George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Esthetiek

Mak en Maatman nemen tegenovergestelde standpunten in over de functie van kunst. Tussen grote geschiedenis en hobby in

with 2 comments

In een opinie-artikel voor de Theaterkrant probeert theaterwetenschapper Bregje Maatman te relativeren. Ze komt met zinvolle beweringen, maar de vraag is of ze daarmee niet te ver gaat. Aanleiding is de uitspraak van schrijver Geert Mak over zijn vriend theatermaker Johan Simons die de Otto von der Gablentz Prijs van het Duitsland Instituut heeft gewonnen. In zijn lofrede maakt Mak een vergelijking met de Joods-Oostenrijkse schrijver Joseph Roth (1894-1939) en ziet een vraag die ‘iedere kunstenaar permanent hoort te beheersen’, namelijk ‘De vraag: hoe geef ik vorm aan de onderstromen van onze tijd, van onze cultuur, van ons Europa.’

Het is zoals Maatman stelt onterecht van Mak om kunst zo’n grote maatschappelijk-politieke rol toe te delen. En zo lijkt me, het getuigt ook van wensdenken en onnozelheid van Mak tegen beter weten in. Die rol neemt tegenwoordig zelfs de partijpolitiek niet meer in. In een samenleving waar de democratie steeds maar als een excuus en dekmantel functioneert. Niet als een onaantastbaar basisprincipe. Steeds meer macht wordt achter de schermen verdeeld in bestuurskamers van multinationals of financiële instellingen, in vergaderkamers van supranationale organisaties of in informele overleggen tussen landen. Daar komt de burger nog nauwelijks aan te pas. En evenmin de kunst of de kunstenaar. Het valt niet in te zien hoe in Europa kunst belangrijker is dan partijpolitiek. Mak schuwt het grote gebaar niet, maar verliest daarmee zoals vaker de zorgvuldigheid uit het oog. Mak redeneert vanuit een werkelijkheid die niet meer bestaat. Of wellicht zelfs nooit bestaan heeft.

Is kunst daarmee een hobby, zoals Maatman prikkelend zegt? Maatman: ‘Laten we toegeven dat kunst, net als bijna alles in het leven, een hobby is.’ Nee, dat is weer te minimalistisch. De functie van kunst moet worden gesitueerd tussen het wensdenkend maximalisme van Mak en het ironisch minimalisme van Maatman in. Kunst heeft wel degelijk maatschappelijke relevantie. Maar een andere dan Mak en Maatman stellen.

Kunst is een vaag focuspunt, een grove filter van een veelgelaagde en diffuse esthetische uiting die buiten de opzet van de maker in zichzelf kan overstijgen. Doordat het anderen aanspreekt, motiveert en verbindt. Kunst trotseert eeuwen en kan daarom per definitie niet nauw gedefinieerd zijn. Erin kunnen functies gecombineerd worden die de autonomie van kunst overschaduwen. De makke van Mak is dat hij de niet-esthetische functies isoleert en de onmatigheid van Maatman is dat zij -waarschijnlijk uit weerbarstigheid en omwille van de aanscherping van het debat- die functie ontkent. Kunst is (een) kleine beweging. Kunst scherpt aan, kunst toont door verdichting een echter gezicht van de werkelijkheid dan de werkelijkheid zelf en kunst spiegelt. Dat is geen romantisch beeld zoals Maatman zegt, maar een functie die kunst nu eenmaal in zich draagt. Maar kunst is evenmin de parodie van Mak. Hij maakt de kunstenaar tot een missionaris met verplichte vragen ‘die iedere kunstenaar permanent hoort te beheersen’ en de kunst tot filiaal van de grote geschiedenis.

De waarde van kunst is dat het zich grotendeels ontworsteld heeft aan de macht en weerstand biedt aan onderwerping. Het heeft voor de kunstenaars die de kunst instromen een vrijplaats bevochten. Enigszins vergelijkbaar met religie die een vergelijkbare maatschappelijke rol gegund wordt. Kunstenaars staan niet zozeer op de schouders van een inhoudelijke traditie zoals in de Renaissance over de Grieken werd gezegd, maar op de schouders van een toevallige bundeling van omstandigheden die lang geleden genoeg opgestart is om nu stand te kunnen houden. In rituelen. Dat tekent tevens de paradox van kunst. Kunst moet ver genoeg van politieke en maatschappelijke krachten blijven om er vrij en onbevreesd op te kunnen spiegelen, maar moet ook weer niet te veel afstand nemen om ‘voor eigen bestwil’ in een reservaat te eindigen. Mak en Maatman maken in combinatie door hun stellingname duidelijk dat de waarheid over kunst in het midden ligt.

Een FB-posting van Wijbrand Schaap was aanleiding voor dit commentaar. Hij wordt bedankt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBregje Maatman: ‘Laten we toegeven dat kunst een hobby is’’ van Bregje Maatman voor Theaterkrant, 23 juli 2017. Zonder toelichting  is de titel op 23 juli inmiddels veranderd in ‘Bregje Maatman: ‘Kunst heeft niet per se iets te melden’.

Advertenties

Esthetisch profileren, mag dat? Om de slechte smaak van Nederland te bestrijden

with 2 comments

ep

Een vraag houdt Nederland bezig, mag esthetisch profileren? Niet te verwarren met etnisch profileren. Dat is een methode die door veiligheidsdiensten wordt gebruikt om aan de hand van etniciteit burgers in het vizier te nemen en te beoordelen. Als norm wordt daarbij uitgegaan van een ouderwets idee van een Nederlandse ‘blanke’ identiteit zoals die in het verleden bestond. Dit houdt geen rekening met recente maatschappelijke ontwikkelingen. Dit gemis is ontoelaatbaar en de naïviteit voorbij. Of de reden racisme is of de ondermaatse prestaties en bijzonder slechte organisatie van de Nederlandse politie is de vraag. Waarschijnlijk het laatste.

Esthetisch profileren had afgelopen tijd het nieuws kunnen halen, maar deed dit niet. Verbazingwekkend, het tekent de stand van Nederland. Het is een methode die gebruikt zou kunnen worden om aan de hand van gedachten over schoonheid en kunst (esthetiek) burgers, bestuurders en instellingen in het vizier te nemen en te beoordelen. Dit komt in de buurt van de religieuze politie die in Iran vrouwen staande houdt en arresteert als ze de islamitische kledingvoorschriften niet opvolgen. De Nederlandse esthetische politie zou ontwerpers, museumdirecteuren, radio dj’s, wethouders, architecten, de ‘beste zangers van Nederland’, ministers of de burgers in de winkelstraat kunnen arresteren als ze de minimumvereisten van de esthetica overtreden.

Maar evenmin als etnisch profileren is esthetisch profileren gewenst. Want weliswaar zijn er ontelbare goede redenen om de verspreiders van de slechte smaak van Nederland te bestrijden, maar omdat er een wettelijke grondslag voor ontbreekt is het juridisch en politiek niet haalbaar. Nog los van het probleem dat er geen wetenschappelijke overeenstemming is over het feit wat de minimumvereisten voor schoonheid en kunst zijn.

Toch is het geen zinloze exercitie om je voor te stellen wat het effect van esthetisch profileren zou kunnen zijn. Pooierbakken zouden ook dan door de politie van de weg gehaald worden, maar om heel andere redenen dan nu. Probleem is trouwens de politie zelf die tegenwoordig opereert in uniformen die volgens sommigen vloeken met de eerste beginselen van de esthetiek. Het voordeel zou hem in de preventieve werking zitten. Een projectontwikkelaar en architect zouden wel oppassen om hun lelijke gebouwen over bouwterreinen uit te storten als ze beseften daarvoor in het midden van de nacht van hun bed gelicht te kunnen worden. Zeker is dat de ophef op sociale media hierover enorm zou zijn. Zoals dat over alles is. Maar dat is niet langer nieuws.

Foto: Schermafbeelding van posting ‘Esthetisch profileren, mag dat?’ op Cirkeltrek.

No Place to Hide in Standort Stuttgart

with 2 comments

3352670599_7152cca8dd_o

Schimmen uit het verleden dringen zich op. Overal, maar vooral in Duitsland. Ze lopen over pleinen en door stations. Ook buitenstaanders bemoeien zich ermee. De geschiedenis helt zwaar over. Loden boeken waarin alles geschreven staat zijn een last. Ze proberen het heden te verdringen. Ook de kunst trekt het zich aan.

Soms gaat er niks boven de belofte. Het opnieuw beginnen. Zoals een verpakking beter blijkt dan de inhoud. Dat gevoel kent iedereen die de foto aan de buitenkant vergelijkt met het in plastic gesealde voedsel binnenin.

In Duitsland houden demonen van nu de oude demonen op afstand. Da’s makkelijker moeilijk. Het gaat om de tentoonstelling ‘no place to hide – Ort Kontrolle Produktion‘ die studenten van de Stuttgartse kunstacademie in een Arbeidsbureau tonen. Samensteller is Felix Ensslin, hoogleraar Esthetiek en Kunsteducatie. Hij trekt veelbelovend van leer door te zeggen dat we in de overgaan naar de controlestaat leven: ‘Wir leben in einem Übergang zur Kontrollgesellschaft‘. Locaties waarop iemand nog vrij is worden zeldzaam: ‘Die Orte des Außen, der Ruhe, der Freiheit, in denen niemand Macht über einen ausüben kann, die sind rar geworden.’

Hoe waar wat professor Ensslin zegt. Kunst onttrekt zich niet aan de controlestaat. Ook daar verdwijnen de vrijplaatsen waar kunst ademde. Om niet te stikken moet kunst op zoek. Maar de plekken bestaan niet meer: ‘Auch in der Kunst verschwinden die Orte, Kunst beschränkt sich nicht mehr auf Galerien und Museen. Kein Künstler kann von einem Galeristen leben.’ Oude demonen jagen kunst in de richting van een nieuwe afgrond.

Is er een somberder beeld mogelijk? Kan het zo zwaar zijn? Of is het soms een pose? Wat komt er na de politiek-filosofische inleiding die een Duitse hoogleraar Esthetiek en Kunsteducatie past? Hoe voeren de 50 studenten het uit? Het valt niet terug te vinden in de publicaties met aankondiging, de belofte van de opbouw en de continue verwijzing naar elders. Het draait dol en landt nergens. ‘No place to hide‘ krijgt zo een dubbele betekenis. Deze kunst kan de last van alle referenties niet aan. De uitleg van professor Ensslin wordt grotesk.

Foto: Schillerplatz, Stuttgart, Duitsland. 1881.

Kunst zonder oren 2

with 4 comments

Is kunst het kind van de rekening? Het lijkt erop. Met name hedendaagse kunst wordt slecht begrepen. Dat betreur ik als liefhebber van beeldende kunst, film, literatuur en muziek. Het is een proces van jaren dat het zover is gekomen. Het raakt me recht in het hart. Kunst heeft geen reputatie, heeft geen oren zoals men zegt. Deel 2 uit een serie van drie.

Het is opvallend hoeveel minder de interesse voor kunst dan voor sport is. Dat door de politiek wordt gezien als middel om volksgunst te winnen. Topsport heeft zich ontwikkeld tot een bezigheid die geen fundamentele vraag stelt over het menselijk bestaan. Maar veel ruimte krijgt. De omarming van sport door de politiek toont het gebrek aan inhoud van hedendaagse politici.

Kunst is de lakmoesproef. Niet voor goede smaak, maar voor ambitie. Zurig kleurt rood. De minachting van kunst en de hype-achtige omarming van sport tekent politiek denken dat tegen de volksgunst in geen leidende rol op zich durft te nemen.

Historisch beschouwd nemen beter opgeleiden op alle gebieden het voortouw. Zelfs revolutionairen als Lenin, Che Guevara, Castro zijn ooit opgeleid onder de voorwaarden van het oude regime dat deze revolutionairen later ging bestrijden. Zonder dat voortraject waren ze nooit in staat geweest om op de schouder van het bestaande verder te kijken en te domineren. Ook kunstenaars worden doorgaans gerecruteerd uit de betere klassen. Kunst zou geen luxe moeten zijn, maar een kunstopleiding is dat voor lagere sociale klassen wel.

Onvermijdelijk brengt op al deze terreinen de eigen achtergrond een vastgebakken manier van denken met zich mee. Zelfs als men zich als kunstenaar afzet tegen de klasse van oude conservatieven of nieuwe vrijgestelden, is men nog niet volledig verlost van oude gewoonten. Kunstenaars gebruiken instrumenten die ze in hun eigen bestaan gescherpt hebben en tot in de perfectie zijn gaan beheersen. Dat gaat verder dan  vormgeving alleen en zit ook in de manier van denken en culturele eigenaardigheden. Het eigen bestaan draait erin rond. Dat kan nooit losgekoppeld worden.

Daarmee kan kunst nog niet als luxe van bepaalde klassen beschouwd worden. Maar toch ontbreekt het evenwicht. Zonder in politiek of sociologisch vaarwater te verzeilen zou kunst in de werving en selectie breder en representatiever moeten putten uit de bevolking.

Kunst die als een beschermende jas om een maatschappelijke elite hangt is onvermijdelijk. En van alle tijden. Hoe oneigenlijk en potsierlijk het in sommige gevallen ook oogt. Het gaat samen met hedendaagse observaties die zeggen dat er nu een leidende culturele klasse ontbreekt die een standpunt inneemt, en dat de referentie ontbreekt. Wellicht is een pseudo-klasse die nog niet helemaal goed in haar jas weet te zitten in dat gat gesprongen. Elites wisselen elkaar af.

Bovenstaande heeft ook met de democratisering van het onderwijs te maken dat het minst in de kunstvakken doorgedrongen is. Als dat anders was, zouden bezwaren weggenomen worden. Zo’n doorbraak zou kunst bevrijden. Een deel van de scheefgroei valt de kunstwereld te verwijten. Maar het past van de andere kant de politiek niet om kunst als sociologisch of politiek speeltje te beschouwen. Dat versmalt kunst tot iets wat het niet is. Het ontkent de waarde van kunst.

Niemand kan de kunstwereld claimen. Behalve kunstenaars in hun eigen werkgebied, hebben beoordelaars en bestuurders van kunstinstituties een bovengemiddelde vinger in de pap. Da’s verklaarbaar, maar ongelukkig. Het lijkt vanuit de PVV beredeneerd verstandig om te proberen deze scheefgroei door nieuw cultuurbeleid en cultuurpolitiek recht te zetten. Beter dan kunst en cultuur zelf, of de financiering ervan, af te wijzen.

Kunst ontspoort waar het pamflettisme, of nog erger partijpolitiek wordt. Of een economische investering. Kunst heeft een andere opdracht. Een politiek correcte mening heeft niet per definitie iets met kunst te maken en wordt er vaak mee verward. Zelfs met een officieel stempel van een festival of instituut. Van de hedendaagse beeldende kunst is 85% waardeloos, maar niemand weet welk deel. De meest platte installaties of films vinden publiek. Kunst die niet naar alle kanten en naar alle machtshebbers of geldschieters kritisch is, houdt op kunst te zijn. Kunst kruipt niet in het hol van de zittende macht.

De noodzaak dat kunst ergens over gaat behoeft weinig onderbouwing. De esthetische functie van uitingen die taalwetenschapper Roman Jakobson ooit omschreef schiet tekort als het blijft steken in een vorm. Het moet urgentie kennen. Maar zonder vorm gaat het evenmin.

Waarom ligt kunst in de politiek zo onder vuur? Grotere steden besteden miljoenen per jaar aan betaald voetbal waarvan men weet dat het bedrijfseconomisch niet te verantwoorden is. Maar er wordt nauwelijks een fundamentele discussie over gevoerd. Lokale bestuurders zijn bang voor de macht van de straat. Voor de stenen door de eigen ruit. Dan is weerloze kunst die actieve publieke steun mist makkelijker te plukken.

Het gebrek aan weerbaarheid valt kunst te verwijten. Kunst moet niet inbinden, maar zich juist versterken en frontaal opstellen tegenover alle maatschappelijke lafheid en gemakzucht. Kunst is de slijpsteen die de geesten scherpt en motiveert. Da’s tevens haar doodvonnis omdat kunst door de macht ingekapseld wordt om onschadelijk te worden gemaakt.

Troost is dat door eigen veerkracht kunst zich er nooit onder laat krijgen. Het heeft meer waarde dan de gemakkelijke mening van de politiek veronderstelt. Wachten is op betere tijden. Weg van de aandacht voor religie en politiek cliëntelisme. Als het dan toch niet ander kan, dan maar terug naar het burgerinitiatief. Op weg naar een nieuwe 19de eeuw.

Foto: Jan-Peter Balkenende tussen de medaillewinnaars van de Olympische Winterspelen 2010