Amerikaans Hooggerechtshof draait constitutioneel recht op abortus terug

De westerse wereld kijkt met verbazing naar de VS. Wat blijft er over van wat ooit de grootste democratie ter wereld werd genoemd? Waarom worden rechten teruggedraaid? Verandert de VS in een land dat uit de pas loopt met Canada, het VK, de EU, Nieuw-Zeeland en Australië?

Het Hooggerechtshof heeft een rechtse meerderheid van zes tegen drie en is op het oorlogspad om mensenrechten terug te draaien. Van die zes rechtse rechters zijn er enkelen conservatief en enkelen radicaal-rechts. Zoals de rechters Clarence Thomas en Samuel Alito. Zij grijpen nu hun kans binnen het Hooggerechtshof.

Afgelopen week werd op initiatief van de rechtse rechters van het Hooggerechtshof het constitutionele recht op abortus voor vrouwen teruggedraaid. Met deze opvattingen staan de rechtse rechters haaks op de samenleving. Volgens een onderzoek van Pew uit 2022 steunt 61% van de bevolking het recht op abortus.

In de video meent de libertijnse Britse peer Claire Fox voor het rechtse GBNews dat het debat in de VS over abortus niet gaat over abortus en vrouwenrechten, maar wordt vervuild door de cultuuroorlog tussen links en rechts. Daardoor is er volgens haar geen open debat over mogelijk en kunnen de radicaal-rechtse rechters in het rechtse Hooggerechtshof tegen de maatschappelijke ontwikkeling in hun zin doordrijven. Met opvattingen die overeenkomen met een uitleg van de grondwet van 200 jaar geleden.

De overeenkomst van dit Hooggerechtshof met voormalig president Trump die met zijn claims over een gestolen verkiezing volgens oud-minister Barr los van de realiteit staat (‘detached from reality‘) is niet toevallig. Ook dit Hooggerechtshof is losgezongen van de realiteit. Toch zijn Thomas en Alito langzittende rechters die niet door Trump zijn benoemd. Ze zien nu hun kans schoon met een rechtse meerderheid in het Hof, een oprukkend politisering van de rechterlijke macht door een jarenlange Republikeinse campagne en een verdeeld land waar over politieke onderwerpen de meningen verdeeld zijn.

De uitbreiding van het aantal rechters is een oplossing om het Hooggerechtshof meer in lijn te brengen met de stemming in het land die gematigder is. Dus een uitbreiding van het Hof met twee leden tot 11 of zelfs 13 is mogelijk. Het aantal van negen rechters wordt niet door de grondwet gedicteerd, maar door een wet (‘Judiciary Act of 1869’) die het Congres in 1869 aannam en gewijzigd kan worden. In 2021 concludeerde een Witte Huis commissie dat het congres die juridische macht heeft, maar dat het ongewenst is om te doen. Theoretisch kan het.

Democraten moeten daarbij een meerderheid in beide kamers hebben om die uitbreiding en de benoemingen te regelen. De verwachting is dat de Democraten bij de tussentijdse verkiezingen van november 2022 de meerderheid in het Huis verliezen.

De inschatting is dat het terugdraaien van het recht op abortus electoraal een slechte zaak is voor de Republikeinse partij omdat het vrouwen in de buitenwijken motiveert om Democratisch te stemmen. Als de komende maanden ook andere rechten worden teruggedraaid, dan bouwt dit Hooggerechtshof niet alleen bij progressieven, maar ook bij gematigde Republikeinen en Onafhankelijken verdere tegenstand op die begint te lijken op een zelfmoordmissie.

Hoe meer uit het lood met de samenleving de koers van het Hooggerechtshof door archaïsche wetgeving komt te staan, hoe meer de druk op president Biden zal toenemen om het aantal rechters uit te breiden. Maar de Republikeinen zullen daar geen steun aan geven. Als de Democraten het Hooggerechtshof willen uitbreiden, dan zullen ze snel moeten handelen. Of moet de maatschappelijke tegenstand zich de komende maanden eerst nog verder opbouwen door het gedateerd en radicaal handelen van het Hooggerechtshof voordat Biden toestemt?

Advertentie

Reactie op de kritiek op een recensie die gematigd kritisch is. Wat onttrekken de identiteitspolitiek en cultuuroorlog aan het oog?

Mijn reactie op de kritiek van ‘Andrea van der Wulp’ op Saltmines op een recensie van Floris van den Berg op TPO over de bundel Diversiteit, Identiteit en de Culture Wars die in 2019 onder redactie van Paul Cliteur verscheen:

Ja, inderdaad, wat veel tekst om iets simpels te zeggen. Maar het kost inderdaad kennis en vaardigheid om het kort te houden.

De kritiek op de toon van Floris van den Berg is onterecht. De auteur ontgaat het onderscheid tussen zakelijke, inhoudelijke kritiek en het optuigen van identiteitspolitiek en de zogenaamde cultuuroorlog. Het is een legitieme en verdedigbare positie van Van den Berg om te pleiten voor zakelijke kritiek en daar Cliteur en anderen zelfs krediet voor te geven, maar de stap verder richting identiteitspolitiek en cultuuroorlog af te wijzen.

Het gaat erom dat het eerste, namelijk de zakelijke kritiek is bedoeld om achterstelling van minderheden aan de orde te stellen met de bedoeling daarin verbetering te brengen, terwijl de identiteitspolitiek of cultuuroorlog een ander doel heeft. De verwarring die bij de auteur is ontstaan kan erin gelegen zijn dat ze deels gelijk oplopen, maar toch op iets anders mikken.

De rechtse en linkse politiek stellen zich pas oprecht op als ze doen wat ze zeggen te doen, namelijk het zich inspannen voor de rechten van minderheden en het tegengaan van ongelijkheid. Als ze dat alleen met de mond belijden zonder het serieus te bedoelen en het vooral bedoeld is om de opponent te vloeren, het politieke debat te agenderen en zo politiek marketing te bedrijven, dan schiet de bekommernis de oprechtheid voorbij.

De waarschuwing voor links is daarbij overigens dat het tegenover het simplisme van rechts niet het eigen simplisme moet zetten. Jammergenoeg gebeurt dat wel en dat is de valkuil voor links. Het moet de obsessie van rechts voor sociaal-culturele onderwerpen als identiteit en nationalisme, die ook deels een slimme misleiding is om het niet over macht, eigendom en belastingdruk te hebben, beantwoorden met sociaal-economische onderwerpen inclusief de achterstelling van minderheden.

Kortom, de positie van Van den Berg is zo gek nog niet. Zijn inschatting van de kritiek op identiteitspolitiek is zinvol en gerechtvaardigd, maar die kritiek schiet zijn doel voorbij en wordt er onwaarachtig op, overtrokken lijkt de beste kwalificatie, als het als instrument wordt gebruikt in de cultuuroorlog zonder de bedoeling te hebben werkelijk iets aan de rechten van minderheden te veranderen of maatschappelijke ongelijkheid te verminderen.

Foto: Deel van de recensie van Floris van den Berg van de bundelDiversiteit, identiteit en de ‘culture wars’’. Auteur: Paul Cliteur, Perry Pierik, 2019. Uitgeverij Aspekt.

Als Democraten niet gaan samenwerken en gelederen sluiten, dan vergroten ze Trumps winstkansen in 2020. Oproep tot urgentie

Het door de Russische overheid gefinancierde en gecontroleerde RT (voorheen Russia Today) speelt graag in op verdeeldheid in westerse landen. Of die verdeeldheid echt of vermeend is. Daarom besteedt RT aandacht aan gele hesjes, protesten tegen immigratie, de opkomst van extreem-rechts of in het recente verleden de rechtszaken tegen Chelsea Manning of Julian Assange. Nu is er sinds begin 2019 een nieuw heet hangijzer, namelijk het handjevol Democratische progressieve of radicaal-linkse vertegenwoordigers in het Huis van Afgevaardigden dat vanuit het perspectief van identiteit politiek meent te moeten bedrijven en daarbij in conflict komt met het leiderschap, vooral voorzitter Nance Pelosi. Maar de radicalen vormen een minderheid.

Realiteit is dat bij de tussentijdse verkiezingen in 2018 de winst van bijna 40 zetels door de Democraten werd behaald met gematigde kandidaten. Voor de Senaat probeert het leiderschap van de Democratische partij dit succesvolle scenario te herhalen door Amerikaanse helden te kandideren. De zelfverzekerde progressieven hebben veel volgers op sociale media en steun van linkse media. Ze kunnen niet vervreemd worden omdat de progressieve basis nodig is om Trump te verslaan. Hoewel de stemmen in Californië of New York niet van belang zijn voor de winst in het Electoral College dat in staten wordt beslist waar identiteitspolitiek relatief onbelangrijk is, maar ‘keukentafel’-onderwerpen als gezondheid of sociaal-economie de doorslag geven.

Dat alles zou geen bezwaar zijn als er geen president Trump was. Maar hij is er wel. Hoewel de peilingen tonen dat Trump in 2020 van alle belangrijke Democratische kandidaten verliest is een voorwaarde daarvoor dat de Democratische partij niet verdeeld raakt zodat een groot deel van de achterban niet gaat stemmen. Daar ligt de kans van Trump die kan rekenen op een trouwe achterban. Het gehakketak tussen Pelosi en de progressieve vrouwen is koren op de molen van Trump. Dat verzwakt de Democratische partij. Het is een kwestie van prioriteit. Zetten de Democraten eerst alles op alles om Trump met gematigde kandidaat als Joe Biden, Elizabeth Warren of Kamala Harris te verslaan en vechten ze daarna hun onderlinge strijd uit of doen ze dat tegelijk? Het risico van dat laatste is dat Trump de lachende derde is en zo een tweede termijn wint, het risico van het eerste is voor de progressieven dat hun momentum voorbijgaat en ze ingekapseld raken.

Men zou hopen op een wapenstilstand waarin de Democraten tot november 2020 collectief alle energie aanwenden om Trump te verslaan met een belofte voor de progressieve vleugel dat belangrijke wensen van hun politieke programma (immigratie/grens, omslag in klimaatbeleid en interne democratie in eigen partij) ingewilligd worden. Voorwaarde is dat het politieke debat binnenskamers blijft en Trump niet kan dienen.

Een citaat uit een artikel van George Chesterton over culturele toe-eigening raakt de kern: ‘It feels as if progressives are winning the culture war but losing the political one, in which power increasingly rests with an activated right’. Het winnen van de culturele oorlog in de publieke opinie of op sociale media is waardeloos als tegelijk de politieke oorlog wordt verloren. Daar worden wetten gemaakt en besluiten genomen die de levens van de burgers bepalen die ze economisch afhankelijk maakt. Hoe zinvol is het om de strijd over cultuur en identiteit te winnen als men de strijd om de productiemiddelen, productieverhoudingen en politiek verliest?

Verder doordenkend, is de cultuurstrijd geen vette wortel die progressieven als afleiding wordt voorgehouden en waarin ze gretig bijten zonder dat ze ten volle beseffen dat ze ermee vooral de tegenstander dienen van wie ze het minste te verwachten hebben? In twee tweets stemde ik in met de observatie van Jon Favreau:

Foto: Tweet van acteur en regisseur Jon Favreau, 13 juli 2019 en mijn reactie van 14 juli 2019.

Kerstboom, vakantieboom, tolerantie en het secularisme

merry_myth_billboard_design

In de VS verkondigen reclameborden van alles. Niet alleen het consumeren van goederen, maar ook het consumeren van religie. Of atheïsme. Alles is marketing. In de maand december wordt er nog een schepje bovenop gedaan. De conservatieve presentator Bill O’Reilly richt zijn pijlen op de progressieve gouverneur van Rhode Island  Lincoln Chafee die in functie deze week een kerstboom een ‘vakantieboom’ noemde. Dat kwam hem op kritiek te staan. Chafee zou kerstmis willen seculariseren. Trouwens, thuis zou-ie het gewoon nog steeds over een kerstboom hebben, maar hij redeneert dat de kerk van kerk en staat hem dat niet toestaat.

Naar mijn idee begrijpen O’Reilly noch Chafee wat secularisme is. Evenmin als de Amerikaanse Atheïsten die de mythe willen dumpen. Laat iedereen zelf beslissen. Waarom meegaan in een negatieve campagne zoals evangelisch Amerika die voert? Secularisme gaat erom dat ieder individu in vrijheid kan kiezen. Een religie, levensovertuiging of niks. Atheïsten die zich tegen het kerstfeest verzetten zijn even onverdraagzaam als christenen die atheïsten van alles en nog wat beschuldigen. Tot een gebrek aan vaderlandsliefde toe. Waarom geven ze elkaar niet de ruimte? In dat grote land. Ambassadeurs voor de vrijheid praten en denken anders.

why_do_atheists_2

Foto 1: Atheïstisch Billboard, anti-christendom.

Foto 2: Religieus Billboard, anti-atheïstisch.