Buitententoonstelling ‘Pride Photo’ in Almere stuit op gemeentebestuur en vandalen

Het maatschappelijk debat over inclusie en LHBTQIA+ emancipatie kent verschillende snelheden. In Almere werd in opdracht van waarnemend burgemeester Ank Bijleveld (CDA) een paneel met een volgens haar te expliciete foto van een naakte man verplaatst. Het paneel was onderdeel van de rondreizende buitententoonstelling ‘Pride Photo‘ die in de openbare ruimte staat en van 10 juni tot 30 juni 2022 Almere aandoet.

Het thema is ‘CELEBRATING THE UNSEEN’. Het is geen makkelijke opgave die de curatoren Simomo Boujarra en Jan Hoek zich gesteld hebben om het ongeziene in beelden te willen vieren. Ze zeggen in een toelichting: [we] ‘proberen je daarom aan te moedigen ook na te denken over de verhalen die je hier niet ziet.‘ Het is een dubbele opgave. Van de bezoeker of passant van de buitententoonstelling van 20 panelen wordt verwacht na te denken over de foto’s van deze tentoonstelling én om na te denken over ‘de verhalen‘ die ‘je hier niet ziet‘. Dat laatste is een omvangrijk karwei zonder einde.

De Almeerse ‘inclusie-wethouder’ Froukje de Jonge (CDA) begrijpt niet wat het ‘UNSEEN-leven‘ is. Zo noemt ze het. Ze meent dat op de 20 panelen te zien, maar volgens de uitleg van de twee curatoren is dat niet te zien op de panelen. Het ongeziene zijn de verhalen ‘die je niet ziet‘. Dus het leven achter de foto’s. Dat klinkt logisch.

‘Inclusie-wethouder’ De Jong wil een deel van het geziene ongeziene liever niet zien. Want om nou ‘gelijk, pats, die als eerste te krijgen vonden we wel erg heftig‘, zo zegt ze tegen Omroep Flevoland in bovenstaande video. Wie ‘we’ is die het erg heftig vond licht ze niet toe. Maar dat betreft waarschijnlijk burgemeester Bijleveld (CDA) en ‘inclusie-wethoude’ De Jong (CDA). De gewraakte foto van Levi is gemaakt door Prins de Vos en is deel van de serie ‘Boys Do Cry‘.

Intussen zijn in Almere panelen van deze buitententoonstelling beklad. De organisatie van ‘Pride Photo’ zegt aangifte te willen doen bij de politie. Op de veiligheidscamera’s moeten de verdachten in beeld zijn gebracht en opgespoord kunnen worden. Dan wordt het ongeziene gezien. In mei 2022 werden in Vlissingen foto’s van deze tentoonstelling met verf beklad. De foto’s roepen blijkbaar agressie op. Dat het niet makkelijk is om de tentoonstelling bij gemeenten onder te brengen toont aan dat er nog vijf lege plekken in het schema zijn dat tot januari 2023 loopt.

Het bekladden is zowel een spiegeling als uitwerking van het thema. Het ongeziene is niet alleen het verhaal achter de foto’s, maar ook de reactie erop die ‘het verhaal‘ tot zwijgen wil brengen. Kortom, LHBTQIAV+ emancipatie. Met de ‘V’ van vandalen.

Museum in wording: immersieve projecties in Almere

Schermafbeelding van deel artikelAlmere krijgt een immersief museum, maar wat is dat?‘ van Omroep Flevoland, 28 februari 2022.

Daar is het weer. Het teistert periodiek de publieke opinie. Namelijk een bericht uit Almere over de plannen voor een museum van internatione allure, groter dan het Stedelijk Museum. Wat is dat?

Matchmakers, cultuurmanagers, wethouders die de wereld over reizen om zich te oriënteren en allerlei ingehuurde project-achtige beleidsmakers zijn al sinds 2013 bezig om een museum in Almere ‘op de kaart te zetten’. De woestijn in de polder is op zoek naar een oase. Dat duurt dus al negen jaar.

Niet toevallig is 2013 het jaar dat Almere Museum De Paviljoens sloot zonder te beseffen dat wat het in de jaren erna in een zoektocht ging zoeken al binnen de gemeentegrenzen had.

Kunt u nog volgen wat Almere bezielt? In de kern gaat het om een identiteitscrisis van Almere dat tussen servet en tafellaken op zoek is naar een nieuwe tafel. Dat is zielig voor de inwoners die steeds weer met groot- en breedspraak over een museum worden geconfronteerd.

Het is niet dat in Almere de (beeldende) kunstsector niet klopt. Want er zijn prachtige Land Art achtige projecten, zoals Marinus Boezems Groene Kathedraal. Maar dat is blijkbaar niet voldoende voor de managers, projectleiders en wethouders. Ze willen meer.

Daarom lezen we nu weer zo’n bericht met deze keer Denise de Boer. Ze is als manager betrokken bij kunstpaviljoen M. en ook bezig om de komst van het museum in Almere voor te bereiden.

De tekst bijt heerlijk in zichzelf. Zoals een hond die de eigen staart najaagt zonder te beseffen wat dat ding is. Het geprojecteerde museum van Almere is als een staart van een hond. De hond blaft om de zoveel tijd en de media doen er netjes verslag van.

De Boer: ‘We hebben heel bewust gekozen voor een immersief museum, omdat dat er in Nederland nog niet is. Immersieve kunstwerken hebben veel ruimte nodig. Die ruimte is er niet genoeg in bestaande musea in het land, maar in Almere straks wel.‘ en ‘Bij ons wordt de ervaring echt gecreëerd door de kunstenaar. De maker wil je daarbij echt iets meegeven. Een surrealistische omgeving die echt wat met je doet.’

Je wordt stil van deze ronkende taal. Hoezo een ‘surrealistische omgeving‘? Hoezo ‘die echt wat met je doet‘? Wat is dat voor marketing waarmee deze manager de boer opgaat? Duidelijk is dat Almere aanhaakt bij de droom en de rationaliteit achter zich heeft gelaten. Almere dompelt zich onder.

Almere heeft in 2013 de geest uit de fles gelaten en is al negen jaar bezig om op spontane wijze een museum te realiseren dat zich van alles onderscheidt. Ook van Almere zelf.

Het artikel van Omroep Flevoland wordt er onbegrijpelijk op door de verwijzing van De Boer naar het werk Wachsraum (1992), een houtconstructie met bijenwas in een smalle gang van Wolfgang Laib (niet Leib) in De Pont. Dat werk wordt door De Boer ingedeeld bij immersieve kunst die de kijker onderdompelt in een ervaring. Het unique selling point in de marketing van Almere. De Boer gebruikt verwijzingen naar De Pont als legitimatie voor het eigen museum. Maar Laib gaat niet voor een surrealistische ervaring, maar voor sacraliteit, natuur en tijdloosheid.

De uitgebeende soberheid van De Pont is niet wat het museum in Almere nastreeft. Dat is tegelijk de sleutel om te begrijpen waarom het spaak loopt in Almere. De Pont is een particulier museum met nauwelijks personeel dat financieel onafhankelijk is en zich met marketing en schijnbewegingen niet in bochten hoeft te wringen voor subsidie- op opdrachtgevers. De Pont kan zichzelf zijn. In Almere praat iedereen mee, is de marketing leidend en worden de kunstobjecten niet geselecteerd op hun intrinsieke waarde, maar moeten ze passen in een masterplan over de ervaring van de bezoeker die wordt ondergedompeld in een opgeroepen schijnwereld. Intussen lijkt die schijnwereld de plannenmakerij opgeslokt te hebben.

Gemeentebestuur Almere wil museum voor ‘Tomorrow Art’ van internationale allure dat groter is dan het Stedelijk Museum A’dam

Ambitie is goed, maar zelfkennis en realisme zijn beter. De provincie Flevoland en de gemeente Almere willen in laatstgenoemde stad een museum voor ‘Tomorrow Art’ dat groter is dan het Stedelijk Museum Amsterdam. Kunst voor morgen dus, dat kan niet anders dan digitale ‘actuele multimediale kunst’ zijn. Internationale allure in de polder. Almere vergelijkt zich in vergezichten met het Parijse Palais de Tokyo en het Londense Tate Modern. De spreekwoordelijke regionale D66-bestuurder mag het project uitventen waarbij zoals altijd opvalt dat hij niet begrijpt waarover hij praat en het jargon van de sector waar hij verantwoordlijk voor is niet in de vingers heeft. Dus heeft hij het over moderne kunst waar hij hedendaagse kunst bedoelt. Van dat niveau. Het is aardig dat gedeputeerde Michiel Rijsberman volmondig toegeeft dat hij er weinig van snapt. Nog in 2018 opteerde hij voor een museum dat gespecialiseerd was in grote kunstwerken. Als het maar groot is dus.

Op 1 en 2 juli 2019 brachten de Almeerse wethouder Hilde van Garderen met Rijsberman en de directeur van de Floriade een gezamenlijk bezoek ‘aan twee vooraanstaande Londense musea: Serpentine Galleries en Tate Modern’, zoals in een verslag op de website van de gemeente Almere te lezen valt. Met als doel ‘kennis uitwisselen en de mogelijkheden van samenwerking verkennen met betrekking tot de realisatie van een Almeerse museale voorziening’. Het is verrassend dat deze twee Londense presentatie instellingen van hedendaagse kunst blijkbaar geïnteresseerd waren in het uitwisselen van kennis met Flevoland. Het is typisch dat de tijdelijke paviljoens van de Serpentine Gallery waarin de bestuurders geïnteresseerd zeggen te zijn ze op ideeën brengt. Ze doen denken aan de tijdelijke paviljoens van Museum De Paviljoens dat in 2013 door het toenmalige Almeerse gemeentestuur definitief om zeep werd geholpen. Want waarom iets van het eigen verleden leren als het ook in een Londens park te halen valt? Almere begint blijkbaar liever vanuit het niets.

We kunnen lacherig doen over de pretenties van Almere en Flevoland in de wetenschap dat het de vergelijking met Londen, Parijs en Amsterdam niet aankan. Maar dat is te makkelijk. Toch is de vrees dat de vijand van goed beter is. Waarom heeft Almere een museum van hedendaagse kunst gesloten en daarmee de kennis uit de gemeente laten verdwijnen om nu drie stappen tegelijk te willen zetten met plannen die zo op het eerste oog te hooggegrepen zijn. Waarom heeft Almere niet gekozen voor een organische en geleidelijke groei? Is dat omdat het gemeentebestuur niet structureel maar projectmatig denkt, een museum direct knoopt aan de ontwikkeling van vastgoed en niet normaal, maar bijzonder wil zijn omdat dat bij het DNA van Almere zou passen? Het gewone is blijkbaar niet goed genoeg voor Almere. Daarom vlucht het weg in het buitengewone.

Gedeputeerde Rijsberman denkt groot: een museum in het rijtje Stedelijk Museum, Van Gogh Museum en Rijksmuseum in Almere

Het is een wetmatigheid van het Nederlandse openbaar bestuur dat in veel gevallen cultuurwethouders of gedeputeerden D66’ers zijn. Dat betekent grootse plannen en ambities, maar nog geen zeggenschap over het budget. Als dat door andere partijen wordt beheerd, dan komen de plannen nog verder in de lucht te hangen.

Gedeputeerde Michiel Rijsberman (D66) meent dat Almere een museum voor hedendaagse kunst moet krijgen dat wat status betreft past in het rijtje Stedelijk Museum, Van Gogh Museum en Rijksmuseum. Het idee is dat Almere ruimte heeft en zich daarom dient te specialiseren in grote kunstwerken. Een gedachte van het niveau Mickey Mouse. Toe maar, de vijand van goed is beter, en een museum dat past bij de schaal van Almere of Flevoland is niet goed genoeg. Wie herinnert zich Museum De Paviljoens in Almere dat op 1 september 2013 de deuren moest sluiten omdat de overheidssubsidie van de gemeente Almere stopte na negatief advies van de Raad voor Cultuur? Terwijl het tot de top van de Nederlandse kunstmusea gerekend werd. Precies waar het toen aan ontbrak gaat Rijsbergen nu verder: steun van het Rijk. Hij kent zijn klassieken en klutst toerisme, stadsontwikkeling en kunst door elkaar zoals het een modale D66’er in het openbaar bestuur betaamt.

Het ‘democratisch tentoonstellingsmodel’ van Almere. Een selectie en inrichting zonder verstand te hoeven hebben van kunst. Echt?

Het moet niet gekker worden dan in Almere. Daar wordt gesuggereerd dat in theater Corrosia een expositie ingericht wordt volgens het ‘democratisch tentoonstellingsmodel’. Is het echt? ‘Gewone’ Almeerders zouden samen met de burgemeester op kunstacademies door heel Nederland werken uitkiezen voor een expositie.

Tja, ‘democratisch’ klinkt goed, dus dat moet kloppen? Nee, het klopt van geen kanten. Het ‘democratisch tentoonstellingsmodel‘ is namelijk geworteld in een denkfout. In mislukt populisme om burgers bij kunst te betrekken. Als pseudo-professional. Het Almeerse model is een slag in de lucht en een belediging voor het vakmanschap in de kunstwereld. Alsof dat niet bestaat of genegeerd kan worden. Waarom worden ‘gewone’ Almeerders wel als kunstkenner ingezet en niet als wethouder, notaris, chirurg of welke specialist dan ook?

In werkelijkheid maken in Almere achter de schermen de professionals natuurlijk gewoon de keuzes. Het ‘democratisch tentoonstellingsmodel’ bestaat in het echt niet en is nep. Marketing om op te vallen en de publiciteit te halen met een tentoonstelling die anders zo goed als ongenoemd gebleven was. Net als de inspraak van de burger die kan kiezen tussen de door de professionals voorgeselecteerde optie 1114 en 1114a. Zo wordt een vals beeld gecreëerd vanuit de impuls om publicitair te scoren en zich te onderscheiden.

Bij nader inzien toont de als wervend bedoelde video aan waarom het ‘democratisch tentoonstellingsmodel’ tot mislukken gedoemd is. ‘Je hoeft geen verstand van kunst te hebben’ zegt ‘kunstkiezer’ Marjan Smit. ‘Je hoeft alleen maar je ogen open te doen’ om een expositie samen te stellen, zo zegt ze. Dat is ware toverkunst en volksverlakkerij. In het Almeerse theater Corrosia rukken nepnieuws, scoringsdrang en de relativering van de beeldvorming over het professionalisme van de tentoonstellingsmaker samen op. Om te huilen zo grappig.

Monden open, Grenzen Dicht! Wilders haakt in op campagne Geen Stijl

grenzendicht_download2

De campagne voor het referendum van Geen Peil die vooral ging over de Europese democratie en het vermeende gebrek aan inspraak van de burger is nauwelijks -succesvol- afgesloten of de volgende campagne kondigt zich al weer aan. Aan de rechterkant van het politieke spectrum is de actiebereidheid groot. ‘Grenzen Dicht!‘ van de PVV. Geen Stijl die deel uitmaakte van Geen Peil ondersteunt de actie van Wilders. Het zegt AKSIE! Alle digitale verzetsstrijders voor de oorlog worden opgeroepen om nu op twitter in verzet te komen en nu alvast de knijpkat, de dubbele bodems en een portie leeuwenmoed van zolder te halen: #KOMINVERZET.

De PVV die in de politieke barometer steevast op nummer 1 staat geeft opvallend weinig informatie. Wat het precieze doel is maakt de partij niet helder. Want wat betekent ‘Grenzen Dicht!’ concreet? Dicht voor wie en wat? DS geeft de volgende verklaring voor de beweegreden van de PVV: ‘Nu GeenPeil met succes geflyerd heeft voor 300.000 handtekeningen, gooit PVV-fractievoorzitter Geert Wilders er meteen een nieuwe flyeractie achteraan. Namens zijn partij pleit hij voor gesloten grenzen, en wil die mening krachtens glimmende A5-papiertjes ook aan de rest van Nederland duidelijk maken.’ IJzer smeden nu het heet is dus. De actie komt goed op stoom nu Geert Wilders vandaag bekend heeft gemaakt welke plekken hij voor deze campagne aan zal doen. Op 3 oktober is hij in Almere en op 6 oktober op de markt van Purmerend. Hij mijdt de grenzen.

Foto: Flyer van de PVV voor de actie ‘Grenzen Dicht!’. De actie ondersteunen kan hier.

Almere heeft wereldrecord brainstormen. I-vent boven i-deeën?

Almere verbreekt het wereldrecord brainstormen met een sessie over de Floriade 2022. Een i-vent zoals past bij een gemeente van het kaliber Almere. Er zijn liefst 12106 ideeën verzameld wat de vraag oproept wat daar mee gebeurt. Er wordt naar eigen zeggen nu gewerkt aan een ‘goed rapport’ en de ideeën zullen aangeboden worden aan de organisatie van de Floriade. Met het idee van interpreteren, selecteren en herdefiniëren.

Almere is een bijzondere gemeente waarvan de lokale politici het vooral belangrijk vinden om te weten ‘waar ze in het proces staan’. De uitkomst is dan ondergeschikt aan ‘het proces’. Op 1 september 2013 sloot de gemeente het ‘Museum De PaviljoensGastheer Guus Döll was er niet over te spreken: ‘Maar Döll heeft geen goed woord over voor het stadsbestuur dat naar zijn mening de ene na de andere blunder maakt. (..)  Kijk het Stedelijk gaat open, veel tam tam, het Rijks heropent, veel tam tam. En hier? Ze hebben er niets voor over, denken dat het niets wordt met cultuur in de polder, maar wel een Floriade die alleen maar kost.’ Döll kon in 2013 uiteraard nog niets weten van het wereldrecord brainstormen over de Floriade. Dat telt nog verder op.

Het openbaar bestuur van Almere is dol op marketing, op brainstormen, op wereldrecords, op sportmetaforen en blijkbaar vooral op het uit de weg gaan van conflict. Voordeel van brainstormen voor het gemeentebestuur is dat het ‘broodnodige kritiek en conflicten’ opschort en niet werkt, aldus Jonah Lehrer in The New Yorker. Nog een citaat, nu van David Burkus voor Forbes: ‘The real genius to brainstorming isn’t the number of ideas listed in a short period of time’ maar: ‘The ideas presented need to be externalized beyond the group and refined based on the collected reactions’. Met andere woorden, Almere kan met een schone lei beginnen door zelf in 12106 ideeën te gaan grasduinen. Met een wereldrecord en een idee over burgerinspraak dat vals oogt.

We zijn allemaal niet-buitenlanders, PVV en PvdA

hbm_gormez_51_u

Na 9/11 kopte Le Monde in een hoofdredactioneel van Jean-Marie Colombani ‘We zijn allemaal Amerikanen’ (Nous sommes tous Américains). Hij besloot met ‘Waanzin, zelfs onder het mom van wanhoop, is nooit een kracht die de wereld kan hervormen (régénérer). Dat is de reden waarom we vandaag Amerikanen zijn’.

De PvdA startte voor de gemeenteraadsverkiezingen de T-shirtactie ‘Ik ben ook Marokkaan‘. T-shirts met genoemde tekst waren voor 15 euro te koop inclusief verzendkosten. Elk volgend shirt kostte 7 euro. Bedoeld om ‘met name niet-Marokkaanse Nederlanders op ludieke wijze hun steun aan de Marokkaanse gemeenschap [te] laten blijken‘, aldus PvdA Utrecht. Initiatiefnemers waren PvdA-raadslid Bouchra Dibi en de leden Ahlam El Yaakoubi en Lucinda van Ewijk. Als reactie op de vraag van Geert Wilders om minder Marokkanen te regelen.

Een prima actie die in de uitvoering echter niet te begrijpen was. Waarom noemde de PvdA het een ludieke actie? Het middel is wellicht speels, maar het doel is dat niet. Waarom mag iets serieus niet serieus genoemd worden? Waarom altijd de ironie als het serieus dreigt te worden? Nog minder valt het te begrijpen waarom er niet werd gekozen voor de tekst ‘We zijn allemaal Nederlands-Marokkanen‘? De gevoelswaarde van ‘Ik ben ook Marokkaan‘ volgt exact het frame van Wilders die praat over ‘de Marokkanen‘. Hoe denkt de PvdA een vooroordeel te kunnen doorbreken door het te bevestigen? Zo komen we nooit af van de praatjes over ‘buitenlanders’. Met de politieke marketing van PVV of PvdA waarbij Turken of Marokkanen verworden tot halffabrikaat voor partijpolitieke electorale aspiraties en positionering van de voormannen Wilders of Asscher.

Foto: ‘Conservatieve Turken protesteren op het Museumplein tegen het beleid van de Amsterdamse wethouder van Onderwijs, dat in hun ogen tegen de waarden van de Turkse en islamitische cultuur indruiste.’ Circa 1973. Historisch Beeldarchief Migranten.

PVV’er Van Vliet verlaat Wilders’ ladder van voldongen feiten

401px-LekayUntitled1991

Vanochtend beantwoordde ik een commentaar over de Marokkanen-uitspraak van PVV-leider Geert Wilders:

Ik twijfel er zelfs aan of Wilders trouw aan enig principe heeft. Hij lijkt steeds meer verdwaald in de politiek. Dat in Nederland toch vraagt om samenwerking met andere partijen. De ‘politiek’ van Wilders valt steeds meer door de mand als marketing, en anders niks.

Het is vaker opgemerkt dat het fysieke en sociale isolement van Wilders door de bedreigingen en de strenge beveiliging tot zijn politieke isolement leiden. Da’s de tragiek van Wilders. Hij kan niet meer onbevangen kijken.

Het wachten is op een paleisrevolutie in de partij. Want vele PVV’ers zullen door de radicalisering van Wilders’ PVV nog verder maatschappelijk en politiek geïsoleerd worden. Dat knakt ook hun loopbaan.

Mensen als Roland van Vliet laten een redelijk conservatief geluid horen. Zo vervreemdt Wilders niet alleen van Nederland, maar ook van een deel van zijn partij.

Vanmiddag werd bekend dat Roland van Vliet uit de PVV stapt. De Telegraaf citeert: ‘Ik ervaar de huidige PVV-lijn als een glijdende schaal’, aldus Van Vliet in de mail aan Wilders. ‘Ik ben op het moment gekomen dat ik voor mezelf moet gaan goedpraten wat er gebeurt bij de PVV. Jouw uitlatingen gisteren over de Marokkaanse gemeenschap zijn voor mij aanleiding om mijn lidmaatschap van de PVV-fractie in de Tweede Kamer op te zeggen en als zelfstandig Kamerlid door te gaan. Ik heb hierover zojuist een brief gestuurd naar de voorzitter, mevrouw Van Miltenburg. Op de ladder van voldongen feiten bij de PVV kan ik niet meer met je meegaan.’

Foto: John LeKay, Zonder Titel, 1991. Ladder en rolstoel.

Geert Wilders zoekt het isolement met minder Marokkanen

Update 9 oktober 2014: Het Openbaar Ministerie verdenkt PVV-leider Geert Wilders van het doen van strafbare uitlatingen. Wilders wordt verdacht van belediging van een groep mensen op grond van ras en aanzetten tot discriminatie en haat, aldus de NOS. Of Wilders daadwerkelijk vervolgd is lijkt nog niet te zijn beslist. Maar: ‘Maar gezien de aard van de verdenking, ligt strafvervolging wel in de rede, stelt het OM.’ Dat betekent weer volop publicitaire aandacht voor Wilders en een PVV die de afgelopen jaren -mede door interne onenigheid- aan invloed verloren heeft. Geert-Jan Knoops is op dit moment de advocaat van Geert Wilders. 

Geert Wilders vroeg gisterenavond zijn aanhang op de bijeenkomst van z’n partij of ze minder of meer Marokkanen wilden. Dit naar aanleiding van de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen. De PVV deed mee in Den Haag en Almere. Ze scandeerden ‘minder‘. Wilders zei toe dat te gaan regelen. Hij eigende zich toe dat volgens de vrijheid van meningsuiting te mogen zeggen. Vraag is wat deze Wilders Nederland en z’n aanhangers nog te bieden heeft. Want door zulke harde uitspraken in de vorm van vragen manoeuvreert-ie zich steeds meer naar de marge. Conclusie van zo’n opstelling is dat Wilders steeds meer van de politiek vervreemdt en er afstand van neemt. Zelfs de kloof met partijen die uit dezelfde bron putten zoals Leefbaar Rotterdam is onoverbrugbaar geworden. Wilders kiest voor de doodlopende weg van het isolement.