Gedachten bij de foto ‘Der Überseedampfer “Fritz Schoop” im Seenebel im Hafen Königsberg, Ostpreußen, 1930er Jahre’

Karl Heinrich Lämmel, ‘Der Überseedampfer “Fritz Schoop” im Seenebel im Hafen Königsberg, Ostpreußen’,  1930er Jahre‘. Collectie: United Archives.

Na duizenden foto’s van de Duitse fotograaf Karl Heinrich Lämmel (1910-1945) in het archief van United Archives te hebben bekeken, werd ik er wee van.

Lämmel laat zich kennen als een professionele fotograaf die de landschappen en steden van Duitsland vaardig in beeld bracht. Maar bijna altijd schijnt de zon. Letterlijk en figuurlijk. Hij moest vanwege de lastige politiek situatie waarschijnlijk de zon laten schijnen. Hij werkte in de jaren dertig als fotoreporter voor Mauritius-Verlag, het in 1929 opgerichte en nog steeds bestaande Duitse fotobureau.

De waarde van de foto’s zit hem erin dat Lämmel een Duitsland in beeld brengt dat verdwenen is. Of door de vernietiging van steden of door verlies van land, zoals Oost-Pruisen.

Lämmel geeft een geïdealiseerd beeld van Duitsland zonder scherpe kantjes. Ook in de jaren dertig was dat al gedateerd, maar de toenmalige Duitse media hadden waarschijnlijk behoefte aan een beeld van Duitsland dat boven of naast de werkelijkheid stond.

Lämmel lijkt niet de opportunistische Leni Riefenstahl van de fotoreportage, maar hij ontkwam er toch niet aan om reportages over de HJ, Hitler Jeugd in al zijn verschijningsvormen te maken. De controverses en maatschappelijke verschillen wordt buiten beeld gehouden. Het lijkt altijd vakantie met aangename plaatjes. Media die klant waren bij Mauritius wisten vanwege de censuur wat ze wel en niet konden publiceren. En daarom maakte Lämmel wat hij maakte. Dat soort commercie is de economische beperking van artistieke vrijheid.

Het is te hopen dat ooit het privé-archief van Lämmel boven water komt. Meer dan 75 jaar na zijn verdwijning in de toenmalige Sovjet-Unie valt dat niet te verwachten. Hij lijkt met zijn fotografisch talent voorgoed verdwenen in de mist van de oorlog en de geschiedenis. Zijn eenzijdige kleuring van het toenmalige Duitsland roept voor ons overigens de vraag op of dat nu fundamenteel anders is. Terugkijken op de geschiedenis is uiteraard akkoord, maar neerkijken niet.

Circus (1930-1940)

Circus. Collectie: Billy Rose Theatre Collection van THE NEW YORK PUBLIC LIBRARY
DIGITAL COLLECTIONS
.

Er is niks bekend over deze foto behalve dat het onderwerp ‘Circus’ is. Omdat die opgenomen is in een Amerikaanse collectie betreft het waarschijnlijk een Amerikaans circus. De man links draagt een zoot suit die in de jaren 1930 en 1940 populair waren.

De twee mannen en vrouwen spelen op een xylofoon zonder resonator. Vermoedelijk een eigentijdse populaire melodie. de enscenering van het publiek op de achtergrond is fascinerend. Als backdrop voor de publiciteitsfoto. Een studie in zwart, met linksboven een man in een witte jas die afwijkt van de rest.

Het is een foto die een impressie geeft van een betoverende wereld die verdwenen is en nu nog net opgemerkt wordt. Ternauwernood. Vergeten, maar niet verloren. Of is het andersom: verloren, maar niet vergeten? Wat niet onthouden wordt is men kwijt. Het valt niet meer te redden. Veel valt er niet te vertellen over wat vroeger was.

Gedachte bij foto ‘Coaling a ship, Nagasaki’ (1918 – 1930)

Bestaat het woord ‘bekolen’? Ik betwijfel het, maar als dat niet zo is wordt bij deze voorgesteld om het te gebruiken. Zolang het nog mag.

Een beschrijving van deze ansichtkaart van een schip dat in het Japanse Nagasaki wordt gebunkerd of bevoorraad met kolen zegt (vertaald): “Ze zijn aan het bekolen in Nagasaki en dit wordt gedaan door een menselijke ketting van vrouwen, die manden met kolen van de een naar de ander doorgeven totdat de vrouw op de bovenste trede de kolen in de stortkoker leegt en de mand terug in de grote platte boot gooit die met kolen is gevuld – deze boten strekken zich aan weerszijden over de gehele lengte van het schip uit. Het is een raar en vreemd gezicht–LMB”.

Het is een opmerkelijke compositie van linksonder naar rechtsboven. Het lijkt op het gefriemel van termieten die zich strikt aan de aan hen opgelegde orde houden en daar perfect hun plaats in weten te vinden. De diagonaal snijdt schuin door het beeld. We zien de stellage op de platbodem die tegen het vrachtschip ligt met daarop vrouwen en mannen die als een lopende band aan het ‘bekolen’ zijn.

De toelichting zegt dat er aan weerszijden over de hele lengte van het vrachtschip dit soort stellages zijn opgetrokken. Er zijn honderden mensen aan het werk. Dat is een indrukwekkend beeld dat deze foto slechts gedeeltelijk weet te vangen.

Dit was tussen 1918 en 1930 in Japan. Nog niet eens zo heel lang geleden. De jaren dat de moderniteit in Japan aanbelandde, maar zo te zien nog niet overal was doorgedrongen. Er is iets zonneklaar op deze foto. Het is om te stikken zo warm. Dat maakt het werk des te harder.

Levend schaakspel. Gedachten bij de foto ‘Tonkin 1921-35 – Jeux d’échecs vivants – Reines et pions’

Tonkin 1921-35 – Jeux d’échecs vivants – Reines et pions

Ik wil het begrijpen, maar begrijp het niet helemaal. Deze foto dateert uit de jaren 1920 of iets daarna en is gelokaliseerd in Tonkin. Dat is de naam van het Franse protectoraat in het Noorden van Vietnam dat sinds 1884 onderdeel uitmaakte van Frans-Indochina. Hanoi was de hoofdstad ervan.

De titel van de montage van deze drie foto’s is Jeux d’échecs vivants, vertaald is dat Levend Schaakspel. Dat was de vorige eeuw vooral populair op manifestaties. Levende personen inclusief paarden zorgden voor spektakel. Ze beeldden dan de 32 schaakstukken uit: 16 pionnen, 2 koningen, 2 dames, 4 torens, 4 lopers en 4 paarden. In Nederland liet de wereldkampioen en promoter van het schaken, de populaire Max Euwe zich nog wel eens strikken om een van de partijen in een stadion of op een stadsplein aan te voeren.

De ondertitel van de drie foto’s is: ‘Les reines et les pions’, dus ‘Dames en pionnen’. In een standaard schaakspel (‘Staunton’) is de koning het hoogste stuk. Het steekt boven de anders stukken uit. De koning is geen machtig stuk, maar wel het belangrijkste stuk waar het spel om draait. Als de koning door de tegenpartij wordt veroverd, mat wordt gezet, dan is het spel uit. De ene partij wordt wit genoemd en de andere zwart. Ze kunnen andere kleuren hebben, zoals bruin of rood. En op foto’s donker- of lichtgrijs.

Uit de foto blijkt dat de levende stukken een rond hoedje of kapje op hebben. Daarmee zijn ze te onderscheiden van het toegelopen publiek dat nieuwsgieriger lijkt naar de vermoedelijk Franse fotograaf, dan naar het levende schaakspel dat hier in voorbereiding is. Ik meen te begrijpen dat de twee vrouwen op de linkerfoto de dame moeten voorstellen. Ze hebben een mooi gewaad aan dat hun status als koningin aangeeft. De ene in een lichte en de ander in een donkere kleurnuance.

De drie vrouwen op de tweede foto kunnen dan niets anders dan pionnen zijn. Op de derde foto staan links van het midden beide dames, links slecht zichtbaar 8 witte en rechts 8 zwarte pionnen. Waar de andere stukken zijn is onduidelijk.

Uit onderstaande foto uit 1910 van een ander levend schaakspel uit dezelfde streek, maar dan aan de kust (Quảng Yên), blijkt dat alle stukken door vrouwen worden voorgesteld. Het verschil van ongeveer 20 jaar met de bovenste foto is in de details terug te vinden. De vrouwen op de trappen hebben in de hand een stok met daarop in een Chinees aandoend pictogram een aanduiding van het stuk dat ze representeren. De latere foto oogt weliswaar moderner, maar de framing is hetzelfde. Deze vrouwen zitten gevangen in de traditie. In dubbel opzicht.

Participants in a Living Chess Game at Quang Yen in the Quang Ninh province in the northeastern region of Vietnam. Date: circa 1910.

Deze spellen zijn met hun aangedikte symboliek een drama dat het voorstellingsvermogen te boven gaat. Als we al kunnen achterhalen wat wat is, dan weten nog niet waarom deze orde zo bestaat. Het woord dat hierbij opkomt is onderhorig. De dienstbaarheid van deze vrouwen in een tijdverdrijf waarvan ze vermoedelijk de spelregels niet eens kennen doet krom aan. Aan schaken wordt door de promoters ervan vaak een bredere betekenis gegeven. Zo zou het volgens een uitleg een metafoor voor het leven zijn, een spel van mogelijkheden en beperkingen. Deze twee foto’s maken dat op een onopzettelijke wijze zichtbaar.

Hopelijk is het ezelachtige lachen in de media ons straks vergaan

Nu eens iets heel anders. Een reprise van een posting (met een andere invalshoek) die ik in 2011 plaatste op mijn andere site GeorgeKnightKort. Drie mannen spelen en lachen alsof hun leven ervan afhangt. Lach of ik schiet, daar lijkt het op. De song is ‘Beyond the Blue Horizon’ die Jeanette MacDonald zong in de film Monte Carlo (1930) van Ernst Lubitsch. Het werd haar lijflied. De tekst van Leo Robin koestert hoge verwachtingen: ‘Beyond the blue horizonWaits a beautiful day. / Goodbye to things that bore me./ Joy is waiting for me.’ Met optimisme ging men in 1930 de beurskrach van 1929 tegemoet. Zo moet dat blijkbaar. Tijdens regen komt er al zonneschijn. Dit is geen toevallig voorbeeld. Het gaat om het ezelachtige lachen dat de laatste jaren de media heeft overspoeld. Dat soort lachen in de media is de standaard geworden. In vele soorten tv-programma’s, de Ster-reclame en het tijdschrift van de zorgverzekeraar. Dat lachen is stupide, stompzinnig en ronduit onnozel. Laat een neveneffect van de coronacrisis zijn dat dat stopt. Als het lachen ons vergaan is.

Gedachten bij foto’s van de Churin-winkel in Harbin (1930-1939)

Wat zien we? Twee vrouwen en één man in een winkel. Wacht even, bij nader inzien gaat het om één man en twee paspoppen. Dat voldoet aan de eis van 1,5 meter afstand houden en elkaar met niet meer dan drie mensen ontmoeten. Enfin, paspoppen tellen niet mee. De man in de stoel mag nog twee mensen ontmoeten. Maar zo te zien loopt het geen storm. Er is volop ruimte in de winkel. Het zijn de jaren 1930. Dat zal wel aan de damesmode af te leiden zijn. Pas in 1898 werd Harbin gesticht door Russen die het in 1905 verloren aan Japan. In 1946 kwam de stad definitief onder Chinese controle. De man is een Russische immigrant, of wellicht iemand die gewoon gebleven is tijdens regime-wisselingen. Kan men dan trouwens wel van een immigrant spreken als niet de inwoners uitwijken, maar de landsgrenzen dat doen? De fotograaf is Vladimir Pavlovich Ablamskii die het leven van de Russische immigranten in Harbin vastlegde. Beide foto’s tonen het beroemde Churin-warenhuis in Harbin. Het lijkt eerder een museum. Het warenhuis bestaat nog steeds als deel van de Chinese Qiulin Group. Wat houdt geschiedenis ons toch soms een onbegrijpelijke spiegel voor.

Foto 1: Vladimir Pavlovich Ablamskii, ‘Inter’er magazina Churina v Kharbine’, (‘Het interieur van de Churin-winkel in Harbin’). 1930-1939. Collectie: Library of Congress.

Foto 2: Vladimir Pavlovich Ablamskii, ‘Znamenityĭ magazin Churina v Kharbine’, (‘De beroemde Churin-winkel in Harbin’), 1930-1939. Collectie: Library of Congress.

Rechtse christenen haken aan bij FvD in de hoop op een stukje macht. Ze laten zich misleiden en wegleiden van hun christendom

Hoe naïef of berekenend kan men zijn? De SGP beweegt in de richting van Forum voor Democratie, heeft binnen die partij sleutelpositie veroverd en hoopt mee te liften op de rechts-populistische golf die de westerse wereld overspoelt. Een monsterverbond tussen het wereldse rechts-populisme en conservatief-religieuze stromingen zoals dat in de VS en de Russische Federatie is gevormd maakt religieuze organisaties in andere landen gretig. Ze hopen via het rechts-populisme ook aan macht te winnen. Maar het is een riskante strategie omdat ze erdoor hun geloofwaardigheid en fysieke bestaan kunnen verliezen. Een opinie-artikel van KN Redactie in het Katholiek Nieuwsblad toont dat onnozelheid, opportunisme en principeloosheid geen grenzen kennen. KN Opinie is dom, maar vooral kortzichtig. Dat is geen novum. De geschiedenis herhaalt zich. Mijn reactie bij het opinie-artikel ‘Katholieken rondom Baudet: ‘Thierry kan het debat flink opschudden’’:

Er zijn conservatieve katholieken en progressieve katholieken. De anonieme schrijver van dit opinie-artikel (KN Redactie) is duidelijk een conservatieve katholiek. Hoewel dat de lading met Thierry Baudet niet eens dekt, want deze politicus is het conservatisme voorbij en leunt tegen het fascisme. Deze opinie roept akelige herinneringen op aan de 1930’s toen de katholieke zuil in Nederland werd geassocieerd met het fascisme. Het is opvallend dat de huidige katholieken van Nederland die opinie straffeloos laten passeren. Waarom komen ze niet in opstand tegen de verrechtsing van hun geloof? KN Redactie laat zich meeslepen in de aversie tegen de verworvenheden van de Franse Revolutie en lijkt onvoldoende te beseffen dat de vijand van zijn vijand geen vriend is die perspectief biedt. Maar een politicus is die als het erop aankomt religie bij het grofvuil zet.

De conservatieven van het Katholiek Nieuwsblad die zulke radicale opinies hebben zouden voor de bestaanszekerheid van hun religieuze organisaties beter kunnen vertrouwen op de vrijzinnige partijen die zweren bij de rechtsstaat en het secularisme dat het bestaan van de Rooms-Katholieke kerk in Nederland garandeert. Baudet is een onbetrouwbare en wispelturige partner die niet loyaal is naar partners die denken partners van hem te zijn omdat ze ook rechts denken. KN Redactie zal met zijn conservatief wereldbeeld thuiskomen van een koude kermis.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelKatholieken rondom Baudet: ‘Thierry kan het debat flink opschudden’’ van KN Redactie in Katholiek Nieuwsblad, 14 juni 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelDe katholieke zuil en het fascisme tijdens het Interbellum’ van Nelleke Huisman, 2014. In: Skript Historisch Tijdschrift, jaargang 2.3, 27-39.

Een aangename reis naar Duitsland, 1935. Met Jupp Wiertz

Het is 1935. Een Amerikaan ziet deze affiche hangen en denkt, ‘goed idee’, een aangenaam reisje naar Duitsland. Beetje Berlijn, beetje München, beetje bierdrinken, beetje bruinhemden met hakenkruizen door de straat zien marcheren. We kunnen met schip, vliegtuig of Zeppelin gaan. Keuze genoeg. Ja, waarom eigenlijk niet? Mooi land, ontwikkeld en cultureel met anständige mensen op wie niets aan te merken valt. Dat volk is hoogst fatsoenlijk zelfs. En de treinen rijden op tijd. Doen? Voor je het weet is het te laat. Het leven is kort.

Foto 1: Affiche ‘Germany (1935) van ontwerper Jupp Wiertz.

Foto 2: Affiche ‘Germany’ (1928-1930) van ontwerper Jupp Wiertz.

Bij twee foto’s van F.F. van der Werf, 1930-1935

Foto’s van de Utrechtse fotograaf Frans Ferdinand van der Werf. De bovenste is getiteld ‘Afbeelding van een vrouw met een handkar met fruit op de Oudegracht te Utrecht’ en is gedateerd tussen 1930 en 1935. Het ziet er kunstvol uit. De vrouw rolt met haar kar over de stenen van de Oudegracht, een heer met bolhoed en wandelstok wandelt en de zon geeft tegenlicht. Het zou Parijs, 1900 kunnen zijn. De tijd is niet alleen even stilgezet, maar lijkt teruggedraaid. De onderste foto heet ‘Gezicht in de Korte Jansstraat te Utrecht met op de achtergrond de Domstraat’ en dateert uit 1932. Opnieuw een studie-achtige foto die het licht verkent en de stad als een coulisselandschap onthult. Op de achtergrond doemt als een berg schimachtig de Domkerk op. Eén van de fietsers kijkt achterom richting Janskerkhof, richting fotograaf. Het is niet ongemerkt gebleven.

Foto 1: F.F. van der Werf, Afbeelding van een vrouw met een handkar met fruit op de Oudegracht te Utrecht, 1930-1935. Collectie: Het Utrechts Archief.

Foto 2: F.F. van der Werf, Gezicht in de Korte Jansstraat te Utrecht met op de achtergrond de Domstraat1932. Collectie: Het Utrechts Archief.