Buitententoonstelling ‘Pride Photo’ in Almere stuit op gemeentebestuur en vandalen

Het maatschappelijk debat over inclusie en LHBTQIA+ emancipatie kent verschillende snelheden. In Almere werd in opdracht van waarnemend burgemeester Ank Bijleveld (CDA) een paneel met een volgens haar te expliciete foto van een naakte man verplaatst. Het paneel was onderdeel van de rondreizende buitententoonstelling ‘Pride Photo‘ die in de openbare ruimte staat en van 10 juni tot 30 juni 2022 Almere aandoet.

Het thema is ‘CELEBRATING THE UNSEEN’. Het is geen makkelijke opgave die de curatoren Simomo Boujarra en Jan Hoek zich gesteld hebben om het ongeziene in beelden te willen vieren. Ze zeggen in een toelichting: [we] ‘proberen je daarom aan te moedigen ook na te denken over de verhalen die je hier niet ziet.‘ Het is een dubbele opgave. Van de bezoeker of passant van de buitententoonstelling van 20 panelen wordt verwacht na te denken over de foto’s van deze tentoonstelling én om na te denken over ‘de verhalen‘ die ‘je hier niet ziet‘. Dat laatste is een omvangrijk karwei zonder einde.

De Almeerse ‘inclusie-wethouder’ Froukje de Jonge (CDA) begrijpt niet wat het ‘UNSEEN-leven‘ is. Zo noemt ze het. Ze meent dat op de 20 panelen te zien, maar volgens de uitleg van de twee curatoren is dat niet te zien op de panelen. Het ongeziene zijn de verhalen ‘die je niet ziet‘. Dus het leven achter de foto’s. Dat klinkt logisch.

‘Inclusie-wethouder’ De Jong wil een deel van het geziene ongeziene liever niet zien. Want om nou ‘gelijk, pats, die als eerste te krijgen vonden we wel erg heftig‘, zo zegt ze tegen Omroep Flevoland in bovenstaande video. Wie ‘we’ is die het erg heftig vond licht ze niet toe. Maar dat betreft waarschijnlijk burgemeester Bijleveld (CDA) en ‘inclusie-wethoude’ De Jong (CDA). De gewraakte foto van Levi is gemaakt door Prins de Vos en is deel van de serie ‘Boys Do Cry‘.

Intussen zijn in Almere panelen van deze buitententoonstelling beklad. De organisatie van ‘Pride Photo’ zegt aangifte te willen doen bij de politie. Op de veiligheidscamera’s moeten de verdachten in beeld zijn gebracht en opgespoord kunnen worden. Dan wordt het ongeziene gezien. In mei 2022 werden in Vlissingen foto’s van deze tentoonstelling met verf beklad. De foto’s roepen blijkbaar agressie op. Dat het niet makkelijk is om de tentoonstelling bij gemeenten onder te brengen toont aan dat er nog vijf lege plekken in het schema zijn dat tot januari 2023 loopt.

Het bekladden is zowel een spiegeling als uitwerking van het thema. Het ongeziene is niet alleen het verhaal achter de foto’s, maar ook de reactie erop die ‘het verhaal‘ tot zwijgen wil brengen. Kortom, LHBTQIAV+ emancipatie. Met de ‘V’ van vandalen.

Museum in wording: immersieve projecties in Almere

Schermafbeelding van deel artikelAlmere krijgt een immersief museum, maar wat is dat?‘ van Omroep Flevoland, 28 februari 2022.

Daar is het weer. Het teistert periodiek de publieke opinie. Namelijk een bericht uit Almere over de plannen voor een museum van internatione allure, groter dan het Stedelijk Museum. Wat is dat?

Matchmakers, cultuurmanagers, wethouders die de wereld over reizen om zich te oriënteren en allerlei ingehuurde project-achtige beleidsmakers zijn al sinds 2013 bezig om een museum in Almere ‘op de kaart te zetten’. De woestijn in de polder is op zoek naar een oase. Dat duurt dus al negen jaar.

Niet toevallig is 2013 het jaar dat Almere Museum De Paviljoens sloot zonder te beseffen dat wat het in de jaren erna in een zoektocht ging zoeken al binnen de gemeentegrenzen had.

Kunt u nog volgen wat Almere bezielt? In de kern gaat het om een identiteitscrisis van Almere dat tussen servet en tafellaken op zoek is naar een nieuwe tafel. Dat is zielig voor de inwoners die steeds weer met groot- en breedspraak over een museum worden geconfronteerd.

Het is niet dat in Almere de (beeldende) kunstsector niet klopt. Want er zijn prachtige Land Art achtige projecten, zoals Marinus Boezems Groene Kathedraal. Maar dat is blijkbaar niet voldoende voor de managers, projectleiders en wethouders. Ze willen meer.

Daarom lezen we nu weer zo’n bericht met deze keer Denise de Boer. Ze is als manager betrokken bij kunstpaviljoen M. en ook bezig om de komst van het museum in Almere voor te bereiden.

De tekst bijt heerlijk in zichzelf. Zoals een hond die de eigen staart najaagt zonder te beseffen wat dat ding is. Het geprojecteerde museum van Almere is als een staart van een hond. De hond blaft om de zoveel tijd en de media doen er netjes verslag van.

De Boer: ‘We hebben heel bewust gekozen voor een immersief museum, omdat dat er in Nederland nog niet is. Immersieve kunstwerken hebben veel ruimte nodig. Die ruimte is er niet genoeg in bestaande musea in het land, maar in Almere straks wel.‘ en ‘Bij ons wordt de ervaring echt gecreëerd door de kunstenaar. De maker wil je daarbij echt iets meegeven. Een surrealistische omgeving die echt wat met je doet.’

Je wordt stil van deze ronkende taal. Hoezo een ‘surrealistische omgeving‘? Hoezo ‘die echt wat met je doet‘? Wat is dat voor marketing waarmee deze manager de boer opgaat? Duidelijk is dat Almere aanhaakt bij de droom en de rationaliteit achter zich heeft gelaten. Almere dompelt zich onder.

Almere heeft in 2013 de geest uit de fles gelaten en is al negen jaar bezig om op spontane wijze een museum te realiseren dat zich van alles onderscheidt. Ook van Almere zelf.

Het artikel van Omroep Flevoland wordt er onbegrijpelijk op door de verwijzing van De Boer naar het werk Wachsraum (1992), een houtconstructie met bijenwas in een smalle gang van Wolfgang Laib (niet Leib) in De Pont. Dat werk wordt door De Boer ingedeeld bij immersieve kunst die de kijker onderdompelt in een ervaring. Het unique selling point in de marketing van Almere. De Boer gebruikt verwijzingen naar De Pont als legitimatie voor het eigen museum. Maar Laib gaat niet voor een surrealistische ervaring, maar voor sacraliteit, natuur en tijdloosheid.

De uitgebeende soberheid van De Pont is niet wat het museum in Almere nastreeft. Dat is tegelijk de sleutel om te begrijpen waarom het spaak loopt in Almere. De Pont is een particulier museum met nauwelijks personeel dat financieel onafhankelijk is en zich met marketing en schijnbewegingen niet in bochten hoeft te wringen voor subsidie- op opdrachtgevers. De Pont kan zichzelf zijn. In Almere praat iedereen mee, is de marketing leidend en worden de kunstobjecten niet geselecteerd op hun intrinsieke waarde, maar moeten ze passen in een masterplan over de ervaring van de bezoeker die wordt ondergedompeld in een opgeroepen schijnwereld. Intussen lijkt die schijnwereld de plannenmakerij opgeslokt te hebben.

Gorter van Zeewolde basht NRC: een economische lente, een oud geluid

Wat is er aan de hand met burgemeester Gerrit Jan Gorter van Zeewolde? Hij is de langstzittende partijloze (ook ‘onafhankelijk’ genoemd) burgemeester van Nederland. Hij is burgemeester van Zeewolde sinds 2007 en zit in zijn derde termijn van zes jaar. Gorter kan dus blijven zitten tot 2025.

Uit een artikel in Binnenlands Bestuur van september 2021 blijkt zijn ‘onafhankelijke’ opstelling. Gorter noemt als toevoeging van de partijloze burgemeester de onafhankelijkheid: ‘Het voorkomen van achterdocht in de omgeving waar je burgemeester bent. Je wordt niet in een hokje gestopt, niet met een partij geassocieerd of met de prestaties van de lokale tak van die partij. Maar je moet het zelf waarmaken. Je kunt niet terugvallen op een partij als het niet lekker zit. Je bent een selfmade man in een glazen huis.’

Gorter beschuldigt in bovenstaande video van Omroep Flevoland met de titel ‘Burgemeester Zeewolde: ‘NRC heeft als doel om datacenter niet door te laten gaan” die op dinsdag 14 december 2021 uitgezonden werd NRC-journalisten Carola Houtekamer en Merijn Rengers zonder ze bij naam te nemen. Hij suggereert dat een van hun hoofddoelen van hun artikelen over de komst van het datacentra van Facebook is om dat niet door te laten gaan. Dat is een fikse beschuldiging die in mijn ogen niet uit hun artikelen blijkt.

Wat beide journalisten hebben gedaan is het schetsen van de context en het aan het woord laten van enkele tegenstanders. De knip in dit dossier lijkt dat er landelijk en lokaal meer tegenstanders van de komst van het datacentrum naar Zeewolde zijn, maar dat in de raad een kleine meerderheid voor is.

Gorter blijft er met gestrekt been ingaan tegen NRC. Hij neemt zijn kritiek op ‘de media’ terug, maar niet op NRC. Het voelt bijna als een persoonlijke kruistocht tegen deze krant.

Tegelijk kan men begrip hebben voor Gorter die van vele kanten onder druk wordt gezet door actievoerders, landelijke politici en deskundigen. Hij krijgt als dorpsburgemeester wat voor zijn kiezen en moet de besluitvorming bewaken over een onderwerp waarvan steeds meer mensen vinden dat het niet op lokaal niveau beslist moet worden. Dat is de dubbelzinnigheid van zijn positie. Gorter strijdt niet zozeer voor de komst van het datacentrum van Facebook naar Zeewolde, maar voor de autonomie van zijn gemeente om daarover te kunnen besluiten.

Overigens is er in Zeewolde nog niets definitief beslist over de komst van het datacentrum. In de raad is het bestemmingsplan gewijzigd zodat het datacentrum van Facebook mogelijk wordt, maar daarover is concreet nog geen besluit genomen. In de langlopende procedure kan nog van alles gebeuren. De tegenstanders, zoals Susan Schaap van de actiegroep Stichting Datatruc hebben al aangekondigd desgewenst hun procedure tot aan de Raad van State voort te zetten. Dat kan nog jarenlang duren en voor vertraging zorgen.

De landelijke overheid en provincie, evenals de lokale achterban van partijen als PvdA en GroenLinks die in tegenstelling tot hun vertegenwoordigers in de raad tegen de komst zijn, kunnen nog allerlei politieke en juridische middelen inzetten om de komst van Facebook naar Zeewolde te bemoeilijken.

Het lijkt er sterk op dat Gorter z’n vermeend onafhankelijke positie waar hij zo trots op is en hij als z’n grootste kapitaal ziet verkeerd heeft ingezet. Want volgens landelijke politici en energie-experts zou over een onderwerp als het datacenter van Facebook in Zeewolde niet op lokaal, maar op landelijk niveau beslist dienen te worden.

Gorter zit gevangen in de dubbelzinnige positie van een burgemeester die de onafhankelijkheid van zijn eigen functie en die van de gemeente die hij vertegenwoordigt terecht benadrukt, maar tegelijk weet dat zijn handelen steeds minder steun en legitimiteit heeft en zijn mandaat zienderogen slinkt. Dat ziet hij ongaarne en daar verzet hij zich tegen. Of die tegenslag de reden is dat hij zo ongenuanceerd tegen NRC blijft tekeergaan die hij ziet als de boodschapper van het slechte nieuws over de afnemende macht van hem en de lokale politiek is de vraag. Gorter is in zijn oordeel over NRC de nuance voorbij.

Tweet van NRC-onderzoeksjournalist Carola Houtekamer van 14 december en eigen reactie.

Sionkerk op Urk houdt zich niet aan coronaregels, maar kan dat doen door de uitzonderingspositie die het van het kabinet kreeg

De gereformeerde Sionkerk in Urk is volgens een bericht in Trouw ontevreden met het overheidsbeleid inzake de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Zo laat de kerkenraad de afstandsregels los, omdat het tegemoet wil komen aan ‘de nood en het geestelijk welzijn’ van de gemeente. Ouderling en voorlichter H. Snoek zegt daarover het volgende: ‘We willen gehoorzaam zijn aan de overheid, maar wel in samenhang met Gods geboden. We doen dit vanwege het zielenheil van de mens.

Kerken worden naar het oordeel van het kerkbestuur achtergesteld, zo zegt het bericht van Trouw. In werkelijkheid is het omgekeerde waar. Volgens de maatregelen van de Rijksoverheid geldt er voor ‘het belijden van godsdienst of levensovertuiging’ een uitzondering voor bijenkomsten in een binnenruimte van maximaal 30 personen. Om dat te legitimeren wordt er verwezen naar de vrijheid van godsdienst. Dat is merkwaardig omdat allerlei grondrechten tijdelijk zijn ingetrokken in de bestrijding van COVID-19. Daarom is het bizar dat religieuze organisaties een uitzonderingspositie in mogen nemen van het kabinet. Het is nog absurder dat kerkbesturen in die bevoordeling een achterstelling zien. Zij zijn ermee de kijk op de realiteit kwijt. Zo geldt voor culturele instellingen, zoals schouwburgen, archieven en musea de uitzondering niet. Dit zijn doorgaans professionele instellingen met een goede organisatie die veel hebben geïnvesteerd in de ontvangst van gasten. Maar toch mogen ze niet opengaan.

Opvallend is dat in de recente publiciteit over de aanpak en maatregelen de Rijksoverheid de uitzondering die voor kerken geldt niet meer expliciet noemt. Het is onduidelijk waarom dat zo is. Maar de brede kritiek op de voorrechten van kerken die mogen wat culturele of commerciële instellingen niet mogen heeft er mogelijk mee te maken. Dit voorrecht voor kerken is slecht te beredeneren. Het is niet alleen slecht te verdedigen, maar wordt er onhoudbaar en potsierlijk op als kerken in de slachtofferrol kruipen en menen dat ze achtergesteld worden.

Het kabinet Rutte III heeft deze rechtsongelijkheid en bedreiging voor de volksgezondheid over zichzelf afgeroepen. Het kan niet ingrijpen omdat het de kerken een uitzonderingspositie heeft gegeven. Daar is de fout gemaakt. De Sionkerk in Urk of andere orthodoxe kerken in de biblebelt nemen de ruimte die het kabinet hun heeft gegeven. Deze kerken treft weinig verwijt. Dat ze niet maatschappelijk handelen, het algemeen belang van de volksgezondheid niet zwaar laten wegen en vooral op zichzelf gericht zijn was vooraf te voorzien geweest.

Dat kerken en andere religieuze organisaties voorrechten genieten is een maatschappelijk onrechtvaardigheid. Onlogisch is dat religieuze organisaties als meer gelijk worden gezien dan niet-religieuze organisaties. Ze hebben voorrechten die anderen niet hebben. Dit is des te merkwaardiger omdat artikel 6 van de Grondwet over de vrijheid van godsdienst het kabinet een wettelijke grond geeft om in te grijpen: ‘De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid’. Waarom heeft het kabinet daar geen gebruik van gemaakt?

Voor de uitzonderingssituatie van religieuze organisaties in de bestrijding van de pandemie is geen rechtvaardiging te vinden. We mogen de kerkenraad van de Sionkerk in Urk dankbaar zijn dat het de absurditeit van het kabinetsbesluit om kerken een uitzonderingspositie te geven via een omweg onder de aandacht brengt. Het raakt aan een maatschappelijk probleem van een land waarvan de bevolking zich in meerderheid niet-godsdienstig verklaart, maar waar de godsdiensten nog proportioneel veel invloed hebben. Alsof het verleden nog voortkabbelt.

Gemeentebestuur Almere wil museum voor ‘Tomorrow Art’ van internationale allure dat groter is dan het Stedelijk Museum A’dam

Ambitie is goed, maar zelfkennis en realisme zijn beter. De provincie Flevoland en de gemeente Almere willen in laatstgenoemde stad een museum voor ‘Tomorrow Art’ dat groter is dan het Stedelijk Museum Amsterdam. Kunst voor morgen dus, dat kan niet anders dan digitale ‘actuele multimediale kunst’ zijn. Internationale allure in de polder. Almere vergelijkt zich in vergezichten met het Parijse Palais de Tokyo en het Londense Tate Modern. De spreekwoordelijke regionale D66-bestuurder mag het project uitventen waarbij zoals altijd opvalt dat hij niet begrijpt waarover hij praat en het jargon van de sector waar hij verantwoordlijk voor is niet in de vingers heeft. Dus heeft hij het over moderne kunst waar hij hedendaagse kunst bedoelt. Van dat niveau. Het is aardig dat gedeputeerde Michiel Rijsberman volmondig toegeeft dat hij er weinig van snapt. Nog in 2018 opteerde hij voor een museum dat gespecialiseerd was in grote kunstwerken. Als het maar groot is dus.

Op 1 en 2 juli 2019 brachten de Almeerse wethouder Hilde van Garderen met Rijsberman en de directeur van de Floriade een gezamenlijk bezoek ‘aan twee vooraanstaande Londense musea: Serpentine Galleries en Tate Modern’, zoals in een verslag op de website van de gemeente Almere te lezen valt. Met als doel ‘kennis uitwisselen en de mogelijkheden van samenwerking verkennen met betrekking tot de realisatie van een Almeerse museale voorziening’. Het is verrassend dat deze twee Londense presentatie instellingen van hedendaagse kunst blijkbaar geïnteresseerd waren in het uitwisselen van kennis met Flevoland. Het is typisch dat de tijdelijke paviljoens van de Serpentine Gallery waarin de bestuurders geïnteresseerd zeggen te zijn ze op ideeën brengt. Ze doen denken aan de tijdelijke paviljoens van Museum De Paviljoens dat in 2013 door het toenmalige Almeerse gemeentestuur definitief om zeep werd geholpen. Want waarom iets van het eigen verleden leren als het ook in een Londens park te halen valt? Almere begint blijkbaar liever vanuit het niets.

We kunnen lacherig doen over de pretenties van Almere en Flevoland in de wetenschap dat het de vergelijking met Londen, Parijs en Amsterdam niet aankan. Maar dat is te makkelijk. Toch is de vrees dat de vijand van goed beter is. Waarom heeft Almere een museum van hedendaagse kunst gesloten en daarmee de kennis uit de gemeente laten verdwijnen om nu drie stappen tegelijk te willen zetten met plannen die zo op het eerste oog te hooggegrepen zijn. Waarom heeft Almere niet gekozen voor een organische en geleidelijke groei? Is dat omdat het gemeentebestuur niet structureel maar projectmatig denkt, een museum direct knoopt aan de ontwikkeling van vastgoed en niet normaal, maar bijzonder wil zijn omdat dat bij het DNA van Almere zou passen? Het gewone is blijkbaar niet goed genoeg voor Almere. Daarom vlucht het weg in het buitengewone.

Onderzoek salafistische moskeescholen van Nieuwsuur en NRC. Politiek handelt onoprecht en dubbelzinnig in de aanpak

Je moet oproepen tot geweld tegen andersdenkenden in Koran of Bijbel niet te letterlijk nemen, zo zegt Ulysse Ellian, de VVD fractievoorzitter in Almere in gesprek met Omroep Flevoland. Aanleiding is een onderzoek van Nieuwsuur en NRC over salafistische ‘scholen’ die buiten het reguliere onderwijs vallen. Het lijkt dat Ellian hiermee de strekking van zijn eigen woorden niet goed begrijpt. Dit tekent het misverstand over religieuze organisaties die niet op hun woord worden geloofd, maar pas verdacht worden als ze wel op hun woord worden geloofd. Dat is van een verregaande dubbelhartigheid van bestuurders. Wegkijken en goedpraten bij uitstek. Want wie is de scheidsrechter of religieuze organisaties op hun woord moeten worden geloofd?

De politici Gert-Jan Segers (CU) en Klaas Dijkhoff (VVD) pleitten in een uitzending van 10 september 2019 van Nieuwsuur voor verder onderzoek van dit informele salafistische onderwijs voordat er concreet opgetreden wordt. Er moet in kaart gebracht worden wat er aan de hand is op de salafistische naschoolse ‘scholen’ die hoofdzakelijk door Saoedi-Arabië gefinancierd worden. Dat is een voorzichtige aanpak.

Zoals uit de uitzending van Nieuwsuur blijkt gaat het om wederkerigheid, en om de weerbaarheid van de democratie. Dat wil zeggen dat wie vrijheid voor zichzelf opeist die vrijheid ook aan anderen moet gunnen. Dat doen genoemde salafistische scholen volgens de reportage niet. Zij eisen vrijheid op om de vrijheid van anderen te beperken. Daarmee plaatsen de salafisten zich buiten de orde. Uiteindelijk is een verbod hiervan de gepaste maatregel. Mogelijk via het strafrecht, mogelijk via de politiek-bestuurlijke weg. Er moet van geval tot geval bekeken worden welke predikers namens welke salafistische scholen aan de hand van welk lesmateriaal wat zeggen. Aan de hand van criteria kan vervolgens besloten worden door de rechter of de politiek (naargelang de gevolgde weg) welke salafistische scholen ontmanteld en verboden moeten worden.

Sluiting van salafistische scholen die over de schreef gaan gaat er niet in de laatste plaats om om andersoortige islamitische scholen te beschermen tegen deze radicalisering. De salafisten verzieken het klimaat binnen de Nederlandse islam, ook via sociale media. De Nederlandse staat garandeert de grondrechten via de politieke filosofie van het secularisme. Dat betekent dat iedereen in vrijheid een godsdienst of levensovertuiging kan kiezen. Of niets kiest. Reguliere islamscholen die zich aan de Nederlandse wet houden zijn het slachtoffer van de salafistische predikers. Het is onaanvaardbaar dat een specifieke groepering als salafisten deze consensus doorbreekt met verwijzingen naar geweld. Een weerbare democratie kan niet laten bestaan dat die van binnenuit ondermijnd wordt.

Interessant is dat de predikers de kinderen motiveren om te emigreren naar een islamitisch, wat zij noemen niet polytheïstisch land. Dit roept de vraag op waarom deze predikers niet zelf Nederland verlaten. Want wat hebben ze zelf te zoeken in het polytheïstische Nederland dat zij zo resoluut afwijzen? Het lijkt er sterk op dat de predikers de kinderen iets adviseren waar ze zelf geen gevolg aan geven. Dat is schijnheiligheid van deze salafistische predikers. Als ze volgens hun eigen advies zouden leven, dan moesten ze Nederland verlaten. Saoedisch geld houdt deze predikers vermoedelijk in Nederland zodat ze over de hoofden van de kinderen die aan hen zijn toevertrouwd carrière kunnen maken.

Het onderliggende probleem is dat religie een vrijplaats kan zijn waar straffeloos meningen kunnen worden verkondigd die haaks staan op de grondwet. De predikers van de salafistische scholen richten zich tegen andersdenkenden, en de Nederlandse democratie en rechtsstaat. Dat is ontoelaatbaar voor het openbaar bestuur dat bevolkingsgroepen met elkaar probeert te verbinden en de vrijheid bewaakt. Binnen religieuze organisaties is het toelaatbaar. Zolang ze niet oproepen tot geweld kunnen deze vertegenwoordigers in eigen kring zonder interne tegenspraak of correctie en met een beroep op eigen leerstellingen verkondigen wat ze willen. Ook intolerantie of in gevallen zonder verdere maatschappelijke gevolgen onzin of onredelijkheid.

Wie deze salafistische predikers echt aan wil pakken moet de politieke voorkeurspositie van religieuze organisaties ter discussie durven stellen. Daar schort het tot nu toe aan. Want dat vraagt van bestuurders rechtlijnigheid, intellectuele durf, het doen van heel veel huiswerk, politieke bewegingsruimte en het ingaan tegen het eigenbelang van de eigen doelgroep. Bedenk dat de christelijke SGP voor de toekomst een theocratische staat propageert die principieel weinig verschilt van wat salafistische predikers propageren. Verschil is wel dat de SGP zich ‘in de tussentijd’ gouvernementeel en rechtsstatelijk opstelt en de salafistische predikers niet. Als de eigen kring van de salafisten wordt aangepakt, dan raakt dat direct aan de eigen kring van christelijke organisaties. Daarom zijn tot nu toe de salafisten niet aangepakt door de politiek of het OM dat van de minster een aanwijzing krijgt om in dit dossier te handelen.

Het is de hoogste tijd voor een fundamenteel debat over de positie van religieuze organisaties binnen onze samenleving. Het lijkt er sterk op dat ze te veel politieke voorrechten genieten in een samenleving waar de meerderheid van de bevolking zich niet langer laat inspireren door godsdienst. Hopelijk biedt het onderzoek van Nieuwsuur en NRC voldoende aanknopingspunten om de afwachtende houding van de politiek die neerkomt op ‘we willen wel, maar we kunnen niet’ te doorbreken.

Het is trouwens ontluisterend voor het optreden van overheid en de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU en een opsteker voor goede onderzoeksjournalistiek dat media dit boven water tillen. Hebben VVD en D66 zich in slaap laten sussen? Heeft de overheid niet doorgepakt omdat het gegijzeld wordt door de druk van de christelijke partijen die vrezen dat bij krachtig overheidsoptreden ook christelijke organisaties geraakt worden in hun autonomie? De politiek en het openbaar bestuur kunnen het goedmaken door afstand te doen van hun slaapzuchtige afwachtendheid, kortzichtigheid en deelbelangen. Laten de onderwijsinspectie, het OM en het parlement aan het werk gaan.

Gedeputeerde Rijsberman denkt groot: een museum in het rijtje Stedelijk Museum, Van Gogh Museum en Rijksmuseum in Almere

Het is een wetmatigheid van het Nederlandse openbaar bestuur dat in veel gevallen cultuurwethouders of gedeputeerden D66’ers zijn. Dat betekent grootse plannen en ambities, maar nog geen zeggenschap over het budget. Als dat door andere partijen wordt beheerd, dan komen de plannen nog verder in de lucht te hangen.

Gedeputeerde Michiel Rijsberman (D66) meent dat Almere een museum voor hedendaagse kunst moet krijgen dat wat status betreft past in het rijtje Stedelijk Museum, Van Gogh Museum en Rijksmuseum. Het idee is dat Almere ruimte heeft en zich daarom dient te specialiseren in grote kunstwerken. Een gedachte van het niveau Mickey Mouse. Toe maar, de vijand van goed is beter, en een museum dat past bij de schaal van Almere of Flevoland is niet goed genoeg. Wie herinnert zich Museum De Paviljoens in Almere dat op 1 september 2013 de deuren moest sluiten omdat de overheidssubsidie van de gemeente Almere stopte na negatief advies van de Raad voor Cultuur? Terwijl het tot de top van de Nederlandse kunstmusea gerekend werd. Precies waar het toen aan ontbrak gaat Rijsbergen nu verder: steun van het Rijk. Hij kent zijn klassieken en klutst toerisme, stadsontwikkeling en kunst door elkaar zoals het een modale D66’er in het openbaar bestuur betaamt.

Het ‘democratisch tentoonstellingsmodel’ van Almere. Een selectie en inrichting zonder verstand te hoeven hebben van kunst. Echt?

Het moet niet gekker worden dan in Almere. Daar wordt gesuggereerd dat in theater Corrosia een expositie ingericht wordt volgens het ‘democratisch tentoonstellingsmodel’. Is het echt? ‘Gewone’ Almeerders zouden samen met de burgemeester op kunstacademies door heel Nederland werken uitkiezen voor een expositie.

Tja, ‘democratisch’ klinkt goed, dus dat moet kloppen? Nee, het klopt van geen kanten. Het ‘democratisch tentoonstellingsmodel‘ is namelijk geworteld in een denkfout. In mislukt populisme om burgers bij kunst te betrekken. Als pseudo-professional. Het Almeerse model is een slag in de lucht en een belediging voor het vakmanschap in de kunstwereld. Alsof dat niet bestaat of genegeerd kan worden. Waarom worden ‘gewone’ Almeerders wel als kunstkenner ingezet en niet als wethouder, notaris, chirurg of welke specialist dan ook?

In werkelijkheid maken in Almere achter de schermen de professionals natuurlijk gewoon de keuzes. Het ‘democratisch tentoonstellingsmodel’ bestaat in het echt niet en is nep. Marketing om op te vallen en de publiciteit te halen met een tentoonstelling die anders zo goed als ongenoemd gebleven was. Net als de inspraak van de burger die kan kiezen tussen de door de professionals voorgeselecteerde optie 1114 en 1114a. Zo wordt een vals beeld gecreëerd vanuit de impuls om publicitair te scoren en zich te onderscheiden.

Bij nader inzien toont de als wervend bedoelde video aan waarom het ‘democratisch tentoonstellingsmodel’ tot mislukken gedoemd is. ‘Je hoeft geen verstand van kunst te hebben’ zegt ‘kunstkiezer’ Marjan Smit. ‘Je hoeft alleen maar je ogen open te doen’ om een expositie samen te stellen, zo zegt ze. Dat is ware toverkunst en volksverlakkerij. In het Almeerse theater Corrosia rukken nepnieuws, scoringsdrang en de relativering van de beeldvorming over het professionalisme van de tentoonstellingsmaker samen op. Om te huilen zo grappig.

Volk wordt voorgelogen dat bibliotheek Tropeninstituut is gered

In Nederland worden geen BIBLIOTHEKEN verbrand maar verkwanseld Tropen Bibliotheek_8842746582_l

Update 17 oktober 2014: Oud-directeur van de Tropenbibliotheek Hans van Hartevelt heeft een sleutelroman over zijn voormalig instituut geschreven: ‘De verkwanseling van een kroonjuweel’ dat bij In de Knipscheer verschijnt. De Tropenbibliotheek had gered kunnen worden, maar toch gebeurde het niet. Op het waarom gaat de auteur in. De uitgeverij vat in een toelichting de vragen samen die nooit in het openbaar beantwoord zijn. Tot schande van Nederland: ‘Waarom graven bewindslieden zich in? Is er een rekening te vereffenen? Is hier sprake van een tunnelvisie? Sluimerende conflicten breken uit, toezichthouders kibbelen, bestuurders worden vervangen, cultuur kost geld en moet uit de instelling worden weggesneden als een gezwel.’ 

Update 26 oktober 2013: Jeffrey Shane, bibliothecaris van Ohio University vindt de dreigende vernietiging van een deel van de collectie van het Tropenmuseum een grof schandaal. Hij wil dan ook met collega’s proberen in elk geval de boeken over Zuidoost-Azië te redden, zo citeert het AD Trouw. Een grof schandaal, inderdaad. Wat een ontluistering voor de Nederlandse politici die hiervoor verantwoordelijk zijn.

Wat is de reden dat er in Nederland bovengemiddeld op kunst en cultuur wordt bezuinigd? Veel zonder direct profijt moet weg: erfgoed en talentontwikkeling. Door afnemend historisch besef nu verliest ons land straks z’n historisch geheugen. Da’s het kapitaal dat in vorige generaties is opgebouwd. De gevolgen merken we pas later. Afbraak is een traag proces. Het is door de bezuinigingsdrift en afbraakpolitiek onder leiding van de VVD in gang gezet. Onze politieke brekers besteden liever 30 miljard euro aan banken of 5 miljard euro aan de JSF dan het cultureel erfgoed of de kunsten genereus te steunen. Ze spreken nog met genoegen over hun afbraak ook. Dat zet het in de categorie van de psychose. Wat filmtheoreticus Siegfried Kracauer over de Duitse ziel in de aanloop naar het nazisme ‘Kollektivdispositionen’ noemde. De waanvoorstelling van een volk.

Onder deze pose van masochisme en zelfverloochening zit volop berekening. Want zoals gezegd treft het niet de banken of de krijgsmacht, maar wel de voorzieningen van de gemeenschap. Erfgoed en kunsten die met hun indirect belang kwetsbaar zijn worden door de politieke elite als makkelijke prooi opgeofferd. Zodat de politiek van wie altijd blindelings verondersteld kon worden dat het de cultuurhistorie en de nationale identiteit van Nederland beschermde deze nu juist aanvalt. Om dit te maskeren wordt met bombarie en veel sponsorgeld af en toe een Rijksmuseum opgetuigd. Maar daarachter wordt de basisinfrastructuur uitgekleed.

Deze ontwikkeling laat zich goed illustreren aan de verkwanseling van de bibliotheek van het Tropeninstituut. Media kopten dat de bibliotheek gered was. Dit naar aanleiding van de beantwoording van kamervragen van SP’er Jasper van Dijk door minister Jet Bussemaker. In werkelijkheid wordt de bibliotheek echter niet gered, maar om zeep geholpen. Liefst 700.000 titels gaan de container in en de collectie wordt uit elkaar gerukt.

Deze conclusie bereikt sporadisch het publiek. Malou van Hintum in De Volkskrant uitgezonderd. Tegenover haar kritische noot staan tientallen berichten die de voorgevormde mening van het kabinet navolgen. Dat komt omdat de beeldvorming wordt gedomineerd door de overheid en de instellingen die er financieel van afhankelijk zijn. Zoals universiteiten. De journalistiek stelt berichtgeving gelijk aan persberichten van anderen. De spin vanuit het kabinet is erop gericht om een fundamenteel publiek debat niet te laten ontstaan. Dat lukt.

Bewustwording bij het publiek is de sleutel om dit proces van misleiding door de politiek te keren. Het kabinet draait, de journalistiek aapt na, betrokken instellingen zoals het Tropeninstituut stellen interim-managers uit het bedrijfsleven aan die de afbraak uitvoeren en de profijtelijke afdelingen naar de markt brengen. En deze jagen medewerkers met hart voor de zaak op straffe van ontslag angst aan. Managers ontvlechten, stoten af en saneren alsof erfgoed een bedrijf is. Hun opdracht is echter fundamenteel fout. De associatie ‘zuiveren‘ doemt op, de ‘gezonde‘ onderdelen worden gespaard. Het Nederlandse volk gaat mee in de waan. Volgens Omroep Flevoland verhuizen 50.000 boeken van de bibliotheek van het Tropeninstituut naar een opslagloods op een industrieterrein in Urk. En minister Bussemaker durft in haar antwoord te zeggen: ‘Tijdelijke opslag is echter geen oplossing. De waarde van een collectie zit juist in de toepassing van de verzamelde kennis.’

Foto: Tjebbe van Tijen, ‘In Nederland worden geen bibliotheken verbrand‘. 2013.

Negen opsporingsprogramma’s: waar liggen hun grenzen?

Brutale zakkenroller‘ slaat opnieuw toe in supermarkt. Na Dalfsen deze keer in Wijhe. Overijssel. Onder de Loep van RTV Oost zendt het uit en kondigt zich aan als ‘opsporingsprogramma waarin de politie het publiek om hulp vraagt bij het oplossen van misdrijven‘. Landelijk is AVRO’s ‘Opsporing Verzocht het voorbeeld dat al sinds 1975 wordt uitgezonden. Regionaal maken volgens opgave van de politie behalve RTV Oost ook AT5, omroep Brabant, omroep Flevoland, RTV Utrecht, Tv-Gelderland, Omroep West en RTV Noord-Holland opsporingsprogramma’s. Limburg, Zeeland, Groningen, Friesland en Drente zenden blijkbaar dit soort programma’s niet uit. Zegt dat iets over de mate van criminaliteit in de regio’s of over de regionale omroep?

De reportage en de plaatsing ervan door RTV Oost op YouTube roept de vraag op of een simpele diefstal van een portemonnee uit een winkelwagentje in een supermarkt voldoende reden is om de beeltenis van de dader te verspreiden. Zijn er geen andere manieren om de dief te pakken te krijgen? Hoeveel recht heeft een dief op privacy? Trouwens ook de inschatting van de leeftijd tussen 20 en 25 jaar roept vragen op. Is deze ‘jongeman‘ echt niet ouder? Ofwel, hoe betrouwbaar is de informatie die de politie met de (regionale) omroepen deelt?