George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Narrowcasting

KPN stopt doorgifte van TV5. Waarom dat zo is wordt niet helder

with one comment

Als abonnee van KPN-dochter xs4all kan ik sinds 1 juli TV5 niet meer ontvangen. KPN heeft de doorgifte ervan gestaakt. Overigens juist op het moment dat de altijd actieve Franse taal- en cultuurpolitiek zich via TV5 richt op het Nederlandstalige taalgebied en programma’s Nederlands ondertitelt. TV5 is ingewisseld voor France 2 zo geeft KPN aan. Het waarom van de omwisseling is onduidelijk en kan KPN niet goed uitleggen.

Halszaak is het niet, maar als liefhebber van de Franse taal en cultuur en van Franse films ben ik bang dat dit besluit van KPN voor iets anders staat. Namelijk voor eenheidsworst, het verdringen van het minder gangbare, doorgaande verengelsing, en de fragmentatie van de samenleving die verwordt tot een echokamer waar tegengestelde meningen elkaar niet meer treffen. De ambitie van de publieke omroep met broadcasting wordt opgegeven en burgers worden door commerciële aanbieders  gereduceerd tot consumenten en opgesloten in hun reservaten van narrowcasting. Dat is geen kijken meer, maar nakijken. Mijn reactie op een forum van KPN:

Waarom KPN precies kiest voor het inwisselen van TV5 door France2 heeft het me niet duidelijk kunnen maken. Ik ben abonnee bij KPN-dochter xs4all en ontvang net als klanten van KPN en Telfort geen TV5 meer. Dat betreur ik.

Ik begrijp dat veranderingen soms nodig zijn. De selectie van programma’s verandert continu omdat het aanbod en de vraag veranderen. Daarom kan ik het billijken als er een zender voor een groeiende etnische bevolkingsgroep of een populair geworden themazender bijkomt. Daarin moeten kijkers flexibel zijn.

Ik begrijp echter niet waarom een kwalitatief hoogwaardige zender als TV5 die ook nog eens geld investeert in het Nederlandse taalgebied door Nederlandse ondertiteling aan te bieden door KPN uit het pakket wordt gehaald. TV5 biedt klassieke Franse films die nergens anders op het open net te zien zijn, reisprogramma’s en programma’s over Frankrijk en de Franse cultuur wereldwijd.

In het basispakket is TV5 slechts min of meer vergelijkbaar met ARTE dat in Utrecht waar ik woon de Duitse versie doorgeeft. Niet Nederlands ondertiteld overigens. Van de tientallen zenders in het basispakket zijn TV5 en ARTE de enige zenders die een kunstzinnig, cultureel en cinematografisch geïnteresseerd publiek redelijk weten te bedienen. Trouwens ook met nieuwswaardige documentaires die achtergrondinformatie geeft die verder gaat dan het journaal van de dag.

Men kan kunst en cultuur niks vinden en zweren bij sport, nieuws en amusement, maar de kern is dat op een totaalpakket van tientallen zenders TV5 met ARTE unieke programma’s biedt die in het basispakket nergens anders te zien zijn.

De programmacommissie van KPN moet met het oog op uniciteit, bereik en haalbaarheid een evenwichtige afstemming binnen het basispakket tussen allerlei interesses, doelgroepen en thema’s in de gaten houden en optimaliseren. Dat is schipperen, wikken en wegen. De vraag is overigens ook welke deskundigheid in de programmacommissie van KPN die gaat over de selectie en doorgifte van zenders aanwezig is. Welke inhoudelijke expertise op het gebied van Theater-, Film- en Televisiewetenschap is bij KPN verzameld om een evenwichtige – en programmatisch-inhoudelijke – afweging mogelijk te maken? Zonder antwoord blijft de twijfel bestaan dat die expertise ontbreekt.

De vraag die dan ook gesteld dient te worden is wat het niet meer doorgeven van TV5 voor de uniciteit van het basispakket betekent. De aanvullende vraag is of de programmacommissie zich dat bij haar besluit voldoende gerealiseerd heeft of pas achteraf tot het volle besef is gekomen wat het gedaan heeft. Wellicht omdat het enkel en alleen heeft geredeneerd vanuit het bereik en de commercie. Als dat zo is, dan dreigt waarschijnlijk ARTE het volgende slachtoffer van deze manier van denken te worden.

KPN zet dus om vooralsnog onduidelijke redenen een streep door de doorgifte van TV5. Men zou bijna denken dat het de klanten die in kunst en cultuur geïnteresseerd zijn niet belangrijk genoeg vindt en afschrijft. Ik wil graag geloven dat dat zo niet is, maar KPN weet sterk de indruk te wekken dat het uit de kijkcijfers de kwaliteit denkt te kunnen afleiden.

Het gaat er niet om om France 2 te bekritiseren. Die zender zal ongetwijfeld ook fans hebben. Het is de grootste Franse publiekszender met veel sport, informatie en amusement. Maar het springende bezwaar is zoals gezegd dat dat soort zenders met opnieuw de Tour de France, het WK Voetbal of Roland Garros al ruimschoots in het basispakket vertegenwoordigd zijn. Journaals van France 2 geeft TV5 trouwens ook door. Kortom, France 2 is minder uniek dan TV5. Dus dat roept alleen nog maar meer vragen op over de meerwaarde van de omwisseling.

Ik blijf dus met de onbeantwoorde vraag zitten wat nou de exacte reden voor KPN was om TV5 uit het pakket te gooien. Was dat om commerciële, inhoudelijke, technische of andersoortige redenen?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTV5MONDE BETREURT BESLISSING KPN STOPZETTEN DOORGIFTE’ op MediaMagazine.nl, 24 mei 2018.

Advertenties

Written by George Knight

5 juli 2018 at 17:21

NOS Journaal de fout in met alternatieve feiten over Oekraïne. Waarom gaat het mis?

with 6 comments

nos

De hedendaagse nieuwsconsument kan breed georiënteerd zijn. Met wat talenkennis, historische kennis en een dosis nieuwsgierigheid kunnen de nationale nieuwsmedia voor veel internationaal nieuws overgeslagen worden. Want waarom de NRC, De Volkskrant, Trouw of de NOS geraadpleegd als ze verwijzen naar dezelfde media die in real time thuis online te raadplegen zijn? Met het nadeel dat ze daarmee 1 of 2 dagen en voor kranten in het weekend zelfs 3 dagen achterlopen op de primaire bron die rechtstreeks te raadplegen valt.

Wat een nationaal nieuwsmedium waarde geeft is verslaggeving over nationaal nieuws dat regio’s overstijgt, analyse van het belangrijkste internationale nieuws en de ontsluiting van kleine taalgebieden en moeilijk te bereiken regio’s. Om economische redenen bezuinigen Nederlandse media op hun correspondentennetwerk zodat dit voordeel steeds meer wegvalt. Wie iets wil weten over Mongolië, Groenland, Siberië of andere verre gebieden moet op zoek naar primaire bronnen of Engelstalige platforms die informatie over zo’n land geven.

Kortom, de uitgangspositie van een nationaal nieuwsmedium is lastig. Een deel van de goedgeïnformeerde nieuwsconsumenten laat het links liggen omdat het sneller en zonder selectie vooraf zelf feilloos online de bronnen van het nieuws weet te vinden. En daar duiding aan weet te geven. Maar een ander deel van de nieuwsconsumenten is door gebrek aan tijd, kennis, inzicht of interesse voor de informatievoorziening en de duiding van het nieuws wel afhankelijk van de nationale nieuwsmedia. Deze splitsing maakt het voor een nationaal nieuwsmedium lastig om de goede toonhoogte te vinden en een gemiddelde nieuwsconsument op de juiste manier aan te spreken. Want de ene nieuwsconsument weet veel te veel en de andere te weinig.

Feitelijk is dit het failliet van het idee van broadcasting dat steeds meer vervangen wordt door op specifieke doelgroepen gerichte informatie, narrowcasting. Technisch en economisch is dat bereik mogelijk geworden. Maar dat doelgroepenbeleid kent het nadeel van de isolatie die door de opgang van de sociale media steeds manifester wordt en als een bijna niet meer weg te poetsen nadeel wordt gezien. Op sociale media zijn in zichzelf gekeerde reservaten ontstaan waar nieuwsconsumenten gevoed worden door algoritmen die steeds weer de eigen voorkeur herhalen. Ze verkeren nog uitsluitend met gelijkgestemden. Nieuwsconsumenten die het eigen gelijk bevestigd willen zien worden niet meer uitgedaagd om verder te denken en dat gelijk ter discussie te stellen. Verbinding van groepen is de opdracht van actuele broadcasting. Nieuwsvoorziening is middel en doel, maar bevat ook een gratis cursus burgerschapskunde, integratie en staatsinrichting.  

Nationale nieuwsmedia hebben dus een verantwoordelijke taak die ook educatie omvat. Gisteren viel ik van mijn stoel van verbazing vanwege een item van 20 seconden over Oekraïne in het NOS Journaal van 20.00 uur dat presentator Rob Trip voorlas. Het begon zo: ‘Voor het eerst in maanden vechten Oekraïense militairen en pro-Russische separatisten weer tegen elkaar’. Deze zin zit er volledig naast en licht de nieuwsconsument foutief voor. Wie ook maar zijdelings de berichtgeving uit Oost-Oekraïne volgt weet dat het aantoonbaar onjuist is dat afgelopen maanden de oorlog heeft stilgelegen. Al sinds voorjaar 2014 is het het strijdtoneel van felle gevechten. Die zijn nooit geluwd, met elke dag doden of gewonden aan Oekraïense kant. En aan de andere kant evengoed. Dat valt door de redactie van het NOS Journaal met een eenvoudige check na te gaan.

Als er de afgelopen maanden op een buitenlandse missie type Uruzgan zoveel Nederlandse militairen zouden zijn gesneuveld als Oekraïense militairen in de oorlog met de Russische Federatie, dan zou de Nederlandse pers moord en brand schreeuwen. Het lijkt er sterk op dat de redactie van het NOS Journaal inzicht, detailkennis, journalistieke nieuwsgierigheid en gewoonweg belangstelling mist om een item van 20 seconden over Oekraïne anders dan plichtmatig af te handelen en van een tekst te voorzien die de lading dekt. Dit is een schandalig gebrek aan journalistiek vakmanschap van het NOS Journaal dat er met de pet naar gooit.

Het correspondentennetwerk van de NOS is ongelijk van kwaliteit en dat heeft zijn weerslag op de teksten die de presentator in de mond gelegd krijgt. De vaste Moskou-correspondent David Jan Godfroid covert sinds 2012 met incidentele uit Nederland ingevlogen reporters als Gert-Jan Dennekamp Oekraïne en blijft een zorgenkindje. Over Godfroid schreef ik in 2015: ‘De opstelling van David Jan Godfroid is een blamage voor de Nederlandse journalistiek en zijn reportages zijn ondermaats. Ze verklaren niet en voegen niets toe aan wat we al weten. (..)  Godfroid veronachtzaamt actuele bevindingen en lijkt geen stelling te durven nemen in deze oorlog. Vreest hij voor zijn hachje in Moskou of heeft hij zich in Moskou een Russische bril aangemeten waardoor hij niet helder ziet wat er in Oekraïne gebeurt? De NOS zou er verstandig aan doen Godfroid niet meer richting Oekraïne  te sturen en tijdelijk een geschikte correspondent in Kiev te stationeren.’ En in 2014 schreef ik over de twee journalisten: ‘Omdat NOS-journalisten David Jan Godroid en Gert Jan Dennekamp elk analytisch talent ontberen en weinig politiek inzicht hebben houden ze zich per definitie op de vlakte als het om duiding gaat. Ze verschuilen zich in nietszeggendheid achter hun in Hilversum bijgespijkerde valkuil van hoor en wederhoor wat hun als idee van evenwichtige journalistiek is bijgebracht.

Terwijl er kritiek is op president Trump die alternatieve feiten tot leidend begrip in zijn beleid maakt en media zich schrap zetten om dat te corrigeren gaat het NOS Journaal uit onbenulligheid, kwaadwilligheid of gewoon desinteresse de fout in. Zelfs voor de gemiddelde nieuwsconsument is het een ABC-tje dat de Oekraìens-Russische oorlog in de afgelopen maanden niet geluwd is en de zogenaamde pro-Russische separatisten in Donetsk en Loehansk al sinds zomer 2014 ‘opgeruimd’ of vervangen zijn door reguliere Russische militairen of lokale pionnen die als window dressing dienen en vanuit het Kremlin aangestuurd worden. Bij het Journaal woedt bij items over de Russische Federatie of Oekraïne de geest van Godfroid die relativeert als een filosoof, maar niet duidt als een journalist. Die filosofische nietszeggendheid dient om de waarheid te verhullen en onzin te verkopen. Waarom de hoofdredactie van het NOS Journaal genoegen neemt met de ondermaatse berichtgeving over het voor Nederland en de EU zo belangrijke Oekraïne is de terugkerende vraag geworden.

Foto: Schermafbeelding van item over Oekraïne in het NOS Journaal van 20.00 uur op 31 januari 2017.

Journalistiek VS onder vuur moet samenwerking en ambitie tonen

with 2 comments

opc

Een terugkerende vraag op dit blog is hoe journalisten van de gevestigde media denken. Waarvoor springen ze in de bres? Zijn ze behoudend in hun denken en kunnen ze buiten hun eigen kring denken? Wat is hun politieke filosofie? Deze vragen zijn niet los te zien van veranderingen in de media. Het internet doet gedrukte media sluiten en nieuwe verdienmodellen ervoor worden ontwikkeld. Professionele blogs zijn in opmars, maar richten zich niet meer op een breed publiek. Dat wordt gefragmenteerd. Broadcasting wordt narrowcasting.

Journalisten mogen aan hun eigen hachje denken. Een journalist hoeft niet vanwege een mening de eigen baan in gevaar te brengen. Vaak kiezen ze midlife eieren voor hun geld en stappen over naar bedrijfsleven of de overheid. De overstap van de controle op de macht naar de controle van de media kleedt de journalistiek nog verder uit. Maar wacht even … de journalistiek wordt toch beschouwd als een venster op de democratie en zijn het niet de journalisten zelf die dat beeld in stand houden? Koesteren, zelfs. Kan de journalistiek die pretentie nog waarmaken of is het een oud beeld waarmee de media alleen uit marketingoogpunt leuren?

Juist op die overgang van een gesloten naar een open beroepsgroep kondigde zich de affaire WikiLeaks aan. Die vooral in de VS en het Verenigd Koninkrijk tot debatten leidde. Vanaf de zomer van 2010 werd Julian Assange in het geheim tegengewerkt door de Amerikaanse regering die alles in het werk stelde om hem publicitair onschadelijk te maken. Via inzet van media. Da’s half gelukt. WikiLeaks werd economisch -en illegaal- tegengewerkt door de regering-Obama en moest temporiseren, maar bleef doorgaan met onthullingen. De harde aanpak van klokkenluiders bezorgde president Obama een slechte naam bij mensenrechtenactivisten en in progressieve kring. Alleen niet in de gevestigde media. Tot afgelopen maand.

Kevin Gosztola zet op firedoglake.com de feiten op een rij. Hij pleit ervoor dat journalisten in samenwerking zelfverzekerd hun recht nemen en stoppen zich te gedragen als slachtoffer van een restrictieve overheid. In progressieve kring werd de recente opwinding over het registreren van de AP-journalisten en de beschuldiging door het ministerie van Justitie van Fox News journalist James Rosen als opportunistisch gezien. Pas toen collega nieuws- en onderzoeksjounalisten werden aangepakt, kwamen ze in het geweer. Wat is dan nog de ‘democratische meerwaarde’ van de journalistiek als de meerderheid van journalisten pas reageert als het persoonlijk wordt? Toen Assange in 2010 zonder aanklacht op een Red Notice-lijst van Interpol werd gezet en door Amerikaanse politici en opinieleiders naar de andere wereld werd gewenst zwegen ze.

Gosztola verwijst naar een commentaar uit december 2010 van Nancy Youssef over de prestigieuze ‘The freedom of the press committee of the Overseas Press Club of America‘ dat Assange not one of us verklaarde. Hierboven afgebeeld. Journalisten van ‘The Freedom of The Press Committee‘ spraken zich dus uit tegen een organisatie die in z’n eentje voor meer onthullingen zorgde dan alle journalisten van de wereld bij elkaar. Het commentaar verdraait ook nog eens feiten zoals het idee dat WikiLeaks documenten niet redigeerde en geheimen onthulde. Ook nu nog beschamend om te lezen omdat het doet uitkomen dat journalisten onder het mom van ‘persvrijheid’ de persvrijheid geweld aandoen en toetreders buiten de deur houden. Zo denken journalisten. Als reactie lanceerden progressieve kringen eind 2012 de Freedom of The Press Foundation.

Foto: Schermafbeelding van commentaar van 9 december 2010 door Jeremy Main, Larry Martz and Kevin McDermott van The freedom of the press committee of the Overseas Press Club of America over WikiLeaks.