George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Tropenmuseum

Bladna.nl gebruikt een vermoeden over naamsverandering van Irina Shayk om te spreken over ‘de heersende islamhaat in de wereld’

leave a comment »

Bladna.nl is een online uitgave van het bedrijf Websil dat in het Marokkaanse Rabat is gevestigd. Bladna.nl is de Nederlandstalige versie van het Franstalige Bladi.net dat zich afficheert als ‘de eerste virtuele gemeenschap in Marokko’. Hoofdredacteur van Bladna.nl is Saïd Amraoui. Het afficheert zich op haar beurt als ‘belangrijkste nieuwswebsite voor Marokkanen in Nederland en België’. Er is nauwelijks nieuws over die landen op te vinden.

Amraoui is ook verbonden aan Hadjinfo. Dat is een informatieplatform voor de moslimgemeenschap in Nederland en België dat de pelgrimstocht naar Mekka omvat. Het heeft een islamitisch karakter en werkt samen met de Saoedische overheid, maar ook met reisbureaus. Hadjinfo is een project van Atlasbridges.nl dat zegt als missie te hebben ’te zoeken naar Marokkaanse en Arabische islamitische karakteristieken’.

Door de persoon Saïd Amraoui zijn dus Bladna.nl, Hadjinfo en Atlasbridges.nl verbonden. Op deze organisatie lijkt het uitgangspunt van de door beschuldigingen van seksueel overschrijdend gedrag van zijn voetstuk gevallen islamitische denker Tariq Ramadan van toepassing. Namelijk dat hij de moderniteit naar de islam brengt, maar niet de islam naar de moderniteit. Hij was tot zijn ontslag in 2009 verbonden aan de Erasmus Universiteit als gasthoogleraar en bij de gemeente Rotterdam als ‘bruggenbouwer’. Het is vergelijkbaar met de EO dat zich aansluit bij de tekenen van de tijd, maar tegelijk doelbewust de identiteit van een eigen religieuze zuil nastreeft. Ofwel, het moderniseert de vorm, maar niet de inhoud van waaruit het zich blijft voeden.

Het kan dat Atlasbridges welgemeend probeert ‘interactie tussen allochtonen en autochtonen te vergroten om wederzijdse interesse en begrip te stimuleren en zo structurele veranderingen aan te brengen daar waar het noodzakelijk blijkt te zijn’. Maar dit geeft ook gelijk de beperkingen aan van deze visie. Want het ter discussie stellen van de islamitische dogmatiek zal nooit noodzakelijk worden geacht. Deze islamitische organisaties in een modern jasje proberen de moslims in Nederland en België op een indirecte manier vast te houden. Men kan zich afvragen of partners van Hadjinfo, zoals de Rijksuniversiteit Groningen en het Tropenmuseum (NMVW) dit beseffen en waarom ze hieraan nog steeds denken mee te moeten werken. In een eerste fase van emancipatie kan dit een streven zijn dat steun verdient, maar na verloop wordt het een gevangenis die moslims opsluit in een eigen reservaat binnen de open, pluriforme samenlevingen van België en Nederland.

Hoe de islamiserende apartheid werkt bij Bladna.nl maakt een artikel van 4 augustus 2020 over het van oorsprong Russische model Irina Shayk (artiestennaam) duidelijk. Zij heet voluit Irina Shaykholislamova.

Het oorspronkelijke artikel van 3 augustus 2020 van Bladi.net over Irina Shayk bevat de volgende passage:

Terwijl Bladna.nl praat over ‘de heersende islamhaat in de wereld’ heeft Bladi.net waarop Bladna.nl zich baseert het over ‘een “wereldwijde oorlog tegen het terrorisme”, waarbij sommige mensen in anti-moslim paranoia leefden.’ Bladna.nl baseert de uitspraak van ‘heersende islamhaat in de wereld’ niet op het artikel van Bladi.net dat genuanceerder is en de belangrijke beperking geeft dat ‘sommige mensen’ in anti-islam paranoia leefden. Het gebrek aan nuancering van Bladna.nl wordt er nog vreemder op als we kijken naar het artikel in Le Monde waar Bladna.nl naar verwijst en dat blijkbaar de primaire bron is voor de berichtgeving van de artikelen in Bladna.nl en Bladi.net. De koppen van beide Marokkaanse media benadrukken dat Shayk werd gedwongen de islam uit haar naam te verwijderen, terwijl Le Monde het er in de kop bij laat wat de ‘echte naam’ van Shayk betekent. Het wordt er trouwens nog gecompliceerder op omdat Irina Shayk slechts een vermoeden en geen bewijs heeft dat haar volledige naam de reden voor de geweigerde toelating in de VS was.

In vertaling zegt Le Monde: ‘Ze probeerde een jaar lang tevergeefs een visum voor de Verenigde Staten te krijgen, maar realiseerde zich dat haar achternaam, “Leider van de  Islam”, de oorzaak was. Dit is de tijd van de “wereldwijde oorlog tegen het terrorisme”, die vaak overgaat in antimoslim paranoia’. De versie van Bladi.net komt overeen met die van Le Monde, waarbij eerstgenoemde het specifieker maakt door het te hebben over ‘sommige mensen’ terwijl Le Monde het algemeen houdt. Hoe dan ook wijkt de versie van Bladna.nl op het aspect van de reden voor Irina Shayks weigering om in de VS toegelaten te worden af van de versies van Bladi.net en Le Monde. Bladna.nl introduceert zonder dat daarvoor in beide artikelen een reden te vinden is de veroordelende en niet onderbouwde uitspraak over ‘de heersende islamhaat in de wereld’.

Daarnaast is het al een eeuw normaal dat publieke figuren die in de VS een carrière in de kunsten of de amusementsindustrie nastreven hun naam aanpassen. Zoals Irina Shayk deed. Het geldt overigens ook niet-publieke individuen. Dat kan door de naam te veramerikaniseren, te versimpelen of op te poetsen zodat die aansprekender, herkenbaarder en beter uitspreekbaar wordt. Dat betreft immigranten en leden van etnische minderheden die in de VS zijn geboren. De onlangs overleden acteur Kirk Douglas heette oorspronkelijk Issur Danielovitch Demsky, jazzsaxofonist Stan Getz werd geboren als Stanley Gayetsky en de Egyptische acteur Omar Shariff als Michel Demitri Shalhoub. Uitzonderlijk is de naamaanpassing van Irina Shaykholislamova niet.

Foto’s 1 en 4: Schermafbeelding van delen artikelLa top-model russe Irina Shayk, de son vrai nom « Chef de l’Islam »’ van 2 augustus 2020 op Le Monde:

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelIrina Shayk gedwongen Islam uit naam te halen’ van 4 augustus 2020 op Bladna.nl.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikel ‘Irina Shayk contrainte d’effacer l’islam de son vrai nom’ van 3 augustus 2020 op Bladi.net.

Afrika Museum staakt marketingcampagne na kritiek. Het toont de beperkte houdbaarheid van het management van het NMVW

with 2 comments

Het Afrika Museum in Berg en Dal betuigt spijt over bovenstaande video die onderdeel is van een marketingcampagne. Na een ‘storm van kritiek’ uit de zwarte gemeenschap is de campagne ingetrokken, aldus een bericht van Omroep Gelderland. Het museum is onderdeel van het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) dat centralistisch geleid wordt. Als er fouten zijn gemaakt dan moeten die toegerekend worden aan de directie van de NMVW. In dit geval directeur Stijn Schoonderwoerd, adjunct-directeur John Sijmonsbergen en hoofd marketing Nienke Bloemers. De drie musea van het NMVW hebben geen locatiehoofd en kunnen niet autonoom programmeren of een eigen marketingbeleid voeren. Deze museum zijn naast het Afrika Museum, Museum Volkenkunde in Leiden en het Tropenmuseum in Amsterdam. Het Rotterdamse Wereldmuseum is sinds 2017 formeel een samenwerkingspartner van de NMVW, maar is in de praktijk net zo gelijkgeschakeld als de andere drie musea onder het straffe management van de koepel NMVW.

De ontspoorde marketingcampagne van het Afrika Museum is des te opmerkelijker omdat het NMVW een politiek correcte koers vaart. Het combineert een linksig-humanistisch wereldbeeld met een populistische programmering en marketing. Dat leidt tot thema’s die het bij de politiek goed doen en waaraan het NMVW zich geen buil kan vallen. Dat het met de marketingcampagne voor Dagje Ghana is misgegaan wekt dan ook verbazing. De voormalige tentoonstellingsmaker Richard Kofi heeft het volgens Omroep Gelderland over een ‘ridiculicerende’ campagne. De sleutel van wat er bij het NMVW aan de hand is zit in zijn volgende opmerking: ‘Een klap in het gezicht van iedereen die tijd, geld en energie heeft gestoken in dat museum.’ Door de afstand tussen de werkvloer inclusief de museale en inhoudelijke deskundigen én het management van het NMVW dat fysiek en mentaal in een ivoren toren op afstand staat kunnen dit soort bedrijfsongelukjes blijkbaar gebeuren.

Het management van het NMVW is een overwegend witte organisatie met een zwarte (Wayne Modest) en negen witte stafleden waar de theorie de praktijk bepaalt. Dat spoort met de kritiek van ‘de zwarte gemeenschap’ op de campagne volgens Omroep Gelderland: ‘Uit de reacties op de campagne blijkt dat het om meer dan de campagne alleen gaat. Het museum wordt algeheel als ‘te wit’ ervaren. Afrika wordt nog te veel bezien vanuit een wit perspectief en bij het museum werken volgens de critici te weinig mensen met een Afrikaanse achtergrond. Juist een museum over een continent als Afrika zou veel bewuster bezig moeten zijn om zaken als diversiteit en inclusie te verankeren in het dna van de organisatie, luidt de kritiek.’ Dat is terechte kritiek die in het bericht van Omroep Gelderland verkeerd geadresseerd wordt. Organisatorisch bestaat er geen Afrika Museum. Het is directeur Stijn Schoonderwoerd die eigenmachtig vanuit de koepel NMVW de lijnen uitzet en bepaalt. Nu het mis gaat houdt hij zich om begrijpelijke redenen onzichtbaar.

Vragen over de rol van het NMVW in de ‘Museale voorziening slavernijverleden: hoe, wat en waar?’ van de gemeente Amsterdam

leave a comment »

Amsterdam benoemt een regiegroep én een klankbordgroep om te onderzoeken hoe een ‘museale voorziening’ over het trans-Atlantische slavernijverleden vorm moet krijgen. Ofwel, hoe, wat en waar? De schijn van belangenverstrengeling ligt op de loer omdat directeur Stijn Schoonderwoerd van het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW) lid van de klankbordgroep is. Men kan zich afvragen of dit verstandig is. Gaat hij over zijn eigen museum feedback geven en adviseren?

Men voelt aan alles dat de rol van Schoonderwoerd in de klankbordgroep niet klopt. Hij zit er in voor zijn eigenbelang. Vanuit oppervlakkigheid en politieke mode wil hij niet samenwerken, maar annexeren en controleren. Of blokkeren. Hij wil regie houden over zijn economisch museummodel van roulerende tentoonstellingen (zit er daarom geen inhoudelijk persoon in de klankbordgroep?) maar weet niet hoe hij een museum inhoudelijk moet regisseren. Hij wil ongetwijfeld een slavernijmuseum erbij claimen, alleen voor zijn eigen glorie. Waarom stelt hij het gebouw van het het Tropenmuseum niet beschikbaar zodat het een nationaal museum van en over het slavernijverleden kan worden en treedt hij zelf terug? Dan kan die beperkende koepel van het NMVW worden ontmanteld waarvan de totstandkoming geen inhoudelijke, maar slechts een economische reden heeft. Met Leiden gericht op historische wetenschap en culturele antropologie, Rotterdam op stad, verzamelaars en handel. Betrokkenen bij de gemeente Amsterdam valt te verwijten dat ze onvoldoende hebben nagedacht over het evenwichtig samenstellen van de regie- en klankbordgroep. Ze lijken op de automatische piloot de usual suspects te hebben uitgenodigd zonder besef wat dat in de praktijk voor gevolgen heeft.

Foto’s: Schermafbeeldingen van berichtMuseale voorziening slavernijverleden: hoe, wat en waar?’ van de gemeente Amsterdam, 3 juli 2020.

Nogmaals ‘Monarchie hoort in het museum. Laat daarom de Gouden Koets rijden’. Een storm van ongenoegen wacht de instituties

with 6 comments

I. Er staan op Petities.nl drie tamelijk brave petities met de strekking dat de gouden koets naar een museum moet. Zie hier, hier en hier. Maar als dat idee geïsoleerd wordt, dan heeft het weinig betekenis. De petities houden zich in en lijken niet te weten hoever ze durven gaan. Ze hebben kritiek op de gouden koets en het kolonialisme, maar dat zijn makkelijke voor de hand liggende symbolen. Want onderhand is een meerderheid tegen het kolonialisme en de symbolen daarvan, zoals standbeelden en zoiets als een gouden koets.

Daarnaast wenden de petities zich tot de Tweede Kamer dat het focuspunt van de gevestigde orde is. Dat soort onderdanigheid is niet de manier waarop een protest van onderop behoort te werken. Nu is het het moment om verder te denken. Niet de symbolen, maar het systeem van de ongelijkheid en het onrecht ofwel de machtsstructuur dient aangepakt te worden vanwege de rugwind van de protesten. Wie doordenkt komt uit bij de slotsom dat het Nederlandse koninklijk huis naar het museum moet. Dan pas krijgt het protest smoel.
 

II. In 2015 schreef ik het commentaarMonarchie hoort in het museum. Laat daarom de Gouden Koets rijden’:
‘Er is iets opvallends aan de hand met het opinieartikel van Joris Hanse voor Joop.nl. Niet hij, maar de reageerders trekken de ultieme consequentie uit zijn woorden. Ze pleiten voor afschaffing van de structuur achter de Gouden Koets: de monarchie. Hanse redeneert vanuit de haalbaarheid van de praktische politiek. Hij laat het bij het pleidooi om de Gouden Koets als symbool ‘voor al het leed dat Nederland in vier eeuwen overzee heeft aangericht’ naar het museum te verplaatsen. Op Prinsjesdag rijdt de koning in de Gouden Koets naar de Ridderzaal waar hij de troonrede uitspreekt. Het is de opening van het parlementaire jaar.

Waar Hanse doet aan symboolpolitiek door alleen de Gouden Koets aan te pakken gaan de reageerders verder: ‘Word het niet eens tijd dat het 110 miljoen kostende sprookje ook richting museum verdwijnt en een replica van WILLEM de overbodige bij het wassenbeelden museum voor de genen die zo nodig moeten zwaaien’, zegt Ton de Vries. Olav Meijer meent: ‘Natuurlijk hoort de gouden koets in een museum, net zoals het koningshuis zelf’ en Anja Lodewijks is consequent: ‘Daarom doe de koning in het museum, dan gaat de koets vanzelf mee.’ Eric Minnens koppelt juist monarchie en Gouden Koets los: ‘Anders gezegd: het is gemakkelijker een nieuwe koets aan te schaffen dan de monarchie af te schaffen.’ Het museum als opslag voor het ongewenste.

Er zijn vier opties: 1) Schaf de Gouden Koets (GK) af en de monarchie (M) niet; 2) Schaf GK en M af; 3) Schaf GK niet af en M wel; 4) Schaf GK en M niet af. Optie 3 vervalt omdat het onlogisch is een symbool te laten bestaan van een monarchie die afgeschat wordt. Optie 1 waar ook Joris Hanse voor pleit is een polderoplossing die de verschijningsvorm aanpast, maar de machtsstructuur erachter ongemoeid laat. Optie 4 is een voortzetting van de bestaande situatie. Optie 2 is de radicale oplossing die zowel symbool (GK) als structuur (M) aanpakt.

Hanse heeft gelijk met zijn opstelling omdat de macht van de monarchie op dit moment te sterk is om deze af te schaffen. Politieke partijen zien dat de pro-monarchistische krachten te sterk zijn en doen nu geen moeite om in principiële Republikeinse standpunten te investeren. Ik kwam in 2011 in een blogposting tot een exact tegenovergesteld standpunt als Hanse: ‘Het gevolg van de discussie rond het linkerpaneel van de Gouden Koets is dat links en rechts zich verschansen in de loopgraven. En dat het Koninklijk Huis opnieuw onderwerp van discussie is geworden.’ Anders gezegd, wie voor afschaffing van de monarchie is moet de Gouden Koets niet afschaffen, maar die als antireclame voor de monarchie juist laten blijven rijden. Leve de Gouden Koets!’

 
III. De politieke afweging van de zomer van 2020 is of de macht van de monarchie nog steeds sterk genoeg is om niet ter discussie gesteld te worden. Hoe dan ook werken deze halfslachtige petities die verzoeken om de gouden koets naar het museum te rijden averechts omdat ze niet de macht, maar slechts de symboliek van de macht aanpakken. In reactie op een FB-post van Tjebbe van Tijen (zie ook dit commentaar uit 2013 over de bibliotheek van het Tropeninstituut) schreef ik het volgende: ‘Mee eens Tjebbe. Laten we gelijk schoon schip maken en die hele Nederlandse koninklijke familie naar het museum overbrengen. Maar ik ben het er niet mee eens om de standbeelden in het water te gooien. Die kunnen ook naar het museum. Probleem is namelijk waar het opruimen stopt. Wie weet is er een radicale factie te vinden die mensen als Nelson Mandela, Rudolf Thorbecke of Anton de Kom om welke reden dan ook bij het oud vuil wil zetten. Interessant is de positie van het management van het Tropenmuseum of het NMVW dat zich afgelopen jaren zo politiek correct heeft gedragen. Gaan zij de storm doorstaan of radicaliseren ze nog verder richting politieke correctheid?’

Foto: Koning Willem-Alexander in de Gouden Koets, Prinsjesdag 2013.

Defensieve domheid van petitie ‘Sterke ondersteuning voor een vitale cultuursector’ gooit boel op slot en verdedigt eigen posities

with 2 comments

Aldus het slot van de petitie ‘Sterke ondersteuning voor een vitale cultuursector’ op de site van het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie Amateurkunst (LKCA) dat liefst 58 medewerkers telt. Alleen dit feit alleen al verklaart de petitie. De eigen positie wordt verdedigd. Er mogen geen nieuwe instituten in het leven geroepen worden. In de economie heet dat kartelvorming of oligarchie. De overheid bestrijdt dat, maar vreemd genoeg niet in de cultuursector waar klustering en stilstand worden bevorderd. Omdat het toch maar kunst is? Concurrentie voor overheidssubsidie wordt uitgeschakeld. Oogluikend wordt toegestaan door overheden dat enkele sectorinstituten de culturele markt verdelen, in bezit nemen en met een vals beroep op het publiek via deze petitie positief in de publiciteit brengen. De eigen pluim wordt via deze petitie nog mooier opgeschikt dan die echt is. De petitie getuigt van een onnoemelijke kortzichtigheid, onverdraagzaamheid en domheid.

Wijbrand Schaap van het Cultureel Persbureau zette me via een artikel op zijn site op het spoor van deze petitie. Hij leest de petitie zo: ‘De bestaande ondersteuningsinstituten in de cultuursector dringen er daarin namelijk bij de Tweede Kamer op aan om geen geld te steken in nieuwe ondersteuningsinstituten. Daarmee steken clubs als het Landelijk Kennniscentrum Amateurkunst (LKCA), Cultuur+Ondernemen, en de Boekmanstichting een kleine, doch wel tamelijk welgemikte dolk in de rug van hen die aan het lobbyen zijn voor een terugkeer – in enige vorm – van het Sectorinstituut Theater (TIN) en het Muziekcentrum Nederland (MCN) die door Halbe Zijlstra in 2012 de nek zijn omgedraaid.’ Schaap heeft gelijk. Waar is de solidariteit in deze gesubsidieerde cultuursector? Schaap: ‘De petitie kan niet anders gelezen worden dan als een signaal dat de gevestigde orde geen nieuwkomers wil. Zeker niet als dat ten koste gaat van diezelfde gevestigde orde.’ Een toevallig ontstane situatie wordt gefixeerd en gelegitimeerd met het argument dat het historisch gegroeid is. Zoals alles historisch gegroeid is. Mijn reactie op de FB-pagina van Wijbrand Schaap bij dit onderwerp:

Er is geen solidariteit binnen disciplines en evenmin tussen disciplines. Ieder vecht voor de eigen toko en hypotheek. Zo zagen we ook de gezaghebbende en unieke bibliotheek van het Tropeninstituut ontmanteld worden ten koste van steun aan een reeks van misbare en middelmatige instellingen. Het is de schande van zowel het veld als van de politieke besluitvormers dat ze dat billijkten. Waar was het overkoepelende Deltaplan voor de Kunsten dat unieke waarde vooropstelt zonder te ontaarden in paleiskunst door topinstellingen die hun kunstjes vertonen voor de macht? De culturele basisinfrastructuur waar de Raad voor Cultuur over adviseert is dat niet omdat er allerlei politieke, cultuurpolitieke en regionale belangen in gemengd zijn. Het Nieuwe Instituut is inderdaad zo’n instelling die op z’n best als middelmatig kan worden gekenmerkt. Op z’n slechtst als frauduleus en overbodig. Trouwens hoe dan is het nog steeds een raadsel waarom het ooit in de huidige vorm van de grond werd getild. Wie wordt niet moe van die kunstbobootjes die uitblinken in kortzichtigheid en het schrijven van beleidsstukken onder het mom ‘eigen instelling eerst’? De voorspelbare reactie is dat het brede publiek de schouders ophaalt over zoveel opportunisme en gebrek aan solidariteit, en geen begrip opbrengt voor de kunstsector. Dat lijkt nog niets eens onterecht.

Foto: Schermafbeelding van deel petitie ‘Sterke ondersteuning voor een vitale cultuursector’, november 2018.

Stine Jensen stelt vragen bij tentoonstelling in het Tropenmuseum: Kennisoverdracht, of pure indoctrinatie die de islam aanprijst?

with 7 comments

Columniste Stine Jensen ging met haar dochtertje naar de tentoonstelling ZieZo Marokko in het Amsterdamse Tropenmuseum (onderdeel van het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW)) en doet daar in NRC verslag van onder de titel ‘Help, mijn dochter gelooft in God’. Is het de taak van een museum om kinderen het geloof in God bij te brengen? Jensen betwijfelt of het educatieve programma bij deze tentoonstelling de toets der kritiek kan weerstaan: ‘Is hier nog wel sprake van kennisoverdracht, of is dit pure indoctrinatie als een directieve vrouwenstem de islam aanprijst?’ Dit incident staat symbool voor de teloorgang van het NMvW.

Bij het Tropenmuseum zijn sinds vijf jaar het populisme, politieke correctheid en een versimpelde opvatting van identiteitspolitiek leidend. In 2013 werd het wetenschappelijke hart eruit gesneden door het ontslag van 30 medewerkers, onder wie conservator Ben Meulenbeld. Zie hier voor mijn commentaar met de volgende slotsom: ‘Deze conservatoren zijn onmisbaar omdat ze een correctie geven op trends en sjablonen die de werkelijkheid reduceren.’ Door het ontslag van conservatoren kwam de weg vrij voor die trends en sjablonen die Jensen constateert bij de tentoonstelling ZieZo Marokko. Het is de politisering van de volkenkundige musea die zich uit in gemakzucht en behaagzucht die sluipenderwijs de weerspannigheid en kracht uit deze musea heeft gehaald. Postkolonialistische correctheid verlamt deze organisatie zonder kern en met veel vorm. Goedwillende medewerkers binnen het NMvW wachten hun tijd af op betere tijden. Hoelang nog?

In een commentaar over de tentoonstelling ‘POWERMASK’ in het Rotterdamse Wereldmuseum heb ik die populistische en politiek correcte mentaliteit van het management van het NMvW dat politiek (of nog erger: politiek correctheid en een enge opvatting van identiteitspolitiek) boven kunst stelt in een context gezet. Het Wereldmuseum dat wegens verbouwing tot eind 2018 geen grote presentaties meer toont dreigt het volgende slachtoffer te worden van de museale kaalslag van de leiding van het NMvW. Enkele citaten uit dit commentaar bieden reliëf. De kwaliteiten van ‘POWERMASK’ zijn het diapositief van het structurele tekort van het NMvW:

Aan het tentoonstellingsbeleid van het Wereldmuseum is het populisme van het NMvW nog niet af te lezen. Schrikbeeld is beleid dat kunstobjecten niet alleen ondergeschikt maakt aan het ‘maatschappelijke’ verhaal over kolonialisme of wereldburgerschap, maar kunst niet in de eigen waarde laat en invoegt als illustratie voor dat ‘maatschappelijke‘ verhaal. De tot en met 7 januari 2018 lopende tentoonstelling ‘POWERMASK’ van de Antwerpse modeontwerper en gastconservator Walter Van Beirendonck en conservator Alexandra van Dongen is het voorbeeld van een vitale, verrassende, inhoudelijk sterke tentoonstelling voor elk wat wils met de verbeelding aan de macht. Een voorbeeldige publiekstentoonstelling waarin kunstobjecten spreken zonder dat het een saaie en voorspelbare kunsthistorische uiteenzetting wordt. Of ze dienen als plaatje bij een praatje.

Op een tekstbord is een citaat van de Haïtiaans-Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat te lezen dat zegt: ‘Ik ben geen zwarte kunstenaar, ik ben een kunstenaar.’ Van hem is een schilderij uit de collectie Hans Sonnenberg te zien dat aan Museum Boijmans geschonken is. Dit citaat is een sleutelzin en valt ook te lezen als commentaar op het NMvW. Want er bestaat geen zwarte of niet-witte kunst, maar alleen kunst. In dit geval: goede kunst. De kwaliteit van de bruiklenen die Walter Van Beirendonck overal vandaan heeft weten te halen is indrukwekkend. De tentoonstellingsmakers lijken zich vrij te voelen en niet te bekommeren om het standpunt dat een tentoonstelling pas wordt gelegitimeerd door de persoonlijke achtergrond van de maker.

Bij ‘POWERMASK’ gaat het om de intentie van de makers die de tentoonstelling, noch de kunstobjecten in de mal van een ‘maatschappelijk‘ verhaal laten dwingen. Door het elan ontstijgt ‘POWERMASK’ eraan en krijgt een surplus. Terwijl dat ‘maatschappelijke‘ verhaal gewoon ondersteund wordt. Maar het gebeurt indirect en via dwarsverbanden. Gewild of ongewild is ‘POWERMASK’ op te vatten als subtiel antwoord op dit interne debat.

Het gaat niet om de beschuldiging van inlijving of populisme. Als het NMvW zweert bij de etnokitsch van Jimmy Nelson of verhalen over kolonialisme of slavernij, dan moet het dat tonen. Het gaat om de identiteit van het Wereldmuseum. Een persbericht van het NMvW uit 2016: ‘De constructie van deze krachtenbundeling is uniek te noemen. Het Wereldmuseum blijft een zelfstandig Rotterdams museum, maar gaat zeer nauw samenwerken met het NMVW, (..). Door deze samenwerking kan het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit, gebruik maken van de expertise en het netwerk van het Nationaal Museum van Wereldculturen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHelp, mijn dochter gelooft in God’ van Stine Jensen in NRC, 14 juli 2018.

Foto 2: Object van Folkert de Jong op tentoonstelling POWERMASK in het Wereldmuseum, eigen opname oktober 2017.

Met controversiële verkoop van werken uit collectie heeft Berkshire Museum zich geïsoleerd. Is dat de les die hieruit te leren valt?

with 3 comments

Ontzamelen van collectie-onderdelen van musea is aan voorwaarden verbonden. De opbrengst mag niet gebruikt worden voor een reparatie en renovatie van het gebouw vanwege achterstallig onderhoud. Het is in Nederland vastgelegd in de zogenaamde ‘Leidraad Afstoten Museale Objecten‘ (LAMO) dat een instrument voor zelfregulering en een praktisch verlengstuk van de afstotingsparagraaf in de Ethische Code is. Nationale museumverenigingen volgen de Ethische Code van de internationale Musemvereniging ICOM. In de VS is dat de Ethische Code van de AAM. De gedragsregels en ethische codes dienen om de museumsector te reguleren en er onder meer voor te zorgen dat individuele musea niet handelen tegen het belang van de sector in.

Dit blog gaf in een commentaar van 29 oktober 2017 aandacht aan het Berkshire Museum in Pittsfield, Massachusetts. Het is een cause célèbre geworden omdat bestuur en directeur Van Shields aangaven uit economische redenen delen van de collectie te willen verkopen en dat voornemen veel verzet ondervond. Na juridische uitspraken waarmee de museumsector niet tevreden was leverde onderhandse verkoop uit de museumcollectie  in april en mei 2018 47 miljoen dollar op. Op 25 juni kondigde het museum aan dat het van plan is om nog eens negen werken voor in totaal 8 miljoen dollar te verkopen. Het billboard verwijst naar die nieuwe verkoop. Bij de reacties zijn juridische, museale en publicitaire ontwikkelingen rond de verkoop na te lezen. Het deed veel stof opwaaien vanwege het precedent. Want als het ontzamelen om economische redenen bij dit lokale museum werd goedgekeurd, dan zouden andere besturen en museumdirecteuren het voorbeeld kunnen volgen. Zodat de uitverkoop van het openbaar kunstbezit hiermee werd aangekondigd.

In een videocommentaar gaat Michael Daly in op het feit dat het Berkshire Museum zich met de controversiële verkoop geïsoleerd heeft en in het bruikleenverkeer door de AAM wordt uitgesloten. Een andere ontwikkeling is het met pensioen gaan van museumdirecteur Van Shields. In een bericht van The Berkshire Eagle zegt een woordvoerder van het museum dat hij niet onder druk van het bestuur is opgestapt. De twijfel blijft echter bestaan of de positie van het museum wel zo precair was als Shields beweerde en moest leiden tot de verkoop van werken uit de collectie. Het is merkwaardig dat Shields opstapt nu hij zijn zin over de verkoop heeft doorgezet, de museumsector tegen zich in het harnas heeft gejaagd en zijn plannen niet meer kan uitvoeren.

Deze kwestie doet denken aan het voornemen van toenmalig directeur Stanley Bremer van het Rotterdamse Wereldmuseum om delen van de collectie (de deelcollectie Afrika) op de commerciële markt te verkopen en zo een fonds van 60 miljoen euro op te bouwen. Bremer werd na veel tegenstand uit de museumsector en een publieksbeweging in 2015 de laan uitgestuurd en liet het Wereldmuseum verweesd achter, als makkelijke prooi voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). Net als Shields stelde Bremer het ontzamelen voor als een noodzakelijke verkoop die diende om het museum het hoofd boven water te laten houden. Maar eerder lijkt het grote gebaar en de wil om met onorthodoxe maatregelen initiatief te nemen directeuren als Bremer of Shields te hebben gestuurd. In Rotterdam liep het goed af en werd de Afrikacollectie niet verkocht, in Pittsfield liep het slecht af en werden onder meer twee schilderijen van Norman Rockwell verkocht.

NB: Zie voor actueel nieuws via Twitter actiegroep Save the Art—Save Berkshire Museum

Foto: ‘This billboard along South Street in Pittsfield is visible near Guido’s as motorists drive north.’ In: The Berkshire Eagle, 2 juli 2018.

Amsterdam zoekt ‘museale voorziening’ over de Nederlandse slavernij. Maar met het Tropenmuseum heeft het die al in huis

with 6 comments

Het Amsterdamse raadslid voor GroenLinks Simion Blom is een pleitbezorger voor een slavernijmuseum. Samen met de SP en de PvdA formuleerde GroenLinks een initiatiefvoorstel voor een nationaal slavernijmuseum dat in de Amsterdamse raad op 20 december 2017 unaniem werd aangenomen. In de breed uitwaaierende toelichting bij het voorstel zijn de indieners van mening dat het niet de goede kant opgaat met de erkenning van het slavernijverleden: ‘In Nederland lijkt een kentering te ontstaan voor een meer open beleving van onze slavernijgeschiedenis’. De opzet is een museum dat ‘niet oordeelt of veroordeelt’, maar ‘begrijpt en verbindt’. Maar tegelijk halen de initiatiefnemers in hun toelichting hun pleidooi voor een breed nationaal slavernijmuseum dat ook hedendaagse slavernij omvat onderuit door het toe te spitsen op de trans-Atlantische slavernij en de geschiedenis van Afrika. Dat klinkt op zijn minst verwarrend en dubbelzinnig.

De gemeente Amsterdam neemt bij monde van wethouder Simone Kukenheim (D66) dit initiatief over. Feitelijk vragen de initiatiefnemers niet om een museum, maar om ‘een nationale museale voorziening over de Nederlandse slavernij en het erfgoed’. In de publiciteit praat Blom steeds weer over een museum en schept hij verwarring door af te wijken van het initiatiefvoorstel en vragenstellers waar nodig niet te corrigeren. Verschil tussen ‘een museum’ en ‘een museale voorziening’ lijkt te zien dat er geen duur, prestigieus apart gebouw voor wordt opgetuigd. Een voorziening kan ook een onderwijsprogramma of een deels ‘digitaal museum’ zijn zoals de uit de ideeën voor het gesneefde Nationaal Historisch Museum voortgekomen Canon van Nederland dat een initiatief van het Rijksmuseum en het Openluchtmuseum is. Het venster Slavernij (circa 1637-1863)  besteedt aandacht aan de slavernij met het accent op de trans-Atlatlantische slavernijhandel.

Welk doel een nationaal slavernijmuseum moet dienen is nog niet duidelijk omlijnd. Is dat toeristenspreiding in Amsterdam door er een nieuw museum naast te zetten, het versterken van de identiteit van Nederland of de nazaten van de slachtoffers van de trans-Atlantische slavenhandel, het versterken van de educatieve en culturele infrastructuur van Nederland of de erkenning van de nazaten van de slachtoffers van de slavernij? Of is zo’n museum kortweg een middel in de strijd tegen racisme, zoals de initiatiefnemers beweren? Waarom wordt het dan geen Nationaal Racismemuseum genoemd en is de omweg via een Nationaal Slavernijmuseum nodig? De initiatiefnemers onderschrijven in de toelichting dat het niet makkelijk is om vorm te geven aan een nationaal slavernijmuseum: ‘de mogelijkheden zijn oneindig en dat biedt volop de ruimte voor de oriëntatie en verkenning naar een museale voorziening.’ Maar die oneindige mogelijkheden en die volop ruimte voor oriëntatie houden ook in dat het nog alle kanten uit kan gaan. Met afbakening in de tijd (voor, tijdens en na de trans-Atlantische slavernijhandel) en inhoud. Of het een essentiële taak is voor de gemeente Amsterdam om deze ‘museale voorziening’ (samen met het Rijk) van subsidie te voorzien is ook nog geen uitgemaakte zaak.

Conservator Historische Vormgeving (Museum Boijmans) Alexandra van Dongen merkt naar aanleiding van het artikel ‘Amsterdam sticht een Nationaal Slavernijmuseum, iedereen mag meedenken’ in De Volkskrant in een posting op Facebook op: ‘Het Tropenmuseum Amsterdam lijkt me een heel goeie plek voor een Nationaal Slavernijmuseum. Waarom een nieuw museum beginnen terwijl dat historische gebouw heel geschikt is om met museale collecties, archieven en persoonlijke getuigenissen het volledige verhaal te vertellen.’ Ze heeft een punt en had er nog aan toe kunnen voegen waarom het nodig is om verkenningen en onderzoeken op te starten terwijl de museale infrastructuur binnen Amsterdam over dit onderwerp aanwezig is. Het Volkskrant-artikel constateert trouwens twee problemen: 1) wie bepaalt vorm en inhoud en 2) waarom in Amsterdam?

In het Tropenmuseum is nu de tentoonstellingHeden van het slavernijverleden’ te zien en het museum zegt in 2021 met een ‘nieuwe, uitgebreide tentoonstelling over het koloniaal- en slavernijverleden’ te komen. Het wekt bevreemding dat de initiatiefnemers in hun toelichting verwijzen naar allerlei buitenlandse musea, maar het Tropenmuseum in Amsterdam ongenoemd laten. Dit roept de vraag op of de initiatiefnemers wellicht het vanzelfsprekende missen en vluchten in vergezichten of dat het Tropenmuseum het bij hen heeft verbruid.

Uitspraken van Martin Berger roepen vragen op over de koers van het Nationaal Museum van Wereldculturen

with 2 comments

Conservator Martin Berger van de Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen houdt naar aanleiding van de tentoonstelling Heden van het slavernijverleden in het Tropenmuseum een begrijpelijk en sympathiek verhaal over slavernij en kolonialisme, maar zegt ook veel opmerkelijks over de rol van het museum dat vragen oproept over zijn begrip en kennis van de museumsector. Hij zegt dat ‘wij’ de tentoonstelling ‘heel bewust ingegaan’ zijn met het idee dat ‘wij willen niet deze tentoonstelling in ons eentje maken’. Zelfs: ‘wij kunnen deze tentoonstelling niet in ons eentje maken want wij hebben niet als enige dit verhaal’. Want: ‘Dit is een verhaal dat gaat over heel veel mensen in Nederland en dus dan moet je het ook samen met die mensen maken’. Vervolgens specificeert Berger ‘die mensen’ waarmee het museum in contract trad: academici, activisten, kunstenaars en onafhankelijke museumprofessionals. Later licht hij toe dat dit experts zijn.

Berger presenteert iets als nieuw wat helemaal niet nieuw is, maar stapt daarbij ook nog eens in de valkuil van zijn eigen blikvernauwing. Hij vindt het wiel uit dat allang uitgevonden is. Dat geeft te denken over de museale expertise die bij de Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen aanwezig is. Zeker wat historische tentoonstellingen betreft – maar niet uitsluitend – is het vanouds gebruikelijk dat Nederlandse musea allerlei ‘mensen in Nederland’ in een vroege fase bij een tentoonstelling betrekken. Externe (kunst)historici, bruikleengevers, collega-musea of gewone Nederlanders die thematisch bij het onderwerp betrokken zijn. Martin Berger doet zelfs nog een stapje terug door alleen experts of vertegenwoordigers van belangengroepen te beschouwen als ‘die mensen’ met de suggestie dat dit ‘gewone Nederlanders’ zijn.

Daarnaast is zijn aanname dat een museum een tentoonstelling niet in zijn eentje kan maken omdat het ‘niet als enige het verhaal’ heeft van een ontluisterende argeloosheid. Want dat geldt per definitie voor elk verhaal dat in een museum verteld en getoond wordt. Dat zou betekenen dat een museum nooit in zijn eentje een tentoonstelling kan maken. Of het een tekort aan museale kennis of een teveel aan politieke correctheid is dat Berger het meest in de weg zit is de vraag. Als dit interview illustratief is voor het denken binnen de Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen roept dat volop vragen op over de koers die het is ingeslagen.

Na kritiek is wassen beeld van Hitler verwijderd uit Indonesisch ‘trick eye’ museum

with 2 comments

Het De Mata Museum in het Indonesische Jogjakarta kreeg kritiek in de westerse pers vanwege een overigens slecht lijkend wassen beeld van Hitler tegen de achtergrond van de ingang van het Duitse concentratiekamp Auschwitz met de leuze ‘Arbeit Macht Frei’. Inmiddels heeft het museum het wassen beeld van Adolf Hitler weggehaald. Het De Mata ‘trick eye’ Museum is een instelling waarin het gaat om de optische illusie en de beleving van de bezoeker centraal staat. In de spanning tussen informatie en entertainment (infotainment) ligt het accent overduidelijk op het laatste. Bezoekers kunnen zich (laten) fotograferen in kostuum, of in wat het museum een 3D-omgeving, een 4D-omgeving of een 5D-omgeving noemt. Wat het daar precies mee bedoelt is onduidelijk. Zie hier voor uploaded foto’s van bezoekers. Het bewijs er geweest te zijn is de truc en de pret ervan. Hoe dan ook paste de foto van Auschwitz en het wassen beeld van Hitler in de reeks nationale helden, ’s werelds beroemdste leider en president, internationale beroemdheden en superhelden in dit ‘museum’.

In een bericht in The Times of Israel wordt Hitlers presentatie in het De Mata Museum door critici verachtelijk en walgelijk gevonden. Het zou de slachtoffers bespotten. Daarin hebben ze gelijk, het De Mata Museum is amusement dat geschiedenis als weggooiproduct gebruikt. Maar er is een andere kant aan het verhaal zoals onder meer blijkt uit Anoek Steketee’s project ‘Vroeger is een ver land’ (2013) in het ‘oude’ Tropenmuseum. Zij spitste dat toe op het koloniale verleden van Indonesië, waar zoals Steketee zegt ‘het verleden ligt voor veel mensen gewoon te ver weg’. Re-enactment of het naspelen of uitbeelden van historische gebeurtenissen is een fenomeen dat in Azië meer mensen aanspreekt dan in Europa waar het de liefhebberij van excentrieke hobbyisten is. In Europa weegt geschiedenis zwaarder en kent het verleden navenant meer gevoelige kanten.

Foto 1: Bezoekster met inmiddels verwijderd wassen beeld dat Adolf Hitler moet voorstellen in het De Mata Museum in Jogjakarta.

Foto 2: Foto van bezoekers van het De Mata Museum in Nederlands kostuum uit photostream op Tripadvisor.

%d bloggers liken dit: