Gedachte bij de foto ‘Bij het smalspoorstation in Mrągowo’ (1957)

Na dworcu kolejki wąskotorowej w Mrągowie (= Bij het smalspoorstation in Mrągowo), circa 1957. Collectie: Stadsbibliotheek Mrągowo.

We zien een man met kalotje die op een koffer zit. In Noord-Polen in Mrągowo, Mazurië. Dat heette Sensburg toen het deel uitmaakte van het Duitse Oost-Pruisen. De man bevindt zich op de smalspoorhalte Mrągowo Wąskotorowe. De smalspoorlijn is na de Tweede Wereldoorlog hersteld en in 1948 weer in gebruik genomen. Tot het in 1966 definitief werd stilgelegd.

De man is onderweg. We weten niet waarheen. Wellicht naar Kętrzyn. Wie zal het zeggen.

Het is verleidelijk om in het beeldarchief te zoeken om een andere foto met dit gezicht te vinden. Zoals een foto uit 1947 van drie jongens die de Eerste Heilige Communie ontvangen. Is de man op de foto uit 1957 de rechterjongen? Zit hij op het seminarie en is hij op weg erheen? Ach, hoe kunnen we dat nu nog achterhalen? De foto uit 1957 is een schenking van Jerzy Polaczek.

Van dit soort foto’s die niet volledig zijn beschreven wemelt het in digitale archieven. De foto is in 2021 gedigitaliseerd. Juist omdat de informatie onvolledig is wordt de fantasie aan het werk gezet. Dat is de aantrekkingskracht ervan. Het verhaal kan niet rond gemaakt worden.

Advertentie

Such Sweet Thunder (1957/58)

Dit stukje verscheen op George Knight Kort op 26 mei 2011. Licht gewijzigd.

It! The Terror From Beyond Space van Edward L. Cahn, 1958. Het monster met Shirley Patterson.

Het monster werpt schaduwen. De film past in een Shakespeare-decor zonder details. Haaks op realisme. Uit het theater loopt een lijn van Henrik Ibsen, Adolphe AppiaGordon Craig en Norman Bel Geddes naar deze B-film. En de cinema voegt daar Duits Expressionisme en Film Noir aan toe. Belichting is ruimte. In vaktermen low-key lighting.

It! The Terror From Beyond Space wordt geproduceerd door United Artists. Weinig middelen en een snelle productie zijn het achterliggende idee. Deze genrefilm gaat nergens over, nou een soort Journey into Space dan. De Sprong in het Heelal kluistert volksstammen aan de radio.

In 1958 heerst in filmstudio’s nog vakmanschap dat de santekraam goed laat uitkomen. Shirley Patterson op de schouder van een Marsiaan. Om je dood te schrikken. Maar niet echt. In 1957 maakt Duke Ellington de op Shakespeare gebaseerde suite Such Sweet Thunder. Hoge en lage cultuur spelen haasje-over.

Transitie 1957

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 10 mei 2011.

Het Atomium op de Wereldtentoonstelling te Brussel, 1957-1958

Iets hangt in de lucht. Rechts buiten het kader. Als de trapeze met menselijke kanonskogels. Vallen ze en slaan ze in? De goochelaar geeft een klap. Het gaat voorbij aan normale verhoudingen. De dikke dame zucht. Met haar hoed op de fiets op de draad in de nok. Het draait en draait. Iets kondigt zich aan, maar wat? Expo 58 in Brussel komt eraan.

Directeur vertoont dictatoriale trekjes. Publiek houdt de adem in. Het vergeet, maar kijkt reikhalzend vooruit. Spoetnik en Atomium maken ruimte. Laika blaft. Jerry Lee Lewis rockt. Alles wordt beter. AOW kondigt de verzorgingsstaat aan. De verandering heeft in 1957 de toekomst.

Zimontkovski, Circus Barlay, Berlijn, 1957. Collectie: Bundesarchiv.

Gedachten bij drie foto’s van een carrousel in Parijs (1957-1959)

Walter Silver, Amusement Park (1957-1959). Collectie: The Miriam and Ira D. Wallach Division of Art, Prints and Photographs: Photography Collection (IMAGE ID 5216886).

Op een foto van een carrousel in Parijs loopt een man met hoed met een aktetas in zijn linkerhand. Fotograaf Walter Silver neemt hem op de bovenste foto op de korrel. De man is zichtbaar in het midden van het vlak achter de draaimolen.

De attractie wordt opgebouwd of afgebroken. Waarschijnlijk het eerste. Een ladder staat tegen het kraam. In de rechterhoek is de nummerplaat van een vrachtauto met open laaddeur te zien. Met het departementsnummer ’82’ van Tarn-et-Garonne, in Zuidwest-Frankrijk.

Op de tweede foto is de man verder gelopen en komt hij links in beeld. Precies tussen de eend en het hoofd van een paardje. Silver heeft zijn camera naar links gedraaid. Hij heeft even moeten wachten om af te drukken toen de man vanachter het kraam weer tevoorschijn kwam. De man kijkt in de richting van de fotograaf. Is het een geruisloze aanzegging?

Walter Silver, Merry go round (1950-1959). Collectie: The Miriam and Ira D. Wallach Division of Art, Prints and Photographs: Photography Collection (IMAGE ID 5183953).

Op de derde foto is de man met hoed en aktetas blijkbaar verder gelopen en uit beeld verdwenen. Op de achtergrond is duidelijk een kerk met trappen te zien. Er staat links bouwmateriaal tegen een pilaar, zodat men mag aannemen dat er aan de kerk verbouwd wordt. Een jongen met Franse baret op een fiets kijkt in de richting van de fotograaf. Deze staat nu iets hoger en heeft zijn camera verder naar links gedraaid.

Het zou te ver gaan om te zeggen dat we nu leegte voelen. Maar de man met hoed en aktetas is weg. Voorgoed. Hij komt niet meer terug. Voor altijd verdwenen.

Walter Silver, Merry go round, Paris (1957-1959). Collectie: The Miriam and Ira D. Wallach Division of Art, Prints and Photographs: Photography Collection (IMAGE ID 5147415).

De symboliek van een carrousel is voor elk wat wils. Er worden betekenissen aan verbonden, zoals jeugd, onschuld, terugkerend verloop of iets dat regelmatig terugkeert. Het heeft geen begin en geen eind. Het is een vorm van illusie. Echt? De carrousel zou geen ontwikkeling in de tijd kennen omdat het uitsluitend in zichzelf ronddraait.

Dat is onzin die dient om ons houvast te verschaffen in het leven dat eindig in de tijd is. Daarom zijn deze foto’s zo aardig omdat ze daar een voetnoot bij plaatsen. Echter alleen in een reeks, want apart doen ze dat niet. Ze hebben elkaar nodig.

De opeenvolging van drie foto’s onthult een toneelstukje. Van een langslopende man in Parijs aan het eind van de jaren 1950 op wie we van alles kunnen projecteren. Over jeugd, tijd, vergankelijkheid, eeuwigheid en dood. Of over de jacht op een goed beeld van een fotograaf. Of over de alledaagse opbouw van een kermisattractie door kermisklanten in het voor hen verre Parijs. Of wat dan ook waar we op ons moment van kijken mee bezig zijn.

Gedachte bij foto’s ‘Dutch refugees arrive in Los Angeles, 1957’

Wesselmann, Dutch refugees arrive in Los Angeles, 1957. Gepubliceerd in de Los Angeles Examiner. Collectie: University of Southern California.

De beschrijving van deze twee foto’s in de collectie van de University of Southern California is te interessant om niet volledig weer te geven: ‘Dutch refugees arrive in Los Angeles, 6 February 1957. General view of part of 80 refugees arrival in Los Angeles; Jacoba Dekrieger; Janna Dekrieger; Albertus Dekrieger.; Caption slip reads: “Photographer: Wesselmann. Date: 1957-02-06. Reporter: Decker. Assignment: Dutch refugees arrive in LA. 1: One of the Dutch families that arrived in L.A. this a.m. via Sante Fe’s El Capitan: L to R: The DeKrieger family, Sebus (mother), Janna, Albertus and Jacoba and Hendrick, husband and father. 2: General view of part of the 80 persons who arrived on the same train“. 

Wesselmann, Dutch refugees arrive in Los Angeles, 1957. Gepubliceerd in de Los Angeles Examiner. Collectie: University of Southern California.

Of de familie De Krieger degene is die in een genealogische pagina wordt beschreven is onduidelijk. Het betreft Jan Hendrik Willem de Krieger die in 1912 in Vlaardingen en zijn echtgenote Jacoba Sebus die in 1918 in Dordrecht werd geboren. Volgens het stadsarchief Rotterdam werd hij in 1927 op het opleidingsschip Nederlanden geplaatst, zodat het kan dat hij in de Nederlandse marine werd ingelijfd. Ze trouwden in 1937 in Dordrecht. Maar ze hebben niet 1, maar 3 kinderen. Dat Jacoba Sebus overleed in het Californische Pasadena in 2006 past in het plaatje. De beschrijving is wat verbasterd.

Wat kunnen in 1957 Nederlandse vluchtelingen zijn die via de trein uit Santa Fe, New Mexico in California terechtkomen? De Nederlandse regering had in die jaren een politiek om repatrianten uit voormalig Nederlands-Indië naar derde landen te laten emigreren. In een tweede golf vertrokken tijdens de jaren 1950-1957 ambtenaren, ordehandhavers en defensiepersoneel naar Nederland.

De man die Jan Hendrik Willem de Krieger kan zijn heeft een label van de CWS op zijn jas. Dat is de kerkelijk humanitaire Church World Service die vluchtelingen hielp. De Nederlandse overheid had in die jaren een samenwerking met de CWS met betrekking tot de uitvoering van de Pastore-Walter Act die in 1958 werd aangenomen. In de jaren daaraan voorafgaand pleitte de Democratische vertegenwoordiger Francis E. Walter voor verruiming van de emigratienormen uit Azië. In 1952 werd de McCarran-Walter Act aangenomen die dat tegen de zin in van president Truman mogelijk maakte.

Saillant is wat Wikipedia zegt over dat Amerikaanse toelatingsbeleid: ‘Men hoopte echter dat slechts 10% van deze Nederlandse vluchtelingen daadwerkelijk raciaal gemengde Indo’s zou zijn en de Amerikaanse ambassade in Den Haag was gefrustreerd over het feit dat Canada, dat strenger was in etnisch profileren, de volbloed Nederlanders kreeg en de VS de Nederlanders die “allemaal nogal zwaar donker” waren. Aan dit tafereel op het station in Los Angeles in 1957 valt dat niet af te lezen.

Terug in de tijd in het CIA-archief: ‘Politiek en Cultuur’ uit 1957 van de CPN

co1

Drie dagen voor de inauguratie van Trump publiceert de CIA de laatste van 12 miljoen gedeclassificeerde pagina’s. BuzzFeed besteedt er in een artikel aandacht aan. Hier zijn er twee afgebeeld. Ze dateren uit 1957 en komen uit het periodiek ‘Politiek en Cultuur’ (‘maandblad gewijd aan de theorie en parktijk van het marxisme-leninisme onder leiding van het partijbestuur der c.p.n.). Van de 10 nummers ontbreken de nummer 3 en 6. Ze zijn of in 1957 nooit aangekomen of in 2013 niet vrijgegeven. De koude oorlog is op een hoogtepunt en de CIA archiveert een Nederlandstalig tijdschrift van de Communistische Partij Nederland. Wat voor belangrijk nieuws dacht deze inlichtingendienst daar in aan te treffen? Dat blijft gissen.

Het is taaie kost, maar lezing ervan geeft een goed beeld van de denkwijze van de Nederlandse communisten. Ze verketteren de kapitalisten, maar nog meer de sociaal-democraten en bovenal de afvalligen uit eigen kring. Want die verstoren de kracht van de eigen beweging. Tot die laatste categorie kunnen de Franse schrijvers onder wie Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir en Jacques Prévert gerekend worden die zich verzetten tegen de inval van het Sovjet-leger in Hongarije 1956. In een reactie van vier pagina’s antwoorden Sovjet-schrijvers met verwijzingen naar Hitler die niets te maken hebben met wat er in 1956 gebeurde. Wie de volgende naam onder dit antwoord leest krijgt het koud om het hart en weet hoe via de Schrijversbond van hogerhand het antwoord ingestoken is: Konstantin Paustovski. Hier zijn de pagina’s uit het CIA-archief in te zien.

co2

Foto’s: Twee pagina’s uit ‘Politiek en Cultuur’ van de CPN, 17de jaargang nummer 1 (januari 1957). Uit het CIA-archief.