Gedachte bij foto ‘Een onderwijzeres van de meisjesvervolgschool te Seroei (Japen) van de Evangelisch Christelijke Kerk, vertelt een sprookje’ (1958)

Een onderwijzeres van de meisjesvervolgschool te Seroei (Japen) van de Evangelisch Christelijke Kerk, vertelt een sprookje, mei 1958. Nieuw-Guinea. Collectie: Nationaal Archief.

Nederland heeft geen goede beurt gemaakt in Nieuw-Guinea. In het begin van de jaren 1960 heeft het onder internationale druk en door Indonesische inmenging de papoea’s in de steek gelaten. Ondanks beloften dat ze over hun toekomst zouden kunnen beslissen en Nederland daarbij zou helpen. De inlijving bij de Republiek Indonesië was niet logisch omdat Nieuw-Guinea geen deel van de Indonesische archipel is, maar van Melanesië.

De titel van de foto is ongewild komisch en tragisch. Dat behoeft eigenlijk geen commentaar: ‘Een onderwijzeres van de meisjesvervolgschool te Seroei (Japen) van de Evangelisch Christelijke Kerk, vertelt een sprookje’. Dat is vier jaar voor de onafhankelijkheid toen Nederland met de staart tussen de benen het gebied verliet.

Het is gissen welk sprookje de onderwijzers aan haar leerlingen vertelt. Deze foto van de Nederlandse overheidsvoorlichting (‘Kantoor voor Voorlichting en Radio Omroep Nieuw-Guinea’) suggereert eenheid tussen bevolking en kolonisator. Maar dat beeld hield niet lang stand. Het was allemaal een verzinsel. Inderdaad, een sprookje. Nederland was niet opgewassen tegen de werkelijkheid.

Wat zegt het dat een beschrijving in de Fotocollectie Nationaal Archief een foute datum voor een rede van Hitler geeft?

Het is maar een kleinigheid, maar het staat voor iets groters. De beschrijving van deze foto in de digitale Fotocollectie van het Nationaal Archief luidt: ‘Adolf Hitler spreekt de Rijksdag toe, na de campagne tegen Polen 10 juni 1939. Foto: Alle aanwezigen brengen de Hitler-groet.’ De datum in deze beschrijving is fout en moet 6 oktober 1939 zijn. Het roept de volgende vragen op:

  • Is door degene die de beschrijving heeft gemaakt de klassieke fout gemaakt dat niet begrepen is dat in het Amerikaanse Engels de maand voor de dag wordt genoemd? Zodat ’10-06-1939’ of ’10/06/1939’ niet 10 juni 1939 is, maar 6 oktober 1939? Als dit automatisch wordt gegenereerd, hoe kan het dat de software deze datumfout niet ondervangt?
  • Hoe kan iemand met ook maar geringe historische kennis niet weten dat de Tweede Wereldoorlog niet voor 1 september 1939 begon met de Duitse inval in Polen?
  • Hoe kan het dat iemand met beperkte historische kennis de verantwoordelijkheid krijgt om beschrijvingen te maken van of de supervisie te hebben over historische onderwerpen?
  • Heeft degene die de beschrijving heeft gemaakt of er de supervisie over had wel begrepen wat er met ‘de campagne tegen Polen’ wordt bedoeld? De hier bedoelde betekenis van campagne kan niet anders dan ‘veldtocht’ of ‘oorlog’ zijn.
  • Heeft het Nationaal Archief gekwalificeerd personeel voor het maken van beschrijvingen bij foto’s en vindt er een controle achteraf plaats of die beschrijving correct is?

Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt. Dat is niet erg als ze hersteld worden. Een wonder trouwens dat de fout nog niet is hersteld. Toch is dit een zaak met grote gevolgen. De fout geeft aan dat digitalisering gevaren in zich draagt. Dit is een fout die zo grotesk is dat het velen op zal vallen. Dat is niet altijd het geval als het een onderwerp betreft waar weinigen van afweten. Dan neemt men de beschrijving voor zoete koek aan en gaat de fout een eigen leven leiden in de virtuele wereld. De alternatieve feiten worden zo gelegitimeerd. De historische waarheid raakt uit het zicht en verbleekt.

Tegelijk heeft het aansnijden van deze fout iets schoolmeesterachtig en is het een ondankbare taak. Maar het moet maar even. Het historisch geheugen kent al zoveel mist, misleiding en misverstand. Nederland heeft behoefte aan een Nationaal Archief dat in de voorlichting aan het brede publiek professioneel, zorgvuldig en onberispelijk opereert.

Historische kennis lekt weg naarmate een periode waarin de gebeurtenissen zich hebben afgespeeld verder terug in de tijd komt te liggen. Als werknemers bij het Nationaal Archief al niet goed meer voor ogen staat hoe de chronologie van de Tweede Wereldoorlog in elkaar steekt, hoe moet men dan de historische kennis van het brede publiek inschatten? Want nog steeds is er in de media veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog, bijvoorbeeld bij jaarlijkse of 5-jaarlijkse herdenkingen van grote gebeurtenissen uit die oorlog. Zoals D-Day, de eindoverwinning in mei 1945, de bevrijding van Nederland of van de concentratiekampen. Maar hoe landt deze informatie waar het brede publiek jaarlijks mee in aanraking wordt gebracht als de basale kennis over zo’n tijdperk ontbreekt?

Foto 1: ‘Adolf Hitler spreekt de Rijksdag toe, na de campagne tegen Polen 10 juni 1939. Foto: Alle aanwezigen brengen de Hitler-groet.’ Collectie: Fotocollectie Nationaal Archief.

Foto 2: Schermafbeelding van de beschrijving van bovenstaande foto.

Foto 3: ‘Berlin, Reichstagssitzung, Rede Adolf Hitler. Die große Rede des Führers in der Reichstagssitzung vom 6. Oktober 1939. Auf der Ministerbank von rechts nach links: Die Reichsminister Rudolf Heß und von Ribbentrop, Großadmiral Raeder, die Reichsminister Dr. Frick und Dr. Goebbels, Reichsprotektor Frhr. von Neurath. In der 2. Reihe: die Reichsminister Graf Schwerin-Krosigk, Funk, Dr. Gürtner, Darré, Rust, Kerrl, Seldte, Dr. Frank. In der 3. Reihe: Die Reichsminister Dr. Ohnesorge, Dr. Seyss-Inquart, Generaloberst von Brauchitsch, Generaloberst Keitel, die Staatsminister Dr. Meissner und Prof. Popitz. 6.10.39.

Gedachten bij twee foto’s met aanvoerder Ta-Ko in Kan-su. China, 1923

Hoe vergankelijk de geschiedenis is leert de beschrijving van bovenstaande foto in de digitale fotocollectie van het Nationaal Archief. Er staat: ‘Aanvoerder Ta-Ko, één van de meeste gevreesde rebellen aanvoerders in West China. China, 1923’. Er zijn in deze collectie nog twee foto’s waarin deze generaal ‘Ta-Ko’ genoemd wordt. De beschrijving van onderstaande foto luidt: ‘Een delegatie komt na de inneming [val] van Kan-su aan Ta-Ko haar onderwerping aanbieden met een witte vlag. Het opschrift luidt vertaald: ‘Dit is de afbeelding van de overgave van de bevelhebber van de troepen vóór Kan-su. Toen hij neerknielde werd een salvo afgegeven en talrijke mensen gedood. Kan-su, China, 1923’.

Wat weten we er zo’n eeuw later nog van en is in ons historische geheugen verankerd? Het was in China de tijd van de krijgsheren, de warlords die van 1916 tot midden jaren 1930 duurde. Een bloedige tijd met veel geweld en wisselende loyaliteiten. Over het grotendeels islamitische Kan-su of Gangsu in Noord-West China  en Ta-Ko valt op internet niets terug te vinden voor iemand zonder achtergrondkennis van deze conflicten. De vele interessante punten over deze chaotische, maar interessante tijd uit de wording van China met hele dynastieën aan krijgsheren kunnen niet tot een doorgaande lijn verbonden worden. Het spoor loopt dood. De tijden zijn te veel veranderd.

Foto 1: Opstanden, revolutie. Aanvoerder Ta-Ko, één van de meeste gevreesde rebellen aanvoerders in West China. China, 1923. Collectie / Archief Het Leven (LEVEN 022)

Foto 2: Opstanden, Revolutie. Een delegatie komt na de inneming [val] van Kan-su aan Ta-Ko haar onderwerping aanbieden met een witte vlag. Het opschrift luidt vertaald: ‘Dit is de afbeelding van de overgave van de bevelhebber van de troepen vóór Kan-su. Toen hij neerknielde werd een salvo afgegeven en talrijke mensen gedood. Kan-su, China, 1923Collectie / Archief Het Leven (LEVEN 022)

RTV Rijnmond onduidelijk met oproep bewegend beeldarchief

Een verwijderd item van RTV Rijnmond getiteld ‘Red de Collectie 2’. Naar de bedoeling viel te raden. Bekend is dat beelddragers op celluloid, videoband of diskette verkleven, verkruimelen, vervagen of zelfs ontploffen (nitraatfilm). Paradox van onze beeldcultuur is dat historische beelden onzorgvuldig bewaard worden. Er zijn ook zoveel beelden. Digitale systemen worden na verloop van tijd vaak automatisch gewist. De noodzaak wordt onderkend dat voor de geschiedschrijving beeldarchieven van groot belang zijn. Robin van Persie voor Feyenoord scorend, Pim Fortuyn in debat of gewoon een straatbeeld uit 1990 dat anders is dan dat uit 2015.

Wat RTV Rijnmond met dit item exact probeert te zeggen over het beheer van het bewegend beeldarchief is onduidelijk. Gaat het om preventie, conservering of restauratie? Vraagt het indirect om financiering via overheid, sponsoring of publiek? Ook het overzetten/scannen van video en film naar digitaal is overigens geen garantie voor behoud in de toekomst. Tot wat roept RTV Rijnmond hier nou eigenlijk op? Red de duidelijkheid.

Bij twee foto’s van het zomerstrand aan de Prins Hendrikkade

IISG02_30051000398401_W

Donderdag 2 augustus 1951, Prins Hendrikkade Amsterdam. Veel kinderen. Zo te zien is het warm. Maar niet te warm. De daggegevens van Schiphol komen niet boven de 23.6 graden uit. Wat op het eerste gezicht een foto van tropisch Nederland lijkt is het niet. Middenin staat een man van middelbare leeftijd in een zwart pak met een herdershond. Hij kijkt zelfbewust terug naar fotograaf Ben van Meerendonk en vangt onze blik.

ph

De tweede foto toont 1 juni 1947. Het Nationaal Archief geeft als maker W.P.W. v.d. Hoef, IISG houdt het op Ben van Meerendonk wat gezien de overeenkomst met de foto uit 1951 waarschijnlijk lijkt. Het is die dag in De Bilt maximaal 32.2 graden. Deze keer wel een tropische dag? De zon staat hoog, kinderen zoeken in het water verkoeling. Volwassen bezoekers van het zomerstrand rusten nog. Weten ze niet wat anders te doen dan ijdel voor zich uitkijken? Of houden ze hun rust omdat het zondag is? Kinderen krioelen wat of graven in het zand. Dat wordt van ze verwacht. Honden en transistors ontbreken. Zie, ze komen er onherroepelijk aan.

Foto 1: Ben van Meerendonk, Zomerstrand aan de Prins Hendrikkade, 2 augustus 1951. Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam.

Foto 2: Ben van Meerendonk of W.P.W. v.d. Hoef, Zomerstrand aan de Prins Hendrikkade, Amsterdam, 1 juni 1947. Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam.