Bizar vonnis in Mechelen: Radicaal-rechtse activisten veroordeeld die spandoek met tekst ‘Stop Islamisering’ toonden

In Mechelen heeft een correctionele rechtbank vier leden van de Vlaams-nationalistische beweging Voorpost veroordeeld tot zes maanden cel voor het aanzetten tot haat en geweld. Reden voor de veroordeling was het in mei 2020 tijdens een demonstratie tonen van een spandoek met als opschrift ‘Stop Islamisering’. Hier is het vonnis te lezen. Aanzet tot haat of geweld jegens een groep is de aanklacht, in dit geval de moslimgemeenschap. De advocaten van de aangeklaagden protesteerden tevergeefs dat de rechtbank niet bevoegd was omdat het om een drukkersmisdrijf zou gaan.

Ik ben het niet met de standpunten van Voorpost of de nationalistische partij Vlaams Belang eens, maar evenmin met de motivatie van het vonnis. Overigens evenmin met de verdediging door de advocaten van Voorpost. De valkuil van een zaak als deze is om de eigen mening te laten bepalen door het feit dat men het niet eens is met de overtuiging van de aangeklaagden. Men moet echter het vonnis kunnen bekritiseren zonder het eens te zijn met de rechts-nationalistische overtuiging van de vier veroordeelden.

In de vonnis is naar mijn idee dit de sleutelzin, waarbij met ‘hem’ wordt verwezen naar aangeklaagde LV: ‘Volgens hem is er geen wet die kritiek op eender welke godsdienst verbiedt’. Uit het vonnis blijkt dat dit aspect door rechtbank noch verdediging wordt uitgewerkt. Dat is merkwaardig. Waarom is dit door de verdediging niet uitgewerkt?

België kent net als Nederland het secularisme als politieke filosofie. Dat houdt in dat alle godsdiensten en levensovertuigingen voor de wet gelijk zijn. Onder de rechtsstaat is voor de volgers ervan het bestaan van hun favoriete godsdienst of levensovertuiging gegarandeerd, maar dat betekent niet dat kritiek erop in het publieke debat niet is toegestaan.

Religiekritiek is zelfs gewenst als men in beschouwing neemt dat vanwege de machtsvorming als wereldreligie de islam machtig is en tegen een stootje moet kunnen. Die kritiek kan opgevat worden als een instrument dat op het niveau van argumenten de vanzelfsprekendheid van de macht aanspreekt. Interessant zou zijn of een spandoek met de tekst ‘Stop Christianisering’ met een tekening van nonnen met hoofddoeken tot dezelfde argumentatie van deze rechtbank zou leiden. Zou dat ook opgevat worden als aanzetten tot haat en geweld jegens een groep, in dit geval de christenen? Met het vonnis beperkt de rechtbank van Mechelen religiekritiek.

Het zou wat anders zijn als de activisten van Voorpost een spandoek hadden getoond met een tekst die niet verwees naar de islam of de islamisering, maar direct naar degenen die zich erdoor laten inspireren, de moslims. Bijvoorbeeld, ‘Moslims Oprotten’ of ‘Minder Moslims? Dat regelen we!’. Zo’n tekst is ontoelaatbaar omdat het in strijd is met de wet die het vrij belijden van godsdienst of levensovertuiging garandeert.

De motivatie dat zo’n spandoek met een tekening van vrouwen die nikabs of boerka’s dragen ’suggereert dat in de toekomst in Vlaanderen, alle vrouwen mogelijks verplicht zullen zijn om nikabs of boerka’s te dragen’ wordt niet onderbouwd. Het Belgicisme ‘mogelijks’ houdt al een slag om de arm dat het misschien kan gebeuren. Het vonnis vervolgt: ‘Dit beeld kan angst en haat opwekken voor vreemdelingen, hun geloof en hun gebruiken en voor de mogelijkheid dat deze in de toekomst Vlaanderen zullen overheersen’. Opnieuw gebruikt het vonnis de optie van iets dat theoretisch kan, maar niet noodgedwongen hoeft te gebeuren, door de aangeklaagden wordt nagestreefd of uit hun actie volgt als bouwsteen voor de motivatie. De rechtbank bouwt hiermee op drijfzand.

Het wordt er absurd op als de vorige citaten worden gevolgd door een conclusie: ‘Aangezien de feiten klaarblijkelijk mogelijks werden ingeven door racisme of xenofobie, is de rechtbank bevoegd om de grond van de zaak te beoordelen’. Let opnieuw op de slag om de arm, ‘klaarblijkelijk mogelijks’ (!). Dat is geen juridische redenering die klopt als een bus en waar geen speld tussen te krijgen is. Het is een impressionistisch, journalistiek betoog dat een parodie op een gerechtelijk vonnis is. In bovenstaande redenering wordt iets verondersteld dat vervolgens als vaststaand wordt aangenomen. Dat is een cirkelredenering. Dit vonnis rammelt aan alle kanten.

De vier activisten van Voorpost verdienen voor genoemde actie op de Grote Markt in Mechelen op 30 mei 2020 eerder een schrobbering, dan een gevangenisstraf van zes maanden. Voor drie met uitstel. Het is voor een open samenleving lastig om grenzen te stellen. Democratie moet weerbaar zijn en verdedigd worden. Niet in het minst tegen radicaal-rechtse activisten die rare kostgangers met radicale overtuigingen zijn en dreinend de grenzen van de wet opzoeken.

Maar de democratie moet evenmin om zeep geholpen wordt door de vrijheid van meningsuiting en religiekritiek in te perken. De zittende macht moet beseffen dat de islam tegen een stootje kan en voor zichzelf op kan komen. Het is een machtige organisatie en geen slachtoffer dat beschermd moet worden. De vrije meningsuiting krijgt pas waarde als men opkomt voor degenen met wie men het niet eens is. Dat idee dient ook het uitgangspunt van een rechtbank te zijn.

Gevestigde democratische instituties moeten niet bang zijn en zelfvertrouwen tonen dat de democratie het wel redt tegen vier tamelijk onbelangrijke radicaal-rechtse activisten. Ze willen de democratie niet afschaffen, maar zich profileren met hun hun politieke agenda. Ze hebben binnen het secularisme recht op de religiekritiek die ze in Mechelen uitoefenden. Ook als daar een politieke overtuiging achter schuilgaat die de meerderheid van de bevolking verderfelijk vindt.

Persfotograaf wordt met auto en al sloot ingekieperd. Hoe kan agressie tegen journalisten gestopt worden?

Gisteren werd de auto van persfotograaf Timothy waarin hij samen met zijn vriendin zat door een shovel ondersteboven een sloot ingewerkt. Dat gebeurde nadat ze werden bedreigd door een groep omstanders. De fotograaf was in het buitengebied van Lunteren afgekomen op een autobrand om daar foto’s van te maken. De politie heeft twee mensen aangehouden, onder wie de bestuurder van de shovel.

In een bericht van Omroep Gelderland vertelt Timothy dat hij overal pijn heeft: ‘Ik heb spierpijn, rugpijn. Mijn rug is beschadigd door glas van de autoruit. Ik kan dus ook nergens tegenaan zitten.’

Het Genootschap van Hoofdredacteuren is volgens een bericht in De Telegraaf geschokt door het gebeurde. Het zegt: ‘Bij die aanval werd de auto waarin zij zaten met een shovel een sloot in geduwd, waarbij beiden gewond raakten. Het gaat hier om een directe en levensbedreigende aanval op twee mensen maar het is ook een nieuwe aanslag op de journalistiek en de persvrijheid.

Deze gebeurtenis van een persfotograaf die wordt bedreigd en aangevallen en het werken onmogelijk wordt gemaakt kan niet los worden gezien van de rol van de journalistiek in het publieke debat. Die staat onder druk zoals een uitzending van Medialogica (HUMAN) duidelijk maakte. Is het niet zo dat extremistische geluiden steeds meer zendtijd in de gevestigde media krijgen en het ageren tegen journalisten steeds meer genormaliseerd wordt?

In een scherts zou je kunnen zeggen dat na het tijdperk Pim Fortuyn de gevestigde media de boze burger opzocht omdat die in de periode daarvoor over het hoofd gezien zou zijn en dat als emanciperend na-ijl-effect daarvan nu de boze burger de journalist opzoekt. Met knuppel of shovel.

De media waren kort na de eeuwwisseling bang de boot te missen en stuurden hun journalisten de straat op om de mening van de burger te horen. Sinds die tijd besteden media zoveel aandacht aan de boosheid, ontevredenheid en het misnoegen van de burger dat dit de norm lijkt te zijn geworden. Maar publieksonderzoeken concluderen dat deze nieuwe normaliteit helemaal niet standaard is. Ze wordt door de media oververtegenwoordigd. Politici als Baudet en Wilders, en allerlei complotdenkers krijgen overmatige aandacht.

Dat heeft tot gevolg dat de claim van vooral het rechts-radicale populisme dat journalisten het verlengde van de macht zijn (‘Staatsomroep’) door steeds meer mensen wordt geloofd. Overigens nog steeds een minderheid. Journalisten worden verjaagd, het werken onmogelijk gemaakt of met als nieuw dieptepunt de sloot in gekieperd. Terwijl het omgekeerde het geval is. Namelijk journalisten volgen kritisch de macht én de tegenmacht en doen daar verslag van.

Wat er moet gebeuren om de aversie of zelfs vijandschap van steeds meer mensen tegenover de media en journalisten af te zwakken is de vraag. Hoe dan ook lijken de afgelopen 20 jaar de media in eigen voet te hebben geschoten door veel te veel aandacht aan extremistische en anti-democratische denkbeelden te hebben gegeven. De agressie tegen journalisten hebben de media zelf gezaaid.

Het is de vraag of de gevestigde media nu nog met elkaar tot een strategie van de-escaleren, media educatie en versterking van de democratie kunnen komen. De fletse houding van hoofdredacteur NOS Nieuws Marcel Gelauff in de uitzending van Medialogica geeft weinig vertrouwen dat de Nederlandse journalistiek intellectueel en mentaal opgewassen is tegen het rechts-radicalisme en ambitie, bereidheid en durf in zich heeft om de urgentie onder ogen te zien om zich te wapenen tegen de rechts-radicalen en anti-democraten die journalisten aanvallen.

Gedachten bij foto ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’ (1958)

Het was nog maar in 1958 dat verkiezingen werden gevierd op pleinen en voor gebouwen van kranten waar de uitslagen druppelsgewijs binnenkwamen. De beschrijving bij deze foto toont een Nederland dat we nog nauwelijks kennen. Het doet ouderwets aan, maar kondigt al het begin van de moderne tijd met nieuwe communicatiemiddelen aan: ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’.

De televisie is in 1958 nog nauwelijks doorgedrongen tot de huiskamers. Die opmars begint pas zo’n vijf jaar later als de welvaart over Nederland komt. Mede dankzij het gasveld van Slochteren. Ook toen al moest de verkiezingsavond ‘opgeluisterd’ worden. Zeggen we nu ‘oppimpen’? Welbeschouwd is zo’n avond een saaie bedoeling met veel dode momenten. Een enkel hard feit en vooral analyses, speculaties en projecties die toch nooit uitkomen zoals op deze verkiezingsavond wordt gezegd.

’t Heerlijk avondje is gekomen, ’t Avondje van het verkiezingsfeest, Vol verwachting klopt ons hart, Wie de koek krijgt, wie de gard, Vol verwachting klopt ons hart, Wie de koek krijgt, wie de gard.

Maakt het veel uit wie er wint? Dat valt te bezien. Alles is best als partijen binnen de democratie blijven en geen alternatief rechtssysteem willen optuigen. Daarom ben ik van mening dat de SGP en FvD ontbonden moeten worden omdat ze niet binnen de democratie passen en er een destabiliserende invloed op uitoefenen. Maar verder maakt het weinig uit. Zolang partijen de democratie niet omver willen werpen en min of meer hetzelfde wereldbeeld schetsen is er voor elke partij (behalve FvD en SGP) wel iets te zeggen. Met chips en bier, en wellicht een boek erbij, is het kijken naar de verkiezingsavond en het spieden naar de harde cijfers draaglijk infotainment.

Foto: Peter van Zoest (ANP), ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’, 28 mei 1958. Collectie/ Archief: Fotocollectie Elsevier

Verschil in politieke voorkeur is ondergeschikt. Het gaat erom welke partijen gaan voor alleenheerschappij. Ontbind daarom FvD en SGP

NOS Stories heeft een interessant verslag over uitsluiting van jongeren vanwege hun politieke voorkeur. Vriendschappen worden verbroken omdat vrienden op een bepaalde partij stemmen. In dit geval FvD. Bij ouderen zal dit niet zoveel anders gaan.

Het is een lastig onderwerp. Dat blijkt omdat alles door elkaar wordt gehusseld. Alle partijen die deelnemen aan de verkiezingen en waar dus op gekozen kan worden zijn democratische partijen die de democratische rechtsstaat ondersteunen. Anders zouden ze ontbonden of verboden zijn.

Een democratie moet weerbaar zijn en partijen die de democratie aanvallen niet laten bestaan, laat staan faciliteren met zendtijd, spreektijd en financiële ondersteuning. Dat is het afzagen van de tak waarop we zitten.

Partijen kunnen veranderen of hun ware aard verhullen. Dat laatste is nog niet zo makkelijk om aan te tonen. En waar leg je de grens? Het zou goed zijn als over de weerbaarheid van de democratie een publiek debat zou ontstaan. Ook in het onderwijs.

Het debat zou dan niet zozeer moeten gaan over ‘foute’ politieke beweringen zoals het feit dat er geen probleem is met het klimaat, dat COVID-19 niet meer dan een griepje is of dat bevolkingsgroepen achtergesteld moeten worden, maar over de ondubbelzinnige steun van de partijen voor de werking van de democratie

Dat betreft dan niet maatregelen die discrimineren en waar de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) op wijst. Die zijn zeker ongewenst, maar spelen op een ander vlak. Ze kunnen op het niveau van de rechtspraak bediscussieerd worden. Liefst met een educatieve toelichting van het ministerie van Justitie erbij.

Er zijn democratische partijen die betwisten of er doelpunten worden gemaakt en er zijn anti-democratische partijen die de doelpalen tot buiten het veld willen verplaatsen. Democratische partijen zijn opponenten waarmee men het oneens kan zijn en waartegen men kan strijden. Anti-democratische partijen willen de wedstrijd stilleggen en eenzijdig de uitslag bepalen zonder dat de wedstrijd gespeeld wordt en andere partijen zich daar nog tegen kunnen uitspreken.

Je zou kunnen zeggen dat PVV ‘foute’ beweringen doet, maar binnen de democratie blijft en die niet ter discussie stelt. FvD doet ook ‘foute’ beweringen, maar stelt het bestaan van de democratie en de democratische instituties wel ter discussie. Dat onderscheid wordt in het publieke debat onvoldoende gemaakt. FvD is in de kern een grotere bedreiging voor de democratie dan de PVV.

Als het criterium is dat partijen die tot doel hebben om met uitsluiting van andere partijen de bestaande democratische orde omver te werpen en hun eigen autocratie te vestigen, dan zouden partijen als FvD en de theocratische SGP die een orde wil vestigen die gebaseerd is op Gods woord verboden moeten worden. Zij zijn een bedreiging voor de democratie.

FvD en SGP willen andere politieke partijen waarmee ze nu het politieke spectrum vormen ondergeschikt maken aan hun eigen op te tuigen nieuwe orde. Daarmee verliezen de andere partijen hun functie en moeten ze ondergeschikt zijn aan ‘staatspartij’ FvD of SGP.

Kiezers mogen van mening verschillen over hun politieke keuze. Laat ze maar met elkaar discussiëren over belangrijke en onbelangrijke thema’s. Maar dat verdoezelt niet het feit dat er op dit moment twee partijen zijn die als doel hebben om op termijn dat debat eenzijdig naar zich toe te trekken. Hoe theoretisch en ver weg die stap ook is. Dat is ongewenst en in strijd met politiek realisme dat de democratie weerbaar, levensvatbaar en ‘open’ wil houden.

Het laten bestaan van SGP en FvD is een aangekondigde zelfmoord van de democratie. Daarom moeten ze ontbonden worden. Want als het idee van politiek het verdelen van de macht is, dan passen daarin geen partijen die dat uitgangspunt niet delen.

Dat alles zou in dit soort programma’s die zijn bedoeld om te informeren beter uitgelegd moeten worden. Het opereren van anti-democratische partijen is geen sociaal, maar een politiek-juridisch onderwerp. Het verslag reduceert zoiets essentieels als de werking van de democratie tot intermenselijke verhoudingen. Door te focussen op sociale verhoudingen wordt het essentiële verschil niet belicht en zelfs verdoezeld.

Macron belooft extremistische islam te bestrijden met hard optreden tegen buitenlandse invloeden. Einde aan de naïviteit?

Het is het probleem van een godsdienst die vele verschijningsvormen kent. Van verzoenend tot radicaal en ondermijnend. Hoe daarin te onderscheiden? Valt het karakter, het wezen van zo’n godsdienst daar nog uit af te leiden? In landen met een functionerende rechtsstaat beroepen godsdiensten als de islam zich op de vrijheid van godsdienst en subsidies waar ze recht op hebben, maar tegelijk kunnen de ondermijnende verschijningsvormen ervan tegen de democratische rechtsstaat in blijven handelen. Dat is geen houdbare situatie. Een democratie moet weerbaar zijn en de krachten die de democratie ondermijnen de pas afsnijden.

De vrijheid van godsdienst kan daar geen excuus voor zijn. Complicatie is dat gevestigde godsdiensten als het christendom dat islamitische extremisme niet ondubbelzinnig veroordelen omdat ze bevreesd zijn dat ze in een seculariserende samenleving de volgende domineesteen zijn die omvalt. Dat is uiteraard een misvatting omdat het bestaan van religies en levensovertuigingen die binnen de wet blijven gegarandeerd is en op geen enkele manier gevaar loopt. Het zijn de Jihadisten van ISIS, de extremistische Saoedisch ideologen van het Wahabisme en het Salafisme die verdreven moeten worden. Men zou bijna zuchtend zeggen, ‘eindelijk’.

Ze hebben niks te zoeken in een westerse rechtsstaat omdat ze de werking ervan niet erkennen. President Macron meent dat de islam in crisis is. Dat lijkt een terecht verwijt. Maar men kan evengoed beweren dat de westerse democratieën die vanwege koudwatervrees én de macht van landen als Saoedi-Arabië in decennia geen antwoord hebben weten te formuleren op het islamitische extremisme in crisis zijn. Het is de hoogste tijd dat Europa durf en ambitie toont om voor zichzelf op te komen en de extremisten de deur te wijzen.

Helpt de ferme vergelijking van Trump met Hitler die als waarschuwing en middel tot mobilisatie is bedoeld?

Het is nog 39 dagen tot de Amerikaanse presidentsverkiezingen op 3 november 2020. De VS en de westerse wereld houden hun adem in omdat er veel op het spel staat. De Amerikaanse democratie inclusief de democratische instituties hebben Trump sinds 2017 nauwelijks overleefd en zal naar verwachting bij een tweede termijn van Trump definitief het loodje leggen. Dan komt ook Europa in de problemen omdat Donald Trump algemeen beschouwd wordt als een marionet van de Russische president Vladimir Putin.

In peilingen heeft de Democratische kandidaat Joe Biden al maanden een voorsprong van 5 tot 10 procent op Trump, ook in swingstates. Maar zoals de Stalinistische waarheid zegt, het gaat er niet om hoe mensen stemmen, maar wie de stemmen telt. Zo tekent zich een asynchrone campagne af waarin de Democraten proberen mensen naar de stembus te krijgen en de Republikeinen zoveel mogelijk mensen daartoe proberen te ontmoedigen en juridisch en bestuurlijk alles in gereedheid brengen om de verkiezingen te stelen.

De verkiezingen zijn hoe dan ook al niet eerlijk door vier vertekeningen in het voordeel van de Republikeinen: 1) overwaardering van het platteland in het electorale systeem waardoor ze in het congres grofweg een voordeel van 3% hebben (zo heeft Washington DC geen vertegenwoordigers in de Senaat terwijl het meer inwoners heeft dan een Republikeinse staat als Wyoming); 2) een actief programma van kiezersonderdrukking door de Republikeinse partij (restricties toegang tot stembus; schuiven met de grenzen van kiesdistricten, zogenaamd Gerrymandering); 3) een electoraal systeem waarbij niet de meeste stemmen gelden, maar via een getrapt systeem per staat de uitslag wordt bepaald, het zogenaamde Electoral College. Democraten hebben bij de laatste zeven verkiezingen zesmaal de meeste stemmen gehaald, maar slechts viermaal de president geleverd; 4) Een Republikeinse oververtegenwoordiging in het Hooggerechtshof is niet in lijn met de demografische ontwikkelingen van de VS en biedt de Republikeinen de kans om legitimatie te geven aan wetgeving én onwettig handelen van een zittende Republikeinse president. De laatste twee jaar is dit effect van vertekening nog verder versterkt door de sjoemelende minister van Justitie Bill Barr die optreedt als persoonlijke advocaat van Trump. Als de ‘Roy Cohn’ die voor senator Joe McCarthy vieze zaakjes opknapte.

Commentator voor MSNBC en marketingdeskundige Donny Deutsch neemt in het ochtendprogramma Morning Joe geen blad voor de mond en vergelijkt Trump met Hitler. Eerder wezen historici als John McNeill en Timothy Snyder al op het autoritaire of fascistische gehalte van Trump. Het kan het publiek niet meer ontgaan. In 4 jaar tijd is Trump geëvolueerd van een aarzelende semi-fascist naar een volbloed fascist. Dit maakt somber over de toekomst van de VS en de ruimte die onder Trump landen als de Russische Federatie gekregen hebben om de Amerikaanse democratie te ondermijnen. Of het veel helpt om Trump te vergelijken en gelijk te stellen aan Hitler valt te bezien. Trump heeft een trouwe achterban van zo’n 43% van het electoraat en als hij zo’n 6% door sjoemelen en gestaakte tellingen kan stelen dan wint hij de verkiezingen. En verliezen wij.

Verbod van islam en andere godsdiensten is enige remedie tegen intolerante religie als de democratie in gevaar komt

Mensen moeten op hun woord geloofd worden. Autoritair denkende opinieleiders zeggen wat ze denken en denken wat ze zeggen. Imam Yassin Elforkani van de Blauwe Moskee in Amsterdam meent dat er de komende jaren een aantal nieuwe moskeeën in grote steden bij komt dankzij geld uit het buitenland. Hij deed de volgende uitspraak in het radioprogramma ‘Dit is De Dag’ van 13 februari 2020: ‘De komende tien jaar willen we in bijna elke grote Nederlandse stad zo’n prachtige mooie moskee als de Blauwe Moskee neerzetten, met geld uit het buitenland. Omdat we vinden dat dit concept een van de mooie concepten is die ervoor kunnen zorgen dat de Nederlandse moslims in Nederland gewoon hun Nederlandse islam kunnen beleven’.

Dat is het gevolg van de godsdienstvrijheid. Kritiek op Elforkani die de kritiek op de islam buiten beschouwing laat, klinkt dan ook hypocriet. Of men legt alle godsdiensten aan banden en stelt er harde voorwaarden aan, of men laat alle godsdiensten vrij. Daarin kan niet selectief in geshopt worden vanwege de rechtsongelijkheid. De uitspraak van deze imam kan betekenen dat autoritaire regimes door de financiering van moskeeën hun invloed uitbreiden naar Nederland en de lange arm van de islam zich uitstrekt tot in Nederland.

Oud-kamerlid van de PvdA Keklik Yücel noemt de plannen van Elforkani alarmerend. Ze zegt: ‘De vrijheid van godsdienst is mij dierbaar, maar financiering uit onvrije landen gaat vaak gepaard met dwang. Imams worden door de landen inhoudelijk gestuurd. Het creëert een mix van superioriteitsdenken en vijandsbeelden’. Daarin heeft ze gelijk. Maar dwang en onvrijheid zijn nou eenmaal ingebakken in religie. Wie ook maar enigszins oppervlakkig het nieuws volgt weet dat intolerante en anti-democratische elementen voorkomen in de islam. Dat is nu eenmaal het gevolg van godsdienstvrijheid. Daarom heeft Keklik Yücel ook ongelijk omdat ze voorwaarden aan de islam probeert te stellen die onmogelijk zijn. Hoe intolerant en vijandig de islam staat tegenover Nederland en de Nederlandse cultuur en democratie is iets wat aan de islam alleen is. Een verbod is de enige remedie, met het gevaar dat het middel erger is dan de kwaal van een intolerante islam.

Het is in strijd met de godsdienstvrijheid én de realiteit van de islam in Nederland dat Nederlanders of de Nederlandse overheid zeggen dat ze uitsluitend een gematigde, tolerante of hervormde versie van de islam willen toestaan. Dat kan niet. De recente geschiedenis leert trouwens dat achtereenvolgende overheden de orthodoxe, conservatieve en goed georganiseerde versie van de islam als gesprekspartner hebben aanvaard en niet de hervormde, meer tolerante en vrijgevochten versie van de islam. Imam Elforkani oogst wat de Nederlandse overheid sinds de jaren 1970 heeft gezaaid: een intolerante islam die door seculier links werd gepamperd en door christelijk rechts werd getolereerd ter bescherming van de eigen christelijke zuil.

Journalistiek mist ambitie, instrumenten én mentaliteit om zinvol te reageren op een agenda die door radicaal-rechts wordt bepaald

Aldus het antwoord van CNN-journalist Wajahat Ali in een interview met Salon’s Chauncey Devega. Het hoofdonderwerp van het gesprek is witte suprematie in het tijdperk van president Trump, maar het gaat ook over de opstelling van de media. De conclusie kan omvattend zijn: de media zijn sneu, de media gedragen zich rechts in een rechtse omgeving en de journalistieke code van het ‘enerzijds-anderzijds’ ofwel de ‘both sides journalism’ is gedateerd, maar de gevestigde media hebben daar nog geen oplossing voor gevonden. Of dat laatste onwil, onkunde, lafheid, naïviteit of een combinatie van deze vier aspecten is blijft de vraag.

We zien ook in Nederland dat de ‘enerzijds-anderzijds’ journalistiek in de media een valse gelijkwaardigheid creëert die in werkelijkheid niet bestaat. Met als gevolg dat de journalistiek nog verder vervreemdt van de samenleving. Het is een kwestie van verhoudingen. Als van 100 klimaatdeskundigen er 2 zijn die concluderen dat de opwarming van de aarde niet door menselijk handelen wordt veroorzaakt, dan zetten de media één van die 2 tegenstanders tegenover éen van de 98 voorstanders en denken ze in hun gemakzucht of misleiding een evenwichtig debat te bieden. Mede om beschuldigingen van ‘linkse media’ en dreigingen van tegenstanders uit de weg te gaan. Individuele journalisten missen burgermoed en de media capituleren bij voorbaat in lafheid en vluchten bij vol bewustzijn weg in een houding van schijngelijkwaardigheid die bewust verkeerd wordt vertaald met objectiviteit. Nieuwsconsumenten concluderen in genoemd voorbeeld vervolgens dat 50% voor en 50% tegen is. De ernst valt dus wel mee en dit roept geen urgentie om te handelen op omdat de helft van de deskundigen immers tegen is. Bedankt media voor het valse beeld, jullie zijn niet links maar rechts.

Vermoedelijk beseffen goedwillende journalisten wel degelijk dat deze valse gelijkwaardigheid niet klopt en dat de media hierin een corrumperende en verderfelijke rol spelen. Maar zij of hun leidinggevenden zijn niet in staat om afstand te nemen van ingeprente waarden als ‘hoor-wederhoor’ die uit andere tijden stammen en weet de journalistiek als geheel geen raad met de situatie van een guerrilla in (sociale) media door radicaal-rechts. Een strijd waarbij deze radicalen als doel de verwerping van de democratie hebben. Een weerbare democratie kan alleen functioneren met een weerbare journalistiek die een geheugen én een geweten heeft.

Rechts-radicale politici als Wilders en Baudet spinnen garen bij de onzekerheid van de media en het gebrek aan een nieuwe, deugdelijke journalistieke code. Door het valse idee van gelijkwaardigheid zijn ze door de gevestigde media op het schild gehesen en representabel gemaakt. Hun verklaringen of persberichten worden vanuit een misplaats idee van objectiviteit geplaatst. Doorgaans zonder dat er een voldoende context of uitleg wordt gegeven van wat er aan de hand is. In een andere politiek situatie zou dat trouwens evenzeer kunnen gelden voor radicaal-links. Maar in landen als Nederland en de VS wijst op dit moment de politiek hard naar rechts en voegen de gevestigde media zich moedeloos in die situatie in het navolgen van de status quo.

Hoe kunnen de journalistiek en de individuele journalisten die werkzaam zijn in de media tot inzicht komen dat ze op dit moment niet zozeer onderscheid en informatie bieden, maar verwarring en desinformatie? Om er een conclusie uit te trekken. Traditionele nieuwsconsumenten stoppen met het volgen van het nieuws omdat ze evenwicht, gelijkwaardigheid en bezinning missen. Daarvoor in de plaats komen niet alleen hijgerigheid en continue opgewondenheid, maar ook misleiding. Dat laatste is kwalijker dan het eerste. Individuele journalisten bij gevestigde media zouden even uit de nieuwscyclus moeten kunnen stappen en als het ware terug naar de schoolbanken gaan om opnieuw te beginnen. Ze moeten beseffen dat die hijgerigheid en desinformatie niet normaal zijn en de samenleving schade berokkent. De bewustwording waartoe de goedwillende journalisten moeten komen is dat ze op dit moment meer desinformatie dan informatie bieden en dat ze in de positie zijn om dat te veranderen. Dat is een harde conclusie over een spoedeisend probleem.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘CNN’s Wajahat Ali: “We knew what would happen” under Trump, but the media just played along’ in Salon, 3 februari 2020.

Foto 2: ‘A general view of the Associated Press London bureau newsroom, showing cable transmitters in foreground, ca. 1930s. (AP Photo)

Timothy Snyder waarschuwt voor Trump die afglijdt richting autoritarisme: de democratie moet actief verdedigd worden

Brian Williams praat met hoogleraar geschiedenis Timothy Snyder die is gespecialiseerd in Oost- en Centraal-Europa en de Holocaust over de jongste ontwikkelingen in de Trump-saga. President Trump is volgens Snyder opgeschoven van tovenaarsleerling naar een autoritaire leider die zich boven de wet verheven voelt en de waarheid verdraait. Trump zet anderen op dat pad van autoritarisme en het herschrijven van de geschiedenis.

Zo komen de democratie en de rechtsstaat in gevaar. Democratische instituties kunnen daar weerstand aan bieden, maar alleen als dat besef breed gedeeld wordt en in de samenleving voldoende de urgentie bestaat om krachtig te reageren en terug te duwen. Volgens Snyder moet de VS terugkeren naar het idee dat de wet en de democratie belangrijk zijn. Trump staat aan de voorhoede van een wereldwijde strijd tegen democratie, rechtsstaat en mensenrechten. Als die strijd verloren wordt, dan wint de tirannie. Als die strijd gewonnen wordt, dan wordt de tirannie verslagen. De beslissing is aan de samenleving welke kant het uit wil gaan.

Onderzoek salafistische moskeescholen van Nieuwsuur en NRC. Politiek handelt onoprecht en dubbelzinnig in de aanpak

Je moet oproepen tot geweld tegen andersdenkenden in Koran of Bijbel niet te letterlijk nemen, zo zegt Ulysse Ellian, de VVD fractievoorzitter in Almere in gesprek met Omroep Flevoland. Aanleiding is een onderzoek van Nieuwsuur en NRC over salafistische ‘scholen’ die buiten het reguliere onderwijs vallen. Het lijkt dat Ellian hiermee de strekking van zijn eigen woorden niet goed begrijpt. Dit tekent het misverstand over religieuze organisaties die niet op hun woord worden geloofd, maar pas verdacht worden als ze wel op hun woord worden geloofd. Dat is van een verregaande dubbelhartigheid van bestuurders. Wegkijken en goedpraten bij uitstek. Want wie is de scheidsrechter of religieuze organisaties op hun woord moeten worden geloofd?

De politici Gert-Jan Segers (CU) en Klaas Dijkhoff (VVD) pleitten in een uitzending van 10 september 2019 van Nieuwsuur voor verder onderzoek van dit informele salafistische onderwijs voordat er concreet opgetreden wordt. Er moet in kaart gebracht worden wat er aan de hand is op de salafistische naschoolse ‘scholen’ die hoofdzakelijk door Saoedi-Arabië gefinancierd worden. Dat is een voorzichtige aanpak.

Zoals uit de uitzending van Nieuwsuur blijkt gaat het om wederkerigheid, en om de weerbaarheid van de democratie. Dat wil zeggen dat wie vrijheid voor zichzelf opeist die vrijheid ook aan anderen moet gunnen. Dat doen genoemde salafistische scholen volgens de reportage niet. Zij eisen vrijheid op om de vrijheid van anderen te beperken. Daarmee plaatsen de salafisten zich buiten de orde. Uiteindelijk is een verbod hiervan de gepaste maatregel. Mogelijk via het strafrecht, mogelijk via de politiek-bestuurlijke weg. Er moet van geval tot geval bekeken worden welke predikers namens welke salafistische scholen aan de hand van welk lesmateriaal wat zeggen. Aan de hand van criteria kan vervolgens besloten worden door de rechter of de politiek (naargelang de gevolgde weg) welke salafistische scholen ontmanteld en verboden moeten worden.

Sluiting van salafistische scholen die over de schreef gaan gaat er niet in de laatste plaats om om andersoortige islamitische scholen te beschermen tegen deze radicalisering. De salafisten verzieken het klimaat binnen de Nederlandse islam, ook via sociale media. De Nederlandse staat garandeert de grondrechten via de politieke filosofie van het secularisme. Dat betekent dat iedereen in vrijheid een godsdienst of levensovertuiging kan kiezen. Of niets kiest. Reguliere islamscholen die zich aan de Nederlandse wet houden zijn het slachtoffer van de salafistische predikers. Het is onaanvaardbaar dat een specifieke groepering als salafisten deze consensus doorbreekt met verwijzingen naar geweld. Een weerbare democratie kan niet laten bestaan dat die van binnenuit ondermijnd wordt.

Interessant is dat de predikers de kinderen motiveren om te emigreren naar een islamitisch, wat zij noemen niet polytheïstisch land. Dit roept de vraag op waarom deze predikers niet zelf Nederland verlaten. Want wat hebben ze zelf te zoeken in het polytheïstische Nederland dat zij zo resoluut afwijzen? Het lijkt er sterk op dat de predikers de kinderen iets adviseren waar ze zelf geen gevolg aan geven. Dat is schijnheiligheid van deze salafistische predikers. Als ze volgens hun eigen advies zouden leven, dan moesten ze Nederland verlaten. Saoedisch geld houdt deze predikers vermoedelijk in Nederland zodat ze over de hoofden van de kinderen die aan hen zijn toevertrouwd carrière kunnen maken.

Het onderliggende probleem is dat religie een vrijplaats kan zijn waar straffeloos meningen kunnen worden verkondigd die haaks staan op de grondwet. De predikers van de salafistische scholen richten zich tegen andersdenkenden, en de Nederlandse democratie en rechtsstaat. Dat is ontoelaatbaar voor het openbaar bestuur dat bevolkingsgroepen met elkaar probeert te verbinden en de vrijheid bewaakt. Binnen religieuze organisaties is het toelaatbaar. Zolang ze niet oproepen tot geweld kunnen deze vertegenwoordigers in eigen kring zonder interne tegenspraak of correctie en met een beroep op eigen leerstellingen verkondigen wat ze willen. Ook intolerantie of in gevallen zonder verdere maatschappelijke gevolgen onzin of onredelijkheid.

Wie deze salafistische predikers echt aan wil pakken moet de politieke voorkeurspositie van religieuze organisaties ter discussie durven stellen. Daar schort het tot nu toe aan. Want dat vraagt van bestuurders rechtlijnigheid, intellectuele durf, het doen van heel veel huiswerk, politieke bewegingsruimte en het ingaan tegen het eigenbelang van de eigen doelgroep. Bedenk dat de christelijke SGP voor de toekomst een theocratische staat propageert die principieel weinig verschilt van wat salafistische predikers propageren. Verschil is wel dat de SGP zich ‘in de tussentijd’ gouvernementeel en rechtsstatelijk opstelt en de salafistische predikers niet. Als de eigen kring van de salafisten wordt aangepakt, dan raakt dat direct aan de eigen kring van christelijke organisaties. Daarom zijn tot nu toe de salafisten niet aangepakt door de politiek of het OM dat van de minster een aanwijzing krijgt om in dit dossier te handelen.

Het is de hoogste tijd voor een fundamenteel debat over de positie van religieuze organisaties binnen onze samenleving. Het lijkt er sterk op dat ze te veel politieke voorrechten genieten in een samenleving waar de meerderheid van de bevolking zich niet langer laat inspireren door godsdienst. Hopelijk biedt het onderzoek van Nieuwsuur en NRC voldoende aanknopingspunten om de afwachtende houding van de politiek die neerkomt op ‘we willen wel, maar we kunnen niet’ te doorbreken.

Het is trouwens ontluisterend voor het optreden van overheid en de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU en een opsteker voor goede onderzoeksjournalistiek dat media dit boven water tillen. Hebben VVD en D66 zich in slaap laten sussen? Heeft de overheid niet doorgepakt omdat het gegijzeld wordt door de druk van de christelijke partijen die vrezen dat bij krachtig overheidsoptreden ook christelijke organisaties geraakt worden in hun autonomie? De politiek en het openbaar bestuur kunnen het goedmaken door afstand te doen van hun slaapzuchtige afwachtendheid, kortzichtigheid en deelbelangen. Laten de onderwijsinspectie, het OM en het parlement aan het werk gaan.