George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Drama

Kunst en religie. De barrière om te denken buiten de gebaande paden. Opvattingen van Tracey Emin en Marcel Barnard

leave a comment »

De Britse kunstenaar Tracey Emin noemt kunst zoiets als God en zoiets als een religie. Art is like a religion, zegt ze. Waar we trouw aan kunnen blijven, voegt ze eraan toe. Kunst is een kerk waar we naar toe kunnen gaan. Kunst heeft net als religie te maken met menselijke creativiteit van onze eigen geest.

Dat staat in contrast met wat hoogleraar Praktische Theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit  Marcel Barnard in een persbericht van de RUG over de uitreiking van een prijspenning van het Godgeleerd Genootschap van Teylers Stichting aan Lieke Wijnia zegt: ‘Lange tijd hebben we gedacht dat Nederland seculariseert. Tegenwoordig is die gedachte verlaten. Eerder is het zo dat religie zich handhaaft, maar buiten de muren van kerken en andere religieuze instituten, en niet meer in klassieke vormen. Mensen blijven het heilige, dat wat de gewone werkelijkheid overstijgt, zoeken. Overal, en op hun eigen manier. De gewone werkelijkheid overstijgen, dat is precies wat de kunsten ook doen, en daarom onderzoeken religiewetenschappers kunst en religie tegenwoordig vaak als verwante verschijnselen. Ontmoeting met de kunst kan het gewone leven intensiveren en een sacrale ervaring opleveren. Het museum kan zo een plek worden met religieuze trekken’.

Het verschil tussen Emin en Barnard is opvallend en verklaarbaar. Ze redeneren vanuit hun eigen vakgebied. Hun uitspraken zeggen vooral iets over hun eigen perspectief. Emin zet kunst op een gelijkwaardige manier naast religie, Barnard maakt in zijn verklaring kunst ondergeschikt aan religie. Zonder dat te onderbouwen of te detailleren suggereert Emin dat kunst en religie door dezelfde creativiteit van de menselijke geest zijn ontstaan. Barnard denkt niet vanuit de creatieve geest, maar vanuit de structuur en het kenmerk van religie en religieuze organisaties en de veranderingen daarin. Hij rekt de opvatting van wat onder religie bestaan wordt op tot buiten de traditionele opvatting van religieuze organisaties. Vanuit zijn perspectief van religie reduceert hij eerst kunst tot iets heiligs met sacrale trekken om het vervolgens te annexeren tot pseudo-religie.

Evengoed kan gezegd worden dat de gemeenschappelijke bron die van het drama en de rituelen is die aangejaagd is door de menselijke geest. Dat is de bron waar religie en kunst uit putten. Kunst volgt niet uit religie, en religie volgt niet uit kunst. Ze zijn allebei een dramatisering met creatieve middelen van de menselijke geest. Waarbij in grote lijnen valt te zeggen dat kunst is geautonomiseerd en religie is gesocialiseerd. De meer intuïtieve invalshoek van Emin past daarom precies zo bij haar vakgebied zoals dat geldt voor de meer sociologische invalshoek van Barnard. Maar ze redeneren allebei vanuit hun vakgebied.

Barnard heeft een enge opvatting over secularisering. Hij redeneert blijkbaar niet vanuit de opvatting dat secularisme een politieke filosofie is die zegt dat religies en levensovertuigingen gelijkwaardig zijn onder de bescherming van de rechtsstaat die door de nationale overheid wordt gegarandeerd. Hij ziet secularisering als het brede proces van verwereldlijking, inclusief de afname van de maatschappelijke invloed van religie. Hij doet aan normvervaging door zowel de begrippen religie als secularisering zo op te rekken dat ze niet meer passen binnen het taalgebruik van de meeste Nederlanders. Dat heeft iets geforceerd en gekunsteld.

De werkelijkheid is dat in Nederland een kleine meerderheid van de bevolking aangeeft zich niet meer te laten inspireren door religie. Dat heeft te maken met de ontzuiling en de individualisering, en het anders invullen van sociale verbanden. Religie is daar niet meer overheersend in zoals het ooit was. Religie handhaaft zich in Nederland dus niet zoals Barnard suggereert. Ook niet onderhuids of via vertakkingen. Hoewel religie redelijk standhoudt, kalft het belang ervan jaarlijks met een of twee procent af. Dat steeds meer burgers hun leven invullen zonder religie staat vast. Het is begrijpelijk dat mensen buiten zichzelf zin of troost zoeken voor hun leven. Dat is echter steeds minder religie. Kunst is niet het kindje van religie, maar kunst en religie zijn allebei kinderen van dezelfde ouder. In haar intuïtie heeft Tracey Emin het bij het rechte eind en laat Barnard zich kennen als een theoloog die alles wil relateren aan religie en vooral, zijn vakgebied van de godgeleerdheid.

Advertenties

Godsdiensten zijn tijdgebonden. Uiteindelijk worden ze uit het religieuze domein verdrongen. En opgevolgd

with 5 comments

Een artikel van J. H. McKenna op Patheos zet aan tot denken. De geschiedenis van de godsdienst toont de beperkte levensduur van godsdienst. De wetmatigheid is dat ze beperkt zijn in tijd, plaats en doelstelling. Daarom kent de geschiedenis en de hedendaagse verspreiding over de wereld zoveel godsdiensten omdat ze uiteenlopende behoeften moeten afdekken. Ze geven antwoord op de vragen van hun tijd, maar als de omstandigheden veranderen verliezen ze aan betekenis voor hun tijd. Dan worden ze overbodig en opgevolgd door nieuwe godsdiensten die andere vragen stellen en zich beter voegen in de motieven van de nieuwe tijd. Dan worden de heilige boeken van de oude godsdienst bevrijd. Waar de knapste koppen van hun tijd aan hebben meegewerkt. De heilige schriften kunnen dan vervolgens toegevoegd worden aan het domein van de kunst. Van de literatuur of het drama. Ultiem bevrijd van hun primaire functie om zin te geven aan het leven.

McKenna schetst in mijn ogen op een inzichtelijke manier een heldere en onbetwistbare logica, maar waarom hij het verbindt met de positie van de atheïst is me onduidelijk. Dat heeft zijn betoog niet nodig. Mijn reactie:

Religion and art spring from the same source. The source of the imagination of rituals. It is a dramatic feature that reaches a public through a well told story. The article clearly underlines this through well chosen examples. The logic is that religion grows more towards art as religion lasts longer. Greek mythology is now seen as an art form, while in its own time it was seen as a religion.

It is inevitable that modern religions suffer the same fate like old religions did. The development from religion to art is a regularity. Eventually the sacred books written by men will be stripped of their supernatural pretension and will go down in history as literary works.

Then the circle is round where the recently deceased Dutch theologian Harry Kuitert referred to: ‘All speaking about Above comes from below, also the speaking that claims to come from Above‘. Because the greatest minds of their time were connected to this speaking, this intellectual and literary aspect is not lost. But it has to be liberated from the religious environment that keeps it confined.

Literature or drama is ultimately freed from the religious environment and is liberated. The flywheel of the development of religions continues so that new religions with new images of God and new sacred scriptures emerge that we do not yet know about.

Why the author links his argument to the atheist’s right is unclear. Because it is unnecessary to make this point which is already strong enough. The perspective of the atheist or cynic adds nothing to his argument, but makes it unnecessarily polemical and more political. The so-called atheist does not want to relate to God images and religions, but to stand outside. That applies equally to this kind of criticism of religion.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelIs Time On The Atheist’s Side?’ van J. H. McKenna op Patheos, 16 november 2017.

Open brief aan Taede A. Smedes. Over godsdienst, religieus atheïsme, nihilisme, secularisme en de plek van de ongebondene

with one comment

In een artikel uit 2016 op het Belgische Golfslag ‘over de plaats voor geloof in onze media’ kwam ik een uitspraak van u tegen (p. 228) die me verbaasde. Namelijk ‘dat de mens nu eenmaal een religieus wezen is’.

Ik begrijp niet hoe u tot die constatering komt. Kunt u dat wellicht toelichten of me verwijzen naar een artikel van u waarin u dit toelicht? Ik kan me voorstellen dat we in meerderheid constateren dat de mens een sociaal wezen is dat gebruik maakt van rituelen, dramatisering en een mengvorm van speculatie en redenering om vorm en zin aan het leven te geven. Maar maakt dat de mens tot een religieus wezen?

Is het niet de valkuil van een vakgebied dat leidt tot verkokering om dat zo te omschrijven? Begrijp me niet verkeerd, u bent opgeleid als theoloog en ik als theaterwetenschapper, en daarom zullen we ongetwijfeld van perspectief verschillen in onze blik op het leven. Vanuit mijn interesse zou ik kunnen zeggen dat de mens nu eenmaal een sociaal wezen is dat net doet alsof en dat soort situaties naar de hand tracht te zetten. Een gedramatiseerde en minder vrijblijvende versie van Johan Huizinga’s spelende mens. Enfin, religie en kunst putten uit dezelfde bron van de rituelen om de leegte te bezweren.

Ik begrijp uit uw teksten dat u het nihilisme vreest of afwijst en spreekt over ‘religieus atheïsme’ als positieve kracht. Dat laatste vond ik eerst een merkwaardige hulpterm die ik vervolgens wel kon billijken, maar uiteindelijk toch ongeschikt acht. In een wereld die nog steeds overloopt van christelijke symboliek en traditie is het voor iemand die zich zowel niet wil afzetten tegen de geïnstitutionaliseerde godsdiensten omdat men daardoor in een wereld getrokken wordt waar men afstand tot wil houden als een autonome plek voor zichzelf wil vinden een bijna onmogelijke opgave om dat te realiseren.

Anders gezegd, hoe kan iemand zich noemen en positioneren in de samenleving die zich -zowel positief als negatief- niet laat inspireren door godsdienst en uit het vaarwater ervan wil blijven? Niet krampachtig of als politieke verklaring, maar uit een gerijpte overtuiging. Wat is de positie van iemand in Nederland die niet wil reageren op godsdienst of de werking ervan, maar in het gesprek erover toch door anderen steeds weer een etiket opgeplakt krijgt met een echo van godsdienst?

Ik beschouw mezelf niet als gelovig, maar evenmin als atheïstisch of agnostisch. En de expansie van het humanisme trekt me evenmin. Niemand kan echter richtingloos zijn. Ik oriënteer me als burger op de politieke filosofie van het secularisme dat alle godsdiensten, levensovertuiging en nihilismen in theorie een gelijkwaardige plek biedt. En mij ook een plek biedt, al is het een lege plek in het gras. In mijn optiek is de mens nu eenmaal een sociaal wezen dat net doet alsof. Dat ernstig een creatief spel speelt.

Overigens ben ik sinds oktober 2015 lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Wie geen behoefte heeft om van het godsdienstig water te drinken of dat te vertroebelen, kan het toch helpen verdunnen door ervoor te zorgen dat door de toestroom van nieuwe godsdiensten de stempel ervan afneemt. Dat begint door het oprekken van begrippen die samenhangen met de macht en de maatschappelijke betekenis van de gevestigde godsdiensten. Een andere tendens is de vorming van zogenaamde cannabis-kerken in het Amerikaanse Colorado of Californië. Of dat een afslag naar hedonisme of nihilisme is valt trouwens te bezien. De kaf moet daar nog van het koren gescheiden worden.

In de praktijk schort het nog veel aan die gelijkwaardigheid, maar met een Nederland dat volgens de statistieken van het CBS in meerderheid ongebonden is (‘unaffiliated‘) zal naar verwachting op termijn de culturele hegemonie of de slagschaduw van godsdienst afnemen. Overigens is het CBS normatief door te spreken over ‘geen kerkelijke gezindte’ waar het zou moeten spreken over ongebondenheid. Precies dat is het probleem door mensen die afstand nemen of hebben tot een religieuze organisatie via een omweg toch weer als verlengde van godsdienst of kerk te benoemen. In de beschrijving wacht het CBS nog een inhaalslag van emancipatie die bijvoorbeeld het Amerikaanse Pew Research Center in haar statistieken al wel gemaakt heeft.

Foto: Peter Schumann, The Shatterer. ‘Domestic Resurrection Pageant, 1994, performance view (Photo: Ron Simon)’.

Steengroevetheater Winterswijk speelt voorstelling Cinema in open lucht. Wat doet het weer?

leave a comment »

In Nederland vormen openluchtvoorstellingen door het onvoorspelbare weer een risico. Wat voorspelt de buienradar? Er staan in het Steengroevetheater Winterswijk vier voorstellingen gepland op dinsdag 8, woensdag 9, vrijdag 11 en zaterdag 12 augustus 2017. De prijs van een kaartje bedraagt € 37,50. Het Eerste Achterhoeks Metropoolorkest onder leiding van Gerben Kruisselbrink verzorgt de muziek en de regie is van Jasper Korving. Thema is de cinema. Zogezegd, het lichtere genre. Het belooft een spektakel, daar in de marge van Nederland. Een creatieve inspanning met inzet van veel vrijwilligers voor en achter de schermen.

Controverse rond ‘Julius Caesar’ van Public Theater in New York met een evenbeeld van Trump die op toneel wordt vermoord

with 4 comments

Theaterproductie ‘Julius Caesar’ van regisseur Oskar Eustis door the Public Theater in New York moet het sinds afgelopen weekend doen met twee sponsors minder. Delta en Bank of America trokken zich als sponsor terug om politieke redenen. Aanleiding is dat een evenbeeld van Donald Trump met messteken om het leven wordt gebracht in de slotscène van Shakespeare’s tragedie. De voorstelling is onderdeel van de jaarlijkse Shakespeare in the Park serie in het Delacorte Theater in Central Park. Deze sponsoractie trekt veel publiciteit.

De enscenering roept drie vragen op. Namelijk in hoeverre een klassiek stuk bewerkt en geactualiseerd kan worden. Daar zijn eigenlijk nog nauwelijks grenzen aan te stellen. Alles is mogelijk en verdedigbaar als de geest van het stuk wordt gerespecteerd. In de toelichting zegt het Public Theater dat het stuk gaat over de broosheid van de democratie: ‘The Institutions that we have grown up with, that we have inherited from the struggle of many generations of our ancestors, can be swept away in no time at all.’ Gezien zijn optreden tot nu toe is het goed verdedigbaar om te zeggen dat president Trump de snoodaard is die de democratie weg wil vagen. Zoals de historische Julius Caesar als dictator rond 48 voor Christus de Romeinen alle rechten ontnam.

Het terugtreden van beide sponsors toont de kwetsbaarheid van de Amerikaanse culturele sector. Die is grotendeels afhankelijk van het grote geld van bedrijven. Hoewel veel culturele instellingen eigen vermogen hebben en min of meer onafhankelijk kunnen opereren. Maar ze blijven afhankelijk van schenkingen door schenkers die hun eisen stellen. Zolang alles binnen de normen van de gevestigde orde blijft is er niets aan de hand. Dit heeft twee bij-effecten. Instellingen worden om economische omstandigheden gedwongen binnen die normen van de gevestigde orde te blijven of er niet te ver van af te wijken. Op straffe van uitsluiting. Dat is een preventief effect dat leidt tot het vermijden van te radicale politieke stellingname. Zeker voor grotere instellingen. Als ze dat niet doen, dan worden ze gekort en dreigt uitsluiting en publicitaire tegenwind.

Een reactie van Bank of America reduceert kunst tot iets dat niet gevaarlijk mag zijn en moet inschikken. Die getemd is en zich als getemd moet gedragen. Volgens een bericht van RawStory heeft deze financiële instelling in een reactie gezegd waarom het zich als sponsor heeft teruggetrokken. Namelijk omdat de productie was bedoeld om te provoceren en aanstoot te geven (‘intended to provoke and offend’). Maar laat dat nou exact de functie van kunst zijn. Aan bedrijven die vele doelgroepen en belangen willen representeren zonder aanstoot te geven is dat uiteraard niet besteed. Begrijpelijk, maar dat toont tegelijk de onmogelijkheid van bedrijfssponsoring aan. Trumps zoon Don jr tweette hierover het volgende ‘Serious question, when does ‘art’ become political speech & does that change things?’. De antwoord op deze vraag is er afhankelijk van hoe men kunst inschat en wil zien. Als ongevaarlijk en een vehikel voor bedrijfsbelangen of als iets dat kan bijten, op scherp zet en zich niet laat temmen? En al helemaal niet door een president als Donald Trump die zelf de ene na de andere dolkstoot toebrengt aan de Amerikaanse democratie en democratische instituties.

‘Chess Match No. 5’ is gebaseerd op interviews met John Cage. Hoe actueel kan het zijn?

leave a comment »

Tot 2 april loopt het stuk Chess Match No. 5 van SITI Company in de de Abingdon Theatre Company in New York. Een wereldpremière. Zoals Chrysler Ford en John Sherer voor Hyperallergic uitleggen is het gebaseerd op interviews met componist John Cage. Ze framen het als ‘traditionele avant-garde’ in de geest van Samuel Beckett en Eugène Ionesco. Ook het theater van de absurditeit is geschiedenis geworden en wordt ‘hernomen’.

De vraag die Ford en Sherer stellen is hoe relevant dit nog kan zijn. Daarbij gaan ze uit van Cage als klassiek componist die ze afzetten tegen Arvo Pärt en John Adams. Maar Cage is meer dan dat. Ook beeldende kunst en Fluxus. Of een intermediair die disciplines verbindt. Beredeneerd vanuit de toneelpraktijk lijkt hun kritiek wat aan de zware kant. Want de lat voor repertoiretoneel van Ibsen, Tsjechov of Shaw of vertegenwoordigers van de traditionele avant-garde zoals Pinter, Ionesco, Jarry of Beckett wordt doorgaans niet zo hoog gelegd.

De vraag naar de relevantie van John Cage en Chess Match No. 5 is de vraag naar de relevantie van 19de of 20e eeuws repertoiretoneel waarbij de tekst centraal staat. Dat maakt het stuk via een omweg actueel. Vriend van John Cage en Franse kunstenaar Marcel Duchamp was een sterke schaker en vertelt over zijn fascinatie:

Merx: ‘Kunst moet schuren’. Ok, maar hoe zit het met de macht?

leave a comment »

Een mooi, maar ook wat onaf verhaal van de Utrechtse Theaterwetenschapper Sigrid Merx. Dat een eigen genre in zichzelf is: het afstandelijk, academisch aanstippen zonder echte betrokkenheid die de nek uitsteekt.

Merx vindt dat kunst moet schuren. Theatermaker Dries Verhoeven noemt ze als voorbeeld hoe kunst in de openbare ruimte zinvol kan zijn. Ze heeft het theoretische gelijk aan haar kant,  maar krijgt dat niet van de macht. Van politiek, bedrijfsleven of banken. De verdeling van macht is het probleem dat Merx laat liggen.

Haar Universiteit Utrecht kan geen vuist maken en is afhankelijk van geldstromen van politiek en bedrijfsleven. Hoe dat te doorbreken? Dries Verhoeven wordt ondanks zichzelf getolereerd. Zie hier postings over hem.