Franstalige rechter sommeert AfricaMuseum in Tervuren om bijschrift bij een kunstwerk weg te halen

Still met bijschrift bij kunstwerk van Jean-Pierre Müller in het AfricaMuseum te Tervuren uit een video van RobTV.

Een opmerkelijk bericht over een bijschrift bij een kunstwerk in het AfricaMuseum in het Belgische Tervuren. Bovenstaande tekst moet verwijderd worden omdat vier verenigingen van oud-paracommando’s er bezwaar tegen hadden gemaakt en van een Franstalige rechtbank gelijk kregen. Het museum moet de tekst binnen 14 dagen verwijderen op straffe van een dwangsom van 5000 euro per dag. Het museum zou de para’s in een kwaad daglicht stellen.

Het gaat om een bijschrift bij het werk van Jean Pierre Müller, dat onderdeel is van de installatie RE/STORE van 16 standbeelden in de Rotondezaal die zijn bedekt met transparante sluiers. In dit geval met de opdruk van een para-commando met geweer. Het hangt voor het in een nis staande beeld van Arsène Matton, ‘La Belgique apportant la sécurité au Congo‘ (= België brengt veiligheid naar Congo) uit 1921 waar het commentaar op geeft. Zie hier voor het persbericht met illustraties uit februari 2020 over deze installatie van Aimé Mpane en Jean Pierre Müller.

Schermafbeelding van deel persbericht van 27 februari 2020 van het AfricaMuseum. Met kunstwerk ‘Security RE/STOREd, van Jean Pierre Müller, 2019.

Het bezwaar van de oud-commando’s betreft dus niet het kunstwerk, maar het bijschrift bij het kunstwerk. Dus evenmin het totaal van de installatie RE/STORE, het werk van Müller en het bijschrift van het museum. Door bezwaar te maken tegen het bijschrift blijven de verenigingen van oud-commando’s zover mogelijk weg van de creatieve vrijheid van de kunstenaars. Ze maken immers bezwaar tegen een bijschrift waarvoor alleen het museum verantwoordelijk is.

Met name tegen de eerste zin zouden de commando’s bezwaar maken. Die zou historisch onjuist zijn omdat de toenmalige inzet van de commando’s een humanitaire actie om gijzelaars te bevrijden zou betreffen. De zin zou 58 jaar na dato ‘de eer van de commando’s schaden‘.

Opmerkelijk is dat de gewraakte zin in het Nederlands geen argumenten bevat die de bezwaren van de verenigingen van oud-commando’s ondersteunen. Die zin luidt: ‘Een Belgische paracommando in Stanleystad in 1964 op het moment van de onderdrukking van de Simba-rebellen‘. Deze zin legt namelijk geen direct oorzakelijk verband tussen de inzet van de commando’s en de onderdrukking van de Simba-rebellen door hen. De bepaling van tijd ‘op het moment’ kan geparafraseerd worden als ‘nu’ of ‘momenteel’. De zin zegt dat de Simba-rebellen op dat moment werden onderdrukt, door kan men toevoegen, de Belgische overheid, maar er staat niet door wie dat concreet gebeurde. Laat staan dat deze zin zegt dat de toenmalige paracommando’s de Simba-rebellen direct onderdrukten.

De zin in het Frans luidt anders en heeft een iets andere gevoelswaarde: ‘Un para-commando belge a Stanleyville en 1964, lors de l’écrasement des rebelles Simba. Men mag aannemen dat de Franstalige rechtbank zich op deze zin gebaseerd heeft om tot het ontvankelijk verklaren van de klacht van de oud-commando’s te komen. Maar ook in deze zin waarvan het gedeelte na de komma letterlijk vertaald kan worden met ‘tijdens het neerslaan van de Simba-rebellen’ valt nog geen direct oorzakelijk verband te leggen tussen de toenmalige inzet van de toenmalige commando’s en het neerslaan van de opstand van de Simba-rebellen. Ook in het Frans gaat het om een bepaling van tijd, namelijk ‘lors’. Dat geeft geen duidelijkheid over de oorzaak, doel of omstandigheid, maar uitsluitend over het wanneer.

Los van de vraag of een rechtbank zich moet willen mengen in de interpretatie van een bijschrift bij een kunstwerk in een publiek museum waardoor toch al snel de artistiek vrijheid van kunstenaars in het geding is, roept deze kwestie de vraag hoe duurzaam het oordeel van de Franstalige rechtbank is. Dit is in de kern een semantische kwestie die gaat over de interpretatie van een bijschrift. Het AfricaMuseum lijkt goede argumenten te hebben om bij een hogere rechtbank met succes bezwaar te maken tegen deze uitspraak omdat het gewraakte bijschrift geen direct oorzakelijk verband legt tussen de inzet van de commando’s in 1964 en het neerslaan van de Simba-rebellie.

Gedachte bij de foto ‘Painting in the Columbia Artists’ Guild exhibit’ (1964)

Robert Scott, Painting in the Columbia Artists’ Guild exhibit (1964). Collectie: Richland Library.

Dit is Columbia, de hoofdstad van South Carolina. De beschrijving zegt dat ‘vrouwen een modern schilderij bewonderen tijdens een tentoonstelling van werken gesponsord door de Columbia Artists’ Guild’. Dat laatste is een kunstenaarsvereniging die nu nog steeds bestaat.

In de beschrijving wordt de maker van het werk niet genoemd. Dat lijkt dus niet centraal te staan.

Het gaat om de blik van de twee vrouwen. Het gaat er blijkbaar niet om dat ze stilstaan voor ‘een modern schilderij’ om dat gewoon te bekijken. Het is meer, ze ‘bewonderen’ het wat de notie aanbidding oproept. Waar dat uit blijkt is echter onduidelijk. Ze lijken eerder te lachen om de situatie waarin ze zijn beland, dan dat ze devoot een kunstwerk adoreren à la Mark Rothko.

Het is verleidelijk om in deze vrouwelijke blik een contrast met de mannelijke blik te zien die vanaf 1975 in de theorievorming over beeldende kunst, literatuur en film opgeld deed om aan te tonen dat het mannelijke oogpunt beslissend is. Het zijn echter niet de twee vrouwen, maar het is de mannelijk fotograaf die het standpunt bepaalt. Het is aanlokkelijk om er allerlei kunsttheorieën op los te laten, maar dat is zinloos omdat het eindigt in bluf en branie.

De twee vrouwen zijn door de fotograaf zo gepositioneerd of gekiekt dat ze het schilderij niet optimaal kunnen bewonderen. Ze staat er eerder naast, dan voor. Hun beperkte zichtlijn valt niet te verenigen met hoe de fotograaf het vastlegt.

Het is relatief wat ‘een modern schilderij’ is. Moet het opgevat worden als hedendaags en naar de laatste mode van 1964 in deze conservatieve staat? Moet de foto iets bewijzen of compenseren?

Bij een video zag ik de titel ‘Visiting art museums is also a way of life‘. Met de toelichting: ‘Een museum binnengaan en kunstwerken bekijken is misschien machteloos om om te gaan met de moeilijkheden van het leven, maar het kan een utopie zijn van de ziel van gewone mensen’. Een lastige zin want utopie betekent zowel hersenschim en illusie als ideaal. Is het iets in deze richting wat we in de foto moeten zien? De utopie van de ziel van gewone mensen. Wat dat in hemelsnaam mag zijn.

Ga er maar aan staan. Twee, zo te zien zussen in Columbia 1964 die zich door hun kijken in de ziel laten kijken en wij die meer dan 50 jaar later niet weten of ze het begrijpen en of wij het begrijpen.

Terugblik in het nabije verleden: racisme met ‘The Intruder’ (1962)

Een filmcultuur is een filmcultuur als een tamelijk onbekende film goed is. Dat is bij The Intruder uit 1962 van producent/regisseur Roger Corman het geval. In 1962 is John F. Kennedy president. De film speelt zich af in het zuiden van de VS aan de vooravond van de maatschappelijke veranderingen van de jaren 1960s. Integratie en het eind van de segregatie zijn onderwerpen die door president Lyndon B. Johnson in zijn Great Society na 1964 worden doorgevoerd. Dat ging niet vanzelf. Er bestond weerstand tegen. Hier is het nog niet zover.

William Shatner is hoofdpersoon Adam Cramer. Een racist die zichzelf een sociale hervormer noemt. Hij zet de witte dorpsbewoners op tegen de zwarte bewoners en de integratie van de school. Met bijna fatale afloop. Een speerpunt van de burgerrechtenbeweging in die jaren. Eind goed al goed. Of woedt de veenbrand verder?

Zo’n 60 jaar later is er minder veranderd dan tegenstanders van segregatie hoopten en meer dan voorstanders ervan wensten. Het onderwerp racisme is nog actueel nu racisten zich onder president Trump hergroeperen.

De invalshoek van de film is duidelijk. William Shatner wordt de indringer genoemd. Binnen het verhaal van de film klopt dat niet helemaal, omdat hij in zijn vooroordelen niet alleen staat. Tot op een bepaald punt wel, en dat moet hoop geven. De illusie is dat redelijkheid het wint van blinde woede. Dat is geen uitgemaakte zaak.

Foto: Still uit The Intruder (1962).

Barneveld en de kiem van de eiercrisis (1964-2017)

In deze foto uit 1964 komt veel samen dat ook de huidige eier/fipronil-crisis kenmerkt: Barneveld, het geloof van de Protestants Christelijke Organisatie van Pluimveehouders, Boer Koekoek die het protest ondermijnt en lak heeft aan de overheid, onder druk staande eierprijzen en een overheid op afstand. In Nederland regelland ziet het ernaar uit dat het toezicht op de voedselveiligheid van eieren onvoldoende was en verantwoordelijk staatssecretaris Martijn van Dam (PvdA) niet passend optrad. Eieren, het symbool van potentie en het zaad van voortplanting. Ook van conflicten. Het is volgens een volkswijsheid ongelukkig om van eieren te dromen.

Foto: ‘In de Eierveiling van Barneveld is donderdagmiddag een protestvergadering gehouden tegen de bijzonder lage eierprijzen. De vergadering, belegd door de Protestants Christelijke Organisatie van Pluimveehouders en bedoeld als een grote demonstratie, werd een volledig fiasco. In de eerste plaats was de opkomst bijzonder slecht en ten tweede trok de voorzitter van de Boerenpartij, boer Koekoek, meer belangstelling dan de secretaris van de PCOP. Boer Koekoek in gesprek met een pluimveehouder over de eierprijzen’, 16 juli 1964. Collectie: Nationaal Archief.

Jean Rouch filmt in Afrika (1955). Maar welke realiteit toont hij?

Spreken de beelden voor zich of toch niet? Accra, 1955. De Franse etnografische cineast en antropoloog Jean Rouch (1917-2004) draait Les maîtres fous. Hij probeert door de rituelen van de religieuze Hauka-beweging die over grenzen ontstond als reactie op het kolonialisme de effecten van dat kolonialisme te achterhalen. De vorm waarin hij dat giet werd bekend als Cinéma vérité. De verslaglegging zou ‘waar’ en onzichtbaar zijn.

Zijn het kolonialisme en de mensen erin in gelijke mate gek? Of: gestoord? Is de reactie van de Hauka-beweging op dat Europese kolonialisme nou kritiek of door in het frame van het kolonialisme te stappen toch uiteindelijk de omarming ervan? Rouch die 40 jaar in Afrika filmde kreeg lof en kritiek op z’n films. Hij hielp Afrika voor een Westers publiek ontsluiten, maar zou dat wel gedaan hebben met een Eurocentrische bril op.

Na het zien van Les maîtres fous resteert afstand en verwondering. Afrika is niet alleen een ander continent door de afstand in ruimte, maar in tijd blijkt 1955 ook een ander continent. De in Londen gevestigde Otolith Group benaderde in 2013 het kolonialisme op een journalistieke manier: door de documentaire ‘In the Year of the Quiet Sun’ en de tentoonstelling ‘Statecraft‘ die aan de hand van de vormgeving van postzegels de dekolonisatie laat zien. Zo’n zakelijke opstelling die het feit tartend presenteert als fetisj vermindert de valkuil van een betuttelend perpectief dat goedbedoeld is maar toch verkeerd uitpakt. Pioniers wacht achteraf kritiek.

35015348-ghana--circa-1957-a-stamp-printed-in-ghana-shows-standard-bearers-and-queen-elizabeth-ii-stamp-of-go

Foto: Postzegel van Gold Coast uit 1957 met overdruk ‘Ghana Independence 6th March 1957’.

Beeldreligie

Op 4 januari 1964 zond het satirische VARA-programma Zo is het toevallig ook nog ‘ns een keer een sketch over Beeldreligie uit. Gebaseerd op een Engels voorbeeld maakte het de opmars van de televisie in bijbelse termen belachelijk. Kerkleiders en voornamelijk christelijke politici protesteerden, maar de VARA-leiding hield voet bij stuk. In 1966 kwam er een einde aan Zo is het .. vanwege een sketch over rellen in Amsterdam.

Sinds die tijd smacht Nederland naar een politiek satirisch programma dat dicht op de actualiteit zit. Toen het eigenlijk niet kon was het er, en nu het wel kan is het er niet. Misschien de ware voedingsbodem voor satire. De luxe van het kiezen en de vrijheid maakt programmmakers en omroepbazen lui.

Het tegenwoordige cabaret toont als aflaat en mist urgentie. Kluchtig en boertig, pruik en aangeplakte snor, liedje en grapje, maar alles zo ingebed in een format dat het al bij voorbaat onschadelijk is. Na het literair-absurde Zo is het .. kwam het politiek-cabarateske radioprogramma In de Rooie Haan dat overging in het cabareteske Spijkers met Koppen. Alleen het VPRO-programma Van Kooten en de Bie deed een goede poging, maar miste uiteindelijk scherpte door het scala aan typetjes dat de macht overnam.

Het tekent de ontwikkeling. De avant-garde van weldenkend Nederland werd vervangen door inwisselbare televisieprofessionals. Zoals nu voor de totale Nederlandse omroep geldt. Het wachten is op narrowcasting dat oude scherpte terugbrengt.

Schoppen tegen huidige wantoestanden is iets wat de VARA nu niet meer zou kunnen. De verwording in omroepland uit zich in het oprekken van programmacategorieën als informatie en kunst, die toenmalig minister Brinkman in 1984 in zijn medianota formuleerde. Het mocht niet baten. Een quiz, een kerkkoor, life style alles valt er tegenwoordig onder. Kijkcijfers staan centraal en netcoördinatoren hebben de macht gegrepen. Alles loopt in elkaar over.

De verzuiling maakte Zo is het .. mogelijk. De VARA bood een relatieve vrijplaats waar kritische schrijvers, journalisten en acteurs konden stoeien. Zuilen wilden zich van elkaar onderscheiden. Nu worden restanten van dezelfde verzuiling krampachtig bij elkaar gehouden. Elke gedachte om zich van de ander te onderscheiden wordt door het systeem gefrustreerd. Nog meer dan voorheen staat de overlevingsstrategie van het bestel centraal. Programma’s zijn ondergeschikt geworden. We zien het elke dag.

Foto: Gezin kijkt televisie, omstreeks 1958