George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Jazz

Ontlening in de populaire muziek (1951). Van Charlie Parker, Trio Do-Ré-Mi, Hubert Giraud, Jacques Hélian tot Lily Fayol

with 3 comments

Iets geheel anders. Ontlening in de populaire muziek. Voor de documentatie van het nummer ‘Le petit cireur noir’ (Het zwarte schoenenpoetsertje) stuitte ik op dit nummer van de Franse actrice Lily Fayol. IMDB noemt haar actrice en Wikipedia zangeres. Wie luistert hoort dat ze geen zangeres is. Waarom ze meent te moeten zingen is een raadsel. Haar zingen is als het ploegen door een uitgeput paard van een weerbarstige akker.

Volgens de Amerikaanse Charlie Parker-deskundige Phil Schaap -op weekdagen te horen op WKCR met zijn programma Birdflight– is Parkers nummer My Little Suede Shoes gebaseerd op schema’s van twee nummers van het Franse Trio Do-Ré-Mi, Pedro Gomez en Le petit cireur noir. Ze werden geschreven door componist Hubert Giraud, onder meer bekend van het populaire nummer ‘Sous le Ciel de Paris‘. Giraud was na onder meer een Zuid-Amerikaanse tournee gegrepen door ‘exotische ritmes’ en richtte Trio Do-Ré-Mi op als een soort vehikel voor zijn composities. Parker nam het nummer met Afro-Latijnse ritmes voor het eerst op in maart 1951 in New York City met onder meer Luis Miranda op conga en José Manguel op bongo. Parker had de Giraud’ nummers van het Franse trio gehoord tijdens een reis door Europa eind 1950, zoals de Annual Review of Jazz Studies bevestigt. Waarom ik van al die prachtige muziek het gekrijs van Lily Fayol kies is het raadsel. Vooruit dan, nog een ‘exotische’ compositie van Giraud. Hij overleed in 2016 op 94-jarige leeftijd.

.

Kunst moet een list verzinnen: aansluiten bij een politiek doel

with one comment

ornette-colleman-free-jazz-atlantic-1364-gatefold-1800-ljc

Soms leiden verkeerde bedoelingen tot goede uitkomsten. En omgekeerd kunnen goede bedoelingen tot slechte resultaten leiden. Neem de theorie dat de promotie van ‘moderne kunst’ een Westers instrument was in de strijd met de toenmalige Sovjet-Unie. Alweer een oude theorie die midden jaren ’90 met feiten werd onderbouwd. Zie hier een toelichting in The Independent. De CIA zou ermee sinds het eind van de jaren ’40 het communisme bestreden hebben, terwijl de kunst waarmee de Sovjet-bevolking werd geconfronteerd in de VS bij het grote publiek matig tot negatief werd ontvangen. De abstract expressionistische schilder Jackson Pollock stond niet voor niets bekend als ‘Jack the Dripper’. Maar kunstenaars profiteerden van die promotie.

Mijn eerste kennismaking met Pollocks werk gaat terug naar begin jaren ’70 toen ik de elpee Free Jazz (1961) van Ornette Coleman kocht, met een uitklaphoes met een reproductie van White Light uit 1954 van Pollock. Het tijdperk 1955-1965 dat de overgang symboliseert naar kunst waarin vervreemding in navolging van de ‘uitvinder’ Bertolt Brecht een hoofdthema wordt en de representatie van de werkelijkheid verder afgeschaald wordt. Vooral in de cinema (Antonioni, Kurosawa, Bunuel, Godard), de jazz (Coleman, Coltrane, Shepp, Ayler) en de beeldende kunst (De Kooning, Rothko, Pollock, Motherwell) is die scheidslijn duidelijk te herkennen. Elders omschreef ik dat in enkele schetsen als transitie. Tevens een tijdperk van hoop en in te lossen beloften.

Hoe is het mogelijk dat de hedendaagse kunst van de jaren ’40, ’50 en ’60 een wapen kon worden in de Koude Oorlog met de Sovjet-Unie? Hoewel het belang ervan nou ook weer niet overschat moet worden. Maar nu is kunst als politiek wapen nauwelijks nog voor te stellen. Eigenlijk kennen we het in getemde vorm alleen nog als landenpromotie bij staatsbezoeken. Nederland zet dan kunst in het zonnetje waarmee het zich meent te kunnen onderscheiden: design, ballet, Concertgebouworkest of geïmproviseerde muziek. Dan dient kunst als smeermiddel voor politieke doeleinden. De tanden van de kunst zijn in dat geval bij voorbaat afgevijld.

eclisse-l-1962-001-monica-vitti-back-shot-00o-7lv

De EU doet veel te weinig met kunst en cultuur als politiek middel. Terwijl de Europese kunst toch zo rijk is. Steven ten Thije (Mondriaanfonds) gaf in een video uit 2014 een aanzet tot een debat om kunst en cultuur een belangrijke rol te geven binnen de EU, maar moest een concreet antwoord hoe dat moest uiteraard schuldig blijven. Zie hier voor mijn commentaar en genoemde video. Onpartijdig is de inzet van kunst niet, want het staat haaks op de intenties van sommigen om de EU te laten fragmenteren. Thierry Baudet en andere nationalisten keren zich met hun theorie over het thuisgevoel en de vrees voor het eigene ook tegen het modernisme in de kunst dat het gevoel van vervreemding zou versterken. Baudet noemt dat oikofobie.

Die geslotenheid en dat thuisgevoel ontmoedigen. Het is trouwens opvallend dat voorvechters van de natiestaat zo weinig met nationale kunst ophebben. Dat is een tegenstelling die ik nog steeds moeilijk kan verklaren, hoewel het wellicht beter is dat dit zo is. Waarom werden in de 19de eeuw Vondel en Rembrandt tot nationale iconen gebombardeerd? Mijn opvatting over kunst gaat overigens vooraf aan mijn opvatting over politiek en heeft dat laatste gevormd. Niet andersom. Kunst legt toch een dieper fundament dan politiek.

Dat tijdperk rond 1960 waarin kunstenaars de vrijheid vinden om niets te hoeven vinden en loskomen van hun eigen thuis maakt voor mij duidelijk waarom ik niets moet hebben van populisten en eng nationalisme.

Hoe kan na de hakbijlen van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra, tegen de achtergrond van een vijandige politieke klasse die in de kern geen echte affiniteit met kunst voelt en het opkomend rechts-populisme dat zweert bij thuisgevoel, natiestaat en haat tegen hedendaagse kunst de kunst overleven? De enige uitweg lijkt het aanhaken bij een politiek doel. Niet om de kunst, maar om de politiek. Laat de politiek maar verkeerde bedoelingen hebben met de kunst, maar als het tot goede uitkomsten leidt dan is dat mooi meegenomen.

Foto 1: Binnenkant hoes van Free Jazz (1961) van Ornette Coleman; black music en white light.

Foto 2: Monica Vitti in L’eclisse (1962) van Michelangelo Antonioni.

Bij een muziekdocumentaire uit 1962. Is het spel of het tussenspel het meest verouderd?

leave a comment »

co

Een still uit een Duits televisieprogramma uit 1962 dat in 1963 werd uitgezonden. Het gaat om ‘An Ort und Stelle – Jazz in Kopenhagen’ van Radio Bremen. Geproduceerd door Klaus ‘Lolo’ Lorenzen. Met ondermeer Dexter Gordon en Lars Gullin. Maar het gaat niet om het spel in de Kopenhaagse Jazzclub Montmartre waar de liefhebbers woorden voor tekortkomen om het te prijzen, maar om het tussenspel. De dode momenten. De reclame ‘Utrecht’ op een huizenrij of de avondopnamen die verwijzen naar een filmstijl die we kennen van de film noir of de Amerikaanse voorbeelden op Broadway’s 42nd street. Wat veroudert er in onze beleving eerder, het spel of het tussenspel? Het antwoord ligt per individu aan de verwachting en aan het spel, maar hier lijkt het tussenspel het snelst verouderd. Is dat een pleidooi voor het spel of tegen het verdwenen stadsbeeld?

co1

Foto: Stills uit de muziekdocumentaireAn Ort und Stelle – Jazz in Kopenhagen’, 1962. 

Ornette Coleman (1930-2015). Tussen traditie en experiment

with one comment

Saxofonist Ornette Coleman (1930-2015) is vandaag overleden. Hij was een overgangsfiguur. Zoals cineast Michelangelo Antonioni in de jaren 1960-1962 ook van de transitie was met z’n films over een vervreemde wereld die navolgbaar bleef. Half experiment, half traditie. In de eigen tijd werd dat laatste weggemoffeld. Ornette was in de kern gewoon een hardbopper die het experiment zocht. En over grenzen ging omdat hij steeds verder ging. Maar toch binnen de traditie bleef. Dat klassiek modern is omwille van de marketing geworden tot een keurmerk in literatuur (Joyce, Svevo), drama (Pinter, Ionesco, Jarry), muziek (Varèse, Ives, Shepp) of cinema (Godard, Welles). Maar het was vooral een lifestyle, een tussenbalans die een bevrijding zoekende generatie vergezelde en een idee van vrijheid, vernieuwing en grensoverschrijding gaf. Kunstenaars als Ornette Coleman verwoordden de essentie van hun tijdperk waarin hun twijfel doorklonk. Ornette bedankt.

Chasing the Scream: 100 jaar War on Drugs. Met Billie Holiday

leave a comment »

Update 28 maart 2015: De media zijn er vroeg mee, 100 jaar te laat. Op 7 april 2015 is het 100 jaar geleden dat Billie Holiday werd geboren. Ze stierf in 1959 op haar 44ste. Nu herdenken we. Wat herdenken we? Een grote zangeres of een zangeres die leed onder racisme? Wat is zo’n herdenking eigenlijk? Nostalgie? Ophalen van bekende verhalen? Een kapstok voor de media om ruimte te vullen en voor bedrijven om winst te maken? Maar kan Billie Holiday dan beter vergeten worden? Nee, dat niet, ze was te goed. Ze maakte iets van niets. En soms maakte ze verschil met iets waarmee ze haar nek uitstak. Moedig. Een kunstenaar om niet te vergeten:

Southern trees bear strange fruit
Blood on the leaves and blood at the root
Black bodies swinging in the southern breeze
Strange fruit hanging from the poplar trees

Pastoral scene of the gallant south
The bulging eyes and the twisted mouth
Scent of magnolias, sweet and fresh
Then the sudden smell of burning flesh

Here is fruit for the crows to pluck
For the rain to gather, for the wind to suck
For the sun to rot, for the trees to drop
Here is a strange and bitter crop

Een protestsong over Amerikaans racisme, het lynchen van Afro-Amerikanen. Billie Holiday nam het op 20 april 1939 op met een formatie van trompettist Frankie Newton voor het onafhankelijke merk Commodore Records. Zowel tekstdichter Abel Meeropol als Newton stonden bekend als communist. CBS, de studio waar Holiday onder contract stond of producent John Hammond durfden hun vingers er niet aan te branden. Verder met Tab Smith (as), Kenneth Hollon en Stanley Payne (ts), Sonny White (p), Jimmy McLin (g), John Williams (b) en Eddie Dougherty (d). De opnamekwaliteit kon stukken beter, maar het gevoel telt. De song was een succes.

Politico plaats deze week een passage ‘The Hunting of Billie Holiday; How Lady Day found herself in the middle of the Federal Bureau of Narcotics’ early fight for survival’ uit het vandaag verschenen boek van Johann Hari ‘Chasing The Scream: The First and Last Days of the War on Drugs’. Drugs zijn in de VS dit jaar sinds een eeuw verboden. Zodat er ook een eeuw een War on Drugs bestaat met alle nadelen die daarbij horen. Zoals het expliciete racisme waarvan de stukken over Billie Holiday getuigen, maar ook een ander soort racisme dat dient om bevolkingsgroepen eronder te houden. Hari zet vragen bij een in een eeuw scheefgegroeide praktijk.

Angelina Jordan is acht jaar. En wint Noorse talentenshow

with 2 comments

Een Noors 8-jarig meisje dat de stem van Billie Holiday zingt. Met de trompet die Bunny Berigan uit 1936 citeert. Ze boetseert een combinatie van de vroege en late Holiday die nooit zo bestond. De laatste jaren van Lady Day stemmen overeen met de eerste jaren van Angelina Jordan Astar. Onvast, maar doorgroefd. Hoe kan het? Klopt het in zo’n jong lichaam? En Summertime, waarom in hemelsnaam Summertime? Opmerkingen over de negatieve kanten van zo’n verkiezing kunnen altijd nog. Het komt oh zo vaak voor. Optreden van jonge kinderen is zelfs een serieus genre in Noord-Korea. Maar waar houdt de uitbuiting op en begint de eigen wil?

5a52119r

Foto: Carl Van Vechten, Portret van Billie Holiday, 1949

September Song

with 2 comments

Voor de verandering maakt George Knight Kort een overstap naar hier. Over de melancholie van de herfst. Een compositie van Kurt Weill met tekst van Maxwell Anderson voor de Broadway Musical Knickerbocker Holiday. Met Walter Huston als Peter Stuyvesant. Nederlanders welbekend. De song komt ook voor in September Affair van William Dieterle met Joan Fontaine en Joseph Cotten. Play it again, Kurt. Cotton hangt weer melancholisch aan Citizen Kane van Orson Welles. Terugkijken op de zomer. Terugkijken op wat geweest is. Terugkijken naar waar geen terug meer is. Duits talent ontmoet de Amerikaanse markt. Walter Huston zingtzegt de standard die speciaal voor ‘m geschreven werd. Wat een eer. Wat een muziek. Wat een weemoed. Verdwenen.

When I was a young man courting the girl
I played me a waiting game
If a maid refused me with tossing curls
I’d let the old Earth make a couple of whirls
While I plied her with tears in lieu of pearls
And as time came around she came my way
As time came around, she came

Oh, it’s a long long while from May to December
But the days grow short when you reach September
When the autumn weather turns the leaves to flame
And you ain’t got time for waiting game

When days dwindle down to a precious few
September November,
And these few golden days I’d share with you
Those golden days I share with you

When you meet with the young girls early in the Spring
You court them in song and rhyme
They answer with words and a clover ring
But if you could examine the goods they bring
They have little to offer but the songs they sing
And the plentiful waste of time of day
A plentiful waste of time

Oh, it’s a long, long while from May to December
But the days grow short when you reach September
When the autumn weather turns the leaves to flame
One hasn’t got time for the waiting game

Oh, the days dwindle down to a precious few
September, November
And these few precious days I’ll spend with you
These precious days I’ll spend with you

knickerbockerfeat460

Foto: Knickerbocker Holiday, ‘Washington Irving (Ray Middleton, at right) tries to persuade Stuyvesant (Walter Huston) to spare his political enemies in the final scene. Brom Broek (Richard Kollmar) is on the gallows.