Er schort iets aan de vieringen van 4 en 5 mei. Die draaien te veel om handhaving van de gevestigde orde en te weinig om versterking van de democratie

Ruïne van kerk na oorlogshandelingen met op de voorgrond viering van de bevrijding‘, 1945. Doesburg. Collectie: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Natuurlijk weten we hoe belangrijk vrijheid is. Natuurlijk weten we wat voor paradijs Nederland is. Natuurlijk weten we hoe autoritaire leiders niks geven om rechten. Natuurlijk weten we dat we alert moeten zijn omdat het mogelijk is dat ons de vrijheid ontstolen wordt. Met een vingerknip.

Maar laat ons dat individueel doordenken, beseffen en herinneren. Het collectivisme van zowel de dodenherdenking van 4 mei als de bevrijding van 5 mei begint me steeds meer tegen te staan. Niet omdat de rituelen uitgesleten raken en voorspelbaar worden, maar omdat de herdenking en viering niet zijn wat ze zeggen te zijn. Vrijheid wordt een leeg begrip als het niet direct verbonden worden met de versterking van de democratie

Herdenking en viering worden duidelijk van bovenaf opgelegd. Dat is geen viering van vrijheid, dat is viering van de gevestigde orde.

Ik vermoed dat ik in die twijfel niet de enige ben. Is het niet zo dat 4 en 5 mei steeds minder aansluiten bij hoe hedendaagse burgers met de doden die gevallen zijn voor onze vrijheid en dat begrip vrijheid zelf om willen gaan? Dat collectivisme waar we twee dagen lang mee geconfronteerd worden begint steeds meer een ongewenste dwangbuis te worden.

We hebben een sterke staat nodig om de vrijheid te garanderen en ons te verdedigen tegen aanvallen van buiten. Een land heeft ook een zekere mate van eensgezindheid en nationalisme nodig, dat laatste liefst in afgezwakte vorm. Symboliek en bombast kunnen zinvol zijn om dat aan de bevolking over te brengen.

Maar die symboliek moet zo aangewend worden dat het uitsluitend de democratische instituties en het abstracte idee van vrijheid versterkt die onze democratie weerbaar en flexibel houdt. Individuen als een staatshoofd, politici en legerleiders representeren deels hun functie, maar hebben deels ook belangen die niet altijd gelijk op lopen met de versterking van de democratie. Hun belang is niet in alle gevallen het verdedigen van de vrijheid. Dan worden de rituelen vals en ongeloofwaardig.

Dat verschil tussen schijn en wezen van de vieringen schrijnt. En schrijnt steeds meer. De vieringen dienen gedemocratiseerd te worden en op een andere leest te worden geschoeid. Laat ons daar in ons individualisme collectief over debatteren om de vrijheid fundamenteel anders te gaan vieren.

Vrijheid is te belangrijk om op te sluiten in rituelen én belangen van representanten van de gevestigde orde.

Gedachten bij drie foto’s van een carrousel in Parijs (1957-1959)

Walter Silver, Amusement Park (1957-1959). Collectie: The Miriam and Ira D. Wallach Division of Art, Prints and Photographs: Photography Collection (IMAGE ID 5216886).

Op een foto van een carrousel in Parijs loopt een man met hoed met een aktetas in zijn linkerhand. Fotograaf Walter Silver neemt hem op de bovenste foto op de korrel. De man is zichtbaar in het midden van het vlak achter de draaimolen.

De attractie wordt opgebouwd of afgebroken. Waarschijnlijk het eerste. Een ladder staat tegen het kraam. In de rechterhoek is de nummerplaat van een vrachtauto met open laaddeur te zien. Met het departementsnummer ’82’ van Tarn-et-Garonne, in Zuidwest-Frankrijk.

Op de tweede foto is de man verder gelopen en komt hij links in beeld. Precies tussen de eend en het hoofd van een paardje. Silver heeft zijn camera naar links gedraaid. Hij heeft even moeten wachten om af te drukken toen de man vanachter het kraam weer tevoorschijn kwam. De man kijkt in de richting van de fotograaf. Is het een geruisloze aanzegging?

Walter Silver, Merry go round (1950-1959). Collectie: The Miriam and Ira D. Wallach Division of Art, Prints and Photographs: Photography Collection (IMAGE ID 5183953).

Op de derde foto is de man met hoed en aktetas blijkbaar verder gelopen en uit beeld verdwenen. Op de achtergrond is duidelijk een kerk met trappen te zien. Er staat links bouwmateriaal tegen een pilaar, zodat men mag aannemen dat er aan de kerk verbouwd wordt. Een jongen met Franse baret op een fiets kijkt in de richting van de fotograaf. Deze staat nu iets hoger en heeft zijn camera verder naar links gedraaid.

Het zou te ver gaan om te zeggen dat we nu leegte voelen. Maar de man met hoed en aktetas is weg. Voorgoed. Hij komt niet meer terug. Voor altijd verdwenen.

Walter Silver, Merry go round, Paris (1957-1959). Collectie: The Miriam and Ira D. Wallach Division of Art, Prints and Photographs: Photography Collection (IMAGE ID 5147415).

De symboliek van een carrousel is voor elk wat wils. Er worden betekenissen aan verbonden, zoals jeugd, onschuld, terugkerend verloop of iets dat regelmatig terugkeert. Het heeft geen begin en geen eind. Het is een vorm van illusie. Echt? De carrousel zou geen ontwikkeling in de tijd kennen omdat het uitsluitend in zichzelf ronddraait.

Dat is onzin die dient om ons houvast te verschaffen in het leven dat eindig in de tijd is. Daarom zijn deze foto’s zo aardig omdat ze daar een voetnoot bij plaatsen. Echter alleen in een reeks, want apart doen ze dat niet. Ze hebben elkaar nodig.

De opeenvolging van drie foto’s onthult een toneelstukje. Van een langslopende man in Parijs aan het eind van de jaren 1950 op wie we van alles kunnen projecteren. Over jeugd, tijd, vergankelijkheid, eeuwigheid en dood. Of over de jacht op een goed beeld van een fotograaf. Of over de alledaagse opbouw van een kermisattractie door kermisklanten in het voor hen verre Parijs. Of wat dan ook waar we op ons moment van kijken mee bezig zijn.

Laten we vrijdenken en het publieke debat niet politiek correct afgrendelen. Daarmee beperken we uiteindelijk onze eigen vrijheid

Het is betrekkelijk ongemerkt gebleven in de recente beeldenstorm. Ook religieuze standbeelden zijn vernield.

Dat is ongewenst.

Ik kan me vinden in de uitleg van de gastheer van American Cholo die niks heeft met religie en meent dat het vernietigen van religieuze standbeelden over een grens gaat. Waarom dat trouwens anders is dan het vernietigen van niet-religieuze standbeelden is de vraag. Gaan die niet exact dezelfde grens over? Want waarom zouden religieuze symbolen bescherming verdienen die niet-religieuze symbolen niet verdienen?

Het argument dat Confederale standbeelden kunnen worden vernietigd omdat de Confederatie de burgeroorlog heeft verloren is onzinnig. Een schijnreden verkleed als kwinkslag. In vele landen heeft religie immers de culturele oorlog verloren. Mogen daarom daar hun symbolen vernietigd worden? Nee.

Het argument om geen standbeelden of symbolen te vernietigen of te verbieden is eerder dat de censuur of intolerantie die vandaag de ander overkomt, morgen de eigen persoon kan overkomen. Of de naasten en de leden van de eigen groep. Vanwege een verkeerd T-shirt, een verkeerde mening of een verkeerd uiterlijk.

Wat nu op het spel staat door de beeldenstorm die zich niet beperkt tot standbeelden in de publieke ruimte, maar zich ook doet gelden in krantenkolommen, op sociale media en in talkshows is de opvatting van de vrijheid van meningsuiting. Het gaat erom of de meningsuiting breed of smal opgevat moet worden.

Ik pleit voor een publiek debat waarin alles gezegd kan worden dat binnen de wet mogelijk is. Dat is zo goed als alles behalve oproepen tot of dreigen met geweld. Beledigen mag. Ook van religie. Ik heb niks met een beeld van Jezus Christus of een katholieke martelaar, maar gun anderen het ongehinderd aanbidden ervan.

Dat is het verschil tussen de vrijdenker die anderen gunt wat hij ook voor zichzelf claimt en niet bang is om in debat te gaan en de politieke correcte golf van (gespeelde) verontwaardiging, symbolische borstklopperij, intolerantie en identiteitspolitiek van radicaal-links én radicaal-rechts die nu door de westerse wereld golft.

Dat laatste is een doodlopende weg die het publieke debat en de democratie ernstig dreigt te beschadigen. Laten we zo verstandig en redelijk zijn om de radicale intolerantie af te wijzen. We verdedigen ook datgene waarmee we het niet eens zijn. Als we dat te bont vinden, dan zetten we er een tegenargument tegenover.

Propaganda, pracht en praal van Prinsjesdag

Dit is propaganda. Voor de gevestigde orde. Voor de monarchie. Voor de parlementaire democratie. Voor Nederland. We hebben terecht de mond vol over op Nederland gerichte buitenlandse propaganda die ons via (sociale) media zou manipuleren, maar lijken de binnenlandse propaganda te vergeten. Of bewust te negeren.

Propaganda is niet per definitie slecht. Het kan verbinden en motiveren door zin te geven aan rituelen en symbolen. Dat gebeurt hier. Het binnenhof, een militaire kapel en het staatshoofd worden door pracht en praal omlijst. Propaganda is evenmin per definitie goed. Het kan misleiden en het publieke debat eenzijdig sturen zodat een open debat niet tot stand komt omdat het door de opinieleiders bewust wordt geblokkeerd.

Waar ligt de grens van het redelijke en het functionele? Waar gaan eenzijdigheid en vooringenomenheid over de inrichting van Nederland over in ondermijning van Nederland? Dat antwoord is niet zo makkelijk te geven. Wat we hier zien aan groots vertoon is dik aangezet en zal voor vele objectieve beschouwers potsierlijk ogen, maar als het de mythe van een verenigd land onderstreept is het functioneel. Dat de huls van uiterlijk vertoon bestaat is daarom begrijpelijk, maar hoe die wordt gevuld is dat niet. Kritiek moet daarom voorbijgaan aan de ogenschijnlijke lachwekkendheid van de gebeurtenis die afleidt van de oorzaak. Zo heeft de pracht en praal een dubbele betekenis: het bevestigt de gevestigde orde en probeert kritiek niet verder te laten kijken dat dat.

Dus de pijn zit elders. Namelijk in het feit dat het debat over de keuze voor een andere staatsvorm door de macht wordt geblokkeerd. De monarchie verschuilt zich achter het schild van het politieke bestel van de parlementaire democratie die brede steun geniet. De kracht van de verbinding wordt nu onterecht bij de monarchie gelegd, terwijl er alternatieven zijn die hetzelfde resultaat en filmpje zouden opleveren. Dat we als Nederlanders de keuze voor het staatshoofd niet openlijk kunnen debatteren is een gevolg van propaganda.

Om de knoop te ontwarren moeten we ons de vraag stellen wie zich met welk belang achter wie verschuilt. Want als de monarchie zich probeert te legitimeren op de schouders en achter de rug van de parlementaire democratie, dan is die bekrachtiging oppervlakkig en cosmetisch. Dan krijgt de pracht en praal die al twee betekenissen had, namelijk de bevestiging van de gevestigde orde en afleiding voor fundamentele kritiek er een derde betekenis bij: de gijzeling door de monarchie van het parlementaire bestel. Vermoedelijk lopen de drie betekenissen door elkaar heen en zorgen ze voor een stevig model waarbij de belangen zijn uitgeruild.

Na kritiek is wassen beeld van Hitler verwijderd uit Indonesisch ‘trick eye’ museum

Het De Mata Museum in het Indonesische Jogjakarta kreeg kritiek in de westerse pers vanwege een overigens slecht lijkend wassen beeld van Hitler tegen de achtergrond van de ingang van het Duitse concentratiekamp Auschwitz met de leuze ‘Arbeit Macht Frei’. Inmiddels heeft het museum het wassen beeld van Adolf Hitler weggehaald. Het De Mata ‘trick eye’ Museum is een instelling waarin het gaat om de optische illusie en de beleving van de bezoeker centraal staat. In de spanning tussen informatie en entertainment (infotainment) ligt het accent overduidelijk op het laatste. Bezoekers kunnen zich (laten) fotograferen in kostuum, of in wat het museum een 3D-omgeving, een 4D-omgeving of een 5D-omgeving noemt. Wat het daar precies mee bedoelt is onduidelijk. Zie hier voor uploaded foto’s van bezoekers. Het bewijs er geweest te zijn is de truc en de pret ervan. Hoe dan ook paste de foto van Auschwitz en het wassen beeld van Hitler in de reeks nationale helden, ’s werelds beroemdste leider en president, internationale beroemdheden en superhelden in dit ‘museum’.

In een bericht in The Times of Israel wordt Hitlers presentatie in het De Mata Museum door critici verachtelijk en walgelijk gevonden. Het zou de slachtoffers bespotten. Daarin hebben ze gelijk, het De Mata Museum is amusement dat geschiedenis als weggooiproduct gebruikt. Maar er is een andere kant aan het verhaal zoals onder meer blijkt uit Anoek Steketee’s project ‘Vroeger is een ver land’ (2013) in het ‘oude’ Tropenmuseum. Zij spitste dat toe op het koloniale verleden van Indonesië, waar zoals Steketee zegt ‘het verleden ligt voor veel mensen gewoon te ver weg’. Re-enactment of het naspelen of uitbeelden van historische gebeurtenissen is een fenomeen dat in Azië meer mensen aanspreekt dan in Europa waar het de liefhebberij van excentrieke hobbyisten is. In Europa weegt geschiedenis zwaarder en kent het verleden navenant meer gevoelige kanten.

Foto 1: Bezoekster met inmiddels verwijderd wassen beeld dat Adolf Hitler moet voorstellen in het De Mata Museum in Jogjakarta.

Foto 2: Foto van bezoekers van het De Mata Museum in Nederlands kostuum uit photostream op Tripadvisor.

Dieudonné: dubbele standaard van de vrijheid van meningsuiting

B7U26Q8IEAA4nNj.png-large

Regeringsleiders of hoofdredacties getuigen sinds de aanslag bij Charle Hebdo met mooie woorden van de vrijheid van meningsuiting en tonen solidariteit. Door met vertegenwoordigers van Gabon, Egypte, Turkije of Rusland een mars te houden voor de meningsuiting. Landen die een loopje nemen met de meningsuiting. Daniel Wickham ontleedt deze dubbele standaard. Of pagina’s vol achtergrondverhalen te laten verschijnen met maar een invalshoek. In de praktijk leveren ze niet wat ze beloven. Want de vrijheid van meningsuiting wint pas aan waarde als het controverses oproept. Maar voordat het zover is haken de gevestigde machten af.

Een goed voorbeeld daarvan is het aanhouden van de Franse komiek en activist Dieudonné M’bala M’bala omdat hij het terrorisme verheerlijkt zou hebben door zijn uitspraak op sociale media dat hij zich Charlie Coulibaly voelt (‘Je me sens Charlie Coulibaly‘). In een brief aan minister Bernard Cazeneuve van Binnenlandse Zaken legt hij uit zich niet anders te voelen dan Charlie, maar als een public enemy no. 1 bejegend te worden als Ahmedy Coulibaly met meer dan 80 juridische procedures tegen hem en zijn directe omgeving in een jaar. Coulibaly is de moordenaar van vier mensen in de kosjere supermarkt die verklaarde namens ISIS te handelen.

De vrijheid van meningsuiting is op twee manieren niet absoluut. De eerste beperking die voor allen geldt is de wet. Oproepen tot geweld en haaizaaien is niet toegestaan. Dat heeft zin omdat het de scherpste kantjes van het publieke debat haalt. De tweede beperking heeft te maken met de positie van de criticus. Als het de zittende macht volgt wordt het aanvaard en zelfs toegejuicht. Dus bij solidariteitsmanifestaties, in televisiestudio’s of op krantenpagina’s. Maar als het de macht fundamenteel ter discussie stelt wordt het verhinderd of geblokkeerd. Of wordt degene die binnen de wet tegen de macht ingaat zelfs juridisch bedreigd. Dat maakt het publieke debat minder divers en breed dan het zou moeten zijn en wenselijk is.

Mogelijk is Dieudonné een horzel in de pels van de macht die de randen van de wet opzoekt. Uit politieke stellingname of ter profilering van zijn theatercarriere. Maar zolang hij de wet niet overtreedt moet hem geen strobreed in de weg gelegd worden of mogen autoriteiten de werking van de wet oneigenlijk oprekken om hem tot zwijgen te brengen. Dieudonné moet met woorden kunnen zeggen zich een Charlie Coulibaly te voelen. Hem tegenwerken, negeren of schouderophalend in een buitencategorie plaatsen ondergraaft het principe van vrijheid waarover alle politici, journalisten en opinieleiders zich afgelopen weken druk maakten.

Foto: Banner uit tweet van Glenn Greenwald, 14 januari 2015.

PvdA Enschede gaat de straat op. Met rode rozen

De PvdA, tja, wat valt er nog over te zeggen dat nog niet gezegd is? Een partij in nood. Een ontbrekend profiel. De omarming door de VVD die partij naar rechts doet koersen. Met als gevolg weglopende kiezers die zich in de steek gelaten voelen. Zonder alternatief, want de SP is evenmin succesvol. Dat niet kiezen voor progressief is allemaal nog tot daaraantoe. Dat canvassen met rode rozen is op zich voldoende reden om de partij de rug toe te keren. De symboliek is potsierlijk en onnozel omdat het de beeldvormimg verlamt in oppervlakkigheid.

Willem-Alexander symboliseert het secularisme en krijgt kritiek

protestant_zwammerdam_3

Nederland is een sterk geseculariseerd land en daarbij passen een sterk geseculariseerd staatshoofd en regeringsleider. Karin van de Broeke, de voorzitter van de Protestante Kerk in Nederland (PKN) meent dat niet te begrijpen. Ze accepteert in een interview met NRC de seculiere invulling van het koningschap door koning Willem-Alexander, maar vindt tegelijk dat-ie God moet noemen omdat dat die bij hem het laatste woord zou hebben. Zo veronderstelt ze. Zij zoekt in haar belangenbehartiging de ruimte voor het protestante geloof, en dat hoort bij haar functie. Ze is echter tegenstrijdig als ze de concurrentie tussen religies en overtuigingen als ongewenst afwijst, maar wel zou willen zien dat de koning haar God in z’n openbare optredens noemt.

Het ligt anders dan Van den Broek denkt en ook wel weet. Premier Rutte en koning Willem-Alexander moeten in hun functie de keuzevrijheid garanderen door die te noemen, te verdedigen en te symboliseren. Ze kunnen geen partij kiezen voor de een of andere God, religie, gedachtegoed, anarchisme, filosofie of wereldblik. Wat Willem-Alexander doet is niet zozeer het kiezen voor een post-christelijke samenleving, maar het zo neutraal mogelijk proberen in te vullen van het secularisme met volop keuzevrijheid. Die opstelling siert de koning.

Foto: Kerk Zwammerdam.

Prabowo en hofhouding, Queen en Azië. Verleden als glamour

Queen met Freddy Mercury en Brian May zong in 1977 ‘We Will Rock You’. Een song die veelvuldig gecoverd, geremixed, gesampeld en geparodieerd is, aldus Wikipedia. Ook in Indonesië waar supporters van presidentskandidaat Prabowo Subianto in nazi-uniform Queen postuum rechts passeren. Journalist Allan Nairn doet voor Democracy Now! een boekje open over Prabowo die tegen hem in 2001 verklaarde dat Indonesië nog niet rijp was voor democratie. Dat verklaart alles. De supporters denken er zo te zien nog zo over.

Thai-Nazis51

Zo’n 70 jaar na de ineenstorting van de Nazi-dictatuur wordt buiten West-Europa losser omgegaan met de symboliek van het nazisme. Daar ligt het uiteraard minder beladen dan in Europa waar oude wonden nog schrijnen. Teruggrijpen naar de recente geschiedenis en er uit fascinatie onderdelen van ’lenen’ om zich af te zetten tegen het verleden of het Westen komt in Azië veel voor. In Indonesië is de reenactment populair, zelfs van de koloniale geschiedenis. Anoek Steketee had er in 2013 in het Tropenmuseum een mooie presentatie mee. Maar bij Prabowo Subianto en de video lijkt iets anders aan de hand. Zonder het terdege te begrijpen verheerlijken de supporters Probowo die in de startblokken staat als fascistische dictator.

Foto: Nazi-meisjes in Thailand.

Dieudonné stopt show. Maar vecht terug in media

De Frans-Kameroense komiek Dieudonné stopt met z’n show ‘Le Mur‘ omdat het hem verboden wordt. Hij erkent de rechtsstaat. De regering-Hollande is gebeten op hem. Dieudo wil niet provoceren, vindt zichzelf geen nazi of antisemiet en verplaatst de strijd naar de sociale media. Zoals een kanaal op YouTube dat de tegenstrijdigheden en het opportunisme van de vertegenwoordigers van het establishment van de Franse republiek op een rijtje zet. Zoals die van ‘journalist’ Christophe Barbier van L’Express die z’n baan wil houden. Voor de anarchistisch-linkse Charlie Hebdo pleit-ie voor geen grenzen aan de meningsuiting, maar bij de antizionistisch-rechtse Dieudonné wel. Een wel heel bijzondere opvatting van wat onafhankelijke journalistiek is. De Joodse antizionist Jacob Cohen en medestander van Dieudonné verwoordt de opstelling van z’n vriend.