Waarom handelde mijn overgrootvader ook in orgels en piano’s?

Schermafbeelding van deel pagina 3 van de Ter Neuzensche Courant / Neuzensche Courant / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 6 januari 1900 |. Collectie: Krantenbankzeeland.nl.

Zo op het eerste gezicht is het raar. Firma J. de Smidt-Pothoven in Terneuzen adverteert in 1900 in een plaatselijk blad voor ondergoed van Jansen & Tilanus en voor Amerikaanse orgels uit de fabrieken van Story en Clark in Chicago. Dat zijn nogal uiteenlopende branches. Hoe zit dat?

Niet geheel toevallig wordt mijn interesse gewekt door het feit dat de firma J. de Smidt-Pothoven het familiebedrijf was van mijn vaders kant. Een middenstandsbedrijf dat handelde in woningtextiel en aanverwante artikelen.

Mijn grootvader Geerard de Ridder trouwde in 1907 met Johanna Constantia Apollonia de Smidt. Zij was de op een na jongste dochter van Jannis de Smidt en Johanna Cornelia Pothoven. Ze hadden de Firma J. de Smidt-Pothoven (dus Jannis de Smidt en Johanna Cornelia Pothoven) opgericht.

De gegevens kloppen niet dat Jannis pas in 1914 winkelier of manufacturier werd. Dat ligt eerder zoals de advertenties leren. Hij trouwde in 1876. Al in 1878 zijn er advertenties van J. de Smidt-Pothoven in de lokale krant te vinden. Men mag aannemen dat deze firma rond 1877 is opgericht.

Dus in 1900 werd de Firma J. de Smidt-Pothoven die woningtextiel verkocht nog uitgebaat door mijn overgrootvader Jannis de Smidt en zijn ‘zure vrouw’ mijn overgrootmoeder Jans Pothoven. En nog niet door mijn grootvader Geerard. (De dubbele ‘e’ ontstond door een fout bij de geboorteaangifte).

Schermafbeelding van advertentie van J. de Smidt-Pothoven voor orgels en piano’s. In Ter Neuzensche Courant / Neuzensche Courant / (Algemeen) nieuws en advertentieblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen | 3 december 1904. Collectie: Krantenbankzeeland.nl.

In de familieverhalen heb ik nooit iets gehoord over een agentschap of handel in orgels. Er werd ook geadverteerd met piano’s, zoals in 1904. Naar ik heb kunnen nagaan verschenen deze advertenties altijd in combinatie met een advertentie voor woningtextiel op dezelfde pagina. Vreemd is het bij nader inzien niet. Er werd ook zeep of namens Van Schaick & Co uit Amsterdam in 1879 door de Firma J. de Smidt-Pothoven thee verkocht:

Schermafbeelding van advertentie van Van Schaick & Co in Middelburgsche Courant | 14 juli 1879 | pagina 3. Collectie: Krantenbankzeeland.nl.

Maar het verhaal krijg ik (voorlopig) toch niet rond. Waarom handelde Jannis de Smidt naast zijn winkel in woningtextiel ook in orgels en piano’s? Was dat om een centje bij te verdienen? Dat leek logisch in de opstartfase rond 1877, maar niet meer dan 25 jaar na oprichting. Was het wellicht een hobby of een wederdienst voor een vriend of kennis? Wie weet.

Economische geschiedschrijving is nooit af. Dat leert een middenstandsbedrijf in het Zeeuws-Vlaamse Terneuzen (of Ter Neuzen, Neuzen of Ter Nose). Het verkocht meer dan textiel alleen.

Openluchtexpositie in Terneuzen (1968)

Schermafbeelding van artikel ‘Openluchtexpositie in Terneuzen’ in de PZC van 14 mei 1968. Via Krantenbank Zeeland.

Ik schreef in 2019 in een commentaar over de galerie J34 van Jan Juffermans in Terneuzen. Een woestijn waar kunst niet makkelijk groeit. Toch gebeurde er soms iets waarvan men pas achteraf constateert hoe bijzonder het was.

Bovenstaand stukje in de PZC van 14 mei 1968 over een opening in J34 met werk van Ben d’Armagnac en Gerrit Dekker is kostelijk. Er hangt op de tentoonstelling werk waar de kunstenaars ‘niet helemaal achter staan‘, maar die toch wordt getoond omdat het ‘hun ontwikkeling‘ duidelijk in beeld brengt. Dat is ruimhartig gedrag van deze kunstenaars.

Volgens inleider en toenmalig directeur van het Zeeuws Museum Piet van Daalen rekenen beide kunstenaars radicaal af met datgene wat ‘men’ onder kunst verstaat. Dat is een prikkelende gedachte. Kunst die afrekent met kunst. Kan dat eigenlijk wel?

Bouwwerk “houten huisje” van Gerrit Dekker‘, 1968. Collectie: Beeldbank Zeeland. Copyright: PZC.

De huisjes van D’Armagnac en Dekker werden op verschillende locaties in Terneuzen geplaatst. Hier aan de Guido Gezellestraat, hoek Zuidlandstraat. Liggend in horizontale toestand.

De foto is nog op een andere manier bijzonder omdat op de achtergrond de nieuwbouw van het Petrus Hondius Lyceum plus Schouwburg te zien is. Mijn middelbare school die uit de binnenstad werd verbannen. Want Terneuzen was een groeigemeente en moest groeien. Met huizen en huisjes.

Repliek op het artikel ‘Ons eigen landje, maar deel van Nederland’ over Zeeuws-Vlaanderen

Schermafbeelding van deel artikel Ons eigen landje, maar deel van Nederland van Nina Rijnierse in De Groene Amsterdammer, 26 januari 2022.

Nina Rijnierse maakte met steun van de Vlaams-Nederlandse Journalistenbeurs een artikel over Zeeuws-Vlaanderen dat op 26 januari 2022 in De Groene werd gepubliceerd. Het is aardig om te lezen, maar kiest een te nauw perspectief en loopt het gevaar er een safari van exotisme van te maken.

Rijnierse maakt een rondgang door dit deel van Zeeland onder de Westerschelde met ongeveer 105.000 inwoners en concentreert zich op de grensstreek. In deze krimpregio spreekt ze in Westdorpe en Sluiskil maar ook in Hoofdplaat inwoners die hun visie op de demografische en politieke ontwikkelingen geven. Dat speelt op dorpsniveau.

Zij raakt de roos als ze verwijst naar het verdwijnen van allerlei overheidsdiensten uit Zeeuws-Vlaanderen. Ze noemt het ‘Kantongerecht, belastingdienst, douane faciliteiten, Kamer van koophandel, UWV, CBR, Marechaussee, GGZ’ die ze overneemt uit de niet aangenomen motieZeeuws-Vlaanderen Wingewest‘ in de Terneuzense raad uit juni 2020 van PvdA’er Laszlo van de Voorde. Overigens een onevenwichtige motie die aannames doet zoals ‘wijdverbreide gevoel niet meer volledig bij Nederland te horen’ die niet door de feiten of onderzoek ondersteund worden.

Het verdwijnen van deze overheidsdiensten uit een regio is inderdaad opvallend maar is niet specifiek voor Zeeuws-Vlaanderen of krimpgebieden in algemene zin. Overheden en semi-overheden hebben overal in Nederland ingezet op schaalvergroting en rationalisatie. Met als nadeel dat de afstand tot de overheid overal toeneemt en burgers zich niet meer gehoord voelen. Wie nu een klacht in moet dienen over een milieudelict over Dow Chemical in Terneuzen moet bellen naar de regio Rijnmond waar Zeeland onder ressorteert. In regio’s als Groningen, Achterhoek, Zuid-Limburg of Drente zullen inwoners zich evenmin gehoord voelen.

Het is jammer dat Rijnierse het gepolder met de Hedwige polder laat liggen en niet noemt. Waarom dat zo is blijft gissen. Nu zelfs het lokale GroenLinks zich tegen ontpoldering uitspreekt had De Groene geen vrees moeten hebben om dit aspect in een verhaal over Zeeuws-Vlaanderen op te nemen.

In de ontpoldering van de Hedwige polder tot ‘natuurgebied’ die nu door de Vlaamse overheid versneld wordt uitgevoerd komt al het ongenoegen van Zeeuws-Vlaanderen samen. Het idee is dat de Belgen vrezen voor een juridische nederlaag vanwege de vervuiling van de Westerschelde door het kankerverwekkende PFAS van onder meer de 3M-fabriek in het Belgische Zwijndrecht en daarom een voldongen feit willen realiseren voordat ze door de rechter worden teruggefloten. Vraag is of dat zorgvuldig bestuur van de Vlaamse overheid is en het van goed nabuurschap getuigt om zo met Zeeuwse buren om te gaan.

Dat ongenoegen bestaat uit de macht van de Antwerpse haven die de Nederlandse overheid in de houdgreep heeft, een zwak opererend Zeeuws provinciaal bestuur dat weinig voor elkaar krijgt, slecht georganiseerd is en geen profiel voor de toekomst durft te kiezen (industrie, kwaliteitstoerisme, natuur, zorg en gepensioneerden) en natuurorganisaties die als verraders worden gezien omdat ze zich laten lijmen door de grootindustrie tegen de belangen van de gewone Zeeuws-Vlamingen en boeren in. Dat komt bovenop de nadelen die elke krimpregio treffen.

In grensstreken is altijd grensverkeer. Dat is ook zo in Limburg en Twente waar Nederlanders in Duitsland wonen en werken of Duitsers zich oriënteren op Nederland. De instroom van Belgen in Zeeuws-Vlaanderen is niet nieuw en moet ook niet zo voorgesteld worden. Na de Eerste Wereldoorlog bleven vele naar Zeeuws-Vlaanderen gevluchte Belgen daar na de oorlog wonen. Binnen families trouwen al eeuwen Zeeuws-Vlamingen met Vlamingen. De culturele verschillen met Vlamingen uit de grensstreek zijn kleiner dan met ‘Hollanders’.

Daarmee is echter niet gezegd dat Zeeuw-Vlamingen vinden niet meer bij Nederland te horen, zoals Laszlo van de Voorde in zijn motie stelde. Integendeel, je zou zelfs kunnen zeggen, dat ze door de verschillen die ze ervaren zich er juist meer van bewust zijn om Nederlander te zijn. Dan gaat het wel om de variant van Nederlanderschap die zowel lokaler als internationaler is dan het ‘Hollanderschap’ dat in Nederland dominant is. Dat aspect laat Rijnierse liggen. Het lijkt in het van oorsprong katholieke oostelijke deel (Hulst) trouwens minder ervaren te worden dan in het van oorsprong protestante westelijke deel (Terneuzen, Sluis). Wel lijkt het juist om te beweren dat Zeeuws-Vlamingen zich door ‘Den Haag’ (en ook ‘Middelburg’) in de steek gelaten voelen. Dat is de kern, maar niet uniek voor Zeeuws-Vlaanderen.

Gedachten bij foto [Gepensioneerd (sinds 2 jaar) gemeente-ontvanger van Terneuzen J.C.J. (Jan) Olijslager maakt op verzoek van het gemeentebestuur een maquette van “Terneuzen tot Sluiskil, de toestand over 5 of 6 jaar”], 1962

Gepensioneerd (sinds 2 jaar) gemeente-ontvanger van Terneuzen J.C.J. (Jan) Olijslager maakt op verzoek van het gemeentebestuur een maquette van “Terneuzen tot Sluiskil, de toestand over 5 of 6 jaar”, schaal 1:1000, 9 x 6 m. Met een “uitheems” eigengemaakt instrument meet hij de hoogten van de huizen op.’ 1962. Collectie: Beeldbank Zeeland.

Deze man met sigaar staat in 1962 op de markt van Terneuzen. Het is de gepensioneerde gemeente-ontvanger Jan Olijslager. Op de achtergrond zijn de bovenkant van de Grote Kerk aan de Noordstraat, de breiwinkel Van de Bruele, links daarnaast kantoorboekhandel Van Aken en achter hem Hotel Centraal (nu Café Ter Nose) zichtbaar.

Het bijzondere aan deze foto is dat die op geen enkele manier bijzonder is. Jan Olijslager houdt een houten of kunststoffen winkelhaak op armlengte voor zijn gezicht. Volgens de omschrijving van de foto is hij bezig met het maken van een maquette. Bij een artikel van de Stem van 28 juli 1962 wordt deze foto geplaatst met een begeleidende tekst.

Opmerkelijk is in het project de vermenging van realiteit en fantasie die uit een artikel in de PZC van 15 oktober 1964 blijkt. Enerzijds werkt Olijslager ‘tot in detail‘ en ‘op de millimeter nauwkeurig‘, maar anderzijds wijkt de bouwer daarvan af door op ontwikkelingen vooruit te lopen waarvan het nog maar de vraag is of die ooit plaatsvinden. Hij voegt nog te bouwen woonblokken in de Serlippenspolder toe en laat de 195 meter lange de Statendam door het nieuwe sluizencomplex varen waar het nooit zal varen. Overigens wordt het sluizencomplex bij Terneuzen op dit moment opnieuw vergroot. Hier te zien op een livestream.

Schermafbeelding van deel artikelOlijslager bouwt “zijn” Terneuzen nauwkeurig na in reuzen-maquette‘. PZC, 15 oktober 1964.

De bouwer van de maquette deed aan utopisch realisme dat blijkbaar in die tijd zo in zwang was bij beleidsmakers. Zijn maquette had als doel om het verleden met de toekomst te verbinden en die nieuwe mix zichtbaar te maken. De verbeelding was niet alleen bij de jongeren aan de macht, die daar overigens wat anders mee bedoelden, maar vooral bij ouderen en bestuurders. Hun visie stond haaks op het uitgangspunt om het klein te houden. De bomen moesten tot in de hemel groeien. Kleinschaligheid werd gezien als ongewenst en iets van het verleden.

Terneuzen was in de jaren 1960 door de rijksoverheid aangewezen als groeigemeente. Een artikel van ‘Oud Terneuzen’ dat de toenmalige veranderingen schetst zegt daarover het volgende en leest als een aangekondigde ramp voor de hedendaagse verloedering: ‘Het college B&W stelde vast dat Terneuzen eindelijk was veranderd van een slapend provinciestadje tot in een moderne, bedrijvige stad. En daar past een modern centrum bij met een overdekt winkelcentrum en ruime parkeergelegenheid, “het centrum van Terneuzen moest vernieuwen” klonk in raadzaal van Terneuzen‘.

Rond die tijd toen welvaart en bedrijvigheid in Nederland toenamen gingen steden op de schop. Als een Rupsje Nooitgenoeg van projectontwikkelaars, aannemers, investeerders, politici en futurologen werd de moderniteit als lichtend voorbeeld binnengehaald. Nadelen van de snelle verandering werden genegeerd. Het land veranderde razendsnel van een agrarische in een industriële- en handelsnatie. Het schaalmodel van de tekentafel werd opgeschaald. Met realisme én fantasie.

Gedachten bij een foto van de Visbrug in Dordrecht (1937)

309_107437 (Vischbrug, Dordrecht, circa 1937). Collectie: Regionaal Archief Dordrecht.

Deze keer een verhaal met een persoonlijke tint. Via internet is veel te achterhalen van de eigen familiegeschiedenis. De site Kenteken Zeeland dat oude kentekens van auto’s achterhaalt en beschrijft constateert aan de hand van de foto in het Regionaal Archief Dordrecht dat hier K-4564 op de Vischbrug (nu: Visbrug) in Dordrecht staat. Het jaar is circa 1937.

Als reactie bij het item op het Regionaal Archief geeft Erica de volgende toevoeging: ‘hoek Voorstraat (Overwijn) – Visbrug, Groenmarkt (bibliotheek; Carel Netto heerenhoeden, W.B.A. Gunther, auto K-4564, standbeeld Gebroeders de Witt) — bordje; ‘rechts loopen’‘. ‘K’ was het toenmalige kenteken van Zeeland.

Kenteken Zeeland redeneert vanuit de eigenaar van de auto en het Regionaal Archief Dordrecht vanuit de plek. Ik redeneer vanuit beide.

Want de eigenaar van de Chevrolet Master fordor sedan ’37/’38 is mijn grootvader Willem Muller. Hoewel het kan dat officieel de registratie op naam van zijn bedrijf stond: Sleepdienst Willem Muller, Reederij En Avant dat sinds 1912 in Terneuzen was gevestigd.

De auto staat niet op de Vischbrug geparkeerd, maar rijdt er toevallig langs en stopt voor het verkeerslicht boven de weg. Of trekt juist op, want het licht lijkt op groen te staan. Aan de Merwedekade woonden twee zussen van mijn grootvader en daar was ook het bedrijf van zijn broer Teun gevestigd: Rederij T. Muller, ofwel Sleepdienst “En Avant”. Vooruit was de ingebakken naam voor die familie. En er woonde nog meer familie. Familiebezoek met een mogelijk zakelijk gesprek over samenwerking op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse wateren zal de aanleiding zijn geweest.

Zo blijkt maar weer dat we niet alleen nu betrapt worden op sociale media en het steeds lastiger wordt om anoniem te zijn. Deze foto toont dat men in 1937 ook al opgemerkt kon worden zonder dat men daar om vroeg. De plek was namelijk een favoriete plek voor het maken van ansichtkaarten, zoals ook deze ansichtkaart uit 1932 verduidelijkt. Een vergelijking tekent trouwens de vooruitgang. De verkeersagent midden op straat in 1932 is vervangen door een verkeerslicht in 1937.

Ansichtkaart van uitgeverij J. van de Weg ‘Dordrecht, Vischbrug‘ aan de hand van de geretoucheerde foto 309_107437. Fotograaf: Joost van de Weg.

We weten trouwens niet zeker wie er aan het stuur van de Chevrolet met kenteken K-4564 zat. Het is wel aannemelijk wie het was. Dat is de onzekerheid die altijd in de geschiedenis sluipt.

Gedachte bij de foto ‘At Terneuzen’ van George C. Davies (1887)

Er liggen wat Zeeuwse tjalken aan de wal in Terneuzen. Het jaartal van publicatie van de foto in het album ‘On Dutch Waterways. The cruise of the S.S. Atalanta on the rivers & canals of Holland & the North of Belgium’ van de Engelse fotograaf George Christopher Davies is 1887.

Om enkele redenen blijft mijn oog aan deze foto haken. Ik ben geboren in Terneuzen en meen deze plek van vroeger te herkennen. Namelijk de Schependijk aan het Kanaal van Gent naar Terneuzen.

Verder is de naam Atalanta het schip waarmee Davies kort voor 1887 de waterwegen van Nederland en Vlaanderen afvoer dezelfde als het gelijknamige binnenschip dat de hoofdrol speelt in de film ‘L’Atalante’ of Le Chaland qui passe van Jean Vigo met Dita Parlo in de vrouwelijke hoofdrol.

Bovenstaand beeld is een gedigitaliseerde pagina uit Davies’ fotoboek en niet veel soeps. Afdrukken van foto’s die erin staan hebben uiteraard een hogere resolutie, maar deze afbeelding kon ik in openbaar toegankelijke digitale collecties niet vinden. Dat is geen halszaak omdat het ook om het idee gaat. Namelijk een Engelse fotograaf die lang voor mijn geboorte deze foto in mijn geboorteplaats nam. Meer is het niet, maar ook niet minder. Zo’n historische band gaat niet kapot.

British Enterprise aan de grond gelopen bij Terneuzen (1947)

Dit is een overzicht van een scheepsongeval in 1947. Dat is spectaculair en mooi scherp in beeld gebracht. Het gaat om de British Enterprise die aan de grond is gelopen bij Terneuzen. Dus op de Westerschelde. In de omschrijving wordt als directeur van de sleepboot ‘Fred G. Letzer’ genoemd. Dat is waarschijnlijk een samentrekking van Fred Gerling en Adrien Letzer, ofwel de Union. Het ongeluk vult de foto. Het gewone wordt doorbroken door het afwijkende. Dat trekt de aandacht. Twee jongens staan erbij en kijken ernaar. Hun fietsen liggen in het gras van de pier. Het Engelse schip wacht ongeduldig op hoog water. Verwrongen en uit haar gewone doen. Overgeleverd aan de redders. 

Foto: L.F. Dert, ‘Scheepsongeval. British Enterprise aan de grond gelopen bij Terneuzen met sleepboot Dir.Fred G. Letzer’. Collectie Zeeuws Archief.

Gemengd Nieuws. Heldendaad van grootvader is via Delpher terug te vinden

Er is teveel nieuws om uit te kiezen. Zoals een kabinetscrisis in Nederland of toenemende spanning in de VS met een aftredende president Trump en Joe Biden die zich voorbereidt op zijn presidentschap. Klopt het gezegde dat in de krant van gisteren de vis wordt verpakt? Er bestaat ook een variant die zegt dat in de krant van vandaag morgen de vis wordt verpakt. Het komt op hetzelfde neer, namelijk dat nieuws snel achterhaald is.

Toch ben ik dankbaar dat via Delpher dat ruim 120 miljoen pagina’s uit Nederlandse kranten, boeken en tijdschriften heeft gedigitaliseerd bovenstaand bericht uit De Courant (uitgever NV Dagblad de Telegraaf/NV De Courant) van 21 april 1922 is terug te vinden. Dit gemengde nieuws is ook in zes andere kranten van 21-24 april 1922 terug te vinden. De veelheid aan informatie geeft reliëf aan het nieuws van vandaag.

De hoofdpersoon in dit bericht is mijn grootvader Willem Muller. Hij was reder van sleepboten in Terneuzen. Hij redde op de 7de november 1921 als kapitein op de Westerschelde opvarenden van een Engels zeilschip dat in een vliegende storm voor de Braakman dreigde te vergaan.

Door de tijd vervagen de feiten, zo spreekt een bericht uit 1986 in de PZC abusievelijk over 17 november en een stoomschip. Van de andere kant spreekt bovenstaand bericht over ‘survivor’, terwijl er toch meerdere opvarenden werden gered. Het zilveren blad werd na het overlijden van mijn grootvader in 1962 lange tijd in mijn ouderlijk huis bewaard.

Zo heeft iedereen een familiegeschiedenis die via Delpher is terug te roepen en het verleden tot leven brengt en de feiten hopelijk juist aanscherpt. Voor wie in de openbaarheid treedt is het niet altijd makkelijk om het persoonlijke van het algemene belang te (onder)scheiden. Mensen maken daar verschillende afwegingen in. Maar een heldendaad van een grootvader mag genoemd worden. Gemengd nieuws is stof voor gemengd nieuws.

Foto: Schermafbeelding van berichtHet Engelsche gouvernement erkentelijk’ in De Courant, 21-04-1922.

Naastenliefde: Van Kerst Inn (1960) tot Eetkast (2020)

Eind jaren 1960 kwam in Nederland de Kerst Inn in de mode. Interessant is wat een bericht van de TU Eindhoven daarover zegt. Het geeft perfect het tijdsbeeld van die tijd weer: ‘Rond de kerstdagen slaat het medeleven met de minder bedeelden in de samenleving onverbiddelijk toe. Aan het eind van de jaren zestig bouwt de THE een naam op met het organiseren van een zogenaamde Kerst Inn. Tweeduizend bezoekers komen in de kerstnacht naar het Auditorium voor een interkerkelijke dienst. Er is eten en drinken, de lokale kunstschilder Sjef Smeets vervaardigt live een paar grote schilderijen op panelen, er treedt een bewegingsgroep op en de muziek wordt verzorgd door de Experimental Lighttown Gospelsingers. Op eerste en tweede kerstdag gaan de deuren van studentencentrum de Bunker open voor bezoekers uit de stad. Er zijn optredens van wat we nu interculturele muziekgroepen zouden noemen.

In een toelichting legt toentertijd Ton de Wilde, een van de organiserende studenten, uit waarom er een Kerst Inn wordt gehouden: ‘Wij proberen om hier een maatschappelijke integratie tot stand te brengen tussen verschillende groepen welke normaal aan de rand van de maatschappij gesitueerd zijn, zoals studenten, buitenlandse arbeiders, ouden van dagen, gehandicapten en dergelijke. En tenslotte willen we proberen een alternatief te bieden voor de kerstviering zoals die vroeger plaats vond in de huiselijke kring, terwijl er duidelijk een andere behoefte bestaat op dit moment.’

Tijden veranderen en het medeleven met de minder bedeelden zoekt nieuwe vormen. De Kerst Inn van de jaren 1960 is vervangen door de Eetkast van de jaren 2020. Mensen die het minder breed hebben kunnen tamelijk anoniem en buiten groepsverband op buurtniveau hun voedsel halen uit een lokale voedselbank. Ook naastenliefde vindt nieuwe vormen.

Een ‘kunstmanager’ is geen kunstenaar die kunst maakt. Vragen bij het project ‘De glimlach in de openbare ruimte’ van Christel Jansen

Is wat een ‘kunstmanager’ maakt of bedenkt ook kunst? Dat is nog helemaal niet zo vanzelfsprekend als een artikel van Omroep Zeeland suggereert. Indirect roept dit vragen over de waarde van de journalistiek op.

Wat is overigens een ‘kunstmanager’? ‘Kunstmanager’ Christel Jansen zegt daar zelf over: ‘Als kunstmanager (..) breng je kunstenaars en liefhebbers bij elkaar.’ Dat klinkt procedureel, zonder dat het over de inhoud gaat.

Hoe dan ook heeft Christel Jansen uit het Zeeuws-Vlaamse Hoek kunstenaars een fiets met een badkuip laten bouwen. In een leegstand winkelpand in het Terneuzense winkelcentrum Steenen Beer heeft ze de badfiets laten beschilderen. Het publiek kijkt toe. ‘Deze gekke fiets’ noemt ze het zelf.

Het afstudeerproject van Christel heet ‘De glimlach in de openbare ruimte‘. Met dit project wil ze de kunst naar de mensen toebrengen en ze een glimlach bezorgen, zo vat het artikel van Omroep Zeeland het samen.

Maar wat de kunst, haar product is behalve de verwijzing naar kunst wordt niet duidelijk. De badfiets lijkt eerder een foefje, dan dat het fundamentele vragen over kunst oproept of kunst naar de mensen brengt.

Dat kunstenaars naar de mensen in de wijk gaan en projecten in de openbare ruimte realiseren is niet nieuw. Denk aan Jeanne van Heeswijk met haar sieradenkraam of Tilmann Meyer-Faje met zijn buurtkroket. Of denk aan Domenique Himmelsbach de Vries of Nelle Boer met hun sociaal maatwerk en mystificaties. Dat betreft sociaal geëngageerde kunstenaars die hun kunst of hun opvatting over kunst inzetten om verbinding te maken of tot nadenken aan te zetten. Een kunstmanager kan zeker de welgemeende opzet hebben om kunstenaars en liefhebbers bij elkaar te brengen, maar het zwakke punt in die redenering is dat de inhoud van de kunst er bij inschiet. Daar zou het een ‘kunstmanager’ toch in de eerste plaats om te doen moeten zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelChristel brengt kunst naar de mensen toe met een badfiets’ van Omroep Zeeland, 11 juli 2020.

Foto: De Duits-Nederlandse kunstenaar Tilmann Meyer-Faje met zijn buurtkroket. Almere, 2007.