In kwestie Omtzigt kiest RTL Nieuws partij voor CDA-top

Schermafbeelding van deel artikelCDA-top zinspeelt op breuk met Omtzigt: ‘De vraag is niet of, maar wanneer‘, RTL Nieuws, 11 juni 2021.
Update: In een brief die Pieter Omtzigt op Twitter heeft gezet verklaart hij 'met pijn in het hart' zijn lidmaatschap van het CDA op te zeggen. Hij geeft aan de intentie te hebben om terug te keren als zelfstandig Kamerlid. Maar hij zegt nog geen besluit te hebben genomen 'hoe hij zijn politieke toekomst gaat vormgeven'. 

Bij het artikelCDA-top zinspeelt op breuk met Omtzigt: ‘De vraag is niet of, maar wanneer’‘ van 11 juni 2021 op de Facebook-pagina van RTL Nieuws dat als inleidende zin heeft ‘Een breuk lijkt onvermijdelijk‘ plaatste ik onderstaande reactie. Ik vind dat RTL Nieuws hiermee en met andere artikelen over de kwestie Omtzigt de normen van zorgvuldige journalistiek uit het oog verloren heeft. Het vereenzelvigt zich met de positie van het CDA en conformeert zich aan de opvattingen van deze partij:

Het is opmerkelijk dat RTL Nieuws met dit bericht verder gaat dan verslaggeving of analyse en zichzelf tot deel laat maken van de politiek. Dat is onverstandig van de hoofdredactie van RTL Nieuws en niet de taak van de journalistiek. 

RTL Nieuws moet geen partij kiezen in de kwestie Omtzigt en zich tot spreekbuis laten maken van de CDA-top, maar op afstand blijven. Nu stelt RTL Nieuws zich op als deelnemer in een lopend debat. Omdat RTL Nieuws dat doet op een onverholen, om niet te zeggen schaamteloze partijdige wijze valt het des te meer op. 

De rol van voormalig CDA-voorlichter Frits Wester die in het artikel sprekend wordt opgevoerd kan niet ongenoemd blijven. Het lijkt er sterk op dat hij meerdere petten op heeft. Hoe dan ook heeft hij de schijn tegen en zou juist hem hierover niet om een mening gevraagd moeten worden. Hij is zowel parlementair verslaggever van RTL Nieuws als CDA-lid. In 2006 verklaarde hij in te zijn voor een staatssecretariaat namens die partij.

RTL Nieuws citeert anonieme bronnen binnen het CDA en geeft hun mening weer als een voldongen feit. RTL Nieuws stelt dat er een breuk tussen Omtzigt en het CDA is die niet ter repareren valt. Het netwerk van Frits Wester is de argumentatie die deze mening moet onderbouwen. Jos Heymans herhaalt de stemmingmakerij tegen Omtzigt in een column van 12 juni 2021 met de titel ‘Omtzigt heeft niets meer te zoeken bij het CDA’. RTL Nieuws kiest partij.  

Je zou hieruit bijna een andere titel destilleren om het niveau van de journalistiek van RTL Nieuws te karakteriseren: ‘Journalistiek heeft in kwestie Omtzigt niets meer te zoeken bij RTL Nieuws’.

RTL Nieuws laadt de verdenking op zich dat het zich door de partijtop van het CDA laat sturen in het beschadigen van Omtzigt. RTL Nieuws speelt blijkbaar maar al te graag een rol in de volgende fase van de fluistercampagne van de CDA-top tegen Omtzigt. 

Tegelijk werpt het zich op als instrument in de crisiscontrole van het CDA om de publicitaire schade voor de partij te beperken. RTL Nieuws helpt door de afleiding over Omtzigt eraan mee om de negatieve publiciteit over het CDA en het onvast en onhandig opereren van partijleider Hoekstra te neutraliseren. 

RTL Nieuws leent haar kolommen om in een partijpolitieke kwestie stelling te nemen. Zowel de analisten en verslaggevers maken zich tot spreekbuis van de top van het CDA. Zelfs de doorgaans gebruikelijke slagen om de arm ontbreken. Dat is geen journalistiek, maar politiek activisme. RTL Nieuws overtreedt in de kwestie Omtzigt de journalistieke zorgvuldigheid. Dat is ongewenst en ongelukkig. 

Als RTL Nieuws zich tot een evenknie van de activistische Telegraaf wil maken, dan is het daarin succesvol wat de opinievorming over het CDA betreft. Wellicht is dit geen opzet, maar een ongelukkige samenloop van omstandigheden die hiertoe heeft geleid. Inclusief de dubbelrol van Frits Wester.

Toch wijst het patroon dat volgt uit meerdere artikelen over de kwestie Omtzigt – CDA op een opvallende politieke stellingname van RTL Nieuws. De keuze is aan RTL Nieuws of het hierover partijdig of onpartijdig wil informeren. Nog is het niet te laat om tot bezinning te komen en weer terug te keren naar de normale journalistieke normen.

CDA en VVD vertragen formatie door te duwen op rechterkant en PvdA en GL samen uit te sluiten

Stuurt het CDA in de persoon van Madeleine van Toorenburg de hulptroepen van Team B de media in om de georkestreerde boodschap te verspreiden en de reactie erop in te schatten dat deze partij een coalitie over rechts wil of spreekt zij op eigen initiatief namens de rechterflank van het CDA? 

Waarschijnlijk moet ze in opdracht van de partijleiding eraan mee helpen om het voldongen feit van een centrum-rechts kabinet te helpen forceren. Dat zou een voorzetting van het huidige kabinet zijn, met de CU, of een inwisseling van deze partij voor PvdA óf GL. Persoonlijk kan meespelen dat zij inschat dat zij meer kans op een kabinetspost heeft als minder partijen beloond moeten worden. Daarom lijkt ze ook over haar eigen carrière te praten, zonder dat uiteraard toe te geven. 

Het CDA behaalde bij de laatste verkiezingen 9,5% van de stemmen en heeft 15 zetels in de Tweede Kamer. Leider Hoekstra heeft niet uitgesproken dat hij wil toetreden tot een nieuw kabinet. Hij houdt nog steeds een slag om de arm. Dat heeft te maken met de machtige positie in de partij van kamerlid Pieter Omtzigt die niet gecharmeerd is van premier Rutte die volgens hem de verkeerde bestuurscultuur zou belichamen. Nu Omtzigt wegens ziekte voor langere tijd uitgeschakeld is lijkt het CDA geleidelijk uit de schulp te kruipen.

Het opvallende in de formatie is in de laatst weken de verandering van toon en retoriek van de rechtse partijen CDA en VVD. Of ze zelfvertrouwen hebben gekregen is de vraag, maar vaststaat dat ze die publiekelijk tonen. Dat kan als fluiten in het donker worden uitgelegd. Het tegen beter weten in willen forceren van een voldongen feit. 

De VVD meent die vrijheid te kunnen nemen omdat de positie van premier Rutte niet langer hevig, maar overigens nog wel gematigd ter discussie staat en het CDA omdat de positie van de genoemde Omtzigt is verzwakt.

Eerst erkenden deze partijen volmondig (VVD) en deemoedig (CDA) dat er sprake was van een liberaal motorblok van VVD-D66 als basis voor een coalitie. Nu proberen ze in de beeldvorming een werkelijkheid te creëren van een rechts kabinet. Zoals gezegd is dat vooral van het CDA een ondoorgrondelijke manoeuvre omdat het nog niet eens heeft verklaard deel te willen uitmaken van een nieuw kabinet. Het CDA formeert op afstand in ijle lucht. 

Dat tamboereren op een rechts kabinet met als joker zelfs het dreigen met het radicaal-rechtse JA21 wringt omdat de positie die D66 heeft bij monde van partijleider Sigrid Kaag niet verzwakt is. Deze partij heeft nog steeds de sleutel in handen. Het valt niet in te zien dat de tactiek waarmee Van Toorenburg in navolging van Hoekstra, die weer werd gevolgd door Rutte, het veld wordt ingestuurd zal werken. Als niet alleen PvdA en GL elkaar vasthouden, maar D66, PvdA en GL dat doen, dan valt niet in te zien hoe dit blok van 41 zetels dat nodig is voor een meerderheid gepasseerd kan worden.

Premier Rutte zei afgelopen weken dat PvdA en GL ver van hem afstaan. Dat was een tamelijk overbodige en al te opzichtige uitspraak. Wat is ver? D66 kan zeggen dat CU ver van hen afstaat en dat het niet uitsluitend met rechtse partijen wil samenwerken. Welke open deur gooide Rutte hier open? Kijk naar Israël waar partijen die ver van elkaar afstaan samen een kabinet vormen. Wat denkt Rutte wat hij ermee zegt dat partijen ver van elkaar afstaan? Dat is nou eenmaal politiek. Moeten volgens Rutte alle partijen hetzelfde zijn? 

In Nederland coalitieland zijn partijen niet gelijkgeschakeld. Ze zijn onderling verschillend. Maar alle partijen die tot het midden gerekend kunnen worden zijn nou ook weer niet zo anders van elkaar dat ze niet samen kunnen werken. De constructieve zes, te weten VVD, D66, CDA, PvdA, GL en CU zijn binnen marges programmatisch inwisselbaar. De accenten zijn anders, maar de verschillen zijn overbrugbaar. 

Madeleine van Toorenburg heeft gelijk dat er tijd verspild is. Maar anders dan zij het probeert te framen. Door toedoen van Hoekstra en in navolging van hem een stoet VVD’ers en CDA’ers die hun mening in de media uitventten is tijd verloren gegaan. Hoekstra’s roep om een rechts kabinet en zijn bedekte blokkade om PvdA én GL samen tot een volgend kabinet toe te laten heeft tot tijdverlies geleid. Zo’n uitspraak is uiteraard deel van de onderhandelingen die zich deels in de media afspelen. Maar voor het proces is zo’n eenzijdige blokkade niet constructief. 

Wat zal de realiteit van zo’n centrum-kabinet van VVD, D66, CDA, PvdA en GL zijn? Het kabinet Rutte III heeft 16 ministers en acht staatssecretarissen. Onlangs zei premier Rutte dat vooral het aantal ministersposten uitgebreid moet worden. Hij voerde als reden de burn out van bewindslieden aan, maar evenzeer kan men er het voorsorteren van een vijfpartijen-kabinet in zien. Er zijn meer kabinetsposten nodig omdat meer partijen met posten tevreden moeten worden gesteld. 

De vijf partijen hebben samen 90 zetels. De module die leidt tot een kleine toename van het aantal kabinetsposten is 3 en resteert in 30 kabinetsposten (nu 24). Dat houdt in dat VVD, D66, CDA, PvdA en GL respectievelijk 11 (inclusief bonus voor premier), 8, 5, 3 en 3 kabinetsposten toebedeeld krijgen. De twee linkse partijen zullen naar verwachting karig bedeeld worden. Door te schuiven met de zwaarte van een staatssecretaris of de lichtheid van een minister kan het machtsevenwicht dat volgt uit het aantal zetels per partij gewaardeerd worden.

Die berekening roept de vraag op voor welk gevaar Hoekstra en Van Toorenburg nou eigenlijk waarschuwen. PvdA en GL krijgen naar alle verwachtingen hooguit samen zes kabinetsposten waarvan wellicht slechts elk een van zwaarder kaliber om zich te kunnen profileren. De zware posten zullen naar VVD, D66 en CDA (Financiën) gaan. 

Wat Van Toorenburg vergeet te zeggen is dat de linkse partijen als ze tot het kabinet Rutte IV toetreden weinig in de melk te brokkelen zullen hebben. Ligt voor Van Toorenburg een staatssecretariaat Binnenlandse Zaken in het verschiet als opvolger van Raymond Knops? Als beloning voor haar partijtrouw en lobbywerk als slippendrager van de partijleiding van het CDA. 

Hoe kan de partijpolitiek uit de eigen schaduw stappen?

Still uit Nosferatu (1922).

Met spanning wordt uitgezien naar de openbaarmaking vandaag van de notulen van de ministerraad waaruit zou blijken dat het leden van het kabinet moedwillig informatie achterhielden voor de Tweede Kamer in de toeslagenaffaire en kamerleden wilden inperken. Alle coalitiepartijen zullen daarbij worden beschadigd. Vraag is wie het meest en wie relatief het minst beschadigd wordt en of er nog voldoende vertrouwen overblijft voor de vorming van een nieuw kabinet.

Verliest D66-leider Sigrid Kaag haar geloofwaardigheid met haar oproepen voor nieuw leiderschap als blijkt dat zij in het kabinet meedeed aan oud leiderschap? Verliest CDA-leider Wopke Hoekstra de greep op zijn partij als blijkt dat hij CDA-kamerlid Pieter Omtzigt op verzoek van vooral D66 wilde inkapselen? Iets wat overigens niet lukte. Verliest VVD-leider Mark Rutte in de publieke opinie het laatste restje vertrouwen als blijkt dat hij leiding gaf aan het achterhouden van informatie voor de Tweede Kamer?

De oplossing is simpel en lastig tegelijk. Namelijk een coalitie die rond VVD-D66-CDA wordt gevormd met nieuwe gezichten van een nieuwe generatie. Geen Rutte, maar Klaas Dijkhoff. Geen Kaag, maar een backbencher. Geen Hoekstra, maar Omtzigt. Sterke ministers die de beste persoon op hun post zijn kunnen het kabinet vormen. Weg van het geklaverjas met partijbelangen waardoor partijen tweederangs wethouders naar voren schuiven die op hun eerste dag in het kabinet al mislukt zijn. Waarom geen Marcel Levi als minister van Volksgezondheid of Johan Simons of Willem de Rooij als minister van Kunst? Die ambitie om afstand te nemen van die oude partijpolitiek vormt ook een nieuwe bestuurscultuur.

Niet dat hiermee de oude, gesloten bestuurscultuur volledig verdwijnt en het zogenaamde dualisme in de scheiding van verantwoordelijkheid tussen kamer en regering, en tussen fracties en bewindslieden wordt gerealiseerd. Maar het kan een stap zijn in die richting. Met Omtzigt als tweede vice-premier is het niet onmogelijk dat de SP de vierde partij wordt in de coalitie. Dat is tandenknarsen voor de VVD, maar waarschijnlijk beter verteerbaar dan GroenLinks dat klimaatambities heeft en de bouw en de boeren voor het blok zet of PvdA dat op dit moment zwak geleid wordt en niet sterk en zelfverzekerd acteert.

Het gedoe over de formatie en de gesloten bestuurscultuur is beschamend voor wie alle problemen ziet die continu opduiken. En vooral, voor wie die serieus wil nemen. Wantoestanden en zaken die niet onder controle zijn en waar de politiek sturend in zou moeten zijn vertonen zich dagelijks. Het is de recycling van niet aangepakte problemen. De politiek wens je toe dat het doelmatig bestuurt, controleert en middelen verdeelt en niet steeds met zichzelf bezig is. Maar de politieke partijen geven in hun in zichzelf gekeerde arrogantie en zelfgerichtheid steeds weer het verkeerde voorbeeld.

De gesloten bestuurscultuur is een gevolg van het failliet van de partijpolitiek. Wie de politiek wil hervormen, moet de partijpolitiek hervormen. Ofwel, het belang van politieke partijen in de formatie moet afgeschaald worden. Hun belang hoeft daarmee niet te verdwijnen. Dat is ook onwenselijk omdat er veel waardevolle expertise en ‘geheugen’ in de partijen aanwezig is. Zonder hen kan het niet. Maar als ze in hun marketing, mannetjesmakerij, machtsdenken en electorale overconcentratie zo bijziend gefocust blijven op hun eigenbelang, dan kan het evenmin met hen.

De tussenoplossing is het openbreken van de partijpolitiek met een nieuwe generatie politici en deskundige ministers die losjes gebonden zijn aan partijen. De politiek om de politiek past slecht bij de bestuurscultuur waarvan iedereen zegt dat die nodig is. Laat het lippendienst zijn die ingegeven wordt door de publieke opinie die een eigen dynamiek krijgt. Die reden telt niet, het resultaat wel.

Rutte en De Jonge moeten aftreden vanwege hun falend vaccinatiebeleid

Schermafbeelding van deel artikelVaccinatie ouderen vertraagd door prikvoorrang huisartsen’ van Nieuwsuur, 14 april 2021.

Nieuwsuur bevestigt in een voorbeeld van goede onderzoeksjournalistiek de ergste vermoedens over het falende Nederlandse vaccinatiebeleid. De titel van een artikel hierover is veelzeggend: ‘De vaccinatiecampagne: de valse start, de gemiste kansen en het recht van de sterkste’. De essentie van de kritiek is dat het kabinet geen regie en inzicht had, maar speelde dat het dit had. Tot op de dag van vandaag. Dat is ernstig omdat het om mensenlevens gaat.

Iedereen met enig kritisch vermogen weet al maanden dat het Nederlands vaccinatiebeleid niet op orde is. Het is onrechtvaardig, geeft gehoor aan de lobby van machtige groepen en laat groepen zonder lobby (bejaarden) achter aansluiten. Zonder uitleg. Hiermee veronachtzaamt het kabinet haar rol om zwakkeren en ouderen te beschermen tegen de pandemie. De politieke partijen (ook 50Plus) waren afgelopen maanden uitsluitend met zichzelf en elkaar bezig zodat het kabinet alle ruimte kreeg en niet gecorrigeerd werd. Nieuwsuur zet dat falen overtuigend op een rijtje.

Het RIVM handelt niet doelmatig, spreekt niet altijd de waarheid, zet de regering op het verkeerde been en wordt verkeerd aangestuurd. Hoogste tijd voor de verantwoordelijke minister Hugo de Jonge om af te treden. Al is hij al demissionair hij prikt niet door de leugens van het RIVM heen. Zijn geloofwaardigheid is niet tot het nulpunt gedaald door zijn ellenlange, zalvende praatjes, maar door zijn structureel foute aanpak van de pandemie. Zijn inzicht, overtuigingskracht en intellectuele vermogen bleken telkens onvoldoende voor een goed vaccinatiebeleid. Dat gaat verder dan de tegenslagen van niet geleverde vaccins of vaccins met bijwerkingen die in alle landen voorkwamen Een parlement dat zichzelf respecteert dient hier opheldering over te vragen en daar personele gevolgen aan te verbinden.

Premier Mark Rutte die eindverantwoordelijk is voor het coronabeleid zou ook gevraagd moeten worden zijn biezen te pakken. Als het door een geslaagde publiciteitscampagne van de VVD niet de leugen was over CDA-er Pieter Omtzigt en de doodzonde om deze parlementariër op een zijspoor te willen manoeuvreren die hem de nek kostte, dan behoort het dit falende vaccinatiebeleid te zijn. Rutte heeft electoraal profijt gehad van zijn talloze persconferenties over de pandemie. Nu onomstotelijk vastgesteld wordt dat zijn beleid in de kern niet deugt en daar herhaaldelijk door RIVM en kabinet over gelogen is, is de logische volgende stap dat hem de gevolgen voor dit falende beleid aangerekend worden.

Het argument dat Rutte aan moet blijven om de pandemie te bestrijden op dit beleidsterrein dat missionair is verklaard, is in zijn tegendeel verkeerd. Rutte moet aftreden omdat hij een goede bestrijding in de weg staat. De fouten en leugens van hem en minister De Jonge rechtvaardigen niet dat er nog verder doorgemodderd wordt en deze bewindslieden verantwoordelijk kunnen zijn voor de bestrijding van de pandemie. De schijn van beleid is niet beter dan genezen.

Waarom gaven media afgelopen week zoveel ruimte aan de spindoctors van de VVD?

Het is inderdaad schandalig, die spindoctors van de VVD. Media gaven afgelopen week de meningen van spindoctors van de VVD door. Het is als het overnemen van persberichten. Gratis inhoud. Lekker makkelijk.

De verdedigingswal van de spindoctors van de VVD die afgelopen als een door de VVD georkestreerde sprinkhanenplaag de media teisterden (Jan Driessen, Mark Thiessen, Henri Kruithof, ‘mastodonten’ etc.) is dat namens de VVD Mark Rutte zich uit kan spreken over het personeelsbeleid van het CDA (Omtzigt elders), maar de andere partijen niet over het personeelsbeleid van de VVD (geen Rutte). Uiteraard wordt die orkestratie ontkend. Maar ze zeiden allen hetzelfde.

De meest botte bijl was reputatiemanager Jan Driessen die met verve de rol van ‘bad guy’ op zich nam. Driessen is het breekijzer van de onredelijkheid die in deze VVD-campagne om Rutte te redden als een van de eersten aftrapte. NRC gaf hem ruimte voor een artikel op de opiniepagina. NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong reageerde desgevraagd op FB. Over Driessen schreef ik op FB: ‘

Jan Driessen is niet onpartijdig als oud-campagnestrateeg van de VVD en Mark Rutte. Dat dient bij lezing van zijn stuk in gedachten te worden gehouden. Hij spreekt over de ‘rücksichtslose en genadeloze Kaag’. Dat is nogal een aantijging. Via een omweg doet Driessen precies dat wat hij Kaag verwijt. Denkt Driessen dat hij buiten de wedstrijd staat?

Uit zijn stukken in Adformatie over de formatie blijkt een patroon. Driessen valt D66 hard aan en verdedigt de VVD. Wat Driessen beweert, zegt vooral iets over Driessen. Met zijn ronkende oorlogstaal laat hij zich kennen als een vertegenwoordiger van oud leiderschap en een oude politieke cultuur.

De kern van de kwestie Rutte is niet dat hij loog over Omtzigt, maar dat hij dit kamerlid van de CDA op een zijspoor wilde zetten. De kern van de kwestie van de spindoctors van de VVD is niet dat zij georkestreerd de media opzoeken, maar dat de media daar zo naïef over zijn en in meegaan. Het betreft zowel dagbladen als omroepen.

De missie van de VVD om de reputatie van Rutte te redden lijkt voorlopig geslaagd, hoewel afgewacht moet worden hoe aanvaardbaar Rutte nog is voor andere partijen. Het zijn vooral de media die afgelopen week door hun gemakzucht aan geloofwaardigheid verloren. Hun reputatie is geschaad. Spindoctors van andere partijen dan de VVD kwamen niet aan het woord. De pluriformiteit was zoek. Uiteraard ontkennen media dat zelf. Of ze beseffen niet hoe ze gemanipuleerd werden door de VVD of ze hebben er vrede mee en zien het als een normaal verschijnsel. Dat laatste is nog het meest verontrustend. Zo werd de kwestie Rutte binnen een week de kwestie Rutte in de media.

Antwoord aan Jan-Willem Wits: Teleurstellende resultaten van het CDA en de CU zijn deels te verklaren door de demografische ontwikkeling van de ontkerkelijking

Hieronder mijn reactie op Facebook bij een artikel in het Katholiek Nieuwsblad met communicatieadviseur Jan-Willem Wits die in 2020 CDA-er Pieter Omtzigt adviseerde. Hij gaat in op de vraag waarom de christelijke partijen het op 17 maart 2021 zo slecht hebben gedaan.

Wits wijst op aspecten zoals de rol van CDA-leider Hoekstra en de verrechtsing van deze partij en snijdt pas in het slot een structurele oorzaak aan. Namelijk het afkalven van de achterban van de christelijke partijen. De conclusie die hieruit kan worden getrokken is dat verbreding ten koste gaat van de eigen overtuiging en verdieping ten koste van de aantrekkingskracht voor velen. De christelijke partijen zitten demografisch klem.

De drie christelijke partijen hebben met een score van in totaal 15,1% slechter gepresteerd en verloren zo’n 2,8%. Dat is een achteruitgang van hun aanhang van ongeveer 15% sinds 2017. Die afname is in lijn met de demografische ontwikkeling van de ontkerkelijking hoewel het die niet volledig verklaart. In vier jaar tijd is de ontkerkelijking naar schatting met 7% toegenomen. Er zijn nog geen cijfers voor 2021 bekend, maar een doorberekening zegt dat nu 57% van de Nederlanders zich niet laat inspireren door het geloof. Als moslims en Joden daar nog bijgeteld worden, dan blijkt dat nu zo’n 65% van de Nederlandsers geen christelijke overtuiging heeft.

CDA voerde een onzekere en zwalkende campagne en verloor, de CU had als belangrijkste wapenfeit zich erop te laten voorstaan om tegen het liberalisme van VVD en D66 te zijn, heeft zich vermoedelijk zo een volgend kabinet uitgeredeneerd en bleef gelijk. Evenals de SGP dat stabiel scoort op 3 zetels. De christelijke partijen kwamen zo uit op 23 zetels. Gelijk aan wat D66 in haar eentje haalt.

Niet-christelijke partijen hoeven zich dus getalsmatig niet langer te laten gijzelen door de christelijke partijen. Demografisch werkt de tijd tegen de christelijke partijen. Ook na hun achteruitgang hadden sinds 2012 de christelijke partijen meer in de melk te brokkelen dan de getalsverhoudingen deden vermoeden. Twee christelijke partijen in Rutte III hadden bovenmatig veel invloed. Toch is de christelijke politiek met ongeveer 15% van de zetels en stemmen minder in staat om hard op de rem van de maatschappelijke ontwikkeling te staan.

De beide liberale partijen VVD en D66 hebben hun bekomst van het moralisme en de remmende invloed van de christelijke politiek, maar durfden daar tot nu toe niet goed een breekpunt van te maken. Naar verwachting gaat D66 dat nu wel doen. Die achterhoedegevechten van de christelijke politiek zijn pas voorbij als de niet-religieuze partijen beseffen dat de christelijke partijen hun macht hebben verloren en niet nodig zijn. Ze mogen aanschuiven of anders in eigen kring preken.

Het slot geeft aan wat de randvoorwaarden zijn voor religieuze politiek. Dat is een slinkend perspectief, want elk jaar neemt het percentage toe met 1 tot 2 procent van de Nederlanders die verklaren zich niet te laten inspireren door het geloof. Dat heeft als gevolg dat de religieuze partijen niet verjongen en steeds meer leunen op oudere kiezers en in een mentaliteit en sfeer van vroeger blijven hangen. Ook DENK heeft niet gewonnen en de religieuze partijen Jezus Leeft en NIDA hebben de kiesdrempel niet gehaald.

Maar het is niet onmogelijk voor religieuze partijen om niet-religieuze kiezers te trekken. Premier Lubbers was daar tamelijk succesvol in. In Duitsland was kanselier Merkel dat. Omtzigt had het in zich om dat effect bij het CDA te bewerkstelligen. Maar dan moet de partij zich minder religieus opstellen dan Wits beweert. Dat is de schaduwzijde voor de christelijke hardliners. De aandacht voor medisch-ethische onderwerpen bij de CU heeft dan wellicht de achterban goed gedaan, maar tevens de partij geïsoleerd in Rutte III. CDA is groter en heeft de pretentie van volkspartij, zodat de niche politiek van de CU hoe dan ook moeilijk toepasbaar is op het CDA. Daarom deel ik Wits observatie niet.

Overigens ben ik van mening dat de SGP ontbonden moet worden vanwege het beginsel om een alternatief rechtssysteem op te tuigen dat Gods woord boven de nationale rechtsstaat stelt. Dat past niet in een democratie, zoals een partij die de sharia promoot daar evenmin een plek in zou moeten hebben. Het verbaast me dat in de kringen van de christelijke politiek geen levendig debat bestaat over de in de kern anti-democratische SGP. Want deze partij besmet het beeld dat van christelijke politiek bestaat. Dat is via een omweg schadelijk voor CDA en CU.’

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTeleurstelling bij de christelijke partijen: wat ging er mis in de campagnes van het CDA en de ChristenUnie?’ in het Katholiek Nieuwsblad, 19 maart 2021.

In landsbelang dient minister Grapperhaus af te treden. Hij heeft persoonlijk gefaald

Op 28 augustus schreef ik bovenstaand commentaar op Facebook. Ik ben van mening dat minister Ferd Grapperhaus zijn geloofwaardigheid heeft verloren en in het landsbelang dient af te treden. Door de publicatie van nieuwe foto’s wordt alleen nog maar verder benadrukt dat op Grapperhaus’ huwelijksfeest de corona-maatregelen met voeten werden getreden. Zo buitengewoon is een carrière als minister nou ook weer niet.

Grapperhaus moet zijn persoonlijk belang opzijzetten. Het CDA kan dan door een banencarrousel Pieter Omtzigt naar het kabinet promoveren. Staatssecretaris Raymond Knops kan dan Grapperhaus’ functie overnemen en Omtzigt die van Knops, namelijk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De kwestie Grapperhaus kan tevens dienen om de betekenis van de in Nederland bekende ‘Carringtondoctrine’ op te frissen. Dat betreft ook persoonlijk falen. Ferd Grapperhaus toont het persoonlijk met beeldmateriaal aan.

Foto: Schermafbeelding van eigen commentaar op Facebook, 28 augustus 2020.

Raad van Europa geeft delegatie van Russische Federatie stemrecht terug zonder voorwaarden te stellen of concessies te bedingen

Het artikel in RaamopRusland omschrijft waar het in essentie over gaat: ‘Met 118 stemmen voor, 62 tegen en 10 onthoudingen heeft de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) de Russische delegatie haar stemrecht teruggegeven. Daarmee is voor het eerst een Europese sanctie tegen Rusland wegens annexatie van de Krim opgeheven.’ Het is makkelijk om zwaar te tillen aan dit besluit en lastig om er niet zwaar aan te tillen. Als gevolg van dit besluit heeft Oekraïne aangekondigd de Raad van Europa te verlaten.

De voorstemmers verbergen hun stem achter drogredenen die te maken hebben met het opereren van de Raad van Europa en de vermeende invloed die het heeft in de Russische Federatie, de contributieschuld van de Russische Federatie en een voorstel voor een nieuwe joint reaction procedure die onder leiding van de SP’er Tiny Kox tot stand kwam. Feit dat de Russische Federatie in deze nieuwe procedure wordt genoemd laat zien dat die specifiek op het lijf van deze staat is geschreven. Kox hanteert een vreemde logica: omdat de Raad van Europa het stemrecht van de Russische Federatie om politieke redenen opschortte moet er beter naar elkaar geluisterd worden. Maar het geschil had niets met beter luisteren of een betere dialoog te maken, maar met Russische buitenlandse politiek in 2014 ten aanzien van Oekraïne die in strijd was met de democratische uitgangspunten van de Raad van Europa. Daarom werd het stemrecht van de Russische delegatie opgeschort.

Dat geschil bestaat nog steeds en is nog niet opgelost. De Russische Federatie houdt nog steeds in strijd met het volkenrecht en ondanks VN-resolutie 68/262 van 27 maart 2014 de Krim bezet en blijft de zogenaamde rebellen in Oost-Oekraine militair, economisch en politiek steunen. Mijn reactie bij dit bericht op Facebook:

Dat twee leden van de tegen het Kremlin aanleunende SP voor stemden mag geen wonder heten voor wie de animositeit van deze partij jegens Europa kent. Dat twee VVD’ers voor stemden is evenmin opmerkelijk. De VVD kent zo goed als geen principes en volgt vooral het rollen van het geld. Dat de principiële CDA’er Pieter Omtzigt tegen stemde is eveneens geen wonder. Hij trekt zich het lot van de nabestaanden van de MH17-slachtoffers aan. Maar dat de CDA’er Ria Oomen voorstemde is wel opmerkelijk. Wikipedia zegt op het lemma over haar: ‘Van Oomen is publiekelijk bekend dat ze een amoureuze relatie met EU-politicus Jean-Claude Juncker onderhoudt’. Maar zelfs dat kan geen verklaring zijn. TK-lid van het CDA Chris van Dam riep in een tweet van 23 juni 2019 de Nederlandse delegatie in de Raad van Europa op om in elk geval voorwaarden aan de Russische Federatie te stellen. Een zinvol uitgangspunt dat aan dovemansoren gericht bleek te zijn.

Foto’s 1 en 2: Schermafbeelding van deel artikel ‘Raad van Europa heft sanctie tegen Rusland wegens Krim op’ van RaamopRusland op Facebook en eigen reactie, 25 juni 2019.

Foto 3: Tweet van Chris van Dam (CDA), 23 juni 2019 met eigen reactie.

Culturele Hoofdstad Leeuwarden 2018 krijgt kritiek over opstelling inzake moord Daphne Caruana Galizia. Wat is de functie van kunst?

Directeur van de Culturele Hoofdstad Leeuwarden 2018 heeft ongewild de vraag opgeroepen wat de betekenis ervan is. Dat naar aanleiding van zijn uitspraak ‘Het wordt nu superpolitiek en daar branden we onze vingers liever niet aan’. Het gaat om VVD-burgemeester Tjeerd van Bekkum die voor deze uitspraak veel kritiek krijgt.

In een open brief bracht PEN International op zondag de zaak van de vermoorde Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia en het vastgelopen onderzoek naar haar moord onder de aandacht. Vooral de evenknie van Van Bekkum was onderwerp van kritiek: ‘In particular, we are outraged by the comments of Jason Micallef, Chairman of the Valletta 2018 Foundation, and as such the Capital of Culture’s official representative in Malta. Since her assassination, Micallef has repeatedly and publically attacked and ridiculed Daphne Caruana Galizia on social media, ordered the removal of banners calling for justice for her death and called for her temporary memorial to be cleared. This is far from appropriate behaviour for an official designated to represent the European Capital of Culture, and in fact serves to further the interests of those trying to prevent an effective and impartial investigation into Caruana Galizia’s death.’ De Maltese hoofdstad Valletta is in 2018 samen met Leeuwarden Culturele Hoofdstad en beide steden organiseren gezamenlijke projecten.

Van Bekkum zei ook dat de moord op Daphne Caruana Galizia in Malta ‘oud nieuws’ was. Dat wordt ontkend door critici die menen dat het onderzoek in de doofpot wordt gestopt en het een lopende zaak is die juridisch nog afgehandeld moet worden. Gevoegd bij Van Bekkums opmerking dat de Culturele Hoofdstad Leeuwarden 2018 de vinger niet aan deze kwestie wil branden roept dit niet alleen vragen op over de overtuiging van Van Bekkum. Dit gaat over de vraag of kunst midden in het leven staat en daar op reflecteert of niet. Als kunst een afgesloten domein is dat betrekkelijk los van de samenleving staat met betrokkenen in dat domein met gevijlde tanden die niet kunnen en willen bijten, dan is kunst geen kunst meer. Dan wordt kunst tot spektakel, evenement, marketing, bezoekcijfers en publiciteit. Getemd en ongevaarlijk als focus voor kunsttoeristen.

De negatieve publiciteit die Van Bekkum met zijn uitspraak oproept beschadigt Leeuwarden Culturele Hoofdstad zeer. Hem wachten twee keuzes. Of hij treedt af als directeur van Leeuwarden Culturele Hoofdstad of hij biedt z’n excuses aan, geeft toe dat zijn uitspraak fout was en onderneemt actie om het recht te zetten. Maar ontluisterend blijven hoe dan ook zijn gebrek aan moed en zijn verkeerd afgestelde politiek antenne die tot de uitspraak  leidden. En vooral zijn opvatting over kunst als projectmanagement. Daarin staat hij als politicus jammergenoeg allang niet meer alleen. In de optiek van politici mag kunst behagen en amuseren, maar niet gevaarlijk worden, confronteren of politieke betekenis hebben. Kunst als franje is de opvatting die Van Bekkum en zijn collega’s over kunst hebben. Van Bekkum is daar slechts een symbool van, geen oorzaak.

Foto 1: Tweet van Pen Nederland, 16 april 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelCulturele Hoofdstad waagt zich niet aan protest na moord Malta’ in de Leeuwarder Courant, 16 april 2018.

Foto 3: Tweet van ‏Matthew Caruana Galizia, 16 april 2018. 

DDS zet kruistocht tegen NRC voort en misbruikt CDA’er Pieter Omtzigt, de nabestaanden van de MH17 en de journalistiek

Rechtse media en politici raken niet uitgesproken over wat CDA-kamerlid Pieter Omtzigt zou zijn aangedaan door NRC. Feitelijk is Omtzigt begin november op een bijeenkomst over de MH17 door Andreas Kouwenhoven en Wilmer Heck op een onzorgvuldigheid betrapt, heeft hij daarover zijn spijt betuigd en is de zaak daarmee afgedaan. Maar in navolging van de continue aanvallen van president Trump op de gevestigde media (op onder meer CNN, Morning Joe/MSNBC, The Washington Post) prent alternatief rechts van Nederland zich in dat aanvallen op de zogenaamde mainstream media lonen. Ook en juist indien ze geen enkele grond in de werkelijkheid hebben. DDS klopt deze kwestie voor eigen politiek gewin op. Pieter Omtzigt wordt zo voor een karretje gespannen waarvan het de vraag is of hij daarmee gediend is. DDS voert in een artikel de ‘voormalig Telegraaf-journaliste’ Jolande van der Graaf  op die de aanval op NRC mag openen. Mijn reactie bij het artikel:

Het is niet de taak van media om politiek te bedrijven. Daar is de oppositie voor. Dat geldt in gelijke mate voor NRC, Jolande van der Graaf of DDS. Ze moeten het voeren van oppositie overlaten aan de oppositie. Wat media zeker niet moeten doen is politiek stelling nemen en denken dat ze een soort politieke partij zijn en daar vervolgens naar moeten handelen. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van de media. Media moeten het nieuws verslaan.

Het is de vraag of beide journalisten van NRC in de kwestie Omtzigt-MH17 hun boekje te buiten zijn gegaan. En het is ook de vraag of in hun reactie Jolande van der Graaf of DDS hun boekje te buiten zijn gegaan.

Feit is dat Pieter Omtzigt in een FB-bericht van 13 november naar aanleiding van de berichten in NRC schreef: ‘Na de berichtgeving heb ik zaterdag aangegeven dat ik op deze bijeenkomst onzorgvuldig heb gehandeld, en dat ik dat betreur.’ Omtzigt gaf ook aan zijn woordvoerderschap over de MH17 ‘de komende tijd’ neer te leggen. Fractieleider Buma voegde hieraan toe dat Omtzigt fouten heeft gemaakt en ‘onzorgvuldig’ heeft gehandeld.

Kortom, Omtzigt heeft aangegeven onzorgvuldig in deze kwestie te hebben gehandeld. Dat staat haaks op wat Jolande van der Graaf of DDS er een maand later van maken. Waarschijnlijk uit politieke bedoelingen. Zoals gezegd is dat geen functie van de journalistiek.

Van der Graaf schuift de NRC-journalisten van alles in de schoenen dat niet in lijn is met de gang van zaken. Zo spreekt ze erover dat ze Omtzigt ervan hebben beticht ‘bewust Russisch nepnieuws te verspreiden’. Dat zuigt ze uit haar duim.

Het verwijt dat Omtzigt treft is dat hij naïef en onzorgvuldig is geweest -wat hij zelf toegeeft- en door mee te werken aan speculaties de nabestaanden onnodig in verwarring heeft gebracht. Het was de ‘getuige’ Alexandr die helemaal geen getuige bleek te zijn die zich liet kennen als een verspreider van nepnieuws. Omtzigt had afstand tot deze nepgetuige moeten houden en zich niet met hem in moeten laten. Achteraf betreurt Omtzigt dat.

NRC heeft verslag gedaan en onthult dat Omtzigt onzorgvuldig heeft gehandeld op genoemde bijeenkomt waar Alexandr sprak. Dat is normale journalistiek waar niks mis mee is. Als Omtzigt zich inzake deze kwestie benadeeld voelt door de verslaggeving van NRC, dan kan hij uiteraard een klacht indienen bij de Raad voor de Journalistiek. Dan worden de zaak in detail bekeken. Het is aan Omtzigt om daarover te beslissen. Hij heeft er weinig aan dat hij door politieke activisten die zich journalist noemen tegen zijn wil in gebruikt wordt in hun kruistocht tegen de gevestigde media.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelVoormalig Telegraaf-journaliste: ‘Pieter Omtzigt moet NRC voor de Raad voor Journalistiek slepen én aangifte doen van smaad en laster’’ van Micheal van der Galien op DDS, 12 december 2017.