Utrechtse motie die BOA’s dragen hoofddoek toestaat is ongewenst en heeft ongewenste effecten. Straks kunnen ze het pastavergiet van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster dragen

Schermafbeelding van de op 11 november 2021 aangenomen Motie 399Een inclusief uniform bij Toezicht en Handhaving‘ van de Utrechtse gemeenteraad.

Op donderdag 11 november 2021 werd in de Utrechtse gemeenteraad Motie 399Een inclusief uniform bij Toezicht en Handhaving‘ aangenomen. Het gaat over het toestaan van godsdienstige uitingen van BOA’s. De motie werd ingediend door DENK (2), Student & Starter (2) en PvdD (2) en ondersteund door CDA (2), een lid van CU (1), D66 (10), GL (10), PvdA (3) en SP (2). Tegen stemden een lid van CU (1), PVV (1), Stadsbelang (1) en VVD (6).

De motie gaat over het toestaan van godsdienstige uitingen van BOA’s, zoals hoofddoekjes. Dat wordt in de motie op twee manieren verbreed en verhuld door ook ‘levensbeschouwelijke’ uitingen te noemen en een keppel als godsdienstige uiting te presenteren. De motie maakt niet duidelijk wat een en ander in de praktijk betekent. Uit de toelichtingen bij de motie blijkt dat het om de hoofddoek gaat. Andere uitingen worden er aan de haren bijgesleept.

Hoe breed de strekking van de motie is maakt een voorbeeld duidelijk. Een gevolg ervan is dat BOA’s die lid of sympathisant zijn van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster en volgens de richtlijnen van deze godsdienst of levensovertuiging worden geacht een pastavergiet te dragen voortaan in BOA-uniform met pastavergiet hun rondje over de Oudegracht of de Neude kunnen doen. De Kerk wijst daar in een bericht op de eigen site op. Het is anders dan dit bericht suggereert, want in de emancipatiestrijd die deze Kerk voert hoeft het niet eens als godsdienst erkend te worden omdat de motie ook levensbeschouwelijke uitingen betreft. Daar valt het pastavergiet stellig onder.

Schermafbeelding van deel berichtBOA’s mogen eindelijk het vergiet dragen!‘ op de site van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster

Als de motie wordt uitgevoerd en meer is dan een vehikel van DENK om de eigen islamitische achterban te bedienen (waar partijen als D66 en GL in zijn meegegaan), dan kondigt zich de volgende strijd al aan. Want dan kan aan leden van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster niet geweigerd worden om een pastavergiet bij hun BOA-uniform te dragen. Gesteld dat er Utrechtse BOA’s zijn die deze godsdienst belijden.

Dan treedt mogelijk de fase in van de reparatie van deze motie door het formuleren van een nieuwe praktische begrenzing die afstand neemt van de theorie in deze motie. Wordt dan de hoofddoek wel toegestaan en het pastavergiet niet? Dan wordt de rechtsongelijkheid niet bestreden, maar juist bevorderd. Dat kan niet de opzet van deze motie zijn. Het kan een interessante strijd opleveren tussen vrijzinnige en godsdienstige partijen in de Utrechtse raad.

Als de motie wordt uitgevoerd is de kans dus groot dat Utrecht er straks een toeristische attractie bij heeft: handhavers en toezichthouders van de gemeente Utrecht in uniform met een pastavergiet op het hoofd. Utrecht wordt één groot fotomoment. Wie weet wat voor uitingen andere godsdiensten en levensovertuigingen nog in petto hebben die het BOA-uniform ongewild kunnen opfleuren. De internationale pers zal er vermoedelijk ruime aandacht aan besteden. In de stad van Erich Wichman, Joop Moesman, Pyke Koch, Gerrit Rietveld en Dick Bruna herleeft het vooroorlogse surrealisme. Niet in de kroeg of in de kunsthandel, maar op straten en pleinen.

Hoewel ik de waarschijnlijk onbedoelde handreiking waardeer die deze motie doet naar de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster betreur ik het toch dat de motie is aangenomen en acht dat onverstandig. De onderbouwing ervan komt op mij mager en theoretisch over en komt niet verder dan te wijzen op de wenselijkheid van een beleid inzake diversiteit en inclusie. Dat is begrijpelijk in een tijd waarin identiteitspolitiek universiteiten, media en politiek overspoelt, maar als de praktische gevolgen niet zijn uitgewerkt of goed doordacht schiet dat toch tekort en lijkt in Utrecht de waan van de dag te regeren.

Mijn grootste bezwaar ertegen is dat vertegenwoordigers die in naam van de overheid optreden en die overheid representeren een neutrale opstelling dienen te hebben. Dat geldt vooral de zichtbare handhaving op straat. Voor kantoorbanen van overheidsbeambten die niet in contact komen met publiek geldt een andere afweging omdat de symboolfunctie van een neutrale opstelling niet aan de orde is. Opleggen van neutraliteit is de aanvaarde beperking die de staat kan toepassen om grenzen te stellen aan grondrechten, zoals de vrijheid van godsdienst. Die beperking met het oog op het algemeen belang wordt doorkruist in deze motie waar tuchteloos individualisme, ik kan het niet anders zien, in te herkennen valt.

De paradox van de motie is dat met een beroep op de rechten van het individu niet de gemeenschap, maar het individualisme van een zich emanciperende gemeenschap de focus is. Dat is ongewenst omdat daarmee het individu boven de overheid wordt geplaatst. Notabene met toestemming van partijen als CDA, D66, PvdA en GL. Zo verkruimelt het gezag. De Nationale BOA Bond formuleert in een tweet hetzelfde bezwaar tegen de Utrechtse motie:

Tweet van de Nederlandse BOA Bond, 13 november 2021.

Nu.nl maakt niet duidelijk in welke gevallen Utrecht wijzigen slavernij-achternaam zelf betaalt

Schermafbeelding van deel artikel Utrecht betaalt wijzigen achternaam met slavernijachtergrond desnoods zelf‘ van Nu.nl, 7 september 2021.

Het is een goed idee dat mensen die hun ‘slavernij-naam’ willen veranderen dat tegen ‘normale’, niet al te hoge kosten makkelijk kunnen doen. In de grote steden is daar debat over. Dat speelt tegen de achtergrond van het oplaaiende debat over slavernij, identiteit en diversiteit.

De gemeente Utrecht gaat volgens een bericht van nu.nl dat breed door andere media geciteerd wordt nog een stapje verder. Dat nieuwsmedium voert een anonieme bron namens de gemeente Utrecht op zonder te specificeren wie of wat dat is. De waarde van de uitspraak valt daarom niet te controleren omdat de naam van een woordvoerder of een gemeentelijke dienst of afdeling ontbreekt.

Nu.nl stelt dat ‘desnoods de gemeente op initiatief van de gemeenteraad de rekeningen voor de naamsverandering zelf betaalt’, zo zou de gemeente ‘zelf’ melden. Het is onduidelijk op welk initiatief van de gemeenteraad nu.nl doelt. Motie 185 vraagt uitsluitend om een verkenning om de rekening te betalen. Daarover straks meer.

Op de site van de gemeente Utrecht is over dit onderwerp de volgende motie van PvdA en DENK van 3 december 2020 te vinden die met de stemmen van ChristenUnie (2), D66 (10), GroenLinks(12), Partij voor de Vrijheid (1), SP (2), Stadsbelang Utrecht (1) en VVD (6) ruimschoots verworpen werd:

Schermafbeelding van Motie 427 ‘Ondersteun afstammelingen van tot slaaf gemaakte mensen bij hun naamsverandering’ in Utrechtse gemeenteraad, 3 december 2020.

Beide partijen pleitten ervoor om bij het Rijk te pleiten voor afschaffing van het psychische onderzoek en opperden te verkennen of de gemeente tegemoet kan komen in een deel van de kosten.

In de behandeling (klik op 19e raadsvergadering gemeenteraad 3 december 2020.doc en dan p.71) ontraadde wethouder Linda Voortman (GL) M427 ‘om financiële redenen’ en zei ze te kijken of de bijzondere bijstand een optie voor dekking zou zijn. In haar reactie zei fractievoorzitter Heleen de Boer van GL dat omdat de wethouder heeft gezegd ‘dat zij hierover in gesprek gaat’ en zij heeft uitgelegd dat zij gaat proberen een regeling te treffen voor de mensen die dat niet zelf kunnen betalen dat dat voor haar fractie voldoende was om ‘op dit moment’ tegen M427 te stemmen.

Motie 185Naamsverandering van nakomelingen van tot slaaf gemaakten‘ van juli 2021 die een doorstart van M427 is en met ruime steun werd aangenomen droeg het college op om samen met de drie grote steden bij het Rijk te pleiten ‘voor afschaffing van de kosten van een naamswijziging en voor afschaffing van het psychologisch onderzoek‘ en ‘te verkennen wat de mogelijkheden zijn om als gemeente Utrecht tegemoet te komen aan de kosten die Utrechtse nakomelingen van tot slaaf gemaakte mensen moeten maken om hun achternaam te veranderen‘.

Inhoudelijk is M185 een kopie van de eerder verworpen M427 van PvdA en DENK. Het verschil tussen beide moties is niet inhoudelijk, maar gaat over het wel of niet zwaar laten wegen van de financiële dekking. In de tweede motie M185 moet blijkbaar het toevoegen van de passage ‘afschaffing van de kosten van een naamswijziging‘ de draai voor de coalitiepartijen mogelijk maken, zodat ze niet meer gebonden zijn om die af te wijzen vanwege ontbrekende dekking. Een toezegging van het Rijk als gevolg van de onderhandelingen zou dat politiek haalbaar kunnen maken. Daarover zegt het bericht van nu.nl niets. Het is trouwens onzeker of het Rijk ooit met zo’n toezegging komt. Blijkbaar maakt dit voorschot op de toekomst de draai voor GL, D66, CDA, CU, PvdD, SP en Student & Starter mogelijk.

Uit het bericht van nu.nl wordt niet concreet hoe breed de categorie mensen is waarvoor de gemeente Utrecht de naamsverandering wil gaan betalen. Het oogt als een losse flodder of proefballonetje dat dient om druk te zetten op het Rijk. Als het gaat om de mensen die het niet zelf kunnen betalen en waarvoor een regeling wordt getroffen, dan reproduceert nu.nl het standpunt van 3 december 2020 van wethouder Voortman en fractievoorzitter De Boer. Het ‘desnoods’ in de uitspraak van de anonieme bron van de gemeente Utrecht duidt erop dat betalen door de gemeente alleen in specifieke gevallen geldt. Zoals voor mensen die het niet kunnen betalen. Maar dat wordt niet duidelijk gemaakt.

Als dit bericht van nu.nl klopt, wat de vraag is vanwege het anonieme karakter van de bron, dan valt de opstelling van het Utrechtse college en de coalitiepartijen te karakteriseren als politiek opportunisme of vertraagd inzicht. Niet alleen op het Binnenhof worden verschillen niet gemaakt door de inhoud, in Utrecht is het niet anders. De uitspraak van de anonieme bron van de gemeente Utrecht speelt op het niveau van de politieke marketing en de angst om door andere partijen overvleugeld te worden.

Raad Arnhem neemt motie aan om stedenband met Wuhan te verbreken vanwege de schokkende behandeling van de Oeigoeren door China

Aangenomen motie 21M81 ‘Verbreek stedenband met Wuhan (Volksrepubliek China)’ in gemeenteraad Arnhem, 21 juli 2021.

Een motie die op 11 november 2020 nog door DENK werd ingetrokken omdat er geen meerderheid voor was kreeg gisteren wel een meerderheid in de Arnhemse raad.

Vergeleken met toen was de motie op twee punten gewijzigd. In de tekst was toegevoegd: [We weten dat] ‘De 2de kamer op 25-02-2021 een motie heeft aangenomen waarin uitgesproken wordt dat in China genocide plaatsvindt en China strafkampen erop na houdt die bedoeld zijn om geboorte binnen een specifieke groep te voorkomen’. In de presentatie van de motie verwees de vertegenwoordiger van DENk uitdrukkelijk naar deze motie in de Tweede Kamer. Verder was de motie medeondertekend door de Partij voor de Dieren en de ChristenUnie.

De Gelderlander noemt in een bericht van 21 juli 2021 het besluit van de raad om de stedenband met Wuhan te verbreken ‘verrassend‘, Het zegt ook dat de raad hiermee inging tegen het voorstel van het college dat bestaat uit GL, D66, VVD en PvdA. De partijen die voor de motie stemmen waren Denk, GroenLinks, D66, SP, ChristenUnie, PVV en Partij voor de Dieren. Ze hebben een meerderheid van 23 van de 39 zetels. Van de coalitiepartijen stemden GL en D66 voor en PvdA en VVD tegen.

In oktober 2019 verscheen in opdracht van het college een door Buck Consultants International uitgevoerde evaluatie over de 20 jarige relatie van Arnhem met Wuhan. Het leest als een stuk uit een vorig tijdperk. Dat bureau adviseerde om de stedenband niet te verbreken omdat ‘De relatie biedt betrokkenen rechtstreeks inzicht in de werkwijze en uitdagingen binnen deze enorme groeimarkt, kansen voor nuttige contacten en zakelijke mogelijkheden, en Arnhem als stad een grotere uitstraling‘. Dat is een economische benadering die door de motie naar de prullenbak is verwezen. De paradox is dat Arnhem dat zich nu laat kennen als criticus van het Chinese mensenrechtenbeleid een uitstraling krijgt dat het anders nooit had gehad.

Deze motie staat niet op zichzelf en is er een teken van dat binnen de EU en het Westen in het algemeen (met name Australië, Zweden en de VS) de kritiek op China op de laagste en hoogste bestuurlijke niveau’s toeneemt. Europese landen laten zich steeds lastiger chanteren door de economische macht van China. Dat wordt aan twee kanten ook beter realiseerbaar door de ontknoping van de Chinese economie van de wereldeconomie die zowel door het leiderschap van de Communistische Partij China als westerse landen wordt nagestreefd. Dat maakt de dreiging van economische chantage door de Chinese communisten op termijn minder krachtig.

Het is de verdienste van DENK dat het dit in Arnhem in een motie heeft opgeschreven en het is een teken van veranderend denken over de relatie met China dat de motie door links, rechts, niet-coalitiepartijen en coalitiepartijen is aangenomen.

Welke gemeenten volgen? Als de lijst nog actueel is: Amsterdam heeft stedenbanden met Beiijng en Shenzhen, Delft met Jingdezhen, Emmen met Shangluo, Enschede met Dalian, Groningen met Tianjin en Xi’an, Maastricht met Chengdu, Oosterhout met Nantong, Tilburg met Changzhou en Weert met Hangzhou. Activisten en politieke partijen die de stedenband van hun eigen gemeente met een Chinese gemeente willen verbreken of ter discussie willen stellen kunnen uit de Arnhemse motie moed putten.

Kandidatuur van Kauthar Bouchallikht bij GroenLinks toont aan dat het in Nederland ontbreekt aan een linkse, vrijzinnige partij

De wetmatigheid van een verkiezingscampagne is dat onrust bij de buren positief uitpakt voor de partij waar het rustig blijft. Zo beredeneerd is op links de PvdA op dit moment de geluksvogel. Bij D66 is er Sigrid Kaag die een parallelle marketingcampagne heeft opgezet en het stigma om elitair te zijn in haar uitspraken eerder benadrukt dan ontzenuwt. Bij SP is er een geschil van de partijleiding met de jongerenafdeling ROOD (verdacht van communistische sympathieën) die vragen oproept over de interne democratie van de partij. Toch al het zwakke punt van de SP. En bij GroenLinks is er de ongelukkige kandidatuur voor de Tweede Kamer van Kauthar Bouchallikht die voortdurend in opspraak is en voor negatieve publiciteit blijft zorgen.

Kauthar Bouchallikht was tot 1 december 2020 als vice-voorzitter van studenten – en jongerenplatform FEMYSO die opgericht was door de Moslimbroederschap hieraan gelieerd. Dat kan, maar het springende punt was dat de leiding of screeningcommissie van GroenLinks hiervan niet op de hoogte bleek. Of in elk geval ontbrak dit feit bij de informatie die de partij gaf over de kandidaten. De leiding van GroenLinks lijkt dus niet tot in detail te hebben begrepen waar Bouchallikht voor staat en zit nu in een publicitaire klem om achteraf toe te geven dat de screening onvoldoende is geweest en deze kandidate niet bij het karakter van de partij past. Het is dan ook de vraag of de partij deze publicitair zeurende kwestie goed behandelt.

Het ontbreekt de linkse partijen aan een goede antenne om kandidaten met een allochtone achtergrond te screenen zoals ze dat bij andere kandidaten doen. Of hoe dat in het tijdperk van inclusie en diversiteit genoemd behoort te worden. De afsplitsing van twee Turks-Nederlandse PvdA’ers die met succes DENK oprichtten geeft aan hoe mis dat is gegaan bij de PvdA. Toenmalig partijleider Wouter Bos zei daar in 2006 over dat hij ongelukken voorzag met allochtone kandidaten die met voorkeurstemmen gekozen waren. De fout die partijen maken is dat ze ongeduldig zijn. Ze zien niet in dat islam-fundamentalisten in vorm modernistisch zijn, maar niet in inhoud en dat anderen vanwege het streven naar een representatieve vertegenwoordiging van allerlei doelgroepen hun etniciteit om opportunistische redenen gebruiken om snel te stijgen in de partijhiërarchie. Waardoor de rijping en scholing te weinig aandacht krijgen.

De linkse partijen laten zich door schone schijn van conservatief-religieuze opvattingen verleiden die in tegenspraak met hun uitgangspunten zijn. Vaak komt daar nog antisemitisme bij. In een commentaar in 2018 over de ongelukkige samenwerking van het islamitisch geïnspireerde NIDA met SP, PvdA en GroenLinks in Rotterdam concludeerde ik: ‘De linkse reflex van diversiteit en insluiting is even kwalijk als de rechtse reflex van homogeniteit en uitsluiting als die niet samengaat met het toetsen van uitspraken op hun betekenis.’

Wat meespeelt bij GroenLinks is dat bij de fusie in 1991 met PPR en EVP, naast de CPN en PSP, een evangelisch geluid de partij binnenkwam. Reken daarbij de communisten die zich gedroegen als gelovigen en het is duidelijk dat het vrijzinnige en pacifistische geluid van PSP’er Fred van der Spek binnen GroenLinks een minieme minderheid was. In bijna 30 jaar is weliswaar het onderlinge verschil tussen de afzonderlijke bloedgroepen afgenomen, maar is dat zalvend-verkondigende aspect nog steeds in het DNA van GroenLinks aanwezig. Naar mijn idee heeft de partij zich nooit hersteld van dat religieuze denken en de wil om te getuigen. Het kan er de verklaring voor zijn dat Kauthar Bouchallikht binnen GroenLinks zo weinig kritisch, om niet te zeggen naïef is bejegend.

Er moet maar eens een echte linkse, vrijzinnige partij in Nederland komen. Het is tamelijk absurd voor het seculiere Nederland waar het hele politieke landschap is verkaveld in aparte onderdelen voor elke overtuiging dat zo’n eenduidig vrijzinnige partij niet bestaat. Het valt Kauthar Bouchallikht niet aan te rekenen dat ze haar opvattingen heeft (die zijn te karakteriseren als islamitisch-fundamentalistisch), maar wel dat GroenLinks met haar kandidatuur volhoudt dat het vrijzinnig en seculier is.

Farid Azarkan en Geert Wilders zeggen via Twitter tegen mij: ‘je bent geblokkeerd’. Maar staan ze niet zelf geblokkeerd?

Op sociale media mag ik graag reageren. Het aardigste vind ik het om iets te zeggen tegen mensen met wie ik het het meest oneens ben. Types als president Trump of leden van religieuze organisaties die hun onwaarheden en leugens het internet opslingeren. Er is doorgaans weinig voor nodig om dat te ontkrachten. Dat heeft nog de schijn van een publiek debat. Soms gaat zelfs zo’n politicus of geestelijke in debat. Dan is men het weliswaar niet eens, maar ontstaat toch een soort uitwisseling van gedachten. Hoe vluchtig dat ook is en hoe men tot onderdeel van politieke marketing wordt gemaakt. Meer kan men niet verwachten als toevallig passant op sociale media.

Wel minder. Dat geven Farid Azarkan en Geert Wilders aan. De politieke leiders van respectievelijk de politieke partij DENK en de PVV hebben me geblokkeerd op Twitter. Ze hebben de deur van het debat dichtgegooid. Wat de aanleiding daarvoor was kan ik me niet herinneren. Opvallend is dat deze twee politici hun mond vol hebben van de vrijheid van meningsuiting en in de praktijk het omgekeerde doen. Dat tekent de zwakte van hun mooie woorden die niets om het lijf hebben. Azarkan en Wilders staan naakt in hun schone schijn. Ze komen niet op voor de vrijheid van u en mij, maar willen in de publiciteit alleen het beeld vestigen dat ze opkomen voor de vrijheid.

Azarkan en Wilders zijn op hun eigen manier politici met een beperkte blik die bang zijn voor het tegengeluid dat ze uitsluiten. Want zo hebben ze in hun eigen domein altijd gelijk en kunnen ze (op sociale media) niet worden tegengesproken. Azarkan en Wilders zijn eenoog koning in hun gesloten blinde wereld. Baasjes in hun reservaat.

Azarkan en Wilders vertegenwoordigen de grootmoedigheid van de kleingeestigheid. Ze zijn het omgekeerde van wat ze beweren te zijn. Er gaapt een kloof tussen wat ze zijn en wat ze beweren te zijn. Ze zijn beperkte geesten die als camouflage het uiterlijk van de vrije geest aannemen. Maar dat wordt er door hun bedrieglijke gedragingen en uitspraken steeds potsierlijker op. Ze blokkeren anderen op sociale media, maar zijn het zelf die mentaal geblokkeerd staan. Maar dat hebben ze niet door in hun gesloten wereld waar de tegenspraak wordt uitgebannen.

Foto’s: Schermafbeelding van de door George Knight opgeroepen Twitter-pagina’s van Farid Azarkan en Geert Wilders, 12 november 2020.

Bedenkingen bij de verbolgen toon én de opvattingen van het CDA Utrecht over kunst, de openbare ruimte en marketing

Aldus een passage uit een artikel op de site van het CDA Utrecht. De vorm van de tekst is exemplarisch voor de inhoud. Het ziet er chaotisch, onsamenhangend en slordig uit. De titel maakt dat duidelijk: ‘Waarom kunst júist zichtbaar moet zijn in de stad’. Daar valt geen chocola van te maken. Wat wordt hier bedoeld?

Het CDA Utrecht meent dat ‘kunst omwille van de kunst zeker een waarde heeft’, maar … En dan komt het grote ‘maar’ dat dat eerste standpunt onderuit haalt en de grond inboort. Een wijziging maakt duidelijk hoe normatief de uitspraak is: ‘Religie omwille van de religie heeft zeker een waarde, maar als gemeente moeten we ook kijken hoe religie voor onze inwoners een meerwaarde kan hebben’. Ik vermoed niet dat religieuze organisaties dit zouden pikken onder verwijzing naar hun soevereiniteit in eigen kring. En gelijk hebben ze. Maar het CDA Utrecht wil die soevereiniteit die het voor religie claimt blijkbaar niet geven aan de kunst en de organisaties werkzaam in de kunstsector. Kunst moet in de visie van CDA Utrecht dienstbaar, zichtbaar en afhankelijk zijn. En vooral niet zichzelf. Het CDA Utrecht creëert daarnaast met een paternalistische houding tegenover kunst ook nog eens een tegenstelling die niet noodzakelijkerwijze  bestaat. Want waar concludeert het CDA Utrecht uit dat ‘kunst omwille van de kunst’ geen meerwaarde voor de inwoners van Utrecht heeft?

In het artikel geeft het CDA Utrecht het standpunt van DENK over kunst in de openbare ruimte verkeerd weer als het zegt dat DENK tegen het plaatsen van schilderijen in de openbare ruimte is. CDA Utrecht bedoelt daar ongetwijfeld de afbeelding van iconische schilderijen van oude meesters mee. Het wordt lastig met het oog op behoud en verzekering om schilderijen van oude meesters aan gevels in de wijken Overvecht en Kanaleneiland op te hangen. Aanleiding zijn schriftelijke vragen die door DENK-fractiemedewerker en kunsthistoricus Jelle Bouwhuis zijn geformuleerd en ingaan tegen de visie van het CDA Utrecht om ‘Utrechtse Meesters een gezicht’ in de openbare ruimte te geven. In een commentaar van 23 november 2018 besteedde ik aandacht aan deze aanvaring tussen DENK en het CDA. DENK lijkt echter niet zozeer tegen het voorstel om afbeeldingen van schilderijen in de openbare ruimte te plaatsen, maar wil daar wel de bewoners inspraak in geven en voorwaarden aan het soort afbeeldingen stellen opdat ze zinvol zijn voor alle inwoners van de stad.

Wat is er aan de hand als het CDA Utrecht op verbolgen wijze opmerkt: ‘En Utrecht Marketing krijgt op de kop omdat ze geschikte schilderijen selecteren’. Het kan toch nooit de taak van een uitvoerende dienst als Utrecht Marketing zijn om geschikte schilderijen voor een afbeelding te selecteren? Dat behoort toch op beleidsniveau te gebeuren door beleidsmakers op het snijvlak van openbare ruimte, cultuur en wijkgerichte participatie? Utrecht Marketing heeft 57 medewerkers met als expertise citymarketing, communicatie en het signaleren van ontwikkelingen. CDA Utrecht laat zich kennen omdat niet iedereen haar voorstel voor de Utrechtse Meesters in de openbare ruimte omarmt en verzet zich zelfs tegen de VVD dat ‘opeens’ het voorstel wel omarmde.

Het wordt er nog merkwaardiger op als het CDA zegt: ‘Het achterhoedegevecht van DENK en de VVD moeten ze lekker samen uitvechten, ik hoop dat veel inwoners en culturele organisaties met ons meedenken over hoe we onze cultuurgeschiedenis en toekomstig talent een mooie plek in het straatbeeld kunnen geven.’ Dit soort kinderachtige uitspraken over tamelijk ondergeschikte onderwerpen is er precies de reden voor dat burgers afstand van de politiek nemen en er vervreemd van raken. CDA Utrecht claimt voor zichzelf in de avant-garde van de kunst te opereren omdat het verder wenst te kijken dan kunst omwille van de kunst. CDA Utrecht is de artistieke spookrijder die de meerwaarde voor kunst vooral bij zichzelf legt. Hoe het CDA Utrecht meent door het realiseren van afbeeldingen van oude meesters in de openbare ruimte het ‘toekomstig talent’ een mooie plek in het straatbeeld te geven is illustratief voor het onzorgvuldig en lui denken van het CDA Utrecht.

Foto’s 1 en 2: Schermafbeelding van deel artikelWaarom kunst júist zichtbaar moet zijn in de stad’ van het CDA Utrecht, 27 november 2018.

Foto 3: Realisering van de afbeelding van een schilderij van een Utrechtse meester (Dirck van Baburen, De luitspeler) aan een gevel van een flat op Kanaleneiland, Utrecht; eigen foto 30 november 2018.

Hoe gepast is realisatie door het bestuur van christelijke werken in de openbare ruimte? DENK stelt vragen aan Utrechts college

Utrechtse raadsleden willen Utrechtse meesters een gezicht geven. Bovenstaande motie 51 van 29 juni 2017 die werd ingediend door GroenLinks, CDA en Student&Starter verzocht het college mogelijkheden te onderzoeken ‘voor het permanent onder de aandacht brengen van enkele oude Utrechtse meesters in de binnenstad’. In een commentaar van 3 september 2018 had ik daar kritiek op. Ik schreef: ‘Laten de Utrechtse meesters niet ondergeschikt gemaakt worden aan de stadspromotie en de marketing van Utrecht. Een Utrechtse meester past per definitie niet in dat frame. Het surplus van een culturele icoon is niet te vangen. Dat moet daarom niet geprobeerd worden. Ook als de poging goedbedoeld en welgemeend is. Het wringt.’

Ook DENK dat in de raad met 2 zetels vertegenwoordigd is heeft twijfels over het idee om de Utrechtse meesters in de openbare ruimte te promoten met het oog op cultuureducatie en publieksbereik. Het lijkt er trouwens op dat gaandeweg de werking van de openbare ruimte is verruimd van de binnenstad uit motie 51 naar andere delen van de stad. Uit het antwoord op bovenstaande schriftelijke vragen van 18 oktober 2018 van DENK (‘Eerdere vragen Geef Utrechtse Meesters een Gezicht’) bleek al dat een partij die vragen stelt over het vanzelfsprekende dat niet zo vanzelfsprekend is een heel eind kan komen. Want het college stelt in haar antwoord weliswaar dat de Utrechtse meesters ‘Utrechtse iconen voor álle bewoners van Utrecht zijn’, maar het is nog maar helemaal de vraag of dat zo is, hoe dat aangetoond kan worden, of dat zo door alle inwoners ervaren wordt en het etnisch, cultureel en kunsthistorisch wel klopt. Het lijkt er sterk op dat het college met het volgen van motie 51 (2017) met ogen open het mijnenveld van de identiteitspolitiek in is gelopen.

Op 22 november heeft DENK opnieuw schriftelijke vragen gesteld (‘Geef Utrechtse Meesters een Gezicht’) die inzoomen op de openbare ruimte van Kanaleneiland en Overvecht. DENK merkt op over het antwoord van het college op de vragen van 18 oktober: ‘Hierin werd duidelijk dat het Centraal Museum en Utrecht Marketing enkele monumentale wandschilderingen willen realiseren in de wijken Kanaleneiland en Overvecht, bij wijze van publiciteit voor de aanstaande overzichtstentoonstelling van Caravaggisten in het Centraal Museum.’ Op 16 december 2018 opent de tentoonstellingUtrecht, Caravaggio en Europa’ in het Centraal Museum. DENK stelt vragen ‘over de aard van deze werken, en de informatie erover naar de Raad en de buurtbewoners’ en vraagt zich in het bijzonder af hoe gepast het is dat ‘instellingen ( ..) monumentale werken met religieuze thematiek realiseren in de openbare ruimte’. De schilderijen van de Caravaggisten staan bij uitstek bekend om ‘de Christelijke, bijbelse thematiek’ zo stellen deze vragen met kunsthistorische invalshoek. DENK meent dat het gemeentebestuur hierover ‘duidelijk’ de raad moet informeren ‘aangezien het gaat om religieuze uitingen in de openbare ruimte die buiten het domein staan van religieuze instellingen en gebouwen’.

Deze vragen stellen op een demonstratieve wijze dat deze religieuze uitingen niet neutraal of onpartijdig zijn in een stad als Utrecht waar de grote meerderheid van de inwoners vrijdenker of niet-christen is. Het tonen van wandschilderingen met christelijke, bijbelse thematiek in Overvecht en Kanaleneiland mag dan marketing zijn voor een lokale tentoonstelling en verkocht worden als promotie voor de kunst en cultuur van Utrecht, maar valt tevens op te vatten als religieuze propaganda voor het christendom in de openbare ruimte. Dat is ongewenst. De principiële vraag die DENK stelt is volgens welk grondrecht het gemeentebestuur dit meent te kunnen doen of waarom het een uitzondering op dit grondrecht meent te kunnen maken. Deze vragen gaan over heel wat meer dan marketing en stadspromotie alleen. Ze gaan er ook over van wie de stad is en hoe gewenst en neutraal de realisatie van ‘culturele’ werken met religieuze thematiek in de openbare ruimte is.

Foto 1: Schermafbeelding van motie 51 (2017) ‘Geef Utrechtse meesters een gezicht’ van Reinhild Freytag (Student & Starter), Steven de Vries (GroenLinks) en Marloes Metaal-Froon (CDA) in gemeenteraad Utrecht, 29 juni 2017.

Foto 2: Schermafbeelding van deel schriftelijke vragen (met antwoord) 140 (2018) ‘Eerdere vragen Geef Utrechtse Meesters een Gezicht’ van College  B&W aan Mahmut Sengur (DENK) in gemeenteraad Utrecht, 18 oktober 2018.

Foto 3: Caravaggio, De graflegging van Christus (‘Deposizione’), 1602-04. Collectie: Pinacoteca Vaticana, werk wordt getoond op tentoonstellingUtrecht, Caravaggio en Europa’ in het Centraal Museum (16 december 2018 – 24 maart 2019).

Foto 4: Schermafbeelding van schriftelijke vragen 160 (2018) ‘Geef Utrechtse Meesters een Gezicht’ van Mahmut Sengur (DENK) in gemeenteraad Utrecht, 22 november 2018.

Gemeenteraadsverkiezingen: Keuze is nog nooit zo moeilijk/ makkelijk geweest

De keuze om te stemmen is nog nooit zo makkelijk geweest. Morgen zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Er zijn namelijk maar twee partijen. Partijen die politiek willen bedrijven binnen het bestaande politieke systeem en de partijen die dat niet willen, maar het systeem op willen blazen. En bewust of onbewust steun zoeken bij of geven aan tegenstanders van dat politieke systeem. Daarmee verkleinen ze de legitimiteit ervan. Gelovigen in de diepe staat en complotdenkers vallen in de tweede categorie. Ze willen puinhopen creëren om er iets nieuws op te bouwen. Of ze te laten smeulen als waarschuwing voor iets wat ze nog moeten ontdekken.

Het is nog helemaal niet zo makkelijk om te bepalen welke partijen in welke categorie vallen. Wat te doen met de SGP dat weliswaar het bestaande politieke en sociale systeem op wil blazen omdat het gaat voor de theocratie ‘waarin de godheid als onmiddellijke gezagsdrager wordt beschouwd’, maar dat tevens binnen de bestaande politieke structuur zich gouvernementeel gedraagt. En wat te doen met de SP die aanhaakt bij krachten die de EU en de bestaande Europese veiligheidspolitiek willen verzwakken of zelfs opblazen, maar die zich tegelijk evenals de SGP correct gedraagt binnen het bestaande systeem? En wat te denken van de VVD dat in theorie zegt te gaan voor het bestaande politieke systeem, maar dat in praktische politiek ondermijnt door corrupt gedrag en een buitenlandse politiek die minimalistisch steun geeft aan de EU en de slagkracht van de defensie in de afgelopen decennia tot een onaanvaardbaar laag niveau heeft teruggeschroefd? De VVD is over de grenzen heen loyaler aan de bestuurskamers van de multinationals dan aan Nederlandse burgers.

De keuze om te stemmen is nog nooit zo moeilijk geweest. Want als we politieke partijen langs de meetlat van steun voor het bestaande politiek systeem leggen, dan is niet op voorhand duidelijk wat een systeempartij en een anti-systeempartij is. Wel is duidelijk wie er in de tweede categorie vallen: PVV, Forum voor Democratie, DENK en allerlei links-radicale of rechts-radicale partijen die of hun loyaliteit buiten Nederland hebben liggen of het bestaande politieke systeem willen afbreken. Als hetzelfde voor de SGP, SP en de VVD geldt, dan weet de kiezer wat een systeem- en een anti-systeempartij is. De afweging om voor de ene of andere categorie te kiezen is bepalend. Hoe men vervolgens binnen de categorie stemt maakt minder uit. Hoewel de ketelmuziek van de campagne anders suggereert. Wetmatigheid is dat overeenkomsten gekleineerd worden en verschillen uitvergroot. Complicatie voor de kiezer is dat anti-systeempartijen zich voordoen als systeempartijen en hun ware aard slechts gedeeltelijk laten zien. Dan lijkt het zelfs alsof het totaal niet uitmaakt waarop men stemt.

Foto: Bord met verkiezingsaffiches voor de gemeentaadsverkiezingen van 21 maart 2018 in Den Bosch in artikelSneue foto’s, holle frases: zijn verkiezingsaffiches nog van deze tijd?’ in het het BD, 10 maart 2018; © copyright Marc Bolsius.

Bij herdenking Februaristaking Hilversum weigeren antifascisten rechtse media. Herrie tussen radicaal-links en radicaal-rechts

In Hilversum werd vandaag 77 jaar na de Februaristaking in 1941 een strijd uitgevochten tussen radicaal-links en radicaal-rechts. De uit het communistische verzet uit de Tweede Wereldoorlog voortgekomen vereniging Antifascistische Oud-Verzetsstrijders Nederland / Bond van Antifascisten (AFVN) weigerde rechtse media de toegang tot de herdenking. Het gaat om PowNed, GeenStijl, WNL, De Dagelijkse Standaard en The Post Online.

Hilversums burgemeester Pieter Broertjes distantieert zich van de herdenking. Hij zegt over organisator Arthur Graaff in een reactie voor de NOS: ‘Er is niet samen te werken met de man. Toen hij vanmiddag ook nog die mail over de pers verstuurde, was ik er helemaal klaar mee.’ Volgens Broertjes had De Graaff de organisatie van de herdenking naar zich toegetrokken. De gewraakte mail waarin De Graaff zegt dat de genoemde rechtse media niet welkom ondertekent hij met ‘lid NVJ’. Op een inmiddels verwijderde Wikipedia-pagina die als waarschuwing geeft dat de neutraliteit ervan wordt betwist is meer te lezen over zijn journalistieke verleden.

Broertjes heeft gelijk dat wat Arthur Graaff en zijn Comité Februaristaking Gooi doen ontoelaatbaar is. Het is ongepast om media de toegang tot een openbare bijeenkomst te ontzeggen. Rechtse politieke partijen als de PVV of Forum van Democratie of het links-conservatieve DENK hebben in het verleden ook media de toegang geweigerd of geboycot en krijgen daar terecht kritiek op. Dat past niet in een open democratie. Het tekent de mentaliteit van radicaal-links en radicaal-rechts die de tolerantie voorbij zijn. Graaff suggereert dat de vijf media die hij de toegang ontzegt ontspoord zijn en ontspoort zelf in de weigering ze niet toe te laten. Tot een herdenking waar buiten Hilversum niemand ooit van had gehoord. Dat is nu veranderd. Niet in gunstige zin.

Foto 1: Voorpagina van website afvn.nl. De site bevat onder meer een persbericht over de Herdenking Februaristaking Gooi/ Hilversum.

Foto 2: Schermafbeelding van de e-mail van Arthur Graaf over weigering om media toe te laten tot herdenking Februaristaking in Hilversum, 26 februari 2018. 

Turkije-politiek van DENK leidt tot uitsluiting van deze partij door VVD Deventer. Waarom zwijgen niet-Turkse kaderleden van DENK?

De VVD Deventer wil niet met DENK in debat. In een bericht op de website met de veelzeggende titel ‘Geef het Erdoganistische gif van DENK geen kans in Deventer’ kwalificeert fractievoorzitter Daan Ledeboer DENK als ‘Een regelrechte aanval op onze waarden en onze democratie.’ Dit naar aanleiding van de oproep van DENK-leider Tunahan Kuzu om Turks-Nederlandse kamerleden en bestuurders te bevragen over hun stellingname in de Armeense kwestie. In een opvallende reactie noemde hij kamerleden die de Armeense genocide erkenden landverraders. De vraag die Kuzu ongenoemd laat is welk land ze volgens hem zouden verraden. Noorwegen? Thailand? Japan? België? Honduras? Het enige relevante land is Nederland omdat de kamerleden en raadsleden Nederlandse staatsburgers zijn die een controlerende en wetgevende rol in de Nederlandse politiek hebben.

Met zijn fanatisme, gespeelde onbegrip en onnozelheid neemt Kuzu met zijn partij afstand van Nederland en doet hij zich kennen als vijfde colonne in Nederland voor de politiek van de Turkse leider Recep Erdogan. Valt zo’n opstelling van de pro-Erdogan Kuzu nog enigszins te begrijpen, vraag is wat niet-Turkse kaderleden van DENK die als vanouds zo’n duidelijke pro-Erdogan opstelling missen binnen DENK te zoeken te hebben. Want de Turkije-politiek van DENK zoals Kuzu die verwoordt trekt deze partij naar de marges van het politieke spectrum. Dat is ook van invloed op kandidaat-raadsleden in Deventer, Rotterdam, Utrecht of Amsterdam die door deze pro-Erdogan politiek van DENK straks belemmerd kunnen worden in hun raadswerk. Kunnen ze zich vereenzelvigen met Kuzu’s Turkije-politiek die de andere programmapunten van DENK marginaliseert?

Hoelang nog blijven niet-Turkse kaderleden van DENK zwijgen en wanneer nemen ze afstand van de Turkije-politiek van DENK die de partij verwijdert van de redelijkheid, de Nederlandse democratie en een solide plek tussen andere partijen in Tweede Kamer en gemeenteraden? Of kent DENK net als Forum voor Democratie geen interne partijdemocratie, met als gevolg dat grieven van de basis genegeerd worden en niet in openheid en zonder dwang van de partijtop op een ledenvergadering besproken kunnen worden? Het lijkt er sterk op.

Foto: Eigen tweet in antwoord op een tweet van DENK, 24 februari 2018.