Weer een foute kop van eindredactie NOS

Schermafbeelding van artikelAmerika beslist vandaag hoeveel macht Biden moet inleveren‘ van de NOS, 8 november 2022.

Daar is weer zo’n merkwaardige kop van de NOS. Bij een achtergrondartikel van VS-correspondent Lucas Waagmeester staat ‘Amerika beslist vandaag hoeveel macht Biden moet inleveren‘.

Hè, gaan daar de tussentijdse verkiezingen over? En is het op voorhand duidelijk dat de positie van de Democraten in Huis of Senaat verzwakt? Juist bij peilingen die zoals notabene het artikel zegt ‘flinterdunne verschillen’ laten zien kan niemand weten welke kant het opgaat.

Het is mogelijk dat Biden zijn positie versterkt als de Democraten de meerderheid in het Huis houden en ze 1 of 2 zetels in de Senaat winnen. Dan heeft het Witte Huis minder rekening te houden met de chantage van de Democratische senator Sinema.

Trapt de eindredactie van de NOS in de strategie van de Republikeinen die vanuit zwakte en onzekerheid nu al de winst claimen? Zoals Donald Trump ook in november 2020 deed. Toen hij de verkiezingen verloor.

Is het echt waar dat de Republikeinen afstevenen op ‘een vrijwel zekere overwinning in het Huis van Afgevaardigden‘? Zelfs als dat zou kloppen, dan rechtvaardigt Waagmeesters voorbehoud ‘vrijwel zekere overwinning‘ nog steeds niet de kop dat Biden macht moet inleveren.

De eindredactie van de NOS zou er verstandig aan doen om meer journalistiek neutrale en minder normatieve koppen bij artikelen te zetten. Zoals ‘Veroveren de Republikeinen het Huis en de Senaat? Het is voor de eindredactie van de NOS blijkbaar een probleem om het journalistiek te houden.

Advertentie

Misleidende kop van nu.nl bij artikel over tentoonstellingsmaker Marlies Kleiterp. Zij is geen kunstenaar en werkt niet bij een museum

Schermafbeelding van deel artikel ‘Scouten en samenstellen: de curator is de kunstenaar achter het museum’ van Danja Koeleman op Nu.nl, 17 september 2022.

Een kop bij een interview met het Hoofd Tentoonstellingen bij De Nieuwe Kerk en Hermitage Amsterdam Marlies Kleiterp zegt dat de curator de kunstenaar achter het museum is. In de weergave van het interview met Kleiterp is geen citaat te vinden waarin ze zegt dat de curator de kunstenaar achter het museum is. De kop komt uit de lucht vallen en dekt de lading niet.

Kleiterp is een tentoonstellingsmaker die in teamverband het tentoonstellingsconcept, de titel, de inrichting en de te tonen objecten van een tentoonstelling bepaalt. De beide instellingen waar Kleiterp werkt hebben geen eigen collectie. Ze zijn functioneel geen museum, maar een kunsthal-achtige instelling die tentoonstellingen ‘vult’ met bruiklenen van musea en particulieren. Het is terecht dat de Nieuwe Kerk en de Hermitage Amsterdam de term ‘museum’ niet in hun naam hebben. Want ze zijn geen museum.

Een conservator werkt bij een museum en heeft als hoofdtaak de verantwoordelijkheid voor een (deel)collectie. Een conservator kan curator zijn als hij of zij in eigen huis of daarbuiten een tentoonstelling maakt. Maar een curator is geen conservator en werkt niet bij een museum. Dus het direct verband in de kop tussen curator en museum is onjuist.

Wat in de kop nog meer de plank misslaat is de bewering dat de curator de kunstenaar is. Dat is misleidend. Een curator is geen kunstenaar, maar een tentoonstellingsmaker. In de reacties bij dit artikel merkt ‘Frits Groenen’ op: ‘De curator is geen kunstenaar. Dit is een kwalijke misvatting. Doordat curatoren dat zijn gaan denken zijn de kunstenaars die getoond worden niet meer dan illustratoren bij een, meestal, zwak verhaal. Je ziet zelden nog goede oeuvretentoonstellingen omdat het ego van curatoren er met hun eigen verhaal tussen willen zitten‘.

Of deze egotripperij ook geldt voor Marlies Kleiterp valt niet uit het interview af te leiden. Overigens zijn tentoonstellingsmakers niet de enigen in de kunst die leiden aan zelfoverschatting en hun grenzen niet kennen. Dat geldt ook voor toneelregisseurs van repertoire die menen toneelstukken van gelouterde auteurs respectloos te kunnen aanpassen, zo niet verbeteren. Of dirigenten in de klassieke muziek die zich kunstenaar als Bach, Mozart of Beethoven wanen. Maar net als tentoonstellingsmakers interpreteren ze kunst van anderen. Van echte kunstenaars.

De overschatting in de kop die de curator als kunstenaar ziet is de overschatting van de intermediair die zich onrechtmatig de rol van kunstenaar toe-eigent of die door anderen toegedicht krijgt. Een curator in een kunstruimte assembleert uit kunstobjecten van kunstenaars een tentoonstelling en bemoeit zich met inrichting, publiciteit en marketing. Dat is een kwestie van vakmatigheid, ervaring, sociale slimheid en inventiviteit. Maar niet van kunstenaarschap.

Kortom, de kop gaat op twee manieren de fout in. Een curator is geen kunstenaar en het genoemde Hoofd Tentoonstellingen bij De Nieuwe Kerk en Hermitage Amsterdam Marlies Kleiterp kan hoe dan ook geen ‘kunstenaar achter het museum‘ zijn omdat ze niet bij een museum werkzaam is. De eindredacteur van nu.nl die de kop maakte heeft er geen snars van begrepen.

Foute kop in AD roept vragen op over kwaliteit van journalistiek en nazorg

Schermafbeelding van artikelPieter schenkt bijzonder schilderij, maar als Museum De Voorde moet sluiten wil hij het meteen terug‘ van Remon van Zuijlen in het AD, 8 september 2022.

Het is een terugkerend verschijnsel in de Nederlandse dagbladpers. Een eindredacteur of redacteur online maakt een kop die in strijd is met de tekst waar die kop bij wordt geplaatst.

De vraag of een foute kop komt door slordigheid, tijdsdruk, gebrek aan inhoudelijk kennis of een verkeerde opvatting van journalistiek is niet van belang. Het resultaat is hoe dan ook een kop die haaks staat op de tekst en voor verwarring zorgt. Dat is ook vervelend voor de journalist die de tekst heeft gemaakt.

In een stukje van 8 september 2022 in het AD over het in zijn voortbestaan bedreigde Museum De Voorde in Zoetermeer zegt de kop dat Pieter een schilderij ‘schenkt‘. Maar de tekst beweert het tegendeel en sluit af met de volgende zin over de intenties van Pieter: ‘Daarom kiest hij voorlopig voor een bruikleen, niet voor een schenking.’ 

Hoe duidelijk kan het zijn? Heeft de eindredacteur de tekst wel gelezen en begrepen? Het lijkt er niet op. De eindredacteur begrijpt blijkbaar de betekenis van de museale termen schenking en bruikleen niet. Pieter schenkt niet aan Museum De Voorde, Pieter geeft het schilderij in bruikleen. 

Waarom een grote krant als het AD de foute kop bij dit bericht van 17:03 uur 8 september 15 uur later nog niet heeft gecorrigeerd is een andere vraag. Het AD kent blijkbaar geen afdeling nazorg en controle achteraf op de inhoud van de eigen krant. Dat geeft te denken over de bedrijfsvoering en de gekozen prioriteiten van het AD.

Het is geen halszaak en het lijkt wellicht onbelangrijk zo’n kop die in strijd is met de tekst, maar het tast wel de eenduidigheid en begrijpelijkheid van de tekst aan en beschadigt de reputatie van de dagbladjournalistiek. Een foute kop is de druppel die de steen van de journalistiek uitholt. Tot het AD is het nog niet doorgedrongen.

Snelle ontwikkelingen over aftreden Boris Johnson verrassen het AD

Vanochtend 7 juli 2022 om 10.40 uur schreef ik op m’n Facebook-pagina het bovenstaande bericht in verband met het ontslag van Boris Johnson. Ik verwees daarbij naar een bericht in The Guardian van 10.28 uur (Nederlandse tijd).

Nadien maakte ik een rondje op Google Nieuws om te zien hoe de Nederlandse kranten dit nieuws brachten. Het sijpelde binnen, maar was nog niet overal goed verwerkt. Dat is begrijpelijk omdat de ontwikkelingen en geruchten elkaar razendsnel opvolgden. Maar het AD wist de vaste noten van het eigen improvisatievermogen niet te verbergen in een kortsluiting tussen eindredactie en buitenlandredactie. De laatste meldde in een update van 10.42 uur:

Schermafbeelding van bericht ‘Britse media: Boris Johnson treedt af als premier van Verenigd Koninkrijk na reeks schandalen‘ in het AD, update 10.42 uur 7 juli 2022.

De buitenlandredactie meldde in een update van 10.42 uur dat Boris Johnson volgens Britse media zou aankondigen dat hij zou opstappen als premier, maar van plan zou zijn om pas ‘in de herfst’ definitief terug te treden als premier. Het AD repte niet van de partijconferentie in Birmingham, maar hield het algemeen bij ‘de herfst’.

Op Google Nieuws was echter (nog) het bericht van het AD te lezen dat premier Johnson vandaag zou aftreden. Dat komt omdat Google Nieuws achter loopt en gecorrigeerde koppen nog niet heeft aangepast. Zo had de buitenlandredactie van het AD het niet gezegd en zo werd het in de Britse media niet gezegd. De kop in het bericht van 10.42 uur dat zei dat Johnson aftrad ‘na reeks schandalen’ was trouwens niet fout, maar evenmin helder. De dynamiek die de afgelopen dagen op gang kwam en Johnson in het nauw bracht had te maken met de specifieke affaire Chris Pilcher.

Kop op Google Nieuws van het bericht ‘Britse media: Boris Johnson treedt af als premier van Verenigd Koninkrijk na reeks schandalen‘ in het AD, 7 juli 2022.

Is zo’n slordigheid erg? Welnee, ook voor kranten geldt dat waar gehakt wordt spaanders vallen. In de opwinding en onoverzichtelijkheid van actuele berichtgeving die afkomstig is van buitenlandse, in dit geval Britse media worden fouten gemaakt. Het schortte aan de afstemming met de eindredactie die onvoldoende op de hoogte was van de feiten. Later herstelde het AD het bericht en verdween na verloop van tijd het ‘vandaag‘ uit de kop van dit bericht op Google Nieuws.

Eind goed, al goed? Dat ligt eraan. De tegenstand tegen het nog drie maanden aanblijven van Johnson bouwt zich snel op. Zodat de politieke inschatting is dat premier Johnson alsnog gedwongen wordt om vandaag af te treden. Dan kan de eindredactie van het AD een foute kop van stal halen die door de nieuwe ontwikkelingen juist blijkt te zijn. Tegen beter weten in. Het kan verkeren.

Waarom wijzigt eindredactie NRC achteraf kop bij artikel over Afrika Museum?

Schermafbeelding van deel artikel Met de collectie wordt ‘onzorgvuldig omgegaan: Wat gebeurt er straks met het Afrika Museum?‘ van 23 april 2022 in NRC met gewijzigde kop. In de browser staat ‘onenigheid-over-de-koers-bedreigt-afrika-museum‘.

Op 23 april 2022 plaatste ik het commentaarElementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum‘ naar aanleiding van een artikel in NRC van die dag van Marit Willemsen over het Afrika Museum. Ik vond dat Marit Willemsen vele kansen had laten liggen en niet erg diep op dit onderwerp was ingegaan. In mijn commentaar beredeneerde ik wat zij ongenoemd had gelaten. Het commentaar sloot ik af met de volgende woorden:

Schermafbeelding van deel commentaarElementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum‘ van George Knight, 23 april 2022.

Nu is de kop die op 23 april 2022 luidde ‘Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ veranderd in ‘Met de collectie wordt ‘onzorgvuldig omgegaan: Wat gebeurt er straks met het Afrika Museum?‘. De kop van de papieren versie van 25 april 2022 luidde weer anders: ‘Ruzie bedreigt het Afrika Museum‘.

De beslissende rol van de eindredactie van NRC valt op. Die doet meer dan het monteren van teksten, maar geeft daar ook kleuring aan. Die rol stopt blijkbaar niet op en kort voor 23 april 2022, maar gaat ook na publicatie in papier en online nog door.

Sleutelen achteraf aan koppen door eindredacties moet terughoudend gebeuren. Want de archieffunctie van een medium wordt erdoor verstoord. Wat was er volgens de eindredactie van NRC fout aan de eerste kop ‘Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘? Is de hoofdredactie van NRC door een van de betrokkenen na publicatie van het artikel van Marit Willemsen aangesproken door een van de twee in het artikel genoemde betrokken organisaties en heeft die druk gezet om de kop te wijzigen? Het hoeft niet zo te zijn, maar de wijziging roept deze optie over zich af.

De wijziging van de kop roept de vraag op waarom er een nieuwe kop is gekomen. Werd achteraf de kop van 23 april 2022 niet goed bevonden door iemand die de eindredactie die de eerste kop maakte heeft teruggefloten? Het is moeilijk in te schatten omdat het niet bij het artikel met de nieuwe kop wordt gemeld. Zodat het lijkt alsof de tweede kop de oorspronkelijke kop was. Het melden van wijzigingen in een artikel is blijkbaar bij NRC geen gebruik. Bij veel Angelsaksische media is dat wel zo. Zij melden dit soort wijzigingen nauwgezet.

De tweede kop is dubbelzinnig en minder duidelijk dan de eerste kop. Verwarrender dus. Het woord ‘onzorgvuldig’ wordt tussen enkele aanhalingstekens geplaatst. Dat kan betekenen dat het om een citaat gaat. Maar het kan ook betekenen dat het om een gefingeerd citaat gaat. Van wie blijkt niet uit de kop.

Het lijkt er sterk op dat de eindredactie van NRC zelf behoefte heeft aan eindredactie. In elk geval legt de wijziging van de kop opnieuw de focus op de onenigheid tussen het NMVW en de Congregatie van de Heilige Geest over het Afrika Museum.

Schermafbeelding van deel artikel ”Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ in NRC, 23 april 2022. Met kop die achteraf door NRC is gewijzigd. Via commentaar van George Knight, 23 april 2022.

Eindredactie AD heeft koppijn in artikel over Oekraïne

Schermafbeelding van deel artikel Ambassadeur Oekraïne: ‘Poetin is top van de ijsberg, ruim twee derde Russische bevolking steunt hem’ in AD, 21 maart 2021.

Met mensen in mijn omgeving had ik een meningsverschil over het feit of de invasie van de krijgsmacht van de Russische krijgsmacht door de bevolking van de Russische Federatie gesteund wordt. Als het al mogelijk is om vanuit Nederland zicht te krijgen op de publieke meningsvorming in een autoritaire staat waar mensen zich in het openbaar niet vrij uit kunnen spreken en de pers aan banden is gelegd. Dus ook enquêtes over de steun onder de bevolking aan het regime, de leider van het regime of de oorlog in Oekraïne moeten met voorzichtigheid worden benaderd. Wat zijn de resultaten waard en hoe moeten ze geïnterpreteerd worden?

Ik ben van mening dat de bevolking van de Russische Federatie in meerderheid het Poetin-regime steunt. Met welk percentage dat is valt lastig uit te maken, maar steun van zo’n 60 tot 70% lijkt een veilige gok. Er is in de westerse beeldvorming vertekening van dat beeld doordat westerse media sinds de uitbreiding van de oorlog in Oekraïne bijna uitsluitend opponenten van het Poetin-regime die de Russische Federatie verlaten hebben aan het woord laten. Maar zij vormen een minderheid.

Hoe het komt dat een meerderheid van de bevolking van de Russische Federatie het Poetin-regime steunt is een andere vraag. Logisch is het om te veronderstellen dat het een combinatie van factoren is dat het zover is gekomen. Zoals jarenlange blootstelling aan staatspropaganda, het sluiten van vrije media, het tot zwijgen brengen van de politieke oppositie, ontbrekende taalkennis en interesse voor internationale media, een groot ‘binnenland’ dat een wereld op zichzelf is, jarenlange internationale gedoogsteun voor en zelfs bewieroking van het Poetin-regime en misleiding door het Kremlin die doorwerkt tot in het dagelijkse leven van de ‘gewone’ Russen.

Zijn de inwoners van de Russische Federatie die het Poetin-regime steunen dan daders of slachtoffers, of een combinatie daarvan? Het doet er weinig toe. De realiteit is dat de oorlog door een meerderheid van de Russische bevolking wordt gesteund. Bewust of onbewust. Daarom is het bedenkelijk om te zeggen dat de westerse sancties de ‘gewone’ Russen niet mogen raken. Waarom niet als zij de oorlog van het Poetin-regime steunen? Het gevolg voor de ‘gewone’ Russen die de oorlog in Oekraïne steunen is dat zij op hun beurt ook worden geraakt.

Kop (oud) bij artikel in AD, 21 maart 2021

Het AD had vandaag een aanval van barstende koppijn. Bij een artikel over Maksym Kononenko, de nieuwe ambassadeur van Oekraïne in Den Haag zette het vanochtend de (nu verwijderde) kop: “Ambassadeur Oekraïne: ‘Het is niet alleen Poetins oorlog, maak Russen geen mede-slachtoffers’ “. De enkele aanhalingstekens geven aan dat dit een gefingeerd citaat is omdat Kononenko geen Nederlands praat. Hij heeft dit niet gezegd.

Maar het is onbegrijpelijk wat hij zegt. Niet alleen omdat er niet staat ‘Maak Russen geen mede-slachtoffer‘ in het enkelvoud, maar vooral omdat in de kop het verband tussen Poetins oorlog en Russen als mede-slachtoffer onduidelijk is. Wat betekende dat volgens de eindredactie van het AD?

Kop (nieuw) bij artikel in AD, 21 maart 2021

De Oekraïense ambassadeur zegt iets anders dan wat de kop suggereert, want volgens hem zijn de Russen mede-dader. Dat herstelt de eindredactie van het AD in de tweede kop die overeenkomt met de woorden van Kononenko: ” ‘Poetin is top van de ijsberg, ruim twee derde Russische bevolking steunt hem‘ “. De Oekraïense ambassadeur legt de verantwoordelijkheid van de oorlog tegen zijn land ook bij de ‘gewone’ inwoners van de Russische Federatie. Dat is duidelijk.

Blijft de vraag of de eindredactie van het AD aanvankelijk de plank missloeg door een taalkundig of een politiek tekort. Of door zowel het een én het ander.

Voor de volledigheid, dat zijn niet alleen etnische Russen omdat de Russische Federatie een veelvolkerenstaat is waar de Russen zo’n 80% van uitmaken. Die andere 20% bestaat uit etnische, taalkundige en religieuze minderheden die weer hun eigen overtuiging en politieke stellingname hebben. Ingewikkeld om alle nuances passend in een kop samen te vatten.

Column van Marcel van Roosmalen over Baudet roept vragen op over het redactioneel beleid van NRC


Het schrijven van een column wordt een valkuil als de schrijver ervan om een onderwerp verlegen zit en over iets schrijft zonder daar verstand van te hebben. Dan komt er een mening uit die plichtmatig is. Niet interessant, niet relevant en zelfs aantoonbaar onjuist. De columnist valt er dan zelf snikkend in.

Marcel van Roosmalen is een columnist die bij NRC wekelijks zo’n drie of vier stukjes schrijft. Van 400 of meer dan 700 woorden. Die taak is te zwaar voor een journalist die het over meer wil hebben dan voetballen, katten of Kronkeliaanse alledaagse beslommeringen. Het gezegde zegt dat in de beperking zich pas de meester toont. Maar het omgekeerde is evenzeer waar: in het tekort aan beperking toont zich pas de brekebeen.

Neem nou de kop van Van Roosmalens column van 8 oktober 2020: ‘Ooit was Baudet een serieus te nemen alternatief, maar die tijd is voorbij’. Waar heeft hij het in hemelsnaam over? Het waarheidsgehalte van deze kop is nul. Baudet is nooit een serieus te nemen alternatief geweest. Maar blijkbaar wel voor Van Roosmalen.

Via een omweg zegt deze kop daarom meer over de politieke onkunde van Van Roosmalen, dan dat het iets zegt over Baudet. Van Roosmalen is een vaardige columnist die goed kan schrijven. Maar zijn genre is beperkt, namelijk de bespiegeling over het menselijk tekort op licht spottende toon. Daar excelleert hij in.

Het gaat mis als hij zich aan onderwerpen waagt waar hij onvoldoende gevoel voor of inzicht in heeft. Juist om zijn geloofwaardigheid niet te verliezen zou hij daar behoed voor moeten worden door zijn chef bij NRC die hem het volgende op het hart drukt ‘Marcel, schrijf op lichte toon over alledaagse onderwerpen, dat kun je goed, en laat de zwaardere onderwerpen over aan de politieke, parlementaire of economische journalisten‘.

Uiteraard is een column een vrijplaats waar dwarse, onjuiste of ontsporende meningen onderdak kunnen vinden. Daar hoeven de feiten niet gevolgd te worden. Dat geldt vooral voor columns die niet de pretentie hebben om het laatste woord te geven over de EU, Iran, Jemen, het Kremlin, het Binnenhof of het Witte Huis.

Als een column die doorgaans spot met het menselijk tekort en de complexiteit van het bestaan, en bij gelegenheid losjes omgaat met de feiten, een ‘hogere’ ambitie krijgt, dan ontstaat er een vermenging waar de lezer geen raad mee weet. Dan schemert in een serieus bedoeld betoog nog steeds de vorm van spot door, zelfs als die spot ontbreekt. Dat is genrevermenging. Als een kop als slagroom op de taart dan ook nog misleiding biedt met onjuiste informatie, dan werkt het tegen de journalistiek en het idee van de waarheid in.

Foto: Schermafbeelding van columnOoit was Baudet een serieus te nemen alternatief, maar die tijd is voorbij’ van Marcel van Roosmalen in NRC, 8 oktober 2020.

MO* presenteert het secularisme als een van de krachtigste uitsluitingsmechanismen. Past daarbij overheidssubsidie?

Deze titel van een artikel van Samira Bendadi in het Vlaamse digitale magazine MO* op het gebied van ontwikkelingssamenwerking vraagt om een krachtige reactie. De titel waarvoor niet de auteur maar de eindredactie verantwoordelijk is valt op te vatten als kwaadaardig en onzinnig. De titel roept de vraag op waar de naïviteit en goedgelovigheid van MO* eindigen en waar de stemmingmakerij en kortzichtigheid beginnen. De titel is journalistiek onzorgvuldig omdat het een uitspraak  tussen aanhalingstekens zet en zo suggereert dat het om een citaat gaat, terwijl de uitspraak noch door auteur Samira Bendadi noch door Nadia Fadil zijn gedaan. De titel is ontsproten aan de fantasie van de eindredactie van MO*. Ik roep het Belgisch Federale en het Vlaamse Parlement op om hun subsidie aan MO* te heroverwegen. Mijn reactie op de FB-pagina van MO*:

De titel ‘Secularisme is een van de krachtigste uitsluitingsmechanismen’ is om twee redenen een onbegrijpelijke en fout gekozen titel. Ten eerste zegt Samira Bendadi in het artikel over Nadia Fadil: ‘Ze stelt daarin vast dat het discours over secularisme vandaag een van de krachtigste uitsluitingsmechanismen vormt’. De nuancering die de eindredactie van MO mist is dat niet het secularisme, maar het debat over het secularisme een uitsluitingsmechanisme vormt. Ofwel, het debat over het secularisme wordt door deelnemers aan het publieke debat om politieke redenen gekaapt. Dit houdt echter niet in dat het secularisme een uitsluitingsmechanisme vormt. Bendadi stipt aan en onderbouwt de stellingname die ze aan Fadil toeschrijft overigens niet, zodat het moeilijk te controleren valt hoe laatstgenoemde het precies bedoelt.

Ten tweede blijkt uit deze titel een totaal onbegrip en gebrek aan kennis van de eindredactie van MO over wat secularisme is. Het secularisme is een politieke filosofie die met de garantie van de nationale overheid en met verwijzing naar de rechtsstaat religies en levensovertuigingen een gelijkwaardige plek in de samenleving biedt. Zonder voorkeurs- en achterstandsposities.

De eindredactie van MO vat het secularisme blijkbaar op als een anti-religieus of anti-minderheden instrument dat door rechts wordt gebruikt om die etnische minderheden en de maatschappelijke diversiteit te dwarsbomen. Zo’n titel is geen toeval en komt niet uit de lucht vallen. Zo’n foute titel groeit op de ondergrond van een sluimerend cultureel bewustzijn. Het is een onzinnig standpunt dat het secularisme een uitsluitingsmechanisme is. De titel is slecht doordacht, tendentieus en stemmingmakerij tegen het secularisme. Dit geeft zeer te denken over het intellectuele gehalte van MO.

Dit wringt des te meer omdat het secularisme juist het omgekeerde beoogt van wat MO in de titel suggereert. Het secularisme sluit niet uit, maar sluit juist in. Het secularisme beschermt minderheden die zich in kleinere organisaties rond religies of levensovertuigingen verenigen en neemt deze in bescherming door hun de garantie van een gelijke plek te geven. Het secularisme beschermt minderheden tegen de meerderheid.

In praktijk gaat deze gelijkstelling en emancipatie van minderheden ten koste van de voorkeurspositie van de maatschappelijk en politieke machtigste religies of levensovertuigingen. In België is dat de rooms-katholieke zuil. In Nederland het protestantisme. De reflex van deze religieuze organisaties die hun in eeuwen opgebouwde voorkeurspositie bedreigd zien is defensief en bedoeld om de afbraak van hun voorkeurspositie te vertragen. In hun publicitaire en politiek uitingen schilderen deze nationale religieuze organisaties het secularisme ten onrechte af als anti-religieus. Hiermee zaaien ze bewust verwarring door de politieke filosofie van het secularisme in een kwaad daglicht te stellen om de eerlijke uitvoering ervan te dwarsbomen.

De titel die zo vijandig tegenover het secularisme staat roept vragen op over het karakter van MO. Waar staat het voor en wat beoogt het? MO is naar eigen zeggen een initiatief van Wereldmediahuis en krijgt financiering door subsidies van onder meer de federale en Vlaamse overheid uit overheidsfondsen voor ontwikkelingssamenwerking. MO zegtonafhankelijk’ en ‘niet verbonden aan een politieke partij, zuil of strekking’ te zijn. Dat is de theorie.

Het is de vraag of in praktijk de pretentie van een blik op de wereld met ‘een open geest‘ en ‘zonder vooroordelen’ waargemaakt wordt door redacteuren van MO die in ogenschijnlijke behoefte om radicaal-rechts te corrigeren doorschieten naar de kritiekloze presentatie van radicaal-linkse standpunten. Gastauteurs die vanuit een islamitische agenda redeneren en eveneens een religieus perspectief hebben wordt alle ruimte geboden. Zo wordt het secularisme opgeofferd in een schijntegenstelling tussen gesloten rechts en de pluriforme openheid die bij nader inzien net zo eng begrensd en gesloten is als rechts. Terwijl rechts nog het voordeel heeft dat het zich niet anders voordoet dan het is en overloopt van morele pretenties.

Zijn de redacteuren van MO echt bevrijd en vrij van geest of hangen zij collectief of voor een deel cultureel nog in een niet volledig verwerkt verleden dat hun geest gevangen houdt? Zodat ze niet vrij kunnen denken. MO zegt over voorlichting en emancipatie van de Vlaamse bevolking over ontwikkelingssamenwerking te gaan, maar lijkt iets fundamenteels vergeten. Namelijk de eigen emancipatie. Dit geeft te denken over de ware identiteit van MO. Hoe kan een journalistiek medium beweren anderen te willen voorlichten als het naar het zich laat aanzien zelf onvoldoende is voorgelicht?

De tendentieuze titel waarachter een bedenkelijke en geborneerde denkwereld schuilgaat vraagt om kamervragen in het Federale en het Vlaamse Parlement van politieke partijen over de subsidie aan MO. Waarom overheidssubsidie verlenen aan een medium dat blijkbaar zo vijandig staat tegenover het secularisme en bij wie de journalistieke zorgvuldigheid ver te zoeken is?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSecularisme is een van de krachtigste uitsluitingsmechanismen’ van Samira Bendadi in MO*, 24 maart 2018.

Een bedenkelijke kop van NOS Teletekst over Ksenia Sobtsjak en de Russische presidentsverkiezingen van 2018

In vele landen is teletekst of een vergelijkbare dienst bij de publieke omroep wegbezuinigd. In Nederland niet. Maar de vraag of NOS Teletekst nog een journalistiek medium is roept dit bericht over Ksenia Sobtsjak op. Het gaat erom of de kop ‘Journaliste wil Poetin opvolgen’ klopt met de werkelijkheid.

Al maanden gaan geruchten dat Sobtsjak zal deelnemen aan de Russische presidentsverkiezingen van 18 maart 2018. Ook NRC merkt dat in een bericht op. Poetins deelname is overigens nog niet officieel aangekondigd. Omdat zij uit de kringen van Poetin afkomstig is wordt haar deelname door de echte oppositie zoals Aleksei Navalny gezien als Kremlin-plan. Zij behoort tot de nep-oppositie. De Sovjet-Unie en de Russische Federatie hebben een lange traditie van partijen die zich naar buiten toe als oppositie presenteren, maar in werkelijkheid nep-oppositie zijn.

De deelname van Ksenia Sobtsjak lijkt een drieledig doel te hebben. 1) Het opkrikken van de opkomst om de verkiezing van Poetin te legitimeren. In de Russische Federatie worden resultaten van verkiezingen deels door echte resultaten en deels door vervalsingen bepaald. Opiniepeilingen zijn onbetrouwbaar en de echte populariteit voor Poetin valt niet objectief vast te stellen. Schattingen ervan variëren van 15 tot 80%. 2) Het verdelen van de oppositie en het afsnoepen van stemmen van de echte oppositie. 3)  Het presenteren van de Russische Federatie als een open, westerse democratie met keuze tussen kandidaten en pluriformiteit.

Iedereen met slechts oppervlakkige kennis over het politieke bestel van en verkiezingen in de Russische Federatie zal nooit kunnen menen dat Sobtsjaks deelname is bedoeld om Poetin op te volgen. Integendeel, het is juist andersom. Door aan de verkiezingen deel te nemen wil zij juist bereiken dat Vladimir Poetin niet wordt opgevolgd, maar een tweede opeenvolgende (of in totaal: vierde) termijn ingaat als president. De kop van het bericht op teletekst is daarom onjuist en misleidend. Het moet zijn: ‘Journaliste helpt Poetin in verkiezingen’.

Foto: Schermafbeelding van bericht ‘Journaliste wil Poetin opvolgen’ op NOS Teletekst, waarschijnlijk geplaatst op 18 oktober 2017.

NOS: Kuifje is kunst en dus miljoenen waard. Maar hoezo ‘dus’?

nos

Een opmerkelijke titel ‘Kuifje is kunst en dus miljoenen waard’. De conclusie (‘dus’) is een hart onder de riem van de eindredactie van de NOS voor alle kunstenaars. Het afgelopen week gepubliceerde rapportCultuur in Beeld’ toont aan dat de inkomenspositie van kunstenaars slecht is. In de algemene berichtgeving door de gevestigde media is het feit echter nog niet doorgedrongen dat kiezen voor kunst als professie in de meeste gevallen armoede of karigheid inhoudt. Kunstenaars weten nu wat ze moeten doen. Zorgen dat ze kunst maken. De bankrekening wordt dan vanzelf gespekt. De miljoenen stromen binnen. Een kunstpraktijk neemt een grote vlucht. Kunst is een fluitje van een cent. Volgens deze titel van de NOS. Luilekkerland bestaat echt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Kenners niet verbaasd: Kuifje is kunst en dus miljoenen waard’ van de NOS, 19 november 2016.