George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Eindhoven

Het debat over een nationaal designmuseum is gepolitiseerd

with one comment

Hoeveel designmuseums kan Nederland hebben? Die vraag wordt opgeroepen door politieke ontwikkelingen en de opmerking van de nieuwe artistiek directeur van het Stedelijk Museum Rein Wolfs in een interview in NRC. Hij zegt: ‘Maar als ik het hele Nederlandse aanbod overzie, zou wat meer variatie en specialisatie goed zijn’. Dat is een pleidooi tegen het kluitjesvoetbal in de museumsector waarbij ieder museum hetzelfde doet.

In Den Bosch is er het Design Museum Den Bosch -dat als vanouds het accent op sieraden en keramiek legt- waarmee directeur Timo de Rijk sinds eind 2016 succesvol aan de weg timmert. Hij noemt zich in februari 2017 in een interview in BD samen ‘met Gent en Groningen’ nu ‘het grootste designmuseum in West-Europa‘. Voor het gemak vergeet hij het London Design Museum, het Duitse Vitra Design Museum, het Parijse Cité de l’Architecture et du Patrimoine of het V&A in Dundee. Maar ook het in 2015 geopende Cube Design Museum  in Kerkrade dat zich presenteert als ‘het eerste museum van Nederland volledig gewijd aan design. Cube toont design met inhoud; design dat impact heeft op de wereld.’ De stilzwijgende suggestie hiervan is dat andere designmusea design zonder inhoud presenteren. De Rijk en Wolfs geven te kennen dat ze belang hechten aan de kunstgeschiedenis en meer moderne of na-oorlogse kunst willen tonen. De Rijk en zijn team bereiden nu een overzichtstentoonstelling van design van het Derde Rijk voor die op 7 september 2019 opent.

Daarnaast is er in Rotterdam het HNI dat ‘Design’ in de naam heeft (naast Architectuur en Digitale Cultuur) dat zich eind 2016 opwierp als coördinator voor een tijdelijk designmuseum in Amsterdam om daar langdurige bruiklenen van andere musea te tonen. Een initiatief waarover sinds die tijd weinig is vernomen. Ik gaf daar in december 2016 een commentaar op waarin ik weinig begrip toonde voor dit initiatief, maar ook wees op twee interessante opmerkingen van het hoofd beleid en actualiteit van HNI Floor van Spaendonck. Breder kijkend dan dit initiatief alleen zei zij: ‘(..) is er behoefte aan één plek die geheel in het teken staat van design’ en ‘Het aanleggen en beheren van een vormgevingsarchief behoort niet tot de opdracht van HNI’. Er bleek dus eind 2016 volgens Van Spaendonck in Nederland geen museum dat geheel in het teken staat van design (wat haaks staat op de claim van het in 2015 geopende Cube) en evenmin een nationaal vormgevingsarchief voor design.

De politieke ontwikkeling blijkt uit bovenstaand citaat uit het artikelPlan Designmuseum Eindhoven krijgt steeds meer vorm’ in het ED van november 2018. Het lijkt er sterk op dat het een plan is uit de koker van D66 dat door de VVD wordt gesteund. In het huidige Eindhovense college is D66 niet vertegenwoordigd. Van 2014 tot 2018 was Mary-Ann Schreurs namens D66 wethouder van Innovatie en Design, Cultuur en Duurzaamheid. Nu is ze onafhankelijk raadslid en heeft volgens een persbericht van maart 2019 over een verschil van mening D66 verlaten. Schreurs maakte zich sterk voor design en technologie zoals uit de steunbetuiging van een D66’er blijkt. Ook de Dutch Design Week (DDW) is een manifestatie van de verknoping van design en techniek.

Er is dus in de afgelopen jaren een sterke D66-lobby opgezet voor een Designmuseum in Eindhoven waarbij het de vraag is of dat doorzet omdat D66 in Eindhoven en in de provincie Noord-Brabant aan macht heeft ingeboet. Daarnaast richt Timo de Rijk zich in het 35 km verder gelegen Den Bosch sinds 2016 nadrukkelijk op design en toegepaste kunst. Een grotere ambitie viel af te lezen in de naamsverandering. In juni 2018 werd de naam Het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch veranderd in Design Museum Den Bosch. Maar wellicht kan wat in de pijplijn zit nog gematerialiseerd worden zodat er nog net een Eindhovens Designmuseum uitgeperst kan worden. Een in de Provinciale Staten van Noord-Brabant in oktober 2017 aangenomen motie van D66 vraagt om uit te zoeken of er een nationaal designmuseum kan komen in het Evoluon in Eindhoven:

Minister van OCW Ingrid van Engelshoven (D66) houdt de signalen van haar partijgenoten uit Brabant in elk geval nog in de lucht zoals deze week bleek uit de presentatie van de ‘Ontwerp-subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2021-2024’ dat op het lijf van een Eindhovens Designmuseum is geschreven en uitgaat van de verknoping van design en techniek. Zo vanzelfsprekend is dat echter niet. Hooghartigheid blijkt uit het interview uit november 2018 met DDW-directeur Martijn Paulen die meent dat een een fluitje van een cent is om een museum met als uitgangspunt de combinatie van design en techniek in een nationaal designmuseum te realiseren. Dat gaat eraan voorbij dat die formule die afgeleid is van de Eindhovense situatie waarbij design en techniek nauw worden gecombineerd een keuze is die niet alleenzaligmakend is. Design kan ook worden gekoppeld aan autonome kunst, (kunst)geschiedenis of sociaal-maatschappelijke aspecten. Het is de vraag of, als er een nationaal designmuseum of rijksmuseum voor design moet komen dat gesteund wordt vanuit de landelijke overheid, die combinatie van kunst en techniek (of technologie) het uitgangspunt dient te zijn. Op z’n minst zou er een breed debat aan vooraf moeten gaan over het profiel van zo’n nieuw te vormen nationaal designmuseum waarbij de gesprekspartners liever niet alleen uit Eindhoven of uit de kringen van D66 komen.

Nederland kan best meerdere designmusea herbergen, in Den Bosch, Kerkrade, Eindhoven of waar dan ook. Laten we evenmin de kunstmusea met belangrijke afdelingen design (Museum Boijmans, Stedelijk Museum, Centraal Museum, Groninger Museum, HNI) en de ‘materiaalmusea’ (Nationaal Glasmuseum, TextielMuseum, Keramiekmuseum Princessehof) vergeten die zo’n nationaal designmuseum kunnen ‘voeden’. Of de herhaling van meer van hetzelfde zonder voldoende variatie en specialisatie wenselijk en doelmatig is, is een vraag die het bovensectorale ministerie van OCW zich moet stellen. De museumsector moet ideeën kunnen aandragen.

OCW zet echter op onaanvaardbare wijze een dubbele pet op als het bij de bekostiging van een nationaal designmuseum uitgaat van normen die meer volgen uit de partijpolitiek en een regionale lobby, dan uit een beredeneerde keuze voor profiel, kwaliteit en inbedding in de culturele basisstructuur ervan. In het verlengde speelt de vraag bij welke instelling een nationaal vormgevings/designarchief ondergebracht moet worden.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelPlan Designmuseum Eindhoven krijgt steeds meer vorm’ in ED, 24 november 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van ‘Actuele Motie M1 Provinciale Staten 27 oktober 2017; Nationaal Designmuseum in het Evoluon` door Statenfractie van D66 (AANGENOMEN).

Foto 3: Schermafbeelding van deel ‘Ontwerp-subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2021-2024’ van het ministerie van OCW, 11 juni 2019 (p. 35).

Advertenties

Is er een omslag in de promotie van het koningshuis en begint de kritiek door te wegen?

with 2 comments

Vele jongeren in Eindhoven zijn kritisch op het koningshuis. Het wordt als onnodig en duur ervaren. De verklaring voor steun wordt zijdelings genoemd: traditie. Gevoegd bij de Oranje-promotie van tientallen jaren verklaart dat wat het is geworden. Ondanks dat wordt het steeds minder populair. Zoals dat ook voor religie en politiek geldt. Vraag is of de steun voor het koningshuis sneller of minder snel afkalft dan die voor die andere instituties die als vanouds in Nederland brede steun ondervonden. Met Koningsdag heeft het allemaal niks te maken, zo blijkt. Dus wie nog twijfelt, dat vieren mag. Of men nu voor of tegen het koningshuis is.

Written by George Knight

24 april 2019 at 18:58

Bij buitenmuurse presentaties van musea is populisme de valkuil

leave a comment »

Presentatie van objecten uit een museumcollectie buiten de muren van het museum is geen nieuwigheid. Schiphol, trein- en metrostations, hotels, stadskantoren of de etalages van de Hema of de Bijenkorf zijn als vanouds bekende plekken om objecten van (plaatselijke) musea te tonen. De opzet is drieledig. De betreffende plek wint er prestige mee, het museum krijgt er een extra presentatieplek bij en het museum stelt zich in de beeldvorming open naar de samenleving -of het eigen gemeentebestuur- en lijkt te zeggen dat het uit de ivoren toren neerdaalt tot middenin de samenleving. Voorzover is er niets bijzonders aan de hand.

Vraag is onder welke voorwaarden die presentatie ‘extra muros’ gebeurt. Wie is ervoor verantwoordelijk en beslist over de selectie? Uiteindelijk is dat het museumpersoneel dat procedures over behoud volgt. Museale objecten worden nauwgezet geconserveerd. Ze kunnen schade oplopen door veranderingen in lichtsterkte, luchtvochtigheid en temperatuur of door schokken. Het is de afdeling Collectie die verantwoordelijk is voor het uitlenen van objecten, hoewel het een eeuwig gevecht is met de afdeling Presentatie die daar rekkelijker in staat en een ander belang heeft. De rekkelijke kant heeft afgelopen jaren binnen musea terrein gewonnen.

Presentatie van voorwerpen buiten de museummuren kan op vele manieren. Geïnitieerd vanuit de doelstelling van het museum en volledig in eigen beheer of vanuit de doelstelling van een externe partij. In dat laatste geval ligt het populisme op de loer. Pop-up musea schieten uit de grond. Een pop-up museum is alleen in naam een museum. Het mist de kenmerken die een museum tot museum maken. Het haakt aan bij de tentoonstellingsmachine die sommige musea zijn geworden. Het is uitsluitend presentatie. Niets meer dan dat. Bedrijven, kunstfondsen of televisieprogramma’s willen maar al te graag hun naam aan musea verbinden.

Een stap die daar op reageert is dat musea bewust de koppeling met de sfeer van kosmopolitisme, reclame en bekendheid maken. Met als gevolg dat de doelstelling van een museum nog verder uit beeld raakt. Voorbeeld voor dit populisme is het project Museum van het NMvW. Bekende Nederlanders als als Yvette van Boven, Kenny B of Floortje Dessing worden zogenaamd curator van hun eigen museum. Ze maken onder begeleiding een selectie uit het depot. Filemon Wesselink opende gedurende drie weken een minimuseum op station Zwolle, aldus een bericht in De Telegraaf. Presentatie van objecten uit het depot buiten de museummuren oogt als publiciteitsstunt. Of er echt een duurzame relatie met de samenleving wordt gelegd is de vraag.

Musea doen in de publiciteit over buitenmuurse presentaties net alsof ze uit de lucht komen vallen en strikte voorwaarden over conservering niet meespelen en de sky the limit is in de selectie. Zo zegt perswoordvoerder Ilse Cornelis  van het Van Abbemuseum dat ‘de samensteller van de Van der Valk-collectie kan straks ook een topvoetballer zijn, een wetenschapper, of misschien wel de receptionist van het hotel’. Echt? Het kan bijna niet dat wat ze zegt ze zelf gelooft. Het klinkt niet alleen modieus en gaat voorbij aan de expertise die binnen musea bestaat, maar vertegenwoordigt ook uitsluitend de Presentatie/Marketing-kant van het museum.

Het tentoonspreiden van volkse gewoonheid en ruimdenkendheid, en een beeld van ‘alles kan’ worden zo deel van de marketing van een hedendaags kunstmuseum. Het museum presenteert zich als getapte jongen of meisje. Met als nevendoel om ook de subsidiegevers van de in gang gezette gewoonheid te overtuigen. Een museum is echter niet gewoon, maar buitengewoon. Achter de schermen wordt een voorselectie uitgevoerd en de topvoetballer, een wetenschapper of de receptionist van het hotel worden door de marketing bij de arm genomen, in een format geduwd om als front te dienen om de maatschappelijke binding van het museum te accentueren. Het museum dat zich zo heerlijk democratisch en transparant presenteert. Aan de buitenkant.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelVan der Valk Eindhoven krijgt kunst uit museum’ op Misset Horeca, 26 april 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelVan Abbemuseum gaat samenwerken met Van der Valk-hotel Eindhoven’ op ED, 18 maart 2018.

Petitie ‘Red SLEM en daarmee het Nederlands Leder en Schoenen Museum!’. Bredere blik van gemeente Waalwijk gevraagd

with 3 comments

Weer een petitie over een culturele instelling die het loodje dreigt te leggen door een tekort aan financiële middelen. Deze keer het Nederlands Leder en Schoenen Museum in Waalwijk. Maar het is complexer dan gewoonlijk, omdat het meerdere instellingen betreft die met elkaar juridisch en economisch verknoopt zijn. Een beleidsstuk van het college van de gemeente Waalwijk somt het op: SLEM-Totaal, SLEM-Educatie en SLEM-Museum. SLEM-Museum heeft drie aparte stichtingen: Museum, Collectie en Winkel (ook: Winkel/Horeca). De gemeente beredeneert waarom het SLEM-Totaal en SLEM-Educatie laat vallen om SLEM-Museum te redden. Het college noemt in het raadsvoorstel als aanleiding: ‘te hoge schulden, geen sluitende begroting en acute liquiditeitsproblemen. De oorzaken zijn de verliezen bij Educatie en Consultancy, de hoge organisatiekosten en onvoldoende sturing op de bedrijfsvoering. Deze problemen vergen een oplossing, waarbij de ambitie om een nieuw museum in het centrum van Waalwijk te realiseren voor het college overeind blijft.’

Bij het raadsvoorstel stuurt het college een memo van Forward Advocaten uit Tilburg mee dat de juridische details schetst. In de memo wordt bekeken of een faillissement van SLEM-Totaal en SLEM-Eductatie zal leiden tot het faillissement van Stichting Museum, Stichting Collectie en Stichting Winkel/Horeca. Complicatie is dat SLEM-Totaal, SLEM-Educatie en de drie Museum Stichtingen hetzelfde bestuur hebben. Forward Advocaten concludeert: ‘Naar aanleiding van de beschikbare informatie valt te concluderen dat het niet waarschijnlijk is dat bij een faillissement van SLEM Totaal en/of SLEM Educatie de Stichting Museum, Stichting Collectie en Stichting Winkel/Horeca automatisch ook in faillissement zullen geraken. Dit laat onverlet dat om de continuïteit van Stichting Museum, Stichting Collectie en Stichting Winkel/Horeca te waarborgen op basis van de door het SLEM-bestuur opgestelde Liquiditeitsprognose 2017 een substantieel bedrag zal moeten worden gegenereerd c.q. ter beschikking moeten worden gesteld om een faillissementssituatie te voorkomen.’ In haar voorstel wil het college een bedrag van € 265.000 tot € 435.000 reserveren om het Museum te redden.

SLEM heeft hoge ambities. Dat alleen al valt af te leiden uit het feit dat de site in Engelse en Chinese vertaling beschikbaar is. De positie is vergelijkbaar met het in Oisterwijk gevestigde EKWC dat ook internationaal is gericht, in een kleine gemeente gevestigd is en nationaal relatief weinig bekendheid geniet. Hoewel de provincie Noord-Brabant als speerpunt heeft om de maakindustrie te verbinden met creatieve industrie en de kunsten heeft het onvoldoende middelen om alle instellingen in Brabant overeind te houden. Het kan de gemeente Waalwijk nauwelijks verweten worden dat het het SLEM financieel niet in de lucht weet te houden.

Omdat het SLEM een instelling is met lokale, nationale en internationale ambitie en uitstraling valt het in een beleidsmatig gat van het Nederlands cultuurbeleid dat lokaal, nationaal en internationaal onvoldoende met elkaar weet te verbinden. Als instelling die in een kleine gemeente gevestigd is brengt dit nog eens een extra risico met zich mee. Dit soort werkplaatsen, kenniscentra en ontwikkelingstellingen als het EKWC of het SLEM, maar ook Beeldenstorm/Daglicht in Eindhoven, het TextielLab in Tilburg of  het GlasLab in Leerdam zouden binnen de culturele basisinfrastructuur een aparte positie moeten hebben. Het verdient aanbeveling voor zowel de opstellers van deze petitie als het college van de gemeente Waalwijk om voor een oplossing verder te kijken dan de gemeentegrenzen van Waalwijk en het SLEM als meer dan een lokaal initiatief te zien.

Zo tekent zich een oplossing aan die verschillende financieringsbronnen voor verschillende functies zoekt. Waarbij de gemeente Waalwijk het lokaal gevestigde museum financiert en de nationaal en internationaal gericht ambities van het SLEM door Nederlandse cultuurfondsen worden gefinancierd. Omdat het college en de petitionarissen hetzelfde nastreven, namelijk het SLEM behouden zou het verstandig zijn om samen op te trekken. Naar Tilburg, Den Bosch, Den Haag en Amsterdam. En zelfs Brussel voor financiering door de EU.

Foto: Schermafbeelding van petitieRed SLEM en daarmee het Nederlands Leder en Schoenen Museum!

Normalisering van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster in Nederland

leave a comment »

Studenten van het Sint Lucascreative community’ College in Eindhoven maakten dit verslag over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Ofwel, het Pastafarisme. Waarmee de geïnterviewde Jeroen Otten gefeliciteerd wordt is overigens onduidelijk. Resultaten zijn nog niet denderend. Want de Kerk krijgt het niet cadeau in de Nederlandse rechtsstaat. Een rechter waant zich theoloog en meent te kunnen oordelen over de interne werking van deze organisatie die zich als godsdienst presenteert. Belemmeringen worden opgeworpen en staan de acceptatie in de weg. In de schaduw van godsdiensten met gevestigde belangen en hun claim op de ultieme waarheid. Omdat juridische goedkeuring achterloopt op maatschappelijke ontwikkelingen is dat een achterhoedegevecht. Weliswaar hardnekkig en niet makkelijk te winnen, maar een gevecht waar de uitkomst van vaststaat. Het verslag is daar uiting en ondersteuning van. De honden blaffen en de karavaan trekt verder.

Disclaimer: Ik ben sinds oktober 2015 lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Gratis aanmelden kan hier.

Rechter Den Bosch waant zich theoloog en oordeelt over de interne werking van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster

with 5 comments

4

Een opmerkelijke uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank in Den Bosch. Het gaat er in de kern om of de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster serieus genoeg is om een godsdienst volgens artikel 9 van de EVRM genoemd te worden. De rechter meent van niet. Aanleiding is het maken van een pasfoto voor een rijbewijs bij de gemeente Eindhoven. Een godsdienstige of levensbeschouwelijke reden biedt volgens artikel 28.3 van de Wet Paspoortuitvoeringsregeling (‘indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd‘) een uitzonderingsgrond om met een hoofddeksel op de foto te verschijnen. In dit geval een pastavergiet. Als de Kerk niet als een religie beschouwd wordt, dan hoeft Eindhoven om formele gronden de aangifte van het rijbewijs niet in behandeling te nemen. Eiser eiste dat in hoger beroep, maar wordt nu door de rechter in het ongelijk gesteld.

2

3

De rechter verwijst naar ‘vaste jurisprudentie van het Europese Hof van de rechten van de mens’ om aan te merken wat opvattingen of meningen van een geloof of levensovertuiging zijn en baseert zich daarbij op de volgende beschrijving die ook in bovenstaande opsomming van Elizabeth Prochaska wordt genoemd: ‘It must attain a certain level of cogency, seriousness, cohesion and importance’. De rechter vertaalt dat in de uitspraak als: begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie. Maar Prochaska voegt een dimensie en nuancering toe die aan de uitspraak van de rechter in Den Bosch ontbreekt: ‘There are very few examples of a belief being rejected on this ground and the House of Lords has questioned the propriety of this enquiry by courts, which are not equipped to weigh up theological doctrines’. Dit relativeert de jurisprudentie waarop de uitspraak is gebaseerd door te stellen dat er weinig voorbeelden van een levensovertuiging zijn die op deze grond afgewezen worden, en dat ‘rechtbanken, niet zijn geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen.’

Essentie is dat de rechter oordeelt over de interne werking van een godsdienst of levensovertuiging, maar daar niet de expertise voor heeft en zich dit oordeel niet toe zou moeten meten. De rechter moet de wet toepassen, maar daarbij ‘aan de buitenkant’ blijven en niet een oordeel vellen over wat een godsdienst is. Een rechter is geen godsdienstwetenschapper en daarom is het ongepast dat een rechter dit meent te kunnen onderzoeken, zoals ook de verwijzing naar de kritiek van het Britse Hogerhuis zegt. De rechter stapelt eisen op elkaar die niet aan godsdienst of levensovertuiging gesteld hoeven worden. Zoals de overweging dat het een volwaardig systeem van denken moet zijn. Het oordeel dat de Kerk als godsdienst of levensovertuiging afgewezen kan worden omdat het niet voldoende serieusheid zou bezitten is ongepast en normatief.

Wat aan de uitspraak ook opvalt is dat de rechter meent de rechtmatigheid van het geloof van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster grotendeels af te kunnen leiden uit de consistentie van de opvatting van de gelovige over zijn geloof. Maar dat is een onhoudbare en onjuiste benadering. Een geloof is nu eenmaal een systeem dat niet altijd uitblinkt door redelijkheid, realisme, samenhang en logica. Aan een gelovige kan niet als eis gesteld worden dat hij zijn geloof voldoende moet kunnen beschouwen om het een geloof te laten zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel uitspraak in zaak Coolen-gemeente Eindhoven van Rechtbank Oost-Brabant, 15 februari 2017.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van deel notitie ‘THE DEFINITION OF ‘RELIGION OR BELIEF’ IN EQUALITY AND HUMAN RIGHTS LAW’ van Elizabeth Prochaska, 2013. (google: ‘religion attain a certain level of seriousness’ en downloadt).

Verslag van de opening van een tentoonstelling: ‘De kleur van Jonge Honden en Oude Meesters’ in De Kruisruimte Eindhoven

leave a comment »

Filmpjes op YouTube van lokale initiatieven over openingen van kunsttentoonstellingen zijn een apart genre. Terugkerende elementen zijn jazzy (saxofoon!) of minimalistisch-repeterende muziek, soms een interviewtje met de kunstenaar, beelden van de tentoongestelde werken en het luisterende publiek, en een spreker. In dit geval publicist Alex de Vries van Uitgeverij De Zwaluw. Hij vormt met zijn doorwrochte openingstoespraken een subgenre op zichzelf. Oriënterende totaalshots van interieur en exterieur kaderen de hele boel keurig in.

Maar hoe vat je in hemelsnaam 25 kunstenaars in 5 minuten? Het is de tactiek van het aanstippen of het aantippen. Veel wijzer word je er niet van. En dat is ook precies de opzet. Het gaat erom om potentiële bezoekers net voldoende te prikkelen. Het streven is om nieuwsgierig te maken zonder te veel weg te geven. Zoals de onlangs overleden galerist Erik Bos van Nouvelles Images (NI) in een laatste interview in NRC zei: ‘Kunstliefhebbers kijken op de site en zeggen dan dat ze een tentoonstelling hebben gezien. Wees als galeriehouder dus selectief met het publiceren van foto’s. Eén overzichtsfoto van een tentoonstelling, oké, maar plaats online nooit the whole hog, de hele bliksemse boel.’ Hoewel NI zelf dat idee niet altijd volgde geeft het wel de grenzen aan de marketing van kunsttentoonstellingen aan. Zo krijgt een genre vorm.

krui

Foto: Still uit de videoExpositie De kleur van Jonge Honden en Oude Meesters’ op het YouTube-kanaal fhktilburg. Hier is informatie te vinden over De Kruisruimte in Eindhoven waar de opening op 26 november 2016 plaatsvond.