Pleidooi voor scheiding van staat en landbouwlobby

Schermafbeelding van deel artikelWij, kiezers en belastingbetalers, worden met open ogen opgelicht door de veelobby‘ van Tim Reijsoo in de Volkskrant, 21 augustus 2022.

Mijn instemmende reactie op het opinie-artikel van Tim Reijsoo in de Volkskrant van 21 augustus 2022:

Eens met het commentaar. Zoals Tim Reijsoo opmerkt is het merkwaardig dat we de deconstructieve macht van de landbouwlobby kennen, maar die merkbaar niet terug kunnen dringen. De landbouwlobby heeft VVD en CDA vooral op regionaal niveau in de zak.

De agro-industrie zal haar verdienmodel van optimaal producerende melkveeboeren niet vrijwillig opgeven. Maar de politiek is onmachtig en heeft met het CDA een verrader van de algemene zaak in het kabinet om dat krachtig te veranderen. Hoewel minister Van der Wal voet bij stuk houdt.

Er zijn nog drie aspecten die genoemd hadden kunnen worden:

1) De media zitten ook steeds meer in de zak van de radicale boeren en de agro-industrie. Als de boeren een overleg hebben met Remkes dan besteedt het NOS Journaal daar zoveel zendtijd aan zonder enige kritische duiding dat het sterk lijkt dat de NOS promotie voor boeren en agro-industrie maakt. De publieke omroep laat zich intimideren en houdt de rug uit lafheid niet langer recht. Als de natuur- en milieuorganisaties een week later ook zo’n overleg hebben met Remkes dan doet het NOS Journaal dat af in 30 seconden.

2) De invloed van de boeren en boerenorganisaties doet zich op het laagste democratische niveau vooral gelden in besturen van waterschappen die op ondemocratische wijze worden gekozen. Met zetels voor belangengroepen. Daar wordt beslist om het waterpeil in polders en weteringen laag te houden omdat dit de boeren dient, maar niet de burgers en Nederland als geheel. Zie de huidige lage waterstand die daar mede een gevolg van is.

3) De Nederlandse boeren werken voor meer dan 75% voor de export. De voedselvoorziening van Nederland komt met het reduceren van de veestapel met 50% dus niet in gevaar. Duurzaam producerende boeren zouden meer steun van politiek, media en publieke opinie moeten krijgen. Ze geven het voorbeeld voor de toekomst van de Nederlandse landbouwsector: kwaliteit boven kwantiteit. Het bovenproportioneel beslag dat vooral de melkveeboeren leggen op de grond is onhoudbaar en niet meer van deze tijd in een zich ontwikkelend Nederland (Ruimtelijke Ordening) waar woningbouw, infrastructuur, bedrijven en natuur en ontspanning hun plek moeten kunnen vinden.

NOS Journaal mist het nieuws. Wat zeggen de fouten en wat moeten we ermee?

Henk Bleker in het bulletin van 20.00 uur van het NOS Journaal van 5 augustus 2022.

I. Mijn misnoegen over de in mijn ogen tekortkomingen van het NOS Journaal heb ik hier vaker geuit. Ik weet niet goed of dat gerechtvaardigd is. Dat ik het NOS Journaal een gebrek aan context verwijt kan ook mijn tekortkoming zijn. Mijn gebrek aan context en relativering.

Want hoe eerlijk is het om de hoge standaard van de top van de westerse journalistiek, zoals ik die vooral ken van Britse en Amerikaanse media, te projecteren op het NOS Journaal? Dat heeft onvoldoende middelen voor zo’n hoge standaard. Er is blijkbaar te weinig budget en het ontbreekt aan voldoende hoog gekwalificeerde journalisten en bureauredacteuren om zo’n standaard hoog te houden.

Toch was ik ondanks die bedenkingen gisteren ontdaan over de eerste twee items van het bulletin van 20.00 uur van het NOS Journaal van 5 augustus 2022 die naar mijn idee zelfs een middelmatige standaard niet haalden. Wat moet de Nederlandse nieuwsconsument met dit NOS Journaal?

De eerste twee items die de opening vormden misten in mijn ogen het overzicht, het politieke inschattingsvermogen en de stoot, de punch die er een volwaardig journalistiek Item van had gemaakt. 

Deze items bleven in mijn ogen hangen in halfslachtigheid en de niet ingeloste belofte van zorgvuldige verslaggeving en analyse van het nieuws. Ik vond het niet goed.

Daarnaast had ik vooral bij het eerste item bedenkingen over de politieke invalshoek die de redactie en verslaggevers van het NOS Journaal kozen. Ik kreeg de indruk dat het NOS Journaal zo bevreesd is om door radicaal-rechts gestigmatiseerd te worden als staatsomroep dat het doorsloeg naar de andere kant en zich tot woordvoerder van radicaal-rechts maakte. Dit NOS Journaal is niet links, maar rechts.

Hoe de hoofdredactie van NPO Nieuws kan menen dat dit bulletin in verslaggeving en politieke analyse de nieuwsconsument volledig informeert is het raadsel waar ik mee bleef zitten.

II. Het eerste item ging over het stikstofoverleg In Utrecht. Dat werd voorgesteld als een sportwedstrijd tussen de regering inclusief bemiddelaar Johan Remkes aan de ene kant en de boerenorganisaties aan de andere kant. Het vermogen van het NOS Journaal ontbrak om dit overleg in een context te plaatsen. 

Niet alleen kreeg voormalig CDA-landbouwstaatssecretaris Henk Bleker ruimte om het boerenbelang naar voren te brengen en af te geven op de regering waar hij 10 jaar geleden nog deel van uitmaakte, maar zijn rol en functie in dit dossier werd in het verslag niet belicht.

Juist door toenmalige CDA’ers als Bleker die jarenlang elke hervorming van het landbouwbeleid blokkeerden en niet opereerden als dienaar van de publieke zaak, maar als lobbyist voor de agro-industrie, de Rabobank en de landbouwsector zitten Nederland en de boeren nu met een stikstofprobleem opgezadeld dat niet tijdig aangepakt is. Nu positioneert Bleker zich als deel van de oplossing, terwijl hij deel van het probleem is. Maar het NOS Journaal stipt zijn vroegere blokkerende rol niet eens aan. Waarom niet?

Een andere onevenwichtigheid was dat in het item elke verwijzing naar natuur- en milieuorganisaties en wetenschappers ontbrak. Dat had in de afronding van het item gekund, maar dit tegengeluid ontbrak volledig. Deze organisaties en wetenschappers waarschuwen ervoor dat het regeringsbeleid van 50% stikstofreductie niet afgezwakt kan worden.

Als de bureauredactie van het NOS Journaal beter had nagedacht of meer politieke durf had getoond om objectief te zijn, dan had het grofweg drie posities geschetst: de boeren die voor afzwakking van het regeringsbeleid gaan en de invoering van maatregelen willen vertragen, het regeringsbeleid en de natuurorganisaties die het regeringsbeleid als een minimum zien waar niet aan gemorreld kan worden. 

Dit conflict tussen drie posities werd door het NOS Journaal gereduceerd tot een conflict tussen twee posities. Dat is geen informatie van de nieuwsconsument, maar desinformatie. Het NOS Journaal gaf volop ruimte aan vier zich radicaal uitende vertegenwoordigers van boerenorganisaties, maar liet geen enkel geluid horen uit de natuur- en milieuorganisaties of de wetenschap.

Wie er nader over nadenkt zal moeten constateren dat de invalshoek van het NOS Journaal absurd is. Radicale tegen het binnenlands terrorisme aanleunende boerenleiders en opportunisten als Bleker krijgen zonder enig woord van kritiek gratis zendtijd, terwijl de stem of visie van natuurorganisaties en wetenschappers niet worden verwoord.

III. Over het tweede item zal ik kort zijn. Dat ging over de uitkomsten van het proces dat enkele nabestaanden van de slachtoffers van de schietpartij in de VS in 2012 op de Sandy Hook-school tegen de radicaal-rechtse complotdenker Alex Jones (Infowars) hadden aangespannen.

Jones moest degenen die hem hadden aangeklaagd niet alleen 4,1 miljoen dollar schadevergoeding betalen en verloor dus deze zaak, maar Jones’ advocaten lekten per vergissing zijn toenmalige telefoonverkeer aan de tegenpartij. Het NOS Journaal bracht netjes deze feiten, maar vergat om de zaak in een bredere context te zetten.

De zaak zorgde de afgelopen dagen voor opschudding in de VS omdat complotdenker Jones tijdens de Trump-jaren een centrale rol had in de radicaal-rechtse beweging en contact had met belangrijke mensen daarin. Zoals Trumps adviseur Roger Stone. Die contacten zelf dreigen nu door de onthulling van Jones’ telefoonverkeer in gevaar te komen. 

De essentie van de Alex Jones-zaak noemde het NOS Journaal niet. Namelijk dat zowel de 6 Januari-commissie van het Huis en federale onderzoekers de telefoongegevens van Jones hebben opgevraagd om daar mee aan de slag te gaan en mogelijk types als Stone aan te klagen. De essentie van de rechtszaak tegen Jones was dus niet zozeer zijn veroordeling, maar het onthullen van feiten over Jones’ contacten in Trumpiaanse radicaal-rechtse kring.

IV. Het lijkt ongepast om te hard te oordelen over dit NOS Journaal en NPO Nieuws. Het ontbreekt zichtbaar aan middelen en kwaliteit. Dat uit zich trouwens ook in de vele technische storingen om via NPO Start online terug te kijken. Met de melding ‘failed to retrieve the server certificate‘ geeft de publieke omroep zich publiekelijk een brevet van onvermogen. De techniek is niet op orde en de klachten daarover worden op sociale media breed gedeeld. Dat stoot potentiële kijkers af.

Als het NOS Journaal met Nieuwsuur het paradepaardje van de nieuwsvoorziening van de publieke omroep wil zijn, dan heeft het ondanks verzachtende omstandigheden (vakantie, klein land) een standaard hoog te houden. Ik betwijfelde gisteren of die werd gehaald. Ik meende zelfs dat de redactie van het NOS Journaal aan de promotie van radicaal-rechtse praatjes deed. Het NOS Journaal wekte sterk de indruk voor complotdenkers te buigen.

Het is de samenleving die bepaalt of het NOS Journaal en NPO Nieuws de middelen krijgen om volgens een hoge journalistieke standaard te werken en wat zelfbewuster, ambitieuzer en kwalitatiever te opereren. De constatering dat dit niet lukt is niet bedoeld om de publieke omroep niet serieus te willen nemen, maar om die juist wel serieus te nemen. Versterk de nieuwsvoorziening van de publieke omroep en maak er een bastion van kwaliteit van.

NOS ziet geen 50 tinten zwart en husselt alles door elkaar: migratie, zwartheid, discriminatie en BLM

De term witheid is verhullend en onjuist. Gisteren 30 november 2020 was er op het NOS Journaal van 20.00 uur een item over jongeren met een migratie-achtergrond naar aanleiding van het feit dat het een half jaar geleden is dat er een Black Lives Matter (BLM) demonstratie op de Dam was. Er werden twee jonge vrouwen opgevoerd: een met een Chinese naam en een met een hoofddoek op. Verdere details over hun achtergrond werden niet gegeven.

De suggestie die het NOS-Journaal hiermee geeft is dat wit tegenover zwart staat. En dat ‘zwart’ wordt niet gedefinieerd door eigen, specifieke kenmerken, maar door de tegenstelling tegenover wit. Ofwel, zwart bestaat niet in zichzelf, maar vooral door de tegenstelling tegenover de maatstaf ‘wit’. Daarnaast is die indirecte suggestie van ‘zwart’ verwarrend en onjuist omdat de directe term ‘migratie-achtergrond’ de lading niet dekt. Niet alle migranten zijn immers ‘zwart’.

Met deze opstelling ondersteunt het NOS-Journaal het wij/zij-denken en versterkt dat in de beeldvorming. Dat kan niet de opzet van de publieke omroep zijn. In elk geval probeert het NOS-Journaal niet te nuanceren door te onderscheiden, maar poetst het in de gemakzucht van lui en voorspelbaar denken in combinatie met begripsverwarring over etniciteit, discriminatie, huidskleur en migratie de verschillen tussen etnische groepen weg.

Het valt zelfs niet in deze slordige journalistieke opstelling van het NOS-Journaal in te zien dat er geen verschillen in achtergrond bestaan tussen deze twee vrouwen van Chinese en Arabische herkomst, maar uitsluitend tussen deze twee vrouwen én hun witte zuster.

Dat is respectloos tegenover de witheid die eenzijdig in een daderrol wordt geframed als tegenover de ‘zwarte’ etnische migrantengroepen die over één kam worden geschoren en als belangrijkste eigenschap hun slachtofferschap zouden hebben.

Het Afro-Amerikaanse ‘Black’ van BLM was niet terug te vinden in beide vrouwen die geen van tweeën Afro zijn, maar door het NOS-Journaal via een omweg als zwart worden voorgesteld. Maar beseft het NOS-Journaal dan niet dat het door dit simplisme wel 50 tinten zwart onder het tapijt veegt? Jammergenoeg staat het NOS-Journaal niet alleen in deze foute stereotypering van witheid, zwartheid en migratie.

Juist om achterstanden die zijn ontstaan als gevolg van migratie aan te pakken is het nodig dat er een goede analyse wordt gemaakt. Het NOS-Journaal bereikt het omgekeerde in dit ongetwijfeld goedbedoelde, maar toch ontspoorde item. Door het direct te verbinden aan het BLM-protest wordt het er eerder verwarrender dan helderder op. Beide vrouwen zijn op z’n best een verre afgeleide van de Amerikaanse BLM-protesten die in de VS ontstonden na de dood van George Floyd.

Door op de knop te drukken van de makkelijke emotie is het NOS-Journaal zich ervan bewust dat het verontwaardiging oproept. De conclusie kan moeilijk een andere zijn dan dat het NOS-Journaal denkt zich hiermee blijkbaar aan de veilige kant van het politiek correcte denken op te stellen. Bevreesd dat het vermoedelijk is dat het verweten wordt de tijdgeest niet te begrijpen en mentaal achter te blijven door oude posities te verdedigen.

De tragiek is dat het NOS-Journaal het eigen handelen niet begrijpt en precies dat doet waarvan het weg probeert te komen: het wettigt het wij/zij-denken en versterkt vooroordelen. Tijd voor een echte analyse die niet alles met alles verwart. Het onderwerp is te serieus om er een potje van te maken.

Foto: schermafbeelding van deel artikelHalf jaar na Black Lives Matter-protest: ‘Ik wil niet boos zijn op de witte man’ op NOS, dat later op die dag van titel veranderde: ‘Halfjaar na het Damprotest: wat heeft het teweeggebracht?’, 30 november 2020.

Mueller-rapport is voor de geschiedenis en past nog niet goed in de actualiteit

Gisteren verscheen de door minister van Justitie William Barr geredigeerde versie van het Mueller-rapport. Vele passages zijn afgelakt, maar minder dan werd gevreesd. Nog niet alle feiten zijn goed verteerd door de politiek en de media. Het is een typisch product van Robert Mueller zoals we dat de afgelopen jaren hebben leren kennen uit de aanklachten tegen Russen en medewerkers uit het Team Trump: gedetailleerd tot in de voetnoten, logisch en duidelijk gestructureerd zodat het idiotproof is, en hard, maar rechtvaardig van toon.

Toch worstelen vele media nog met de materie. Zo wordt onvoldoende begrepen hoe de twee componenten, te weten collusion (geheime verstandhouding) en obstruction (belemmering van de rechtsgang) samenhangen. NOS Journaal en Nieuwsuur sloegen gisterenavond 18 april opnieuw de plank mis. Vooral de correspondent van Nieuwsuur gaf er in haar duiding blijk van de materie niet onder de knie te hebben. Dat maakt somber over de Nederlandse journalistiek. In het Mueller-onderzoek volgt namelijk het een uit het ander. Overigens praat Mueller in zijn rapport over ‘conspiracy’ (samenzwering) en vertalen Barr en Trump dat naar ‘collusion’. Mueller pleit Trump niet vrij van ‘collusion’, maar kan ‘conspiracy’ niet bewijzen. Mede door de obstructie.

Belemmering van de rechtsgang door Trump zadelde Mueller met inhoudelijke en juridische beperkingen op waardoor hij over conspiracy niet tot de conclusie kon komen die zonder obstructie door Trump ruimer, gedetailleerder en ongetwijfeld vernietigender geformuleerd had kunnen zijn. Maar ook dat ‘vernietigender’ weten we niet zeker omdat Mueller er zijn tanden niet in kon zetten. Dat is het geniepige en schrandere van Trumps obstructie. Trumps improvisatievermogen, hardheid en mediawijsheid worden toch nog onderschat. Hij verslijt ministers, stafchefs, communicatiedirecteuren en persoonlijke advocaten bij de vleet en laat niemand een bedreigende machtspositie innemen. Op zijn onbeduidende en ondeskundige dochter Ivanka en schoonzoon Jared Kushner na over wie niemand weet wat ze nou precies doen in het Witte Huis.

Trump verteert de macht, in de meervoudige betekenis: vernietigen, verbruiken en verkwisten. Hij kan dat vrijelijk doen. De Republikeinen hebben de meerderheid in de Senaat waar de buitenlandse politiek wordt vormgegeven en laten Trump niet vallen. Zijn afzetting (impeachment) is op dit moment politiek onhaalbaar. Van de andere kant dwingen de overvloedige bewijzen van obstructie het Congres om Trump af te zetten.

Het wordt al sinds 2016 gezegd, in de strijd tussen Democraten en Republikeinen is de Russische president Vladimir Putin de lachende derde. Trouwens een strijd waar Putin en andere actoren namens de Russische Federatie door inmenging tot op de dag van vandaag een rol in spelen. Die inmenging door het Kremlin was de aanleiding voor het onderzoek van speciale aanklager Mueller. Trump wil die Russische rol niet erkennen, laat staan aanpakken om herhaling in bijvoorbeeld 2020 te voorkomen omdat het in zijn ogen de legitimiteit van zijn overwinning uit 2016 ter discussie zou stellen. Dat past niet bij zijn zelfbeeld van eigen grootsheid.

Met Trump is het Witte Huis geen goed georganiseerde machinekamer van een wereldmacht, maar een haperend, chaotisch eenmansbedrijf van een slecht voorbereide, narcistische, onevenwichtige en geïsoleerde president. De vertrekkende Franse ambassadeur in de VS Gérard Araud maakt in een interview met The Guardian de vergelijking tussen het Witte Huis en Lodewijk XIV: ‘Het is net [proberen] om het hof van Lodewijk XIV te analyseren. Je hebt een oude koning, een beetje grillig, onvoorspelbaar, niet geïnformeerd, maar hij wil degene zijn die beslist.’ Trump staat als een Zonnekoning die wil stralen geïsoleerd in het Witte Huis en de VS zijn door z’n toedoen geïsoleerd geraakt in de wereld. Vervreemd van hun traditionele westerse bondgenoten.

Dat heeft de Westerse alliantie, inclusief de VS verzwakt. Ondanks het feit dat de relatie tussen de VS en de Russische Federatie slecht is en Trump in de praktijk niet eens heel anders handelt dan president Obama is het verschil dat door Trump nu ook de relatie van de VS met de Europese bondgenoten, of met NAVO en EU is verslechterd. Dat is Putins winst, hoewel de paradox is dat NAVO en EU zich sinds vorig jaar door Trumps capriolen en onberekenbaar gedrag schrap zetten en beter dan voorheen beseffen dat ze het zonder de VS moeten doen. Ook na het tijdperk Trump omdat de wending van de VS richting Azië onomkeerbaar is. De NAVO is overigens ook tot zinnen gekomen door de illegale bezetting van de Krim in 2014 door de Russen.

De chaos die Trump teweegbrengt is deels het brouwsel van Putin, deels het product van de door de macht van het grote geld en radicalisering verstoorde en niet optimaal functionerende partijpolitiek van de VS en deels het voortbrengsel van de narcistische persoon Donald Trump die de verkeerde man op de verkeerde plek is. Het belang van het Mueller-rapport zoals blijkt uit de door Barr geredigeerde versie is dat het al de geopolitieke, juridische, psychologische en gedragsmatige verbanden archiveert voor ons en de geschiedenis.

NOS Journaal blundert. Het beeldt Oekraïner Oleg Sentsov af als een leider van de Marokkaanse Rif-protesten

Het is maar een klein onderwerp. De wereld vergaat er niet door. Maar toch iets dat de goed geïnformeerde nieuwsconsument verbaast en wellicht zelfs irriteert. In de montage én de eindredactie is iets volkomen misgegaan. Een fout is gemaakt en niet hersteld. Met als gevolg dat de NOS de kijker desinformatie biedt.

Het zit zo. Het NOS Journaal van 20.00 uur op 6 april 2019 heeft een item over de onlusten in het Noord-Marokkaanse Rif-gebied. De leiders van de protesten zijn opnieuw lange celstraffen opgelegd. Om dat te illustreren worden beelden vertoond van verdachten in een rechtbank. Voor de duidelijkheid: deze beelden zijn geïntegreerd in het item over Marokko en suggereren dat het om de leiders van die Rif-protesten gaat.

Deze beelden tonen echter niet de leiders van de Rif-protesten zoals het commentaar suggereert, maar gevangenen in een Russische rechtbank in 2015. De man met het witte T-shirt met rode opdruk is de bekende Oekraïense filmregisseur Oleg Sentsov die tijdens de inname van de Krim in 2014 door troepen van de Russische Federatie in Simferopol woonde. Op 10 mei 2014 is hij daar aangehouden op beschuldiging van terrorisme en gedeporteerd naar de Russische Federatie. Daar is hij in een schijnproces veroordeeld tot ’20 jaar gevangenisstraf met een streng regime’. Sentsov ontkent alle beschuldigingen. Vele filmmakers, politici, mensenrechtenactivisten en Amnesty hebben sinds 2014 vergeefs om zijn vrijlating verzocht bij de Russische autoriteiten. Hij ontving in 2018 van het Europese Parlement de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken.

De moraal van het verhaal is dat nieuwsconsumenten mediawijs moeten zijn. Ze moeten niet alles geloven wat in de media verteld en getoond wordt. Want beelden kunnen bedriegen. Nieuwsconsumenten moeten kritisch zijn op zowel sociale media als op gevestigde media. Want suggereren zoals de NOS doet dat het Russische Rostov aan de Don in Marokko ligt en Oleg Sentsov een leider van de Rif-protesten is slaat de plank mis.

Foto’s: Schermafbeeldingen van een item over de Rif-protesten in Marokko in het NOS Journaal van 20.00 uur op 6 april 2019. Met afbeeldingen van onder meer Oleg Sentsov in een Russische rechtbank in Rostov aan de Don, 2015.

Misleiding door NPO-top over afbraak journalistieke programma’s wordt door journalistieke uitingen van publieke omroep herkauwd

Deze week werd de programmering van het komend seizoen van de publieke omroep gepresenteerd. Dat ging gepaard met een publiciteitsoffensief van de NPO in de eigen media door directeur Video Frans Klein. Hij beweerde met onwaarheden, halve waarheden en verdraaiingen dat er niet bezuinigd wordt op journalistiek, maar dat is onjuist. Want er wordt wel degelijk stevig bezuinigd op de journalistieke programma’s van de publieke omroep. Jan-Hein Visser geeft in een commentaar voor TotaalTV duidelijk en overtuigend aan dat de NPO-top de feiten bewust verdraait en wel degelijk aanzienlijk bezuinigt op de journalistieke programma’s:

Dat directeur Klein draait en liegt dat het gedrukt staat is nog tot daar aan toe – hij is immers een politieke omroepbobo – maar dat vervolgens de journalistieke programma’s van de publieke omroep zijn onwaarheden herkauwen is kwalijker en geeft te denken over de redactionele onafhankelijkheid van programma’s zoals het NOS-Journaal. Die vooral gefocust is op het behoud van het eigen budget. Terwijl een artikel van 28 augustus van de online redactie NOS weliswaar de juiste details geeft is de kop ervan misleidend als het zegt: ‘Publieke omroep: journalistiek wordt ontzien, meer geld van tv naar online’. Nee, de journalistiek wordt niet ontzien, maar fors uitgekleed. Zelfs als zoals gebruikelijk is het citaat van Klein tussen aanhalingstekens was gezet – wat om onbegrijpelijke reden niet gebeurde –  kon nog volgehouden worden dat ermee een opinie van de top van de publieke omroep werd weergegeven. Waarom de online-eindredactie van de NOS echter een opinie die aantoonbaar onjuist is in de kop plaatst is merkwaardig. Opnieuw, deze gang van zaken roept vragen op over de redactionele onafhankelijkheid van de journalistiek van de publieke omroep die nu zo onder vuur ligt.

Het is bedenkelijk dat de journalistieke uitingen (online, NOS-Journaal) van de publieke omroep de leugens van de NPO-top pruimen en doorslikken. Dat is niet objectief en eerlijk, dat is geen evenwichtige journalistiek. Dat is bewust meewerken aan misleiding. Terwijl het notabene gaat om het inperken en devalueren van eigen journalistieke programma’s. Sport wordt gespaard en de journalistiek opgeofferd. De NPO-top heeft niet het lef en de ruggengraat om dat volmondig toe te geven. En de NPO-journalistiek heeft niet het lef en de durf om de leugens van de NPO-top door te prikken. Als het zo moet met de kwaliteit en onafhankelijkheid van de journalistiek van de publieke omroep, dan kan het gemist worden als kiespijn en doet het er nog weinig toe als er bezuinigd op wordt. Zo brengen de journalistieke uitingen van de publieke omroep zichzelf om zeep.

Foto 1: Schermafbeelding van NPO-directeur Frans Klein in het NOS-Journaal van 28 augustus 2018 met ondertiteling: ‘Op de journalistiek bezuinigen we niet, maar we gaan wel geld omleggen van televisie naar online’.

Foto 2: Schermafbeelding van artikelNPO verdraait feiten rondom bezuinigingen op journalistiek’ van Jan-Hein Visser voor TVTotaal, 28 augustus 2018.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelPublieke omroep: journalistiek wordt ontzien, meer geld van tv naar online’ van de NOS, 28 augustus 2018.

Petitie ‘NOS stop de eenzijdige berichtgeving over Israël’ maakt NOS Journaal groter dan het is. Gekleurde of slechte journalistiek?

De petitieNOS stop de eenzijdige berichtgeving over Israël’ op Petities24.com stelt dat de berichtgeving van de NOS over Israël eenzijdig is. Met NOS wordt gedoeld op de informatievoorziening op NOS Teletekst en het NOS Journaal. De reacties van de ondertekenaars variëren van genuanceerd tot onbezonnen, van kritiek op de NOS vanwege eenzijdigheid tot ondubbelzinnige steun voor Israël. Het is interessant om de reacties te lezen.

Wat opvalt is dat ondanks de niet kinderachtige kritiek velen toch enorm belang hechten aan de berichtgeving van de NOS. (En ook RTL). De kritiek komt in de meeste gevallen niet neer op het constateren van een gebrek aan professionalisme, een tekort aan middelen en kwaliteit van verslaggever en eindredactie in Hilversum die het bericht inkadert, maar op bewuste partijdigheid of eenzijdigheid die zelfs wordt omschreven als jodenhaat. Als die al bestaat is vooringenomenheid echter lastig te bewijzen. Het gebrek aan professionalisme is makkelijker te bewijzen en is ook meer zinvolle kritiek omdat het kan leiden tot aanpassing van de werkwijze van het NOS Journaal. De paradox van deze petitie die kritisch bedoeld is is dat het via een omweg het NOS Journaal groter en belangrijker maakt dan het per definitie vanwege de randvoorwaarden kan zijn.

Foto’s: Schermafbeeldingen van pagina’s van de petitieNOS stop de eenzijdige berichtgeving over Israël’ en pagina 33 met reacties.

Een reactie bij het ‘Journalistiek Jaarverslag NRC 2017’

De abonnee’s van NRC kregen afgelopen week een e-mail van hoofdredacteur Peter Vandermeersch. Hij merkt daarin op dat NRC zoals elk bedrijf jaarlijks een financieel jaarverslag publiceert. Maar ook een journalistiek jaarverslag omdat het uiteindelijk om de journalistiek gaat: ‘Wij drukken ons succes dus niet zozeer uit in euro’s als wel in een valuta die minder helder maar veel interessanter is: in welke mate slagen wij erin om u, onze lezer, uw mening te laten vormen?

De hoofdredacteur stelt zich procesmatig op en beschrijft de omgeving waarin NRC moet opereren. Dat is een beschrijving die echter voor alle media geldt en niet specifiek is voor NRC. Dat is tevens het ongemak van Vandermeerschs overkoepelende opstelling die voorbijgaat aan de politieke keuzes van NRC. Heeft de krant net als D66 op immateriële onderwerpen een progressief hart en op materiële onderwerpen een naar rechts leunende portemonnee? Is dat gewenst of dient dat bijgesteld te worden? Of is het niet (meer) van belang? Vandermeersch stipt het niet aan en we komen niets te weten over de  koers van NRC. In de voorstelling van de hoofdredacteur lijkt het alsof NRC in een politiek vacuüm opereert waarin nergens druk ontstaat en het uitsluitend te maken heeft met problemen die iedere burger tegenwoordig ontmoet: culture wars, de bubbel waarin mensen zich geïsoleerd terugtrekken en de fragmentering en devaluatie van het begrip ‘waarheid’. Vandermeersch zegt onderaan deze e-mail uit te kijken naar reacties. Dit heb ik hem op 4 januari gestuurd:

Met veel genoegen lees ik sinds lang NRC. Als jong volwassene kreeg ik het Algemeen Handelsblad dagelijks aan de leestafel bij mijn grootvader onder ogen. Die voorganger van voor de fusie. Toen ik in de jaren ’70 ging studeren was de keuze voor NRC snel gemaakt.

De krant heeft me mede gevormd. Eerst vanuit de hoek van de literatuur door medewerkers als Rudy Kousbroek of K.L. Poll. Later vanuit de film en nog later vanuit de politiek. Met de onvolprezen analisten J. L. Heldring en H.J.A. Hofland.

Maar het is geen 1970 meer. De scheidslijnen in de maatschappij en de politiek zijn onder druk van de ontwikkelingen in de VS veranderd. Het is de vraag of NRC daar voldoende op reflecteert. De grootste tegenstelling lijkt niet meer die tussen links en rechts, maar tussen de gevestigde politiek en het nihilisme dat het systeem wil kraken. Hoewel sociaal-economische onderwerpen over belastingontwijking, belastingdruk en inkomensverschillen hiermee niet minder belangrijk zijn geworden. Maar de urgentie ligt nu even elders, zo lijkt het.

Hoe moet een medium als NRC dat ook wel geschaard wordt onder de ‘establishment media’ hier op reageren? Met die vraag in het achterhoofd lees ik NRC de laatste jaren. Ik ben van mening dat het kansen laat liggen en zich meer rechtsstatelijk zou kunnen opstellen. Zo beredeneerd staat het bestaan van NRC in zijn huidige vorm op het spel omdat het verbonden is met de maatschappij waarin het functioneert. Dat is nooit vrijblijvend, maar nog minder vrijblijvend dan het 50 of zelfs 15 jaar geleden was. Of die urgentie over de eindigheid van de gevestigde orde in NRC voldoende is ingedaald is de vraag.

Voor een lezer die op afstand staat en niet aanzit aan de vergadertafels en daarom niet in de zwarte doos kan kijken, is het lastig om in te schatten of NRC de goede keuzes maakt. Wat de lezer wel kan zien zijn de prioriteiten die NRC in zijn kolommen geeft aan onderzoek, berichtgeving en plaatsing van bijdragen van gasten. Dan moet me van het hart dat ik vind dat NRC het afgelopen jaar kansen heeft laten liggen om scherper te opereren.

Laat ik een voorbeeld geven. In 2017 heeft NRC meermalen tamelijk kritiekloos aandacht besteed aan Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie. In de berichtgeving en via interviews. Het is prima om de lezer te informeren. Maar ik vind het onbegrijpelijk en getuigen van luie journalistiek dat NRC in een diepgravend artikel nooit aandacht heeft besteed aan de extreem- of radicaal-rechtse contacten van Baudet. Juist omdat politici als Baudet die als destructieve kracht gezien kunnen worden van alles een grapje proberen te maken is het belangrijk dat de bekende feiten goed en scherp op een rijtje gezet worden. Dat geldt nog meer als daaruit een beeld oprijst dat contrasteert met Baudets huidige profilering. Waarom heb ik in NRC nooit gelezen over zijn aanwezigheid op een door het Front National geleide conferentie in februari 2016 in een zoutmijn in het Poolse Wieliczka? Het kan toch niet zo zijn dat NRC dit overlaat aan De Correspondent dat minder middelen heeft?  

Het zal wel een klacht zijn die u vaker ziet, maar de kwantitatieve groei van de columns zie ik als een negatieve ontwikkeling. Bas Heijne en Luuk Middelaar lees ik nog, de rest van de columns sla ik over. Ik voel meer voor kwalitatieve groei van de columns. Het gemis van de mediacolumn van Hans Beerekamp voel ik nog dagelijks. Wat er sinds die tijd in NRC aan televisie- en mediakritiek verschijnt vind ik ondermaats, saai en zonder enig interessant idee.

Ik heb begrip voor de koers van NRC die volgt uit een lastige afweging om een divers publiek te bereiken. De grootste concurrenten zijn immers niet meer Het Parool, Trouw, De Volkskrant, het NOS Journaal of Nieuwsuur, maar het internet. De geïnformeerde lezer kan het nieuws op gerenommeerde Engelstalige sites 1,5 dag lezen voordat het in de krant gepubliceerd wordt. Om die reden wordt NRC automatisch naar de kant van de achtergrondinformatie, de binnenlandse berichtgeving of de onderzoeksjournalistiek gedrongen. En de bladvulling. Berichtgeving over veel onderwerpen wordt zo minder belangrijk omdat die elders sneller en beter te vinden is. Het risico is dat het percentage trivialiteit in de krant daardoor een kritische grens overschrijdt. Daar moet de hoofdredactie voor waken. Een nog scherpere keuze voor kwaliteitsjournalistiek is de beste waarborg dat NRC de lezer bereikt. Mits de gevestigde orde in stand blijft uiteraard.

Ik wens u en NRC veel sterkte in 2018.

Foto: Schermafbeelding van voorkant Journalistiek Jaarverslag 2017 van NRC, 18 december 2017.

Zoomin.TV laat PVV’er Bosma scoren over ‘witte’ Stephen Paddock en aanslag Las Vegas. Ten koste van het NOS-Journaal

PVV-kamerlid Martin Bosma doet net alsof hij het niet snapt. En het is niet onmogelijk dat hij het werkelijk niet snapt. Zoomin.TV besteedt aandacht aan de opening van het NOS-Journaal over de moordpartij door Stephen Paddock in Las Vegas. Met 59 doden en vele gewonden tot gevolg. Het is bijzonder dat het ene nieuwsmedium de berichtgeving in het andere medium op kritische wijze centraal zet. Bosma speelt de vermoorde onschuld door net te doen alsof hij niet weet dat de term ‘blank’ voor iemand met een bleke pigmentarme huidskleur een associatie van reinheid en zuiverheid oproept en naar een koloniaal verleden verwijst. Dat wordt ongepast gevonden. De laatste jaren is het gebruikelijk om de term ‘wit’ te gebruiken.

Wat Zoomin.TV bezielt om bij dit filmpje op YouTube onder meer de volgende toelichting te geven: ‘Maar de typering van de dader door de NOS wekte nogal wat bevreemding’ is de vraag. Nogal wat bevreemding, bij wie? Het lijkt vooral bevreemding te wekken bij Martin Bosma en bij de journalist van Zoomin.TV waarmee een één-tweetje wordt opgezet om Bosma te laten scoren. Andere politici worden niet aan het woord gelaten.

Bosma maakt het er nog verwarrender op door godsdienst -de islam- en ras -het witte ras- met elkaar te vergelijken. Dat was relevant geweest als het NOS-Journaal had geopend met de melding dat het om een ‘christelijke man’ ging. Maar dat werd niet gezegd. De vraag van de journalist van Zoomin.TV had moeten zijn of het van belang was om Paddock als ‘wit’ aan te duiden. Omdat het hier om een terroristische aanslag ging met grote maatschappelijke en politieke gevolgen was het niet merkwaardig. Des te meer omdat er op dat moment nauwelijks iets anders bekend was over de achtergrond van Paddock. Zijn witheid was een feit.

NOS Journaal de fout in met alternatieve feiten over Oekraïne. Waarom gaat het mis?

nos

De hedendaagse nieuwsconsument kan breed georiënteerd zijn. Met wat talenkennis, historische kennis en een dosis nieuwsgierigheid kunnen de nationale nieuwsmedia voor veel internationaal nieuws overgeslagen worden. Want waarom de NRC, De Volkskrant, Trouw of de NOS geraadpleegd als ze verwijzen naar dezelfde media die in real time thuis online te raadplegen zijn? Met het nadeel dat ze daarmee 1 of 2 dagen en voor kranten in het weekend zelfs 3 dagen achterlopen op de primaire bron die rechtstreeks te raadplegen valt.

Wat een nationaal nieuwsmedium waarde geeft is verslaggeving over nationaal nieuws dat regio’s overstijgt, analyse van het belangrijkste internationale nieuws en de ontsluiting van kleine taalgebieden en moeilijk te bereiken regio’s. Om economische redenen bezuinigen Nederlandse media op hun correspondentennetwerk zodat dit voordeel steeds meer wegvalt. Wie iets wil weten over Mongolië, Groenland, Siberië of andere verre gebieden moet op zoek naar primaire bronnen of Engelstalige platforms die informatie over zo’n land geven.

Kortom, de uitgangspositie van een nationaal nieuwsmedium is lastig. Een deel van de goedgeïnformeerde nieuwsconsumenten laat het links liggen omdat het sneller en zonder selectie vooraf zelf feilloos online de bronnen van het nieuws weet te vinden. En daar duiding aan weet te geven. Maar een ander deel van de nieuwsconsumenten is door gebrek aan tijd, kennis, inzicht of interesse voor de informatievoorziening en de duiding van het nieuws wel afhankelijk van de nationale nieuwsmedia. Deze splitsing maakt het voor een nationaal nieuwsmedium lastig om de goede toonhoogte te vinden en een gemiddelde nieuwsconsument op de juiste manier aan te spreken. Want de ene nieuwsconsument weet veel te veel en de andere te weinig.

Feitelijk is dit het failliet van het idee van broadcasting dat steeds meer vervangen wordt door op specifieke doelgroepen gerichte informatie, narrowcasting. Technisch en economisch is dat bereik mogelijk geworden. Maar dat doelgroepenbeleid kent het nadeel van de isolatie die door de opgang van de sociale media steeds manifester wordt en als een bijna niet meer weg te poetsen nadeel wordt gezien. Op sociale media zijn in zichzelf gekeerde reservaten ontstaan waar nieuwsconsumenten gevoed worden door algoritmen die steeds weer de eigen voorkeur herhalen. Ze verkeren nog uitsluitend met gelijkgestemden. Nieuwsconsumenten die het eigen gelijk bevestigd willen zien worden niet meer uitgedaagd om verder te denken en dat gelijk ter discussie te stellen. Verbinding van groepen is de opdracht van actuele broadcasting. Nieuwsvoorziening is middel en doel, maar bevat ook een gratis cursus burgerschapskunde, integratie en staatsinrichting.  

Nationale nieuwsmedia hebben dus een verantwoordelijke taak die ook educatie omvat. Gisteren viel ik van mijn stoel van verbazing vanwege een item van 20 seconden over Oekraïne in het NOS Journaal van 20.00 uur dat presentator Rob Trip voorlas. Het begon zo: ‘Voor het eerst in maanden vechten Oekraïense militairen en pro-Russische separatisten weer tegen elkaar’. Deze zin zit er volledig naast en licht de nieuwsconsument foutief voor. Wie ook maar zijdelings de berichtgeving uit Oost-Oekraïne volgt weet dat het aantoonbaar onjuist is dat afgelopen maanden de oorlog heeft stilgelegen. Al sinds voorjaar 2014 is het het strijdtoneel van felle gevechten. Die zijn nooit geluwd, met elke dag doden of gewonden aan Oekraïense kant. En aan de andere kant evengoed. Dat valt door de redactie van het NOS Journaal met een eenvoudige check na te gaan.

Als er de afgelopen maanden op een buitenlandse missie type Uruzgan zoveel Nederlandse militairen zouden zijn gesneuveld als Oekraïense militairen in de oorlog met de Russische Federatie, dan zou de Nederlandse pers moord en brand schreeuwen. Het lijkt er sterk op dat de redactie van het NOS Journaal inzicht, detailkennis, journalistieke nieuwsgierigheid en gewoonweg belangstelling mist om een item van 20 seconden over Oekraïne anders dan plichtmatig af te handelen en van een tekst te voorzien die de lading dekt. Dit is een schandalig gebrek aan journalistiek vakmanschap van het NOS Journaal dat er met de pet naar gooit.

Het correspondentennetwerk van de NOS is ongelijk van kwaliteit en dat heeft zijn weerslag op de teksten die de presentator in de mond gelegd krijgt. De vaste Moskou-correspondent David Jan Godfroid covert sinds 2012 met incidentele uit Nederland ingevlogen reporters als Gert-Jan Dennekamp Oekraïne en blijft een zorgenkindje. Over Godfroid schreef ik in 2015: ‘De opstelling van David Jan Godfroid is een blamage voor de Nederlandse journalistiek en zijn reportages zijn ondermaats. Ze verklaren niet en voegen niets toe aan wat we al weten. (..)  Godfroid veronachtzaamt actuele bevindingen en lijkt geen stelling te durven nemen in deze oorlog. Vreest hij voor zijn hachje in Moskou of heeft hij zich in Moskou een Russische bril aangemeten waardoor hij niet helder ziet wat er in Oekraïne gebeurt? De NOS zou er verstandig aan doen Godfroid niet meer richting Oekraïne  te sturen en tijdelijk een geschikte correspondent in Kiev te stationeren.’ En in 2014 schreef ik over de twee journalisten: ‘Omdat NOS-journalisten David Jan Godroid en Gert Jan Dennekamp elk analytisch talent ontberen en weinig politiek inzicht hebben houden ze zich per definitie op de vlakte als het om duiding gaat. Ze verschuilen zich in nietszeggendheid achter hun in Hilversum bijgespijkerde valkuil van hoor en wederhoor wat hun als idee van evenwichtige journalistiek is bijgebracht.

Terwijl er kritiek is op president Trump die alternatieve feiten tot leidend begrip in zijn beleid maakt en media zich schrap zetten om dat te corrigeren gaat het NOS Journaal uit onbenulligheid, kwaadwilligheid of gewoon desinteresse de fout in. Zelfs voor de gemiddelde nieuwsconsument is het een ABC-tje dat de Oekraìens-Russische oorlog in de afgelopen maanden niet geluwd is en de zogenaamde pro-Russische separatisten in Donetsk en Loehansk al sinds zomer 2014 ‘opgeruimd’ of vervangen zijn door reguliere Russische militairen of lokale pionnen die als window dressing dienen en vanuit het Kremlin aangestuurd worden. Bij het Journaal woedt bij items over de Russische Federatie of Oekraïne de geest van Godfroid die relativeert als een filosoof, maar niet duidt als een journalist. Die filosofische nietszeggendheid dient om de waarheid te verhullen en onzin te verkopen. Waarom de hoofdredactie van het NOS Journaal genoegen neemt met de ondermaatse berichtgeving over het voor Nederland en de EU zo belangrijke Oekraïne is de terugkerende vraag geworden.

Foto: Schermafbeelding van item over Oekraïne in het NOS Journaal van 20.00 uur op 31 januari 2017.