Kritiek op culturele toe-eigening is onnozel. Het voorbeeld ‘Charlie Parker with Strings’

De autoriteit op het gebied van de muziek van altsaxofonist Charlie ‘Bird’ Parker (1920-1955) is Phil Schaap. Omdat zijn programma ‘Birdflight’ op WKCR is opgeschort wegens technische problemen van de zender (’the house of technical difficulties’ noemt Schaap het gekscherend) worden er momenteel herhalingen uitgezonden. Schaap heeft een eigen website waar sommige herhalingen ook zijn terug te horen. Zijn programma’s inclusief interviews met musici zijn getuigenissen die door reconstructie van het verleden dienen als archief van een langzaam verdwijnende Amerikaanse muziektraditie. Niet dat de Jazz verdwijnt, maar de verschijningsvorm van toen bestaat niet meer.

Schaap benadert de muziek vanuit verschillende invalshoeken. De Swing of Jazz van de jaren 1930 tot 1955 ziet hij als de popmuziek van toen. Een jazzmusicus als Charlie Parker was de Elvis Presley of The Beatles van zijn tijd. Dat valt voor een hedendaags publiek niet meer voor te stellen. Door Parkers samenwerking met klassieke musici, in de wandeling ‘With Strings’ genoemd bereikte Parker eind jaren 1940 en begin 1950 een aanzienlijke populariteit bij het grote publiek.

Parker is het voorbeeld ervan dat het debat over acculturatie en toe-eigening in de kunst onzinnig is en nergens toe leidt. Het is een nieuw soort apartheid dat etiketten plakt, schuttingen opricht en grenzen sluit tussen culturen. Daar heeft de kunst niets aan omdat in de kunsten ontleningen, bewerkingen en citaten zuurstof en inspiratie geven. Doorgaans wordt dat debat door niet-kunstenaars aangesneden die het niet om die kunst te doen is, maar om een politieke agenda. Als het over culturele toe-eigening (‘cultural appropriation’) gaat dan worden daar meestal witte kunstenaars mee bedoeld die zich elementen uit niet-witte culturen zouden toe-eigenen.

Nog levendig staat me een openbaar debat uit 2017 voor ogen in Galerie Sanaa dat werd gemodereerd door conservator Alexandra van Dongen waar kunstenaar Paul Bogaers (toen Tilburg, nu Amsterdam) door sommigen uit het publiek fel wel aangesproken over zijn gebruik van Afrikaanse elementen in zijn werk. Enkelen vonden het onaanvaardbaar wat hij deed. Zie hier mijn commentaar. Vorig jaar had ik het er nog met de kunstenaar over en de conclusie is dat het een brisant onderwerp is waar de kleinste misstap of de perceptie bij een deel van het publiek van een misstap tot een ontploffing in dat mijnenveld kan leiden. Kunstenaars voelen zich geïntimideerd door deze politieke activisten en zien er soms van af om die ‘andere’ elementen nog te gebruiken. Dat is verlies voor de kunst en winst voor de hokjesgeest.

Minder kritiek klinkt op ‘zwarte’ kunstenaars die uit de witte cultuur lenen. Hoewel wel degelijk in zwarte kringen het begrip ‘bounty’ opduikt, zwart van buiten en wit van binnen. Maar dan is de kritiek niet zozeer gericht op de toe-eigening van elementen uit een andere, vaak witte cultuur door de zwarte kunstenaar, maar om het verraad van de eigen cultuur.

Het is onbegrijpelijk waarom sommigen zo moeilijk doen over culturele toe-eigening en slagbomen in de kunst willen oprichten. Parker was een musicus in de traditie van de Amerikaanse jazz en blues, maar had tevens respect voor witte, Europese componisten als Igor Stravinsky en Edgar Varèse. Met zijn project ‘Charlie Parker with Strings’ doorbrak hij grenzen en werkte hij samen met witte klassieke musici als hoboïst Mitch Miller en waren de songs afkomstig van witte, vaak Joodse componisten uit de zogenaamde Tin Pan Alley songtraditie, zoals Cole Porter, Vernon Duke of George Gershwin.

Op een bijna identieke wijze zette in de jaren 1950 zangeres Ella Fitzgerald een nieuwe stap in haar carrière door de Songbooks van die Tin Pan Alley componisten en tekstschrijvers op de plaat te zetten. In een artikel noemt Jay Weiser de kritiek saai (‘vapid’) dat ze haar vocale stijl zou ‘witten’. Tegen het verwijt van psychologische acculturatie kan een kunstenaar zich moeilijk verdedigen omdat het vragen zet bij iemands motieven. Daarmee wordt de kunstenaar de kunst uitgezet.

De kritiek gaat in het voorbeeld van de populaire Amerikaanse muziek en de jazz ook voorbij aan het ontstaan ervan. Jazz is in New Orleans in de tweede helft van de 19e eeuw ontstaan door de samensmelting van Europese, Afrikaanse en Amerikaanse elementen. Dat is de ultieme weerlegging van het verbod op culturele toe-eigening. Drummer Pierre Courbois vatte dat ooit zo samen: ‘Jazz is multiculturele wereldmuziek, waarvoor de Europese ingrediënten net zo onmisbaar zijn geweest als de Afrikaanse kok’. Daarom is het logisch dat iemand als Charlie Parker de Europese elementen succesvol kon benadrukken zonder de jazz of zijn eigen opvatting ervan te verloochenen of te buiten te gaan.

Kunstvormen zijn doorgaans breder, samengestelder, gelaagder en gevarieerder dan politieke activisten in hun spookbeeld van uniformiteit en monotonie claimen. Daarom moeten kunstenaars van die dreigende, afkeurende kritiek uit politiek-activistische hoek zich geen snars aantrekken en gewoon over culturele grenzen gaan. Dat is namelijk de essentiële functie van kunst.

Foto: William P. Gottlieb, [Portrait of Charlie Parker, Carnegie Hall, New York, N.Y., ca. 1947]. Collectie: Library of Congress.

Akwasi is zo vaag, politiek en algemeen in zijn kritiek op het Afrika Museum (NMVW), dat hij feitelijk aan het falen ervan niet toekomt

Akwasi Owusu Ansah, artiestennaam Akwasi, is een Nederlandse rapper en acteur van Ghanese afkomst. Hij heeft geen specifieke deskundigheid op het gebied van Erfgoed, (Etnografische) beeldende kunst en kunstgeschiedenis of Museologie. Toch doet hij op het Erfgoedfestival Gelderland verregaande uitspraken over het reilen en zeilen van het Afrika Museum in Berg en Dal. Dat is onderdeel van het Nationaal Museum voor Wereldculturen (NMVW) waar ook het Tropenmuseum (Amsterdam) en het Museum Volkenkunde (Leiden) onderdeel van uitmaken. Het Wereldmuseum Rotterdam is formeel zijdelings verbonden aan het NMVW.

Het Erfgoedfestival noemt bij deze video op YouTube Akwasi’s betoog ‘oprecht en kritisch’. Akwasi meent dat het Afrika Museum niet inspireert en op de schop moet, maar volop kansen heeft om in de toekomst iets te bieden. Dat is een verwijt aan het management van het NMVW. Via onderzoeker en vice-directeur van het NMVW Wayne Modest reageert dit museum met een kort commentaar in een andere video van het Erfgoedfestival. Modest neemt de houding aan om Akwasi’s betoog te omarmen zonder inhoudelijk op de kritiek in te gaan. De paradox is dat het politiek correcte denken van Akwasi en het NMVW op één lijn zitten en ze hierin weinig van elkaar verschillen, maar eerstgenoemde toch fundamentele kritiek op het Afrika Museum heeft. Dat wringt. Hoe kan Modest Akwasi’s kritiek omarmen die haaks staat op het beleid van het NMVW? Modest buigt met de kritiek mee zonder die op zijn eigen organisatie te willen of durven betrekken.

Het raadsel is waarom Akwasi is uitgenodigd om hierover te praten omdat dat meer vanwege zijn identiteit, dan vanwege zijn vakinhoudelijke kennis over het Afrika Museum beredeneerd lijkt. Hoewel het prima is en iedereen hierover een mening kan uiten, blijft het onduidelijk waarom het Erfgoedfestival vindt dat Akwasi hierover een platform moet worden geboden. In zijn verhaal leidt Akwasi uit enkele voorbeelden van bevooroordeeld, wit denken over Afrika en Afrikanen een algemene regel af. Hij schuwt hierbij de karikatuur niet. Zijn regel is dat het Afrika Museum gedekoloniseerd moet worden. Door verwijzingen naar God, de heilige geest en ‘de Congregatie’ refereert hij aan de ontstaansgeschiedenis van dit museum dat vanaf 1954 uit de verzamelingen van de paters en broeders van de Congregatie van de Heilige Geest is ontstaan.

Akwasi heeft geen ongelijk als hij het management van het NMVW verwijt dat er in het Afrika Museum geen Afrikaanse stemmen en gezichten uit de Afrikaanse diaspora zijn. Dat is inderdaad ongeloofwaardig, maar heeft een andere oorzaak dan Akwasi vermoedt. Hij kijkt door de bril van het identiteitsdenken, kolonialisme en racisme en kijkt daarom niet verder naar andere oorzaken. Zo zal hij het antwoord op zijn vraag niet vinden. Dit geeft opnieuw aan dat Akwasi door zijn beperkte, activistische blik niet de meest voor de hand liggende persoon is om te reflecteren op het Afrika Museum. Zijn mening gaat voor de analyse uit. Wayne Modest is als betrokkene en degene die de kritiek ontvangt evenmin bereid om in dat antwoord te voorzien. Het antwoord is anders dan Akwasi suggereert. Het heeft slechts zijdelings met identiteit te maken.

Het NMVW is een directieve, verambtelijke organisatie waar de wetenschappelijke staf en de kunstobjecten naar de marge zijn verdreven door een usurperend management dat het vooral te doen is om de eigen functie te beschermen. In museaal Nederland staat het NMVW bekend als een in zichzelf gekeerde organisatie die niet volgens de geldende museale normen geleid wordt. Het middel dat het hiervoor gebruikt is politiek correct denken en het voorzichtig omarmen van de mode van de dag: identiteitspolitiek. Daarmee probeert het de landelijke en lokale politiek te behagen als afleiding voor het eigen functioneren. De tragische figuur in dit verhaal is niet Akwasi die voor zijn politieke mening uitkomt en zijn kans grijpt of de witte personen waar hij een karikaturale schets van geeft, maar Wayne Modest. En met hem het NMVW. Ze hebben het geluk dat Akwasi nergens concreet wordt over een organisatie die hij zogenaamd kritisch bejegent, maar weg laat komen doordat hij in algemeenheden blijft hangen. Feitelijk dekt hij de onvolkomenheden van het NMVW toe.

Frans-Congolese activisten die grafbeeld uit Afrika Museum ontvreemdden dreigen met nieuwe acties in Nederlandse musea

De dwarsdenkers hebben in Nederland een nieuw filiaal geopend. In de museumsector. We kennen al de actiegroep Viruswaanzin, graancirkel-denkers en allerlei complotdenkers die het opnemen tegen de overheid, de bestaande orde inclusief de media en de wetenschap, en de rechtsstaat die niet de hunne zou zijn.

Aan dat rijtje van politieke activisten die zeggen door roeien en ruiten te willen gaan kunnen de Franse-Congolese actievoerders toegevoegd worden die vorige week op klaarlichte dag uit het Afrika Museum een Congolees grafbeeld stalen en ermee naar buiten liepen. Daar werden ze door de politie in de kraag gevat.

Ze dreigen terug te komen, want ‘er zijn twee of drie musea met Afrikaanse kunst hier, dus we komen terug’. Aldus een bericht van Omroep Gelderland. Wereldmuseum, Tropenmuseum en Museum Volkenkunde zijn gewaarschuwd.

Actievoerder Mwazulu Diyabanza lijkt nauwelijks iets te weten van de Nederlandse politieke, museale en juridische situatie. Het is onduidelijk wat zijn expertise op het gebied van etnografische kunst en historische collecties is. Hij zegt dat het niet aan de musea en overheden van Europa is om te beslissen wanneer en hoe iets wordt teruggegeven. Maar dat het aan ‘ons’ is. Diyabanza voert het wij-denken tot grote hoogte.

Zijn overmoed en eigendunk zijn grotesk. Wie denkt hij wel dat hij is en waarom denkt juist hij een speciale rol voor zichzelf te kunnen claimen? Wat weet hij van de achtergrond van de collectievorming en de etnografische kunstobjecten? Het antwoord is duidelijk: niets, ‘rien’. Hij heeft geen benul waarover hij praat.

Zijn argumentatie gaat niet verder dan een algemeen praatje over kolonialisme. Het is goed als actievoerders proberen druk te zetten in een dossier waar weinig beweging in zit. Dan hebben ze wel de verplichting zich te verdiepen in de situatie waar ze zich over uitspreken. Die kennis ontbreekt. De actievoerders kijken met hun Franse perspectief naar de Nederlandse situatie en denken dat een en ander samenvalt. Dat is een misvatting.

Deze actievoerders maken met hun slechte voorbereiding, hun ontbrekende basale kennis over het onderwerp waar ze kritiek op hebben en hun overmoed, grootheidswaan en brutaliteit, vooral zichzelf belachelijk. Zoals al die complotdenkers doen die met oppervlakkige kennis denken de problemen in de wereld op te kunnen lossen. Daarnaast belasten ze Nederlandse musea met hun brouhaha en jagen die op kosten omdat er extra beveiliging ingehuurd moet worden. Ook doorkruisen ze als razenden een serieus debat over roofkunst en kolonialisme waar musea met allerlei betrokken over in gesprek zijn.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelActivisten Afrika Museum nog niet klaar in Nederland: ‘Wij komen terug’’ van Omroep Gelderland, 13 september 2020.

Bobiso Media Monde antiracisme activisten stelen Congolees grafbeeld uit Afrika Museum. En worden buiten gearresteerd

Franse activisten zijn door de politie opgepakt buiten het Afrika Museum voor het stelen van een Congolees grafbeeld. In een bericht schetst De Gelderlander de achtergrond van de actie. Of zo men wil: de diefstal. De activisten noemen zich Bobiso Media Monde. De actie vond plaats op donderdag 10 september tijdens de reguliere openingstijd van het museum. Het personeel van het museum greep niet in, maar alarmeerde de politie. Drie mannen en twee vrouwen werden aangehouden door agenten.

Het Afrika Museum maakt deel uit van het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) dat de laatste jaren onder het directoraat van Stijn Schoonderwoerd een tamelijk populistische en politiek correcte koers vaart. De paradox is dat het NMVW nu door deze activisten links wordt ingehaald. Directeur Schoonderwoerd zei volgens een bericht in NRC in 2019 dat het NMVW ruimhartig om zou gaan met verzoeken tot teruggave van roofkunst aan herkomstlanden.

In een satirisch aandoende versie van het Nederlands verklaren de activisten in een FB-post hun actie. Het is opvallend dat activisten die het van publiciteit en communicatiemiddelen moeten hebben zich op deze wijze uiten en een parodie van zichzelf maken: ‘ALERT ALERT De woordvoerder MWAZULU DIYABANZA en de kameraden van M-UDC werden opgeroepen door de HOLLANDAISE politie naar aanleiding van de actie van vanmorgen in Afrika in Nederland in de stad Bergen en val. Deze PACIFIEKE actie past in het kader van de operatie herstel van onze kunstwerken die allemaal zijn verworven door plundering, diefstal, geweld tijdens COLONISATIE en SCHLAVE. Morgenochtend om 10 uur is er een MOBILISATIE gepland voor de Nederlandse ambassade ter ondersteuning van de kameraad. (Metro: Duroc) Delen zonder mate! Thomas SANKARA zei dat de slaaf die niet in staat is om zijn REVOLTE aan te nemen, het niet waard is om medelijden te hebben met zijn lot alleen de VRIJE BESTRIJD.

De activisten nemen in hun toelichting bij de video geen blad voor de mond. Het Afrika Museum omschrijven ze alsvolgt: ‘Dit museum is een museum van missies, opgericht door katholieke missionarissen met als doel zowel Afrikanen als Afrikanen definitief te breken en hun ziel te corrumperen.’ Deze framing komt niet overeen met het beeld dat van pater-conservator J. B. van Croonenburg bestaat die vanaf 1958 aandacht voor de artistieke waarde van de objecten had en aldus de collectie uitbouwde. De claim van de activisten dat ‘bijna 450.000 Afrikaanse stukken zijn geplunderd en gestolen onder kolonisatie en razzia’s op slaven’ komt evenmin overeen met de realiteit. Het museum heeft door aankopen de collectie uitgebreid.

De overkoepelende vraag is wie deze activisten zijn, namens wie ze menen te kunnen spreken en hoe ze de diefstal van een kunstobject menen te kunnen legitimeren. Zoals gezegd, directeur Schoonderwoerd heeft in 2019 aangegeven ruimhartig om te gaan met verzoeken tot teruggave van roofkunst. Dat is de juiste weg om roofkunst terug te geven aan de herkomstlanden. Want het museum heeft ook door schenkingen en aankopen de collectie gevormd.

Een ander, steeds weer terugkerend aspect is de wetmatigheid dat externe, gepolitiseerde betrokkenen kunst beschouwen als ondergeschikt aan hun doelstelling en feitelijk hun eigendom. Dat komt voor uit berekening waarbij kunstobjecten dienen als zelfprofilering. Daartoe proberen ze de kunst een verantwoording op te leggen waarbij alle finesses en eigenschappen van de kunst verdwijnen. Zo redeneren politieke partijen en zo redeneren politieke activisten. Dat is ongelukkig omdat het de kwetsbare kunst nog kwetsbaarder maakt dan die al is. Kunst moet zowel tegen de politiek als tegen dit soort activisme beschermd worden.

Afrika Museum staakt marketingcampagne na kritiek. Het toont de beperkte houdbaarheid van het management van het NMVW

Update 4 januari 2021: Positief nieuws voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW): directeur Stijn Schoonderwoerd vertrekt naar Nationale Opera & Ballet waar hij per 1 februari 2021 algemeen directeur wordt. Dat geeft zicht op een nieuwe koers, weg van het populisme en de politieke correctheid die tijdens Schoonderwoerds directoraat werden doorgevoerd. Met als gevolg dat het NMVW afgelopen jaren in coma is geraakt.

Zijn vertrek geeft ruimte aan museumprofessionals en professioneel handelen bij het NMVW waar het afgelopen jaren zo aan heeft ontbroken. Voorwaarde is wel dat Schoonderwoerd niet opgevolgd wordt door een meeloper die nu al in dienst is, maar door een krachtige buitenstaander die schoon schip maakt. Niet een softe wereldverbeteraar als Schoonderwoerd die het niet om de kunst gaat, maar een (kunst)historicus met ruime museale ervaring. Maar of de Raad van Toezicht  schoon schip durft maken is zeer de vraag. 

Een teken aan de wand dat de huidige koers wordt voortgezet is de benoeming van Wayne Modest tot inhoudelijk directeur, aldus een bericht van het Tropenmuseum. Volgens Schoonderwoerd is door de benoeming van Modest de ‘continuïteit in de directie na mijn vertrek verzekerd. Ik vertrek dan ook met een gerust hart, in de wetenschap dat met Wayne als inhoudelijk directeur ons beleid wordt voortgezet.’ Maar dat is juist wat niet moet gebeuren. Vraag is hoe Modest er zelf over denkt. Dat is de onzekere factor, naast het feit wie er tot algemeen directeur wordt benoemd en hoe de Raad van Toezicht denkt. De twee ‘Rotterdamse’ leden in de Raad van Toezicht kunnen hun kans grijpen om te eisen dat de onder Schoonderwoerd verwaarloosde Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum serieus wordt genomen. Dat kunnen ze als eis aan de nieuwe algemeen directeur stellen. 

Het Afrika Museum in Berg en Dal betuigt spijt over bovenstaande video die onderdeel is van een marketingcampagne. Na een ‘storm van kritiek’ uit de zwarte gemeenschap is de campagne ingetrokken, aldus een bericht van Omroep Gelderland. Het museum is onderdeel van het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) dat centralistisch geleid wordt. Als er fouten zijn gemaakt dan moeten die toegerekend worden aan de directie van de NMVW. In dit geval directeur Stijn Schoonderwoerd, adjunct-directeur John Sijmonsbergen en hoofd marketing Nienke Bloemers. De drie musea van het NMVW hebben geen locatiehoofd en kunnen niet autonoom programmeren of een eigen marketingbeleid voeren. Deze museum zijn naast het Afrika Museum, Museum Volkenkunde in Leiden en het Tropenmuseum in Amsterdam. Het Rotterdamse Wereldmuseum is sinds 2017 formeel een samenwerkingspartner van de NMVW, maar is in de praktijk net zo gelijkgeschakeld als de andere drie musea onder het straffe management van de koepel NMVW.

De ontspoorde marketingcampagne van het Afrika Museum is des te opmerkelijker omdat het NMVW een politiek correcte koers vaart. Het combineert een linksig-humanistisch wereldbeeld met een populistische programmering en marketing. Dat leidt tot thema’s die het bij de politiek goed doen en waaraan het NMVW zich geen buil kan vallen. Dat het met de marketingcampagne voor Dagje Ghana is misgegaan wekt dan ook verbazing. De voormalige tentoonstellingsmaker Richard Kofi heeft het volgens Omroep Gelderland over een ‘ridiculicerende’ campagne. De sleutel van wat er bij het NMVW aan de hand is zit in zijn volgende opmerking: ‘Een klap in het gezicht van iedereen die tijd, geld en energie heeft gestoken in dat museum.’ Door de afstand tussen de werkvloer inclusief de museale en inhoudelijke deskundigen én het management van het NMVW dat fysiek en mentaal in een ivoren toren op afstand staat kunnen dit soort bedrijfsongelukjes blijkbaar gebeuren.

Het management van het NMVW is een overwegend witte organisatie met een zwarte (Wayne Modest) en negen witte stafleden waar de theorie de praktijk bepaalt. Dat spoort met de kritiek van ‘de zwarte gemeenschap’ op de campagne volgens Omroep Gelderland: ‘Uit de reacties op de campagne blijkt dat het om meer dan de campagne alleen gaat. Het museum wordt algeheel als ‘te wit’ ervaren. Afrika wordt nog te veel bezien vanuit een wit perspectief en bij het museum werken volgens de critici te weinig mensen met een Afrikaanse achtergrond. Juist een museum over een continent als Afrika zou veel bewuster bezig moeten zijn om zaken als diversiteit en inclusie te verankeren in het dna van de organisatie, luidt de kritiek.’ Dat is terechte kritiek die in het bericht van Omroep Gelderland verkeerd geadresseerd wordt. Organisatorisch bestaat er geen Afrika Museum. Het is directeur Stijn Schoonderwoerd die eigenmachtig vanuit de koepel NMVW de lijnen uitzet en bepaalt. Nu het mis gaat houdt hij zich om begrijpelijke redenen onzichtbaar.

Attractie op Haagse kermis: Sun-Devils, vermoedelijk 1955-1962

Twee foto’s uit een post van 8 oktober 2019 op de FB-pagina Stichting Kermis-Cultuur. De attractie met de naam ‘Sun-Devils’ verwijst naar exotisme en Afrikaanse maskers en stond op de Haagse kermis. In de kunst lieten de Vijftigers zich inspireren door Afrikaanse volkskunst. Datering ontbreekt, maar het zal waarschijnlijk tweede helft jaren 1950, mogelijk begin jaren 1960 zijn. Dat was de periode dat op de wereldtentoonstelling Expo 1958 in Brussel in het Congolese paviljoen een dorp met ‘inboorlingen’ werd tentoongesteld. Maar de tijdsgeest kantelde en halverwege de Expo liepen ze weg uit de menselijke dierentuin. Maatschappelijk kon het niet meer door de beugel. In 1960 werden 17 voormalige Afrikaanse kolonies zelfstandig. Toen waren op kermissen volop kramen met pseudo-educatief vertier te vinden. In de tijd dat televisie nog aan een opmars moest beginnen. Iedereen kon weten dat het onzin was, zodat de kunst van het bedrog er getetst kon worden.

Moeten we hier achteraf over oordelen? Het cliché van de zwarte man in luipaardvel die op de trommels slaat en de zwarte vrouwen met rieten rok en sambaballen (notabene een Zuid-Amerikaans instrument) brengt nu zichzelf om zeep zonder dat er diepgaand commentaar voor nodig is. Het is nepnieuws voordat het woord in de huidige betekenis werd gebruikt. Of deze attractie een wederzijds complot was tussen kijker en bekekene weten we niet zeker. Dat geeft er de spanning aan. De exploitatie was zichtbaar en was zelfs een belangrijk onderdeel van de bezienswaardigheid. Curiositeit, trekpleister en schaamteloosheid in één. Dat lijkt het grote verschil met nu. Uitbuiting wordt door uitbaters zoveel mogelijk aan het oog onttrokken. Wat is meer oprecht?

Foto’s: Foto’s op de FB-post van 8 oktober 2019 op Stichting Kermis-Cultuur geplaatst door Piet Winkelmolen.

Documentaire fotoprojecten in Ethiopië en Oeganda: ‘Vintage Addis Abeba’ en ‘Ebifananyi’. Met Philipp Schütz en Andrea Stultiens

Dit is de studiofoto ‘Omringd door snorren’ uit de serie Vintage Addis Abeba. Meer bijzonderheden geeft de website niet. Het is een in juli 2017 gestart documentair en beeldend kunstproject dat oude foto’s van het publiek verzamelt om verhalen te vertellen van gewone mensen in het verleden. Opzet is dat jonge Ethiopiërs via Vintage Addis Ababa hun erfgoed leren kennen en koesteren en dat buitenlanders Ethiopië en haar mensen op een nieuwe en frisse manier leren kennen. Aldus de toelichting van de initiatiefnemers fotograaf Wongel Abebe, uitgever Philipp Schütz en fotograaf Nafkot Gebeyehu. De vergelijking met de opgang die de studiofoto’s uit 1948-1960 van de Malinese fotograaf Seydou Keïta maakten ligt voor de hand, maar gaat uiteindelijk mank. Want het doel (van betrokkenen uit Europa) is niet het veroveren van de kunstmarkt, maar het documenteren van een tijdperk. Een fotoboek is te bestellen voor 49 euro (tegen de huidige wisselkoers) vanuit de bookshop in Zwitserland. Volgens een artikel in Quartz Africa werd Schütz op het idee gebracht toen hij een fotoboek over Oeganda van de Nederlandse fotografe Andrea Stultiens onder ogen kreeg. Met de Oegandese ‘kamikaze kunstenaar‘ en fotograaf Canon Griffith heeft ze History In Progress Uganda opgericht. Hier is informatie te vinden over de tot nu toe acht verschenen, uitverkochte Ebifananyi boeken.

Foto 1: Foto ‘Surrounded by moustaches’ in: Vintage Addis Abeba. Gelijknamig fotoboek, november 2018.

Foto 2: Foto uit ‘The Photographer; Deo Kyakulagira, Deel 1 van Ebifananyi boeken, mei 2014.

Landelijk Platform Slavernijverleden komt met dubieuze notitie over racisme en etniciteit in verband met COVID-19

Het is lastig om niet in lachen uit te barsten bij lezing van de notitie van voorzitter Barryl A. Biekman van het Landelijk Platform Slavernijverleden. Dat is jammer, want het gaat om ernstige kwesties die met racisme, etniciteit en gezondheid te maken hebben en die een betere belangenbehartiging verdienen. Dit zogenaamde verkennende onderzoek dat leest als een omgevallen boekenkast staat dat in de weg. Het is warrig opgeschreven en slecht gestructureerd. Neem bovenstaande opmerking over de Winti Spiritualiteit die volop vragen oproept. Wie zijn ‘observatoren’? Waaruit bestaat ‘de eenzijdigheid van presentaties wanneer het gaat over de manier waarop gemeenschappen hun geloof belijden’? Wat zijn de ‘gesprekken in panels over het geloof’ waarvan de Afro Caribische Winti spiritualiteit ‘op geen enkele wijze‘ deel van uitmaakt? Wat zijn ‘de panels die gaan over spiritualiteit’? Als de Winti Spiritualiteit institutioneel wordt uitgesloten, is het daarin dan uniek of worden er meerdere levensovertuigingen, godsdiensten en ‘spiritualiteiten’ institutioneel uitgesloten?

De notitie staat vol met vrijblijvende aannames zoals: ‘Een beleid gericht op de bestrijding van Afrofobie bestaat er nog niet omdat de Nederlandse beleidsmakers en anti racisme voorzieningen niet weten wat het is.’ Vlak daarna volgt de verrassende constatering dat het Landelijk Platform Slavernijverleden door de sluiting van ‘buurtinstellingen en wijkcentra’ niet in staat is om te achterhalen hoe de vork in de steel zit. ‘Doordat vele buurtinstellingen en wijkcentra’s [sic!] zijn gesloten, alwaar mensen van Afrikaanse afkomst plegen te komen om hun verhalen te vertellen vooral ook over geconstateerde en/of zelf ervaren misstanden zijn we ook niet in staat om te achterhalen ‘hoe de vork in de steel zit’.’ Hoe komt de meningsvorming tot stand?

Nog zo’n merkwaardige aanname is de volgende: ‘Binnen de kunst- en cultuursector zijn er tal van Surinaamse respectievelijk Antilliaanse ‘kleine ondernemers’ die extra getroffen zijn door de Covid19 maatregelen. De focus voor wat betreft de ‘pijn’ is op nationaal niveau niet of nauwelijks op deze doelgroep gericht. Dit houdt ook verband met de desinteresse van de ‘nationale’ radio-omroepen en Dj’s voor de muziekgenres van gemeenschappen van meer dan de Nederlandse cultuur.’ Het gaat blijkbaar voorbij aan Barryl Biekman dat hetzelfde geldt voor witte, zelfstandige kunstenaar en kleine, ‘witte’ culturele instellingen die hetzelfde lot treft als hier wordt geschetst. Dat heeft totaal niets met etniciteit of afkomst te maken, maar alles met de toegezegde overheidssteun die tot nu toe gericht is op de gevestigde culturele instellingen.

Een vreemde kronkelredenering is de volgende: ‘Respondenten storen zich aan de kwalificatie die aan landen zoals China wordt gegeven bij het verlenen van hulp aan Europese landen. De hulp wordt te vaak gepresenteerd als ‘propaganda strategie’. Dit, terwijl Nederland vooral gefocust is op materiaal uit China. Hoewel uit China ook praktijken van racisme tegenover mensen van Afrikaanse afkomst zijn gemeld.’ Deze hulp van China aan Europa is niet anders op te vatten als een propaganda strategie, dus waarom zou het niet zo genoemd mogen worden? De hulp van de EU aan China moest van de Chinese overheid geheim blijven. China heeft het coronavirus niet onder controle gekregen en wist al in november 2019 dat er een probleem was voordat het pas in januari 2020 maatregelen nam. De propaganda dient als afleiding van het eigen falen. Waarmee overigens niet gezegd is dat andere landen in de bestrijding van het virus niet hebben gefaald.

Als een tang op een varken wordt in deze notitie over gezondheid en etniciteit Zwarte Piet erbij gehaald. Het is onduidelijk wat dat met het onderwerp te maken heeft: ‘Bijna alle respondenten melden dat 4 en 5 december belangrijke data zijn in verzorgingshuizen. Het geloof in een Sinterklaas vergezeld van een zwarte Piet is nog niet uitgebannen. Gemeld is dat verzorgers van Afrikaanse afkomst vrij nemen. Eén respondent meldt dat in het huis waar zij werkt zwarte Piet is uitgebannen.’ Biekman heeft het over ‘het geloof in een Sinterklaas’ alsof het een godsdienst is. Dat bejaarden in verzorgingshuizen nog geloven in Sinterklaas is onwaarschijnlijk of het Landelijk Platform Slavernijverleden moet ermee willen suggereren dat ze kinderlijk zijn geworden.

Foto: Schermafbeelding uit ‘Verkennend onderzoek door de Office van de VN Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens (OHCHR) naar vormen van institutionele racisme in verband met Covid-19 ten aanzien van gemarginaliseerde1 groepen’ van Barryl A. Bliekman van het Landelijk Platform Slavernijverleden. .

Laten we voorzichtig zijn om de negatieve reacties op de uitbraak van het coronavirus te versimpelen tot racisme jegens Chinezen

Volgens Al Jazeera English is er een racistische invalshoek in de reactie op de uitbraak van het coronavirus in China. Sommige voorbeelden die het in de reportage geeft lijken inderdaad een racistische drijfveer te hebben. Stereotypen over het gele gevaar komen naar boven. Het is het duale simplisme van identiteit en tegen-identiteit. Maar Al Jazeera generaliseert als het alle reacties losjes in verband brengt met racisme. Wat te denken van Chinese dorpen die zich afsluiten en verschansen, en buitenstaanders de toegang weigeren? Voor de duidelijkheid, Chinezen weigeren Chinezen. Zijn die dorpelingen dan ook racisten? Nee, allicht niet.

Mensen zijn bang, slecht geïnformeerd en reageren daarom overbezorgd op de uitbraak. Degenen die in de kern al vijandig dachten over China grijpen de uitbraak van het coronavirus aan om zich af te zetten tegen mensen met een Chinese achtergrond in en buiten China. Dat betreft trouwens niet alleen witte Westerlingen, maar ook etnisch verwante buurvolkeren van China die nu eindelijk de economische en politieke macht van China die hun landen overspoelt kunnen beantwoorden. Al is het maar voor even. Die reactie hoeft niet zozeer te komen uit Sinofobie, maar kan ook gericht zijn tegen de macht en expansiezucht van de Chinese staat.

Het beeld is dubbel: China zaait wat het met de machtsontplooiing jegens vooral zwakkere staten in Azië en Afrika de afgelopen jaren heeft geoogst. En mensen van elke achtergrond maken zich zorgen omdat ze niet weten waar de uitbraak van het coronavirus eindigt. Bijvangst van de uitbraak is dat het Chinese leiderschap tot het besef komt dat machtige landen altijd een reactie oproepen en dat China daar geen uitzondering op is.

Identiteitspolitiek in de kunst: geschil over Zeitz MOCAA Museum in Kaapstad

De teksten over het Zuid-Afrikaanse Zeitz MOCAA Museum in Kaapstad gaan over identiteitspolitiek in de kunst. Dat maakt het interessant omdat het een actuele ontwikkeling in onze samenlevingen betreft die in dit geval vertaald wordt naar de kunst en de museumsector. Sky Österreich News doet verslag. Identiteitspolitiek komt neer op de spanning tussen individualisme en het individualisme van de kunstenaar, en de rechten van sociale groepen die zich ongelijk behandeld voelen. Aanleiding is de tentoonstellingWHY SHOULD I HESITATE: PUTTING DRAWINGS TO WORK’ met werk van William Kentridge die op 25 augustus 2019 opent.

Wat zijn de ‘aantijgingen van racisme’ die volgens de tekst de kunstscene van Zuid-Afrika zou splitsen? Waarom stoot het werk van de witte William Kentridge op kritiek? Notabene een Zuid-Afrikaanse kunstenaar die in Europa met open armen wordt ontvangen en gevierd wordt omdat hij de zaak van de zwarte bevolking naar voren brengt en kritische noten plaatst bij de koloniale geschiedenis van Afrika. Nog onlangs in het Holland Festival met de voorstellingThe Head & The Load’ over het leed van Afrikanen in de Eerste Wereldoorlog. Is het ultieme verwijt van de identiteits-activisten aan Kentridge dat hij een witte huid heeft?

De kritiek op William Kentridge en op Zeitz MOCAA dat hem presenteert tekent het failliet van dit soort identiteitspolitiek dat de grote lijn uit het oog verliest. Activisten schieten in hun kortzichtigheid in eigen voet. Des te meer omdat het budget en de middelen van het museum groot genoeg zijn om allerlei soorten Afrikaanse kunst van allerlei kunstenaars uit diverse Afrikaanse landen in een jaarprogramma naast elkaar te tonen. In dat brede palet past ook William Kentridge die volgens Europeanen pleit voor de Afrikaanse zaak.

Wat is hier aan de hand? Worden Europeanen verkeerd voorgelicht met de culturele marketing over Kentridge door de culturele instellingen die hem in Europa presenteren en promoten? Of is hier een minderheid van identiteits-activisten in de culturele sector van Zuid-Afrika bezig die zich niet zozeer verzet tegen de witte kunstenaar Kentridge, maar tegen de gevestigde kunstenaar Kentridge? Kortom, een normale vadermoord van jongere activisten die komen kijken en zich in een sector proberen in te vechten. Dat is een wetmatigheid van alle tijden. Maar als dat laatste het geval is, hoe opportuun is het dan om hier aandacht aan te besteden?

Als het Zeitz MOCAA werkelijk een ‘zwarte museum voor witte bezoekers’ is zoals de activisten claimen, dan heeft dat meer te maken met de geschiedenis van Zuid-Afrika, dan met die van dit museum dat nog maar twee jaar bestaat. Activisten zouden er beter aan doen om er via mobilisatie voor te zorgen dat de diversiteit van de bezoekers toeneemt. Het getuigt van gebrek aan moed en ambitie om kritiek te spuien op dit museum en niet op de bolwerken van het witte denken, en alles door de bril van identiteit te zien. Waar onrecht bestaat moet dat aangepakt worden, maar daar is meer voor nodig dan oppervlakkig en lui denken dat mede dient als zelfprofilering van activisten die zich tegoed doen aan laaghangend fruit van een kwetsbaar, lokaal museum.