Malaise in alle politieke partijen van Nederland

Person wearing a mask made by W.T. Benda, 1925. Collectie: Library of Congress.

Hoe kan het toch dat de Nederlandse politieke partijen hun potentieel niet benutten en het zo slecht doen? Zowel in strategisch als organisatorisch opzicht. Wat is er aan de hand met de Nederlandse politiek partijen? Niemand weet er nog enthousiasme voor op te brengen.

Opvallend is dat geen enkel deel van het politieke spectrum zich aan de malaise onttrekt. Links, rechts en centrum blunderen op hun eigen karakteristieke wijze. Hoe valt dat te verklaren?

Links zit zonder ideeën en bevindt zich in een geestelijk niemandsland. Maar ook strategisch opereert links onverstandig. Het vertrek van GL-kamerlid Bart Snels spreekt boekdelen. Hij was tegen hechte samenwerking of zelfs fusie met de PvdA. Snels koerste af op een kabinet VVD, D66, CDA en GL zoals Jos Heymans voor RTL Nieuws betoogt, maar kreeg hiervoor geen steun binnen zijn partij. Partijleider Jesse Klaver radicaliseerde en zette zich hiermee buitenspel.

Binnen de SP lijkt het omgekeerde te spelen. De partijleiding gaat de meer radicale elementen die lid zijn van de jongerenorganisatie ROOD of het ideeënplatform Marxistisch Forum uit de partij zetten. Niet als individuen, maar als groep. Met als gevolg dat lokale afdelingen zoals Utrecht uit elkaar dreigen te vallen. Chris Aalberts voor TPO die bekend staat als Baudet-watcher herkent in de chaos en het ondemocratisch gedrag van de partijleiding van de SP het patroon dat hij kent van FvD.

De PvdA is de partij met de minste ideeën omdat de partij gewoonweg niet weet wat de eigen identiteit is, waar het zich bevindt en welke kant het op moet gaan. Partijleider Ploumen is inspiratieloos en koos de vlucht vooruit in samenwerking met GL om een idee van daadkracht te suggereren. GL en SP hebben nog een zeker profiel in respectievelijk duurzaamheid en zorg, maar zelfs dat unieke verkooppunt mist de PvdA.

Rechts is negatief, radicaliseert en fragmenteert. FvD weet met partijleider Baudet niet te kiezen tussen het inzetten op partijpolitiek of op metapolitiek. Dat laatste betekent in navolging van het Franse en Duitse Nieuw Rechts van de jaren 1960 en 1970 het willen beïnvloeden van de cultuur en de publieke opinie zonder partijpolitieke activiteiten. De tragiek van partijleider Thierry Baudet lijkt dat hij zowel de intellectuele bagage mist om succesvol metapolitiek te bedrijven als het talent voor het politieke handwerk ontbeert. Daarom blijft hij sinds zijn Uil van Minerva-toespraak in 2019 waar hij duidelijk inzette op metapolitiek zwalken tussen de twee posities zonder dat zijn partij hem nog begrijpt en kan volgen.

De PVV is redelijk stabiel en relatief onkwetsbaar omdat het een partijorganisatie mist. Maar dat laatste wat een sterkte lijkt is tevens een zwakte omdat het een grens aan de groei stelt. In de schaduw van partijleider Geert Wilders kan niemand groeien. Hij speelt op veilig en lijkt door zijn voorzichtige aanpak minder te radicaliseren dan de andere rechtse partijen, maar Wilders’ professionalisme heeft als nadeel dat het resulteert in korte termijn denken en de partij een strategie voor de toekomst mist.

Rechtse splinters als JA21 met Joost Eerdmans en Wybren van Haga’s BVNL hebben onvoldoende aantrekkingskracht voor de kiezer. Het opportunisme van de leiders die van partij naar partij hoppen is zelfs voor de rechtse kiezer ongeloofwaardig. Types als Van Haga en Eerdmans zijn voorbeelden van baantjesjagers. Het opportunisme strookt niet met hun aanschoppen tegen de politiek omdat hun CV daar haaks op staat.

In het Centrum presteert de VVD goed dankzij de electorale aantrekkingskracht en positie van premier Mark Rutte. dat is overigens de achilleshiel van de VVD. Hoe gaat het verder na Rutte? Rutte heeft veel in moeten leveren aan statuur. De vlotheid van Rutte om zowel met links als rechts te kunnen samenwerken heeft twee nadelen. Het wordt steeds meer uitgelegd als oppervlakkigheid, gebrek aan ideeën en zelfs het ontbreken van politieke ruggengraat. Dat werd duidelijk toen in de formatie onder druk van het CDA de samenwerking met links, zonder dat het tot gesprekken kwam, werd geblokkeerd. Zo is in de beeldvorming de vlotte flexibiliteit van Rutte veranderd in stugheid.

Het CDA verkeert in chaos en in een identiteitscrisis. Een teken daarvan is dat kamerlid Pieter Omtzigt uit de partij is gestapt. Partijleider Hoekstra komt over als bekwaam, maar ook als kil, afstandelijk en weinig christelijk. Hij lijkt geen handige politicus die steun kan werven voor de standpunten van zijn partij. Is het wel zo duidelijk dat de partij naar het midden koerst en afstand heeft genomen van de rechtse koers van vorige partijleiders? De kiezersgunst toont een dramatische teruggang.

D66 had in Rob Jetten een bekwame partijleider, maar de partij wilde meer en koos voor Sigrid Kaag omdat die hoger zou kunnen stijgen. Tot en met het premierschap zoals de partij dacht. Maar Kaag is geen handige politicus en het team dat haar omringt lijkt te veel te willen. D66 denkt van zichzelf dat het groter en invloedrijker is dan het echt is. Eén goede verkiezingsuitslag is te weinig en moet niet overmoedig, maar nederig maken om het resultaat te kunnen verzilveren. Daarbij komt dat D66 een partij is die voor veel kiezers een tweede keuze is. Als de partij aan momentum verliest, dan daalt het ook gelijk flink omdat de partij geen sterk gedachtengoed heeft dat als een buffer voldoende kiezers kan vasthouden.

Inuit met masker.

Dit overzicht over links, rechts en centrum leidt tot de conclusie dat de Nederlandse politieke partijen slecht in vorm zijn en eigenlijk allen in zekere mate in een identiteitscrisis verkeren. Ze leven niet naar de kompas van hun politieke gedachtengoed of hebben dat nooit gedaan en al geruime tijd ingewisseld voor opiniepanels die de koers bepalen. Dat leidt tot een ratjetoe aan opzetjes die niet met elkaar samenhangen. Dat is niet het programma van een politieke partij die de macht wil delen om eigen ideeën te realiseren, maar het staketsel van een marketingbureau. Fragmentatie heeft geleid tot 19 partijen of afsplitsingen in de Tweede Kamer en dat leidt weer tot het hard bestrijden van concurrenten die vechten om schaarse zetels.

Als partijleiders het zelfvertrouwen missen om samen te werken en door hun partij ertoe worden gedwongen om steeds maar weer de eigen positie in de marketing te benadrukken, dan is politiek geen politiek meer, maar het zonder op adem te kunnen komen presenteren van een lege huls waarvan de inhoud ontbreekt. De schijn is het idee geworden.

Middenpartijen lijken op elkaar omdat ze door externe factoren op een hoop worden geveegd

Mijn favoriete omroep is WNL dat zoveel rechtse praatjes in haar programma’s heeft. Het is vaak koddig om aan te horen. Meestal valt het ruimschoots binnen de marges van de normale gekte, maar Daniela Hooghiemstra weet dat na 5’15” ruimschoots te overtreffen. Vandaar mijn reactie op YouTube bij dit filmpje:

Daniela Hooghiemstra kijkt met een ouderwetse bril naar de politiek. Ze blijft hangen in de traditioneel sociaal-economische links-rechts tegenstelling en beseft niet dat die inmiddels is verschrompeld en vervangen door andere tegenstellingen. 

Zoals de tegenstelling tussen democratische en anti-democratische partijen die wel of niet ondubbelzinnig de rechtsstatelijkheid en de democratie steunen en doelstellingen hebben die buiten de politieke arena liggen. Anti-democratische partijen zijn FvD, SGP en links-radicale splinters, en in iets mindere mate de PVV. 

Een andere tegenstelling die in het politieke debat de links-rechts tegenstelling verdrongen heeft is de sociaal-culturele tegenstelling tussen conservatief en progressief. Daar valt veel onderscheid in te maken. Zo zijn VVD en CDA conservatieve partijen en FvD, PVV en JA21 post-conservatieve partijen die het conservatisme achter zich gelaten hebben en in de alt-right hoek terecht zijn gekomen. Dat links en progressief of rechts en conservatief niet altijd aan elkaar gekoppeld worden leert ook het profiel van twee partijen. D66 is een progressieve rechtse partij, SP is een conservatieve linkse partij.

Wat Hooghiemstra mist is dat de grote lijnen van de links-rechts politiek niet langer op het Binnenhof worden beslist maar elders. Zoals binnen de EU, de ECB, de OESO, de financiële instellingen en banken (inclusief internationaal opererende investeringsbanken als Goldman Sachs) en in de bestuurskamers van multinationals. Weliswaar zijn die marges die het verschil uitmaken tussen links en rechts niet helemaal verdwenen, maar zijn ze zoveel kleiner geworden dat ze overbrugbaar zijn geworden.

Hoe het wereldbeeld van Hooghiemstra tot stand komt is onduidelijk. Zoals evenmin duidelijk is waar ze nou eigenlijk voor pleit. De paradox is dat ze pleit voor het primaat van de politiek, maar niet inziet dat dit gezag sinds de jaren 1980 is geërodeerd en allang niet meer in die mate bestaat zoals zij het voorstelt. In feite pleit ze met haar uitvergroting van de verschillen tegen de politiek in.

Anders gezegd, in een gemankeerd politiek bestel waar de macht elders ligt zijn de sociaal-economische verschillen steeds meer verworden tot invuloefeningen voor politieke partijen. Dat maakt de tragiek van de mislukte formatie nog grotesker en beschamender dan die op het eerste gezicht al lijkt. Partijleiders maken zichzelf groot en belangrijk, terwijl ze als geen ander weten dat de bulk van de inhoud waar ze over praten elders wordt beslist. Ze houden ook dat misverstand valselijk in de lucht vanwege de claim op hun eigen belangrijkheid. Maar in werkelijkheid zijn ze inwisselbaar in persoon en uitwisselbaar in doel. Dat is hun krediet voor hun toekomst dat ze niet los willen laten. Dat een objectieve commentator meegaat in deze misleiding is uitermate jammer.

Bezwaren tegen islamistische GroenLinks kandidaat Kauthar Bouchallikht worden bevestigd door open brief van linkse Britten op het aan de Moslimbroederschap verbonden Al Jazeera

Kritiek op Kauthar Bouchallikht die een hoge plaats op de kandidatenlijst van GroenLinks heeft gaat niet liggen. Zij was jarenlang vice-voorzitter van Femyso, een organisatie die begin 2020 door de Organisatie Europese Moslimbroeders in een document een eigen instelling werd genoemd, volgens publicist Carel Brendel in een artikel. Bouchallikht was dus niet alleen jarenlang gelieerd aan de Moslimbroederschap, maar blijkt dat ook verzwegen te hebben aan GroenLinks. Haar band met de Moslimbroederschap werd in elk geval niet genoemd bij haar kandidaatstelling.

Ook de kritiek op de kritiek gaat niet liggen. Zodat de verwijten over en weer blijven gaan. De essentie van de kritiek op de kritiek wordt in een artikel door Vrij Linkser Leo van Bergen omschreven: ‘Blijkbaar moeten mensen zoals ik – linksstemmend, cultuurminnend, etc. – onze mond houden zolang iemand die volgens de linkse goegemeente ‘deugt’, wordt aangevallen door ‘mensen die niet deugen’. Ik ben het met Van Bergen eens.

Hoe ver de argumentatie gaat die neerkomt op de redenering ‘de vijand van mijn vriend is mijn vriend’ toont een artikel van klimaatactivist Martijn Schackmann in Joop dat erop neerkomt dat links Bouchallikht volop moet steunen en de kritiek op haar dient in te slikken. Met dit soort kritiekloos wegkijken voor het onrecht in eigen kring is het geen wonder dat de linkse partijen in de volksgunst steeds verder wegzakken. Eddy Terstall constateert in zijn Telegraaf-column dat links in de peilingen nog maar 22% van de stemmen haalt, terwijl dat doorgaans 35-45% was. Waar het om gaat is dat links en het progressief-rechtse D66 niet meer lijken te weten waarvoor ze in het leven zijn geroepen, waar ze voor op moeten komen en wat hun identiteit is.

Hoe verwarrend de kritiek op het heimelijke islamisme van Kauthar Bouchallikht en het weerwoord daarop inmiddels is geworden toont een open brief op Al Jazeera van linkse Britse opiniemakers aan. Ze nemen het op voor Bouchallikht maar gaan voorbij aan haar betrokkenheid bij de Moslimbroederschap. Al Jazeera is een initiatief van Qatar dat een jarenlange geschiedenis van steun voor de Moslimbroederschap heeft, niet in het minst via Al Jazeera. Vanuit deze kennis beredeneerd bevestigt de open brief eerder Bouchallikhts betrokkenheid bij het islamisme dan dat die weerlegd wordt. Of liever gezegd, afgeleid wordt door de kritiek uit rechtse hoek te gebruiken als rechtvaardiging voor haar islamisme. Het is daarnaast op z’n minst merkwaardig dat deze Britten zich mengen in een lopend Nederlands debat.

Uiteraard mogen linkse partijen een religieuze koers varen als ze daar voor kiezen. Het brengt mij tot de verzuchting dat er in Nederland geen vrijzinnige linkse partij overblijft om op te stemmen. Maar dat is mijn probleem als politiek dakloze die net als Leo van Bergen het ongelukkig vindt dat religieuze kandidaten hoog op de lijst van linkse partijen worden gezet. Het debat binnen links wordt er niet overzichtelijker en beter op als dat aspect genegeerd wordt en de enige verdediging lijkt te zijn dat het de schuld van rechtse partijen en media is. Zo hoeft links niet te reageren op fundamentele kritiek waar het blijkbaar geen raad mee weet of bij zichzelf te rade te gaan over de eigen identiteit. Het gevolg is dat de ideeën van Bouchallikht worden weggemoffeld en links opnieuw een stuk van de eigen identiteit inlevert. Zo wordt ook GroenLinks een partij zonder hart die op kritiek antwoordt met kritiek op de kritiek zonder de kritiek zelf serieus te nemen.

Foto: Schermafbeelding van deel open brief ‘In solidarity with Kauthar Bouchallikht’ op Al Jazeera, 24 december 2020.

Utrechtse CDA’er zegt dat linkse of rechtse politiek niet meer bestaat

Volgens de Utrechtse CDA’er Derk Boswijk is zijn partij niet links en niet rechts. Deze fractievoorzitter van het CDA in de Provinciale Staten van Utrecht gaat zelfs nog verder. De door hem geplaatste YouTube-video heeft als onderschrift: ‘Waarom Linkse of Rechtse politiek niet meer bestaat’. Dat is een bewering die dus volgens hem ook geldt voor andere partijen als de SP, PVV of FvD. Boswijk ziet deze partijen niet als representanten van linkse of rechtse politiek. Voor Boswijk is blijkbaar alle ideologie uit het openbaar bestuur verdwenen.

Boswijk ziet politiek als het pragmatisch oplossen van problemen, zonder dat partijen een eigen ideologie hebben waardoor ze nog van elkaar te onderscheiden zijn. Of dit valt uit zijn woorden af te leiden.

Boswijks claim dat het CDA links noch rechts is, is in strijd met de beeldvorming over het huidige CDA. Dat wordt als rechts gezien. De bandbreedte varieert van centrum-rechts tot rechts-conservatief, maar er zijn geen aanwijzingen om het huidige CDA als links of middenpartij te beschouwen. In de provincie Noord-Brabant smeedde het CDA samen met de rechtse VVD een coalitie met het radicaal-rechtse FvD. De voorzitter van de partij Rutger Ploum reageerde daar in mei 2020 op door landelijke samenwerking van het CDA met FvD af te wijzen omdat ‘meerdere uitspraken’ van Thierry Baudet ‘niet verenigbaar met de principes van het CDA’.

Interessant is wat de argumenten zijn voor Boswijks claim dat het CDA links noch rechts is. Hij stelt dat het CDA samenwerkt met links en met rechts. Maar dat is er nog geen weerlegging van dat het CDA rechts is of een onderbouwing van dat het CDA rechts noch links is. Zoals gezegd, elke politieke partij redeneert vanuit een beginselprogramma, een gedachtegoed, een ideologie of marketing die per definitie niet neutraal is.

Boswijk is zich onvoldoende bewust van de tegenstrijdigheid in zijn betoog als hij zegt dat het CDA ‘zeker geen linkse partij is’. Hoe dat samengaat met zijn bewering dat er geen linkse (en rechtse) politiek bestaat tekent de kwaliteit van zijn betoog. Hij raakt verstrikt in de claim dat er geen linkse of rechtse politiek bestaat die hij nodig heeft om zijn bewering te onderbouwen dat het CDA links nog rechts is. Die tweetrapsraket ontploft omdat hij zijn betoog te mooi wil maken. Dat is te hoog gegrepen voor deze Utrechtse CDA’er.

Gevestigde media behartigen belangen van economische elite en gevestigde orde. Ze leunen tegen de macht aan en zijn rechts

Er is geen beginnen aan om rechtse complotdenkers die suggereren dat de media links zijn te corrigeren. Want de media zijn rechts. Zowel in Nederland als de VS. Media hebben economische belangen en zijn onderdeel van grote concerns of bezit van miljardairs. Op uitzonderingen als The Guardian na. De media leunen tegen de macht en zijn ermee verstrengeld. Ze vertegenwoordigen het establishment en de status quo. Ze praten de zittende macht naar de mond. Op z’n best klinkt in een column, in een commentaar of op een geïsoleerde redactie een kritisch geluid. De opstelling van de hoofdredacteur, eigenaar of het bestuur is rechts. Dat bepaalt de politieke richting. Niet alleen tot de rechtse complotdenkers wil niet doordringen wat het ware karakter van de gevestigde media is omdat ze door de media wijsgemaakt worden dat de media links zijn. Een meer succesvolle misleiding om het ware karakter van de gevestigde media te verbergen bestaat niet. Media maskeren zichzelf. Maar ook linkse critici zijn gaan denken dat media als The New York Times links zijn. Hoe kan het dat ook zij het zo bij het verkeerde eind hebben? Er is geen beginnen aan om het beeld te corrigeren dat de media niet links zijn. De media zijn rechts. Zullen we dat voor eens en altijd afspreken?

Foto’s: Schermafbeeldingen van delen uit het artikelFired from The New York Times over Trump’ van Carlos Cunha in Salon, 24 november 2019.

Zomaar een debatje op YouTube. Is de Nederlandse politiek rechts of links? Hoe kunnen tegengestelde meningen elkaar ontmoeten?

Soms is het zinvol om op sociale media mensen op te zoeken waar men het op het eerste gezicht mee oneens is, maar met wie men bij nader inzien meer gemeenschappelijk heeft dan eerst leek. Dat is een kwestie van menselijkheid en aansluiting met de ander willen zoeken. Archipels zijn er genoeg, bruggen te weinig.

1. Het gaat om de reactie bij een YouTube-video van Modwain op zijn Hollands van 23 april: ‘Onze democratie is onder bedreiging van de toch enigszins linkse politieke elite. Want hoe durven mensen te stemmen op iets waar onze politieke elite het niet mee eens is, hadden ze het al niet door toen ze op de SP stemde en deze niet mee mocht regeren ondanks dat ze gewonnen hadden en de VVD verslagen hadden. Of toen de PVV toch de tweede partij werd, werd deze uiteraard ook op een zijspoor gezet. En nu dat Forum voor Democratie duidelijk gewonnen heeft in een aantal provinciën worden ook zij door de politieke elite buiten spel gezet. PVDA politici in Noord Holland sluiten samenwerking met FvD uit omdat ze het niet eens zijn met FvD.

2. Daar antwoordde ik op 24 april op: ‘De Nederlandse politieke elite is vooral rechts. Interessant in dit opzicht zijn de nieuwe denkbeelden van VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff. Hij stelt voor om niet langer de banken en de multinationals, maar de middenklasse voorop te zetten in de politiek van zijn partij. Dit geeft aan dat dit tot nu toe niet het geval is bij de grootste partij. Evenmin bij het CDA dat eveneens een ondernemerspartij is.

De stammenstrijd in Forum voor Democratie tussen Henk Otten en Thierry Baudet geeft aan dat de PvdA gelijk heeft om afstand te nemen van de retoriek van Baudet. Forum is volgens Otten te ver doorgeschoten naar rechts. Met de studentikoze Baudet met zijn doemdenken en ondergangsfantasieën die weinig met de leefwereld van burgers te maken hebben. Burgers hebben daar in de praktijk helemaal niks aan. Geen betere voorzieningen, lagere belastingen of een hoger loon. Praatjes, mooie woorden. Dat gevaar ziet Otten.

Forum heeft gewonnen, maar ook verloren doordat het zich politiek geïsoleerd heeft. Baudet heeft hoog van de toren geblazen en scherpe eisen gesteld, maar 85% van de kiezers heeft op andere partijen gestemd. Dus het is logisch dat als Forum overvraagt die partijen niet met Forum willen samenwerken. Dat is de logica van politiek’.

3. Modwain op zijn Hollands zei vandaag 30 april:
Bedankt voor je antwoord, sorry dat ik nu pas reageer, maar ik heb wel een paar vraagjes.

Ik persoonlijk denk dat onze politieke elite vooral links is maar ik hoor graag hoe jij denktdat ze rechts zijn? En dat de VVD geen volkspartij is, tja dat is niet echt nieuws toch? Maar hoewel de VVD inderdaad meer voor de multinationals lijkt te gaan en duidelijk een globalistische partij lijkt te zijn, zie ik het rechtse niet zozeer.

De strijd in Forum zie ik als groeipijnen in een nieuwe partij, dit hebben we bij bijna alle nieuwe partijen gezien, zelfs toen de PVDA en CDA ontstaan zijn uit het samen gaan van andere partijhen. Maar ook hier ben ik nieuwsgierig hoe hij rechts is.

Baudet heeft geen eisen gesteld het zijn de andere partijen die eisen stellen aan FvD.

Nu weet ik dat het makkelijk is om vrijwel alles wat niet mainstream is rechts te noemen, maar ik ben wel nieuwsgierig wat iets rechts maakt, want het lijkt er erg op dat het als een standaar negatieve waardering geworden is die niet echt heel veel met de werkelijkheid te maken heeft.

Maar misschien heb ik daar geen gelijk is, ik ben wel nieuwsgierig waarom je denkt dat het merendeel rechts is.’

4. Mijn reactie van vandaag 30 april aan Modwain op zijn Hollands:
‘Dan lijkt het erop dat we eerst moeten uitmaken wat links of rechts is, om erna beredeneerd te kunnen bepalen waar de politieke partijen staan. Dus wat hun profiel is: links of rechts. Dat wordt een uitgebreide exercitie. Laten we ons daarom tot de hoofdlijn beperken.

Het gaat me om de sociaal-economische aspecten als inkomensverdeling, belastingheffing, de beloning en het belang van arbeid tegenover kapitaal, marktwerking, eigendom van de productiemiddelen en in bredere zin de verzorgingsstaat. Dan blijkt dat deze indicatoren erop wijzen dat die de afgelopen decennia in de richting van multinationals, banken en vermogenden zijn veranderd ten koste van de werkenden of gewone burgers. De details laat ik hier voor de overzichtelijkheid achterwege. Ik noem die ontwikkeling rechts.

Die ontwikkeling is via de actieve of stilzwijgende (internationale effecten) goedkeuring van de belangrijkste politieke partijen tot stand gekomen (VVD, CDA, PvdA, D66). Een politieke elite die die ontwikkeling mogelijk heeft gemaakt of op z’n minst stilzwijgend heeft goedgekeurd moet dan per definitie rechts genoemd worden.

Er zijn ook sociaal-culturele aspecten die te maken hebben met aspecten als nationalisme, nationale identiteit, integratie en emancipatie. Ze domineren tegenwoordig het politieke debat. Daar zijn twee redenen voor: afleiding en profilering.

Afleiding: Het is begrijpelijk dat het in het belang van de bezittende klasse is dat er geen fundamenteel debat ontstaat over de sociaal-economische verhoudingen. Want dat is de afgelopen 30 jaar sterk gewijzigd ten koste van de min vermogenden. Daar is dus veel op aan te merken. Bijvoorbeeld over het feit dat bij toenemende welvaart de lonen achterblijven en de werknemers daarvan niet profiteren, maar de bedrijven wel. En dat de rijkste 10% steeds rijker wordt, en de andere werknemers niet profiteren van de toenemende welvaart. Het inkomen uit arbeid en uitkeringen blijft achter bij het inkomen uit kapitaal, en wordt ook zwaarder belast.

Profilering: Politieke partijen zoeken een manier om zich te onderscheiden van andere partijen. Dat geldt vooral voor nieuwkomers als de PVV of FvD die zich in de politieke markt moeten invechten. Zij zoeken dus via hun politieke marketing een uniek verkooppunt waarmee ze kunnen scoren. Dat gaat betrekkelijk makkelijk op sociaal-culturele onderwerpen omdat burgers daar op emotie aangesproken kunnen worden en de feiten daaraan ondergeschikt zijn. Omdat de economie en de eigendomsverhoudingen ongemoeid blijven worden deze partijen niets door de gevestigde orde in de weg gelegd door zich op deze manier te profileren. Want hun profilering past als afleiding in het straatje van de zittende macht.

Zo bedoel ik het in grote lijnen.

Forum voor Democratie is een rechtse partij op zowel de sociaal-economische als sociaal-culturele aspecten. Op die constatering kan men afdingen dat Baudet wel praat over de ondergang van de westerse beschaving en dus feitelijk niet de gevestigde orde verdedigt, maar die juist wil afbreken. Is dat dan zoveel anders dan de voorman van de Amerikaanse alt-right beweging Steve Bannon die in navolging van de communistische Lenin de staat wil vernietigen? De overeenkomst is trouwens dat Lenin in de koelakken en bankiers zijn vijanden verzon, terwijl Trump, Bannon en Baudet hun 21ste eeuwse vijanden verzinnen: de ‘elite’, de media, de joden (George Soros) of de deskundigen/wetenschappers.

In hoeverre Baudet zelf deze ondergangsfantasie doordacht heeft en waar hij vindt dat het moet eindigen of hij die alleen maar intuïtief ‘leent’ uit de timmerdoos van alt-right voor zijn politieke marketing en profilering is de vraag. Ik denk overigen het laatste. Baudet is een romanticus die houdt van grote gebaren en nog niet de uiterste gevolgen van zijn stellingname beseft. Daar ging naar mijn idee, naast de fraude en corruptie binnen FvD, het conflict met Henk Otten over.

Het gaat echter om de praktijk. Dan blijkt dat Baudet op de economische en culturele beleidsterreinen een behoudende koers vaart. Op economisch gebied wijkt hij nauwelijks af van de op dit aspect rechtse partijen VVD, CDA en D66, en op de culturele aspecten heeft hij zoals gezegd carte blanche omdat hij met zijn sociaal-culturele profilering de afleiding dient die de zittende macht prima uitkomt als een extra rookgordijn dat de macht aan het zicht onttrekt.’

Foto: Schermafbeelding van video ‘Onze democratie is in gevaar’ op het YouTube-kanaal van Modwain op zijn Hollands, 23 april 2019.

Bas Blokker meent dat kloof tussen Democraten en Republikeinen in alle gevallen komt door het Democratische electoraat. Serieus?

Aldus Bas Blokker in het artikelAchterban gaat zijn eigen weg; Democraten in de VS’ in de NRC van 18 augustus 2018. Als deel van een hoogst teleurstellende en oppervlakkige reeks artikelen over de crisis van links en het antwoord daarop. Wat Blokker bezielt om deze aantoonbaar onjuiste observatie te maken is een raadsel. En een nog groter raadsel is waarom de eindredactie en factcheck-redactie dit hebben laten passeren.

Het is juist dat de Democratische partij linkser wordt. Het kan ook nauwelijks anders in reactie op de mislukte centrum presidentskandidaat Hillary Clinton die in 2016 tegen het bedrijfsleven en Wall Street aanleunde. Die verlinksing wordt van onderop gevoed. Opvallend meer vrouwen dan voorheen melden zich op dit moment aan als kandidaat. Maar de observatie dat ‘de kloof (..) in alle gevallen toe te schrijven [is] aan een snelle verlinksing van het Democratische electoraat’ is eenzijdig. Het mist de verTrumping van de Republikeinse partij (GOP). Traditionele conservatieven en gematigden zijn gemarginaliseerd of hebben de partij verlaten.

Die observatie mist de macht van Trump die de GOP door belastingwetten voor rijken, een immigratiepolitiek zonder compassie, samenwerking met evangelische groepen en benoemingen van behoudende rechters op allerlei niveau’s tot een radicaal-rechtse cultbeweging heeft omgevormd. Sinds januari 2017 is de GOP enorm naar rechts opgeschoven. Wie meent dat de verwijde kloof tussen beide partijen ‘in alle gevallen’ aan het Democratische electoraat is toe te schrijven begrijpt niets van het Trumpisme, de gijzeling door Trump van de GOP en diens vertrouwen op zijn achterban van 35% waardoor hij geen concessies meent te hoeven doen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelAchterban gaat zijn eigen weg; Democraten in de VS’ van Bas Blokker in NRC, 18 augustus 2018.

Op campagne in Utrecht: globaal verdiepen in lokale onderwerpen met premier Rutte

Het is campagnetijd. Op 21 maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen en kan er ook gestemd worden voor het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, ook wel sleepwet genoemd. Tijdens de campagne gaan politieke partijen de straat op. Ze blazen hun ballonnetjes op, verkleden zich in hesjes met partijkleur, zetten een jolig of ernstig gezicht op en strooien hun liftpraatje over het passerend publiek. Aan deze wetmatigheid van simplisme, oppervlakkigheid, eenzijdigheid, clownerie, verlakkerij en komedie kunnen politici en burgers, maar ook het politieke bedrijf zich blijkbaar niet onttrekken. Het is niet om aan te zien.

Premier Mark Rutte bezocht in het kader van die raadsverkiezingen voor de tweede keer in korte tijd Utrecht, volgens een bericht in het AD. Hij heeft geen verleden in de stad, maar doet net alsof dat wel zo is. Zoals hij dat in Nijmegen, Groningen, Leiden, Wageningen, Den Bosch, Eindhoven of elke andere stad ook doet.

Een landelijke politicus trekt een lokale jas aan, maar van ver is te zien dat die jas niet past. Dat is potsierlijk en zielig tegelijk. Campagnetijd is een kruising tussen carnaval, toneelspel, propaganda, een jaarmarkt en reality tv. Het is de extreme situatie van de gespeelde gewoonheid. Overigens gaat het om gemeentelijke verkiezingen, zodat het de vraag is waarom een landelijke politicus zich er in meent te moeten mengen.

Rutte jongleert in een video die het AD van het bezoek heeft gemaakt subtiel langs de positionering van partijen. Hij noemt D66, GroenLinks en de PvdA ‘wat linksere partijen’ wat het AD in het bericht onterecht vertaalt naar ‘linkse partijen’. Maar D66 beschouwt zichzelf niet als linkse partij en kan dat redelijkerwijs ook niet genoemd worden. Het AD prikt de fout in het betoog van Rutte niet door. Ruttes waarschuwing voor een links college slaat dus nergens op omdat D66 geen linkse partij is. Nu is D66 in de raad de grootste partij, met GroenLinks als tweede, en VVD en PvdA als derde partij. Ruttes claim is dat de VVD nodig is als rechts tegenwicht. Maar centrum- of centrum-linkse partijen als PvdA, D66 en GroenLinks lijken de VVD niet nodig te hebben als buitenboordmotor. Utrecht heeft in Jan van Zanen een VVD-burgemeester die mans genoeg is om het rechtse geluid in het college te bewaken. Een reden te minder om de VVD in het college op te nemen.

Maakt het optreden van Rutte indruk? Ach, zo’n campagne waarbij een landelijk kopstuk wordt ingevlogen lijkt eerder bedoeld om de VVD’ers in Utrecht een hart onder de riem te steken, dan dat het electorale invloed heeft. Rutte rolt de logica van de marketing uit met het thema ‘veiligheid’. Dat is eerder een zwakte- dan een sterktebod omdat het een gedepolitiseerd thema is dat vaag en leeg is. Met Utrecht heeft het allemaal weinig te maken. Campagne voeren is voor partijpolitici een moetje. Een wederzijdse gijzeling van partij en politicus.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelPremier Mark Rutte: ‘laat Utrecht niet in linkse handen vallen’’ (met video) van Diane Hoekstra in het AD, 7 maart 2018.

Waarom plaatst De Volkskrant de extreemrechtse, activistische, misleidende en slecht onderbouwde opinie van Derk Jan Eppink?

De in de VS wonende Derk Jan Eppink is volgens een analyse uit augustus 2017 van gepensioneerd VRT-journalist Johan Depoortere in De Morgengeen “waarnemer” of “analist” maar een (ex-)politicus van rechtse tot extreemrechtse signatuur en een ideologische scherpslijper die werkt voor “een instelling die de Republikeinse partij van reactionair ideologisch voer voorziet”. Eppink is dus geen objectieve waarnemer of analist constateert Depoortere. Toch is Eppink in de Nederlandse media, zoals het radioprogramma Met het oog op Morgen vaak opgevoerd als een objectief waarnemer. Eppink werkt voor het London Policy Center in New York. Naamgever Herbert London was in een politieke campagne in New York in 1994 tegen de Afro-Amerikaanse kandidaat Carl McCall zo openlijk racistisch dat Republikeinen zich van hem distantieerden.

Met zijn extreemrechtse opinies en verkeerde voorstelling van de feiten krijgt Eppink om onbegrijpelijke redenen steeds weer toegang tot de Nederlandse media en kan hij daar ongestoord en zonder redactionele disclaimer zijn onwaarheden verspreiden. Vraag is of de redacties van Nederlandse media niet beseffen wat het extremisme van Eppink inhoudt of dat ze wel degelijk weten dat hij aan misleiding en verspreiding van alternatieve feiten doet, maar hem desondanks in hun kolommen of programma alle ruimte geven.

Neem nou een afsluitende opmerking in Eppinks opinieLinks gezaaid, rechts gebaard’ dat vandaag op 31 januari 2018 onder de titel ‘Progressief Nederland moet zich dezelfde zorgen maken als de Democraten in Amerika’ in De Volkskrant werd geplaatst: ‘Progressief Nederland moet zich dezelfde zorgen maken als de Democraten in Amerika. Traditioneel links (socialistisch en groen) krimpt.’ Deze opinie is in strijd met de demografische indicatoren in de VS die exact op het tegendeel wijzen van wat Eppink beweert. Het zijn juist de Republikeinen die met een krimpende basis te maken hebben en niet de Democraten. Dat is een proces dat zich komende jaren voortzet. Het is al meermalen gezegd, Trump trekt zich terug op een krimpende basis van het electoraat dat onder de 40% is gezakt. De Democratische partij kan niet per definitie rekenen op een hoge opkomst van minderheden, hoewel dat bij recente verkiezingen in Alabama en Virginia wel het geval was.

Eppink is om politieke redenen een handelaar in wensdenken en misleiding. Hij stelt feiten bewust verkeerd voor en probeert daar voor Nederland iets uit te concluderen dat niet geloofwaardig is en op de werkelijkheid gebaseerd. Hij stelt de politieke werkelijkheid in de VS verkeerd voor en extrapoleert die verkeerde aanname naar Nederland. Als niet de Amerikaanse Democraten, maar de Republikeinen zich zorgen moeten maken over de steun onder het electoraat, waarom zouden Nederlandse progressieven zich dezelfde zorgen moeten maken als de Democraten die zich geen zorgen hoeven maken? Als noodgreep verwijst Eppink naar ‘links’ en ’socialistisch’, maar omdat dat wat anders is dan ‘progressief’ slaat dat zijn betoog dood. Hij is een politieke manipulator die zich bedient van een slechte argumentatie en begrippen als links en progressief bewust met elkaar verwart. Eppink vervuilt het publieke debat met zijn gekleurde opinies die zo aantoonbaar nonsensicaal en slecht onderbouwd zijn, dat het een raadsel is waarom De Volkskrant het meent te moeten plaatsen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelProgressief Nederland moet zich dezelfde zorgen maken als de Democraten in Amerika’ van Derk Jan Eppink in De Volkskrant, 31 januari 2018. Met tweets.

De Nederlandse Leeuw en het luchtkasteel van een ‘progressief-liberale denkcultuur’

Gisteren kwamen volgens een bericht van de NOS 2000 mensen bij elkaar ‘voor een brainstormsessie over de multiculturele samenleving. Het is de eerste debatavond georganiseerd door De Nederlandse Leeuw. Een stichting die “de progressief-liberale denkcultuur wil doorbreken”.’ De NOS volgt de framing van alt-right over zoiets als een ‘progressief-liberale denkcultuur’ die leidend is. Wie vanuit het centrum van het Nederlandse politieke spectrum naar politiek en samenleving kijkt ziet -naast relicten van culturele hegemonie van links- echter geen ‘progressief-liberale denkcultuur’, maar vooral de economisering van de politiek onder druk van multinationals en financiële instellingen -inclusief de economisering door ECB of IMF- die het sinds de jaren ’80 voor het zeggen hebben gekregen. Aan de flanken nemen onwrikbare standpunten het politieke centrum in de tang. Aan de linkerkant wordt dat gevoed door nostalgie naar een sinds 15 jaar afgesloten periode van het multiculturalisme, aan de rechterkant door nostalgie naar de 19de eeuw van natiestaat en nationalisme. Behalve met de druk vanaf de flanken, worstelt het centrum met de druk van bedrijven en de gevolgen van de globalisering waar het door gebrek aan ambitie, macht en middelen onvoldoende weerstand aan kan bieden.

Zo kondigt zich een vijfdeling aan. In de politiek: radicaal links – centrum – radicaal rechts. In de economie: economische macht van bedrijven en financiële instellingen die de politiek in de zak heeft. In de cultuur (kunst, universiteiten, media, religieuze instellingen): naar links leunende posities die steeds meer uitgehold worden door de economisering van samenleving en politiek, en opgevuld worden door rendementsdenken dat vanuit de politiek en economie de cultuur in de greep neemt. Aan de buitenkant ziet het er nog links (of: ‘progressief-liberaal‘) uit, maar in de kern is het inmiddels grotendeels in het omgekeerde veranderd.

Het is begrijpelijk dat de vertegenwoordigers van radicaal-rechts die verschijningsvorm van de cultuur op de korrel nemen. Het is zowel een makkelijk te framen doelwit (‘linkse kerk’) als een afleiding voor het gebrek aan durf en een teveel aan gemakzucht als verhulling van opportunisme dat wordt gevoed door eigenbelang om de echte macht van multinationals, financiële instellingen en de veiligheidsindustrie niet aan te spreken.

Om te begrijpen hoe dat in de praktijk werkt is het goed om te beseffen wat alt-right is. Is het een politieke beweging binnen de gevestigde politiek zoals de Tea Party, of een subcultuur die vooral een maatschappelijk fenomeen is waarvan leden zich politiek losjes organiseren? Dat laatste is het geval. Sinds binnen de regering-Trump vertegenwoordigers van alt-right op afstand zijn gezet is dat er alleen maar duidelijker op geworden. Het feit dat binnen die subcultuur rechts-extremistische activisten en ideologen met racistische ideeën over blanke hegemonie verzameld zijn, betekent nog niet dat alt-right een rechtse politiek voorstaat binnen de randvoorwaarden van de bestaande politiek. Het grootste misverstand is dat het een conservatieve inslag heeft, het verzet zich juist tegen het conservatisme in de maatschappij. Alt-right is nihilistisch (in de zin van: ‘ontkenning van het bestaande’) zonder op dit moment een alternatief voor het bestaande te kunnen bieden.

Als De Nederlandse Leeuw zegt ‘de progressief-liberale denkcultuur te willen doorbreken’ dan moet men erop gewiekst zijn wat het ermee bedoelt en door wie het zich laat inspireren. Vooralsnog is een verzameling van radicaal-rechtse denkers bezig een stropop van de ‘progressief-liberale denkcultuur’ op te tuigen die in werkelijkheid allang niet meer bestaat, en hoe dan ook sterk gedevalueerd is. Om een organisatie van de grond te tillen en diverse subgroepen te verbinden kan het behulpzaam zijn om een vijandbeeld te creëren waarin die subgroepen zich kunnen vinden. De Nederlandse Leeuw staat voor de keuze welke kant het opgaat en welke leiders het wil volgen. Gaat het in de richting van het nihilisme van alt-right of beweegt het zich binnen de randvoorwaarden die de bestaande politiek stelt? Als het het gevecht met de macht van banken en multinationals aangaat en de politieke marketing van de ‘progressief-liberale denkcultuur’ achter zich laat omdat het dat frame niet meer nodig heeft om zich te bewijzen en te formeren, dan kan De Nederlandse Leeuw brullen. Niet tegen het luchtkasteel van de progressief-liberale denkcultuur, maar tegen echte macht.

Foto: Schermafbeelding van tweet van Joost Niemoller van 19 januari 2018, met reactie.