George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘RvIG

Raad van State beslist dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Een uitspraak vol gebreken

with 2 comments

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vandaag in een voorspelbare, teleurstellende, wereldvreemde, a-historische, politiek gekleurde en niet moedige uitspraak uitgesproken dat de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen godsdienst is. Aanleiding was de weigering van de gemeente Nijmegen om het beroep op de uitzonderingsbepaling vanwege religieuze redenen voor de aanvrager van een reisdocument of rijbewijs toe te kennen. Zoals uit bovenstaand fragment uit het persbericht blijkt meent de Raad van State dat het de Kerk in het bijzonder aan ernst en samenhang ontbreekt en het satirisch element overheerst.

Opvallend is dat in februari 2017 in een uitspraak die ook verband hield met de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster de meervoudige kamer van de Rechtbank Oost-Brabant in Den Bosch de criteria die volgens artikel 9 van het EHRM aan een godsdienst gesteld kunnen volgens bestaande jurisprudentie in 5.3 uit het Engels (‘cogency, seriousness, cohesion and importance’) vertaalde met begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie, terwijl de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tot een andere vertaling komt: ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’. Taal is niet neutraal. Het is een groot verschil of men toetst aan de hand van het criterium ‘begrijpelijkheid’ of ‘overtuigingskracht’, ’serieusheid’ of ‘ernst’,  ‘importantie’ of ‘belang’. Dit verschil in interpretatie tussen rechtscolleges roept de vraag op hoe zuiver deze criteria getoetst worden en met welke ernst en samenhang Nederlandse rechtscolleges opereren.

De uitspraak van de Raad van State bevat een normatief oordeel, namelijk dat vanwege ‘het satirische element van het pastafarisme’ de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster niet voldoet aan de genoemde criteria ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ en daarom niet als godsdienst kan worden aangemerkt. De Raad van State meent dat het van tweeën één is: satire of godsdienst. Dit houdt in dat er volgens de Raad van State ruimte bestaat tussen satire en deze vier criteria en ze nooit kunnen samenvallen. Dat is een oordeel dat voorbijgaat aan het belang van maatschappelijk relevante satire. Ermee diskwalificeert de Raad van State een groot deel van de Westerse cultuurgeschiedenis, van de toneelstukken van Aristophanes, Lucianus’ spotschriften, Erasmus’ ‘Lof der Zotheid’, P.C. Hoofts ‘Warenar’ tot Monty Pythons ‘Life of Brian’.

Traditioneel bestaat er een sterke wederzijdse beïnvloeding tussen fictie en religie. Godsdiensten zijn net als het theater ontstaan vanuit rituelen en dramatisering. Dat geldt ook de monotheïstische godsdiensten. Sommige gelovigen vatten de Bijbel volledig als fictie op. Sinds de opkomst van het laat 20ste eeuws post-modernisme is die wisselwerking nog versterkt. Interpretatieverschillen om godsdiensten te duiden geven aan dat er diverse manieren van geloven en godsdienst zijn. De Raad van State doet weinig moeite om de marges voor interpretatie die het heeft te benutten om daar ruimhartig en historisch correct mee om te gaan.

Hoeveel ernst en samenhang hebben rituelen, gebruiken en dogma’s van godsdiensten? Is een volwassen man met een jurk aan en een mijter op het hoofd (die doorgaans kinderen misbruikt) serieuzer dan een burger in hedendaagse kleren met een vergiet op het hoofd? Of wat is er begrijpelijk aan duizenden mensen die in Mekka tegelijk rond een kubus lopen waarbij jaarlijks tientallen ‘gelovigen’ onder de voet worden gelopen?

Als Pastafarianen moeten ‘bewijzen’ dat hun godsdienst ‘overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang’ bevat dan valt er vanwege de gelijkheid van godsdienst nog wel wat meer te bewijzen. Zoals ‘Jezus’ die over water loopt of diezelfde ‘Jezus’ die opvaart naar de hemel. En er zijn nog meer van die tovertrucs, wonderen en onverklaarbare transformaties in godsdiensten. Wat te denken van de Koran die geen mensenwerk zou zijn en niet door mensen geschreven is, maar in de Arabische taal door God via de engel Djibriel aan Mohammed geopenbaard is? Ga er als objectieve beoordelaar maar aan staan om dat overtuigend en serieus te vinden.

Het probleem is dat de Raad van State alleen kandidaat-godsdiensten beoordeelt, maar niet de traditionele godsdiensten. Want die zijn immers ouder dan de Raad van State. Dat schept ongelijkheid. Niet alleen in het oordeel, maar ook in de procedure. Want als een rechtscollege de ene godsdienst kritisch bejegent, dan zou het wel zo objectief zijn om andere godsdiensten op exact dezelfde criteria te beoordelen. Dat gebeurt niet.

Dit is de reden waarom de Raad van State met deze uitspraak de plank misslaat. Want een rechtscollege kan vanwege die tovertrucs, wonderen en onverklaarbare transformaties niet eisen dat een godsdienst een volwaardig en geloofwaardig systeem van denken is waarin alle aspecten door gelovigen of de dogmatiek van de godsdienst serieus, in samenhang, met overtuiging en belang verklaard worden. Het gaat immers om een ‘geloof’ waarbij logica niet vooropstaat. Dan past het ook niet om een godsdienst langs de meetlat van de logica te leggen. Evenmin kan geëist worden dat een gelovige het begrijpelijk en in samenhang uitlegt.

Als de rechter godsdiensten werkelijk op overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang zou toesten, dan zouden immers alle godsdiensten door de mand vallen en blijft er geen enkele over. Schijnverklaringen die bijvoorbeeld in strijd zijn met de laatste natuurwetenschappelijke inzichten tellen niet. Ook best, maar dan wel: ‘gelijke monniken gelijke kappen’. Ofwel, op de criteria van ernst en samenhang waar de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster op wordt afgewezen, moeten dan precies zo het Christendom of de Islam afgewezen worden. Dat is een politieke keuze die moed, durf en non-conformisme vereist.

Vraag is of een Nederlandse rechter bij beschikbaarheid van voldoende redenen tot afwijzing – na toetsing op de criteria van ernst en samenhang – de politieke macht heeft om de dogmatiek en het systeem van het Christendom of de Islam buiten de orde te stellen en gemeende religieuze instellingen hun registratie als godsdienst te ontnemen. Dat zijn dezelfde criteria waarop in deze uitspraak nu de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster afgewezen wordt als godsdienst. Dit debat dat eigenlijk een schijndebat is heeft alles met politieke macht en machtsverhoudingen te maken en niets met een echte juridische toetsing van godsdienst.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is theologisch niet geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen. Dat wijst de uitspraak ook wel uit. De Raad van State neemt de vier criteria te letterlijk en te serieus, en weigert verder te kijken. Het vergeet de jurisprudentie te relativeren waarop de uitspraak is gebaseerd en vergeet te vermelden dat er weinig voorbeelden van een levensovertuiging zijn die op deze grond afgewezen worden. De leden ervan zouden zich er niet eens aan moeten willen wagen om een oordeel over ‘de binnenkant’ van een godsdienst te geven. De Raad van State zou deze zaak terug moeten verwijzen en niet in behandeling nemen. Of in lijn met de visie op alle andere godsdiensten die evenmin voldoen aan alle criteria van ernst of serieusheid de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster na een toetsing ‘aan de buitenkant’ gewoon moeten erkennen als godsdienst. Voor wat het politiek en maatschappelijk ook waard is.

Foto 1: Schermafbeelding van deel persberichtPastafarisme’ is geen godsdienst’ van de Raad van State, 15 augustus 2018. 

Foto 2: ‘Obatala priests in their temple in Ife’.

Foto 3: ‘A group of Druids at Stonehenge in Wiltshire, England

Advertenties

Is een rechtscollege geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen? RvS oordeelt over Kerk van het Vliegend Spaghettimonster

with 4 comments

Morgen dient het hoger beroep bij de Raad van State in de zaak van een vrouw die haar religie door een burgemeester niet erkend ziet. Voor foto’s op reisdocumenten of rijbewijzen gelden strikte voorwaarden, maar er zijn om religieuze en levensbeschouwelijke redenen uitzonderingsbepalingen zoals onderstaande schermafbeelding uit de Fotomatrix Model 2007 van de rijksoverheid toont. De wettelijk grond geeft artikel 28, lid 3 van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001: ‘In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd.‘ De aanvrager moet aantonen ‘dat om godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen het hoofd bedekt mag blijven’. Als het gezicht volledig zichtbaar is, dan moet in dat geval de foto door het openbaar bestuur geaccepteerd worden. Maar als de godsdienstige of levensbeschouwelijke reden niet erkend wordt, dan wordt door het openbaar bestuur voor de aanvrager de uitzonderingsbepaling niet aanvaard. En de aangifte niet in behandeling genomen. Overheden kunnen leven met een mijter, hoofddoek, tulband of keppel, maar over een vergiet werpen ze bezwaren op.

De opkomst van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster  in Nederland is sinds 2015 een feit. Op bestuurlijk niveau verzetten instanties zich daar echter tegen. Zo weigerde in 2015 de Kamer van Koophandel in Emmen registratie van de Kerk. Ook in Emmen weigerde in 2016 de gemeente dat een gelovige van de Kerk een beroep kon doen op de uitzonderingsbepaling door met een vergiet op een officieel ID-bewijs afgebeeld te worden. Ook in 2016 wees de belastingdienst in Den Bosch de ANBI-status van de Kerk af.

Het gaat om de rechtsstaat waarin de grondrechten zijn gegarandeerd. In Nederland is iedereen vrij om een godsdienst of levensovertuiging te kiezen. Of daarvan zonder terechtwijzing af te zien in nihilisme. Iedereen is vrij om te laten zien wat zijn of haar godsdienst of levensovertuiging is. Dit mag je alleen doen of samen met anderen. Binnen de muren van een gebouw, maar ook daar buiten. Dit laatste mag alleen als je je houdt aan andere artikelen van de grondwet en aan andere wetten. Ofwel, een overheid mag geen aanvullende eisen die de grondwet te buiten gaan stellen aan een organisatie die zich als een religieuze instelling aanmeldt.

Als persoon hebben we onze voorkeuren. De ene godsdienst of levensovertuiging verkiezen we boven de andere. Daarover denken we niet hetzelfde en hebben we afwijkende meningen. Kwalijker dan een opinie van een willekeurige burger is dat sommige ambtenaren hun individuele afkeur voor de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster in hun functie bij een Kamer van Koophandel of een Belastingkantoor boven de grondwet stellen. Maar een individuele ambtenaar heeft dat recht niet. Er is een objectief, (boven)-individualistisch en neutraal instrument en dat is de rechtsstaat. Die dient gegarandeerd te worden door het te objectiveren en door de toetsing los te snijden van individuele voorkeuren. Zodat het voor ons allen kan gelden en wij ons erin kunnen vinden. En we onze verschillen van elkaar kunnen aanvaarden en overbruggen in sociale cohesie.

Rechterlijke colleges toetsen de grondwet. Maar in dit geval is het probleem dat rechters geen theologen of filosofen zijn. Juristen zijn daartoe niet opgeleid of hebben er geen expertise in. Dat wreekt zich nu ook bij de Raad van State. Experts worden geraadpleegd, maar omdat de Kerk ook valt op te vatten als een symbool van een generatieconflict en een breuk met de traditionele christelijke godsdiensten ligt de vrees van een eenzijdig ‘deskundig’ oordeel vanwege maatschappelijke vertekening meer dan bij andere zaken op de loer.


In februari 2017 kwam de meervoudige kamer van de rechtbank in Den Bosch met een opmerkelijke uitspraak die erover ging of de Kerk serieus genoeg is om volgens artikel 9 van de EVRM een godsdienst genoemd te worden. In een commentaar ging ik toen op de bijzonderheden in: ‘De rechter verwijst naar ‘vaste jurisprudentie van het Europese Hof van de rechten van de mens’ om aan te merken wat opvattingen of meningen van een geloof of levensovertuiging zijn en baseert zich daarbij op de volgende beschrijving die ook in bovenstaande opsomming van Elizabeth Prochaska wordt genoemd: ‘It must attain a certain level of cogency, seriousness, cohesion and importance’. De rechter vertaalt dat in de uitspraak als: begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie. Maar Prochaska voegt een dimensie en nuancering toe die aan de uitspraak van de rechter in Den Bosch ontbreekt: ‘There are very few examples of a belief being rejected on this ground and the House of Lords has questioned the propriety of this enquiry by courts, which are not equipped to weigh up theological doctrines’. Dit relativeert de jurisprudentie waarop de uitspraak is gebaseerd door te stellen dat er weinig voorbeelden van een levensovertuiging zijn die op deze grond afgewezen worden, en dat ‘rechtbanken, niet zijn geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen.’

Essentie is dat de rechter oordeelt over de interne werking van een godsdienst of levensovertuiging, maar daar niet de expertise voor heeft en zich dit oordeel niet toe zou moeten meten. De rechter moet de wet toepassen, maar daarbij ‘aan de buitenkant’ blijven en niet een oordeel vellen over wat een godsdienst is. Een rechter is geen godsdienstwetenschapper en daarom is het ongepast dat een rechter dit meent te kunnen onderzoeken, zoals ook de verwijzing naar de kritiek van het Britse Hogerhuis zegt. De rechter stapelt eisen op elkaar die niet aan godsdienst of levensovertuiging gesteld hoeven worden. Zoals de overweging dat het een volwaardig systeem van denken moet zijn. Het oordeel dat de Kerk als godsdienst of levensovertuiging afgewezen kan worden omdat het niet voldoende serieusheid zou bezitten is ongepast en normatief.

Disclaimer: Ik ben sinds 26 oktober 2015 ingeschreven als Pastafarian bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Zie hier voor informatie van en over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Foto 1: Schermafbeelding van deel ‘Selectie van actuele uitspraken’ van de Raad van State van 13 augustus 2018. 

Foto 2: Schermafbeelding uit Fotomatrix model 2007 – rijksoverheid. (google: ‘fotomatrix model 2007’).

Foto’s 3 en 4: Schermafbeelding van deel notitie ‘THE DEFINITION OF ‘RELIGION OR BELIEF’ IN EQUALITY AND HUMAN RIGHTS LAW’ van Elizabeth Prochaska, 2013. (google: ‘religion attain a certain level of seriousness’).

Documentaire ‘I, Pastafari’ over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster zoekt financiering voor de afwerking

with 2 comments

Het is hier al vaak beweerd, hoe meer godsdiensten, hoe beter. Om het belang van religie te laten verwateren ben ik sinds 26 oktober 2015 ingeschreven bij de Nederlandse Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Godsdiensten of religieuze organisaties opereren op de religieuze markt. Een vechtmarkt met concurrenten die in de kern hetzelfde soort produkt bieden. Om te overleven moeten religieuze organisaties strijdbaar zijn en zich als zodanig tonen. De drie grote monotheïstische godsdiensten zijn een wereldwijde klontering van religieuze organisaties. Zeg maar een bedrijf met een franchise-model. Sommige lokale ondernemers maken er een goed produkt van, andere ondernemers zijn daartoe niet in staat en leveren een wanprodukt af.

In de kern zijn deze godsdiensten een winstgevend bedrijf dat zingeving verkoopt aan klanten die gelovigen worden genoemd. Met elkaar vormen ze een labiel evenwicht. Ze verdelen met elkaar de religieuze markt, maar zijn ook concurrenten van elkaar. Voor hun profilering is het noodzakelijk om zich te onderscheiden van andere godsdiensten. Maar eensgezind zijn de traditionele godsdiensten in hun voornemen om toetreders tot de religieuze markt te blokkeren. Of het zo lastig mogelijk te maken. Nieuwkomers maken de spoeling te dun.

Het wonder van religie is overigens dat het als een aparte categorie wordt beschouwd. Als overheden de religies niet zouden bevoordelen, zouden ze allang verdwenen zijn. Want ze zijn na 2000 of 1300 jaar allang over de houdbaarheidsdatum heen en worden onnatuurlijk in leven gehouden. De moderne samenleving heeft vooral nadeel van die relicten uit een ver verleden. Maar het is een taboe om dat te zeggen. De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster probeert de religieuze sector open te breken en met eigen middelen te bestrijden.

Foto: Schermafbeelding van de achtergrond van de totstandkoming (‘About’) van de op dit moment in post-productie zijnde documentaire I, PASTAFARI. De definitieve, gemonteerde versie is naar verwachting eind 2018 klaar. Geven van ondersteuning kan hier of hier .

Normalisering van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster in Nederland

leave a comment »

Studenten van het Sint Lucascreative community’ College in Eindhoven maakten dit verslag over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Ofwel, het Pastafarisme. Waarmee de geïnterviewde Jeroen Otten gefeliciteerd wordt is overigens onduidelijk. Resultaten zijn nog niet denderend. Want de Kerk krijgt het niet cadeau in de Nederlandse rechtsstaat. Een rechter waant zich theoloog en meent te kunnen oordelen over de interne werking van deze organisatie die zich als godsdienst presenteert. Belemmeringen worden opgeworpen en staan de acceptatie in de weg. In de schaduw van godsdiensten met gevestigde belangen en hun claim op de ultieme waarheid. Omdat juridische goedkeuring achterloopt op maatschappelijke ontwikkelingen is dat een achterhoedegevecht. Weliswaar hardnekkig en niet makkelijk te winnen, maar een gevecht waar de uitkomst van vaststaat. Het verslag is daar uiting en ondersteuning van. De honden blaffen en de karavaan trekt verder.

Disclaimer: Ik ben sinds oktober 2015 lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Gratis aanmelden kan hier.

Rechter Den Bosch waant zich theoloog en oordeelt over de interne werking van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster

with 5 comments

4

Een opmerkelijke uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank in Den Bosch. Het gaat er in de kern om of de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster serieus genoeg is om een godsdienst volgens artikel 9 van de EVRM genoemd te worden. De rechter meent van niet. Aanleiding is het maken van een pasfoto voor een rijbewijs bij de gemeente Eindhoven. Een godsdienstige of levensbeschouwelijke reden biedt volgens artikel 28.3 van de Wet Paspoortuitvoeringsregeling (‘indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd‘) een uitzonderingsgrond om met een hoofddeksel op de foto te verschijnen. In dit geval een pastavergiet. Als de Kerk niet als een religie beschouwd wordt, dan hoeft Eindhoven om formele gronden de aangifte van het rijbewijs niet in behandeling te nemen. Eiser eiste dat in hoger beroep, maar wordt nu door de rechter in het ongelijk gesteld.

2

3

De rechter verwijst naar ‘vaste jurisprudentie van het Europese Hof van de rechten van de mens’ om aan te merken wat opvattingen of meningen van een geloof of levensovertuiging zijn en baseert zich daarbij op de volgende beschrijving die ook in bovenstaande opsomming van Elizabeth Prochaska wordt genoemd: ‘It must attain a certain level of cogency, seriousness, cohesion and importance’. De rechter vertaalt dat in de uitspraak als: begrijpelijkheid, serieusheid, samenhang en importantie. Maar Prochaska voegt een dimensie en nuancering toe die aan de uitspraak van de rechter in Den Bosch ontbreekt: ‘There are very few examples of a belief being rejected on this ground and the House of Lords has questioned the propriety of this enquiry by courts, which are not equipped to weigh up theological doctrines’. Dit relativeert de jurisprudentie waarop de uitspraak is gebaseerd door te stellen dat er weinig voorbeelden van een levensovertuiging zijn die op deze grond afgewezen worden, en dat ‘rechtbanken, niet zijn geëquipeerd om theologische doctrines af te wegen.’

Essentie is dat de rechter oordeelt over de interne werking van een godsdienst of levensovertuiging, maar daar niet de expertise voor heeft en zich dit oordeel niet toe zou moeten meten. De rechter moet de wet toepassen, maar daarbij ‘aan de buitenkant’ blijven en niet een oordeel vellen over wat een godsdienst is. Een rechter is geen godsdienstwetenschapper en daarom is het ongepast dat een rechter dit meent te kunnen onderzoeken, zoals ook de verwijzing naar de kritiek van het Britse Hogerhuis zegt. De rechter stapelt eisen op elkaar die niet aan godsdienst of levensovertuiging gesteld hoeven worden. Zoals de overweging dat het een volwaardig systeem van denken moet zijn. Het oordeel dat de Kerk als godsdienst of levensovertuiging afgewezen kan worden omdat het niet voldoende serieusheid zou bezitten is ongepast en normatief.

Wat aan de uitspraak ook opvalt is dat de rechter meent de rechtmatigheid van het geloof van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster grotendeels af te kunnen leiden uit de consistentie van de opvatting van de gelovige over zijn geloof. Maar dat is een onhoudbare en onjuiste benadering. Een geloof is nu eenmaal een systeem dat niet altijd uitblinkt door redelijkheid, realisme, samenhang en logica. Aan een gelovige kan niet als eis gesteld worden dat hij zijn geloof voldoende moet kunnen beschouwen om het een geloof te laten zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel uitspraak in zaak Coolen-gemeente Eindhoven van Rechtbank Oost-Brabant, 15 februari 2017.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van deel notitie ‘THE DEFINITION OF ‘RELIGION OR BELIEF’ IN EQUALITY AND HUMAN RIGHTS LAW’ van Elizabeth Prochaska, 2013. (google: ‘religion attain a certain level of seriousness’ en downloadt).

EenVandaag besteedt aandacht aan de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Een kwestie van conformisme

leave a comment »

ev

Vooruit dan maar weer. Wie weet dringt het door. Altijd blijven kloppen. EenVandaag besteedde vandaag in een item aandacht aan de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Mienke de Wilde legt uit dat ze overtuigd gelovige is van deze kerk. De journalist is wantrouwend en stelt vragen die hij aan gelovigen van gevestigde religieuze organisaties niet zo snel zou stellen. Want stel je voor dat hij een katholiek, gereformeerde, jood, boeddhist of moslim zou vragen of de religie waardoor ze zich laten inspireren geen religie, maar een grap is. Onvoorstelbaar. Dat is het lot van nieuwkomers die zich op de lucratieve religieuze sector in moeten vechten. Deze kerk is één van de meest recente religieuze organisaties ter wereld die ook wortel schiet in Nederland.

EenVandaag geeft in de tekst het verschil tussen theorie en praktijk aan. Het zegt dat de Kerk ‘een religie [is] die sinds kort ook in Nederland als formeel kerkgenootschap wordt erkend’. Maar het zegt ook dat ‘we in Nederland nog niet zover zijn’ en het geloof nog geen volledige erkenning heeft. De praktijk loopt achter op de regelgeving. Er bestaat vooral onbegrip en misverstand bij bestuurders en ambtenaren van gemeenten die menen dat ze een religieuze organisatie op inhoudelijk gronden mogen toetsen. Dat is relevant omdat in gemeenten deze gelovigen terecht komen voor het aanvragen van een identiteitsbewijs. Onder verwijzing naar hun religie willen ze met een pastavergiet op het hoofd op de foto. En ambtenaren weigeren dat eigenhandig. Zoals vele religies vragen deze gelovigen om een uitzondering die de wet biedt. In andere gevallen mogen aanvragers van een identiteitsbewijs niet met een hoofddeksel op de foto. Zo is in allerlei landen de foto op het identiteitsbewijs een voet geworden die de pastafarians tussen de deur van de gevestigde orde zetten.

De overheid kan burgers die zeggen een gelovige te zijn niet weigeren als gelovige omdat dit in strijd is met artikel 6 van de Grondwet, de vrijheid van godsdienst die zegt: ’Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.’ Omdat het dragen van een pastavergiet en het zich gedragen als lid van deze Kerk niet strafbaar is heeft de overheid geen grond om een gelovige die zegt een gelovige van een religieuze organisatie te zijn wettelijk te weigeren als gelovige. De overheid mag zich buiten de wet om niet met het leven van de burgers bemoeien. Ook in dit geval niet. Het is niet de wet, maar de onwennigheid en persoonlijke voorkeur van medewerkers van overheidsdiensten -dat is gestoeld op een patroon van culturele normen en waarden- die de weerstand tegen de Kerk van het het Vliegend Spaghettimonster verklaart.

Sinds 26 oktober 2015 ben ik ‘als lid ingeschreven bij de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster’. Het kerkbestuur heeft dit lidmaatschap ondertekend. Ik draag geen pastavergiet en ben niet van plan om dat op enig moment te doen. Toch beschouw ik mezelf als volbloed gelovige van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Mijn reden om me aan te melden als lid van dit kerkgenootschap is: ‘hoe meer religies, hoe beter’. Dat is een serieus standpunt dat niet speelt op het niveau van nabootsing of satire.

Zie hier voor andere commentaren over de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Foto: Schermafbeelding van tweet van EenVandaag, 18 januari 2017. Geen video

Wat is religie? Pastafarians in Emmen nog niet met vergiet op foto ID-kaart. Maar de emancipatie van de overheid is onvermijdelijk

with 3 comments

Humor en religie? Dat gaat per definitie niet samen. Dit is er ondersteunend bewijs voor dat de kerk van het Vliegend Spaghettimonster geen religie is. Maar uiteraard ligt het anders. Want de Kerk is net zo goed een religie als elke andere religie die claimt een religie te zijn. Of een lid van IS beweert in naam van de islam te handelen. Leden die claimen uit naam van een religie te handelen, dragen die identiteit. Daar kan geen wereldlijke overheid of rechtbank iets aan veranderen. (Opmerking: Ik ben sinds 2015 lid van deze Kerk).

Aartsbisschop Dirk Jan Dijkstra was drie weken geleden nog positief over de uitkomst van een lopende rechtszaak. Maar volgens een bericht van de NOS ‘is de kogel door de kerk’. Althans voorlopig. Leden van de Kerk, de pastafarians mogen volgens de rechtbank Noord-Nederland niet met een vergiet op het hoofd op de foto van de ID-kaart. De overwegingen zijn formeel en gaan over de interpretatie van artikel 28 , lid 3 van de Paspoortuitvoeringsregeling: ‘In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd.’ De gemeente Emmen en de rechtbank accepteren die uitzonderingsgrond  niet.

Kritiek is dat de overheid hiermee de vrijheid van godsdienst inperkt en niet heeft te bepalen wie een beroep op godsdienst doet. Dat beroep is neutraal en het is ongewenst als dat extra getoetst wordt. Ook niet via de omweg van de Paspoortuitvoeringsregeling. De overheid behoort zich niet te mengen in de interne werking van een religie en maatschappelijke ontwikkelingen te volgen. En die zoals hier niet te blokkeren of vertragen.

De Kerk gaat volgens Dijkstra in hoger beroep. De uitspraak bevat ook positief nieuws: de rechtbank vindt dat ‘het pastafarisme in elk geval een in de maatschappij aanwezige levensbeschouwende stroming is’. Dijkstra merkt op dat hij jurisprudentie schept en het nu nog per gemeente verschilt of je wel of niet met een vergiet op de foto van de ID-kaart mag. Emancipatie gaat langzaam. Emancipatie van de overheid wel te verstaan.