Christian Boltanski is overleden. Wat was zijn werk waard? Zal de kunstkritiek daar over na gaan denken?

Schermafbeelding van deel artikelNecrologie;
Christian Boltanski (76), de macabere kunstenaar, is overleden
‘ van Toef Jager in NRC, 14 juli 2021.

Over de doden niks dan goeds. De Franse kunstenaar Christian Boltanski is overleden op 76-jarige leeftijd. Bij een bepaald segment van het publiek was deze autodidact immens populair.

Maar ik kon zijn kunst niet anders zien dan smieren in het theater. Boltanski speelde sterk op effect. Te sterk. Hij vertoonde kunstjes zodat zijn werk raakte aan sentimentaliteit, sensatiezucht en gladheid. Hij was een poseur.

Boltanski maakte namaakkunst waarvan hij wist dat die vooral om politieke redenen en door politieke dekking goed lag bij een breed publiek. Boltanski handelde in cliché’s. Boltanski maakte kunst niet vanuit een innerlijke noodzaak, maar om een façade op te trekken van schijnkunst.

Maar dat is nog geen reden om hem af te schrijven. Want vele hedendaagse kunstenaars handelen door herhaling tot vervelens toe uitsluitend vanuit de anekdote zoals Boltanski deed. Dat staat vernieuwing in de weg. Daarom zou aan de norm voor wat een kunstenaar is toegevoegd moeten worden dat hij of zij streeft naar vernieuwing door zich op onbekend terrein te begeven. Al is het door incidentele uitstapjes.

Boltanski deed het omgekeerde en herhaalde het voor hem bekende. Hij deed dat gewiekst doordat hij dat verbond aan het in stand houden van de herinnering, zodat nader inzicht nodig was om het naar waarde te schatten. Hij verhulde slim zijn eigen zwakte als kunstenaar.

Een minimalist als Daniel Buren heeft het overigens makkelijker om zich te herhalen door strepen te zetten in zijn kunst, dan Boltanski door met zijn kunst te strepen in de geschiedenis.

Dat een deel van het publiek hem in de armen sloot kon ik begrijpen, maar dat een deel van de kunstkritiek dat ook deed vond ik altijd onbegrijpelijk. Hoewel, kunstkritiek is uiteindelijk even subjectief en slecht onderbouwd als elke individuele mening. Het is geen wetenschap, maar een persoonlijke beschouwing.

Zo wordt de dood van Boltanski een scheiding der geesten. Niet zozeer de geest van Boltanski die definitief afscheid van de wereld neemt, maar het debat tussen voor- en tegenstanders over de waarde van zijn werk. Want het valt te voorzien dat nu hij er niet meer is de tegenstanders zich vrijer voelen om zich uit te spreken. Een overlijden is daar de geëigende gelegenheid voor.

De kunstkritiek komt overvallen door de actualiteit er voorlopig niet aan toe en steekt een verplicht verhaaltje af dat de gebeurtenissen van Boltanski’s leven op een rijtje zet alsof het de punten van een kindertekening met elkaar verbindt. Braaf en netjes. Maar wat de tekening zelf zegt weet het niet of kan het voorlopig nog niet beseffen.

Deze kunstkritiek heeft onvoldoende tijd gehad om na te denken wat de waarde van het werk van Boltanski is. Dat is deels begrijpelijk, want het tempo is hoog. De kunstkritiek wordt al jarenlang opgejaagd door de kunsthandel, de publiciteit en manifestaties als Documenta’s en Biënnales die de publiciteit van kunstenaars aanwenden om hun eigen belang te benadrukken. Overdenking of beoordeling is het sluitstuk geworden. De necrologie van de kunstenaar is het praalgraf waarop de feiten staan genoteerd, maar de betekenis nog ontbreekt.

Neerkijken op de ander. Van menselijke dierentuinen en genocide tot moderne slavernij

Het tentoonstellen van ‘inboorlingen’ heeft een lange traditie. Het begon al in het oude Egypte. Vooral in de tweede helft van de 19de eeuw waren de menselijke dierentuinen erg populair en moesten ze dienen als legitimatie van het kolonialisme. Nog op de Expo van 1958 in Brussel was een Congolees dorp ingericht. Maar de tijden waren veranderd: ‘Na een incident met blanke kinderen die bananen gooiden naar hun zwarte leeftijdsgenoten hielden de Congolezen de menselijke zoo voor bekeken’.

Onderzoekers merken daar het in het interessante artikelIn the Days of Human Zoos’ (2016) over op: ‘De antropo-zoölogische tentoonstellingen waren de belangrijkste vector in de overgang van wetenschappelijk racisme naar wijdverbreid koloniaal racisme. Voor de bezoekers was de aanblik van deze populaties achter tralies – echt of symbolisch – voldoende om de hiërarchie te verduidelijken: het was duidelijk waar de macht en kennis zouden liggen.’

Het is moeilijk om ons voor te stellen hoe er 150 jaar geleden gedacht werd. Landen waren nog geen eenheid zoals ze tegenwoordig zijn. Hoe bevolkingsgroepen momenteel ook politiek van elkaar verschillen, vroeger waren landen cultureel en geografisch minder eenvormig dan nu.

Neerkijken op de ander om er zelf sterker van te worden is iets van alle tijden en alle landen. Het bestaat nog steeds, maar alleen niet in de vorm van menselijke dierentuinen. Denk aan de slavernij van de Oeigoeren in China of dwangarbeiders uit Noord-Korea, India, Pakistan, Nepal, Bangladesh en Sri Lanka die buiten hun grenzen worden tewerkgesteld. Denk aan de meer dan 6.500 arbeiders die in Qatar zijn overleden bij de bouw van voetbalstadions. In de Tweede Wereldoorlog lieten de nazi’s dwangarbeiders zich doodwerken.

Het kan nog erger. De Ottomanen probeerden in 1915 de Armeniërs uit te roeien, de Duitsers in het begin van de 20ste eeuw twee volkeren in wat tegenwoordig Namibië heet en de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog de Joden, Roma en Sinti.

Wat is erger? De ‘inboorling’ als visitekaartje van het kolonialisme, de moderne slavernij van de rechteloze migrantenwerkers of de sluimerende genocide op de Oeigoeren? Iedere tijd heeft een specifieke verschijningsvorm van het onrecht.

Imran Khan onder druk van islam-extremisten om Holocaust gelijk te stellen aan het beledigen van profeet Mohammed

In Pakistan dwongen islam-extremisten premier Imran Khan om publiekelijk te zeggen dat Westerse landen die het ontkennen van de Holocaust wettelijk hebben geregeld dat gelijk zouden moeten stellen aan het beledigen van de islamitische profeet Mohammed.

Maar islam-extremisten gaan daar niet over evenmin als de Pakistaanse premier. Khan weet dat natuurlijk ook wel. Daarnaast is het lastig om de grens te trekken tussen religiekritiek die valt onder de vrijheid van meningsuiting en laster. Wat weer wat anders is dan belediging.

Hoe men ook over de Holocaust denkt, onomstotelijk is onder historici vastgesteld dat het is gebeurd en een historisch feit is. Dat is van een andere orde dan de profeet Mohammed die een hoofdpersoon van de islam is. Hij is van belang voor degenen die in de islam geloven, maar is een fictief persoon voor degenen buiten de islam. Daarom is de eis van de islam-extremisten om andersdenkenden de dogmatiek van hun geloof op te leggen onhaalbaar. Andersdenkenden hebben een ander sentiment over profeten, verlossers en goden.

Een geloof is uitsluitend voor intern gebruik. Het belijden ervan kun je anderen niet dwingend opleggen. Achting ervoor is het hoogst haalbare en daartoe zijn de meeste andersdenkenden wel te porren. Religie is echter een fictief verhaal, een mythologisering die niet gelijk gesteld kan worden met historische feiten. Op een religieuze fantasie kan geen eis aan anderen afgedwongen worden die gelijk is aan historische feiten omdat de basis van religie denkbeeldig is.

Petitie ‘Muslim Lives Matter’ vraagt om tweede, gecorrigeerde versie

De petitieMuslim Lives Matter’ is uiteraard een bewerking van ‘Black Lives Matter’ die wereldwijd steun heeft opgeleverd voor de zwarte bevolking. Of deze petitie hetzelfde doet voor de moslims bevolking valt te betwijfelen. Dat komt omdat er vreemde beweringen in de petitie staan en omdat het voorbijgaat aan de politieke werkelijkheid.

Het is prima als leden van een bevolkingsgroep een petitie plaatsen waarin ze hun recht opeisen. Maar als dat op de verkeerde manier gebeurt, dan werkt het averechts.

Het sentiment dat de islam wordt gekoppeld aan terrorisme volgt direct uit allerlei aanslagen door moslims in Europese landen die zeggen te handelen uit naam van de islam. Daarin zijn de volgelingen van deze godsdienst uniek. Er is geen enkele godsdienst of levensovertuiging die de achterban vraagt om op deze grote schaal aanslagen te plegen tegen andersdenkenden of tegen andere moslims. Het zijn islamitische predikers die deze aanslagen legitimeren  Die koppeling is geen racisme, maar de realiteit van 2020 die door radicale moslims wordt opgeroepen.

Petitionaris Dina Achahabar vergeet dat moslims in Nederland onder het secularisme meer vrijheid hebben dan  moslims in vele landen, waaronder die in de zogenaamde islamlanden. Daar bestaat felle concurrentie tussen stromingen binnen de islam met als gevolg dat een groot deel van de moslims actief wordt tegengewerkt of zelfs vervolgd. Dat georganiseerde onrecht bestaat in Nederland niet waar moslims voor de wet gelijkwaardig zijn aan aanhangers van andere godsdiensten en levensovertuigingen.

Daarom is het een pertinente onjuistheid om de positie van de moslims in Nederland te vergelijken met die van de Joden van de Holocaust. Het valt niet in te zien hoe de positie van de Joden in de Tweede Wereldoorlog, toen er sprake was van bewuste uitroeiing door de nazi’s,  vergelijkbaar is met de positie van de Nederlandse moslims in 2020. Deze vergelijking draagt de kern in zich van de ontkenning van de Holocaust.

De petitionaris heeft gelijk dat de Oeigoeren door de Chinese overheid worden vervolgd. Dat is niet hetzelfde als de Holocaust, maar begint de kenmerken ervan te vertonen. Maar de tragiek van de vervolging van de Oeigoeren is dat alle islamitische landen, inclusief Turkije niet protesteren bij de Chinese leiders tegen die vervolging. Het zijn juist de westerse landen die dat wel, hoewel mondjesmaat, doen terwijl de islamitische landen de ‘ongelijke’ behandeling van de Oeigoeren als een voldongen feit accepteren. Dit geeft de morele zwakte van de internationale moslimgemeenschap aan. Verspelen de moslims hiermee niet hun eigen recht van spreken?

Wie gisteren de discussie over minister Slob en zijn opmerkingen over de homoseksuele identiteit op christelijke scholen heeft gevolgd, zal gezien hebben dat hij hierop van veel kanten kritiek heeft gekregen. Iedereen veel over hem heen en hij moest zijn woorden inslikken. Zo werkt het publieke debat. De christelijke zuil in het bijzonder onderwijs werd stevig de maat genomen en de argumenten van christenen werden onderuit gehaald. Het is dus onjuist dat alleen moslims in een zwart daglicht worden geplaatst. De vergelijking moet eerder zijn dat het de radicale elementen binnen alle godsdiensten zijn die continu kritiek krijgen.

Het is positief dat de petitionaris verwijst naar de bescherming van de rechtsstaat omdat dit betekent dat hiermee de rechtsstaat wordt omarmd. Dat is emancipatie en integratie. Maar het is ongelukkig als moslims die de Nederlandse rechtsstaat verwerpen, zoals salafisten niet genoemd worden. Want zij zijn het die de goedwillende moslims van deze petitie onder druk zetten. Daarom is het interessanter wat deze petitie niet zegt of niet kan zeggen, dan wat het wel zegt. Want wat de petitie zegt is, in alle eerlijkheid voorspelbaar en fantasieloos en volgt de retoriek van het platgetreden pad.

Een en ander vraagt om een tweede versie van deze petitie waarin onjuistheden, slordigheden en het verkeerde gebruik van het begrip ‘racisme’ worden gecorrigeerd en de olifant in de kamer wordt benoemd: de strijd binnen de Nederlandse en internationale islamgemeenschap tussen moslims onderling. Maar daar is moed voor nodig omdat fysieke bedreigingen in die strijd niet geschuwd worden. Deze petitie verdient het om herschreven te worden.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieMuslim Lives Matter: ook in beschrijvingen’ van Dina Achahabar  op petities.nl. November 2020.

Noodzaak dat radicale boeren worden gestopt. Met hun sekte van nep-onfeilbaarheid, nep-onoverwinnelijkheid en nep-argumenten

De radicale boeren radicaliseren verder en krijgen daarvoor tot nu toe publicitaire en politieke ruimte. Dat is merkwaardig. Een interview in het AD met één van de actieleiders van de radicale Farmers Defence Force (FDF) Jeroen van Maanen deed me denken aan een artikel over het aanpakken van politieke sekteleiders: ‘How to take down a cult leader’ op Raw Story. Boeren volgen het draaiboek van de sekte. Ze hebben afgelopen maand de schijn van onoverwinnelijkheid gekregen en gebruiken dat beeld. Ze verontschuldigen zich nooit. Ook niet voor de door velen veroordeelde uitspraak van FDF voorman Mark van den Oever over de vergelijking van boeren met de jodenvervolging door de nazi’s. Ze beschuldigen meedogenloos politiek, EU of supermarkten en houden de schijn op dat ze overal mee weg komen. Wat tot nu toe zo is. Alsof hun actie angst inboezemt of tot paniek leidt bij een berekenende premier, een machteloze landbouwminister en een afwachtende veiligheidsminister. De ruimte die de boeren krijgen is de enige verklaring voor hun publieksteun.

Maar hun schelmenstreken die geen schelmenstreken meer zijn, maar een uitdaging van het gezag zijn niet ongevaarlijk. Bovendien zet het andere beroepsgroepen ertoe aan om hetzelfde te doen. Het is de hoogste tijd dat de radicale boeren in het openbaar bloeden en hun vermeende onoverwinnelijkheid wordt ontmaskerd. Dat kan het beste door erop te wijzen dat die bluf het enige argument is dat ze hebben. Want meer hebben ze niet dan hun nep-onfeilbaarheid en nep-sterkte. De boeren hebben geen argumenten en feiten aan hun kant.

Als er geen directe opponenten opstaan om de radicale boeren in hun bluf de pas af te snijden dan rest er niets anders dan hun grootspraak te beantwoorden met actie. Zo zouden Nederlandse consumenten kunnen aankondigen dat als de radicale boeren niet stoppen met hun acties zoals het dreigen om distributiecentra te blokkeren ze voortaan kiezen voor producten van Nederlandse duurzame, biologische boeren en van buitenlandse boeren. Ook kunnen ze melden dat ze supermarkten er door een boycot toe aan zullen zetten om dit in de praktijk te brengen. Praktisch is dat goed realiseerbaar omdat de Nederlandse agro-industrie voornamelijk voor de export werkt. De FDF is overigens een instrument van die agro-industrie en dient als voorhoede om de financiële belangen ervan te verdedigen. De boeren die financieel afhankelijk zijn van de agro-industrie zijn tot een zichtbaar proxy-leger van een zich onzichtbaar houdende agro-industrie gemaakt.

Er zit niet anders op dat burgers met een boycot in actie komen als de geradicaliseerde boeren niet inbinden en menen de openbare ruimte te kunnen kapen en Nederland aanhoudend te kunnen gijzelen. Zolang de politiek en gevestigde media de bluf van de radicale boeren niet doorprikken, maar uit angst of onbenul mee blijven gaan in hun nep-argumenten en hun nep-mannetjesmakerij loert de anarchie. De grote ruimte die de radicale boeren van het kabinet Rutte III krijgen heeft ertoe geleid dat het beeld is ontstaan dat het recht van de brutaalste en meest meedogenloze geldt. Dat past niet in een rechtsstaat. Dat kan Nederland niet hebben. Radicale boeren moeten gestopt en terechtgewezen worden. Want hun gedrag leidt ook voor henzelf tot niks.

Foto’s: Schermafbeelding van delen artikel ‘Boze boeren: ‘Hoe meer wij onze zin krijgen, hoe minder de kans op heftige acties’’ van André Valkeman in het AD, 16 december 2019.

Geradicaliseerde boer: ‘behandeling van de boeren lijkt op die van de jodenvervolging’ (in de Tweede Wereldoorlog)

Woordvoerder Mark van den Oever van Farmers Defence Force (FDF) meent dat de behandeling van de boeren lijkt op die van de jodenvervolging. Volgens Den Oever is de vergelijking gerechtvaardigd omdat de boeren ook deel uitmaken een kleine bevolkingsgroep die systematisch in de hoek gedrukt wordt. Hij geeft toe dat het ‘gelukkig’ niet om massamoord gaat. Wat moeten we uit deze vergelijking concluderen die kant noch wal raakt omdat de vergelijking in de verste verte niet overeenkomt met de historische feiten? Dat het schort aan het historisch besef van deze geradicaliseerde boer? De vraag waarom Van den Oever de vergelijking maakt is interessant. Wil hij provoceren omdat hij weet dat de Holocaust bij velen in Nederland een open zenuw raakt?

De radicale boeren passen in het model van het rechts-radicalisme van Trump dat zich niks van de waarheid aantrekt. Trump ontkent de feiten en blijft het tegendeel beweren van wat uit onderzoeken blijkt en door overheidsdiensten wordt gezegd. Van den Oever doet hetzelfde. Hij bluft en liegt de waarheid, probeert zijn tegenstanders te intimideren en de publieke opinie te bespelen. Het is een wonder dat de media hem zo uitgebreid aan het woord laten om zijn waandenkbeelden te verspreiden. Hij vecht een verloren strijd. De landbouw, en dan met name de veeteelt, zorgt voor ruim 40% van de stikstofuitstoot en moet een stap terugdoen. Van de Raad van State en de politiek. De veestapel moet met 50% (kippen, varkens) of met 20% (runderen) inkrimpen. De boer is de keerl, maar Van den Oever gedraagt zich als een sneeuwvlok die zichzelf overschat en opblaast tot belangrijkheid, geëmotioneerd is, zich in hoge mate benadeeld voelt en niet in staat is om met tegengestelde meningen om te gaan. Daar komt nog eens een ongepaste vergelijking met de jodenvervolging bij. Geradicaliseerde boeren zijn op dit moment succesvol in het verspelen van de volksgunst.

Foto: Still uit videoMark van den Oever over de aangekondigde harde acties tegen het bedrijfsleven’ van Omroep Brabant, 13 december 2019.

Duitse politiek leidt tot boycot van de boycot. Het geval Walid Raad en de BDS-beweging onderstreept het belang van een vrije kunst

Duitsland dat zo goed het verleden van het nazisme verwerkt zou hebben blijft worstelen met de erfenis ervan. Dat valt te bespeuren in een schuldgevoel tegenover de Russische Federatie dat als opvolger van de Sovjet-Unie een realistische houding van bedrijfsleven en politiek in de weg staat en tot toegevendheid leidt. Onder meer in de samenwerking van de Duitse politiek (vooral de sociaal-democratische SPD) met de Russische regering in de aanleg van het controversiële gaslijnproject Nord Stream II dat Europa afhankelijker maakt van Russisch gas en een einde aan het gebruik van fossiele brandstof naar de toekomst doorschuift.

En er is de houding tegenover Israël en de joden. Nu is er de Aachener Kunstpreis 2018 van 10.000 euro die wordt gesponsord door de vrienden van het Ludwig Forum, de stad Aken en het Akense bedrijfsleven. In augustus 2018 werd bekendgemaakt dat de prijs ging naar de Libanees-Amerikaanse kunstenaar Walid Raad. Maar omdat achteraf bleek dat hij sympathisant is van de BDS-beweging (= Boycot, Desinvesteringen en Sancties) die oproept tot verzet tegen de staat Israël heeft het bestuur van de stad Aken zich er onlangs van gedistantieerd. Dat past in de Duitse overheidspolitiek waardoor de stad Aken zich gedwongen voelt om deze lijn te volgen omdat ‘In parlementaire beslissingen hebben de Bondsdag en de Landtag NRW de BDS-beweging als antisemitisch beschouwd omdat deze in wezen het bestaan van de staat Israël in twijfel trekt of ontkracht’. Maar de vrienden van het Ludwig Forum en het bedrijfsleven zetten de uitreiking door van de prijs op 13 oktober aan Walid Raad. Er zou geen goede grond zijn gevonden om de prijs te weigeren. Raad zou weliswaar kritiek hebben op de politiek van de staat Israël, maar het bestaansrecht ervan niet ter discussie stellen.

De huidige gevoeligheid van de Duitse politiek kan niet begrepen worden zonder de Holocaust en het Duitse schuldgevoel als gevolg van het nazisme (1933-1945) erbij te betrekken. Maar de reactie lijkt doorgeslagen te zijn en te ontaarden in een eenzijdige houding van de officiële Duitse politiek die de burgerrechten van de voorstanders van de BDS-beweging inperkt en de rechtsstaat te buiten gaat. Die politiek beoordeelt de BDS-beweging als anti-semitisch. Dat op haar beurt stelt die voorstanders van de BDS-beweging die het bestaan van de staat Israël erkennen, maar kritiek hebben op de achtereenvolgende rechtse regeringen van Bibi Netanyahu buiten de orde. Dat gaat velen te ver. Ook in Nederland zijn er onder meer bij de Christen-Unie en SGP geluiden die oproepen om die Duitse lijn te volgen. Er zijn daar echter breuken in de officiële lijn zoals een recente uitspraak van een rechter in Keulen verduidelijkt en die volgens een persbericht van het ELSC in strijd zou zijn met artikelen 10 (vrijheid van meningsuiting) en 11 (vrijheid van vereniging) van het EVRM.

Hoe dat debat tussen voor-en tegenstanders van de BDS-beweging of Israël voor de kunst uitpakt maakt de controverse over de uitreiking van de Aachener Kunstpreis 2018 aan Raad duidelijk. In dat gepolitiseerde debat worden kunstenaars weggedrukt. Lobbyisten zetten op scherp. Het geval Raad staat niet op zichzelf. Ook in de stad Dortmund werd vorige maand de Nelly-Sachs-preis niet uitgereikt aan BDS-sympathisante Kamila Shamsie. In juli 2019 werd de Amerikaanse rapper Talib Kweli vanwege zijn sympathie voor de BDS-beweging geschrapt uit het programma van het Open Source Festival in Düsseldorf. Dat alles vanwege de overheidspolitiek die culturele organisaties geen bewegingsruimte laat en dit van regeringswege afdwingt.

In het commentaarDiskussion um Walid Raads ‘BDS-Verbindung; Boykott ist ansteckend’ op Monopol neemt Elke Buhr het op voor kunstenaars die vermalen worden in dit debat. Zij meent ook dat Duitsland zich hiermee isoleert, niet alleen van Arabische landen maar ook van kunstenaars in de VS, het Verenigd Koninkrijk en andere landen die zich niet officieel van de BDS-beweging zullen distantiëren. Buhr eindigt haar commentaar als volgt: ‘Boycot is een zeer besmettelijk virus. In tegenstelling tot de muziekbusiness, is de kunstwereld in Duitsland tot nu toe gespaard gebleven voor BDS-boycot-oproepen. Biënnales en musea zijn plaatsen waar kunstenaars elkaar kunnen ontmoeten die anders gescheiden zijn door culturele en politieke muren – zoals Israëliërs en Palestijnen. Hoe harder de conflictlijnen, des te belangrijker is de alternatieve ruimte van cultuur die discussies mogelijk maakt. We moeten al het mogelijke doen om deze ruimte te behouden.’

NB: Tot en met 13 oktober 2019 is in het Stedelijk Museum de tentoonstellingWALID RAAD; LET’S BE HONEST, THE WEATHER HELPED’ te zien.

Foto: ‘Werk von Walid Raad: Der libanesische Künstler versperrte im Jahr 2016 die ehemalige Synagoge von Pulheim und schüttete sie mit Erde auf.’

Kritiek op de gebrekkige partijdemocratie bij FvD dekt vooralsnog het debat over de politieke verschillen binnen de partij toe

Het lijkt erop dat alle kaderleden die nu als lemmingen FvD verlaten geen kritiek hebben op de koers van de partij. Vandaag is het Susan Teunissen die na Baudet en Hiddema, nummer drie op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer stond. In elk geval als er de politieke koers mee bedoeld wordt. Punt van kritiek van deze spijtoptanten zoals ze dat nu naar buiten brengen is het gebrek aan interne democratie van FvD, maar niet de extreem-rechtse stellingname of de contacten van Baudet met Europese of Amerikaanse rechts-extremisten.

Het is mogelijk dat dit politieke geschil van mening bij spijtoptanten aanwezig is, maar ze het op dit moment te complex vinden om dat zo te benoemen en hun kop uit te steken. Het is makkelijker om het over de boeg van de interne democratie te gooien. Maar het zou toevallig zijn als er geen politiek verschil bestaat tussen de partijverlaters (Robert de Haze Winkelman, Betty Jo Wevers, Kees Eldering) en de politieke koers van FvD.

Emeritus hoogleraar Frank Ankersmit die lijstduwer, maar geen lid was heeft in november 2017 de partij de rug toegekeerd. Hij had wel inhoudelijke kritiek. In een bericht in het DVHN zei hij over partijleider Thierry Baudet: ‘Hij vertelde dat Nederland terug moet naar 1850. Dat vind ik geen goed uitgangspunt voor een politieke partij. Dat gaat mij veel te ver.’ Dat was niet de partijvernieuwing waar Ankersmit op hoopte, maar naar zijn idee het omgekeerde: nostalgische teruggang naar de 19de eeuw. Maar hij lardeerde dat vervolgens toch ook weer met het gebrek aan interne democratie bij FvD. DVHN over Ankersmit: ‘Hij vindt het ook ernstig dat Baudet ervan wordt beticht dat hij geen democratie toestaat in het bestuur van zijn partij, ‘terwijl hij naar buiten toe democratisering hoog in het vaandel heeft staan’. ,,Dat is een wonderlijke constructie.’’

Zo kan de verwijzing naar het gebrek aan interne democratie en de vermeende almacht van het bestuur met penningmeester Henk Otten als spin in het web een containerbegrip voor alle soorten onrust worden. Er lijkt vooralsnog geen richtingenstrijd uitgebroken binnen FvD. Maar uitsluitsel dat dit niet zo is bestaat niet. Want het één kan uit het ander volgen. Als er namelijk geen interne democratie binnen een politieke partij is, dan is er ook geen open debat mogelijk over de politieke koers waarin accentverschillen, nuanceringen, facties, richtingen of stromingen tot uiting komen. Zonder open debat kan een politiek verschil zich niet openbaren.

Dat FvD een partij met een rechts-nationalistische agenda is lijkt wel duidelijk. Zoals minister Ollongren in haar Ien Dales-lezing zei gaat FvD verder waar de PVV stopt. Met als gevolg dat leden die in 2017 door Baudet werden voorgespiegeld dat FvD een fatsoenlijk en maatschappelijk aanvaardbaar alternatief voor de PVV was, zich nu realiseren dat FvD extremere standpunten over ras en afkomst inneemt dan Geert Wilders. En als ze zich het niet realiseren kunnen ze er door hun omgeving op aangesproken worden. De PVV lijkt nu – op het netelige islam-standpunt na – het fatsoenlijke en maatschappelijk aanvaardbare alternatief voor FvD te zijn.

Het is lastig voor leden van FvD die beseffen dat ze zich bij de verkeerde partij hebben aangesloten om dat volmondig toe te geven. Daarmee tornen ze aan hun eigen oordeel dat verkeerd was. Om dat verschil te overbruggen gooien ze hun verschil van mening met de partij (en het gebrek aan harmonie met zichzelf) niet op hun verkeerde inschatting en de rechts-extremistische koers van FvD (die zich in 2017 al aankondigde en in 2018 duidelijk naar buiten kwam), maar op het gebrek aan interne democratie en een dictatoriaal bestuur dat als een duiveltje uit een doosje en buiten hun schuld de volle verantwoordelijkheid van FvD zou zijn.

Foto: Tweet van Susan Theunissen met eigen reactie, 9 februari 2018.

Forum voor Democratie kampt met groeistuipen. Zijn ze incidenteel of structureel? Heeft de partij voldoende benul van politiek?

Politiek leider van Forum voor Democratie Thierry Baudet heeft een aangifte wegens smaad en laster gedaan tegen minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren. Volgens juristen is dat kansloos en daarom op te vatten als een publiciteitsstunt. In de Ien Dales lezing zei ze over Baudet en zijn partij: ‘De nieuwste afsplitsing van het populisme gaat verder waar Wilders ophoudt. De partij van Baudet lijkt geobsedeerd te zijn door één van de weinige taboes waar ik als progressieve liberaal aan hecht: Het praten over rassen in het politieke debat. Rassenmenging kwam al voorbij uit de mond van Forumleden. Rassenverdunning ook. De afgelopen weken ging Baudet opnieuw verder. Geconfronteerd met uitspraken dat Nederlanders met een donkere huidskleur minder intelligent zouden zijn dan andere rassen, een uitspraak van een kandidaat van Forum bij de verkiezingen aanstaande maart, zei de voorman van Forum dat hij daar geen afstand van wilde nemen. Volgens Baudet was dit een wetenschappelijk debat. Daar wilde hij zich niet in mengen. Zo laat hij het dus onweersproken als zijn partijgenoten openlijk discrimineren op basis van ras. Het populisme wil sommige Nederlanders dus anders behandelen dan andere. En daarmee bedreigt het kernwaarden van Nederland. Het is in deze tijd dan ook belangrijker om artikel 1 van de Grondwet te koesteren dan ooit.

Of het verstandig is dat een minister zich uitlaat over een parlementariër is de vraag. Want een parlementslid moet de minister controleren. Van de andere kant mag een minister een politieke mening uitspreken. Dat Baudet zich meende te moeten mengen in een wetenschappelijk debat met metereoloog Gerrit Hiemstra over het klimaat, maar over ras een wetenschappelijk debat uit de weg gaat oogt selectief. Het is niet consequent.

De afgelopen dagen bleek dat het bestuur twee kaderleden zonder dat ze zich konden verdedigen uit de partij heeft gezet: Robert de Haze Winkelman en Betty Jo Wevers. In een verklaring zegt FvD over deze twee leden dat ze: ‘op oneigenlijke wijze en door gebruikmaking van dreigementen en kwaadsprekerij, geprobeerd hebben de gecontroleerde uitbouw van de partij actief tegen te werken en het partijbestuur over te nemen.’ Wat FvD daar mee bedoelt is onduidelijk en evenmin wat eigenlijk de kern van het geschil is en de werkelijke reden om deze leden te royeren. De Haze Winkelman neemt extreme standpunten in over de Holocaust en Rusland en dat kan door de leiding van FvD als een publicitair risico gezien worden. Vanwege de stapeling van incidenten. Allerlei FvD’ers halen landelijk en in Amsterdam met extreme standpunten over ras de publiciteit. Dat staat de normalisering van de FvD in de weg en bedreigt de verzilvering van de gunstige peilingen.

Uit een reactie van oud kandidaat-kamerlid Kees Eldering voor TPO onder de titel ‘De problemen bij Forum voor Democratie zijn het topje van de ijsberg’ wordt penningmeester Henk Otten afgeschilderd als een idioot: ‘Daarnaast maak ik me ernstig zorgen over de wanen die Henk heeft over “afgeluisterd” en “achtervolgd” worden.’ Hieruit blijkt hoe erg de onderlinge verhoudingen binnen FvD zijn verziekt. Het lijkt een partij met generaals en zonder soldaten waar het absurdisme nu door het vernis breekt. Ook De Haze Winkelman richt zich in een reeks tweets op de macht van het bestuur met Baudet (voorzitter), Otten (penningmeester) en Rob Rooken (secretaris) dat als een soort politbureau de macht achter de schermen in handen zou hebben:

Foto:  Tweets van Robert de Haze Winkelman, 5 februari 2018.

Taner Akçam vindt origineel telegram dat planning Armeense genocide (1915) door Ottomaanse autoriteiten aantoont

Bewijzen stapelen zich op dat de Armeense genocide van 1915 van bovenaf werd georkestreerd. Dus door de leiders van het Ottomaanse Rijk. Dat bestond tot 1923 toen het nieuwe Turkije bij de Vrede van Lausanne de huidige grenzen kreeg. Filmmateriaal is ondersteunend bewijs. Opeenvolgende Turkse regeringen ontkennen de planning van de uitroeiing van Christenen en Armeniërs, inclusief islamitische Armeniërs. Dat heeft alles te maken met nationalisme en het principe van één land, één volk dat met terugwerkende kracht legitimiteit aan het hedendaagse Turkije zou geven. Want als het ontstaan uit het Ottomaanse Rijk belast is, dan slaat dat terug op de legitimiteit van het huidige Turkije. Turkse regeringen ontkennen niet het drama, de pogroms en moordpartijen, maar wel de welbewuste planning en etnische zuivering als een staatszaak van hogerhand.

Het wachten was op een ‘smoking gun’ van de volkerenmoord op de meer dan 1 miljoen Armeniërs om de tegenkantingen van de Turkse regeringen definitief te weerleggen. Volgens een artikel in The New York Times lijkt dat nu gevonden te zijn door de uitgeweken Turkse historicus en socioloog dr. Taner Akçam die aan het Strassler Center for Holocaust and Genocide Studies van de Clark University in Worcester, Massachusetts onderzoek doet naar de Armeense genocide. Het bewijs is een origineel telegram dat de medeplichtigheid van de Ottomaanse autoriteiten in de volkerenmoord bevestigt. Akçam heeft het opgedoken in een archief van het Armeense Patriarchaat van Jeruzalem. Doordat de originele documenten van de naoorlogse militaire tribunalen die de planners van de volkerenmoord hadden veroordeeld -nadien- nergens meer te vinden waren, konden Turkse regeringen de planning van de volkerenmoord ontkennen. Dr. Akçam noemt de vondst een aardbeving in zijn vakgebied. Hij hoopt dat het de laatste steen in de muur van de genocide-ontkenners verwijdert.