Arriva Tazio

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 4 augustus 2011. Licht gewijzigd.

Trio Lescano werd gevormd door de Nederlandse zusjes Alexandra, Judith en Kitty Leschan die in de jaren 30′ en ’40 ongekend populair in Italië waren. Door hun joodse achtergrond kwam daar een abrupt einde aan. Dat toont de documentaire Tulip Time van Marco De Stefanis.

In Rimini van die jaren herinnert Federico Fellini zich in Amarcord de doorkomst van de zevende Mille Miglia van 1933, de 1000 mijl van Brescia, een 1600 kilometer lange stratenrace door Italië. In dat jaar dat Fellini vastlegt won Tazio Nuvolari. Naar zeggen van Ferdinand Porsche de grootste coureur van het verleden, het heden en de toekomst. 

In 1940 bezingen de zusjes Lescano Tazio in Arriva Tazio, een lied dat nog klinkt in Italië. Beide op het hoogtepunt van populariteit. Ongewis over de loop die de geschiedenis zou nemen. De messaggero di audacia e di valor is een boodschapper van durf en moed met in het hart een ontembare wil, indomabile volontá die altijd als eerste eindigt. Primo.

Arriva Tazio
messaggero di audacia e di valor.
Arriva Tazio
sempre primo tra i giganti del motor.

Arriva Tazio
e nel cuor un’indomabil volontá.
Arriva Tazio,
primo, primo e sempre primo arriverà.

Advertentie

Time on My Hands (1930-32)

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 26 mei 2015.

Betty Boop als zelfbewust, sexy beeld van een vrouw die drinkt, rookt, zich uitdagend kleedt en danst op hot jazz. Deze keer onder water. Een flapperFilmster Clara Bow gaf Max Fleischer het voorbeeld.

Merkwaardig is dat de stijl in 1932 al op zijn retour is. De roaring 20’s waren uitgelopen op een depressie die niets te vieren over liet. Hoewel de schittering van een droomwereld ellende even deed vergeten. In dat beeld paste Betty die overal lak aan had: ‘What would you say if I marry you?‘ Nog net voor de verplichtstelling van censuur van de Hays Code zodat het bikinitopje uitkan. Max Fleischer produceert en Ethel Merman zingt. Meezingen mag. Dromen is noodzakelijk. In De Maat.

Time on my hands, you in my arms
Nothing but love in view, then you fall
Once and for all, I’ll see my dreams come true
Moments to spare for someone you care for
Our love affair for two
With time on my hands and you in my arms
And love in my heart all for you.

Vincent Youman componeert Time on My Hands voor de Ziegfeld musical Smiles van 1930. Van tekst voorzien door Harold Adamson. De revue loopt slechts twee maanden, maar in Engeland maakt Al Bowlly het nummer tot een succes. Zo komt het in de herfst van 1931 succesvol terug naar de VS. Kort daarop zingt de zwoele Lee Wiley het bij het orkest van Leo Reisman. Een standard is geboren. Aan het nummer hangt de notie van de flapper: ‘Moments to spare for someone you care for.’

Clara Bow in Hula, 1927.

Warenhuis EPA (1930-1940)

Gunner Dan, ‘Bildsvit från varuhuset EPA på Tingvallagatan 19 tagen 1940. Verksamheten flyttades 1962 till det som nu kallas 15-huset‘, 1940. Collectie: Värmlands Museum.

Links damestassen, rechts de huisapotheek. Deze foto geeft onmiskenbaar een beeld van een warenhuis. Buiten sluitingsuren. Het is 1940 in Karlstad Zweden. Europa zakt weg in duisternis, Zweden baadt in het licht. Zweden blijft met veel geschipper neutraal.

Varehuset Enhetsprisaktiebolaget was vanaf 1930 een warenhuisketen met vestigingen in Zweden, Denemarken en Noorwegen. Vergelijkbaar met de Nederlandse HEMA, met lage prijzen en producten van eenvoudigere kwaliteit.

Het valt niet direct op, maar het personeel staat achter de toonbanken. Sommigen als een schim omdat ze blijkbaar bewogen toen de foto werd genomen. Opvallend is het lange pad. Daar is voor een bezoeker geen ontkomen aan.

Opvallend op de onderste foto van Malmö zijn de hakenkruizen op de schutting. Wat moeten ze voorstellen? Dat kan waarschijnlijk niet anders verklaard worden dan dat de eigenaren van EPA Josef Sachs en Herman Gustaf Turitz joods waren. De hakenkruizen zijn dan een protest tegen de afbraak. Daarnaast bestond er altijd spanning tussen nering en warenhuizen. De laatsten zouden de kleinhandel aan de bedelstaf brengen.

Als de datering 1930/1931 klopt, dan duidt dat op een vroeg protest met nazisymboliek tegen de afbraak, twee of drie jaar voor de machtsovername van de nazi’s in Duitsland in januari 1933. Geen toegang, onbevoegd, zegt het bord achter de schutting: Obehöriga.

Nazi Symbols in Malmo, Sweden, 1930/1931 during demolition for the construction of the EPA’s Department Store.

Wat zeggen deze foto’s ons meer dat 80 jaar later? Dat het vroeger anders was en dat de vanzelfsprekendheden van toen niet de vanzelfsprekendheden van nu zijn. En andersom. Goed om dat weer eens op te frissen. Ach, gooi die wijsheden maar over de schutting. Wat is geweest is geweest. Klaar.

When Day Is Done (1926-27)

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 19 januari 2013. Gewijzigd.

Als ‘King of Jazz‘ Paul Whiteman in 1926 met zijn orkest door Europa toert pikt de Duits-Amerikaanse trompettist Henry Busse in Duitsland de schlager ‘Madonna, du bist schöner als der Sonnenschein‘ op. De Oostenrijkse componist Robert Katscher schreef het in 1924 voor de revue ‘Küsse um Mitternacht‘. Tenor Engelbert Milde zingt het in een cabareteske traditie.

Een Duitse hit wordt een internationaal succes met een Engelstalige tekst. Buddy DeSylva schrijft ‘When Day Is Done‘. Whiteman scoort in 1927 met een instrumentale versie. Zoals vaker op het raakvlak van een sterke compositie, effectbejag en sentiment. Een klassieker is geboren:

When day is done and grass is wet with twilight’s dew
My lonely heart is sinkin’ with the sun
Although I miss your tender kiss the whole day through
I miss you most of all when day is done
When day is done

Bladmuziek ‘When Day Is Done’, 1926. Uitgeverij Harms Inc.

De versie van Jack Hylton met op Wurlitzer organist Claude Ivy van 19 augustus 1927 in de Londense Kensington Cinema leent van Whiteman. De Engelse band treedt na de machtsovername door Hitler in januari 1930 nog in Berlijn op. In mei 1930 en november 1932. Wonderlijk. Onderstaande video geeft verkeerde feiten. Maar de locatie van de foto lijkt wel degelijk het Scala Theater in Berlijn. 

Een hakenkruis in 1927 is onlogisch, maar na januari 1930 goed voorstelbaar. Het kondigt de ‘arisering’ aan. Ook de joodse Robert Katscher moet eraan geloven en vlucht in 1938 naar de VS. Zijn dag in Oostenrijk is voorbij.

Gedachten bij de foto ‘Kleiner Hafen’ (1929/30)

Else Seifert,’Kleiner Hafen‘ [Vlissingen], 1929/30. Collectie: Deutsche Fotothek.

Eén stoomboot is niet meer in beeld, maar net naar links gevaren. Dus richting Oost de Westerschelde op. Naar Terneuzen, Antwerpen of een andere bestemming. De stoom hangt nog in de lucht. Iets is aanwezig zonder aanwezig te zijn.

Het geldt ook voor de foto. Het presenteert iets wat niet meer aanwezig is. Een havenhoofd. Een loodsboot. Een handelsvloot. Het is ‘water onder de brug‘. Iets uit het verleden is niet langer belangrijk of de moeite waard om over te praten. Het kan wel een plaatje zijn dat iemand aan het hart gaat.

Passerende schepen op zee benadrukken hoe dan ook het thema van het voorbijgaan. De passage duurt een korte periode en zou niet de moeite waard zijn om serieus te nemen. Maar daar hoeft men geen genoegen mee te nemen. Belangstelling ervoor poetst de aandacht voor even op.

Doorvaart is het beeld van nostalgie en vergankelijkheid. Dat klinkt chic, maar is de verbintenis met alles dat door de tijd stroomt. Ach, dat is gangbaar stilstaan. Zo bijzonder is het niet.

Gedachten bij de foto ‘Der Überseedampfer “Fritz Schoop” im Seenebel im Hafen Königsberg, Ostpreußen, 1930er Jahre’

Karl Heinrich Lämmel, ‘Der Überseedampfer “Fritz Schoop” im Seenebel im Hafen Königsberg, Ostpreußen’,  1930er Jahre‘. Collectie: United Archives.

Na duizenden foto’s van de Duitse fotograaf Karl Heinrich Lämmel (1910-1945) in het archief van United Archives te hebben bekeken, werd ik er wee van.

Lämmel laat zich kennen als een professionele fotograaf die de landschappen en steden van Duitsland vaardig in beeld bracht. Maar bijna altijd schijnt de zon. Letterlijk en figuurlijk. Hij moest vanwege de lastige politiek situatie waarschijnlijk de zon laten schijnen. Hij werkte in de jaren dertig als fotoreporter voor Mauritius-Verlag, het in 1929 opgerichte en nog steeds bestaande Duitse fotobureau.

De waarde van de foto’s zit hem erin dat Lämmel een Duitsland in beeld brengt dat verdwenen is. Of door de vernietiging van steden of door verlies van land, zoals Oost-Pruisen.

Lämmel geeft een geïdealiseerd beeld van Duitsland zonder scherpe kantjes. Ook in de jaren dertig was dat al gedateerd, maar de toenmalige Duitse media hadden waarschijnlijk behoefte aan een beeld van Duitsland dat boven of naast de werkelijkheid stond.

Lämmel lijkt niet de opportunistische Leni Riefenstahl van de fotoreportage, maar hij ontkwam er toch niet aan om reportages over de HJ, Hitler Jeugd in al zijn verschijningsvormen te maken. De controverses en maatschappelijke verschillen wordt buiten beeld gehouden. Het lijkt altijd vakantie met aangename plaatjes. Media die klant waren bij Mauritius wisten vanwege de censuur wat ze wel en niet konden publiceren. En daarom maakte Lämmel wat hij maakte. Dat soort commercie is de economische beperking van artistieke vrijheid.

Het is te hopen dat ooit het privé-archief van Lämmel boven water komt. Meer dan 75 jaar na zijn verdwijning in de toenmalige Sovjet-Unie valt dat niet te verwachten. Hij lijkt met zijn fotografisch talent voorgoed verdwenen in de mist van de oorlog en de geschiedenis. Zijn eenzijdige kleuring van het toenmalige Duitsland roept voor ons overigens de vraag op of dat nu fundamenteel anders is. Terugkijken op de geschiedenis is uiteraard akkoord, maar neerkijken niet.

Circus (1930-1940)

Circus. Collectie: Billy Rose Theatre Collection van THE NEW YORK PUBLIC LIBRARY
DIGITAL COLLECTIONS
.

Er is niks bekend over deze foto behalve dat het onderwerp ‘Circus’ is. Omdat die opgenomen is in een Amerikaanse collectie betreft het waarschijnlijk een Amerikaans circus. De man links draagt een zoot suit die in de jaren 1930 en 1940 populair waren.

De twee mannen en vrouwen spelen op een xylofoon zonder resonator. Vermoedelijk een eigentijdse populaire melodie. de enscenering van het publiek op de achtergrond is fascinerend. Als backdrop voor de publiciteitsfoto. Een studie in zwart, met linksboven een man in een witte jas die afwijkt van de rest.

Het is een foto die een impressie geeft van een betoverende wereld die verdwenen is en nu nog net opgemerkt wordt. Ternauwernood. Vergeten, maar niet verloren. Of is het andersom: verloren, maar niet vergeten? Wat niet onthouden wordt is men kwijt. Het valt niet meer te redden. Veel valt er niet te vertellen over wat vroeger was.

Gedachte bij foto ‘Coaling a ship, Nagasaki’ (1918 – 1930)

Bestaat het woord ‘bekolen’? Ik betwijfel het, maar als dat niet zo is wordt bij deze voorgesteld om het te gebruiken. Zolang het nog mag.

Een beschrijving van deze ansichtkaart van een schip dat in het Japanse Nagasaki wordt gebunkerd of bevoorraad met kolen zegt (vertaald): “Ze zijn aan het bekolen in Nagasaki en dit wordt gedaan door een menselijke ketting van vrouwen, die manden met kolen van de een naar de ander doorgeven totdat de vrouw op de bovenste trede de kolen in de stortkoker leegt en de mand terug in de grote platte boot gooit die met kolen is gevuld – deze boten strekken zich aan weerszijden over de gehele lengte van het schip uit. Het is een raar en vreemd gezicht–LMB”.

Het is een opmerkelijke compositie van linksonder naar rechtsboven. Het lijkt op het gefriemel van termieten die zich strikt aan de aan hen opgelegde orde houden en daar perfect hun plaats in weten te vinden. De diagonaal snijdt schuin door het beeld. We zien de stellage op de platbodem die tegen het vrachtschip ligt met daarop vrouwen en mannen die als een lopende band aan het ‘bekolen’ zijn.

De toelichting zegt dat er aan weerszijden over de hele lengte van het vrachtschip dit soort stellages zijn opgetrokken. Er zijn honderden mensen aan het werk. Dat is een indrukwekkend beeld dat deze foto slechts gedeeltelijk weet te vangen.

Dit was tussen 1918 en 1930 in Japan. Nog niet eens zo heel lang geleden. De jaren dat de moderniteit in Japan aanbelandde, maar zo te zien nog niet overal was doorgedrongen. Er is iets zonneklaar op deze foto. Het is om te stikken zo warm. Dat maakt het werk des te harder.

Levend schaakspel. Gedachten bij de foto ‘Tonkin 1921-35 – Jeux d’échecs vivants – Reines et pions’

Tonkin 1921-35 – Jeux d’échecs vivants – Reines et pions

Ik wil het begrijpen, maar begrijp het niet helemaal. Deze foto dateert uit de jaren 1920 of iets daarna en is gelokaliseerd in Tonkin. Dat is de naam van het Franse protectoraat in het Noorden van Vietnam dat sinds 1884 onderdeel uitmaakte van Frans-Indochina. Hanoi was de hoofdstad ervan.

De titel van de montage van deze drie foto’s is Jeux d’échecs vivants, vertaald is dat Levend Schaakspel. Dat was de vorige eeuw vooral populair op manifestaties. Levende personen inclusief paarden zorgden voor spektakel. Ze beeldden dan de 32 schaakstukken uit: 16 pionnen, 2 koningen, 2 dames, 4 torens, 4 lopers en 4 paarden. In Nederland liet de wereldkampioen en promoter van het schaken, de populaire Max Euwe zich nog wel eens strikken om een van de partijen in een stadion of op een stadsplein aan te voeren.

De ondertitel van de drie foto’s is: ‘Les reines et les pions’, dus ‘Dames en pionnen’. In een standaard schaakspel (‘Staunton’) is de koning het hoogste stuk. Het steekt boven de anders stukken uit. De koning is geen machtig stuk, maar wel het belangrijkste stuk waar het spel om draait. Als de koning door de tegenpartij wordt veroverd, mat wordt gezet, dan is het spel uit. De ene partij wordt wit genoemd en de andere zwart. Ze kunnen andere kleuren hebben, zoals bruin of rood. En op foto’s donker- of lichtgrijs.

Uit de foto blijkt dat de levende stukken een rond hoedje of kapje op hebben. Daarmee zijn ze te onderscheiden van het toegelopen publiek dat nieuwsgieriger lijkt naar de vermoedelijk Franse fotograaf, dan naar het levende schaakspel dat hier in voorbereiding is. Ik meen te begrijpen dat de twee vrouwen op de linkerfoto de dame moeten voorstellen. Ze hebben een mooi gewaad aan dat hun status als koningin aangeeft. De ene in een lichte en de ander in een donkere kleurnuance.

De drie vrouwen op de tweede foto kunnen dan niets anders dan pionnen zijn. Op de derde foto staan links van het midden beide dames, links slecht zichtbaar 8 witte en rechts 8 zwarte pionnen. Waar de andere stukken zijn is onduidelijk.

Uit onderstaande foto uit 1910 van een ander levend schaakspel uit dezelfde streek, maar dan aan de kust (Quảng Yên), blijkt dat alle stukken door vrouwen worden voorgesteld. Het verschil van ongeveer 20 jaar met de bovenste foto is in de details terug te vinden. De vrouwen op de trappen hebben in de hand een stok met daarop in een Chinees aandoend pictogram een aanduiding van het stuk dat ze representeren. De latere foto oogt weliswaar moderner, maar de framing is hetzelfde. Deze vrouwen zitten gevangen in de traditie. In dubbel opzicht.

Participants in a Living Chess Game at Quang Yen in the Quang Ninh province in the northeastern region of Vietnam. Date: circa 1910.

Deze spellen zijn met hun aangedikte symboliek een drama dat het voorstellingsvermogen te boven gaat. Als we al kunnen achterhalen wat wat is, dan weten nog niet waarom deze orde zo bestaat. Het woord dat hierbij opkomt is onderhorig. De dienstbaarheid van deze vrouwen in een tijdverdrijf waarvan ze vermoedelijk de spelregels niet eens kennen doet krom aan. Aan schaken wordt door de promoters ervan vaak een bredere betekenis gegeven. Zo zou het volgens een uitleg een metafoor voor het leven zijn, een spel van mogelijkheden en beperkingen. Deze twee foto’s maken dat op een onopzettelijke wijze zichtbaar.

Hopelijk is het ezelachtige lachen in de media ons straks vergaan

Nu eens iets heel anders. Een reprise van een posting (met een andere invalshoek) die ik in 2011 plaatste op mijn andere site GeorgeKnightKort. Drie mannen spelen en lachen alsof hun leven ervan afhangt. Lach of ik schiet, daar lijkt het op. De song is ‘Beyond the Blue Horizon’ die Jeanette MacDonald zong in de film Monte Carlo (1930) van Ernst Lubitsch. Het werd haar lijflied. De tekst van Leo Robin koestert hoge verwachtingen: ‘Beyond the blue horizonWaits a beautiful day. / Goodbye to things that bore me./ Joy is waiting for me.’ Met optimisme ging men in 1930 de beurskrach van 1929 tegemoet. Zo moet dat blijkbaar. Tijdens regen komt er al zonneschijn. Dit is geen toevallig voorbeeld. Het gaat om het ezelachtige lachen dat de laatste jaren de media heeft overspoeld. Dat soort lachen in de media is de standaard geworden. In vele soorten tv-programma’s, de Ster-reclame en het tijdschrift van de zorgverzekeraar. Dat lachen is stupide, stompzinnig en ronduit onnozel. Laat een neveneffect van de coronacrisis zijn dat dat stopt. Als het lachen ons vergaan is.