantage met energie vrezen, maar ook milieuactivisten die een einde aan fossiele brandstof willen. Zo stelden kamerleden van de PvdD en de SP die doorgaans welwillend staan tegenover de Russische Federatie in 2017 kritische kamervragen over Nord Stream II. Omdat de energieafhankelijkheid van de EU-lidstaten van Russisch gas door import vergroot wordt en dit in strijd is met het energiebeleid van de EU (Third Energy Package) zijn degenen die pleiten voor correcte uitvoering van dit beleid ook tegen. Ze wijzen op diversificatie en onafhankelijkheid. Overigens wordt in een rapport van de juridische dienst Raad van de Europese Unie dit formeel ontkend, zodat de ministers kunnen handelen in strijd met hun eigen beleid. Verder zijn Zuid-Europese landen ook kritisch over Nord Stream nadat de EU South Stream afschoot door harde voorwaarden aan het Kremlin te stellen. De Italiaanse oud-premier Renzi definieerde het opleggen van sancties aan de Russische Federatie plus het afketsen van South Stream door het stellen van harde voorwaarden aan het Kremlin, maar tegelijk het doorgaan van Nord Stream zonder die voorwaarden en het als economisch project te betitelen als hypocrisie.

Voorstanders zijn vooral te vinden in de landen waarvan bedrijven betrokken zijn: Duitsland, Nederland en Frankrijk. En omdat Duitsland een beslissende vinger in de pap van de EU heeft en de tandem Duitsland-Frankrijk de as van de EU vormt, volgt de Raad van ministers. De tactiek van de voorstanders is niet om een open debat te voeren, maar dat uit de weg te gaan. De dooddoener van het Duitse politieke en economische establishment is dat Nord Stream geen politiek, maar een economisch project is. Uit alles blijkt dat Nord Stream een politiek project is. Gazprom koopt Europese politici om door ze in te huren als ‘consultant’, zoals de Oostenrijkse ex-minister Hans Jörg Schelling die lid is van de ÖVP, de partij van kanselier Sebastian Kurz. Zoals Lansloot opmerkt staat de Duitse oud-kanselier Gerhard Schröder op de loonlijst van Gazprom. Zijn opportunisme is berucht en bezoedelt de Duitse politiek en de SPD. Maar het lijkt te eenvoudig om het Duitse belang te reduceren tot het omkopen van SPD’ers als Schröder of president Frank-Walter Steinmeier. Een argument van de voorstanders is dat het een wederzijdse afhankelijkheid betreft en de aanleg het Kremlin ook afhankelijker van Europa maakt. Maar dat gaat opnieuw voorbij aan de onafhankelijkheid van Europa.

De tegenstrijdigheden zijn groot en het is onbegrijpelijk dat ze niet genoemd worden in het publieke en politieke debat. Sancties die in 2014 ingesteld werden vanwege de annexatie van de Krim door de Russische Federatie en de militaire inmenging in Oost-Oekraïne worden verlengd, maar tegelijk worden de economische banden met het Kremlin via Nord Stream aangehaald en wordt Oekraïne dat Russisch gas via pijpleidingen aan de EU levert in de steek gelaten. Dat is dubbelzinnig en hypocriet, maar vooral kortzichtig. De EU weet dat het zich door de aanleg van Nord Stream II afhankelijker maakt van het Kremlin, maar ontkent dat dat zo is. De leiding van de Russische Federatie heeft er immers een handje van om gas als geopolitiek wapen in te zetten. Door de verslechterende situatie tussen het Westen en de Russische Federatie dat zich ook nog eens steeds meer opstelt als kat in het nauw, wordt de kans dat dat wapen ingezet wordt er eerder groter dan kleiner op. Levering van Russisch gas aan de EU-lidstaten is de olifant in de kamer waarover West-Europese politici en bedrijven al jaren doen alsof ze die niet zien. Zo gaat kortzichtigheid over in bijziendheid omdat Duitsland en Nederland verslaafd zijn aan goedkoop Russisch gas. De geloofwaardigheid van de EU wordt ondermijnd.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelRusland en de EU: energie-onafhankelijk of Nord Stream 2 pijplijn?; Regering Merkel verkiest Russische gaspijplijn boven EU –Energie Unie’ van Theo Lansloot in Doorbraak, 4 april 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelEuropese Raad geeft groen licht Nord Stream 2’ in Geotrendlines van 2 oktober 2017 onder verwijzing naar Euobserver.

Duitsland geeft het groene licht aan Nord Stream II. Relatie van het Westen met Kremlin is achter de schermen beter dan ervoor

Politiek is het één zeggen en het ander doen. Neem de gaspijplijn Nord Stream II waarvoor het Duitse Bundesamt für Seeschifffahrt und Hydrographie (BSH) op dinsdag 27 maart het groene licht gaf. Een dag na de actie van Europese solidariteit in reactie op de aanslag met zenuwgas op de Russische ex-spion Sergei Skripal en zijn dochter in het Britse Salisbury. Euobserver noemt het in een bericht een overwinning voor het Kremlin.

Opvallend is de Duitse ongevoeligheid om dit besluit nu naar buiten te brengen. Wie de nieuwsberichten moet geloven denkt dat de spanning tussen de Russische Federatie en het Westen oploopt. De Duitse regering gaat steevast haar eigen verantwoordelijkheid uit de weg door het project ‘puur economisch’ te noemen. Dat is het niet omdat het politieke belangen dient. Ook is de aanleg van Nord Stream II in strijd met de energiepolitiek van de EU die in theorie zegt te gaan voor onafhankelijkheid en diversiteit, maar zich intussen steeds afhankelijker maakt van Russische energie. Dat wringt als een leugen, het één zeggen en het ander doen.

Het is beschamende symboolpolitiek, bedriegende beeldvorming en slechte journalistiek die niet verder kijkt. Als sanctie worden als teken van daadkracht voor de bühne spionnen uitgewezen, maar achter de schermen gaat in Londen en Berlijn de samenwerking met het Kremlin op de oude voet door. Datzelfde geldt ook voor het leiderschap in het Kremlin dat zich verbindt met Europa en zich er economisch afhankelijk van maakt, maar in de eigen propaganda het tegendeel beweert en net doet alsof de Russische Federatie een belegerde vesting is die het op z’n eentje moet rooien. Niets is minder waar. Wie de harde feiten volgt, ziet een ander beeld. We kunnen alleen maar hopen dat hier een structuur en kiem voor een betere toekomst wordt gelegd.

Seehofer vindt dat islam niet bij Duitsland past. Voegt zijn uitspraak iets toe aan ons begrip?

Het commentaar van Die Welt zoekt een electorale verklaring voor de uitspraak van de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken (CSU) Horst Seehofer dat de islam niet tot Duitsland behoort. Of niet bij Duitsland past. Hij zou de uitspraak gedaan hebben om kiezers op de radicaal-rechtse AfD terug te winnen. Met als risico dat de spanning binnen de grote coalitie met de SPD toeneemt. Zo wordt de islam opnieuw als maatstaf genomen voor wat aanvaardbaar en passend is. Zonder dat feitelijk de waarde van de islam zelf langs de meetlat wordt gelegd. Zo blijft de islam voor rechts dienen om zich tegen af te zetten en voor links om het kritiekloos te omarmen. Dat is twee keer niks omdat het het begrip over wat de islam werkelijk is en teweegbrengt in Duitsland of Nederland niet vergroot. Juist daar is in alle verwarring en verdeeldheid sterk behoefte aan.

FDP stapt uit onderhandelingen voor Duitse regering. Verwarring in Berlijn

Tegen alle verwachtingen in zijn het niet de Groenen die uit de onderhandelingen voor een nieuwe regering zijn gestapt, maar de liberalen van de FDP. De verwachting was dat het vooral tussen de Beierse CSU die de adem van de AfD in de nek voelt en de Groenen zou botsen. Daar zijn de onderhandelingen echter niet op stukgelopen. Hoewel een van de onderhandelaars van de Groenen Robert Habeck meent dat elementen in de CSU en FDP een anti-Groene opstelling hadden. De FDP krijgt van de Groenen de Zwarte Piet (schwarzer Peter) toegespeeld en zorgt voor ergernis bij de andere partijen omdat er geen zwaarwegende programmatische reden was voor de FDP om te breken. Het zou de FDP aan bereidheid ontbroken hebben. De Groenen voelen zich als partij gesterkt door de onderhandelingen en hebben de weg naar het centrum gevonden. Hoe het verder moet is onduidelijk. Een minderheidsregering CDU/CSU en FDP is hoe dan ook onmogelijk geworden. Nieuwe verkiezingen wil geen van de centrumpartijen en de SDP blijft afwijzend om in de regering te stappen.