Gedachten bij foto ‘Man poses with modern art’ en Fannie Hillsmith

Wie is deze man? Waar kijkt hij niet naar? De toelichting van Colby College in Maine geeft geen details over de maker van het kunstwerk, de man noch de datering. We moeten onze verbeelding laten spreken om er zin aan te geven. Hij lijkt op een rustige variant van een jonge Robert Duvall.

De foto zou een fragment uit een boek van schrijfster Elizabeth Strout kunnen zijn die veel van haar boeken in Maine situeert. Maar het gaat te ver om dat in te vullen. Dat eindigt onherroepelijk bij ouderdom, ziekte, dood en een lichtvoetige beschrijving van de zwaarte van het leven.

Er is een aanwijzing op de foto te vinden. Bij inzoomen wordt een signatuur duidelijk ‘F. Hill Smith ‘4’. Het jaartal is opvallend afgebroken. Dat kan niet de in 1904 gestorven schilder Frank Hill Smith zijn omdat zijn werk niet zo ‘modern’ is. Maar zijn naam geeft wel een aanwijzing wie dan wel de kunstenaar is, namelijk zijn kleindochter, de kubistische schilder Fannie Hillsmith (1911-2007) uit Boston. Haar worden invloeden van Picasso, Miró en vooral Juan Gris toegedicht, aldus een beschrijving van haar carrière.

Het ingelijste werk is zo te zien grafiek uit het eind van de jaren 1940. Toen werkte zij in Atelier 17 in New York. Het is speculatief om te zeggen wanneer de foto genomen is. Dat kan enkele jaren daarna zijn geweest. Dus in de jaren 1950 of vroege jaren 1960. We komen niet verder en weten nog steeds niet wie we waar zien, maar begrijpen inmiddels wel zo ongeveer wat we zien.

De titel van de foto is geweldig ‘Man poses with modern art‘. Alsof man en kunstwerk inwisselbaar zijn. De man neemt een houding aan zonder dat het lijkt dat hij een houding aanneemt. Hij staat er leeg en afwezig bij. In scherp licht. Zijn naam weten we niet. Dat hoeft ook niet. Hij is gewoonweg ‘man‘.

Martin Harris, Fannie Engraves a Copper Plate (left: Fannie Hillsmith; right: Harriet Berger Nurkse), ca. 1947. Gelatin silver print, 9 15/16 x 8 13/16 in. (25.2 x 20.8 cm). Fine Arts Museums of San Francisco, Gift of Robert Flynn Johnson, 2004.140.7.5. Courtesy estate of Martin Harris.
Advertentie

David Stokle toont z’n Evil Icons project. Op het raakvlak van kunst, politiek en geschiedenis. Een idee voor Nederlandse kunstenaars?

In de uitvoering is de video niet sterk, in het idee dat het aandraagt wel. De in Dorchester, Boston wonende fotograaf David J. Stokle toont in een galerie in Boston zijn ‘Evil Icons’ project. Op zijn homepage legt hij in een ouder bericht uit hoe dat ontstond. Stokle werd geïnspireerd door de voorpagina van augustus 2013 van het tijdschrift Rolling Stone met de flatterende Facebook-profielfoto van Boston Marathon-terrorist Dzhokhar Tsarnaev. Van het een kwam het ander. Het is een project in wording waar president Donald Trump ook aan toegevoegd is. Is dit geen idee voor Nederlandse kunstenaars om ‘kwade iconen’ of ‘kwaadaardige idolen’ in een project te vereeuwigen? Denk aan Piet Hein, Koning ‘Gorilla’ Willem III, Anton Mussert, Anton van der Waals, Raymond Westerling én Poncke Princen, en hedendaagse politici die volgens velen de duivel in zich dragen? In de verte doet dit project van David Stokle denken aan wat de in London gevestigde Otolith Group doet. Zoals met het projectIn the Year of the Quiet Sun’ waarin politiek, geschiedenis, (toegepaste) kunst en vormgeving werden gecombineerd. Welke kunstenaar of fotograaf transformeert dit naar Nederland?

Boston jaagt debat aan: controlestaat of privacy?

In de Amerikaanse samenleving bestaat nauwelijks nog privacy. Overheidstoezicht op openbare ruimte en internet is immens. Heeft die indringing van de overheid en het bedrijfsleven in de levenssfeer van burgers dan geen enkel nut? Het volgen van burgers in straten en op internet wordt onder het mom van veiligheid gebracht. Bijvoorbeeld om terrorisme te voorkomen. Was Boston er geen voorbeeld van dat de controlestaat werkte? Cenk Uygur van The Young Turks toont aan dat de controlestaat in Boston juist niet werkte. Wat nu door overheden aan cameracircuits en cybersecurity wordt opgebouwd is een tikkende tijdbom onder de privacy. Zonder tussenkomst van de rechter kan de staat de infrastructuur inzetten om tegenstanders uit te schakelen. President Obama doet dat wellicht nog terughoudend, maar voor een minder terughoudende opvolger wordt nu de infrastructuur opgebouwd. ‘The Plot Against America‘ meets ‘Nineteen Eighty-Four‘.

Nederland is nog niet zover, hoewel de Amerikanisering vordert. Deze waarschuwing betekent voor ons land verdere bewustwording over het feit dat het opbouwen van controlestaat altijd ten koste gaat van de privacy. Samenleving en politiek kunnen kiezen voor het opbouwen van de controlestaat, maar kunnen niet zeggen dat ze dat niet bij volle bewustzijn deden en niet wisten dat het ten koste ging van de privacy van de burger. Maatschappelijke krachten die voor de privacy opkomen wacht een taak om die bewustwording te vergroten. Een van de argumenten tegen de invoering van de controlestaat is dat het verre van doelmatig is en achter de feiten aanloopt. Zoals Boston aantoont. De spin van beleidsmakers om dat anders voor te stellen is onterecht.

Surveillance-technology-001

Foto: ‘Afhankelijkheid van Labour voor het verzamelen van gegevens beschermt het publiek niet, zeggen de Tories.’ Credits: Peter Macdiarmid/Getty Images.

Kep Enderby bekritiseert het mensenrechtenbeleid van Obama

Bij de herschikking van zijn kabinet prees president Obama onlangs de uitgaande minister van Defensie Leon Panetta, en CIA-chef Mike Morell. En daarmee zichzelf. Hij meent dat-ie door zijn beleid de veiligheid van de Amerikanen heeft verzekerd. Hij meent niet dat-ie door zijn veiligheids- en mensenrechtenbeleid juist het terrorisme heeft aangewakkerd. In Barack Obama’s wereldbeeld moet overal het terrorisme bestreden worden. Z’n reactie op de aanslag op de Boston marathon volgt die lijn. Obama bolstert het Amerikaans nationalisme.

De Australische jurist Kep Enderby schat in een interview het handelen van Obama heel anders in. Enderby blijft niet hangen in het wegkijken door de gevestigde media, zoals in Nederland de NRC die Obama’s claim dat-ie opkomt voor de mensenrechten gedwee volgt. Enderby neemt het op voor Bradley Manning en Julian Assange en tegen de regering-Obama die met mooie woorden de waarheid liegt. Enderby bekritiseert deze Amerikaanse regering die zich profileert als beschermer van de mensenrechten, terwijl het opdracht geeft tot martelen, buitengewone uitlevering (‘rendition’) en buitengerechtelijke moord door aanvallen met drones.

1995 - Embassy on Register of the National estate  2874

Foto: Kep Enderby, 1995.