George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Openbare ruimte

Open brief aan de Fietsersbond. Bewustwordingscampagne over geparkeerde fietsen gevraagd

with 3 comments

Geachte Fietsersbond Utrecht,
of wie hiervoor verantwoordelijk is,

Laatst is er in Utrecht een grote fietsenstalling geopend. Een goede zaak. Maar dat lijkt de bewustwording elders in de (binnen)stad om fietsen goed te parkeren niet op een hoger plan te brengen. Ik vraag me af of het een onderwerp is dat hoog op de agenda van de lokale of landelijke Fietsersbond staat. Het lijkt me belangrijk. Ik leg uit waarom ik dat vind.

Laatst was ik in het Duitse Münster dat een fietsstad en universiteitsstad bij uitstek is. Vergelijkbaar met Utrecht. Wat me opviel was dat de fietsen doordacht en doelmatig geparkeerd staan. Als het ware lepeltje-lepeltje. Tientallen meters lang. Hele straten kan men als voetganger ongehinderd passeren. Dus zo kan het ook. Waarom kan het niet in Utrecht of andere Nederlandse (studenten)steden?

Hoe anders is het namelijk in Utrecht. Ik woon in Wittevrouwen en kom fietsend of lopend vaak in de binnenstad. Sommige trottoirs zijn deels onbegaanbaar door slordig of onachtzaam en schots en scheef geparkeerde of neergegooide fietsen. Zoals het Jansveld. Fietsen staan niet in de beugels, maar ernaast. Fietsen staan niet in de vakken, maar ernaast. Zoals in de Voorstraat. Fietsen blokkeren in veel gevallen de doorgang voor voetgangers, inclusief gehandicapten en kinderwagens.

De Fietsersbond zou naar mijn mening een landelijke campagne moeten starten om de bewustwording bij fietsers te vergroten over de overlast van verkeerd geparkeerde fietsen. Ook om het maatschappelijke draagvlak voor de positie van fietsers en de Fietsersbond te behouden. En te bereiken dat de beschikbare parkeerruimte voor fietsen doelmatiger benut wordt.

Het kan best zo zijn dat er in de Nederlandse grote steden te weinig parkeerplekken zijn voor fietsen, maar dat is niet het hele verhaal. Het hele verhaal is dat veel fietsers onvoldoende lijken te beseffen dat ze een eigen verantwoordelijkheid hebben om fietsen op een passende manier te parkeren. Ze zijn niet de enige weggebruikers. Een verantwoordelijkheid die vele fietsers nu in onvoldoende mate nemen.

Het lijkt me een educatieve taak van de Fietsersbond om deze fietsers hierover voor te lichten, te adviseren en bewust te maken. Omdat ik afgelopen jaren in de publiciteit zo’n campagne gemist heb, neem ik aan dat zo’n campagne niet bestaat. Ik zou graag zien dat u dit aspect binnen uw organisatie bespreekt, het belang ervan gaat beseffen en afweegt of u er actie op ondernomen dient te worden.

Omdat u met zo’n bewustwordingsactie uw goede wil toont, in zekere zin de hand in eigen boezem durft te steken en uw eigen rol als bemiddelaar kunt benadrukken bij een publiek dat u nu mogelijk onvoldoende bereikt, kan dit bij openbaar bestuur en publiek positief uitpakken.

De Fietsersbond kan er publicitair sterker uitkomen. De overlast van geparkeerde fietsen kan er door afnemen. En uw rol bij het openbaar bestuur wordt gelaagder omdat u niet alleen maar vraagt, maar ook levert.

Verder lezen: Over de verrommeling van de publieke ruimte. Op de tekortschietende handhaving door de gemeente Utrecht is kritiek. Zie:
https://georgeknightlang.wordpress.com/2017/06/19/waarom-doet-gemeentebestuur-utrecht-weinig-tegen-verrommeling-van-binnenstad-en-omringende-wijken-groenlinks-heeft-kritiek/

Foto: ‘De Neude staat vaak vol met geparkeerde fietsen’ in DUIC, 2016.

Advertenties

Waarom doet gemeentebestuur Utrecht weinig tegen verrommeling van binnenstad en omringende wijken? GroenLinks heeft kritiek

with 3 comments

Een artikel in DUIC (De Utrechtse Internet Courant) over fietsen in stegen in de Utrechtse binnenstad. Een raadslid van GroenLinks heeft er kritiek op. Terechte kritiek. Het gemeentebestuur treedt onvoldoende op en neemt weinig initiatieven. Waarom dat zo is kan men zich afvragen voor wie de chaos en de drukte ziet toenemen. Mijn reactie, ook als inwoner van de Utrechtse wijk Wittevrouwen die aan de binnenstad grenst:

De binnenstad en omringende wijken als Wittevrouwen slippen dicht met geparkeerde fietsen. Er is soms geen doorkomen meer aan. Een gigantische verandering met nog niet eens zolang geleden. Daarnaast is het aantal terrassen van café’s, restaurants en koffietentjes exponentieel gegroeid de afgelopen jaren. Ook dat belemmert vaak een vrije doorgang. De stad verrommelt voorbij een kritische grens.

Voeg daarbij het groeiend aantal toeristen dat aangetrokken wordt door de etages en woningen die aan de woningvoorraad onttrokken worden en omgekat worden voor verhuur via Airbnb. Ook dat zet in hoog tempo oude vanzelfsprekendheden bij het oud vuil. Residentiële buurten buiten de binnenstad beginnen steeds meer op de binnenstad te lijken. Onderscheid in functies vervaagt.

Kortom, de toenemende druk op de binnenstad en de omringende wijken is een veelgelaagd en complex probleem. Het gaat mis omdat delen van de publieke ruimte geprivatiseerd worden zonder dat dit ten volle beseft wordt. Of wat erger is: oogluikend wordt toegestaan. Zonder dat het gemeentebestuur er een overtuigende visie op ontwikkelt, laat staan doelmatig en krachtig optreedt tegen de uitwassen ervan.

Het gemeentebestuur laat de bewoners van de binnenstad en omringende wijken in de steek. Het college laat feitelijk ook de toeristen die aangetrokken worden door Utrecht als compacte en rustige stad in de steek. Ze vinden immers niet meer wat hun voorgespiegeld wordt.

Door het gebrek aan regie van het gemeentebestuur kiest Utrecht niet voor kwaliteit, maar voor kwantiteit. De indruk ontstaat dat het gemeentebestuur niet kiest -of door een principiële keuze uit de weg te gaan- voor ‘less is more’, maar voor ‘more is less’.

Nodig is een besef van urgentie bij gemeentebestuur en oppositie. Dat ontbreekt op dit moment. Ook is het mogelijk dat het besef zich niet vertaalt in een goed inhoudelijk debat. Nodig is een besef bij de politiek dat een integrale aanpak nodig is omdat mobiliteit, bereikbaarheid, toerisme, universiteit, evenementen, detailhandel, stadspromotie en welzijn van de Utrechters nauw met elkaar samenhangen. Het aanpakken van een deelprobleem is onvoldoende. Het gemeentebestuur kan niet langer volstaan prat te gaan op de eigen promotiepraatjes over het bouwen van de grootste fietsenstalling ter wereld. Dat gaat voorbij aan de noodzaak van een integrale aanpak.

Het gemeentebestuur moet leren hoe het niet moet door naar Amsterdam te kijken. Of andere steden als Venetië waar de druk van toerisme, horeca en bewoners tot onleefbaarheid leidt. Moet het in Utrecht zover komen als in Amsterdam waar bewoners dreigen de rolkoffers van de Airbnb-toeristen in de gracht te kieperen? Omdat ze het zat zijn dat anderen profiteren en zij de lasten dragen. Sommige Amsterdammers beginnen zich een vreemde in eigen stad te voelen. Laat dat een waarschuwing zijn voor het Utrechtse gemeentebestuur.

Zover moet het in Utrecht niet komen. Buiten het hoogseizoen en door de week is Utrecht nog steeds een aangename stad. Maar die momenten worden spaarzamer. Het hoogseizoen wordt langer en het weekend wordt opgerekt door de sectoren die daar belang bij hebben en begint steeds eerder.

De groei van het toerisme moet afgeremd worden. De groei van de horeca moet afgeremd worden. De groei van Airbnb op buurtniveau moet afgeremd worden, Door een veel en veel strengere handhaving dan nu moeten de binnenstad en de omringende wijken weer beter begaanbaar en visueel aantrekkelijker worden. De apathie van de gemeente is storend. GroenLinks wees er onlangs op in raadsvragen. Dat is een begin van nadenken over de toekomst van de Utrechtse binnenstad en de omringende wijken. Maar er is veel meer nodig.

Het Utrechtse gemeentebestuur van D66, GroenLinks, VVD en SP kan veel krachtdadiger optreden in het beschermen van de publieke ruimte dan dat het op dit moment doet. Het is mogelijk dat dat gebrek aan krachtdadigheid komt door verdeeldheid of uiteenlopende belangen tussen partijen (VVD-D66 tegenover GroenLinks-SP?), maar het gemeentebestuur moet beseffen dat het op dit moment te weinig doet om de binnenstad en de omringende wijken voor de eigen bevolking te behouden.

Politiek is machtsdeling door het afwegen en vertegenwoordigen van belangen. Als steeds meer bewoners vinden dat lokale politici die afweging slecht maken en bepaalde belangen te veel of andere te weinig behartigen, dan is dat schadelijk voor het vertrouwen in de lokale politiek.

Om geloofwaardig te zijn moet politiek evenwichtig, eerlijk, open en krachtig optreden. Als het dat niet doet dan ontstaat het idee dat een gemeentebestuur door teveel op de handen te blijven zitten belangen dient waarover het geen verantwoording kan en wil afleggen. Zodat dat in de plaats komt van een inhoudelijk debat.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGroenLinks: ‘Maak steegjes TivoliVredenburg levendig’’ in DUIC, 19 juni 2017.

Is het vrouwenemancipatie als vrouwen voor het eerst ongesluierd of gesluierd de straat opgaan? Of is er geen peil op te trekken?

leave a comment »

Typerend voor onze tijd én voor bijna 100 jaar geleden. Wie op Google de titel intypt: ‘Vrouwen, emancipatie. Turkse vrouw voor het eerst ongesluierd in Konstantinopel en Angora. Turkije, plaats onbekend, 1925’ krijgt een alternatief aangeboden: ‘Bedoelde u: Vrouwen, emancipatie. Turkse vrouw voor het eerst gesluierd in Konstantinopel en Angora. Turkije, plaats onbekend, 1925.’ Dat bedoelde ik niet, maar het voldoet blijkbaar aan het verwachtingspatroon van 2017 dat vrouwen niet emanciperen van gesluierd naar ongesluierd, maar van ongesluierd naar gesluierd. De emancipatie van 1925 is blijkbaar niet langer de emancipatie van 2017.

Het is opvallend dat de bijschriften bij beide foto’s beginnen met ‘Vrouwen, emancipatie’ en dat koppelen aan vrouwen die zich ‘voor het eerst ongesluierd’ begeven in de openbare ruimte van Konstantinopel of Angora. Nu Istanbul en Ankara genoemd. Dat is normatief. Het verwijst naar de modernisering van het jonge Turkije dat verwesterde, afstand nam van haar Ottomaanse verleden en in 1925 door een Nederlands weekblad als positief en aanbevelingswaardig werd gezien. De foto’s komen uit de Fotocollectie Het Leven (1906-1941). Foto’s en bijschriften geven een tijdsbeeld. Een en ander duidt erop dat vrouwenemancipatie een kwestie van perspectief is. Het is geen eenrichtingsverkeer en altijd onderhevig aan de politieke mode van het moment.

Foto 1: ‘Vrouwen, emancipatie. Turkse vrouw voor het eerst ongesluierd in Konstantinopel en Angora. Turkije, plaats onbekend, 1925.’

Foto 2: ‘Vrouwen, emancipatie. Turkse vrouw voor het eerst ongesluierd in Konstantinopel en Angora. Turkije, plaats onbekend, 1925. [Links van haar een man aan een bureau met schrijfbenodigdheden]

Utrechtse Vredenburgplein: plek voor kunst. Succesvol project in de openbare ruimte?

with 3 comments

In een brief aan de Utrechtse raad informeert wethouder Victor Everhardt (D66) ‘over de voortgang van het traject ‘Kunst op het Vredenburgplein’ en de herinrichting van het plein’. Vijf kunstenaars zijn geselecteerd ‘door de kunstadviseurs van het Artistieke Team in samenwerking met een kunstbegeleidingsgroep (bewoners, (markt)ondernemers en andere gebruikers)’. Het zijn Krijn de Koning (Nederland, 1963), Jennifer Tee (Nederland, 1973), Inti Hernandez (Cuba, 1976), Lucas Lenglet (Nederland, 1972) en Jon Rafman (Canada, 1981). Everhardt is verantwoordelijk voor het stationsgebied en niet voor cultuur. Cultuurwethouder is Kees Diepeveen (GL). In het verlengde hiervan is de gemeente een publieksactie begonnen om dit project onder de aandacht te brengen. Ook niet-Utrechters met een email adres kunnen tot 19 juni een stem uitbrengen.

Kunst in de openbare ruimte is door de uiteenlopende belangen vaak een ongelukkige combinatie. Dat vertaalt zich in een stroperige besluitvorming met een groot aantal betrokkenen met uiteenlopende belangen. Dat maakt het in Nederland bijna onmogelijk om er een succes van te maken. Vaak wordt niet het artistiek beste project gekozen. En dit staat nog los van de voorselectie door een projectgroep waar economische, ruimtelijke en politieke belangen moeten worden afgewogen zonder dat dit in de openbaarheid komt.

Ook het Vredenburgplein als ‘Plek voor Kunst’ is een weerbarstig project. De aap komt uit de mouw in de randvoorwaarden die Everhardt in zijn brief schetst: ‘De opdrachtomschrijving (..) is afgestemd op de diverse randvoorwaarden die op het plein van toepassing zijn zoals het tijdig kunnen realiseren van 65 standplaatsen, 14 bomen en voldoende zitgelegenheid. Hierover zijn ook afspraken gemaakt met de markt, initiatiefnemers, ondernemers en aanwonenden.’ De kunstenaars zijn met deze opdracht aan handen en voeten gebonden en kunnen niet ‘royaal’ uitpakken. Door de randvoorwaarden wordt het kunstwerk bij voorbaat ingeperkt. Vooral in volume. Niet dat kunstenaars die in de openbare ruimte werken dit niet gewend zijn, maar als voorwaarden te beperkend zijn verschuift de aandacht naar de vraag welke belangen ermee gediend worden. Een en ander roept vooral de vraag op waarom niet voor een plek in het centrum van Utrecht is gekozen waar voorwaarden minder beperkend zijn en de kunstenaars beter kunnen uitpakken. Met een beter kunstwerk tot gevolg.

Daarbij komt dat op de ruimtelijk denkende Krijn de Koning na de geselecteerde kunstenaars als een vorm van micky mousing kiezen voor het vanzelfsprekende en dat herhalen. Ze verliezen zich in sociaal gerichte kunst die onnodig fragmenteert op een toch al zo lastig plein. Ze voegen geen extra dimensie (beeldbepalend, herkenbaarheid, architectonische stevigheid) toe aan de plek of durven daar haaks op te staan, maar herhalen wat het al is: een ontmoetingsplek. Daardoor verzuipt hun kunst in de plek tussen de bouwvolumes. De Koning valt te prijzen omdat hij er als enige naar streeft om een beeldend werk te maken dat de functie van de plek niet herhaalt, maar overstijgt. Maar ook hij heeft het te stellen met beperkende randvoorwaarden.

Stemmen kan hier tot en met 18 juni 2017.

Hoofddoek is geen gebod in de islam. Amsterdamse politie onderzoekt het dragen ervan. Op politieke gronden?

with 2 comments

De politie van Amsterdam onderzoekt of het vanwege het personeelsbeleid verstandig is om hoofddoeken toe te staan. Het wil meer allochtone agenten werven en bedoelt daar vermoedelijk agenten mee die actief de islam belijden. Zoals opgemerkt is er een landelijke code die zoiets verhindert, dus het is de vraag waarom Amsterdam overweegt zo’n landelijke afspraak te passeren. En of het die bestuurlijk-juridisch kan passeren.

Bij alle debatten hierover moest ik denken aan een opmerking over de hoofddoek in een NRC-interview van de Amerikaanse zwarte moslimvrouw Amina Wadud die publieke islamitische gebedsdiensten leidt: ‘Maar als ik in een gezelschap verkeer waarin iedereen doet alsof het dragen van een hoofddoek de uiting van de deugdelijkheid van een persoon is, dan doe ik hem juist af. Gewoon om te laten zien dat het aan Allah is om te beoordelen of iemand deugt, en aan niemand anders. Het is een misvatting dat het dragen van de hijab, het Arabische woord voor hoofddoek, een gebod is in de islam. Dat woord komt niet eens voor in de Koran.’

Als de hoofddoek geen religieus, maar cultureel symbool is, dan kan de scheiding van kerk en staat het dragen ervan in overheidsdienst niet blokkeren. Maar als het geen religieus symbool is dat vanuit de leerstellingen van de islam verplicht wordt gesteld of daar direct en onontkoombaar uit volgt, dan kunnen de dragers van een hoofddoek evenmin op godsdienstige gronden een uitzonderingspositie op het dragen ervan in overheidsdienst claimen. Dat alles roept weer de vraag op waarom de Amsterdamse korpsleiding het verstandig acht om zo’n maatschappelijk mijnenveld in te lopen vol culturele, politieke en religieuze noties.

Het probleem met het Amsterdamse debat is dat het de korpsleiding confronteert met ongelijksoortige feiten en aannames waarvan het niet weet wat ze waard zijn. Met de complicatie dat het niet onmogelijk is dat de adviseurs van de korpsleiding hun eigen politieke agenda hebben en daarom hun politieke als religieuze argumenten verkopen. Zo wordt het onoverzichtelijk en ontstaat er geen zuiver debat. Want het is uiteindelijk een politiek en geen religieus argument om het dragen van een hoofddoek in overheidsdienst toe te laten. Als de politieleiding van Amsterdam werkelijk wil weten hoe het precies zit met de verplichting vanuit de islam aangaande het dragen van een hoofddoek, dan zou het zich beter verlaten op academische  islamdeskundigen en niet op huidige adviseurs die er belang bij kunnen hebben om religie, cultuur en politiek te vermengen.

Kunst leeft! In Haarlem. Pleegt Jur Botter politieke zelfmoord?

with one comment

Een dorpsrel in Haarlem haalt het landelijk nieuws. De gemeente ‘verhuurt’ een ruimte, de ‘Stadskunstkamer’ aan de Kunstlijn. Die wijst het op haar beurt weer ‘op toerbuurt’ toe aan kunstenaars. Aldus een bericht van RTVNH. Piet Zwaanswijk heeft nu in de Stadskamer een ‘Kerst-etalage’ ingericht. Met een zelfdodingsscène die in keurigheid verbleekt bij veel wat nieuwsconsumenten dagelijks op internet of televisie kunnen zien.

Toch doet het stof opwaaien. Niet alleen bij passanten, maar vreemd genoeg ook bij cultuurwethouder Jur Botter (D66). De gemeente verzocht Zwaanswijk om de kerst-etalage te ontmantelen, maar hij weigerde dit. De gemeente Haarlem laat het er nu bij, maar zegt wel voor de toekomst in gesprek te gaan met de Kunstlijn over de toekenning van ruimtes aan kunstenaars. Want kunst die voor iedereen vanaf de straat zichtbaar is zou aan strengere voorwaarden moeten voldoen. Botter: ‘Ik ben ook wethouder voor volksgezondheid en we willen ook het aantal zelfdoding terugdringen.’ Dat demagogie bij D66 in goede handen is blijkt wel uit deze uitspraak van Botter. Kunst mag van deze D66’er als het maar niet schuurt of pijn doet. Botter temt de kunst.

Merx: ‘Kunst moet schuren’. Ok, maar hoe zit het met de macht?

leave a comment »

Een mooi, maar ook wat onaf verhaal van de Utrechtse Theaterwetenschapper Sigrid Merx. Dat een eigen genre in zichzelf is: het afstandelijk, academisch aanstippen zonder echte betrokkenheid die de nek uitsteekt.

Merx vindt dat kunst moet schuren. Theatermaker Dries Verhoeven noemt ze als voorbeeld hoe kunst in de openbare ruimte zinvol kan zijn. Ze heeft het theoretische gelijk aan haar kant,  maar krijgt dat niet van de macht. Van politiek, bedrijfsleven of banken. De verdeling van macht is het probleem dat Merx laat liggen.

Haar Universiteit Utrecht kan geen vuist maken en is afhankelijk van geldstromen van politiek en bedrijfsleven. Hoe dat te doorbreken? Dries Verhoeven wordt ondanks zichzelf getolereerd. Zie hier postings over hem.