George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Van Abbemuseum

Acteur Mark Rylance verlaat Royal Shakespeare Company vanwege een sponsorovereenkomst met BP

with 2 comments

Een opvallend bericht in The Guardian, de gerespecteerde acteur Mark Rylance verlaat de Royal Shakespeare Company (RSC) vanwege de financiering door ‘big oil’ van de kunsten. Het gaat in dit geval om BP. Rylance meent dat de sponsorovereenkomst van BP met RSC het bedrijf toestond om ‘de destructieve realiteit van zijn activiteiten te verdoezelen’. Volgens hem bedreigen ze de toekomst van de planeet. Rylance zei niet met BP geassocieerd te willen worden, zoals hij dat evenmin zou willen met een wapenhandelaar, een tabaksproducent of wie dan ook die ‘moedwillig de levens van anderen levend en ongeboren vernietigt’.

Het besluit van Rylance is in lijn met andere acties tegen sponsorovereenkomsten in de kunsten met bedrijven die door een toenemend aantal activisten niet langer als ethisch toelaatbaar wordt gezien, zoals Nan Goldin bij de National Portrait Gallery  of de groep Gulf Labor in het Guggenheim Museum. In 2015 was er een rel over het Londense Science Museum toen Shell de inhoud van een tentoonstelling over klimaatverandering probeerde te beïnvloeden. Activist Chris Garrad van ‘bp or not bp’ gaf toen aan dat ‘het Science Museum een belangrijk radartje in de propagandamachine van Shell is’. Kunstenaar Michael Rakowitz weigerde om deel te nemen aan de 2019 Whitney Biennial vanwege de rol van wapenhandelaar Warren Kanders in de Raad van Toezicht van deze instelling.

Nederland kent ook dit soort protesten die echter mondjesmaat doorbreken in de publieke opinie. Zo is er het volgens vele critici besmette sponsorgeld van cultuurfonds Ammodo dat desondanks door vele musea (Museum Boijmans, Van Abbemuseum, Kröller-Müller Museum, Mauritshuis, Museum Boerhaave, Ons’ Lieve Heer op Solder, Rijksmuseum of Stedelijk Museum) probleemloos wordt aanvaard. Soms werkt protest wel. Het Van Gogmuseum en het Mauritshuis beëindigden in 2018 de sponsorovereenkomst met Shell na druk van de actiegroepen Fossil Free Culture NL en Fossielvrij NL.

Rylances optreden bij de RSC is van belang omdat hij de bewustwording over de sponsorovereenkomsten van bedrijven met culturele instellingen vergroot. Altijd moeten die culturele instellingen een tegenprestatie leveren. Soms is dat ethisch aanvaardbaar, soms is dat ethisch onaanvaardbaar. Een debat hierover kan niet los gezien worden van de steun voor de kunsten door de overheid. Want als culturele instellingen voor hun financiering in de richting van bedrijven en de sponsormarkt  worden gejaagd door een terugtredende overheid, dan gaat dat niet gratis. Rylance blijft een witte raaf. Zo is het een zeldzaamheid dat een conservator of museumdirecteur een museum vrijwillig verlaat vanwege een onethisch ingeschatte sponsorovereenkomst met een bedrijf. Dat dit niet gebeurt is bij nader inzien opmerkelijk omdat de over alles een mening hebbende assertieve hoogopgeleiden van nu niet het uiterste gevolg aan hun protest geven als het urgent wordt en hun eigenbelang groot is. Dat roept de vraag op wat die mening dan eigenlijk waard is.

Advertenties

Bij buitenmuurse presentaties van musea is populisme de valkuil

leave a comment »

Presentatie van objecten uit een museumcollectie buiten de muren van het museum is geen nieuwigheid. Schiphol, trein- en metrostations, hotels, stadskantoren of de etalages van de Hema of de Bijenkorf zijn als vanouds bekende plekken om objecten van (plaatselijke) musea te tonen. De opzet is drieledig. De betreffende plek wint er prestige mee, het museum krijgt er een extra presentatieplek bij en het museum stelt zich in de beeldvorming open naar de samenleving -of het eigen gemeentebestuur- en lijkt te zeggen dat het uit de ivoren toren neerdaalt tot middenin de samenleving. Voorzover is er niets bijzonders aan de hand.

Vraag is onder welke voorwaarden die presentatie ‘extra muros’ gebeurt. Wie is ervoor verantwoordelijk en beslist over de selectie? Uiteindelijk is dat het museumpersoneel dat procedures over behoud volgt. Museale objecten worden nauwgezet geconserveerd. Ze kunnen schade oplopen door veranderingen in lichtsterkte, luchtvochtigheid en temperatuur of door schokken. Het is de afdeling Collectie die verantwoordelijk is voor het uitlenen van objecten, hoewel het een eeuwig gevecht is met de afdeling Presentatie die daar rekkelijker in staat en een ander belang heeft. De rekkelijke kant heeft afgelopen jaren binnen musea terrein gewonnen.

Presentatie van voorwerpen buiten de museummuren kan op vele manieren. Geïnitieerd vanuit de doelstelling van het museum en volledig in eigen beheer of vanuit de doelstelling van een externe partij. In dat laatste geval ligt het populisme op de loer. Pop-up musea schieten uit de grond. Een pop-up museum is alleen in naam een museum. Het mist de kenmerken die een museum tot museum maken. Het haakt aan bij de tentoonstellingsmachine die sommige musea zijn geworden. Het is uitsluitend presentatie. Niets meer dan dat. Bedrijven, kunstfondsen of televisieprogramma’s willen maar al te graag hun naam aan musea verbinden.

Een stap die daar op reageert is dat musea bewust de koppeling met de sfeer van kosmopolitisme, reclame en bekendheid maken. Met als gevolg dat de doelstelling van een museum nog verder uit beeld raakt. Voorbeeld voor dit populisme is het project Museum van het NMvW. Bekende Nederlanders als als Yvette van Boven, Kenny B of Floortje Dessing worden zogenaamd curator van hun eigen museum. Ze maken onder begeleiding een selectie uit het depot. Filemon Wesselink opende gedurende drie weken een minimuseum op station Zwolle, aldus een bericht in De Telegraaf. Presentatie van objecten uit het depot buiten de museummuren oogt als publiciteitsstunt. Of er echt een duurzame relatie met de samenleving wordt gelegd is de vraag.

Musea doen in de publiciteit over buitenmuurse presentaties net alsof ze uit de lucht komen vallen en strikte voorwaarden over conservering niet meespelen en de sky the limit is in de selectie. Zo zegt perswoordvoerder Ilse Cornelis  van het Van Abbemuseum dat ‘de samensteller van de Van der Valk-collectie kan straks ook een topvoetballer zijn, een wetenschapper, of misschien wel de receptionist van het hotel’. Echt? Het kan bijna niet dat wat ze zegt ze zelf gelooft. Het klinkt niet alleen modieus en gaat voorbij aan de expertise die binnen musea bestaat, maar vertegenwoordigt ook uitsluitend de Presentatie/Marketing-kant van het museum.

Het tentoonspreiden van volkse gewoonheid en ruimdenkendheid, en een beeld van ‘alles kan’ worden zo deel van de marketing van een hedendaags kunstmuseum. Het museum presenteert zich als getapte jongen of meisje. Met als nevendoel om ook de subsidiegevers van de in gang gezette gewoonheid te overtuigen. Een museum is echter niet gewoon, maar buitengewoon. Achter de schermen wordt een voorselectie uitgevoerd en de topvoetballer, een wetenschapper of de receptionist van het hotel worden door de marketing bij de arm genomen, in een format geduwd om als front te dienen om de maatschappelijke binding van het museum te accentueren. Het museum dat zich zo heerlijk democratisch en transparant presenteert. Aan de buitenkant.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelVan der Valk Eindhoven krijgt kunst uit museum’ op Misset Horeca, 26 april 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelVan Abbemuseum gaat samenwerken met Van der Valk-hotel Eindhoven’ op ED, 18 maart 2018.

NRC inventariseert wat er mis is in de directie van het Stedelijk. Maar wat is de dieperliggende oorzaak voor het jarenlang falen?

with 4 comments

Het is geen geheim dat het al jaren rommelt in de top van het Stedelijk Museum (SM) in Amsterdam. Het is een slangenkuil. Velen sleuren eraan om het op orde te krijgen, maar dat wil niet lukken. De paradox is dat het SM een roemrijk verleden heeft, maar daar niet de essentie uithaalt voor nu. Het museum loopt over van ambitie en een complex dat ook dat andere gevallen Amsterdamse icoon Ajax teistert. Namelijk zelfoverschatting en een teveel aan goochem. Die grenzeloze ambitie vertaalt zich in de keuze door de Raad van Toezicht van de laatste twee directeuren (Goldstein en Ruf). Die moesten per se buiten de grenzen gevonden worden terwijl geschikte Nederlandse directeuren konden doorschuiven. Met als gevolg dat er directeuren worden geparachuteerd met een netwerk in de internationale kunstwereld of -handel, maar zonder een Amsterdams of Nederlands netwerk. Dit roept de vraag op wie toezicht houdt op de Raad van Toezicht. Daan van Lent en Arjen Ribbens zetten het voor NRC op een rijtje in een eerste artikel van een tweeluik over het museum.

Directe aanleiding voor het tweeluik is het afscheid van zakelijk directeur Karin van Gils die uit nood geboren tijdens het directoraat van Goldstein per 1 januari 2013 tot algemeen directeur werd benoemd. Daarna verscheen nooit een persbericht dat meldde dat ze dat niet langer was. Alleen dat al geeft de chaos, de slechte communicatie, de competentiestrijd in de top en de zorgwekkende rol van de Raad van Toezicht aan.

Van Lent en Ribbens omschrijven het prachtig, maar toch ontbreekt er iets. Wellicht komt dat nog in het tweede deel aan de orden. Wekt het artikel geen valse tegenstelling als het over de koers van het SM zegt: ‘Een breed opererende instelling, die mikt op zo veel mogelijk bezoekers en zo hoog mogelijke eigen inkomsten? Of een museum waarin bezoekcijfers ondergeschikt zijn aan een voortrekkersrol op het terrein van jonge internationale kunst?’ Is dat nou de essentie, de keuze tussen deze twee smaken? Is er niet meer?

Wie teruggaat in de recente geschiedenis van het SM en probeert te achterhalen wat de directeuren Sandberg, De Wilde en Beeren in de gouden tijd (1945-1990) met het SM deden raakt aan begrippen als ‘enthousiasme’, ‘urgentie’, ‘openheid’, ‘midden in de eigen tijd’ en ‘maatschappelijk betrokken’. Uiteraard was dat in een andere tijd met een ander Amsterdam, een ander Nederland, en een minder geglobaliseerde internationale kunstwereld met andere machtsverhoudingen. Toch wordt bij dat verleden onvoldoende aangehaakt. Het is wat anders dan de marketing van Van Gils of de kunstgeschiedenis van Ruf. Of zoals Jan Christiaan Braun of Rob van Koningsbruggen zouden zeggen, de verborgen kunsthandel van Ruf en de Raad van Toezicht.

Anders gezegd, het SM moet teruggaan naar de eigen kern van toen. En daaraan 25% van het DNA van het Van Abbemuseum (politieke urgentie en betrokkenheid), 25% van Boijmans (hoog tempo in de programmering, en dynamiek) en 25% van het Haags Gemeentemuseum (intelligente publieksvoorstellingen) aan toevoegen.

En 19 miljoen euro subsidie per jaar valt uit de toon bij Boijmans en het Haags Gemeentemuseum die het ongeveer met de helft doen en iets minder dan 10 miljoen euro krijgen. Met 19 miljoen is meer te doen. Om te beginnen kan er de trap mee schoongeveegd worden door de Raad van Toezicht aan de kant te zetten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe twee directeuren van het Stedelijk konden nooit goed met elkaar overweg’ van Daan van Lent en Arjen Ribbens in NRC, 5 oktober 2017.

Museumbezoek om er psychisch beter van te worden is het nieuwe normaal

with 2 comments

Museumbezoek om er psychisch beter van te worden is het nieuwe normaal. Dat zegt vooral iets over de rol van het museum in onze samenleving. Die is ijzersterk. Neem het onderzoek van VU-hoogleraar Rose-Marie Dröes dat als uitkomst heeft dat mensen met dementie beter worden van museumbezoek. Het Parool plaatst een ANP bericht. Of mensen met dementie beter worden door de kunst dat ze in het museum zien en erna in een betere stemming verkeren of dat het te maken heeft met extra aandacht en begeleiding die ze krijgen is onduidelijk. Mogelijk treedt hetzelfde effect op na een bezoek aan kerk, bioscoop, stiltecentrum, jaarmarkt of jaarbeurs. Maar Het Parool kopt vrolijk: ‘Mensen met dementie fleuren op in museum’. Moet dat niet gewoon zijn ‘Mensen met dementie fleuren op door betere begeleiding en aandacht’? Musea laten zich het aanleunen.

Stedelijk Museum aanvaardt geld van cultuurfonds Ammodo. Maar zou dit om morele en publicitaire redenen dienen te weigeren

with 2 comments

af

Het Stedelijk Museum kijkt samen met Stichting Ammodo naar een nieuwe plek voor het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, aldus bovenstaand bericht op Artforum. Gezien de achtergrond van Ammodo is dit een opvallende ontwikkeling die alles in zich heeft de kunstwereld te beschadigen. ‘Together with Ammodo, we look forward to investigating ways of creating an inspiring place that offers compelling artistic encounters in Amsterdam and contributes to the city’s thriving artistic climate’ zegt directeur Beatrix Ruf. Maar hoe aantrekkelijk is het voor een culturele instelling om met Ammodo in zee te gaan? Het Stedelijk is zeker niet de enige, het rijtje is uitgebreid. Zelfs inclusief het Van Abbemuseum dat zo vaak politiek de nek uitsteekt.

Ammodo heeft een voorgeschiedenis die instellingen als het Stedelijk Museum zouden moeten kennen. Want elke instelling dient zich voldoende te informeren over een geldschieter waarmee het in zee gaat. De geschiedenis van Ammodo is besmet. Het komt erop neer dat ‘pensioenpremies van havenarbeiders in Rotterdam en Amsterdam buiten medeweten en tegen de wil van de spaarders een andere bestemming kregen’, zoals zes hoogleraren in 2014 in een opinie-artikel in de NRC betoogden. Dit wil zeggen dat in 2007 pensioenverzekeringsbedrijf Optas buiten medeweten van werkgevers en werknemers in de havens is verkocht aan verzekeringsmaatschappij Aegon. De Stichting Optas streek hiermee een vermogen op van circa 1,3 miljard euro dat zij nu besteedt aan ‘culturele en wetenschappelijke’ doelen. Hoewel de overdracht juridisch klopt, is het moreel verwerpelijk. Een culturele instelling kan het geld aannemen, maar moet goed beseffen dat het zich kan corrumperen en hiermee de eigen geloofwaardigheid en morele positie op het spel zet.

In 2014 schreef Eric Smit een artikel voor FTM over de verkoop van Optas en het geld dat Ammodo nu uitdeelt aan kunsten en wetenschappen. Hij citeert CDA-kamerlid Pieter Omtzigt: ‘Het is pensioengeld dat op slinkse wijze werd omgekat tot een fonds voor goede doelen. Mensen hebben voor dat geld gewerkt, dat moet aan pensioenen ten goede komen. Punt. De ontvangers moeten weten waar het geld vandaan komt en moeten overwegen het niet in ontvangst te nemen’. Uit Smits rondgang langs instellingen blijkt dat ze moeilijk kunnen uitleggen waarom ze geld aannemen van Ammodo. Houvast biedt punt 1.4.6 van de gedragscode (2012) van het Instituut voor Fondsenwerving: ‘Iedereen die organisaties of projecten in de sector wil steunen, met respect voor de belangen van de organisatie en van de consumenten, zal naar algemene fatsoensnormen en met respect voor hun wensen worden behandeld. Ter bescherming van de goede naam van de organisatie en van de sector in het algemeen worden bepaalde donateurs echter bij voorbaat geweerd als het risico bestaat dat de geloofwaardigheid van de organisatie in het geding kan komen.

Robin Hood is de fictieve uitzondering, stelen van de rijken om het aan de armen te geven. In de echte wereld gaat het andersom, stelen van de armen om het aan de rijken te geven. Stelen van havenarbeiders om het aan kunst en wetenschap te geven. Dit voedt de onrust van kanslozen die vinden dat het establishment in een eigen bubbel leeft en zich niets aantrekt van gewone mensen. De logica is dat wie de macht heeft de regels kan stellen. De 1% van Occupy die aan de touwtjes trekt wordt inmiddels de 0,1% genoemd. Zo erg is het. Dat heet in nette termen denivellering. Die ontwikkeling is geen direct gevolg van eerlijke concurrentie of de open markt van het kapitalisme, maar komt voort uit de beschermingsconstructie van het corporatisme. Exact het nadeel van het Nederlandse poldermodel waarin belangenorganisaties, zoals werkgevers- en werknemersorganisaties vooral in het recente verleden met de overheid in vooroverleg afspraken maakten.

Vraag is in hoeverre Nederlandse musea als Museum Boijmans, Van Abbemuseum, Kröller-Müller Museum, Mauritshuis, Museum Boerhaave, Ons’ Lieve Heer op Solder, Rijksmuseum of Stedelijk Museum zich bewust zijn van het verleden van Ammodo. Of doen ze net of hun neus bloedt, zolang het duurt? Er is veel voor te zeggen voor instellingen om op morele gronden geen geld te aanvaarden van Ammodo. Ook om de eigen goede naam te beschermen die zich op enig moment door negatieve publiciteit over Ammodo tegen deze instellingen kan keren. Het verdient ernstige overweging voor instellingen zoals het Stedelijk Museum om voortaan geen geld meer van Ammodo aan te nemen omdat het besmet is. Dan kunnen ze gelijk werken aan het rechtzetten van het hardnekkige beeld dat Nederlandse musea zo behoudzuchtig en ouderwets zijn.

Foto: Schermafbeelding van berichtStedelijk Museum Looking for a New Contemporary Art Venue in Amsterdam’ op Artforum, 24 mei 2016.

Levi van Veluw in Marres te Maastricht. Echt niet meer dan ervaring?

with 2 comments

Bij het aanprijzen van beeldende kunst is tegenwoordig een belangrijk verkoopargument dat het ervaren kan worden. Cerebraal is uit op een paar culturele instellingen na als het Utrechtse BAK of het Van Abbemuseum die loodzwaar de theorie induiken. In Nederland voeren ze een achterhoedegevecht met mediagenieke popup-musea en tentoonstellingen die ervaringen bieden. De Maastrichtse presentatie-instelling Marres die in de periode 2013-2016 530.589 euro per jaar in de basisinfrastructuur ontvangt onderzoekt zogezegd de theorie van de ervaring. En verbindt zo handig de twee uitersten. Valentijn Byvanck is de directeur.

Het project ‘The Relativity of Mattervan Levi van Veluw is ‘een allesomvattende installatie die beslag legt op een heel gebouw, ruimte of huis. Het is volgens de toelichting ‘een alomvattende scenografische ervaring die de bezoekers onderdompelt in een wereld van uiteenlopende expressieve vormen.’ Van Veluw is bekend van de video ‘Origin of the beginning’ die nog onlangs te zien was op de tentoonstelling ‘Under the Skin in het Textielmuseum. Levi van Veluw gaat onvoorzien dieper dan de marketing het voorstelt. Reserveren vereist

lwW4Ojjb9l2Ah5kZ

Foto: Still uit publicatiemateriaal voor de crowdfunding op voordekunst van  ‘The Relativity of Matter‘ van Levi van Veluw.

Esche lonkt naar de markt: ‘Uw bedrijf en het Van Abbemuseum’

with one comment

Directeur Charles Esche van het Van Abbemuseum vraagt zich in een promotiefilmpje af hoe kunst vertaald kan worden zodat ondernemers en bedrijven er gebruik van kunnen maken. Verkoopt Esche hier zichzelf en zijn principes die hij op sociale media en ook in de eigen programmering blijft benadrukken? Dat brengt hem in een spagaat en bevestigt het beeld van een museumdirecteur die links denkt en marktgericht handelt. Het tast zijn geloofwaardigheid aan. Esche kan er dan ook niet blij mee zijn dat hij dit filmpje moet maken.

Zet Esche de deur op een kier voor tentoonstellingen van bedrijven die ruimte kopen in het Van Abbemuseum en zelf curator mogen spelen aan de hand van de behoeften van de klanten van dat bedrijf? Het valt te vrezen. Maar hoe verhoudt zich dat tot de reeks Politiek Kunstbezit met Jonas Staal? Een museum geeft kunstenaars de ruimte die het marktdenken veroordelen en profileert zich hiermee, maar omarmt tegelijk het marktdenken en verkoopt het bedrijfsleven een plek in het museum. Er bestaat een woord voor: voor-de-gek-houderij.

Het schaamteloos lonken van Esche naar geld van het bedrijfsleven is ontluisterend. Hij wordt gedwongen en doet dit niet uit eigen keuze. Eerder werd hem door de Eindhovense raad verweten met de rug naar de stad te staan. Nu zet hij zelfs de stap tot in de bestuurskamer. Het is het gevolg van de terugtredende overheid die culturele instellingen de markt opjaagt. Met Charles Esche als ooit principiële directeur die door de knieën gaat voor het grote geld. Is dit beschamender voor de culturele instelling of voor de overheid die dit afdwingt?