Repliek op het artikel ‘Ons eigen landje, maar deel van Nederland’ over Zeeuws-Vlaanderen

Schermafbeelding van deel artikel Ons eigen landje, maar deel van Nederland van Nina Rijnierse in De Groene Amsterdammer, 26 januari 2022.

Nina Rijnierse maakte met steun van de Vlaams-Nederlandse Journalistenbeurs een artikel over Zeeuws-Vlaanderen dat op 26 januari 2022 in De Groene werd gepubliceerd. Het is aardig om te lezen, maar kiest een te nauw perspectief en loopt het gevaar er een safari van exotisme van te maken.

Rijnierse maakt een rondgang door dit deel van Zeeland onder de Westerschelde met ongeveer 105.000 inwoners en concentreert zich op de grensstreek. In deze krimpregio spreekt ze in Westdorpe en Sluiskil maar ook in Hoofdplaat inwoners die hun visie op de demografische en politieke ontwikkelingen geven. Dat speelt op dorpsniveau.

Zij raakt de roos als ze verwijst naar het verdwijnen van allerlei overheidsdiensten uit Zeeuws-Vlaanderen. Ze noemt het ‘Kantongerecht, belastingdienst, douane faciliteiten, Kamer van koophandel, UWV, CBR, Marechaussee, GGZ’ die ze overneemt uit de niet aangenomen motieZeeuws-Vlaanderen Wingewest‘ in de Terneuzense raad uit juni 2020 van PvdA’er Laszlo van de Voorde. Overigens een onevenwichtige motie die aannames doet zoals ‘wijdverbreide gevoel niet meer volledig bij Nederland te horen’ die niet door de feiten of onderzoek ondersteund worden.

Het verdwijnen van deze overheidsdiensten uit een regio is inderdaad opvallend maar is niet specifiek voor Zeeuws-Vlaanderen of krimpgebieden in algemene zin. Overheden en semi-overheden hebben overal in Nederland ingezet op schaalvergroting en rationalisatie. Met als nadeel dat de afstand tot de overheid overal toeneemt en burgers zich niet meer gehoord voelen. Wie nu een klacht in moet dienen over een milieudelict over Dow Chemical in Terneuzen moet bellen naar de regio Rijnmond waar Zeeland onder ressorteert. In regio’s als Groningen, Achterhoek, Zuid-Limburg of Drente zullen inwoners zich evenmin gehoord voelen.

Het is jammer dat Rijnierse het gepolder met de Hedwige polder laat liggen en niet noemt. Waarom dat zo is blijft gissen. Nu zelfs het lokale GroenLinks zich tegen ontpoldering uitspreekt had De Groene geen vrees moeten hebben om dit aspect in een verhaal over Zeeuws-Vlaanderen op te nemen.

In de ontpoldering van de Hedwige polder tot ‘natuurgebied’ die nu door de Vlaamse overheid versneld wordt uitgevoerd komt al het ongenoegen van Zeeuws-Vlaanderen samen. Het idee is dat de Belgen vrezen voor een juridische nederlaag vanwege de vervuiling van de Westerschelde door het kankerverwekkende PFAS van onder meer de 3M-fabriek in het Belgische Zwijndrecht en daarom een voldongen feit willen realiseren voordat ze door de rechter worden teruggefloten. Vraag is of dat zorgvuldig bestuur van de Vlaamse overheid is en het van goed nabuurschap getuigt om zo met Zeeuwse buren om te gaan.

Dat ongenoegen bestaat uit de macht van de Antwerpse haven die de Nederlandse overheid in de houdgreep heeft, een zwak opererend Zeeuws provinciaal bestuur dat weinig voor elkaar krijgt, slecht georganiseerd is en geen profiel voor de toekomst durft te kiezen (industrie, kwaliteitstoerisme, natuur, zorg en gepensioneerden) en natuurorganisaties die als verraders worden gezien omdat ze zich laten lijmen door de grootindustrie tegen de belangen van de gewone Zeeuws-Vlamingen en boeren in. Dat komt bovenop de nadelen die elke krimpregio treffen.

In grensstreken is altijd grensverkeer. Dat is ook zo in Limburg en Twente waar Nederlanders in Duitsland wonen en werken of Duitsers zich oriënteren op Nederland. De instroom van Belgen in Zeeuws-Vlaanderen is niet nieuw en moet ook niet zo voorgesteld worden. Na de Eerste Wereldoorlog bleven vele naar Zeeuws-Vlaanderen gevluchte Belgen daar na de oorlog wonen. Binnen families trouwen al eeuwen Zeeuws-Vlamingen met Vlamingen. De culturele verschillen met Vlamingen uit de grensstreek zijn kleiner dan met ‘Hollanders’.

Daarmee is echter niet gezegd dat Zeeuw-Vlamingen vinden niet meer bij Nederland te horen, zoals Laszlo van de Voorde in zijn motie stelde. Integendeel, je zou zelfs kunnen zeggen, dat ze door de verschillen die ze ervaren zich er juist meer van bewust zijn om Nederlander te zijn. Dan gaat het wel om de variant van Nederlanderschap die zowel lokaler als internationaler is dan het ‘Hollanderschap’ dat in Nederland dominant is. Dat aspect laat Rijnierse liggen. Het lijkt in het van oorsprong katholieke oostelijke deel (Hulst) trouwens minder ervaren te worden dan in het van oorsprong protestante westelijke deel (Terneuzen, Sluis). Wel lijkt het juist om te beweren dat Zeeuws-Vlamingen zich door ‘Den Haag’ (en ook ‘Middelburg’) in de steek gelaten voelen. Dat is de kern, maar niet uniek voor Zeeuws-Vlaanderen.

Advertentie

Buurtsupers in krimpregio’s hebben de toekomst van het verleden

Krimp is niet zomaar een kwestie die makkelijk te overzien valt en de krimpcoach het antwoord op heeft. Hij meent dat het voor inwoners van kleine dorpen belangrijk is om elkaar te ontmoeten, maar dat dat niet per se in de buurtsuper hoeft te zijn. Dat lijkt op de aan Marie-Antoinette toegeschreven onbedoelde kwinkslag ‘Als ze geen brood hebben, dan eten ze toch cake!’. De zwarte humor in Drenthe wordt door de geschiedenis gekleurd. Ook burgers in krimpgebieden hebben een meervoudige identiteit. Ze willen voorzieningen houden en zien liever geen sociale functies uit hun dorp verdwijnen, maar ze denken ook aan hun portemonnee. De buurtsuper in het Drentse Gasselte gaat dicht, terwijl die in Gasselternijveen weer open gaat. Groeikrimp.

Woord ‘krimp’ van hogerhand verboden in Zeeland. Tegen beter weten in

ZB

Conny van Gremberghe zet me op het spoor met een column over ‘De verboden woorden in Zeeland’: ‘We verbieden vanaf heden het gebruik van woorden en begrippen als expulsiegebied, krimp, ontgroening, vergrijzing, negatief migratiesaldo, ontkerkelijking, ontpoldering, ontheemden, oud en minder en Delta, zodat al die negatieve connaties tot het verleden behoren.’ In variatie op Ockhams scheermes is dit het Zeeuwse scheermes. Wegscheren van negatieve connotaties om bij de politiek correcte verklaring uit te komen.

Aanleiding is een bericht in de PZC over ZB-directeur Perry Moree die door Gedeputeerde Staten op het matje is geroepen over het item ‘Krimp in Zeeland: de ouderen blijven over’ in Nieuwsuur van 14 augustus 2015. Daarin voorspelt Dick van der Wouw van Planbureau Zeeland dat Zeeland tot ‘zeker 2040’ verder zal krimpen en de bevolking met 20.000 tot 360.000 zal afnemen. PZC citeert Moree: ‘Het verleidde Moree tot deze ‘anekdote’. “Na een uitzending van Nieuwsuur (..) moest ik op gesprek komen bij twee gedeputeerden. Zij hadden zich gestoord aan de toonzetting. Ik heb daarna bij ons het woord krimp verboden. Dat is nu het K-woord. Wie het nog gebruikt, krijgt met mij te maken.” Dat laatste klinkt akelig dreigend van Moree.

Maar door een term te verbieden is het verschijnsel nog niet weg. Moree reageert bij het bericht in de PZC en krijgt hoon over zich heen van onder meer journalist Bob Lagaaij die zegt: ‘In wolken van mist – en dito taalgebruik – verdwijnt de heer Moree uit het zicht. ,,Krimp hoeft niet perse een negatieve connotatie te hebben”. Nou dan: gebruik het woord gewoon.’ Moree maakt het ook wel onnodig pijnlijk door zowel zijn taalgebruik als zijn manier van redeneren: ‘Na een goed gesprek met diverse Gedeputeerden naar aanleiding van het programma Nieuwsuur (onderwerp: Krimp in Zeeland) heb ik zelf intern in ZB de lijn ingezet dat krimp niet per se een negatieve connotatie hoeft te hebben. De onafwendbare demografische verandering (minder jeugd, meer senioren), die in Zeeland heftiger plaatsvindt dan op andere plaatsen, biedt juist ook veel kansen op de verdere ontwikkeling van de kwaliteitsprovincie Zeeland, waar het goed wonen, studeren en werken is.

Verklaring voor deze woordenstrijd en het verbieden van het woord krimp is het karakter van ZB waarvan Moree directeur is. ZB dat staat voor Planbureau en Bibliotheek van Zeeland afficheert zichzelf als ‘de grootste culturele instelling in de provincie Zeeland en is één van de toonaangevende bibliotheken in Nederland.’ Dus Planbureau Zeeland is onderdeel van een culturele instelling. In Zeeland is planologie en demografie geen wetenschappelijke reflectie op de ruimtelijke planning of de samenstelling van de bevolking, maar afgeleide van menselijk handelen. In dit geval door wat Gedeputeerde Staten verordonneert en de ZB-directeur opvolgt.

Foto: Schermafbeelding van ‘Over ZB’.

Jan Lievens presenteert plan voor ‘Petit Paris’ met Eddy Terstall

Een speelfilm met een budget van 1,7 miljoen euro en een cameo voor de West-Zeeuwsvlaamse topkok Sergio Herman als streekpromotie in een krimpregio. Ga er maar aan staan. Jan Lievens uit IJzendijke gaat niet voor minder en heeft al een regisseur op het oog: Eddy Terstall. Werktitel ‘Petit Paris’. Over windmolens. Dat doet denken aan Don Quichotte. Initiatiefnemer Lievens kiest niet voor een documentaire met bijvoorbeeld de geboren Axelaar Jos ‘Het is een schone dag geweest’ de Putter als regisseur of als uitvoerend producent.

Zeeuws-Vlaanderen kan zich opmaken voor een soort remake van De Zwarte Ruiter (1983). Beoogd producent is Matthijs van Heijningen sr. Vraag is hoe zich dat verhoudt tot Eddy ‘no-budget’ Terstall. Wellicht is het een goed idee om nu al te beginnen met ‘The Making of Petit Paris’. Niet zelden spannender dan de film zelf.