George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Collectie

Ewald Engelen ziet parlementaire journalistiek propaganda voor de bestaande orde maken. Partij voor de Dieren past daar niet in

leave a comment »

Ewald Engelen heeft in zijn column van 27 maart 2018 over Economie in de Groene Amsterdammer kritiek op de parlementaire journalisten van de NOS tijdens de verkiezingsuitzending Nederland Kiest van 21 maart. Aanleiding voor zijn kritiek is de manier waarop ze aandacht besteden aan de Partij voor de Dieren. Of liever gezegd, nauwelijks aandacht aan die partij besteden en met die weinige aandacht die partij ook nog eens kleineren en verkeerd interpreteren. Is dat moedwil of misverstand? In elk geval getuigt het van onvermogen.

Engelen: ‘Het is om meerdere redenen een onthutsend toneelstukje dat hier werd opgevoerd. Dat veel zegt over de lamentabele staat van de parlementaire journalistiek. Ten eerste de naïviteit over de eigen rol in het maken en breken van politieke bewegingen. Het pendant van het onthutsende gebrek aan zelfkritiek van de journalistiek bij het grootschrijven en grootpraten van rellerige neo-nationalistische partijen als PVV en FvD is het retoucheren van die rol bij het kleinhouden van systeemkritische partijen als de Partij voor de Dieren. Dat Van der Wulp het bestaat om de partij te omschrijven als ‘een partij die altijd een beetje onder de radar blijft’, illustreert dat hij zich er niet van bewust lijkt te zijn dat hij onderdeel van het probleem is dat hij zelf signaleert. Die ‘radar’ waarop hij zich beroept om zijn eigen onverschillige ondeskundigheid mee te legitimeren is hij namelijk mede zelf.’

Het panel van Nederland Kiest was hoe dan ook onthutsend slecht en kreeg voorspelbare input van de presentator waardoor het op op een studentikoze, lacherige wijze van onderwerp naar onderwerp stuiterde. Zonder urgentie, zonder pretentie van representativiteit en zonder intellectuele diepte. Het is wat Engelen zegt, namelijk dat deze abnegatio (= zelfverloochening, ontkenning, tegenspraak) vooral duidelijk maakt waar deze parlementaire journalisten voor staan en waar ze zich mee associëren: ‘Niet met de uitdagers, de non-conformisten, de systeemcritici, maar met het pluche, het establishment, de elite en de machtspartijen.  Journalistiek als propagandamachine van het bestaande. We moesten maar niet meer kijken.’

In het fragment maakt de Rotterdamse lijsttrekker van de Partij voor de Dieren Ruud van der Velden in een stadsdebat duidelijk waar de partij voor staat. Of men het wel of niet eens is met wat hij zegt, dit geeft wel duidelijk aan dat het ergens over gaat. Dit is niet de identiteitspolitiek van de ‘rellerige’ PVV en FvD die niet over het oplossen van de kernproblemen gaat, maar een afleiding daarvan is. En waar we ‘dankzij’ de parlementaire journalisten met hun beperkte visie, horizon en aandachtscyclus mee overvoerd worden. Ze reduceren parlementaire journalistiek tot het volgen van de agenda van de dominante politieke partijen.

Ik woon in Utrecht, maar als ik in Rotterdam had gewoond had ik op Van der Velden gestemd. Vanwege zijn inzet voor het klimaat en het dierenwelzijn, maar ook voor zijn betrokkenheid met de kunst. De politieke antennes van links en rechts staat hierover doorgaans verkeerd afgesteld. Tekenend is dat hij namens zijn partij als enige raadsvragen over het Gergiev Festival in de Rotterdamse Doelen stelde waar het Rotterdamse establishment collectief wegkijkt voor de politieke betekenis van kunst en dat smoort in bitterballen, witte wijn en gezelligheid. Ik schreef er in 2016 over: ‘Wie Gergiev binnenhaalt, haalt ook zijn politieke voorkeuren binnen. Rotterdam biedt ook die een podium en een stempel van goedkeuring. Dat dient het Rotterdamse culturele, economische en politieke establishment terdege te beseffen. Het kan zichzelf wel voor de gek houden door net te doen alsof Gergiev geen propagandistisch uithangbord is voor het regime van president Putin, maar diep in het hart weet het dat hij dat wel is’. Van der Velden doorziet dat en probeert het debat open te breken. Dat deed hij als enige ook bij het Wereldmuseum. Maar zelfs dat debat wordt hem en critici van het huidige cultuurbeleid niet gegund. Zoals Engelen dat constateert over het klimaatprobleem en het dierenwelzijn. Met dank aan (parlementaire)  journalisten die de status quo verdedigen en suggereren dat dat een neutrale positie is. Daarin vergissen ze zich deerlijk. Hun automatische piloot staat verkeerd afgesteld.

Foto: Schermafbeelding van deel columnPropaganda’ van Ewald Engelen in De Groene Amsterdammer, 27 maart 2018.

Advertenties

Russische avant-garde: Vragen over authenticiteit van bruiklenen van Toporovski-collectie in Museum voor Schone Kunsten Gent

with 5 comments

De Standaard zoomt in een bericht in op 26 bruiklenen van de Toporovski-verzameling die in de vaste opstelling van het Museum voor Schone Kunsten in Gent sinds oktober 2017 tijdelijk worden gepresenteerd. Ze zijn onderdeel van de collectie van de Russische kunsthistoricus Igor Toporovski die volgens plan vanaf 2020 in een nieuw opgericht museum in het Brusselse Jette wordt ondergebracht. Dat museum in het jachtpavilioen van het vroegere kasteel van Dielegem zal gewijd zijn aan de Russische avant-garde van begin 20ste eeuw. Over de authenticiteit van de werken van onder meer Kazimir Malevitsj, Wassily Kandinsky, Vladimir Tatlin, El Lissitzky en Natalja Gontsjarova die nu zijn te zien in Gent zijn twijfels gerezen.

De Standaard zet het scherp aan: ‘Sinds de opening van de nieuwe opstelling gonst het in de museumwereld van de geruchten. Russische modernistische kunst staat na recente schandalen met vervalsingen in een slecht daglicht.’ En: ‘Tien specialisten Russische kunst  publiceren nu samen een open brief. Onder hen vooraanstaande curatoren die in Londen en New York grote exposities over Russische modernisten maakten. Verder zijn er onderzoekers en kunsthandelaars met specialisatie in Russische kunst. In hun brief noemen ze de geëxposeerde stukken ‘hoogst twijfelachtig’. Naar verluidt gaan de briefschrijvers niet zover om de werken vervalsingen te noemen. Ze verzoeken het museum om de werken terug te trekken. Zo’n open brief die een museum terechtwijst is bijzonder. En pijnlijk voor de reputatie van het Museum voor Schone Kunsten in Gent

The Art Newspaper zet vandaag de brief online (zie ook bij reacties) . Het is opvallend dat dat niet eerder gebeurde. Ondertekenaars zijn onder meer Aleksandra Shatskikh die verschillende boeken over Malevich schreef; Natalia Murray van het Courtauld Institute of Art; Vivian Endicott Barnett, auteur van catalogues raisonnés van Kandinsky en Alexej von Jawlensky en Konstantin Akinsha, een kunstjournalist en curator.

Een reden waarom het fout heeft kunnen gaan is te vinden in de verklaring van museumdirecteur Catherine de Zegher. Ze zegt in De Standaard: ‘Er is geen voorafgaand chemisch onderzoek in het labo geweest. Dat gebeurt alleen bij een aankoop waar twijfels over zijn en met het akkoord van de eigenaar. Bovendien is dat het terrein van de kunstmarkt, en in ons geval is er van geen enkel commercieel belang sprake.’ Dit roept de vraag op of De Zegher en haar staf voldoende verantwoordelijkheid nemen voor wat ze in hun museum tonen en of de procedure van het Museum voor Schone Kunsten wel valide is. Bij de vaststelling van de authenticiteit van een werk dat op zaal getoond wordt zou het geen verschil moeten uitmaken of het een aankoop of een bruikleen betreft. Zo kan een tijdelijke bruikleen aan een museum een soort echtverklaring worden. Hier moet elk museum zich voor hoeden. Over een witwasmodel kan door musea niet alert en nauwlettend genoeg worden gedacht, gezien de grote financiële belangen. Igor Toporkovski zegt de herkomst van elk werk met documenten te kunnen staven. Wat die bewering waard is staat nu in het middelpunt van de belangstelling.

NB: Tekst geactualiseerd met verwijzing naar brief nadat The Art Newspaper die op 15 januari om 12:44 uur online zette.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTwijfels over Russische kunst in Gent’ van Geert Sels voor De Standaard, 15 januari 2018.

Controversiële verkoop van 19 werken uit collectie van het Berkshire Museum

with 19 comments

Update 8 april 2018: Na een maandenlange procedure heeft uiteindelijk een rechter afgelopen week het groene licht gegeven voor de verkoop om economische redenen van delen van de collectie op de commerciële markt. Het Berkshire Museum hoopt via een veiling bij Sotheby’s 55 miljoen dollar op te halen. The Association of Art Museum Directors (AAMD) reageert teleurgesteld in een verklaring omdat het in strijd is met de normen van de museumsector: ‘It does not resolve the violations of ethical and professional standards that will occur when the Museum’s plans are implemented.’ Een rechter heeft een afweging gemaakt en het korte termijn belang van dit museum boven dat van de museumsector geplaatst. Als het Berkshire Museum zoals het van plan is doorgaat met de veiling dan dreigt de AAMD met censuur en/of sancties. Zoals mogelijk uitsluiting uit het museumregister. In Nederland ontkwam in 2011 Museum Gouda op het nippertje aan dit lot toen het de ethische en professionele normen van de museumsector schond en het werk ‘The Schoolboys’ van Marlene Dumas om economische redenen bij Christie’s liet veilen. Zie hier over die kwestie. 

Het Berkshire Museum in het Amerikaanse Pittsfield, Massachusetts gaat het financieel niet voor de wind. In de afgelopen jaren heeft het 10 miljoen dollar verlies geleden, zo beweert een woordvoeder van het museum. Daarom zet de Raad van Toezicht het plan door om 19 kunstwerken uit de collectie te verkopen bij Sotheby’s op een veiling van Amerikaanse kunst op 13 november in New York. Waaronder twee schenkingen van werk van Norman Rockwell. Eén ervan, SHUFFLETON’S BARBERSHOP wordt op een waarde van 20 tot 30 miljoen dollar geschat. Ook presenteert het museum een nieuwe visie die wijst in de richting van interdisciplinariteit. Tegen dat laatste bestaat weinig protest, maar wel tegen de verkoop van stukken uit de collectie om economische redenen. Voor de deur van het museum geeft Elizabeth McGraw, de voorzitter van de Raad van Toezicht (Board of Trustees) uitleg. Ze is betuttelend en vanuit de hoogte, alsof de mensen het niet begrijpen en het nog een keer uitgelegd moet worden. Maar het lijkt vooral Elizabeth McGraw die het niet begrijpt.

In publicaties over deze controversiële verkoop blijkt dat de Raad van Toezicht in strijd met de ethische code handelt en zich niet kan beroepen op overmacht. Het wordt door media onvoldoende aangesproken op de ontoelaatbaarheid ervan. Volgens de ethische code van de AAM is een collectie er niet om het museum te behouden, maar is het museum er om de collectie te behouden: ‘The collections aren’t there to preserve the museum; the museum is there to preserve the collections. Therefore, good institutional (financial) stewardship and good stewardship of the collection are not mutually exclusive. Because a collection is held for the benefit of the public, it must not be treated as a disposable financial asset. It was not collected by, nor donated to, the museum with this intent. So, although objects in a museum’s collection may have a monetary value, once they become part of a museum’s collection, that value becomes secondary to their importance as a way to help us understand our world and ourselves.’ Elizabeth McGraw kijkt door een verkeerde bril naar de kwestie.

Foto: ‘WORKS OF ART SOLD TO BENEFIT THE BERKSHIRE MUSEUM. Norman Rockwell, SHUFFLETON’S BARBERSHOP. Estimate 20,000,000 — 30,000,000 USD.’ Aangeboden op veiling ‘American Art’ by Sotheby’s in New York City op 13 november 2017.

Stichting Onterfd Goed helpt instellingen die kunst afstoten

leave a comment »

Dat is het meest spannend, een kunstwerk van een onbekende kunstenaar op een veiling. Zoals een olieverf op doek van 60 x 42 met ‘cyrillische/ onleesbare tekst’ dat via Stichting Onterfd Goed voor 150 euro wordt aangeboden. Evenals werk van Jacobien de Rooij, Paul van der Eerden en Hans van der Ham waarvan men zich afvraagt hoe het hier verzeild is geraakt. Koopjesjagers houden in de gaten wanneer een collectie digitaal wordt geveild. Om toe te slaan. Zoals binnenkort de BKR-collectie van Museum Zandvoort dat per 1 januari 2018 verzelfstandigd wordt. Daar hoort volgens de marktlogica van 2017 blijkbaar afstoten en opschonen bij.

Stichting Onterfd Goed wordt door gemeenten, musea en collecties in de arm genomen om kunstobjecten aan een nieuwe eigenaar te helpen. Zoals de Stichting het zelf verkapt noemt. Kunstenaars zijn er niet altijd enthousiast over omdat er nog wel eens iets mis gaat in de administratie. Maar gemeenten en musea grijpen de Stichting Onterfd Goed dankbaar aan om hun eigen knelpunten uit de wereld te helpen. Het is het bestuurlijke equivalent van de eigen problemen over de schutting gooien. Wie wil grasduinen kan hier terecht.

Nederlandse kinderen vertonen zeldzaam gedrag op een ansichtkaart (1890-1940)

leave a comment »

Het moet niet gekker worden. Nederlandse kinderen op een ansichtkaart die dateert van 1890 tot 1940. Een ruwe schatting. Acht meisjes van wie er een in de kring verdwijnt in traditionele kleding staan op een zandweg in een kring en houden elkaars hand vast. Zo zegt de beschrijving van de collectie waar de kaart onderdeel van uitmaakt, het Library of Congress. De locatie is Marken zo zegt de opdruk. Waarschijnlijk zijn de meisjes aan het spelen. Over de onderste ansichtkaart zegt de beschrijving kortweg jongen en meisje in traditionele Nederlandse dracht. Trouwens een andere dracht dan die uit Marken. Daar is meer over te zeggen. Maar wat doet het meisje met haar linkerhand  in de broek van de jongen? Ze lijkt iets te peilen, maar wat? Zijn geld of iets anders? De beschrijving vermeldt niets over de ingreep van het meisje. Zou dit aan het begin van de 20ste eeuw als normale Nederlandse gewoonte worden gezien? Een voorfase van het venstervrijen waarin meisjes en jongens elkaar konden leren kennen. De volkstradities zijn verdwenen en kunnen we niet meer goed duiden.

Foto: ‘[Dutch children, Holland]’, 1890-1940. Collectie: Library of Congress.

Written by George Knight

21 juli 2017 at 18:19

Wat heeft ons ‘A Utrecht Pastoral’ uit 1892 te zeggen?

with one comment

Schotland ontsluit de nationale kunstcollectie digitaal. Kunstwerken zijn bereikbaar op nationalgalleries.org. Zo ook de fotoA Utrecht Pastoral’ van James Craig Annan. Uit de collectie van de Scottish National Portrait Gallery. Een beroemde foto naar het blijkt. In een artikel voor Scherptediepte/ Depth of Field over de blik van buitenlandse fotografen (1890-1930) op Nederland besteedde conservator fotografie van het Rijksmuseum Mattie Boon er in 2012 aandacht aan. Een afdruk ervan is  opgenomen in de collectie van het Rijksmuseum

Boon: ‘In 1892, after the first exhibition, The British Journal of Photography praised A Utrecht Pastoral as a ‘characteristic’ Dutch landscape. The tall trees on the left side of the image, the row of sheep along the water and the great masses of cloud formed ‘a most pleasing whole’. It was a ‘soft’ image, without ‘the hardness so often seen in photography’.[25] Another reviewer praised ‘the band of quiet foreground, which most photographers would trim away as useless […] Its presence greatly adds to the feeling or suggestion of space and scale. The bold and large treatment of the clouded sky space must be noted.’[26] A third saw chiefly the low light and the long shadows in the bend in the road, and the professional handling of the sky.[27]

Wat kunnen we aan deze typeringen 125 jaar later toevoegen? Het is inmiddels ook een afbeelding van een verdwenen landschap geworden. Een onschuldig landschap dat gethematiseerd wordt door de onschuldige schapen. Een pastorale is een herdersdicht of dorpsvertelling uit het Land van Ooit. De vergleden tijd betrapt.

Foto: James Craig Annan, ‘A Utrecht Pastoral’, 1892. Collectie: Scottish National Portrait Gallery.

Arjen Ribbens in NRC: ‘Afstoten van kunst als Oranje-traditie’

with one comment

Arjen Ribbens prikt in een artikel in NRC door de schone schijn van het Koninklijk Huis. Leden ervan zouden zich interesseren voor kunst, zo zegt de Oranje-promotie, maar dat ligt volgens Ribbens anders: ‘Dit is een artikel over wat, met enige overdrijving, een Oranje-traditie kan worden genoemd: het voortvarend afstoten van kunst, zonder veel rekening te houden met kunsthistorische gevoeligheden. Gebeurde dat in het verleden op veilingen, en met goede doelen als bestemming voor de opbrengst, recentelijk is een grote hoeveelheid kunst uit de nalatenschap van prinses Juliana ondershands verkocht, zonder charitatief oogmerk. Naast de tijgers van Raden Saleh ook een map met 1.200 zeventiende- en achttiende-eeuwse tekeningen van de stad en de provincie Utrecht, aan een particuliere verzamelaar. Nederlandse musea die deze kunst graag in hun collectie hadden willen opnemen, zeggen niet te zijn benaderd door het hof.’ Vraag is of dit met de Ethische Code van de museumsector spoort. De Museumvereniging zou om een uitspraak gevraagd moeten worden.

En dat op de dag dat koning Willem-Alexander in het Koninklijk Paleis op de Dam met veel bombarie de koninklijke prijzen voor de vrije schilderkunst 2016 uitreikt. In de opgedrongen rol van kunstliefhebber. De mythe van een betrokken en maatschappelijk koninklijk huis tekent het verschil tussen schijn en wezen. De mythe bestaat uit pose en afstand en vindt aftrek dankzij propaganda en welwillende onderhorigheid bij opiniemakers. Het is moedig van Ribbens dat hij hier doorheen breekt. Zijn Vlaamse hoofdredacteur Peter Vandermeersch heeft het nooit verder gebracht dan lakei, hermelijnvlooi, jaknikker en hielenlikker van Oranje.