Hedendaagsheid is relatief

Contemporary Art Show [Sister Mary Linae Frei stands before an exhibit of contemporary art], 1965. Collectie: University Archives van de Saint Xavier University in Chicago.

Intikken van de zoekopdracht ‘contemporary art‘ ofwel hedendaagse kunst leidt naar deze foto’s in digitale collecties. Het levert opmerkelijke plaatjes op uit de tweede helft van de jaren 1960 van kunstopleidingen. Maar vooral de bevestiging van het idee hoe betrekkelijk het begrip hedendaagse kunst is.

Nu zouden kunstcritici de werken die hier gepresenteerd worden waarschijnlijk anders noemen. Zoiets als ‘moderne’ of ‘abstracte’ kunst. Het is trouwens onzeker of deze werken in hun eigen tijd ook door serieuze kunstbeschouwers hedendaagse kunst genoemd zouden worden.

Om welke werken het gaat zegt de beschrijving niet. Het gaat in deze foto’s niet om de kunst, maar om het proces van kijken, presenteren en beeldvorming over ‘hedendaagse kunst‘.

Op de bovenste foto staat in haar habijt zuster Mary Linae Frei centraal. Of zij dezelfde is als de in 1931 geboren abstracte kunstenaar Linea Frei (hier ongeveer 34 jaar oud) zonder haar kloosternaam Mary is niet op voorhand zeker, maar wel waarschijnlijk. Zij werd een belangrijke hedendaagse kunstenaar die in een adem met Mary Bauermeister in 1972 in een tentoonstellingscatalogus over vrouwen in de kunst wordt genoemd.

Op de onderste foto wijst een gids met een paraplu naar een schilderij. Hij geeft twee toeschouwers uitleg. Nu zou hij voor het gebruik van de paraplu als aanwijsstok die akelig dicht het canvas nadert in een museum ongenadig op de vingers getikt worden. Een duw of struikeling is voldoende voor een fikse beschadiging van het schilderij.

Deze twee foto’s draaien om tijdsbeelden en relativiteit. Niet alleen van hedendaagse kunst, maar van hedendaagsheid. Of liever de mythe van hedendaagsheid. Uitingen, gedrag of kunst die in de jaren 1960 hedendaags waren, ogen meer dan 50 jaar later gedateerd. Maar hoe we het achteraf noemen is nog niet zo makkelijk. Want kijken we met de bril van toen of die van nu?

Grigg Studio, Black and white photo of onlookers viewing collections on display from the College Union Collection of Contemporary Art, 1969. Collectie: University Archives Photograph Collection van de Wake Forest University (Winston-Salem, NC).

Gedachten bij twee foto’s van Clarence W. Sorensen: Rotterdam (1934) en Amsterdam (1969)

Dit is een foto uit de omvangrijke Clarence W. Sorensen Collection (1836 negatieven) die de persoon naar wie deze collectie is genoemd heeft geschonken aan de University of Wisconsin-Milwaukee Libraries. Geograaf en journalist Clarence Woodrow Sorensen (1907-1982) bereisde tussen 1934 en 1969 vele landen. Ook in Europa. Van Ierland en Denemarken tot Oekraïne en Griekenland.

Sorensen werkte op zijn reizen die hem naar alle continenten brachten samen met de professionele fotograaf Eugene V. Harris, aldus een bericht van de American Geographical Society Library. In vele landen is belangstelling voor de foto’s die ze daar maakten. Het lijkt erop dat dat niet voor Nederland geldt. Sorensen heeft als geoloog enkele boeken uitgegeven of daar een bijdrage aan geleverd.

De collectie bevat 44 gedigitaliseerde foto’s die in Nederland zijn genomen. De bovenste toont een glazenwasser van het bedrijf B. Putten dat gevestigd is in de Acaciastraat 9 te Schiebroek, Rotterdam. Dat staat op de zijkant van de kar. De man met pet loopt door het centrum van Rotterdam en kijkt fotograaf Sorensen die aan de straatkant staat recht in de ogen. Uit het straatbeeld valt op te maken dat het waarschijnlijk 1934 is. In elk geval de vooroorlogse periode. Sorensen vangt in dit beeld de crisis van de jaren 1930. Sappelen en zwoegen.

Een andere foto dateert van later datum, vermoedelijk 1969 of iets eerder in dat decennium. Uit de titel blijkt dat het op de Amsterdamse Rozengracht is. De vrouw kijkt vreemd uit haar ogen. Haar gezicht lijkt een masker waar al het leven uit is weggetrokken. Is ze moe na een dag werken of is er wat anders aan de hand? De witte plastic handschoenen maken het er onheilspellend op. Er lijkt zich een verhaal te ontrollen dat op zoek is naar een raadsel. De hond in het mandje achterop kijkt ook wat mat afwezig uit de ogen. De vrijheid en ongeremdheid van de jaren 1960 waarmee dit tijdperk wordt geassocieerd zijn ogenschijnlijk nog niet tot iedereen doorgedrongen.

De twee foto’s omvatten 35 jaar waarin veel is gebeurd. Een economische depressie, een oorlog, politionele acties in Nederlands-Indië, de wederopbouw, crisis op Paleis Soestdijk, de verzorgingsstaat, toenemende welvaart en de opstandige jaren 1960 waarin het gezag op de proef wordt gesteld. De mens beweegt zich door de sociale omgeving die het zelf heeft gemaakt. De fotograferende geograaf legt het vast. Als observator langs de kant.

Gedachten bij twee foto’s van Utrecht Overvecht (1966-1969)

L.H. Hofland, ‘Afbeelding van de leden van de bejaardensociëteit Vulcanusdreef te Utrecht, tijdens het instappen in twee van de drie autobussen voor een dagtochtje naar de Westerbouwing, Didam en Renswoude‘, 1966. Collectie: Het Utrechts Archief.

Het verleden is een vreemd continent met rare verschijningsvormen en gewoonten. Zo was het me ontschoten dat DAF ook autobussen maakte. Maar deze foto uit 1966 die is opgenomen in de collectie van Het Utrechts Archief geeft het bewijs.

Bejaarden uit de uitbreidingswijk -met veel hoogbouw- Overvecht waarvan de bouw pas in 1961 officieel van start was gegaan staan in de rij. Of liever gezegd, ze drommen wat ongeorganiseerd voor de ingang van de bus. De indruk is dat er goed gezorgd wordt voor degenen die Nederland hebben helpen opbouwen die nu kunnen genieten van een welverdiende oude dag. De foto toont dat er nog volop gebouwd wordt. Op de achtergrond staan bouwketen. Het bejaardenhuis aan de Vulcanusdreef bestaat inmiddels niet meer.

De toelichting verklaart wat het doel is: ‘tijdens het instappen in twee van de drie autobussen voor een dagtochtje naar de Westerbouwing, Didam en Renswoude‘. Mogelijk om in Gelderland een uitspanning, een markthal en een kasteel te bezoeken. Een uitstapje door in te stappen, de Nederlandse taal is trefzeker, maar soms verwarrend.

L.H. Hofland, ‘Afbeelding van het publiek tijdens de “instuif” ter gelegenheid van de officiële opening van het Winkelcentrum Overvecht (Roelantdreef) te Utrecht‘, 1969. Collectie: Het Utrechts Archief.

Pas in 1969 werd het Winkelcentrum Overvecht geopend. Het hart van de nieuwbouwwijk. Je zou kunnen zeggen dat het op 2 september 1969 tamelijk druk was voor een dinsdag. Het werd een ‘instuif’ genoemd. Dat doet denken aan een jongerensoos. In die tijd was ‘Stuif es in‘ met Ria Bremer een populair kinderprogramma.

Men komt kijken, is overdonderd en geeft ogen de kost. De voorspoed zit opgesloten in verlichte etalages. Het witte publiek met jongens en mannen netjes in het pak met overhemd en stropdas oogt onherkenbaar. Alleen voor het maken van een periodefilm over de jaren 1960 zou je ze nog voor de camera krijgen. Toen nam de welvaart snel toe. Lonen stegen door de krapte op de arbeidsmarkt.

Winkels lonkten en alles zou beter worden. Alles werd beter, maar ook slechter. Dat is de wonderspreuk van de vooruitgang. De beeldspraak van een nieuwbouwwijk met vele kanten die elkaar in de tijd overlappen: opkomst en verscheiden, groei en sterven.

Overpeinzing bij foto ‘Statue of Liberty at Night’ (1889)

De vrijheid flikkert met het gevaar te doven. Is zo’n uitspraak te zwaar aangezet of is dat het nieuwe normaal waarmee we moeten leven? Een Amerikaanse president komt uit de kast als volbloed racist. Europese politici keren zich tegen journalistiek, kunsten en wetenschap. In het Verenigd Koninkrijk helpt de heersende klasse zichzelf om zeep en laat zich opjagen door beroepsonruststokers. Wat 30 jaar geleden vanzelfsprekend was, is dat niet meer. De muur die gevallen is wordt weer opgebouwd. Optimisme over technologie en menselijk kunnen om een man op de maan te zetten is veranderd in pessimisme. Niet overal, maar wel in Europa. De kortademigheid van de publieke opinie werkt benauwend. Angst neemt ons in een greep. Tegelijkertijd gaat het ons goed. We eten heerlijk en genotvol onze planeet op en zien gletsjers smelten, de zeespiegel stijgen, de temperatuur toenemen en het klimaat veranderen. Maar we gedijen. Voorspoedig groeien we over onze grenzen. Niemand gaat meer terug. Weten we waar we staan? De nacht valt. Wanneer wordt het ochtend?

Foto: Seneca Ray Stoddard, ‘Statue of Liberty at Night’, 1889.

Weer een petitie voor Papua. Nederland is extra verantwoordelijk

westp

Het onrecht dat minderheden aangedaan wordt is immens. Aan volkeren wordt zelfbeschikking ontzegd. Waar te beginnen met het uitspreken van steun? En wat levert een adhesiebetuiging meer op dan het geruststellen van het eigen geweten? Een al sinds 1962 sluimerend conflict is ‘Papua’ (ook wel West Papua) het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea. Het komt erop neer dat het gebied door Indonesië bezet en geannexeerd wordt, een referendum dat de bevolking beloofd was nooit is gehouden maar uitdraaide op doorgestoken kaart en de internationale gemeenschap dat allemaal accepteert. Vaak tandenknarsend. Omdat Nederland een speciale verantwoordelijkheid heeft vanwege de overdracht van het gebied aan Indonesië is Nederland betrokken bij de geschiedenis. En de nasleep daarvan. Daarom is het logisch dat Nederlanders hun steun uitspreken voor de Papua-bevolking en de Nederlandse overheid onder druk zetten om eens op te treden. In de EU of in de VN.

Foto: Schermafbeelding van petitie ‘Free West Papua’. Tekenen kan hier. Zie ook: Facebook-pagina Free West Papua.

Interpol zoekt vrijheidsstrijder Benny Wenda op verzoek Indonesië

Update 7 augustus 2012: De Red Notice tegen Benny Wenda is door Interpol eindelijk ingetrokken. Onder druk van Fair Trials International. De politieorganisatie heeft toegegeven dat de zaak tegen Benny Wenda vooral politiek van aard was en een misbruik van het ‘red notice system‘. De geloofwaardigheid van Interpol als onafhankelijke organisatie is door deze politisering aangetast. WikiLeaks-oprichter Julian Assange lijkt ook om politieke redenen een Red Notice te hebben gekregen zonder dat dit wordt toegelicht door Interpol

Naar nu pas bekend werd is Benny Wenda uit West Papoea op verzoek van Indonesië in 2011 op een lijst van gezochten gezet. De zogenaamde Red Notice van Interpol vraagt om zijn arrestatie of voorlopige aanhouding met het oog op uitlevering. Het misdrijf waarvan-ie verdacht wordt is het gebruik van wapens en explosieven. De aanvraag is ingediend door de Indonesische politie. West Papoea of Papua Barat is het westelijke stuk van Nieuw-Guinea dat tot 1962 Nederlands was. Indonesiërs terroriseren en discrimineren de bevolking.

Wenda woont in Oxford en kreeg na zijn vlucht uit Indonesië in 2002 asiel. Hij leidt de Free West Papua beweging. Advocaat Charles Foster steunt hem en ziet de stap van de Indonesische autoriteiten als een manier om Wenda te stoppen in zijn strijd voor onafhankelijkheid. In 1969 manipuleerde de Indonesische overheid de Act of Free Choice. De toegezegde volksraadpleging en zelfbeschikking bleven uit. Ook papoea’s in Nederland strijden voor onafhankelijkheid getuige hun site Tanahku West-Papua.

De Red Notice beperkt Wenda in zijn bewegingsvrijheid. Het sluit hem op binnen het Verenigd Koninkrijk. Volgens Jago Russell van Fair Trials International is het onterecht en zijn er meer landen die dit middel gebruiken om politieke opponenten te verzwakken. Interpol ontkent dat en zegt dat Red Notices enkel worden uitgevaardigd als de details van een geldig arrestatiebevel door het verzoekende land worden verstrekt. Toch lijkt Interpol ongewild partij te kiezen in een intern conflict waarbij het niet aan de kant van de vrijheid staat.

Foto: Dani stamlid op weg naar zijn dorp Pasema; zuidelijke pas Baliemvallei Papua

Wat doet Nederland aan het zelfbeschikkingsrecht van Papua Barat?

Update 19 augustus 2019: Er zijn onlusten uitgebroken in hoofdstad Manokwari van West Papua, volgens een bericht van AFP. Dit gebied is een vroegere Nederlandse kolonie. 

De mensenrechten in de Indonesische provincie Papua Barat (West-Papoea) staan onder druk en de VN bij monde van secretaris-generaal Ban Ki-moon laat het afweten. Op een persconferentie in het Nieuw-Zeelandse Auckland zei Ban deze week dat ze besproken kunnen worden in het Dekolonisatie Comité van de VN. Dat wordt als wegkijken gezien. Volgens getuigen terroriseert de Indonesische staat de lokale bevolking.

Nederland heeft een bijzondere verantwoordelijkheid omdat Papoea waarvan Papua Barat een onderdeel is als Nieuw-Guinea tot 1962 een Nederlandse kolonie was. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns maakte zich sterk voor behoud en schermde met de toezegging van de Amerikanen. Maar deze wilden in Azië naast Vietnam geen tweede gewapend conflict. De VS besliste uiteindelijk tegen de zelfbeschikking van de bevolking onder Nederlands toezicht. Overigens was het vasthouden door Nederland aan Nieuw-Guinea een onlogische deviant case volgens politicoloog Arend Lijphart.

In 1962 bezegelde het verdrag van New York de overdracht. Zo was het Papoea-conflict geboren. In 1969 manipuleerde de Indonesische overheid met medeweten van de internationale gemeenschap de Act of Free Choice, de Penentuan Pendapat Rakyat, PEPERA. De toegezegde volksraadpleging van 800.000 bewoners werd onder leiding van general Sarwo Edhi Wibowo veranderd in een selectie van 1025 etnische Melanesiërs die mochten ‘beslissen’. Omdat ze gekocht, gechanteerd of bedreigd werden stemden ze unaniem voor aansluiting bij Indonesië.

De Amerikanen wisten dat Indonesië fraude had gepleegd, maar aanvaardden het als voldongen feit. Zonder kwalificatie nam de VN er in november 1969 genoegen mee in resolutie 2504. Toenmalig Boliviaans VN-ambassadeur Fernando Ortiz-Sanz zei dat de wereld een morele verantwoordelijkheid had voor de Papoea-bevolking. Maar nooit is die verantwoordelijkheid genomen. De beschaafde wereld werd de zogenaamde onbeschaafde Papoea’s onthouden, mede door onverholen racisme. Niet in het minst door Indonesië.

Sinds die tijd is er een guerillastrijd gaande tussen het Indonesische leger en verzetsbewegingen. Deze worden door Indonesië het Organisasi Papua Merdeka (OPM), Organisatie voor een vrij Papoea, genoemd hoewel deze al sinds 1970 opgerold is. Toen in Nederlands-Indië in 1945 de strijdkreet Merdeka (vrijheid) klonk was dat de Nederlanders onwelkom. Dezelfde kreet klinkt 65 jaar later nog steeds in Papua Barat. Nederland heeft een kans om iets van de schande van de overdracht recht te zetten.

Foto: Gearresteerde Kogoyas, 8 september 2011, AFP.