Macht wettigt verschil tussen eredienst en theatervoorstelling. Kop ‘Seculier Nederland valt over vrijheid van godsdienst’ is misleidend

Een commentaar in het RD van kerkjournalist Klaas van der Zwaag die tevens verbonden is aan de SGP gaat over de reactie op de commotie die is ontstaan door de bijeenkomst in de kerk van de Hersteld Hervormde Gemeente in Staphorst. In drie diensten kwamen daar op 4 oktober 2020 in totaal 1800 mensen samen. Dat was op het moment dat de maatregelen om COVID-19 te bestrijden pas waren aangescherpt en de volgende dag 5 oktober nog verder zouden worden aangescherpt. De kritiek daarop was breed tot en met de politieke leider van de ChristenUnie en het CDA Staphorst dat vond dat deze kerk haar verantwoordelijkheid voor de hele gemeente niet nam. De grootste protestante kerkorganisatie PKN maakte bekend het overheidsbeleid te volgen en geen diensten met meer dan 30 personen te houden.

Van der Zwaag toont zich verbolgen over de kritiek en maakt er een anti-religieus verhaal van als hij de kritiek reduceert als afkomstig van seculier Nederland. In protestant-orthodoxe kringen is het bewust verkeerd weergeven van wat het secularisme is een terugkerend thema dat wordt gebruikt om kerkpolitieke redenen. Dit vijandbeeld dient om de gelovigen te motiveren om hun belangen te verdedigen omdat die onder druk zouden staan. Dat betreft echter niet hun rechten die onder de wet gegarandeerd zijn, maar hun informele voorrechten die dateren uit de tijd dat Nederland nog niet pluriform was en de protestanten tot diep in de 19de eeuw de lakens uitdeelden. Die tijd van voorrechten begint echter geleidelijk voorbij te raken. Dat wordt door sommige protestanten onverteerbaar gevonden. Ze willen de klok terugdraaien of de gelijkgeschakeling van hun geloof met andere godsdiensten en levensovertuigingen zoveel mogelijk vertragen.

Het secularisme als politieke filosofie of seculier Nederland als sociale bevolkingsgroep, die onderhand zo’n 55% van de bevolking uitmaakt, staat echter niet vijandig tegenover godsdienst of zou atheïstisch zijn. Het secularisme staat neutraal jegens alle godsdiensten en levensovertuigingen en heeft per definitie geen voorkeur voor het een of het ander. Van der Zwaag stelt dus het secularisme bewust verkeerd voor, blijkbaar omdat het een welkom vijandbeeld ter motivatie van een orthodox-reformatorische achterban is.

Van der Zwaag laat zich kennen als een volksmenner als hij stelt dat seculier Nederland de vrijheid van godsdienst hekelt. Deze generalisatie doet pijn aan de ogen en aan het gezond verstand. Zoals gezegd, de kritiek op genoemde kerkdienst in Staphorst kwam ook van niet-orthodoxe protestanten. Probeert Van de Zwaag te suggereren dat CDA en CU de vrijheid van godsdienst hekelen? Daarmee zouden we belanden in een interne strijd binnen de protestante zuil. De kritiek van wat Van der Zwaag seculier Nederland noemt betrof echter niet de principes van de vrijheid van godsdienst, maar het gebrek aan verantwoordelijkheid van het Staphorster kerkbestuur om in een tijd dat iedereen moet afzien van sociale contacten de maatregelen zonder veel maatschappelijk gevoel en met gebrek aan fijngevoeligheid in zichzelf gekeerd naast zich neer te leggen.

Essentieel is het citaat van Sophie van Bijsterveld over privileges van kerken: ‘Mensen accepteren niet makkelijk dat sommige clubs anders worden behandeld dan anderen. Of het nu kerken zijn of andere organisaties, maakt niet veel uit.’ Dat is een weerlegging van Van der Zwaags bewering dat seculier Nederland de vrijheid van godsdienst hekelt. Een andere deskundige van wie Van der Zwaag gedachten parafraseert is Teunis van Kooten. Van der Zwaag geeft die zo weer: ‘Kerken zouden op dit vlak volgens Van Kooten moeten nadenken hoe zij het beeld dat kennelijk van godsdienst bestaat –namelijk dat een eredienst een vergelijkbaar iets is als een theatervoorstelling of andere culturele zaken– kunnen bijstellen (..).

Dit is een normatieve stellingname van Van Kooten. Wie teruggaat in de theatergeschiedenis en aanbelandt bij de vroegste fase ervan zal zien dat vanuit rituelen de toenmalige (hol)bewoners van de Aarde met hun creativiteit en zelfbezwering om de onzekere en onveilige werkelijkheid op afstand te houden twee disciplines hebben ontwikkeld: religie en theater. Ze putten uit dezelfde bron en wie een kerkdienst bijwoont zal de overeenkomst met een theatervoorstelling niet ontgaan. Een eredienst is dus historisch-dramaturgisch goed vergelijkbaar met een theatervoorstelling. Door de politieke en juridische macht van christelijke kerken is hun eredienst vele malen beter beschermd dan de theatervoorstellingen van culturele organisaties. Waarom dat verschil bestaat valt echter niet goed te beredeneren. Het is namelijk geen principieel, maar een willekeurig verschil dat uitsluitend vanwege de machtsvorming van de christelijke kerk in Nederland zo is gegroeid.

Van der Zwaag sluit af met Willem Ouweneel die verstandige opmerkingen maakt en niet van mening is dat de kerken worden bedreigd. Hij zegt dat geloofsvrijheid door de overheid sterker dan ooit gewaarborgd wordt. Het is interessant als hij zegt dat die vrijheid door de overheid ‘sterker dan volgens de grondwet strikt geboden is’ gewaarborgd wordt. Waarom zou de overheid geloofsvrijheid sterker beschermen dan volgens de grondwet nodig is? Volgt dat trouwens niet vooral uit een culturele vooringenomenheid van ambtenaren en rechters die de wet toetsen, maar met hun normen en waarden mentaal nog in het verleden verkeren?

Dit gaat om informele voorrechten voor kerken en het accent op de christelijke godsdienst zoals dat volgt uit de interpretatie van artikel 6 van de Grondwet, de vrijheid van godsdienst. Het eerste zou er niet moeten zijn omdat de grondwet dat niet voorschrijft en het laatste zou breder geïnterpreteerd moeten worden omdat dit artikel tot stand is gekomen vanuit een 19de eeuws christelijk perspectief om het christendom en protestante organisaties te beschermen. De 20ste eeuwse toevoeging om de levensovertuiging en de niet-christelijke godsdiensten te beschermen en op gelijke hoogte te stellen met die christelijke traditie wordt als een wassen neus gevoeld. Het zou nog niet gerealiseerd zijn. Dat is de kritiek op de godsdienstvrijheid die wat uitvoering betreft nog te veel in het verleden hangt. Seculier Nederland hekelt niet de vrijheid van godsdienst, maar de beperkte en corrupte interpretatie ervan. Klaas van der Zwaag doet net alsof hij dat niet begrijpt en probeert de achteruitgang van christelijk Nederland seculier Nederland in de schoenen te schuiven. Dat is potsierlijk.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSeculier Nederland valt over vrijheid van godsdienst’ van Klaas van der Zwaag in het RD, 16 oktober 2020.

Claim van marketingbureau Truman dat de eerste campagne voor een kerk in Nederland pas in 2014 werd opgezet is vals en onnozel

Truman kijkt in deze video terug op een marketingcampagne waar het in 2014 door de Remonstrantse Kerk voor werd ingehuurd. Die kerk kampte met vergrijzing en teruglopend bezoek. Truman presenteert zich als ‘een creatief contentbureau voor kwalitatief hoogwaardige branded content en campagnes’. Het is de vraag hoe kwalitatief hoogwaardig Truman is. Zeker in de analyse van de eigen campagne. Dat oogt mager en lijkt niet uit te komen boven het niveau van het jargon en oppervlakkigheid van de marketingsector. Vaardig en vlot, maar zonder diepgang en zelfreflectie. Truman verwart de inhoud van een campagne met de evaluatie van een campagne. Truman kijkt niet eerlijk naar zichzelf. Truman lijdt aan de blikvernauwing van een marketingbedrijf dat alles in verband brengt met marketing. De terugblik en nabespreking van genoemde campagne is niet bedoeld om te verklaren of inzicht te geven, maar om het merk ‘Truman’ op te hemelen.

Truman slaat de plank mis en geeft te kennen weinig van godsdienstgeschiedenis en religieuze instellingen, maar evenmin van de recente marketinggeschiedenis van Nederland te weten als het in de toelichting bij deze campagne zegt: ‘De eerste campagne voor een kerk in Nederland. Een kerk als merk’. Die claim wordt in de video herhaald. Voor wie de wereld in 2014 begint is dat een waarheid en voor ieder ander is dat een leugen. Het is bovenal een onbenullige opmerking die getuigt van wereldvreemdheid, kortzichtigheid en naïviteit.

Wie de Europese kerkgeschiedenis bekijkt weet dat kerken al eeuwenlang met elkaar concurreren om de gunst van degenen die ze willen inspireren en om de gunst van de wereldlijke macht. Het is een harde strijd van kerken om zichzelf beter te verkopen dan de concurrenten met als doel hun merk te vestigen en verstevigen op de religieuze markt. Wie daarin faalt overleeft niet en zakt weg en gaat economisch en publicitair failliet. Het is een continue veldtocht en campagne van kerken in Nederland. De bouw in Nederland van neogotische, Rooms-katholieke kerken vanaf 1853 toen de bisschoppelijke hiërarchie werd hersteld kan als een grote marketingcampagne van deze kerk worden gezien. Tot 1920 werden er zo’n 800 katholieke kerken gebouwd.

In 1997 liet het aartsbisdom Utrecht bovenstaande poster verspreiden die gebaseerd was op Barnett Newmans ‘Who’s afraid of Red, Yellow and Blue?’ die in 1986 in het Stedelijk Museum door een verwarde man werd beschadigd. J.W.P. Wits legt in een reconstructie uit hoe stichting Beeldrecht het bisdom sommeerde om verspreiding te stoppen. De paradox was dat door de rechtszaak die veel publiciteit trok de campagne van het bisdom extra aandacht trok. In 1998 kreeg de stichting Beeldrecht aanvankelijk gelijk van de rechter, maar verloor het hoger beroep. Deze casus kon nog opgevat worden als een campagne voor God en niet specifiek voor een kerk in Nederland, maar dat kon bij de marketingcampagneAl onze vestigingen elke zondag open! Gratis boodschappen voor het hele gezin!’ uit 2007 van de PKN niet. Wie verder zoekt in de verre en nabije geschiedenis van kerken in Nederland zal ongetwijfeld talloze voorbeelden van marketingcampagnes vinden.

Foto 1: Beeld van marketingcampagne ‘Who is afraid of God’ uit 1997 van het Aartsbisdom Utrecht.

Foto 2: Beeld van marketingcampagneAl onze vestigingen elke zondag open! Gratis boodschappen voor het hele gezin!’ uit 2007 van de PKN (Protestante Kerk Nederland).

Waarom ik niet bij voorbaat voor of tegen het homohuwelijk ben: ‘Kan ik dit mezelf uitleggen’. Pluriformiteit werkt tegen polarisatie

Het homohuwelijk heb ik altijd komiek gevonden. Grappig, heet dat in hedendaagse termen. Zelf ben ik hetero en niet getrouwd, wel heb ik een notarieel samenlevingscontract gesloten met een vrouw om de zakelijk kant van onze relatie veilig te stellen in verband met overlijden en/of een erfenis. Ik heb nooit de behoefte gehad om te trouwen en de relatie met een huwelijk te bezegelen. Maar daarmee is niet gezegd dat ik een ander een huwelijk ontzeg. Ik ben niet tegen het homohuwelijk, maar ben er evenmin voor. Ik ben niet van mening dat iemand die niet voor het homohuwelijk is per definitie niet voor een gelijke positie van homoseksuelen is. Als dat het geval is, dan ben ik voor het homohuwelijk. Want de afwijzing ervan mag in mijn ogen niet gebruikt worden om de gelijkwaardigheid van homoseksuelen ter discussie te stellen. Dat staat buiten kijf.

Ik moest hieraan denken door twee actualiteiten van afgelopen week. Dat was een interview in NRC van Bas Heijne met de Franse sociologe Nathalie Heinich waarin Heijne opmerkt: ‘In een wat sofistisch betoog had ze gesteld dat je op basis van seksuele voorkeur niet automatisch de openstelling van het huwelijk ‘voor iedereen’ kon afdwingen.’ De pas met een man getrouwde Heijne is het niet met haar eens. Ik ben het met Heijne eens dat Heinichs betoog over deze ‘delicate kwestie’ dat zij onder meer verwoordt in een artikel uit 2013 in Le Monde vergezocht en mooipraterij is. Maar ik ben eveneens van mening dat iemand tegen het homohuwelijk kan zijn zonder per se homofoob te zijn of tegen de ongelijkheid van homoseksuelen.

De andere actualiteit was het besluit van de synode van de Protestante Kerk (PKN) om ‘op papier het onderscheid te handhaven tussen het kerkelijk huwelijk van homo’s en hetero’s’ zoals Trouw het in een artikel van 16 november 2018 samenvat. De PKN beschrijft het besluit in een persbericht. In Nederland gaat het burgerlijk huwelijk hoe dan ook aan het kerkelijk huwelijk vooraf. Trouw laat teleurgestelde gelovigen aan het woord die het niet eens zijn met het besluit en twijfelen of ze de kerk moeten verlaten. Overigens maakt dat niet veel uit te maken omdat gemeenten hun eigen beleid mogen voeren. Synodelid Peter Goudkamp is kritisch: ‘We hebben de deur gesloten gehouden voor een bepaalde groep mensen. We zijn bij elkaar gebleven met mensen die anderen buiten de deur houden. Als een homoseksueel wil trouwen in een bondsgemeente, of er ouderling wil worden of dominee, dan krijgt die nul op het rekest. Ik vind dat onbegrijpelijk.’

Wat maakt dit alles duidelijk? Welnu, naar mijn idee dat er variatie in het denken kan zijn. Iemand kan tegen het homohuwelijk -of het huwelijk in algemene zin- zijn zonder homofoob te zijn en homoseksuelen een gelijke positie te ontzeggen. Het is verfrissend dat mensen niet volgens patronen of pakketten meningen denken, maar zich per onderwerp een eigen mening vormen. Anders vormen zich meningen door polarisatie en staat het conservatieve monolitische blok tegenover het progressieve monolithische blok. Geborgen en gevangen in eenvormigheid van blokken waarin iedereen individueel denkt te zijn door op alle onderwerpen hetzelfde te denken als bentgenoten. Verschillen geven ruimte. Pluriformiteit en diversiteit binnen partijen of bewegingen is politiek en maatschappelijk stabieler dan pluriformiteit tussen partijen of bewegingen.

Wie geld heeft hoeft niet te pronken met uiterlijke verschijningsvormen. Wie kennis en inzicht heeft hoeft niet te pronken met wetenswaardigheden. Wie een stabiele relatie heeft hoeft die voor de wet niet om te zetten in een officieel huwelijk. Het omgekeerde is allemaal best toegestaan, maar niet noodzakelijk. Ofwel, het een of het ander is niet vanzelfsprekend. Vanuit een progressieve gedachtenwereld kan men niet voor het homohuwelijk zijn of twijfels hebben over de vanzelfsprekende goedkeuring voor euthanasie of abortus. Nogmaals, zonder dat men er evenmin faliekant tegen is. Het is de modieusiteit en de verplichting die medestanders opleggen om volgens patronen te denken die benauwt. Een individu onttrekt zich aan die druk.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSynode handhaaft onderscheid homo’s: ‘Ik kan dit mijn dochter niet uitleggen’’ van Maaike van Houten in Trouw, 16 november 2018.

Putin, Orban en Wilders kapen het christendom. Kerkleiders moeten hun godsdienst uit handen van radicaal-rechtse politici redden

Hoewel de hitte van dat debat wat lijkt afgenomen, werd kort geleden steevast opgemerkt dat de islam wordt gekaapt door radicalen en ‘gematigde moslims’ zich daar niet of onvoldoende tegen verzetten. Geestelijke leiders zouden zelfs vuile zaak doen met politieke leiders. Zodat de islam radicaliseert en politiseert, en verder van de gelovigen komt af te staan. Dat mechanisme zou onder meer te maken hebben met het begrip van de wereldgemeenschap van moslims, de ummah. Vanwege de broederschap behoren moslims elkaar niet af te vallen: ‘De moslims zijn door Allah uitgeroepen tot broeders in het geloof. En eenieder dient te weten dat alle overige banden ondergeschikt zijn aan de band die een moslim met zijn broeder heeft, zelfs de familiebanden.’ Deze interpretatie houdt in dat de redelijkheid wordt geneutraliseerd en de islam een vrijbrief voor radicalisering en politiek gebruik in zich verborgen houdt. De brutaalste opportunisten en hardste schreeuwers kapen een godsdienst uit handen van gelovigen die het machteloos zien gebeuren. Kritiek uit niet-islamitische kring was dat hiermee de hele islam gecorrumpeerd werd en daardoor ongeloofwaardig was geworden. Volgens sommigen zelfs geen godsdienst meer was, maar een politieke ideologie.

Religiekritiek is nodig om religieuze organisaties met de beide voeten op de grond te houden. Die kritiek moet wel naar alle kanten even sterk klinken om geloofwaardig te zijn. Dat is nu niet het geval. In Europa klinkt nauwelijks kritiek op het christendom zoals dat op de islam klinkt. Namelijk als het om politieke redenen door radicalen gekaapt wordt, ze zich op hun christelijke inborst beroepen en de kerkleiders de kaping van hun godsdienst kritiekloos laten gebeuren. Want het is een vals beroep. Het komt niet voort uit overtuiging, maar uit machtspolitiek. Dat verschil in benadering van de islam en het christendom is opvallend.

Politieke leiders als de Russische president Vladimir Putin of de Hongaarse premier Viktor Orban kapen het christendom zonder dat in Europa een maatschappelijk debat met fundamentele kritiek hierop ontstaat. Waar zijn de ‘gematigde christenen’ die zich ertegen verzetten dat hun godsdienst wordt gekaapt? Waarom zwijgen ze? Orban zegt dat het de christelijke plicht is om Europa te behoeden voor de toevloed van islamitische vluchtelingen uit het Midden-Oosten. Dat is berekening en politiek opportunisme. Dat heeft niet alleen niets met naastenliefde te maken dat een groot goed van het christendom is, maar staat er zelfs haaks op.

In de VS is het president Trump die financiële oplichting en omgang met porno-actrices en fotomodellen combineert met een beroep op het christendom. Hij krijgt hiervoor steun van conservatieve kerkleiders in een Faustiaanse verkoop van de ziel van hun godsdienst. Valse lof en profeten die op zoek zijn naar winst zijn niet nieuws, maar hebben zich voor het eerst in de kern van de macht genesteld. Hoewel ook daar weer een reactie op komt. Een recente ontwikkeling is dat christelijke gelovigen zich afkeren van hun godsdienst omdat de hypocrisie te groot is geworden in twee jaar Trump. De conclusie van een artikel in Salon omschrijft waar het om gaat: ‘Als christelijke hypocrisie niet wordt aangepakt, zal de georganiseerde religie niet standhouden.’

Paus Franciscus van Rome lijkt het gevaar te beseffen dat het christendom wordt gekaapt door rechtse politieke leiders die ermee op de loop gaan en het voor eigen gewin naar de afgrond voeren. De hypocrisie wordt voor ‘gematigde christenen’ te groot als ze dit zien gebeuren en tevens bespeuren dat hun kerkleiders zich er onvoldoende tegen verzetten en het initiatief over hun eigen godsdienst uit handen geven aan politici. Om hun eigen geloofwaardigheid te behouden en hun godsdienst te redden is het de hoogste tijd dat Europese kerkleiders hard stelling nemen tegen Putin, Orban, Wilders of Trump met hun vertekening van de werkelijkheid en de rol van het christendom daarin en aan gelovigen en andersdenkenden uitleggen waar hun kritiek uit voorkomt. De associatie met politiek rechts beschadigt het christendom. Immigratie naar Europa is een onderwerp dat een evenwichtig beleid verdient met als uitgangspunten compassie en haalbaarheid.

Christendom of islam verdienen het niet om in die controverse vermalen te worden als een halffabrikaat voor radicaal-rechtse politici. Om dat te verhinderen moeten de kerkleiders zich wel duidelijk gaan uitspreken en ontworstelen aan de macht van de wereldse leiders over hun godsdienst. Paus Franciscus kraakt kritische noten in de op 9 april gepubliceerde apostolische vermaning ‘GAUDETE ET EXSULTATE’ (‘Vrolijk en verblijd zijn’) over het onderwerp heiligheid. Zijn probleem is dat de bandbreedte voor een religieus leider klein is en het vooralsnog moet blijven bij indirecte en omfloerste kritiek. Het is de taak voor (christelijke) media om de kritiek van de paus en Europese protestante kerkleiders op te pakken en te vertalen naar een breed publiek.

Foto 1: Schermafbeelding van paragraaf 103 over de vreemdeling in de apostolische vermaning ‘GAUDETE ET EXSULTATE’ van Paus Franciscus, 9 april 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van illustratie in artikelHungary’s leader says he’s defending Christian Europe. The pope disagrees.’ in The Washington Post, 10 april 2018.

Campagne van PKN over geloven in de kerk is vaag en onbepaald

Nieuwe campagne poster PKN bij verhaal waar Gerrit Jan over schrijft voor maandag krant

Trouw bericht over een campagne van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) die in januari 2017 gelanceerd wordt. De site gelovendejeindekerk waar op de affiches naar wordt verwezen is nog onder constructie. Trouw  vindt het opmerkelijk dat ‘God’ niet in het campagnemateriaal wordt genoemd. Dat is echter minder gek dan het lijkt omdat God geen uniek verkoopargument van de PKN is. Alle religieuze organisaties verwijzen in hun reclame immers naar God. Wat is dan nog het verschil tussen de God van kerk A, kerk B of kerk C? God is een catch-all begrip dat niet onderscheidt binnen de religieuze sector. Een woordvoerster van de PKN verklaart: ‘We willen het imago van de kerk bijstellen. Daarom gaat deze campagne nadrukkelijk niet over geloof en God.’ Dat de campagne niet over geloof gaat valt niet te rijmen met de slogan ’Geloven doe je in de kerk?’.

De PKN doet er verstandig aan om reclame te maken voor het eigen product. Dat valt te omschrijven als het binnen de eigen organisatie geven van zingeving, troost, spiritualiteit, een thuisgevoel en het besef deelgenoot te zijn van een traditie en een machtscentrum. Aandacht en steun kan het niet voor zoete koek aannemen. Maar wel is merkwaardig dat in de vechtmarkt die de religieuze, christelijke sector is met tientallen religieuze organisaties één ervan komt met een slogan die voor alle kerkgenootschappen geldt. Want wat de PKN onderscheidend maakt van Remonstranten, Katholieken, Pinksterbeweging, Methodisten, Orthodoxe Gereformeerden en de vele christelijke splinterbewegingen en afsplitsingen is het raadsel van deze campagne.

De makers van de campagne geloven in elk geval in de kerk. Of het publiek ermee de weg naar de kerken van de PKN vindt is de vraag. Want wat de PKN als religieuze instelling uniek maakt en onderscheidt van andere kerkgenootschappen wordt in de campagne niet duidelijk gemaakt. Maar het is ook hondsmoeilijk om reclame te maken voor een religieuze instelling omdat de kenmerken ervan per definitie vaag zijn. Daarbij komt dat de PKN als brede paraplu-organisatie een onduidelijk profiel heeft. Om nieuwe leden te vangen of de oude vast te houden kan een campagne niet te specifiek zijn op straffe van uitsluiting van potentiële leden. Wat rest is een campagne die onbepaald moet blijven. En refereert aan een goed gevoel. Het is een gok die kan werken.

Foto: Affiche van campagne van de PKN zoals afgebeeld in Trouw, 7 november 2016.

P.J. Vergunst: ‘In de kerk moet het Woord van God Zichzelf blijven uitleggen’. Hoe werkt dat? Religieuze tovenarij?

Cima_da_Conegliano,_God_the_Father

We kunnen er niet omheen dat wat dominant is geworden in de Nederlandse cultuur, conflicteert met de geboden van God. Waar actualiteit en Bijbel lijken te botsen, moet in de kerk het Woord van God Zichzelf blijven uitleggen. Niemand zal ontkennen dat dit tot spanning kan leiden in pastorale relaties. En toch, is er een andere weg voor de kerk? En, wíl de kerk een andere weg, als ze zichzelf als gemeente van Christus ziet?’ Aldus algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de Protestante Kerk P. J. Vergunst in een artikel voor De Waarheidsvriend. Het gaat over de inzegening van het homohuwelijk in de Protestante Kerk Nederland.

Vergunst heeft recht op zijn mening. Dat hij weet wat het betekent dat ‘het Woord van God Zichzelf blijft uitleggen’ is knap van hem. Vergunst zegt nog net niet dat hij het woord van God zelf uitlegt, maar hij suggereert dat het woord zichzelf niet langer zal blijven uitleggen. Vergunst doet door verticale projectie aan religieuze tovenarij. Met zijn gereformeerde hocus pocus beslist hij voor de God van de Protestante Kerk van Nederland. Met mensen als Vergunst is er geen God meer nodig. En de inzegening van het homohuwelijk al helemaal niet. Vergunst zegt zijn God te laten spreken, maar dringt zich afgunstig op als een woordvoerder.

Foto: God van Cima da Conegliano., 1515.

Willem-Alexander symboliseert het secularisme en krijgt kritiek

protestant_zwammerdam_3

Nederland is een sterk geseculariseerd land en daarbij passen een sterk geseculariseerd staatshoofd en regeringsleider. Karin van de Broeke, de voorzitter van de Protestante Kerk in Nederland (PKN) meent dat niet te begrijpen. Ze accepteert in een interview met NRC de seculiere invulling van het koningschap door koning Willem-Alexander, maar vindt tegelijk dat-ie God moet noemen omdat dat die bij hem het laatste woord zou hebben. Zo veronderstelt ze. Zij zoekt in haar belangenbehartiging de ruimte voor het protestante geloof, en dat hoort bij haar functie. Ze is echter tegenstrijdig als ze de concurrentie tussen religies en overtuigingen als ongewenst afwijst, maar wel zou willen zien dat de koning haar God in z’n openbare optredens noemt.

Het ligt anders dan Van den Broek denkt en ook wel weet. Premier Rutte en koning Willem-Alexander moeten in hun functie de keuzevrijheid garanderen door die te noemen, te verdedigen en te symboliseren. Ze kunnen geen partij kiezen voor de een of andere God, religie, gedachtegoed, anarchisme, filosofie of wereldblik. Wat Willem-Alexander doet is niet zozeer het kiezen voor een post-christelijke samenleving, maar het zo neutraal mogelijk proberen in te vullen van het secularisme met volop keuzevrijheid. Die opstelling siert de koning.

Foto: Kerk Zwammerdam.

Vraag de priester op Facebook; wat zijn de antwoorden waard?

1562_122341064602043_1971267209_n

Katholieken omarmen internet en rukken de moderne tijd binnen. De Paus twittert en de extensie ‘.catholic’ voor internet maakt Nederlandse protestanten jaloers. Hun kerk mist de eenheid om dat te realiseren. Nu is er de Facebook-pagina ‘Vraag de priester‘. ‘Een pagina waar katholieken en niet-katholieken vragen kunnen stellen over zaken van geloof, moraal en religieuze leer‘. Maar alles met mate, zoals uit de regels blijkt: ‘… zullen wij iedereen die advies, adviezen of antwoorden en opmerkingen op deze pagina plaatsen die tegen de Leer en de traditie van de Rooms Katholieke Kerk ingaan verzoeken daarmee te stoppen. Wij willen duidelijkheid scheppen in de Leer, geen verwarring’. En zoals altijd bij religieuze instellingen is het niet God die bepaalt wat de juiste Leer is, maar werpen zelfbenoemde bemiddelaars zich op namens God te spreken.

De priester spreekt. De pagina is recent van start gegaan zodat er nog weinig vragen zijn gesteld. Maar nu al tekent zich een richtingenstrijd af tussen orthodoxen en vrijzinnigen. Interessant is de vraag wat de RK-Kerk van de scheiding van kerk en staat vindt. Of de vraag van Martine de Kler hoe de kerk staat tegenover transsexuelen die een operatie hebben ondergaan. Na een antwoord van pastoor R. Verheggen antwoordt ze fijnzinnig: ‘God is er dus oke mee, maar de kerk niet.’ Waarna de transgender Pieta Kluytenaar stelt dat zij-hij geen keuze heeft gemaakt. Transgender-zijn is de keuze van God. En daar helpt geen letterlijke uitleg van De priester aan. De kudde gelooft niet langer wat het niet wil geloven. Kan De priester de moderne tijd wel aan?

Priester

Foto’s: Afbeeldingen van Facebook-pagina ‘Vraag de Priester