Arriva Tazio

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 4 augustus 2011. Licht gewijzigd.

Trio Lescano werd gevormd door de Nederlandse zusjes Alexandra, Judith en Kitty Leschan die in de jaren 30′ en ’40 ongekend populair in Italië waren. Door hun joodse achtergrond kwam daar een abrupt einde aan. Dat toont de documentaire Tulip Time van Marco De Stefanis.

In Rimini van die jaren herinnert Federico Fellini zich in Amarcord de doorkomst van de zevende Mille Miglia van 1933, de 1000 mijl van Brescia, een 1600 kilometer lange stratenrace door Italië. In dat jaar dat Fellini vastlegt won Tazio Nuvolari. Naar zeggen van Ferdinand Porsche de grootste coureur van het verleden, het heden en de toekomst. 

In 1940 bezingen de zusjes Lescano Tazio in Arriva Tazio, een lied dat nog klinkt in Italië. Beide op het hoogtepunt van populariteit. Ongewis over de loop die de geschiedenis zou nemen. De messaggero di audacia e di valor is een boodschapper van durf en moed met in het hart een ontembare wil, indomabile volontá die altijd als eerste eindigt. Primo.

Arriva Tazio
messaggero di audacia e di valor.
Arriva Tazio
sempre primo tra i giganti del motor.

Arriva Tazio
e nel cuor un’indomabil volontá.
Arriva Tazio,
primo, primo e sempre primo arriverà.

Advertentie

Echo uit de verte: João Gilberto

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 31 augustus 2011.

In Brazilië ontstaat in 1958 uit de samba de Bossa Nova. Gitarist João Gilberto komt met iets nieuws en componist Tom Jobim maakt er in 1963 met The Girl from Ipanema een wereldsucces van. Bossa betekent gezwel en kan opgevat worden als kronkel, bijzonder talent voor iets. De nieuwe flair breekt uit de zwaarte. Het culturele Braziliaanse zelfbewustzijn piekt in 1959 met Palmwinnaar Orfeu Negro.

In de Frans/Italiaans/Braziliaanse co-produktie Copacabana Palace uit 1962 zitten Gilberto en Jobim op het strand van Rio. Tussen Sylva Koscina en Mylène Demongeot. Een terloops document met Luiz Bonfá over de nieuwe stijl dat pas in 1967 in de VS wordt uitgebracht.

Chega de Saudade van tekstdichter Vinicius de Moraes uit 1958 in de uitvoering van João Gilberto is de eerste Bossa Nova song. Elizete Cardoso zingt het nog in oude stijl, maar pas daarna wordt alles anders.

Vai minha tristeza
E diz a ela
Que sem ela não pode ser
(Go, my sadness, go
And tell her that
It’s impossible without her).

Foto: Sylva Koscina, João Gilberto, Tom Jobim en Mylène Demongeot (vlnr) in Copacabana Palace

Screen Songs: She Reminds Me of You & I Can’t Escape from You

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 27 februari 2014.

De society band van Joe Reichman (1898-1970) speelt I Can’t Escape from You. Op 25 september 1936 wordt deze Screen Song van de Fleischer Studios opgenomen. Billie Bailey zingt. Losse eindjes worden aan elkaar geknoopt. Leo Robin schreef het nummer in 1936 voor Bing Crosby in Rhythm on the Range van Norman Taurog. Reichman was een paljas achter de toetsen. Hij noemde zich de Pagliacci van de piano.

And so you see that I’m really not free
I’m so afraid you might escape from me
And yet I can’t escape from you

De stuiterende bal is de karaoke van de jaren ’30. Nog een Screen Song is She Reminds Me of You uit 1934 van Harry Revel en Mack Gordon met de Eton Boys. Ook geschreven voor een Paramount-film van regisseur Norman Taurog met Bing Crosby: We’re Not Dressing (1934).

Zoete muziek met een pakkende melodie en grappige animatie. Lopende band werk van hoog niveau. Entertainment voor in de bioscoop. Dit studiosysteem in film en muziek is ter ziele. Voorgoed weg. We blijven verbaasd achter met de vraag hoe hoog de standaard was en of het echt een vereiste was dat de scherpe kantjes weggevijld moesten worden.

sher

Foto 1: Platenhoes ‘The Pagliacci of the Piano‘ van Joe Reichman and his Orchestra.

Foto 2: Bladmuziek van She Reminds Me of You van Mack Gordon en Harrie Revel uit We’re Not Dressing met Carole Lombard en Bing Crosby.

Seul ce soir (1940/42)

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 21 juli 2011. Licht gewijzigd.

Tijdens de bezetting gaven songs hoop. Zoals in Frankrijk het melancholische Seul ce soir dat door Léo Marjane gezongen en Charles Trenet geschreven werd. Waar waren de krijgsgevangen mannen?

Je suis seule ce soir
Avec mes rêves,
Je suis seule ce soir
Sans ton amour.
Le jour tombe, ma joie s’achève,
Tout se brise dans mon cœur lourd.
Je suis seule ce soir
Avec ma peine
J’ai perdu l’espoir
De ton retour,
Et pourtant je t’aime encor’ et pour toujours
Ne me laisse pas seul sans ton amour.

Tussen de Duitse en Amerikaanse amusentsindustrie van die jaren zijn overeenkomsten. Ze versterkten zich met buitenlandse talenten. Van Zarah Leander, Kristina Söderbaum, Rosita Serrano, Lilian Harvey, Johan Heesters of Ilse Werner tot Fritz Lang, Billy Wilder of Marlene Dietrich. De laatsten gingen naar Hollywood. De Duitsers maakten in bezet gebied gebruik van lokale talenten. Zoals Léo Marjane in Parijs. Na de oorlog was haar ster verbleekt. Tijdens de oorlog werd dat anders ervaren.

André Zucca, Théâtre des soldats allemands (1942/43). Collectie: Bibliothèque historique de la ville de Paris.

De Duitsers trokken Belgische dansorkesten aan als Fud CandrixJean Omer of Stan Brenders en het Nederlandse Orchester Ernst van ’t Hoff. In de eerste oorlogsjaren was de Duitse economie booming. Waarom deze orkesten zo goed waren is een raadsel. Wisten ze de gouden middenweg te vinden tussen het Amerikaanse voorbeeld en de op de maat spelende Duitse Telefunken-dansmuziek?

Earl Bostic (1913-1965): Heavy op altsax

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 7 oktober 2015.

In de jaren ’70 kocht ik op het Waterlooplein een 78-toerenplaat met dit nummer. En op de andere kant Sweet Lorraine. Ik kende vaag de naam van de uitvoerder en kon mijn oren niet geloven toen ik thuis de plaat speelde. Met op vibes Gene Redd. De Wikipedia-pagina over Earl Bostic is of gekaapt door zijn nabestaanden of het vertelt de waarheid. Namelijk dat Bostic de technisch meest begaafde altsaxofonist was die zelfs die andere meester op alt Charlie ‘Bird’ Parker de baas was. Zou het echt?

EB

Het doet Earl Bostic (1913-1965) hoe dan ook tekort om hem de scheurende sax van de R&B te noemen die ruw huilebalk (cry-baby) songs speelt. Midden in de traditie staand verbindt hij Sidney Bechet met John Coltrane. Maar het is lastig oordelen want hij zette zijn ultieme technische kunnen nooit op de plaat. Tegen die andere alt Lou Donaldson zei hij: ‘Don’t play anything you can play good on a record, because people will copy it.’ Grootspraak? In elk geval jammer. Daarom moeten we het doen met Earl Bostic zoals hij niet is. Maar dat is goed genoeg.

Laura, the face in the misty lights

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 29 juni 2011.

Ooit vroeg de eigenaar van een Brugs jazzcafé wat ik wilde horen. Nog in de tijd van de elpee. Bird with Strings antwoordde ik. Hij legde Laura op zijn Dual. De versie van zomer 1950. Charlie Parker met Strings was toen zo populair dat de studioband een working band werd en het tot in Carnegie Hall bracht. Ik bestelde nog een trappist.

Laura is film en song. De film noir van Otto Preminger uit 1944 met Gene Tierney en Dana Andrews was er het eerst. David Raskin maakte een jaar later de muziek, Johnny Mercer de lyrics. Film en song, Bird en Frank Sinatra, Woody Herman en Dick Haymes lopen door elkaar. Daar tussendoor loopt Laura. Dat is de Amerikaanse cultuur waar alles op een hoogtepunt samenwerkt en dromen verkoopt. Zo ontstaan standards.

Laura is the face in the misty lights
Footsteps that you hear down the hall
The laugh that floats on a summer night
That you can never quite recall

And you see Laura on the train that is passing through
Those eyes how familiar they seem
She gave your very first kiss to you
That was Laura but she’s only a dream

1944: Dana Andrews puts the spotlight on Gene Tierney during the interrogation scene of the film noir, ‘Laura‘, directed by Otto Preminger.

Harp met Adele Girard en Dorothy Ashby

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 9 april 2012.

Adele Girard (1913-1993) speelt op harp de sterren van de hemel. Met bas en gitaar. In een soundie van 3 minuten die Globe Productions produceerde van 1941 tot 1946. ‘Harp Boogie’ is een improvisatie van Girard op een bluesthema. De titel zegt: Adele Girard beating out hot boogie with her harp plus the dancing of Rusha Holden. Het swingt.

William P. Gottlieb, Portret van Johnny Hodges, Rex Stewart, Adele Girard, Harry Carney, Barney Bigard en Joe Marsala. Turkse Ambassade, Washington DC (1938-1948). Collectie: William P. Gottlieb Collection (LOC).

Casper Reardon was de eerste harpist in de jazz. Hem bleef het verwijt achtervolgen dat hij niet wist te swingen. Dorothy Ashby gaat verder en brengt de harp naar de bebop. Een kwartet zonder piano of gitaar geeft haar veel vrijheid op haar album In A Minor Groove uit 1958.

El baión met Silvana Mangano

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 15 juni 2012. Licht gewijzigd.

In Anna van Alberto Lattuada danst Silvana Mangano de nieuwe beat, el nuevo compás van 1951. Flo Sandon dubt de zang. El baión wordt een populair nummer in Spanje en Italië. De Spaanse tekst gaat over een grappenmaker, een zwarte zumbón die vrolijk de Braziliaanse baión danst, de zambomba  bespeelt en een vrouw aanspreekt:

Ya viene el negro zumbón
Bailando alegre baión
Repica la zambomba
Y llama a la mujer
Tengo gana de bailar el nuevo compás
Dicen todos cuando me ven pasar
“¿Chica, dónde vas?”
“¡Me voy a bailar, el baión!”

Hoes van een elpee met muziek van de film Anna, Amerikaanse editie van MGM.

Vanwege de verkoop vervangt de Amerikaanse markt de onbekende baión door de goed in de markt liggende rhumba. 

Nanni Moretti brengt in Caro Diario (1993) de ultieme ode aan Silvana Mangano. Kort daarvoor was ze overleden. Mogelijk kende hij de song zowel als citaat uit Cinema Paradiso (1988) van Giuseppe Tornatore (als in Anna met spanning tussen kerk en wereld) als uit het culturele geheugen van Italië:

When Day Is Done (1926-27)

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 19 januari 2013. Gewijzigd.

Als ‘King of Jazz‘ Paul Whiteman in 1926 met zijn orkest door Europa toert pikt de Duits-Amerikaanse trompettist Henry Busse in Duitsland de schlager ‘Madonna, du bist schöner als der Sonnenschein‘ op. De Oostenrijkse componist Robert Katscher schreef het in 1924 voor de revue ‘Küsse um Mitternacht‘. Tenor Engelbert Milde zingt het in een cabareteske traditie.

Een Duitse hit wordt een internationaal succes met een Engelstalige tekst. Buddy DeSylva schrijft ‘When Day Is Done‘. Whiteman scoort in 1927 met een instrumentale versie. Zoals vaker op het raakvlak van een sterke compositie, effectbejag en sentiment. Een klassieker is geboren:

When day is done and grass is wet with twilight’s dew
My lonely heart is sinkin’ with the sun
Although I miss your tender kiss the whole day through
I miss you most of all when day is done
When day is done

Bladmuziek ‘When Day Is Done’, 1926. Uitgeverij Harms Inc.

De versie van Jack Hylton met op Wurlitzer organist Claude Ivy van 19 augustus 1927 in de Londense Kensington Cinema leent van Whiteman. De Engelse band treedt na de machtsovername door Hitler in januari 1930 nog in Berlijn op. In mei 1930 en november 1932. Wonderlijk. Onderstaande video geeft verkeerde feiten. Maar de locatie van de foto lijkt wel degelijk het Scala Theater in Berlijn. 

Een hakenkruis in 1927 is onlogisch, maar na januari 1930 goed voorstelbaar. Het kondigt de ‘arisering’ aan. Ook de joodse Robert Katscher moet eraan geloven en vlucht in 1938 naar de VS. Zijn dag in Oostenrijk is voorbij.

Escapisme met The Exciters in ‘Tell Him’ (1963)

Escapisme, is dat iets? Wegdromen in vergezichten en blauwdrukken voor een ideale samenleving van de toekomst. Met duurzaamheid, eerlijkheid en menselijkheid. Moeilijk om daar niet cynisch over te worden.

Steun voor de gevolgen van de coronacrisis komt net als bij de crisis in 2008 terecht bij de belangengroepen die optimaal georganiseerd zijn en de beste contacten hebben met hogere ambtenaren en politici. Dat zijn de boeren en niet de kunstenaars. Dat zijn de banken en niet de zzp’ers. Dat zijn de multinationals en niet de kleine ondernemers. Wie anders denkt mag heerlijk verder dromen over een rechtvaardige samenleving.

Dromen kan ook in nostalgie door om te kijken naar het nabije verleden en verdoofd te blijven hopen op een omslag die nooit komt, maar in theorie toch in de lucht hangt. Dat lijken The Exciters in 1963 de ijsbeer in de dierentuin te vertellen in de ultieme vorm van escapisme: het liefdeslied Tell Him: ‘Ever since the world began, it’s been that way for manAnd women were created to make love their destinyThen why should true love be so complicated, oh yeah?‘ Daar doen we het mee nu we niet eens met z’n allen in opstand mogen komen.

Wat trouwens te denken van de zwarte handschoenen die de drie vrouwelijke leden van de groep dragen? Is dat sociale afstand, sociale onthouding of een gemeenschappelijk stijlkenmerk van een sociale categorie?